Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 16 december 2005, nr. LMV 2005.191530, Directie Lokale Milieukwaliteit en Verkeer, Afdeling Sturing Bodemsaneringsoperatie, houdende financiële bepalingen met betrekking tot bodemsanering (Regeling financiële bepalingen bodemsanering 2005)
Gelet op de artikelen 2, 3, 4, tweede, derde en vijfde lid, 7, tweede, derde, vijfde, zesde en zevende lid, 11, derde lid, 13, tweede lid, 20, 21, derde lid, 26, tweede lid, 28, 29, tweede lid, 41, eerste lid, 43, van het Besluit financiële bepalingen bodemsanering;
Besluit:
Treedt in werking als het Besluit financiële bepalingen bodemsanering in werking treedt.
Hoofdstuk 1. Definities
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. besluit: Besluit financiële bepalingen bodemsanering;
- b. netto-saneringskosten: de in hoofdstuk 3 bedoelde saneringskosten verminderd met de omzetbelasting (BTW);
- c. Richtsnoeren: Richtsnoeren staatssteun ten behoeve van milieubescherming en energie 2014–2020 (PB C 200/01 van 28 juni 2014).
Hoofdstuk 2. Verstrekken van budget aan overheden
Artikel 2
Vervallen
Artikel 3
Vervallen
Artikel 4
Vervallen
Artikel 5
Vervallen
Artikel 6
Vervallen
Artikel 7
Vervallen
Hoofdstuk 3. Verstrekken subsidies aan derden
Artikel 8
De ouderdom van de bodemverontreiniging als bedoeld in artikel 11, derde lid, van het besluit wordt bepaald aan de hand van het protocol dat is opgenomen in bijlage 6.
Artikel 9
Bij de aanvraag tot subsidieverlening wordt naast de in artikel 13, eerste lid, van het besluit genoemde gegevens tevens een begroting van de saneringskosten verstrekt, die is opgebouwd uit kostenposten zoals genoemd in bijlage 7.
Deze begroting dient te worden opgemaakt volgens een goede werkomschrijving, waarin een duidelijk inzicht wordt geboden in de omvang en de eenheidsprijzen van werkzaamheden, en waarbij voorts geldt dat de kosten voor de aanvrager van de subsidie die betrekking hebben op de directievoering en milieukundige begeleiding van de sanering in het geval de netto-saneringskosten meer dan € 50.000 bedragen maximaal 10% van deze netto-saneringskosten mogen zijn, of in het geval deze kosten gelijk zijn aan of minder dan € 50.000 bedragen maximaal 20% van de netto-saneringskosten mogen zijn.
Artikel 10
Het financieel verslag, bedoeld in artikel 21, tweede lid van het besluit, gaat vergezeld van een specificatie van de werkelijke saneringskosten, opgebouwd uit kostenposten zoals genoemd in bijlage 7.
Artikel 11
De aanvraag tot subsidievaststelling, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van het besluit, bevat:
- a. ten minste twee concurrerende offertes van aannemers, in het geval de netto-saneringskosten op een tijdstip gelegen direct vóór de aanvang van de uitvoering van de sanering of van een fase van de sanering in totaal worden geraamd op een bedrag van ten hoogste € 50.000, of
- b. ten minste drie concurrerende offertes van aannemers, in het geval de netto saneringskosten op een tijdstip gelegen direct vóór de aanvang van de uitvoering van de sanering of van een fase van de sanering in totaal worden geraamd op een bedrag hoger dan € 50.000.
Indien niet wordt gekozen voor de goedkoopste offerte, wordt een schriftelijke motivering daarvoor bij de aanvraag gevoegd.
De aanvraag bevat tevens een verklaring van de aanvrager van de subsidie inhoudende dat slechts de saneringskosten als bedoeld in artikel 10, zijn betrokken bij de aanvraag tot subsidievaststelling.
Voor subsidiabele saneringskosten komen alleen de saneringkostenposten in aanmerking die rechtstreeks zijn betrokken bij de sanering van de bodem.
Hoofdstuk 4. Verdeling van de rijksbijdrage
Artikel 12
De melding, bedoeld in artikel 26, tweede lid, van het besluit, bevat tevens:
- a. de begroting van de saneringskosten, bedoeld in artikel 9, eerste lid;
- b. de gegevens, bedoeld in bijlage 8.
Indien het een subsidiebedrag betreft dat gelijk is aan of meer dan € 500.000,– bevat de melding, bedoeld in artikel 26, tweede lid, van het besluit, ten behoeve van de uitvoering van de punten 104 tot en met 106 van de Richtsnoeren staatssteun ten behoeve van milieubescherming en energie 2014–2020 tevens:
- a. de naam van de subsidie-ontvanger;
- b. de provincie waarin de subsidie-ontvanger is gevestigd;
- c. op NACE-groepsniveau de voornaamste economische sector waarin de subsidie-ontvanger actief is;
- d. of het gaat om een kleine of middelgrote onderneming of een grote onderneming als bedoeld in punt 19, onder 17 en 18, van de Richtsnoeren;
- e. de verwachte datum waarop de subsidie zal worden verleend;
- f. het verwachte subsidiebedrag;
- g. de looptijd van de subsidie.
Artikel 13
Vervallen
Hoofdstuk 5. Overige bepalingen
Artikel 14
De activiteiten op het gebied van onderzoek en sanering, bedoeld in artikel 41, eerste lid van het besluit op grond waarvan subsidie kan worden verstrekt, zijn:
- a. kennisontwikkeling,
- b. kennisoverdracht,
- c. kwaliteitsborging,
- d. nazorg en beheer, of
- e. internationale samenwerking.
Artikel 15
De gegevens die dienen te worden verstrekt op grond van artikel 43 van het besluit zijn opgenomen in bijlage 9.
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Artikel 16
De Regeling financiële bepalingen bodemsanering 2002, de Circulaire ouderdomsbepaling, Staatscourant 2002, 86 en de Circulaire procedure inzake verlaagde gemeentelijke bijdrage, Staatscourant 1994, 228, laatstelijk gewijzigd bij Staatscourant 2002, 14, worden ingetrokken.
Artikel 17
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit financiële bepalingen bodemsanering in werking treedt. Indien de dagtekening van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst later is gelegen dan de tweede dag vóór genoemd tijdstip, treedt deze regeling in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. De artikelen 2 tot en met 7, 14 en 15 werken terug tot en met 1 januari 2005.
Artikel 18
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling financiële bepalingen bodemsanering 2005.
Bijlage 1
Ligt ter inzage bij het Ministerie van VROM.
Bijlage 1
Ligt ter inzage bij het Ministerie van VROM.
Bijlage 2
Ligt ter inzage bij het Ministerie van VROM.
Bijlage 1
Ligt ter inzage bij het Ministerie van VROM.
Bijlage 1
Vervallen
Bijlage 2
Vervallen
Bijlage 3
Vervallen
Bijlage 4
Vervallen
Bijlage 5
Vervallen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen met toelichting; een volledig exemplaar van de regeling, inclusief de bijlagen zal aan alle budgethouders en bevoegde overheden worden gezonden. Daarnaast zal de volledige regeling inclusief de bijlagen ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van VROM en zal worden geplaatst op www.vrom.nl
Artikel 13a
In het geval, bedoeld in artikel 40a, eerste lid, van het besluit, legt de eigenaar of erfpachter tezamen met het verzoek, bedoeld in artikel 40, tweede lid, van het besluit een verklaring overeenkomstig het model in bijlage 8a bij deze regeling omtrent de minimis-steun over.
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Bijlage 6. behorende bij artikel 8, Regeling financiële bepalingen bodemsanering 2005
Bijlage 8
Ligt ter inzage bij het Ministerie van VROM.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen met toelichting; een volledig exemplaar van de regeling, inclusief de bijlagen zal aan alle budgethouders en bevoegde overheden worden gezonden. Daarnaast zal de volledige regeling inclusief de bijlagen ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van VROM en zal worden geplaatst op www.vrom.nl
Artikel 11a
Projectsubsidie als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van het besluit, kan worden verleend voor het collectief saneren van gevallen van ernstige verontreiniging van bedrijfsterreinen waarbij door de coördinerende rechtspersoon uit de projectsubsidie een korting wordt verstrekt ten behoeve van de kosten van sanering van een bedrijfsterrein indien in ieder geval voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
- a. de verontreiniging op of in de bodem van het bedrijfsterrein is geheel of gedeeltelijk veroorzaakt voor 1975;
- b. de eigenaar of erfpachter van het bedrijfsterrein heeft de eigendom onderscheidenlijk de erfpacht voor 1 januari 1995 verworven; het bepaalde in artikel 11, vierde lid, van het besluit is van overeenkomstige toepassing;
- c. de aanmelding, bedoeld in artikel 12 van het besluit, vindt plaats via de coördinerende rechtspersoon voor 1 januari 2008, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat door bijzondere omstandigheden aanmelding voor die datum niet mogelijk was;
- d. de sanering wordt uitgevoerd in overeenstemming met de wet;
- e. een saneringsplan als bedoeld in artikel 39 van de wet dan wel een melding op grond van artikel 39b, derde lid, van de wet is uiterlijk op 31 december 2023 bij de bestuursorganen, bedoeld in artikel 26 van het besluit ingediend;
- f. er zullen op grond van artikel 75, eerste, derde en zesde lid van de wet door de Staat geen kosten verhaald worden op degene aan wie de korting wordt verstrekt, met dien verstande dat dit niet geldt voor dat deel van de korting dat het kostenverhaal te boven gaat;
- g. er is niet reeds eerder subsidie op grond van het besluit of korting als bedoeld in dit artikel vastgesteld voor een sanering van hetzelfde geval van verontreiniging of voor hetzelfde afzonderlijke gedeelte van het geval van verontreiniging;
- h. er is niet uit andere hoofde een overheidsbijdrage voor de bodemsaneringsactiviteiten verstrekt en deze zal ook niet worden verstrekt;
- i. er is niet op het moment van de beslissing omtrent verlening van de korting reeds een aanvang gemaakt met de uitvoering van de sanering waarop de korting betrekking heeft.
Projectsubsidie als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van het besluit kan voorts worden verleend voor het collectief saneren van gevallen van ernstige verontreiniging van bedrijfsterreinen waarbij door de coördinerende rechtspersoon uit de projectsubsidie een korting wordt verstrekt ten behoeve van de kosten van sanering van een bedrijfsterrein indien sprake is van:
- a. gevallen van ernstige verontreiniging die geheel veroorzaakt zijn vóór 1987,
- b. waarvoor in de beschikking, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de wet, is vastgesteld dat er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging dat spoedig dient te worden gesaneerd, dan wel de noodzaak tot sanering is ontstaan naar aanleiding van voorgenomen activiteiten op het desbetreffende bedrijfsterrein,
- c. waarvan de sanering nog niet is begonnen, en
- d. waarbij zich één of meer van de volgende situaties voordoet:
- 1e. een situatie waarbij de effecten van de verontreiniging op de omgeving zodanig zijn dat gewenste ontwikkelingen in de omgeving worden geremd of beperkt,
- 2e. een situatie waarbij de sanering onderdeel vormt van verbetering van de kwaliteit van een gebied dat groter is dan alleen het bedrijfsterrein, of
- 3e. een grondwaterverontreiniging die zich uitstrekt buiten het bedrijfsterrein, waardoor gewenste gebruiksfuncties van de ondergrond worden beperkt.
In de gevallen, bedoeld in het eerste en tweede lid, bestaat de korting uit een door de Minister van Infrastructuur en Milieu vast te stellen percentage van de saneringskosten, waarbij de hoogte van het percentage voor de diverse gevallen verschillend kan worden vastgesteld.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.