Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 december 2005, Directie Sociale Verzekeringen, nr. SV/R&S/05/99376, houdende regels met betrekking tot de vrijstelling van verplichtingen genoemd in de Werkloosheidswet en de Wet werk en inkomen naar arbeid (Regeling vrijstelling verplichtingen WW en Wet WIA)

Type Ministeriële regeling
Publication 2020-09-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 30, eerste lid, juncto 32, tweede lid, en 37, zesde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en de artikelen 19, vijfde lid, 21, vierde lid, 24, zevende lid, 26, derde lid, en 76a van de Werkloosheidswet;

Besluit:

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Vrijstelling in verband benutten resterende verdiencapaciteit

Van de verplichtingen, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de Wet WIA is vrijgesteld de verzekerde die zijn resterende verdiencapaciteit volledig benut.

Artikel 3. Vrijstelling in verband met vorst en arbeidstijdverkorting

Van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, 2° en 4°, 26, eerste lid, onderdelen d, f en g, van de WW en 14, tweede lid, onderdeel b, en 15, onderdelen a tot en met e, van de IOW, is vrijgesteld de werknemer wiens werkloosheid uitsluitend een gevolg is van:

Artikel 4. Vrijstelling in verband met vakantie
1.

Van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, 2° en 4°, en 26, eerste lid, onderdelen d, f en g, van de WW, of in de artikelen 14, tweede lid, onderdeel b, en 15, onderdelen a tot en met e, van de IOW, is vrijgesteld de werknemer respectievelijk de IOW-gerechtigde die met behoud van zijn recht op uitkering op grond van de WW of IOW vakantie geniet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Vakantieregeling WW en IOW.

2.

Van de verplichtingen, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de Wet WIA, is vrijgesteld de verzekerde die zijn resterende verdiencapaciteit niet volledig benut en die vakantie geniet tot een maximum van 20 werkdagen per jaar waarbij onder werkdagen wordt verstaan de dagen maandag tot en met vrijdag.

3.

Van de verplichtingen, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de ZW, is vrijgesteld de persoon die ziekengeld ontvangt op grond van de ZW en die vakantie geniet tot een maximum van 20 werkdagen per jaar waarbij onder werkdagen wordt verstaan de dagen maandag tot en met vrijdag.

4.

De verzekerde, bedoeld in het tweede lid, of de persoon, bedoeld in het derde lid, geniet vakantie indien:

Artikel 5. Vrijstelling in verband met vrijwilligerswerk of mantelzorg

Vervallen

Artikel 6. Vrijstelling in verband met scholing en proefplaatsing
1.

Van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, 2° en 4°, van de WW, 15, onderdelen b tot en met e, van de IOW, 30, eerste lid, van de ZW of 30, eerste lid, van de Wet WIA, is vrijgesteld, de uitkeringsgerechtigde die een naar het oordeel van het UWV noodzakelijke opleiding of scholing volgt.

2.

De in het eerste lid bedoelde vrijstelling eindigt twee maanden voor het tijdstip waarop de in het eerste lid bedoelde opleiding of scholing naar verwachting zal eindigen, tenzij de scholing, blijkens een intentieverklaring van de toekomstige werkgever, een reëel uitzicht geeft op een op de scholing aansluitende dienstbetrekking van dezelfde of grotere omvang dan de scholing en met een duur van ten minste zes maanden.

3.

De uitkeringsgerechtigde die werkzaamheden verricht op een proefplaats als bedoeld in artikel 76a van de WW, artikel 52e van de ZW of artikel 37 van de Wet WIA, is vrijgesteld van de verplichtingen, bedoeld in de artikel 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, 2° en 4°, van de WW, 30, eerste lid, van de ZW, of 30, eerste lid, van de Wet WIA, voorzover het andere werkzaamheden betreft dan die op de proefplaats.

Artikel 7. Vrijstelling om andere redenen

Van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, 2° en 4° en 26, eerste lid, onderdelen d, f, en g, van de WW, 14, tweede lid, onderdeel b, en 15, onderdelen a tot en met e, van de IOW, 30, eerste lid, van de ZW en 30, eerste lid, van de Wet WIA, is vrijgesteld de uitkeringsgerechtigde die de leeftijd heeft bereikt waarop hij binnen een jaar de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet.

Artikel 8. Overgangsbepaling in verband met de Werkloosheidswet
1.

Van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, 2° en 4°, en 26, eerste lid, onderdelen d, f en g, van de WW, is vrijgesteld de werknemer:

Artikel 9. Intrekken Regeling vrijstelling verplichtingen WW
2.

Vrijstellingen die voor inwerkingtreding van deze regeling zijn verleend op grond van de Regeling vrijstelling verplichtingen WW, worden geacht vrijstellingen te zijn op grond van deze regeling.

Artikel 10. Wijziging van andere regelingen
1.

Wijzigt de Vakantieregeling WW.

2.

Wijzigt de Regeling herlevingstermijn WW.

Artikel 11. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 29 december 2005.

Artikel 12. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vrijstelling verplichtingen sociale zekerheidswetten.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 2a. Vrijstelling in verband met pensioen, prepensioen of verlof
1.

Van de verplichtingen, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de Wet WIA is vrijgesteld de persoon die met verlof is dan wel die pensioen of prepensioen ontvangt.

2.

Van de verplichtingen bedoeld in de artikelen 14, tweede lid, onderdeel b, en 15, onderdelen a tot en met e, van de IOW is vrijgesteld de persoon die met verlof is.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 1a. Aanvulling wettelijke grondslag

Deze regeling berust mede op de artikelen 16, eerste lid, van de IOW, 19, achtste lid, van de WW en 30aa, tweede lid, van de ZW.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 6a. Vrijstelling Wajongers tijdens studie of scholing

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 6b. Vrijstelling in verband met een werkweek met evenveel uren als het gemiddeld aantal arbeidsuren
1.

Van de verplichtingen, bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, 2° en 4°, van de WW, is de werknemer drie maanden vrijgesteld indien hij evenveel:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.