Regeling van 21 december 2005, nr. DJZ/BR/1307-2005, houdende nadere regels met betrekking tot de verstrekking van subsidies door de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking (Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-04-21
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 2 en 3 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;

Besluiten:

Afdeling 1. Algemeen

Paragraaf 1. Begripsomschrijving

Artikel 1.1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Afdeling 2. Mensenrechten, goed bestuur, internationale rechtsorde, internationale samenwerking

Paragraaf 1. Mensenrechten

Artikel 2.1

De Minister kan subsidie verstrekken voor activiteiten die niet op grond van een van de overige bepalingen van deze regeling voor subsidie in aanmerking kunnen komen en die strekken tot of dienstig zijn aan de bevordering van de naleving van mensenrechten.

Paragraaf 2. Maatschappelijke transformatie

Artikel 2.2

De minister kan met het oog op de bevordering van de sociale en politieke aspecten van transformatieprocessen naar een democratisch en marktgeoriënteerd bestel subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die niet op grond van een van de overige bepalingen van deze regeling voor subsidie in aanmerking kunnen komen en die strekken tot of dienstig zijn aan:

Artikel 2.3

Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in artikel 2.2, komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van:

Paragraaf 3. Internationale rechtsorde, multilaterale samenwerking, bilaterale betrekkingen, overige activiteiten

Artikel 2.4

De minister kan subsidie verstrekken voor activiteiten die niet op grond van een van de overige bepalingen van deze regeling voor subsidie in aanmerking kunnen komen en die strekken tot of dienstig zijn aan de ontwikkeling en uitvoering van het beleid van de minister op het gebied van:

Paragraaf 4. Vrede en Veiligheid

Artikel 2.5

De minister kan subsidie verstrekken voor activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan de ontwikkeling en uitvoering van het beleid van de minister op het gebied van vrede, veiligheid en rechtsorde.

Afdeling 3. Noodhulp, conflictbeheersing

Artikel 3.1

De minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan het lenigen, beperken of voorkomen van menselijke noden ten gevolge van conflicten, natuurrampen of andere noodsituaties.

Artikel 3.2

Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in artikel 3.1, komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van:

Artikel 3.3

Vervallen

Artikel 3.4

Voor subsidieverlening op grond van deze afdeling komen uitsluitend in aanmerking rechtspersonen die:

Artikel 3.5

In aanvulling op artikel 3.2 blijkt uit aanvragen om subsidie op grond van deze afdeling dat:

Artikel 3.6

Aanvragen zullen mede worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

Afdeling 3. Noodhulp en personele veiligheid

Paragraaf 1. Thematische medefinanciering; algemeen

Artikel 4.1

Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

Paragraaf 1. Medefinanciering; activiteiten

Artikel 4.2
1.

De minister kan subsidie verlenen voor activiteiten die strekken tot of bijdragen aan de capaciteitsversterking van, dienstverlening door en het voeren van dialoog door maatschappelijke organisaties in of voor lage- en middeninkomenslanden om beleidsdoelstellingen te behalen op een van de volgende thema’s:

2.

De minister kan subsidie verlenen voor activiteiten die strekken tot of bijdragen aan het stimuleren van Nederlandse particuliere ontwikkelingsinitiatieven, uitgezonderd activiteiten gericht op beleidsbeïnvloeding in Nederland en activiteiten gericht op beleidsbeïnvloeding op internationaal niveau.

3.

Voor subsidie als bedoeld in het eerste en tweede lid kunnen alleen maatschappelijke organisaties in aanmerking komen.

Paragraaf 2. Personele veiligheid

Artikel 4.3
1.

Met het oog op en passend binnen de doelstelling, bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, komen op de in dat lid genoemde thema’s respectievelijk voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van:

2.

Met het oog op en passend binnen de doelstelling, bedoeld in artikel 4.2, tweede lid, komen in aanmerking voor subsidie: activiteiten gericht op het versterken van de mate waarin Nederlandse particuliere ontwikkelingsinitiatieven in staat zijn om een bijdrage te leveren aan het behalen van de duurzame ontwikkelingsdoelen.

Paragraaf 3. Uitgesloten activiteiten

Artikel 4.4

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 4.3 geldt in ieder geval dat activiteiten niet in strijd zijn met universele mensenrechten en:

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 4.5
1.

De beoordeling in de eerste fase omvat naast een toets aan de criteria, genoemd in artikel 4.3, een beoordeling van de kwaliteit van de aanvraag aan de hand van een trackrecord en een theory of change.

2.

Het trackrecord omvat een feitelijk onderbouwde beschrijving van de ervaring en de bereikte resultaten van de organisatie of de alliantie op het terrein van pleiten en beïnvloeden.

3.

De theory of change omvat in elk geval de visie van de organisatie of de alliantie op de in het kader van het strategisch partnerschap beoogde maatschappelijke veranderingen en haar rol daarin, de daaraan ten grondslag liggende analyse, de daartoe voorgenomen interventies, de wijze waarop de effecten en resultaten daarvan worden vastgesteld, een beschrijving van de factoren die bepalend zijn voor succes en de gesignaleerde risico’s alsmede de voorgenomen maatregelen om de risico’s te beperken.

Artikel 4.6

De beoordeling in de tweede fase vindt plaats aan de hand van een binnen het raam van het strategisch partnerschap door de organisatie of de alliantie geformuleerd programmavoorstel.

Artikel 4.7

Aan de subsidieverstrekking kan de voorwaarde worden verbonden dat ten aanzien van een deel van de verstrekte subsidie een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht tot stand komt.

Artikel 4.8
1.

De minister kan voorts in afwijking van paragraaf 1 subsidie verlenen voor activiteiten op het terrein van een of meer van de thema’s, genoemd in artikel 4.1, tweede lid.

2.

Deze afdeling is niet van toepassing op subsidies voor activiteiten op het terrein van een of meer van de thema’s, genoemd in artikel 4.1, tweede lid, verstrekt door een Nederlandse vertegenwoordiging namens de minister.

Artikel 4.9

Vervallen

Artikel 4.10

Met het oog op en binnen het raam van de doelstelling, genoemd in artikel 4.1, omvat het thema milieu en water activiteiten die betrekking hebben op de ecologische component van duurzame ontwikkeling onder meer door de integratie van milieu in het beleid van ontwikkelingslanden en de opbouw van de daartoe benodigde capaciteit.

Artikel 4.11

Met het oog op en binnen het raam van de doelstelling, genoemd in artikel 4.1, omvat het thema gendergelijkheid activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.