Regeling van 21 december 2005, nr. DJZ/BR/1307-2005, houdende nadere regels met betrekking tot de verstrekking van subsidies door de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking (Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006)
Gelet op de artikelen 2 en 3 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;
Besluiten:
Afdeling 1. Algemeen
Paragraaf 1. Begripsomschrijving
Artikel 1.1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. ontwikkelingslanden: landen, vermeld in de door het Development Assistence Committee (DAC) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) meest recent vastgestelde List of Recipients of Official Development Assistence;
- b. Kaderwet: Kaderwet subsidies Ministerie van Buitenlandse Zaken;
- c. Subsidiebesluit: Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Afdeling 2. Mensenrechten, goed bestuur, internationale rechtsorde, internationale samenwerking
Paragraaf 1. Mensenrechten
Artikel 2.1
De Minister kan subsidie verstrekken voor activiteiten die niet op grond van een van de overige bepalingen van deze regeling voor subsidie in aanmerking kunnen komen en die strekken tot of dienstig zijn aan de bevordering van de naleving van mensenrechten.
Paragraaf 2. Maatschappelijke transformatie
Artikel 2.2
De minister kan met het oog op de bevordering van de sociale en politieke aspecten van transformatieprocessen naar een democratisch en marktgeoriënteerd bestel subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die niet op grond van een van de overige bepalingen van deze regeling voor subsidie in aanmerking kunnen komen en die strekken tot of dienstig zijn aan:
- a. vestiging en versterking van pluriforme, democratische rechtsstaten;
- b. de opbouw van een maatschappelijke middenveld of ‘civil society’;
- c. het proces van toetreding tot de Europese Unie; of
- d. de versterking van centrale overheden.
Artikel 2.3
Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in artikel 2.2, komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van:
- a. de mondigheid en organisatiegraad van burgers, de pluriformiteit van maatschappelijke organisaties, de mogelijkheden tot betrokkenheid van burgers bij de inrichting van hun maatschappij en het particulier initiatief;
- b. het functioneren van de rechtsstaat, de kwaliteit van wetgeving, rechtshandhaving en rechtspraak en de rechtsbescherming van burgers;
- c. het democratisch gehalte en verbetering van het functioneren van overheden, de transparantie van overheidsoptreden en de toegankelijkheid van de overheid voor burgers;
- d. het toerusten van centrale en decentrale overheden voor hun rol in toetreding tot de Europese Unie en de bevordering van de aanpassingen die daartoe nodig zijn;
- e. de structuur, capaciteit, kwaliteit en bestuurskracht van centrale overheden; of
- f. kennisoverdracht, het financieel ondersteunen van studerenden en de ontwikkeling en uitvoering van opleidingen, cursussen, trainingen en stages.
Paragraaf 3. Internationale rechtsorde, multilaterale samenwerking, bilaterale betrekkingen, overige activiteiten
Artikel 2.4
De minister kan subsidie verstrekken voor activiteiten die niet op grond van een van de overige bepalingen van deze regeling voor subsidie in aanmerking kunnen komen en die strekken tot of dienstig zijn aan de ontwikkeling en uitvoering van het beleid van de minister op het gebied van:
- a. het milieu;
- b. de internationale rechtsorde;
- c. internationale juridische en justitiële samenwerking;
- d. de bevordering van de multilaterale samenwerking;
- e. de verbetering van bilaterale betrekkingen; of
- f. de bevordering van de Nederlandse en internationale veiligheid.
Paragraaf 4. Vrede en Veiligheid
Artikel 2.5
De minister kan subsidie verstrekken voor activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan de ontwikkeling en uitvoering van het beleid van de minister op het gebied van vrede, veiligheid en rechtsorde.
Afdeling 3. Noodhulp, conflictbeheersing
Artikel 3.1
De minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan het lenigen, beperken of voorkomen van menselijke noden ten gevolge van conflicten, natuurrampen of andere noodsituaties.
Artikel 3.2
Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in artikel 3.1, komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van:
- a. directe hulpverlening ter voorziening van de primaire behoeften van slachtoffers, meer in het bijzonder de meest kwetsbaren onder hen, op het terrein van:
- –. Bescherming;
- –. emergency shelter;
- –. voedselzekerheid;
- –. voeding;
- –. sanitaire voorzieningen, water en hygiëne;
- –. gezondheid;
- –. non-formal education;
- –. noodtelecommunicatie;
- –. logistiek;
- –. camp management en coördinatie;
- b. versterking van de institutionele capaciteit, waaronder deskundigheidsbevordering, internationaal, in Nederland en in getroffen of kwetsbare gebieden, gericht op de leniging van acute menselijke noden en op het voorbereid zijn op rampen;
- c. bevordering van de doelgerichtheid en doelmatigheid van de hulpverlening, en
- d. beperking van humanitaire nood en materiële schade ten gevolge van rampen,
Artikel 3.3
Vervallen
Artikel 3.4
Voor subsidieverlening op grond van deze afdeling komen uitsluitend in aanmerking rechtspersonen die:
- a. naar doelstelling en feitelijke werkzaamheden gericht zijn op een breed scala van werkzaamheden;
- b. wat betreft hulpverlening in noodsituaties aangesloten zijn bij en handelen overeenkomstig de Code of Conduct for the International Red Cross and Red Crescent Movement and Non-Governmental Organizations in Disaster Relief of een daaraan gelijkwaardige gedragscode;
- c. beschikken over ervaring en een goede staat van dienst in het desbetreffende gebied;
- d. beschikken over aantoonbare kennis en expertise met de desbetreffende problematiek;
- e. beschikken over voldoende organisatorische en implementatiecapaciteit en
- f. in voorkomend geval zelf of door tussenkomst van een lokale partner actief betrokken zijn bij het lokale coördinatiemechanisme van de Verenigde Naties met betrekking tot humanitaire hulp.
Artikel 3.5
In aanvulling op artikel 3.2 blijkt uit aanvragen om subsidie op grond van deze afdeling dat:
- a. de activiteiten voldoen aan internationaal gangbare humanitaire hulpprincipes;
- b. de activiteiten gekoppeld zijn aan duidelijk en realistisch omschreven resultaten, doelen, instrumenten en indicatoren;
- c. de begroting duidelijk en sluitend is en gekoppeld is aan de activiteiten.
Artikel 3.6
Aanvragen zullen mede worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
- a. snelheid, aard, schaal en aansluiting van de voorgestelde interventie op geïdentificeerde noden;
- b. spreiding van donoractiviteiten in relatie tot geïdentificeerde noden;
- c. daar waar sprake is van een langdurige crisis heeft voortzetting van adequaat uitgevoerde relevante activiteiten prioriteit boven subsidiëring van nieuwe activiteiten;
- d. het vermijden van negatieve effecten van humanitaire hulp, mede met het oog op de duurzaamheid van de resultaten, alsmede
- e. complementariteit en toegevoegde waarde ten opzichte van andere initiatieven in hetzelfde gebied.
Afdeling 3. Noodhulp en personele veiligheid
Paragraaf 1. Thematische medefinanciering; algemeen
Artikel 4.1
Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:
- –. duurzame ontwikkelingsdoelen: de door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 25 september 2015 in resolutie A/RES/70/1 vastgestelde duurzame ontwikkelingsdoelen;
- –. lage- en middeninkomenslanden: landen die als zodanig zijn vermeld in de door het Development Assistence Committee (DAC) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) meest recent vastgestelde List of Recipients of Official Development Assistence;1Zie de OESO DAC landenlijst
- –. lokale maatschappelijke organisatie: een maatschappelijke organisatie die statutair is gevestigd in een laag- of middeninkomensland en opereert op regionaal, nationaal of sub-nationaal niveau en zich richt op regionale, nationale en/of sub-nationale kwesties;
- –. maatschappelijke organisatie: een niet op winst gerichte, niet aan een overheidsinstantie statutair of feitelijk verbonden organisatie met een maatschappelijk oogmerk, beschikkend over rechtspersoonlijkheid naar burgerlijk recht, die niet door een overheidsinstantie is opgericht, of die na oprichting door een overheidsinstantie geheel verzelfstandigd is.
Paragraaf 1. Medefinanciering; activiteiten
Artikel 4.2
De minister kan subsidie verlenen voor activiteiten die strekken tot of bijdragen aan de capaciteitsversterking van, dienstverlening door en het voeren van dialoog door maatschappelijke organisaties in of voor lage- en middeninkomenslanden om beleidsdoelstellingen te behalen op een van de volgende thema’s:
- a). bestrijden van HIV/Aids;
- b). tegengaan van schadelijke praktijken;
- c). bevorderen van schone en eerlijke handel;
- d). stimuleren van vrouwelijk ondernemerschap;
- e). tegengaan van geweld tegen vrouwen en steun aan vrouwenrechtenverdedigers;
- f). versterken van de positie van vrouwen in vrede- en veiligheidsprocessen; of
- g). beschermen en promoten van mensenrechten en fundamentele vrijheden van religieuze minderheden en lhbtiq+ personen.
De minister kan subsidie verlenen voor activiteiten die strekken tot of bijdragen aan het stimuleren van Nederlandse particuliere ontwikkelingsinitiatieven, uitgezonderd activiteiten gericht op beleidsbeïnvloeding in Nederland en activiteiten gericht op beleidsbeïnvloeding op internationaal niveau.
Voor subsidie als bedoeld in het eerste en tweede lid kunnen alleen maatschappelijke organisaties in aanmerking komen.
Paragraaf 2. Personele veiligheid
Artikel 4.3
Met het oog op en passend binnen de doelstelling, bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, komen op de in dat lid genoemde thema’s respectievelijk voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van:
- a). verbetering van de preventie en toegang tot de behandeling van HIV/Aids voor vrouwen, meisjes en kwetsbare groepen;
- b). verbetering van de preventie van schadelijke praktijken en verbeterde zorg voor de gevolgen van dergelijke praktijken;
- c). verbetering van arbeidsrechten en -omstandigheden en tegengaan van ontbossing en vervuiling in ontwikkelingslanden;
- d). versterking van de economische positie van vrouwelijkeondernemers;
- e). bestrijding van geweld tegen vrouwen en meisjes, verbeterde toegang tot zorg voor vrouwen en meisjes die slachtoffer zijn van geweld, en ondersteuning van vrouwenrechtenverdedigers en vrouwelijke mensenrechtenactivisten;
- f). versterking van de positie van vrouwen in vredes- en veiligheidsprocessen en de bescherming en reïntegratie van slachtoffers van conflictgerelateerd seksueel geweld; of
- g). bevordering van de vrijheid van religie en levensovertuiging en de bescherming van religieuze minderheden, alsmede de bevordering en bescherming van gelijke rechten voor lhbtiq+-personen.
Met het oog op en passend binnen de doelstelling, bedoeld in artikel 4.2, tweede lid, komen in aanmerking voor subsidie: activiteiten gericht op het versterken van de mate waarin Nederlandse particuliere ontwikkelingsinitiatieven in staat zijn om een bijdrage te leveren aan het behalen van de duurzame ontwikkelingsdoelen.
Paragraaf 3. Uitgesloten activiteiten
Artikel 4.4
Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 4.3 geldt in ieder geval dat activiteiten niet in strijd zijn met universele mensenrechten en:
- a. gericht zijn op versterking van de capaciteit van lokale maatschappelijke organisaties om hun dienstverlening en dialoog te verbeteren met dien verstande dat dialoog betrekking heeft op dialoog in of voor lage- en middeninkomenslanden op internationaal, regionaal, nationaal of sub-nationaal niveau, onverminderd het bepaalde in artikel 4.2, eerste en tweede lid.
- b. bijdragen aan lokaal eigenaarschap van lokale maatschappelijke organisaties; en
- c. bijdragen aan de gelijke rechten van vrouwen en meisjes en aan gelijke deelname van vrouwen en meisjes aan de samenleving in lage- en middeninkomenslanden.
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 4.5
De beoordeling in de eerste fase omvat naast een toets aan de criteria, genoemd in artikel 4.3, een beoordeling van de kwaliteit van de aanvraag aan de hand van een trackrecord en een theory of change.
Het trackrecord omvat een feitelijk onderbouwde beschrijving van de ervaring en de bereikte resultaten van de organisatie of de alliantie op het terrein van pleiten en beïnvloeden.
De theory of change omvat in elk geval de visie van de organisatie of de alliantie op de in het kader van het strategisch partnerschap beoogde maatschappelijke veranderingen en haar rol daarin, de daaraan ten grondslag liggende analyse, de daartoe voorgenomen interventies, de wijze waarop de effecten en resultaten daarvan worden vastgesteld, een beschrijving van de factoren die bepalend zijn voor succes en de gesignaleerde risico’s alsmede de voorgenomen maatregelen om de risico’s te beperken.
Artikel 4.6
De beoordeling in de tweede fase vindt plaats aan de hand van een binnen het raam van het strategisch partnerschap door de organisatie of de alliantie geformuleerd programmavoorstel.
Artikel 4.7
Aan de subsidieverstrekking kan de voorwaarde worden verbonden dat ten aanzien van een deel van de verstrekte subsidie een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht tot stand komt.
Artikel 4.8
De minister kan voorts in afwijking van paragraaf 1 subsidie verlenen voor activiteiten op het terrein van een of meer van de thema’s, genoemd in artikel 4.1, tweede lid.
Deze afdeling is niet van toepassing op subsidies voor activiteiten op het terrein van een of meer van de thema’s, genoemd in artikel 4.1, tweede lid, verstrekt door een Nederlandse vertegenwoordiging namens de minister.
Artikel 4.9
Vervallen
Artikel 4.10
Met het oog op en binnen het raam van de doelstelling, genoemd in artikel 4.1, omvat het thema milieu en water activiteiten die betrekking hebben op de ecologische component van duurzame ontwikkeling onder meer door de integratie van milieu in het beleid van ontwikkelingslanden en de opbouw van de daartoe benodigde capaciteit.
Artikel 4.11
Met het oog op en binnen het raam van de doelstelling, genoemd in artikel 4.1, omvat het thema gendergelijkheid activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.