Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 16 januari 2006, nr. TRCJZ/2006/99, houdende regels met betrekking tot de werkzaamheden van de Raad voor plantenrassen (Regeling werkzaamheden Raad voor plantenrassen)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 6, tweede, derde en vierde lid, 49, zevende lid en 72 van de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 en gelet op artikel 1, onderdeel e, 7, eerste en tweede lid, 8, 9, eerste en derde lid, 12, derde lid, 16, derde lid, 17, 19, tweede lid, 22, tweede lid, en 23 van het Besluit werkzaamheden Raad voor plantenrassen;

Besluit:

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 in werking treedt.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1
1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

2.

Een hybride ras als bedoeld in artikel 1, aanhef, onderdeel e, van het besluit is het product van een bewuste, voor elke zaadproductie herhaalde kruising tussen twee of meer ouderlijnen die hiertoe afzonderlijk in stand gehouden worden.

Hoofdstuk 2. Het rassenregister

Artikel 2
1.

Bij inschrijving in het rassenregister kan aantekening worden gedaan van de cultuur- en gebruikswaarde-aspecten die gebleken zijn uit het onderzoek, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onderdeel b, van de wet voor:

2.

Bij inschrijving in het rassenregister kan bij rassen van bosbouwgewassen, als opgenomen in bijlage I van richtlijn (EG) 1999/105, aantekening worden gedaan van cultuur- en gebruikswaarde-aspecten die gebleken zijn bij de inspectie, beoordeling of test, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van het besluit.

3.

Voor zover rassen worden toegelaten overeenkomstig de artikelen 8 en 10 van het besluit wordt het technisch onderzoek tot vaststelling van de cultuur- en gebruikswaarde-aspecten uitgevoerd op verzoek en op kosten van de aanvrager tot toelating.

Hoofdstuk 3. De toelating van rassen en opstanden

Artikel 3

De groentegewassen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het besluit, zijn de gewassen zoals opgenomen in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van richtlijn (EG) 2002/55.

Artikel 4

De landbouwgewassen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van het besluit, zijn de gewassen als opgenomen in de richtlijnen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van richtlijn (EG) 2002/53.

Artikel 5
1.

De bosbouwgewassen, bedoeld in artikel 10 van het besluit, zijn de gewassen als opgenomen in bijlage I van richtlijn (EG) 1999/105.

2.

Als opstand van bekende origine worden uitsluitend autochtone opstanden als bedoeld in artikel 2, onderdeel d, subonderdeel i, van richtlijn (EG) 1999/105 bestaande uit ten minste dertig individuen van het desbetreffende geslacht toegelaten.

Artikel 6

Artikel 8, derde lid, van het besluit is van toepassing op de toelating van rassen van cichorei voor de industrie.

Artikel 7
1.

Degene die in verband met de aanvraag tot toelating van een ras van een groentegewas, onderscheidenlijk een landbouwgewas, heeft verklaard het desbetreffende ras in stand te houden, houdt een administratie bij aan de hand waarvan de instandhouding op enig moment gecontroleerd kan worden.

2.

In deze administratie zijn gegevens opgenomen die betrekking hebben op de productie van alle aan het basiszaad of basispootgoed voorafgaande generaties.

Artikel 8
1.

De toelating van een ras als bedoeld in richtlijn (EG) 2001/18 kan worden gewijzigd ingeval de voorwaarden verbonden aan de toestemming, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van het besluit, om dat materiaal in de handel te brengen worden gewijzigd.

2.

De toelating van een ras of een opstand wordt ingetrokken ingeval de toestemming om dat materiaal in de handel te brengen wordt ingetrokken.

Artikel 9

Voor rassen van groentegewassen waarvan het zaad slechts als standaardzaad kan worden gecontroleerd, kunnen door de aanvrager uitgevoerd onderzoek en bij de teelt opgedane praktische ervaringen in aanmerking worden genomen in samenhang met de resultaten van een onderzoek door een door de Raad aangewezen instelling als bedoeld in artikel 16, derde lid, van het besluit.

Artikel 10
1.

Het onderzoek, bedoeld in artikel 16 van het besluit, wordt bij rassen van groentegewassen uitgevoerd overeenkomstig de voorschriften bedoeld in:

2.

Het technisch onderzoek, bedoeld in artikel 16 van het besluit, wordt bij rassen van groentegewassen die niet zijn opgenomen in de bijlagen, bedoeld in het eerste lid, voor wat betreft de vaststelling van de onderscheidbaarheid, bestendigheid en homogeniteit uitgevoerd overeenkomstig de voor de desbetreffende gewassen opgestelde protocollen, bedoeld in artikel 18 van het besluit.

Artikel 11
1.

Het technisch onderzoek, bedoeld in artikel 16 van het besluit, wordt bij rassen van landbouwgewassen uitgevoerd overeenkomstig:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.