Regeling van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie van 14 februari 2006, nr. 5403489/06, tot vaststelling van het examenprogramma voor het basisexamen inburgering (Examenprogramma basisexamen inburgering)
Handelende in overeenstemming met de Minister van Buitenlandse Zaken;
Gelet op artikel 3.98a, derde en zesde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000;
Besluit:
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering in het buitenland (Stb. 2006/28) in werking treedt.
Artikel 1
Het examenprogramma voor de vereiste lees-, luister- en spreekvaardigheid, bedoeld in artikel 3.98a, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, en het examenprogramma voor de vereiste kennis van de Nederlandse samenleving, bedoeld in artikel 3.98a, zesde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, worden vastgesteld als in de bijlage van deze regeling is aangegeven.
Artikel 2
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering in het buitenland in werking treedt.
Artikel 3
Deze regeling wordt aangehaald als: Examenprogramma basisexamen inburgering.
Bijlage. Examenprogramma basisexamen inburgering
Het basisexamen inburgering heeft tot doel na te gaan of personen die in aanmerking willen komen voor een machtiging tot voorlopig verblijf voldoen aan de eisen op het gebied van de beheersing van de Nederlandse taal en van kennis van de Nederlandse samenleving. In het basisexamen inburgering worden getoetst:
- a. de leesvaardigheid in het Nederlands;
- b. de spreekvaardigheid in het Nederlands;
- c. de kennis van de Nederlandse samenleving.
Het examenprogramma is een uitwerking van de examenstof zoals omschreven in het advies over het niveau van het basisexamen inburgering in het buitenland van de Adviescommissie Normering Inburgeringseisen en de maatregelen uit de brief aan de Tweede Kamer inzake Huwelijks- en gezinsmigratie (2 oktober 2009, Kamerstukken II, 2009-2010, 32 175, nr. 1).
De examenonderdelen leesvaardigheid, spreekvaardigheid en kennis van de Nederlandse samenleving kunnen worden afgenomen in één zitting maar kunnen vanaf 1 november 2014 ook afzonderlijk worden afgenomen. Alle drie de examenonderdelen worden afgenomen met behulp van een computer. De opgaven worden in het Nederlands gepresenteerd. De antwoorden van de kandidaten worden automatisch opgeslagen.
De examenonderdelen leesvaardigheid en kennis van de Nederlandse samenleving bestaan uit meerkeuzevragen en worden automatisch door de computer beoordeeld. Het examenonderdeel spreekvaardigheid wordt beoordeeld door gecertificeerde menselijke beoordelaars.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt bij het vaststellen van de examenonderdelen en de daarbij behorende beoordeling, de cesuur vast.
Een kandidaat is geslaagd voor het basisexamen wanneer hij voor alle drie examenonderdelen een voldoende heeft behaald. Indien voor een of meer van de examenonderdelen een onvoldoende is behaald, dan kan de kandidaat het betreffende examenonderdeel of de betreffende onderdelen opnieuw afleggen. Dit is alleen van toepassing op kandidaten die op of na 1 november 2014 examen doen.
Met het examenonderdeel leesvaardigheid wordt gemeten in hoeverre kandidaten het Latijnse schrift beheersen en geschreven Nederlands kunnen lezen en begrijpen. De items worden geselecteerd uit een grote itembank, zodanig dat elke kandidaat een verschillende combinatie van opgaven krijgt voorgelegd. Het examenonderdeel Leesvaardigheid bestaat uit twee delen:
- A. Technische leesvaardigheid Dit onderdeel wordt op twee manieren getoetst. In de ene vorm hoort de kandidaat een woord, getal of zin en moet hij kiezen uit drie of vier geschreven antwoordmogelijkheden. In de andere vorm ziet/leest de kandidaat een woord en moet hij kiezen uit drie of vier gesproken antwoordmogelijkheden. De kandidaat moet het juiste antwoord met de muis selecteren.
- B. Functionele leesvaardigheid Bij dit onderdeel krijgt de kandidaat op het scherm zes leesteksten te zien, gekoppeld aan de domeinen werk, opleiding en dagelijks leven uit het Raamwerk NT2. Per leestekst krijgt de kandidaat telkens twee meerkeuzevragen met drie of vier antwoordmogelijkheden. De kandidaat moet het juiste antwoord met de muis selecteren.
De kandidaat krijgt 35 minuten de tijd om het examen te maken.
Het examenonderdeel leesvaardigheid wordt automatisch beoordeeld. Een kandidaat is geslaagd als hij een voldoende haalt.
Met het examenonderdeel spreekvaardigheid wordt gemeten in hoeverre kandidaten Nederlands kunnen spreken. Kandidaten moeten tien vragen beantwoorden en twaalf gesproken zinnen afmaken. Het examenonderdeel Spreekvaardigheid bestaat uit twee delen:
- A. Vraag en antwoord De kandidaat krijgt vragen en dient hierbij zelf zijn antwoorden te formuleren. De vragen in dit onderdeel zijn functioneel van karakter, het zijn vragen die kandidaten ook in het dagelijks leven zouden kunnen tegenkomen.
- B. Zinnen afmaken De kandidaat hoort een korte zin, gevolgd door het eerste gedeelte van een zin die door de kandidaat aangevuld moet worden. Een afbeelding op het scherm geeft hulp bij de interpretatie van de situatie die in de eerste zin wordt geschetst.
De kandidaat krijgt 30 minuten de tijd om het examen te maken.
Het examenonderdeel spreekvaardigheid wordt met een gestandaardiseerd beoordelingsmodel door twee gecertificeerde personen beoordeeld. Een kandidaat is geslaagd als hij een voldoende haalt.
Met het examenonderdeel Kennis van de Nederlandse Samenleving wordt gemeten in hoeverre kandidaten basiskennis hebben van Nederland en de Nederlandse samenleving. Een kandidaat hoort en ziet vragen, met daarbij twee antwoordmogelijkheden. De vragen zijn voorzien van bijbehorende foto’s. Dit betreffen foto’s van beelden uit de film ‘Naar Nederland’.
De kandidaat kan kennis nemen van alle vragen uit de totale verzameling van de vragen via het zelfstudiepakket ‘Naar Nederland’. Met de gelijknamige film, het fotoboek en de bijbehorende DVD in dit pakket kunnen kandidaten zich voorbereiden op het examen.
De vragen hebben betrekking op zeven onderwerpen, die ook als zodanig in de film ‘Naar Nederland’ voorkomen:
-
- Nederland: geografie, vervoer en wonen In dit onderdeel komen onder meer aan bod: de ligging van Nederland in de wereld, de ligging van Nederland in Europa, de ligging van Nederland t.o.v. de zeespiegel, de oppervlakte van Nederland, de bevolkingsdichtheid van Nederland, de wegen in Nederland, de vervoermiddelen in Nederland, de woningen in Nederland.
-
- Geschiedenis In dit onderdeel komen onder meer aan bod: Willem van Oranje, de tachtigjarige oorlog, de Gouden Eeuw en de VOC, de Eerste Wereldoorlog, de Tweede Wereldoorlog, enkele naoorlogse ontwikkelingen.
-
- De Nederlandse taal en het belang van het leren ervan In dit onderdeel komen onder meer aan bod: de Nederlandse taal, lesmethoden, volwassenenonderwijs.
-
- Opvoeding en onderwijs In dit onderdeel komen onder meer aan bod: Nederlandse opvoedmethoden, verantwoordelijkheid voor kinderen, onderwijsvormen.
-
- Gezondheidszorg In dit onderdeel komen onder meer aan bod: verplichte ziektekostenverzekering, huisarts en gespecialiseerde artsen, consultatiebureau.
-
- Werk en inkomen In dit onderdeel komen onder meer aan bod: wie werken er in Nederland, wanneer en waar moet je werk zoeken, in welke sectoren is er werk, regels sollicitatiegesprek in Nederland.
De kandidaat krijgt 30 minuten de tijd om het examen te maken.
Het examenonderdeel kennis van de Nederlandse samenleving wordt automatisch beoordeeld. Een kandidaat is geslaagd als hij een voldoende haalt.
Examenstof
Het basisexamen inburgering heeft tot doel na te gaan of personen die in aanmerking willen komen voor een machtiging tot voorlopig verblijf voldoen aan de eisen op het gebied van de beheersing van de Nederlandse taal en van kennis van de Nederlandse samenleving. In het basisexamen inburgering worden onderzocht:
Het examenprogramma is een uitwerking van de examenstof zoals omschreven in het advies over het niveau van het basisexamen inburgering in het buitenland van de Adviescommissie Normering Inburgeringseisen en de maatregelen uit de brief aan de Tweede Kamer inzake Huwelijks- en gezinsmigratie (2 oktober 2009, Kamerstukken II, 2009-2010, 32175, nr. 1).
Afnamecondities
De examenonderdelen leesvaardigheid, luister- en spreekvaardigheid en kennis van de Nederlandse samenleving worden afgenomen in één zitting. Alle drie de examenonderdelen worden afgenomen door middel van een telefonische verbinding met een geautomatiseerd systeem. De opgaven worden mondeling of schriftelijk (examenonderdeel leesvaardigheid) in het Nederlands gepresenteerd. De antwoorden van de kandidaten worden automatisch opgeslagen.
Beoordeling
Het examenwerk voor de drie examenonderdelen wordt beoordeeld door middel van automatische scoring. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt bij het vaststellen van de examens en de daarbij behorende beoordeling, de cesuur vast.
De kandidaat is geslaagd voor het basisexamen inburgering indien het resultaat voor alle drie de onderdelen van het examen voldoende is.
Het resultaat van het basisexamen inburgering wordt in de gevallen waarin niet door middel van het geautomatiseerde systeem tot een beoordeling kan worden gekomen, beoordeeld door examinatoren.
Leesvaardigheid
De inhoud van het examen
Met het examenonderdeel leesvaardigheid wordt gemeten in hoeverre kandidaten het Latijnse schrift beheersen en geschreven Nederlands kunnen lezen en begrijpen. Het examenonderdeel bevat in totaal 55 items. De items worden willekeurig geselecteerd uit een grote itembank, zodanig dat elke kandidaat een verschillende set items krijgt voorgelegd. In het kader van het onderhoud van de itembank is een aantal items in het examen opgenomen dat niet meetelt voor de uitslag. Het examenonderdeel leesvaardigheid bestaat uit 5 delen:
Het examenonderdeel bevat in totaal 50 items. De items worden per soort opgave willekeurig geselecteerd uit een grote itembank, zodanig dat elke kandidaat een verschillende set items krijgt voorgelegd. Het examenonderdeel luister- en spreekvaardigheid bestaat uit 5 delen.
Duur van het examen
Het examenonderdeel luister- en spreekvaardigheid duurt ongeveer 15 minuten.
De beoordeling van het examenwerk
De antwoorden van de kandidaten worden beoordeeld op de volgende aspecten:
De uitslag
De totaalscores van kandidaten voor het examenonderdeel Luister- en spreekvaardigheid worden gerelateerd aan het Europees Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen (Common European Framework of Reference). Het examenonderdeel luister- en spreekvaardigheid heeft een bereik van géén mondelinge beheersing van het Nederlands tot en met volledige mondelinge beheersing van het Nederlands. Dit verklaart de verschillen in moeilijkheidsgraad van de items. Om een ‘voldoende’ te behalen voor het basisexamen inburgering moet de kandidaat een score behalen die aantoont dat de kandidaat minimaal beheersingsniveau A1-min bereikt heeft. Beheersing van niveau A1-min betekent dat de kandidaat de volgende taalhandelingen kan verrichten:
De totaalscores van een kandidaat voor het examenonderdeel leesvaardigheid worden gerelateerd aan het Europees Raamwerk voor moderne Talen (Common European Framework of Reference for modern languages). Dit examenonderdeel heeft een bereik van geen leesvaardigheid tot en met niveau A1 leesvaardigheid van het Europees Raamwerk. Dit verklaart de verschillen in moeilijkheidsgraad van de items. Om een ‘voldoende’ te behalen voor het onderdeel leesvaardigheid van het basisexamen inburgering moet de kandidaat een score behalen die aantoont dat de kandidaat minimaal leesvaardigheidsniveau A1 van het Europees Raamwerk bereikt heeft. Beheersing van niveau A1 betekent dat de kandidaat de volgende taalhandelingen kan verrichten:
De totaalscore op het examenonderdeel leesvaardigheid kan variëren tussen 10 (minimale score) en 35 (maximale score).
De zak/slaaggrens voor het niveau A1 voor het examenonderdeel leesvaardigheid is vastgesteld op 26.
De zak/slaaggrens voor het niveau A1 min wordt vastgesteld op 16.
De inhoud van het examen
De inhoud van het examen
Het examenonderdeel bevat in totaal 50 items. De items worden per soort opgave willekeurig geselecteerd uit een grote itembank, zodanig dat elke kandidaat een verschillende set items krijgt voorgelegd. Het examenonderdeel luister- en spreekvaardigheid bestaat uit 5 delen:
De antwoorden van de kandidaat op dit laatste deel worden niet automatisch gescoord en hebben geen invloed op de score. De opgaven worden beoordeeld door menselijke beoordelaars en gebruikt voor onderzoek naar de kwaliteit van de toets.
Examencondities
Alle vragen uit de totale verzameling van 100 vragen zijn voor de kandidaten bekend via het informatiepakket. Met de film ‘Naar Nederland’, het fotoboek en de bijbehorende DVD (met daarop de langzaam uitgesproken vragen en antwoorden) kunnen kandidaten zich voorbereiden op het examen.
Voorafgaand aan het examen krijgt de kandidaat een instructieblad met instructies voor het examenonderdeel luister- en spreekvaardigheid. De instructies voor het doen van de verschillende onderdelen worden ook aan het begin van elk nieuw onderdeel in de vorm van een voorbeeld via de telefoon gegeven door een geautomatiseerd systeem. Door middel van geluidssignalen wordt aangegeven wanneer de kandidaat geacht wordt te spreken en wanneer een onderdeel ten einde is.
Duur van het examen
Het examenonderdeel luister- en spreekvaardigheid duurt ongeveer 15 minuten.
De beoordeling van het examenwerk
De antwoorden van de kandidaten worden beoordeeld op de volgende aspecten:
De uitslag
De totaalscore van een kandidaat voor het examenonderdeel luister- en spreekvaardigheid worden gerelateerd aan het Europees Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen (Common European Framework of Reference). Het examenonderdeel luister- en spreekvaardigheid heeft een bereik van géén mondelinge beheersing van het Nederlands tot en met volledige mondelinge beheersing van het Nederlands. Dit verklaart de verschillen in moeilijkheidsgraad van de items. Om een ‘voldoende’ te behalen voor het basisexamen inburgering moet de kandidaat een score behalen die aantoont dat de kandidaat minimaal beheersingsniveau A1 bereikt heeft. Beheersing van niveau A1 betekent dat de kandidaat de volgende taalhandelingen kan verrichten:
De totaalscore op het examenonderdeel luister- en spreekvaardigheid kan variëren tussen 10 (geen beheersing) en 80 (beheersing op ‘native-speaker’-niveau).
Voorbeeldvragen
Voorbeeldvraag 1:
Is er in Nederland scheiding van kerk en staat?
Het examenonderdeel Kennis van de Nederlandse Samenleving bevat 30 vragen, behorende bij foto’s die geselecteerd zijn uit de film ‘Naar Nederland’. De vragen veronderstellen dat kandidaten kennis genomen hebben van de film ‘Naar Nederland’ (in de eigen taal of in het Nederlands). Voor het examen is rekening gehouden met een minimale mondelinge beheersing van het Nederlands. Het examenonderdeel bevat 30 vragen uit een totale verzameling van 100 vragen. De examenstof bestaat uit de inhoud van de film ‘Naar Nederland’ en de 100 vragen en antwoorden daarbij.
De kandidaat kan kennis nemen van alle vragen uit de totale verzameling van 100 vragen via het zelfstudiepakket. Met de film ‘Naar Nederland’, het fotoboek en de bijbehorende DVD (met daarop de langzaam uitgesproken vragen en antwoorden) kunnen kandidaten zich voorbereiden op het examen.
U ziet de Nederlandse vlag. Wat zijn de kleuren van de Nederlandse vlag?
De vragen hebben betrekking op de kernpunten uit de film ‘Naar Nederland’. Over zeven onderwerpen uit die film zal een kandidaat op het examen één of meerdere vragen gesteld krijgen:
De film bevat tevens een achtste onderwerp om de kandidaten een indruk te geven hoe de afname van het examen op de ambassade in zijn werk gaat. Over dit deel van de film worden geen vragen gesteld in het examen.
U ziet een foto. Is dit Willem van Oranje of prinses Maxima?
De kandidaat hoort korte vragen, gesproken in een langzaam spreektempo en beantwoordt de vragen met een enkel woord of enkele woorden.
De beoordeling van het examenwerk
De antwoorden van de kandidaten worden beoordeeld op de overeenkomst van hun antwoord met een goed antwoord op de vraag. Uitspraak en vlotheid van spreken spelen bij het beantwoorden geen rol.
De uitslag
Is er in Nederland scheiding van kerk en staat?
Antwoord: Ja
Deze regeling wordt in de Staatscourant geplaatst.
Afnamecondities
Voorafgaand aan het examen krijgt de kandidaat een instructieblad met instructies voor het examenonderdeel leesvaardigheid. Bij de afname van het examen wordt aan de kandidaat een toetsboekje met opgaven en instructies verstrekt. De instructies voor het oplezen en beantwoorden van vragen worden ook via de telefoon gegeven door een geautomatiseerde systeem bij het begin van elk nieuw onderdeel in de vorm van een voorbeeld. Door middel van geluidssignalen wordt aangegeven wanneer de kandidaat geacht wordt te spreken en wanneer een onderdeel ten einde is. De kandidaat mag op het toetsboekje aantekeningen maken. Deze aantekeningen tellen niet mee in de beoordeling. Alleen de mondelinge antwoorden tellen voor de uitslag.
Duur van het examen
Het examenonderdeel leesvaardigheid duurt ongeveer 25 minuten.
De beoordeling van het examenwerk
De reacties van de kandidaten worden beoordeeld op de volgende aspecten:
De uitslag
Luister- en spreekvaardigheid
Het examenonderdeel luister- en spreekvaardigheid omvat het reageren op opgaven en het beantwoorden van vragen waarmee wordt gemeten in hoeverre kandidaten in normaal tempo gesproken Nederlands kunnen verstaan en daar op een verstaanbare wijze en in een normaal conversatietempo op kunnen reageren.
Dit deel van het examenonderdeel luister- en spreekvaardigheid bevat 2 opgaven.
Afnamecondities
De zak/slaaggrens voor het niveau A1 wordt vastgesteld op 26.
Kennis van de Nederlandse samenleving
De inhoud van het examen
Inhoud van de vragen
Aard van de vragen
Er worden drie soorten vragen gesteld:
Voorbeeldvragen
Voorbeeldvraag 1:
Voorbeeldvraag 2:
U ziet de Nederlandse vlag. Wat zijn de kleuren van de Nederlandse vlag?
Antwoord: rood, wit, blauw.
Voorbeeldvraag 3:
U ziet een foto. Is dit Willem van Oranje of prinses Maxima?
Antwoord: Willem van Oranje
Afnamecondities
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.