Besluit van 21 februari 2006, houdende vaststelling van nadere regels over de verplichting tot betaling van het volgrecht en vaststelling van de hoogte van het volgrecht

Type AMvB
Publication 2009-03-10
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 8 juni 2005, nr. 5355752/05/6, Directie Wetgeving, Sector Privaatrecht;

Gelet op artikel 43b van de Auteurswet 1912;

De Raad van State gehoord (advies van 24 juni 2005, nr. W03.05.0219/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 15 februari 2006, nr. 5403483/06/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Auteurswet 1912 (volgrecht t.b.v. auteur oorspronkelijk kunstwerk) (Stb. 2006/60) in werking treedt.

Artikel 1

De vergoeding, bedoeld in artikel 43a, eerste lid, van de Auteurswet is niet verschuldigd bij de verkoop van een origineel van een kunstwerk:

Artikel 2

De vergoeding, bedoeld in artikel 43a, eerste lid, van de Auteurswet wordt als volgt berekend, met dien verstande dat het totaal niet meer bedraagt dan € 12.500:

Artikel 3

De in artikel 1 en 2 bedoelde verkoopprijzen zijn de prijzen exclusief belasting.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 9 februari 2006 tot aanpassing van de Auteurswet 1912 ter implementatie van richtlijn nr. 2001/84/EG van het Europees Parlement en van de Raad van de Europese Unie van 27 september 2001 betreffende het volgrecht ten behoeve van de auteur van een oorspronkelijk kunstwerk (PbEG L 272) (Stb. 60) in werking treedt.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.