Regeling van de Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. van der Laan, van 14 april 2006, nr. DJZ2006249520, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, houdende nadere regels over de te geven inrichting aan de opleidingen tot architect, stedenbouwkundige, tuin- en landschapsarchitect en interieurarchitect (Nadere regeling inrichting opleidingen architect, stedenbouwkundige, tuin- en landschapsarchitect en interieurarchitect)

Type Ministeriële regeling
Publication 2016-09-02
State In force
Source BWB
artikelen 16
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 9, tweede lid, 10, tweede lid, 11, tweede lid, en 12, tweede lid, van de Wet op de architectentitel;

Besluiten:

Hoofdstuk I. Begripsbepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk II. Voorschriften omtrent de inrichting welke degene die inschrijving in het register als architect wenst te verkrijgen, aan zijn of haar opleiding moet hebben gegeven

Artikel 2. Voorschriften inrichting opleiding architect
1.

Degene die voldoet aan een van de eisen, genoemd in artikel 9, eerste lid, onderdelen a tot en met c, komt slechts voor inschrijving in het register als architect in aanmerking, indien zijn of haar opleiding ten minste de verwerving waarborgt van het vermogen tot architectonische vormgeving die zowel aan esthetische als aan technische en functionele eisen voldoet.

2.

De opleiding dient hiertoe ten minste de verwerving te waarborgen van:

Artikel 3. Opleidingen die aan voorschriften inrichting voldoen

Aan artikel 2 wordt in elk geval voldaan door degene die in het bezit is van:

Artikel 4. Oude opleidingen die aan voorschriften inrichting voldoen

Voor inschrijving in het register komt eveneens in aanmerking degene die in het bezit is van:

Hoofdstuk III. Voorschriften omtrent de inrichting welke degene die inschrijving in het register als stedenbouwkundige wenst te verkrijgen, aan zijn of haar opleiding moet hebben gegeven

Artikel 5. Voorschriften inrichting opleiding stedenbouwkundige
1.

Degene die voldoet aan een van de eisen, genoemd in artikel 10, eerste lid, onderdelen a tot en met c, van de wet, komt slechts voor inschrijving in het register als stedenbouwkundige in aanmerking, indien zijn of haar opleiding ten minste de verwerving waarborgt van het vermogen om op verschillende schaalniveaus ruimtelijke concepten en stedenbouwkundige ontwerpen te vervaardigen die zowel aan esthetische als aan technische en functionele eisen voldoen.

2.

De opleiding dient hiertoe ten minste de verwerving te waarborgen van:

Artikel 6. Opleidingen die aan voorschriften inrichting voldoen

Aan artikel 5 wordt in elk geval voldaan door degene die in het bezit is van:

Artikel 7. Oude opleidingen die aan voorschriften inrichting voldoen

Voor inschrijving in het register komt eveneens in aanmerking degene die in het bezit is van:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.