Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 27 juni 2006, nr. KvI2006278987, houdende regels voor het subsidiëren van voorzieningen die de emissie van deeltjes door voertuigen met een dieselmotor verminderen (Subsidieregeling emissieverminderende voorzieningen voor voertuigen met een dieselmotor)

Type Ministeriële regeling
Publication 2014-03-20
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 15.13, eerste tot en met derde lid, van de Wet milieubeheer;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1.2. Doel van de regeling

Deze regeling heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de verbetering van de luchtkwaliteit in Nederland door het treffen van emissieverminderende voorzieningen in voertuigen met een dieselmotor te stimuleren, alsmede door de aanschaf van ongebruikte voertuigen met een emissieverminderende voorziening te stimuleren.

Artikel 1.3. Wijze van subsidieverstrekking
1.

De subsidievaststelling geschiedt in volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat, indien de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld als datum van ontvangst van de aanvraag geldt.

2.

Indien de inbouw van een voorziening bij de Dienst Wegverkeer moet worden gemeld, geschiedt de subsidievaststelling in afwijking van het eerste lid in volgorde van de meldingen van de inbouw aan de Dienst Wegverkeer.

Hoofdstuk 2. Subsidieprogramma’s

Paragraaf 2.1. Subsidieprogramma retrofit personen- en bestelauto’s

Artikel 2.1. Voorwaarden voor subsidie

Vervallen

Artikel 2.2. Emissiereductie-eis

Vervallen

Artikel 2.3. De aanvraag

Vervallen

Artikel 2.4. Het subsidiebedrag

Vervallen

Artikel 2.5. Subsidieplafond

Vervallen

Artikel 2.6. Looptijd van het programma

Vervallen

Hoofdstuk 3. Slotbepalingen

Artikel 3.1

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 3.2

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling emissieverminderende voorzieningen voor voertuigen.

Bijlage I. , behorende bij artikel 2.2, tweede lid.

Eisen aan continu regenererende deeltjesverminderingssystemen klasse B

1. Begripsomschrijvingen en afkortingen

Begripsomschrijvingen:

Afkortingen:

η: afvangrendement

fa: weegfactor van de deeltjesemissie in toestand I

fb: weegfactor van de deeltjesemissie in toestand II

fc: weegfactor van de deeltjesemissie in toestand III

fD: aantal cycli tussen twee regeneraties

fd: aantal voor de regeneratie vereiste cycli

Mpi: gewogen totale emissie (g/km) bij gesloten deeltjesverminderingssysteem

Msi: over verscheidene cycli (NETC) gemeten emissie zonder regeneratie (g/km)

Mri: emissie tijdens de regeneratie (NETC)

Begripsomschrijvingen:

Afkortingen:

η: afvangrendement

fa: weegfactor van de deeltjesemissie in toestand I

fb: weegfactor van de deeltjesemissie in toestand II

fc: weegfactor van de deeltjesemissie in toestand III

Begripsomschrijvingen:

Begripsomschrijvingen:

Afkortingen:

η: afvangrendement

fa: weegfactor van de deeltjesemissie in toestand I

fb: weegfactor van de deeltjesemissie in toestand II

2. Algemene eisen aan deeltjesverminderingssystemen klasse b

fD: aantal cycli tussen twee regeneraties

fd: aantal voor de regeneratie vereiste cycli

Mpi: gewogen totale emissie (g/km) bij gesloten deeltjesverminderingssysteem

Msi: over verscheidene cycli (NETC) gemeten emissie zonder regeneratie (g/km)

Mri: emissie tijdens de regeneratie (NETC)

Ng: toestand na inbouw

3. Beproeving van deeltjesverminderingssystemen klasse b

A. Algemeen

PIII: rekenkundig gemiddelde deeltjesemissie in toestand III

PIVT2: rekenkundig gemiddelde deeltjesemissie in toestand IV, gemeten in deel van 2 van de NETC

PIV: rekenkundig gemiddelde deeltjesemissie in toestand IV

DVS: deeltjesverminderingssysteem

PNg: rekenkundig gemiddelde deeltjesemissie in de toestand na inbouw bij systemen van klasse B

PNFG: totale deeltjesemissie in toestand na inbouw

B. Testen tijdens de duurproef

VF: volume van het deeltjesverminderingssysteem

VH: slagvolume van de motor

1.

Het deeltjesverminderingssysteem is zodanig ontworpen en vervaardigd dat aan de hand van de in dit aanhangsel beschreven proeven kan worden aangetoond dat bij gebruik overeenkomstig zijn bestemming, de functionaliteit van het systeem gedurende een levensduur van vijf jaar of gedurende 80.000 km – al naar gelang het criterium dat het eerst wordt bereikt – is en wordt gegarandeerd.

1.

Het deeltjesverminderingssysteem is zodanig ontworpen en vervaardigd dat aan de hand van de in dit aanhangsel beschreven proeven kan worden aangetoond dat bij gebruik overeenkomstig zijn bestemming, de functionaliteit van het systeem gedurende een levensduur van vijf jaar of gedurende 80.000 km – al naar gelang het criterium dat het eerst wordt bereikt – is en wordt gegarandeerd.

2.

Deeltjesverminderingssystemen zijn niet met voorzieningen uitgerust die deze systemen buiten werking stellen.

3.

De inbouw van het deeltjesverminderingssysteem heeft geen invloed de gebruiksmogelijkheden van het voertuig en heeft geen negatieve gevolgen hebben voor de verkeersveiligheid.

4.

Deeltjesverminderingssystemen geven geen aanleiding te veronderstellen dat het geluidsniveau van het voertuig zal verslechteren.

5.

In combinatie met deeltjesverminderingssystemen van de klasse B is het gebruik van brandstofadditieven ter verbetering van de werking van het deeltjesverminderingssysteem niet toegestaan.

6.

Indien elektronische onderdelen of stuurapparaten worden gebruikt, voldoen die aan de eisen inzake radiostoring en EMC (richtlijn 72/45/EEG).

3. Beproeving van deeltjesverminderingssystemen klasse b

1.

Ter beoordeling van een deeltjesverminderingssysteem wordt het, als bewijs voor de functionaliteit tijdens het latere bedrijf in de praktijk, aan een duurproef van minstens 4.000 km onderworpen. De duurproef dient als bewijs voor zowel de functionaliteit en de duurzaamheid van het systeem als voor het afvangrendement daarvan.

D. ‘Worst-case’-regeneratie na de duurproef

2.

Als testcyclus voor uitlaatgasmetingen op de rollenbank wordt de NETC met aandeel binnen en buiten de stad (deel I en deel II) overeenkomstig bijlage III, aanhangsel 1 van Richtlijn 70/220/EEG, zoals gewijzigd bij richtlijn 98/69/EG (PB L 350), gebruikt.

3.

De duurproef wordt over een rijtraject van minstens 4.000 km uitgevoerd. Op verzoek van de aanvrager van de keuring kan voor het begin van de duurproef een voertuiginspectie worden uitgevoerd door de met de beoordeling belaste technische dienst en kan het OBD-systeem worden uitgelezen.

4.

De afstandsaccumulatie kan op de rollenproefstand worden uitgevoerd door het stadsdeel van de NETC (deel 1) te herhalen.

5.

De afstandsaccumulatie kan op de rollenproefstand in de NETC met aandeel binnen (deel 1) en buiten de stad (deel 2, gereduceerde snelheid) worden uitgevoerd. Daarbij wordt in deel 2 van de NETC een rijsnelheid van 70 km/uur en een maximale uitlaatgastemperatuur van 300°C direct voor het verminderingssysteem niet overschreden.

B. Testen tijdens de duurproef

De uitlaatgasmetingen met gemonteerd deeltjesverminderingssysteem worden uitgevoerd als volgt:

De uitlaatgasmetingen met gemonteerd deeltjesverminderingssysteem worden uitgevoerd als volgt:

Voor de latere bepaling van de doeltreffendheid van het deeltjesverminderingssysteem in de uitgangstoestand wordt het voertuig voor en na het ononderbroken bedrijf in de uitgangstoestand zonder deeltjesverminderingssysteem beoordeeld.

De aanvrager van de keuring van het filter kan steeds na de metingen bij 2.000 km en 4.000 km om aanvullende uitlaatgasmetingen in de uitgangstoestand vragen. Nadat het systeem weer is ingebouwd moet in dit geval de uitlaatgasmeting worden herhaald. De daarbij gevonden hoogste uitlaatgaswaarde moet worden gebruikt om het afvangrendement te bepalen. De uitlaatgasmetingen met deeltjesverminderingssysteem voor en na in- en uitbouw wijken niet meer dan 15% van elkaar af.

F. Beoordeling van de beproeving

Toestand I:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Paragraaf 2.2. Subsidieprogramma retrofit zware voertuigen

Artikel 2.7. Voorwaarden voor subsidie

Vervallen

Artikel 2.8. Emissiereductie-eisen

Vervallen

Artikel 2.9. De aanvraag

Vervallen

Artikel 2.10. Subsidiebedragen

Vervallen

Artikel 2.11. Subsidieplafond

Vervallen

Paragraaf 2.3. Subsidieprogramma ongebruikte vrachtauto’s en bussen

Artikel 2.12. Voorwaarden voor subsidie voor bestelauto’s, vrachtauto’s en bussen
1.

Subsidie kan worden verstrekt aan de eerste kentekenhouder van een ongebruikte vrachtauto of bus met een Euro VI-typegoedkeuring en met een toegestane maximum massa van meer dan 5000 kg waarvoor het definitieve kentekenbewijs is afgegeven na 29 februari 2012 en voor 31 december 2013.

2.

Subsidie kan worden verstrekt aan de eerste kentekenhouder van een ongebruikte bestelauto, vrachtauto of bus met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg maar ten hoogste 5000 kg, die voor het overige voldoet aan de vereisten voor subsidie in de Subsidieregeling emissiearme taxi’s en bestelauto’s.

3.

Een besluit tot subsidievaststelling kan worden ingetrokken indien de tenaamstelling in het kentekenregister van de bestelauto, vrachtauto of bus binnen zes maanden na de datum van de afgifte van het definitieve kentekenbewijs wijzigt.

Artikel 2.13. De aanvraag
1.

Een aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend bij het agentschap, met gebruikmaking van een bij die organisatie verkrijgbaar formulier.

2.

Een aanvraag tot subsidievaststelling kan worden ingediend voor een of meer voertuigen.

3.

Een aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend binnen drie maanden na de afgifte van het definitieve kentekenbewijs aan de eerste kentekenhouder, bedoeld in artikel 2.12, eerste lid.

4.

De aanvraag gaat vergezeld van een afschrift van de delen 1A en 1B van het kentekenbewijs van het voertuig waarvoor subsidie wordt gevraagd.

Artikel 2.14. Subsidiebedrag
1.

De subsidie bedraagt:

2.

Indien de meerkosten van de aan een vrachtauto of bus als bedoeld in het eerste lid, onder a, aangebrachte technische voorzieningen, inclusief montage, lager zijn dan € 4.500,–, bedraagt de subsidie niet meer dan die meerkosten.

Artikel 2.15
1.

Het subsidieplafond voor het subsidiëren van motoren als bedoeld in artikel 2.12 bedraagt voor de kalenderjaren 2010 en 2011 in totaal € 3.500.000,–.

2.

Het subsidieplafond voor het subsidiëren van voertuigen als bedoeld in artikel 2.12 bedraagt voor 2013 en 2014 in totaal € 32.000.000.

Hoofdstuk 3. Slotbepalingen

Bijlage I. , behorende bij artikel 2.2, tweede lid.

Eisen aan continu regenererende deeltjesverminderingssystemen klasse B

1. Begripsomschrijvingen en afkortingen

fc: weegfactor van de deeltjesemissie in toestand III

PI: rekenkundig gemiddelde deeltjesemissie in toestand I

PII: rekenkundig gemiddelde deeltjesemissie in toestand II

2. Algemene eisen aan deeltjesverminderingssystemen klasse b

Ps: rekenkundig gemiddelde deeltjesemissie in uitgangstoestand (zonder deeltjesverminderingssysteem )

2. Algemene eisen aan deeltjesverminderingssystemen klasse b

A. Algemeen

6.

Een andere mogelijkheid is het in de documentatie van de proef uitvoerig te beschrijven traject van de duurproef zodanig te kiezen, dat het met een realistisch rijprofiel binnen de stad overeenkomt. Daarbij ligt de gemiddelde snelheid tussen 25 en 35 km/uur, de maximumsnelheid lager dan 70 km/uur, het aandeel van het stationair draaien in de tijd niet beneden 7% en het aandeel van de snelheid tussen 50 en 70 km/uur beneden 10% (niet gereden aan het einde van de duurproef). De maximale uitlaatgastemperatuur direct voor het deeltjesverminderingssysteem moet zonder externe regeneratie gemiddeld lager zijn dan 300°C en het toerental van de motor minder dan 60% van het nominale toerental. Tijdens de gehele duurproef worden de voertuigsnelheid, de weg, het toerental van de motor en het drukverschil tussen in- en uitgang van het deeltjesverminderingssysteem tevens in de documentatie van de proef opgenomen.

A. Algemeen

1.

Ter beoordeling van een deeltjesverminderingssysteem wordt het, als bewijs voor de functionaliteit tijdens het latere bedrijf in de praktijk, aan een duurproef van minstens 4.000 km onderworpen. De duurproef dient als bewijs voor zowel de functionaliteit en de duurzaamheid van het systeem als voor het afvangrendement daarvan.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.