Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 12 juli 2006, nr. BWL/2006282070, houdende Regeling beoordeling reinigbaarheid van grond

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 28a van de Wet bodembescherming en artikel 2 onderdeel f juncto artikel 1 onderdeel 24 van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemeen

§ 1. Definities

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

In deze regeling wordt verstaan onder grond: grond als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit.

2.

Onder grond wordt mede verstaan grond die voor ten hoogste 50% (gewichtsprocenten) is vermengd met ander materiaal dan grond, al dan niet met een korrelgrootte van meer dan 2 millimeter.

§ 2. Waarden

Artikel 3

Als samenstellingswaarden voor schone grond worden aangemerkt de waarden behorende bij de kwaliteitsklasse landbouw/natuur, bedoeld in artikel 25d van het Besluit bodemkwaliteit.

Artikel 4

Met normen, richtlijnen, protocollen of accreditatieprogramma’s als bedoeld in deze regeling worden gelijkgesteld normen, richtlijnen, protocollen of accreditatieprogramma’s die zijn vastgesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, en een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd.

Artikel 5

Als samenstellingswaarden voor herbruikbare grond worden aangemerkt de waarden behorende bij de kwaliteitsklasse industrie, bedoeld in artikel 25d van het Besluit bodemkwaliteit.

Artikel 6
1.

Als maximale emissiewaarden worden aangemerkt de in de Regeling bodemkwaliteit, bijlage A, tabel 1, opgenomen emissiewaarden anorganische parameters.

2.

Als maximale samenstellingswaarden worden aangemerkt de in de Regeling bodemkwaliteit, bijlage A, tabel 2, opgenomen samenstellingswaarden organische parameters.

Artikel 7

Vervallen

Artikel 8

Voor de beoordeling van stoffen waarvoor geen waarden zijn vastgesteld in deze regeling, kunnen na overleg met het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu en door tussenkomst van de inspecteur milieuhygiëne waarden worden bepaald door de Minister.

§ 3. De beoordeling van de reinigbaarheid en immobiliseerbaarheid van verontreinigde grond

Artikel 9
1.

Grond van een verontreinigingsgehalte dat voor enige parameter ligt boven de samenstellingswaarden voor herbruikbare grond is reinigbaar, indien:

2.

Grond als bedoeld in het eerste lid is, indien wordt voldaan aan de onderdelen b en c van dat lid, tevens reinigbaar indien de grond kan worden gereinigd tot waarden die voldoen aan de samenstellingswaarden voor herbruikbare grond voor alle parameters.

3.

Grond van een verontreinigingsgehalte dat voor enige parameter ligt boven de samenstellingswaarden voor herbruikbare grond is immobiliseerbaar, indien:

Artikel 10

Vervallen

Artikel 11

Grond als bedoeld in de aanhef van het eerste lid van artikel 9 is eveneens reinigbaar indien:

Artikel 12
1.

Grond van een verontreinigingsgehalte dat voor enige parameter ligt boven de samenstellingswaarden voor herbruikbare grond, die bij de toepassing van artikel 9 niet-reinigbaar of niet-immobiliseerbaar en bij de toepassing van artikel 11 niet-reinigbaar blijkt te zijn, geldt desalniettemin als reinigbaar of immobiliseerbaar mits naar het oordeel van de Minister redelijkerwijs kan worden verwacht dat die grond metterdaad kan worden gereinigd of geïmmobiliseerd binnen 5 jaar te rekenen met ingang van de dag dat die grond niet-reinigbaar en niet-immobiliseerbaar werd beoordeeld en tijdens die periode voldoende opslagcapaciteit voor die grond aanwezig is.

2.

Residu dat is vrijgekomen bij de procesmatige reiniging van partijen verontreinigde grond, wordt aangemerkt als niet-immobiliseerbaar.

Artikel 13
1.

Ten aanzien van grond die voldoet aan de eisen vermeld in artikel 9, geeft de Minister bij zijn besluit op basis van de artikelen 1, eerste lid, onderdelen 17, onder a en b, 30 en 31, van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen aan:

2.

Indien geen reinigingstechniek of immobilisatietechniek als bedoeld in het eerste lid voor de betrokken partij grond beschikbaar is, geeft de Minister bij zijn besluit op basis van artikel 1, eerste lid, onderdelen 17a, 17b, 30 en 31, van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen alle reinigingstechnieken aan met de toepassing waarvan voor de betrokken partij grond kan worden voldaan aan de criteria, genoemd in artikel 11.

3.

Indien evenmin een reinigingstechniek als bedoeld in het tweede lid voor de betrokken partij grond beschikbaar is, geeft de Minister bij zijn besluit op basis van artikel 1, eerste lid, onderdelen 17a, 17b, 30 en 31, van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen aan of voor de betrokken partij grond kan worden voldaan aan de criteria, genoemd in artikel 12.

4.

Indien evenmin kan worden voldaan aan de criteria, genoemd in artikel 12, geeft de Minister in een verklaring aan dat de betrokken partij grond niet-reinigbaar en niet-immobiliseerbaar is.

§ 4. De beoordeling van de reinigbaarheid van residu dat is vrijgekomen bij de procesmatige reiniging van partijen verontreinigde grond waaruit naar verwachting niet-reinigbaar te storten residu zal ontstaan

Artikel 14

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder:

Artikel 15

Het residu van de procesmatige reiniging van een partij waarop de BRL SIKB 7500 van toepassing is en waaruit naar verwachting niet-reinigbaar te storten residu zal ontstaan, en die is gereinigd overeenkomstig het bepaalde in BRL SIKB 7500 en SIKB-protocol 7510, door een persoon of instelling die daartoe op grond van het Besluit bodemkwaliteit is erkend, wordt aangemerkt als niet-reinigbare verontreinigde grond.

§ 5. De beoordeling van de reinigbaarheid van verontreinigde grond waarvan is gebleken dat zij evident niet-reinigbaar is

Artikel 16

Vervallen

Hoofdstuk 2. De beoordeling van verontreinigde grond in het kader van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen

§ 1. De aanvraag van een verklaring

Artikel 17
1.

De aanvraag wordt ingediend bij Rijkswaterstaat, onderdeel Bodem+.

2.

Voor het indienen van een aanvraag wordt het formulier met toelichting gebruikt, dat verkrijgbaar is bij Rijkswaterstaat, onderdeel Bodem+, via www.bodemplus.nl.

3.

Bij de aanvraag worden de gegevens verstrekt waarvan een overzicht verkrijgbaar is bij Rijkswaterstaat, onderdeel Bodem+, via www.bodemplus.nl.

4.

Voor zover § 2, § 3 of § 4 van toepassing is, voldoet de aanvraag voorts aan het in de desbetreffende paragraaf bepaalde.

§ 2. Bepalingen met betrekking tot het onderzoek van verontreinigde grond

Artikel 18

Deze paragraaf is niet van toepassing op:

Artikel 19

De aanvraag heeft betrekking op een ontgraven en in depot geplaatste partij.

Artikel 20
1.

De te beoordelen partij is niet groter dan 2.000 ton.

2.

De onderverdeling van een in depot geplaatste partij in partijen van ten hoogste 2.000 ton geschiedt overeenkomstig paragraaf 6.1.2 van SIKB-protocol 1001, door een persoon of instelling die daartoe op grond van het Besluit bodemkwaliteit is erkend.

Artikel 21
1.

De partij wordt in depot bemonsterd, door een persoon of instelling die daartoe op grond van het Besluit bodemkwaliteit is erkend, overeenkomstig:

2.

Bij het gebruik van SIKB-protocol 1001 wordt bemonsterd overeenkomstig de doelstelling keuring niet-reinigbare of niet-immobiliseerbare grond voor verwijdering (ten behoeve van verklaring waaruit blijkt dat de grond niet reinigbaar en niet immobiliseerbaar is), zoals opgenomen in tabel 1 van hoofdstuk 6 van genoemd protocol.

3.

Bij het gebruik van SIKB-protocol 1001 wordt ten aanzien van het nemen van grepen de strategie 2 maal 50 grepen gevolgd, overeenkomstig hoofdstuk 6 van genoemd protocol, met uitzondering van de paragrafen 6.2.2, 6.2.4 en 6.2.5 uit genoemd protocol.

Artikel 22

De voorbehandeling en de analyse van de monsters wordt uitgevoerd overeenkomstig het accreditatieprogramma Keuring van partijen grond, bouwstoffen en korrelvormige afvalstoffen, Onderdeel: Samenstelling grond, AP04-SG, door een persoon of instelling die daartoe op grond van het Besluit bodemkwaliteit is erkend.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.