Besluit van 16 augustus 2006, houdende regels ter uitvoering van de Wet werk en bijstand (Besluit WWB 2007)
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 3 juli 2006, Directie Werk en Bijstand, nr. W&B/SFI/06/54989;
Gelet op de artikelen 40, eerste lid, 69, tweede en derde lid, 70, tweede en derde lid, 73, derde lid, en 74, derde lid, van de Wet werk en bijstand;
De Raad van State gehoord (advies van 13 juli 2006, nr. W12.06.0264/IV);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 8 augustus 2006, nr. W&B/SFI/06/62412;
Hebben goedgevonden en verstaan:
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
- a. wet: Participatiewet;
- d. Bbz 2004: Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004;
- e. uitkering: de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet, inclusief een uitkering voor de lasten van de door het college toegekende algemene bijstand aan zelfstandigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Bbz 2004;
- f. gemeentelijke uitkeringslasten op grond van de PW: de lasten in het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, in verband met de door het college toegekende algemene bijstand op grond van de wet, met uitzondering van de algemene bijstand ten behoeve van zelfstandigen, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 18 jaar tot de pensioensgerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld;
- g. gemeentelijke netto uitgaven aan loonkostensubsidies op grond van de PW: de netto uitgaven in het jaar, voorafgaand aan het jaar waarover de loonkostensubsidie wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, in verband met de door het college verstrekte loonkostensubsidies op grond van de Participatiewet;
- h. gemeentelijke lasten op grond van de IOAW: de lasten in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, in verband met de door het college toegekende uitkeringen voor uitkeringen op grond van de IOAW, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 18 jaar tot de pensioensgerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld;
- i. gemeentelijke lasten op grond van de IOAZ: de lasten in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, in verband met de door het college toegekende uitkeringen voor uitkeringen op grond van de IOAZ, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 18 jaar tot de pensioensgerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld;
- j. gemeentelijke lasten op grond van het Bbz 2004: de lasten in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, in verband met de door het college toegekende algemene bijstand verleend aan zelfstandigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Bbz 2004, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 18 jaar tot de pensioensgerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld;
- k. toetsingscommissie: de toetsingscommissie vangnet Participatiewet, bedoeld in artikel 73 van de wet;
- l. netto-lasten: de netto lasten van het toekennen van algemene bijstand, uitkeringen en verstrekte loonkostensubsidies als bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet;
- m. gemeentelijke netto uitgaven voor uitkeringen aan dak- en thuislozen en instellingsbewoners: de netto uitgaven van een gemeente aan algemene bijstand voor dak-, thuis- en adreslozen en elders verzorgden, welke worden ontleend aan het Stelsel van Sociaal-statistische Bestanden van het Centraal Bureau voor de Statistiek, in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld;
- n. totale gemeentelijke netto uitgaven aan uitkeringen Pw, IOAW, IOAZ en Bbz 2004: de totale netto uitgaven aan uitkeringen op grond van de wet, de IOAW, IOAZ en Bbz 2004, welke worden ontleend aan het Stelsel van Sociaal-statistische Bestanden van het Centraal Bureau voor de Statistiek, in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld;
- o. vergunninghouder: vergunninghouder als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Huisvestingswet 2014;
- p. beschikbare macrobudget: het totale bedrag dat beschikbaar is voor de uitkering, bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de wet, verminderd met het bedrag dat in dat uitkeringsjaar beschikbaar wordt gesteld voor de vangnetuitkering voor zover dat bedrag niet op grond van artikel 74, tweede lid, van de wet is vastgesteld.
Werkdeel
Artikel 2. Vaststelling aantal inwoners
Voor de vaststelling van het aantal inwoners in dit besluit geldt als peildatum 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de uitkering wordt vastgesteld.
Het aantal inwoners wordt ontleend aan de statistiek «Demografische kerncijfers per gemeente» van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Artikel 3. Berekening uitkering gemeente
De uitkering voor een gemeente wordt bepaald aan de hand van de volgende formule:
U = BO + BL + BDTI + BLKS + BAJ
Waarbij:
- a. U de Uitkering is;
- b. BO het deel van de uitkering is dat objectief wordt vastgesteld;
- c. BL het deel van de uitkering dat is bepaald op basis van de historische lasten;
- d. BDTI het deel van de uitkering is dat wordt verstrekt ten behoeve van uitkeringen aan dak- en thuislozen en instellingsbewoners;
- e. BLKS het deel van de uitkering is dat wordt verstrekt ten behoeve van de loonkostensubsidies; en
- f. BAJ het deel van de uitkering is dat wordt verstrekt ten behoeve van uitkeringen in het kader van de aanvullende jongerennorm.
Het deel van het budget dat objectief wordt vastgesteld, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt berekend aan de hand van de volgende formule:
BO = [(m * O) / som (m*O)] * TBO
Waarbij:
- a. m op de volgende wijze wordt vastgesteld:
- 1). bedraagt 1 voor een gemeente met 40.000 of meer inwoners;
- 2). bedraagt 0 voor een gemeente met 15.000 of minder inwoners;
- 3). wordt berekend voor gemeenten met tussen de 15.000 en 40.000 inwoners door het aantal inwoners in de gemeente te verminderen met 15.000 en vervolgens te delen door 25.000;
- b. O staat voor de uitkomst van het objectieve verdeelmodel;
- c. (m*O) staat voor de objectieve grondslag voor de vaststelling van het objectief te verdelen deel van het beschikbare macrobudget;
- d. Som (mO) de optelsom is van de objectieve grondslagen (m O) van alle gemeenten; en
- e. TBO staat voor het objectief te verdelen deel van het beschikbare macrobudget.
Het deel van het budget dat is bepaald op basis van de historische lasten, bedoeld in het eerst lid, wordt bepaald aan de hand van de volgende formule:
BL = (1-m) * L/TL * (TB-BLKS)
Waarbij:
- a. m op de volgende wijze wordt vastgesteld:
- 1). bedraagt 1 voor een gemeente met 40.000 of meer inwoners;
- 2). bedraagt 0 voor een gemeente met 15.000 of minder inwoners;
- 3). wordt berekend voor gemeenten met tussen de 15.000 en 40.000 inwoners door het aantal inwoners in de gemeente te verminderen met 15.000 en vervolgens te delen door 25.000;
- b. L staat voor de gemeentelijke uitkeringslasten op grond van de PW, de gemeentelijke lasten op grond van de IOAW, de gemeentelijke lasten op grond van de IOAZ en de gemeentelijke lasten op grond van het Bbz 2004;
- c. TL het totaal is van de gemeentelijke uitkeringslasten op grond van de PW en de gemeentelijke lasten op grond van de IOAW, de IOAZ en het Bbz 2004 voor alle gemeenten samen;
- d. TB het beschikbare macrobudget is;
- e. BLKS het deel van de uitkering is dat wordt verstrekt ten behoeve van de loonkostensubsidies.
Het deel van het budget dat wordt verstrekt ten behoeve van de uitkering aan dak- en thuislozen en instellingsbewoners, wordt bepaald aan de hand van de volgende formule:
BDTI = m * GU/TGU * (TB – TBLKS)
Waarbij:
- a. m op de volgende wijze wordt vastgesteld:
- 1). bedraagt 1 voor een gemeente met 40.000 of meer inwoners;
- 2). bedraagt 0 voor een gemeente met 15.000 of minder inwoners;
- 3). wordt berekend voor gemeenten met tussen de 15.000 en 40.000 inwoners door het aantal inwoners in de gemeente te verminderen met 15.000 en vervolgens te delen door 25.000;
- b. GU staat voor de gemeentelijke netto uitgaven voor uitkeringen aan dak- en thuislozen en instellingsbewoners;
- c. TGU staat voor de totale gemeentelijke netto uitgaven aan uitkeringen Pw, IOAW, IOAZ en Bbz 2004;
- d. TB – TBLKS staat voor het beschikbare macrobudget, verminderd met het deel van het macrobudget dat wordt verdeeld ten behoeve van de loonkostensubsidies, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel c.
Het deel van het budget dat wordt verstrekt ten behoeve van de loonkostensubsidies, wordt bepaald aan de hand van de volgende formule:
BLKS = LKS/TLKS * TBLKS
Waarbij:
- a. LKS staat voor de gemeentelijke netto uitgaven aan loonkostensubsidies op grond van de PW;
- b. TLKS staat voor het totaal van de gemeentelijke netto uitgaven aan loonkostensubsidies op grond van de PW; en
- c. TBLKS het deel van het beschikbare macrobudget is dat wordt verdeeld ten behoeve van de loonkostensubsidies.
Het deel van het budget dat wordt verstrekt ten behoeve van de aanvullende jongerennorm bijstand, wordt bepaald aan de hand van de volgende formule:
BAJ = (JNS/TJNS)* TBAJ
Waarbij:
- a. JNS staat voor het aantal niet-studerende jongeren in de gemeente in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 20 jaar;
- b. TJNS staat voor het totaal aantal niet-studerende jongeren landelijk in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 20 jaar; en
- c. TBAJ staat voor het beschikbare deel van het macrobudget dat wordt verdeeld ten behoeve van de aanvullende jongerennorm.
Het macrobudget objectief (TBO), bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, bestaat uit TB, verminderd met de som van de historisch verdeelde delen van de gemeentelijke uitkeringen, bedoeld in het achtste lid, de som van de gemeentelijke uitkeringen ten behoeve van uitkeringen aan dak- en thuislozen en instellingsbewoners, bedoeld in het negende lid, de som van uitkeringen in het kader van de aanvullende jongerennorm, bedoeld in het tiende lid, en het deel van het beschikbare macrobudget dat wordt verdeeld ten behoeve van de loonkostensubsidies, bedoeld in het elfde lid.
Het deel van het beschikbare macrobudget dat wordt verdeeld op basis van historische lasten, bedoeld in het vijfde lid, wordt berekend aan de hand van de volgende formule:
SOM [(1-m) * L/TL] * (TB-BLKS)
Het deel van het beschikbare macrobudget dat wordt verdeeld ten behoeve van dak- en thuislozen en instellingsbewoners, bedoeld in het vijfde lid, wordt berekend aan de hand van de volgende formule:
SOM [m * GU/TGU] * (TB-BLKS)
Het deel van het beschikbare macrobudget dat wordt verdeeld ten behoeve van de aanvullende jongerennorm, bedoeld in het zesde lid, betreft een raming van de totale gemeentelijke netto uitgaven aan de jongerennorm in het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld.
Het deel van het beschikbare macrobudget dat wordt verdeeld ten behoeve van de loonkostensubsidies, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel c, betreft een raming van de totale gemeentelijke netto uitgaven aan loonkostensubsidies op grond van de PW in het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld.
§ 2. Uitkering
Artikel 4. Berekening budgetgrondslag middelgrote gemeenten
Vervallen
Artikel 5. Berekening budgetgrondslag grote gemeenten
Vervallen
Artikel 6. Objectief verdeelmodel en macrobudget
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.