Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Buitenlandse Economische Betrekkingen vanaf 1945 (Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit)
Bron: EGKS-Verdrag, art. 46–47, 55
Waardering: B 3
Handeling: Het bijdragen in het ambtelijke en bestuurlijke vooroverleg t.b.v. de Nederlandse standpuntbepaling in EGKS-Raadsaangelegenheden.
Periode: 1952–2002
Producten: Bijdragen aan b.v. instructie PV, overleg met belangenorganisaties
Opmerking:
Samenstelling ICCE ca. 1985: EZ (7), overige betrokken departementen (1) m.u.v. SZW (2). Voorz. en secr. ca. 1985: EZ/BEB/directie Integratie.
Voor de ambtelijke voorportalen en onderraden van de ministerraad, zie PIVOT-rapport 1 (Onderraden en ambtelijke voorportalen).
Bron: SIC, 2e Interimrapport, II, p. 115
Waardering: B 5
Handeling: Het detacheren/benoemen van ambtenaren bij Nederlandse vertegenwoordigingen bij commissies ter voorbereiding van Europese instellingen.
Periode: 1950–1958
Product: Besluit
Opmerking: Bedoeld zijn organen ontstaan naar aanleiding van het plan-Schuman in 1950.
Waardering: V 10 jaar na einde benoeming
Handeling: Het (doen) leveren van bijdragen in vergaderingen van commissies ter voorbereiding van Europese instellingen.
Periode: 1950–1958
Product: Verslag
Waardering: B 5
Handeling: Het participeren in interdepartementale werkgroepen ter voorbereiding van de instelling van verdragsorganen ter uitvoering van het Europese Integratiebeleid.
Periode: 1955–
Opmerking: Ingesteld zijn:
De Interdepartementale Commissie voor Communautaire Aangelegenheden ICA (Voorzitter ministerie van EZ)
Waardering: B 5
Handeling: Het detacheren/benoemen van ambtenaren bij de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging bij de EG.
Periode: 1958–
Product: Besluit
Waardering: V 10 jaar na einde benoeming
Handeling: Het voorbereiden van bijdragen aan werkgroepen van de Europese Commissie inzake het economisch beleid.
Periode: 1958–
Opmerking: Onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen over de geleverde inbreng in de werkgroepen.
Waardering: B 5
Handeling: Het opstellen van conceptinformatiefiches over voorstellen, mededelingen en Groenboeken van de Europese Commissie op het gebied van Europese en internationale handel.
Periode: 1989–
Product: Conceptfiches.
Waardering: B 5
Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van Raadswerkgroepen met betrekking tot Europese en internationale handel.
Periode: 1958–
Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.
De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten.
Onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen van vergaderingen van Raadswerkgroepen.
Waardering: B 5: instructie en verslagen
V 5 jaar: Overig
Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc groepen Raden/Attachés met betrekking tot Europese en internationale handel.
Periode: 1958–
Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.
De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten.
Onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen van vergaderingen van ad hoc groepen Raden/Attachés.
Waardering: B 5: instructie en verslagen
V 5 jaar : Overig
Handeling: Het mede voorbereiden van vergaderingen van het Coreper met betrekking tot Europese en internationale handel.
Periode: 1958–
Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.
De instructies voor de Nederlandse vertegenwoordiger in het Coreper (de PV) worden wekelijks vastgesteld in interdepartementaal overleg onder leiding van het ministerie van Buitenlandse Zaken.
De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot conceptinstructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten.
Onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen van vergaderingen van het Coreper.
Waardering: B 5
Het mede voorbereiden van vergaderingen van ad hoc High Level groepen met betrekking tot Europese en internationale handel.
Periode: 1958–
Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.
De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot concept-instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten.
Onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen van vergaderingen van High Level groepen., thans Comite 133
Waardering: B 5
Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake algemene en op langere termijn spelende zaken van EU-belang inzake Europese en internationale handel.
Periode: 1993–
Opmerking: Overleg hierover in de Coördinatiecommissie op Hoog Ambtelijk Niveau (CoCoHan) leidt tot algemene rapporten aan de betrokken ministers.
Waardering: B 1
Handeling: Het voordragen van personen voor benoeming in een raadgevend comité, beheerscomité of reglementeringscomité.
Periode: 1958–
De Raad benoemt de leden van de comités.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten inzake door de Europese Commissie voorgestelde uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de internationale handel, die besproken worden in een raadgevend comité, een beheerscomité of een reglementeringscomité.
Periode: 1958–
Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.
Wanneer meerdere departementen betrokken zijn leidt het eerstverantwoordelijke ministerie het coördinatieoverleg.
Onder deze handeling valt ook het opstellen van instructies voor de Nederlandse vertegenwoordigers in de comités.
Onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen van vergaderingen van deze comités.
Waardering: B 1,5
Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen aan het Comité 133 met betrekking tot gemeenschappelijke standpunten voor externe handelsverdragen.
Periode: 1968–
Opmerking: Hierbij is inbegrepen: het concipiëren van instructies aan de Nederlandse delegatie; deze instructies kunnen door de minister, maar ook door de REA of de Ministerraad worden vastgesteld.
Het uitbrengen van verslag van de vergaderingen namens de Nederlandse delegatie.
Product: GATT-afspraken
Bilaterale EG-handelsverdragen
Aanwijzingen voor handelsverdragen met landen die de EG-commissie niet erkennen
Waardering: B 5
Handeling: Het periodiek rapporteren inzake de verwezenlijking van door de EC vastgestelde programma’s.
Periode: 1958–
Opmerking: Het gaat hierbij om richtlijnen, die in de vorm van een programma zijn ingediend. Naast regelgeving houdt deze richtlijn ook de verplichting in om periodiek verslag uit te brengen. Veelal heeft dit programma een beperkte duur van hooguit vier jaar.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het opstellen van een plan ter implementatie van een door de Raad vast te stellen besluit inzake de Europese en internationale handel.
Periode: 1993–
Grondslag: Aanwijzingen voor regelgeving (1992, Stcrt. 230) , nr. 334
Product: Implementatieplan
Opmerking: Het betreft hier plannen ter implementatie van richtlijnen en verordeningen die onderworpen zijn aan de samenwerkingsprocedure of de medebeslissingsprocedure (co-decisie) van Raad en Europees Parlement. Het implementatieplan moet binnen een maand nadat de Raad het gemeenschappelijk standpunt heeft vastgesteld voorgelegd worden aan de Werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen.
Waardering: B 5
Handeling: Het (mede) notificeren van Nederlandse regelgeving aan de Commissie van deskundigen belast met de controle op de naleving van de bepalingen van communautaire besluiten betreffende Europese en internationale handel.
Periode: 1958–
Grondslag: Richtlijnen
Product: Besluit
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan het periodiek interdepartementaal overleg of implementatieoverleg van Europese regels.
Periode: 1980–
Product: Verslagen van bijeenkomsten van het Interdepartementaal Steunoverleg ISO, het Interdepartementaal Overleg Europese Aanbesteding, de Werkgroep Interne Markt Uitvoeringsformulieren (PDF)
Overlegkader: Ministerie van Buitenlandse Zaken
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het registreren van eigen regelgeving ten behoeve van het interdepartementaal implementatieoverleg van Europese regels inzake Europese en internationale handel.
Periode: 1980–
Product: Database
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Interdepartementale Commissie Europees Recht en zijn subcommissie.
Periode: 1997–
Product: O.a. mededelingen in de ICER-nieuwsbrief
Opmerking: In overleg met ICER-V
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het (mede) voorbereiden van verweer tegen inbreukprocedures die de Europese commissie tegen Nederland heeft ingesteld.
Periode: 1992–
Product: Rapporten op prejudiciële vragen van het ICER/V
Opmerking: Deze voorbereiding vindt tegenwoordig plaats in een interdepartementale werkgroep waarin een medewerker van BEB vertegenwoordigd is. In overleg met ICER-V.
Bron: Richtlijnen, art. 228 EU-verdrag.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het internationaal verspreiden van aankondigingen van openbare aanbesteding.
Periode: 1946–
Product: Standaardformulier
Overlegkader: IOEA
Opmerking: Zie over de participatie van de minister bij de totstandkoming van deze regelgeving in het Europees overleg het PIVOT-rapport nr. 9. Mededingingsbeleid.
Bron: Art. 89 (ex-artikel 94) EU-verdrag.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het bemiddelen bij klachten van ondernemers inzake handelsbelemmeringen in de Europese markt.
Periode: 1994–
Opmerking: In 1997 heeft het ministerie hierover een klachtenloket geopend.
Bron: Trade Barriers Regulation.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het deelnemen aan een adviserend EG-Comité ter beoordeling van aan de Wereldhandelsorganisatie voor te leggen klachten over handelsbelemmeringen van lidstaten van de WTO.
Periode: 1994–
Bron: Trade Barriers Regulation
Waardering: B 5
Handeling: Het via het adviserend EG-Comite aan de Wereldhandelsorganisatie indienen van klachten over handelsbelemmeringen van andere lidstaten van de WTO.
Periode: 1994–
Opmerking: De klachten inzake het onvoldoende functioneren van de wereldmarkt worden door regeringsinterventie afgedaan.
Bron: Trade Barriers Regulation
Waardering: B 5
Handeling: Het ontwerpen van formulieren en procedurevoorschriften voor de bemiddeling bij klachten van ondernemers inzake handelsbelemmeringen in de Europese of internationale markt.
Periode: 1980–
Product: Standaardformulier (PDF), voorlichtingsteksten
Overlegkader: Kamers van Koophandel, toporganen van het bedrijfsleven, EG-voorlichtingsorganen.
Opmerking: Interventie van de Nederlandse regering als zodanig behoort tot het mededingingsbeleid. In 1997 heeft het ministerie echter een klachtenloket Europese Markt geopend, waar belanghebbenden hun protesten kunnen indienen tegen inbreuken op afspraken in de EU of de Wereldhandelsorganisatie.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het leveren van bijdrage aan de activiteiten van het Centre for the Development of Industry.
Waardering: V 5 jaar
6.1.4 Personeel op buitenlandse posten
Handeling: Het (mede) benoemen of aanwijzen van functionarissen op het gebied van buitenlandse economische betrekkingen in bestaande Nederlandse vertegenwoordigingen.
Periode: 1946–1950
Product: Benoeming
Overlegkader: Minister van BuZa, (bureau de poste)
Opmerking: Het betreft de benoeming van hoofden van economische afdelingen, handelsattachés, economische voorlichtingsfunctionarissen, consuls.
NB: Wanneer er sprake is van rechtspositionele verhoudingen moet gebruik worden gemaakt van de selectielijst voor personeelsdossiers van de rijksoverheid (P-direkt).
Bron: Economisch buitenlandbeleid na herijking
Waardering: V 10 jaar na einde benoeming
Handeling: Het adviseren bij de plaatsing van functionarissen op het gebied van buitenlandse economische betrekkingen in bestaande Nederlandse vertegenwoordigingen.
Periode: 1955–
Product: Adviezen
Overlegkader: Minister van BuZa, (bureau de poste)
Opmerking: NB: Wanneer er sprake is van rechtspositionele verhoudingen moet gebruik worden gemaakt van de selectielijst voor personeelsdossiers van de rijksoverheid (P-direkt).
Bron: Economisch buitenlandbeleid na herijking
Waardering: V 10 jaar na einde benoeming
Handeling: Het (mede) opstellen van instructies op het gebied van buitenlandse economische betrekkingen aan Nederlandse vertegenwoordigingen op ambassades en consulaire posten.
Periode: 1946–
Product: Instructies, circulaires
Bron: Economisch buitenlandbeleid na herijking
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het instellen van coördinatieorganen op het gebied van door de minister opgedragen of aangestuurde taken aan Nederlandse vertegenwoordigingen.
Periode: 1950–
Product: Interne oprichtingsbeschikkingen en taakstellingen
Opmerking: Ingesteld zijn bijvoorbeeld: Commissariaat Buitenlandse Investeringen in Nederland CBIN (internationale benaming Netherlands Foreign Investment Agency) en het Bureau Technisch-Wetenschappelijke Attachés. Deze organen maken deel uit van de organisaties binnen het ministerie.
Bron: Staatsalmanak.
Waardering: B 4
Handeling: Het nader financieren van apparaatskosten op het gebied van buitenlandse economische betrekkingen voor werkzaamheden van bestaande Nederlandse vertegenwoordigingen.
Periode: 1946–
Bron: Economisch buitenlandbeleid na herijking
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het adviseren inzake de benoeming van bestuursfunctionarissen in internationale organen.
Periode: 1946–
Overlegkader: Ministerie van Buitenlandse Zaken
Opmerking: Voorbeelden zijn: de Verenigde Naties en zijn gespecialiseerde organisaties, Europese Commissie (tot 1991).
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het goedkeuren van jaarplannen op het gebied van buitenlandse economische betrekkingen van Nederlandse vertegenwoordigingen .
Periode: 1946–
Opmerking: Hieronder worden ook vertegenwoordigingen van internationale organisaties verstaan.
Bron: Economisch buitenlandbeleid na herijking
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het (doen) opstellen van beleidsnota’s ten aanzien van de handel met andere landen afzonderlijk.
Periode: 1946–
Product: Landenrapporten
Overlegkader: Nederlandse en buitenlandse vertegenwoordigingen (Consulaten), OESO
Waardering: B 1
Handeling: Het opstellen van rapporten met gegevens van het economische en handelsbeleid ten aanzien van groepen landen.
Periode: 1946–
Product: bijvoorbeeld: rapporten opkomende markten, rapporten Sub-Sahara Afrika, Midden-Oosten , Noord-Afrika
Overlegkader: Nederlandse en buitenlandse vertegenwoordigingen (Consulaten), OESO
Opmerking: In deze rapporten worden Opmerking: en gemaakt over de economische groei, de eventuele voorgestelde en toegepaste oplossingen bij problemen, de Nederlandse export, import en investeringen. Indien deze landen betrokken zijn bij samenwerkingsprogramma’s van het ministerie wordt ook gerapporteerd over de resultaten daarvan. De rapporten zijn tevens bedoeld als handelsinformatie voor belangstellenden.
Waardering: B 1
6.2 EVD
Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het beleidsterrein buitenlandse economische betrekkingen.
Periode: 1945–
Product: Voorlichtingsmateriaal
Waardering: B 1: 1 exemplaar
Rest: V 2 jaar
6.3 CDIU
Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het beleidsterrein buitenlandse economische betrekkingen.
Periode: 1945–1997
Product: Vanaf 1997 viel CDIU onder Minister van Financiën
Voorlichtingsmateriaal
Waardering: B 1: 1 exemplaar
Rest: V 2 jaar
6.4
Handeling: Het mede voorbereiden van vergaderingen van ad hoc High Level groepen met betrekking tot Europese en internationale handel.
Periode: 1958–
Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.
De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot concept-instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten.
Onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen van vergaderingen van High Level groepen, thans Comite 133
Waardering: B 5
Handeling: Het adviseren over door de minister van EZ geconcipieerde bijdragen aan het Comité 133 met betrekking tot gemeenschappelijke standpunten inzake de voorbereiding van EG-besluiten.
Periode: 1959–
Overlegkader: De minister van Buitenlandse Zaken
De minister van Landbouw en Visserij
Waardering: B 5
6.5 Minister van Buitenlandse Zaken
Handeling: Het (mede) voorbereiden, vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid betreffende de buitenlandse economische betrekkingen
Periode: 1945–
Opmerking: De SER adviseert de betrokken actoren. Daarnaast kunnen particuliere organisaties voor handelsbevordering om advies worden gevraagd.
Waardering: B 1
Handeling: Het voeren van interdepartementaal ambtelijk overleg op het gebied van handelsbeleid
Periode: 1946–
Product: Verslagen van interdepartementale overleggroepen op ambtelijk niveau
Opmerking: Het betreft overlegstructuren, gebaseerd op interne interdepartementale afspraken.
Voorbeelden zijn: Gemengde commissie voor Economisch-Technische Samenwerking (EZ en LNV)
Waardering: B 1
Handeling: Het (mede-)opstellen van modelteksten voor bilaterale verdragen.
Periode: 1958–
Product: Mededelingen in de Staatscourant.
Opmerking: Dit is met name het geval indien internationaal bepaalde standaardclausules tegen onevenredige bevoordeling of benadeling zijn vastgesteld.
Bronnen: GATT-overeenkomsten.
Waardering: B 5
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de sluiting van bilaterale verdragen met België, Duitsland of de Duitse deelstaten Niedersachsen of Nordrheinland Westfalen.
Periode: 1985–
Product: Bijvoorbeeld: verdragen van grensoverschrijdende bestuurssamenwerking grensoverschrijdende milieuovereenkomsten e.d.
Opmerking: Dit is met name het geval indien op regionaal niveau bij grensgebieden gezamenlijke organen moeten worden opgericht die onder meer economische betrekkingen regelen. Deze verdragen worden gestimuleerd door de EEG.
Bronnen: Art. 130 EEG-verdrag 1985.
Waardering: B 5
Handeling: Het sluiten van bilaterale handels- en betalingsovereenkomsten met landen binnen latere Europese samenwerkingsverbanden.
Periode: 1945–
Overlegorgaan: Ministerie van Financiën, Centrale Bank.
Product: Herzieningen van accoorden van de BLEU, 1943;
Herzieningen van de betalingsovereenkomst met Londen, 1945;
Handels- en betalingsovereenkomst met Tsjechoslowakije, 1945;
Handels- en betalingsovereenkomst met de USSdR, 1948;
Handels- en betalingsovereenkomst met de Franse bezettingszone van Duitsland, 1947;
Handels- en betalingsovereenkomst met de Russische bezettingszone van Duitsland, 1947.
Opmerking: Deze handels- en betalingsovereenkomsten behelzen dat de landen onderling afspraken maken over de betaling van wederzijds te im- en exporteren goederen. De betalingen van importeurs en exporteurs lopen via de centrale banken van de verdrag sluitende landen. Deze betalingen zijn aan maxima gebonden waarbinnen im- en exportafspraken mogen worden gemaakt.
Bronnen: HdTK 1947–1948 793, Nota van Toelichting p. 4.
Waardering: B 5
Handeling: Het voorbereiden van de sluiting of herziening van bilaterale handels- en betalingsovereenkomsten met landen buiten het Europese samenwerkingsgebied.
Periode: 1946–1985
Opmerking: Dit samenwerkingsgebied bestaat tot 1950 uit landen, aangesloten bij internationale hulpprogramma’s voor de wederopbouw van Europa. Na de oprichting van de Noord-Atlantische Verdragsorganisaties en de sluiting van Europese samenwerkingsverbanden betreft het landen die daarbuiten vallen.
Waardering: B 5
Handeling: Het toelaten van vertegenwoordigingsposten van bilaterale handels- en betalingsovereenkomsten uit het buitenland.
Periode: 1946– 1975
Product: Ontvangst van
Opmerking: Bijvoorbeeld: in 1946 werd in Amsterdam op compensatiebasis een handelsvertegenwoordiging van de USSR toegelaten.
Waardering: B 4
Handeling: Het sluiten van bilaterale verdragen inzake de vordering van particuliere handelsschulden.
Periode: 1946– 1968
Product: Verdragen
Waardering: B 5
Handeling: Het sluiten c.q. afhandelen van eenmalige werk-, krediet- en goederenovereenkomsten.
Periode: 1946–1968
Product: Bijv. Overeenkomst met Polen inzake havenwerken te Gdynia in ruil voor steenkool, 1946.
Waardering: V 10 jaar na einde overeenkomst
Handeling: Het (mede) publiceren van verordeningen van de Europese Commissie inzake bilaterale verdragen tussen de EC en diverse landen inzake verklaringen en certificaten van oorsprong.
Periode: 1958–
Product: Mededelingen in de Staatscourant.
Waardering: V 5 jaar na publicatie
Handeling: Het mede bij wet doen goedkeuren van bilaterale verdragen van de Europese Commissie met diverse landen inzake het handelsverkeer en/of de technische samenwerking
Periode: 1958–1985
Waardering: B 5
Handeling: Het sluiten van bilaterale overeenkomsten met landen binnen de EEG inzake de verhandeling van wapens.
Periode: 1958–
Overlegorgaan: Ministerie van Defensie
Waardering: B 5
Handeling: Het voeren van bilaterale onderhandelingen met bij een handelsconflict betrokken landen over de gevolgen van vergeldingsmaatregelen.
Periode: 1985–
Opmerking: Doel is het ongedaan maken van maatregelen voor Nederland, die in feite tegen een EU-besluit zijn gericht.
Bronnen: WTO-verdrag inzake handelsconflicten.
Waardering: B 5
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de totstandkoming van bilaterale overeenkomsten inzake hulp en bijstand.
Periode: 1947–
Product: Bilaterale overeenkomst met de Verenigde Staten in het kader van de uitvoering van het Europees Herstelplan, 29 juni 1948 Bilaterale overeenkomst met de Verenigde Staten in het kader van de uitvoering van de Mutual Security Act, Overeenkomsten inzake ontwikkelingssamenwerking, bijvoorbeeld het Meerjaren Ontwikkelingsplan Suriname 1975 Financieringscredieten aan Tunesië.
Overlegkader: Ministerie van Buitenlandse Zaken
Opmerking: In deze verdragen kunnen bepalingen voorkomen, waarbij gelden worden besteed aan goederen die door het Nederlandse bedrijfsleven worden geproduceerd.
Waardering: B 1
Handeling: Het sluiten van bilaterale verdragen inzake economische, industriële en technische samenwerking met andere landen.
Periode: 1946– 1985
Opmerking: Na 1956 hebben deze overeenkomsten betrekking op landen buiten de EG.
Waardering: B 5
Handeling: Het met toestemming van de Europese Commissie (mede) sluiten van bilaterale verdragen inzake economische, industriële en technische samenwerking met andere landen binnen het Warschau-pact.
Periode: 1967–1989
Product: Verdragen
Opmerking: Als EG-orgaan functioneert de Beperkte Commissie Samenwerkingsovereenkomsten.
Waardering: B 5
Handeling: Het met toestemming van de Europese Commissie (mede) sluiten van bilaterale verdragen inzake economische, industriële en technische samenwerking met andere landen buiten het Warschau-pact.
Periode: 1974–1989
Overlegorgaan: Minister van Buitenlandse Zaken, minister van Landbouw
Product: Verdragen
Opmerking: Als EG-orgaan functioneert de Beperkte Commissie Samenwerkingsovereenkomsten.
Waardering: B 5
Handeling: Het sluiten van investeringsbeschermingsovereenkomsten met daartoe aangewezen meestbegunstigde landen.
Periode: 1990–
Product: Verdrag
Opmerking: Gebeurt in overleg met de minister van Economische Zaken en de minister van Financiën.
Bronnen: GATT-overeenkomst.
Waardering: B 5
Vervallen.
Vervallen.
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de totstandkoming internationale verdragsovereenkomsten op economisch terrein.
Periode: 1945–
Opmerking: Zie ook het rapport Gedane buitenlandse zaken.
Bron: De desbetreffende verdragen en/of protocollen
Waardering: B 5
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de totstandkoming van nadere overeenkomsten, ontworpen op grond van internationale verdragsovereenkomsten op economisch terrein.
Periode: 1945–
Opmerking: Zie ook het rapport Gedane buitenlandse zaken.
Bron: De desbetreffende verdragen en/of protocollen
Waardering: B 5
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties inzake internationale economische betrekkingen.
Periode: 1948–
Overlegorgaan: Minister van Buitenlandse Zaken
Product: Verslagen en adviezen bij resoluties, handvesten en andere verklaringen.
Opmerking: Het betreft hier incidenteel de jaarlijkse Algemene Vergadering en bijzondere vergaderingen, voor zover die een economisch onderwerp hebben en een gemeenschappelijke maatregel als product beogen.
Bronnen: Handvest van de Verenigde Naties, art. 56.
Waardering: B 1,5
Handeling: Het adviseren inzake de aanvaarding van Nederland van handvesten en andere gemeenschappelijke maatregelen van de Verenigde Naties inzake internationale economische betrekkingen.
Periode: 1948–
Overlegorgaan: Minister van Buitenlandse Zaken
Product: Verdragtekst
Opmerking: Het betreft hier incidenteel de jaarlijkse Algemene Vergadering maar met name bijzondere vergaderingen, die over specifieke onderwerpen (soms van sociaal-economische aard) handelen.
Waardering: B 1,5
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in vergaderingen van de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties (ECOSOC).
Periode: 1948–
Overlegorgaan: Ministerie van Buitenlandse Zaken
Bronnen: Handvest van de Verenigde Naties, art. 56.
Waardering: B 1,5
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse beantwoording in onderzoeksvragen van de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties (ECOSOC).
Periode: 1948–
Overlegorgaan: Ministerie van Buitenlandse Zaken
Waardering: B 1,5
Handeling: Het leveren van bijdragen aan periodieke verslagen terwille van VN-rapporten en -publicaties over de sociale en economische toestand in Nederland.
Periode: 1948– 1995
Overlegorgaan: Ministerie van Buitenlandse Zaken
Product: Periodieke Economische VN-rapporten worden verzorgd door de Word Economics and Social Service op basis van eigen onderzoek en van de verslaglegging van de lidstaten. Deze rapporten worden overigens na verklaringen van de lidstaten die tegen details van de inhoud bezwaar indienen niet gewijzigd. Wel worden deze bezwaren afzonderlijk gepubliceerd.
Waardering: B 1,5
Handeling: Het als vakminister leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in de door ECOSOC georganiseerde conferenties van de Verenigde Naties.
Periode: 1948–
Overlegorgaan: Minister van Buitenlandse Zaken
Product: Verslagen en adviezen bij actieprogramma’s en programma-organen
Opmerking: Het betreft hier de totstandkoming van UNCTAD, UNIDO, UNEP, maar ook latere samenwerkingsverbanden met niet-gouvernementele organisaties.
Bronnen: Handvest van de Verenigde Naties, art. 56.
Waardering: B 1,5
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in de VN-commissies onder de paraplu van ECOSOC.
Periode: 1948–
Overlegorgaan: Minister van Buitenlandse Zaken
Product: Verslagen en adviezen bij rapporten
Bronnen: Handvest van de Verenigde Naties, art. 56.
Waardering: B 1,5
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in de UNCTAD-conferenties van de Verenigde Naties.
Periode: 1962–
Opmerking: Overlegorgaan: Minister voor Ontwikkelingssamenwerking. Zie ook het rapport Gedane buitenlandse zaken.
Waardering: B 1,5
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in de raad van handel en ontwikkeling TDB.
Periode: 1962–
Opmerking: In overleg met de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking. Zie ook het rapport Gedane buitenlandse zaken.
Waardering: B 1,5
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in door de TDB ingestelde intergouvernementele commissies en hun werkgroepen.
Periode: 1962–
Opmerking: Zie ook het rapport Gedane buitenlandse zaken.
Waardering: B 1,5
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in de conferenties van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen.
Periode: 1978–
Product: Constitutie van het fonds
Waardering: B 1,5
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in de Raad van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen.
Periode: 1978–
Overlegorgaan: Minister voor Ontwikkelingssamenwerking.
Zie ook het rapport Gedane buitenlandse zaken.
Waardering: B 1,5
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in de Hoofdcommissies van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen.
Periode: 1978–
Product: Constitutie van het fond
Overlegorgaan: Minister voor Ontwikkelingssamenwerking.
Waardering: B 1,5
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in de grondstoffengroepen van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen.
Periode: 1978–
Product: Constitutie van het fonds.
Overlegorgaan: Minister voor Ontwikkelingssamenwerking. Grondstoffengroepen zijn overlegorganen van producenten en consumenten van specifieke grondstoffen.
Waardering: B 1,5
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in de conferenties van de UNIDO.
Periode: 1965–
Product: Conferentieafspraak met een orgaan.
Overlegkader: Minister belast met Ontwikkelingshulp; adviesorganen inzake ontwikkelingshulp, bedrijfsleven.
Waardering: B 1,5
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in de Algemene Vergadering van de UNIDO.
Periode: 1965–
Overlegorgaan: Minister belast met Ontwikkelingshulp
Waardering: B 1,5
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in de werkzaamheden van de Raad van Industriële Ontwikkeling (IDB).
Periode: 1979–
Overlegorgaan: Ministerie belast met Ontwikkelingshulp
Waardering: B 1,5
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in de werkzaamheden van begrotingscommissie van de UNIDO.
Periode: 1979–
Overlegorgaan: Ministerie belast met Ontwikkelingshulp
Waardering: B 1,5
Handeling: Het leveren van inhoudelijke bijdragen aan de Nederlandse beantwoording van onderzoeksorganen van de UNIDO.
Periode: 1979–
Overlegorgaan: Minister belast met Ontwikkelingshulp
Waardering: B 1,5
Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen aan de Nederlandse delegatie van consultatiebijeenkomsten van onderzoeksorganen van de UNIDO.
Periode: 1979–
Overlegorgaan: Minister belast met Ontwikkelingshulp, ICIS.
Waardering: B 1,5
Vervallen.
Vervallen.
Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen aan besluiten van de EECE, de ECITO en de ECO.
Periode: 1946–1947
Waardering: B 6
Handeling: Het in samenwerking met andere ministeries leveren van bijdragen aan bijeenkomsten van de Conseil Tripartite.
Periode: 1946–1948
Bron: Tripartite-verdrag
Waardering: B 1
Handeling: Het in samenwerking met andere ministeries leveren van bijdragen aan bestuursorganen van de Conseil Tripartite.
Periode: 1946–1948
Bron: Tripartite-verdrag
Waardering: B 1
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de interdepartementale voorbereiding van handelspolitieke besprekingen in Benelux-verband,
Periode: 1946– 1962
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen aan het Comité 133 met betrekking tot gemeenschappelijke standpunten voor externe handelsverdragen.
Periode: 1968–
Opmerking: Hierbij is inbegrepen: het concipiëren van instructies aan de Nederlandse delegatie; deze instructies kunnen door de minister, maar ook door de REA of de Ministerraad worden vastgesteld.
Het uitbrengen van verslag van de vergaderingen namens de Nederlandse delegatie.
Product: GATT-afspraken
Bilaterale EG-handelsverdragen
Aanwijzingen voor handelsverdragen met landen die de EG-commissie niet erkennen
Waardering: B 5
Handeling: Het (mede) notificeren van Nederlandse regelgeving aan de Commissie van deskundigen belast met de controle op de naleving van de bepalingen van communautaire besluiten betreffende Europese en internationale handel.
Periode: 1958–
Grondslag: Richtlijnen
Product: Besluit
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het registreren van eigen regelgeving ten behoeve van het interdepartementaal implementatieoverleg van Europese regels inzake Europese en internationale handel.
Periode: 1980–
Product: Database
Waardering: V 10 jaar
Vervallen.
6.6 Minister van Financiën
Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het beleidsterrein buitenlandse economische betrekkingen.
Periode: 1997–
Opmerking: Vanaf 1997 viel CDIU onder Minister van Financiën
Product: Voorlichtingsmateriaal
Waardering: B 1: 1 exemplaar
Rest: V 2 jaar
Handeling: Het (mede) verzoeken aan het ministerie van Buitenlandse Zaken om te interveniëren voor Nederlandse handelsbelangen bij buitenlandse regeringsinstellingen naar aanleiding van aldaar genomen beslissingen.
Periode: 1946–
Opmerking: Gedacht moet worden aan bepalingen op het gebied van in in- uit en/of doorvoer van goederen en deviezen, transportregelingen, belastingmaatregelen, gebleken achterstelling van Nederlandse waar e.d. handelingen met betrekking tot het mededingingsbeleid ingevolge EG-verdragen worden besproken in het PIVOT-rapport met betrekking tot het mededingingsbeleid.
Waardering: B 1 (indien Financiën initiatief neemt)
V 10 jaar (indien Financiën geen initiatief neemt)
Handeling: Het (mede-)opstellen van modelteksten voor bilaterale verdragen.
Periode: 1958–
Product: Mededelingen in de Staatscourant.
Opmerking: Dit is met name het geval indien internationaal bepaalde standaardclausules tegen onevenredige bevoordeling of benadeling zijn vastgesteld.
Bronnen: GATT-overeenkomsten.
Waardering: B 5
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de sluiting van bilaterale verdragen met België, Duitsland of de Duitse deelstaten Niedersachsen of Nordrheinland Westfalen.
Periode: 1985–
Product: Bijvoorbeeld: verdragen van grensoverschrijdende bestuurssamenwerking grensoverschrijdende milieuovereenkomsten e.d.
Opmerking: Dit is met name het geval indien op regionaal niveau bij grensgebieden gezamenlijke organen moeten worden opgericht die onder meer economische betrekkingen regelen. Deze verdragen worden gestimuleerd door de EEG.
Bronnen: Art. 130 EEG-verdrag 1985.
Waardering: B 5
Handeling: Het leveren van bijdragen aan het sluiten van bilaterale handels- en deviezenovereenkomsten met landen binnen latere Europese samenwerkingsverbanden
Periode: 1945–
Opmerking: Het betreft overeenkomsten die worden gesloten door de ministers van Economische en Buitenlandse Zaken
Waardering: B 1
Handeling: Het toelaten van vertegenwoordigingsposten van bilaterale handels- en betalingsovereenkomsten uit het buitenland.
Periode: 1946–1975
Product: Ontvangst van
Opmerking: Bijvoorbeeld: in 1946 werd in Amsterdam op compensatiebasis een handelsvertegenwoordiging van de USSR toegelaten.
Waardering: B 4
Handeling: Het (mede) publiceren van verordeningen van de Europese Commissie inzake bilaterale verdragen tussen de EC en diverse landen inzake verklaringen en certificaten van oorsprong.
Periode: 1958–
Product: Mededelingen in de Staatscourant.
Waardering: V 5 jaar na publicatie
Handeling: Het mede bij wet doen goedkeuren van bilaterale verdragen van de Europese Commissie met diverse landen inzake het handelsverkeer en/of de technische samenwerking
Periode: 1958–1985
Waardering: B 5
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de totstandkoming van bilaterale overeenkomsten inzake hulp en bijstand.
Periode: 1947–
Product: Bilaterale overeenkomst met de Verenigde Staten in het kader van de uitvoering van het Europees Herstelplan, 29 juni 1948 Bilaterale overeenkomst met de Verenigde Staten in het kader van de uitvoering van de Mutual Security Act, Overeenkomsten inzake ontwikkelingssamenwerking, bijvoorbeeld het Meerjaren Ontwikkelingsplan Suriname 1975 Financieringscredieten aan Tunesië.
Overlegkader: Ministerie van Buitenlandse Zaken
Opmerking: In deze verdragen kunnen bepalingen voorkomen, waarbij gelden worden besteed aan goederen die door het Nederlandse bedrijfsleven worden geproduceerd.
Waardering: B 1
Handeling: Het sluiten van investeringsbeschermingsovereenkomsten met daartoe aangewezen meestbegunstigde landen.
Periode: 1990–
Product: Verdrag
Opmerking: Gebeurt in overleg met de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Economische Zaken.
Bronnen: GATT-overeenkomst.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan het sluiten van investeringsbeschermingsovereenkomsten met daartoe aangewezen meestbegunstigde landen.
Periode: 1990–
Product: Advies
Opmerking: Het betreft overeenkomsten die worden gesloten door de minister van Economische Zaken.
Bronnen: GATT-overeenkomst.
Waardering: B 1
Handeling: Het leveren van bijdragen en het voorleggen van geschillen bij de uitvoering van investeringsbeschermingsovereenkomsten aan internationale arbitragecommissies.
Periode: 1990–
Product: Arbitrage-overeenkomst en daartoe ingediende gerechtelijke stukken
Bronnen: GATT-overeenkomst.
Waardering: B 5
Handeling: Het leveren van bijdragen aan adviezen van het ministerie van Buitenlandse Zaken aan de Regeringscommissaris voor Duitse aangelegenheden over economische aangelegenheden ten aanzien van Duitsland.
Periode: 1945–1951
Waardering: B 6
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in het beleid van de UNRRA.
Periode: 1946–1950
Overlegorgaan: Minister van Financiën
Opmerking: De UNRRA is door de VN opgericht als organisatie ter ondersteuning van Europa in zijn wederopbouwperiode. Zij is opgevolgd door de ECE.
Waardering: B 5
Handeling: Het (mede) notificeren van Nederlandse regelgeving aan de Commissie van deskundigen belast met de controle op de naleving van de bepalingen van communautaire besluiten betreffende Europese en internationale handel.
Periode: 1958–
Grondslag: Richtlijnen
Product: Besluit
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Interdepartementale Commissie Europees Recht en zijn subcommissie
Periode: 1997–
Product: O.a. mededelingen in de ICER-nieuwsbrief
Opmerking: In overleg met ICER-V
Waardering: V 5 jaar
6.7 Minister van Landbouw, Visserij en Natuurbeheer
Handeling: Het voeren van interdepartementaal ambtelijk overleg op het gebied van handelsbeleid
Periode: 1946–
Product: Verslagen van interdepartementale overleggroepen op ambtelijk niveau
Opmerking: Het betreft overlegstructuren, gebaseerd op interne interdepartementale afspraken Voorbeelden zijn:. Gemengde commissie voor Economisch-Technische Samenwerking (EZ en LNV)
Waardering: B 1
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in de conferenties van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO).
Periode: 1945–
Waardering: B 1
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Nederlandse inbreng in de raad en andere bestuursorganen van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO).
Periode: 1945–
Waardering: B 1
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de interdepartementale voorbereiding van handelspolitieke besprekingen in Benelux-verband,
Periode: 1946– 1962
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het voeren van landelijke voorbereidingsvergaderingen voor de Nederlandse delegaties bij beraadslagingen van de raad van de OESO.
Product: Verslagen
Periode: 1960–
Opmerking: Overlegkader: Ngo’s: werkgevers-, werknemers-, consumenten- en milieu-organisaties.
Waardering: B 5
Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen aan het Comité 133 met betrekking tot gemeenschappelijke standpunten voor externe handelsverdragen.
Periode: 1968–
Opmerking: Hierbij is inbegrepen: het concipiëren van instructies aan de Nederlandse delegatie; deze instructies kunnen door de minister, maar ook door de REA of de Ministerraad worden vastgesteld.
Het uitbrengen van verslag van de vergaderingen namens de Nederlandse delegatie.
Product: GATT-afspraken
Bilaterale EG-handelsverdragen
Aanwijzingen voor handelsverdragen met landen die de EG-commissie niet erkennen
Waardering: B 5
Handeling: Het (mede) notificeren van Nederlandse regelgeving aan de Commissie van deskundigen belast met de controle op de naleving van de bepalingen van communautaire besluiten betreffende Europese en internationale handel.
Periode: 1958–
Grondslag: Richtlijnen
Product: Besluit
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Interdepartementale Commissie Europees Recht en zijn subcommissie
Periode: 1997–
Product: O.a. mededelingen in de ICER-nieuwsbrief
Opmerking: In overleg met ICER-V
Waardering: V 5 jaar
6.8 Minister van Defensie
Handeling: Het leveren van bijdragen aan het sluiten van bilaterale overeenkomsten met landen binnen de EEG inzake de verhandeling van wapens
Periode: 1958–
Opmerking: Het betreft hier overeenkomsten die worden gesloten door de ministers van Economische en Buitenlandse Zaken.
Waardering: B 1
Handeling: Het (mede) notificeren van Nederlandse regelgeving aan de Commissie van deskundigen belast met de controle op de naleving van de bepalingen van communautaire besluiten betreffende Europese en internationale handel.
Periode: 1958–
Grondslag: Richtlijnen
Product: Besluit
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Interdepartementale Commissie Europees Recht en zijn subcommissie
Periode: 1997–
Product: O.a. mededelingen in de ICER-nieuwsbrief
Opmerking: In overleg met ICER-V
Waardering: V 5 jaar
6.9 Minister van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieu
Vervallen.
Vervallen.
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Interdepartementale Commissie Europees Recht en zijn subcommissie
Periode: 1997–
Product: O.a. mededelingen in de ICER-nieuwsbrief
Opmerking: In overleg met ICER-V
Waardering: V 5 jaar
6.10 Minister van Verkeer en Waterstaat
Handeling: Het (mede) notificeren van Nederlandse regelgeving aan de Commissie van deskundigen belast met de controle op de naleving van de bepalingen van communautaire besluiten betreffende Europese en internationale handel.
Periode: 1958–
Grondslag: Richtlijnen
Product: Besluit
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Interdepartementale Commissie Europees Recht en zijn subcommissie.
Periode: 1997–
Product: O.a. mededelingen in de ICER-nieuwsbrief
Opmerking: In overleg met ICER-V
Waardering: V 5 jaar
6.11 Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Handeling: Het (mede) notificeren van Nederlandse regelgeving aan de Commissie van deskundigen belast met de controle op de naleving van de bepalingen van communautaire besluiten betreffende Europese en internationale handel.
Periode: 1958–
Grondslag: Richtlijnen
Product: Besluit
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Interdepartementale Commissie Europees Recht en zijn subcommissie.
Periode: 1997–
Product: O.a. mededelingen in de ICER-nieuwsbrief
Opmerking: In overleg met ICER-V
Waardering: V 5 jaar
6.12 Minister van Algemene Zaken
Handeling: Het (mede) notificeren van Nederlandse regelgeving aan de Commissie van deskundigen belast met de controle op de naleving van de bepalingen van communautaire besluiten betreffende Europese en internationale handel.
Periode: 1958–
Grondslag: Richtlijnen
Product: Besluit
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Interdepartementale Commissie Europees Recht en zijn subcommissie.
Periode: 1997–
Product: O.a. mededelingen in de ICER-nieuwsbrief
Opmerking: In overleg met ICER-V
Waardering: V 5 jaar
6.13 Minister van Justitie
Handeling: Het (mede) notificeren van Nederlandse regelgeving aan de Commissie van deskundigen belast met de controle op de naleving van de bepalingen van communautaire besluiten betreffende Europese en internationale handel.
Periode: 1958–
Grondslag: Richtlijnen
Product: Besluit
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Interdepartementale Commissie Europees Recht en zijn subcommissie.
Periode: 1997–
Product: O.a. mededelingen in de ICER-nieuwsbrief
Opmerking: In overleg met ICER-V
Waardering: V 5 jaar
6.14 Vakminister
Handeling: Het in samenwerking met andere ministeries leveren van bijdragen aan bijeenkomsten van de Conseil Tripartite.
Periode: 1946–1948
Bron: Tripartite-verdrag
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het in samenwerking met andere ministeries leveren van bijdragen aan bestuursorganen van de Conseil Tripartite.
Periode: 1946–1948
Bron: Tripartite-verdrag
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen in het overleg van de Commissies en daaronder ressorterende subcommissies van de Benelux-Unie.
Product: Periodieke verslagen
Periode: 1948–
Opmerking: O.a. in de:
Commissie voor coördinatie van de statistieken;
Commissie voor landbouw, visserij en voedselvoorziening;
Commissie voor industrie en handel;
Commissie voor transport en havenvraagstukken;
Commissie voor monetaire vraagstukken;
Commissie voor sociale vraagstukken;
Commissie voor prijzen en lonen;
Commissie voor koloniale preferenties;
Commissie ter bestudering van een gemeenschappelijke kas;
Commissie voor verdelingen en prioriteiten;
Commissie openbare aanbesteding;
Commissie directe belastingen.
Product: beleidsafstemming
Bron: Protocol van de Benelux-afspraak 1947.
Waardering: B 1
Handeling: Het leveren van bijdragen aan internationale fora, uitgeschreven door werkgroepen van de OESO en het instrueren van de diverse werkgroepen binnen de OESO.
Periode: 1960–
Opmerking: Voorbeelden zijn:
Jaarlijkse fora van de EPoC inzake het milieubeheer;
Forum on Harmful Tax practives, juli 1998;
Forum on strategic management, juni 1997.
Bron: Mandaat Epoc, Mandaat Committee on fiscal affairs.
Waardering: B 5
Handeling: Het inbrengen van Nederlandse standpunten in de Raad van Ministers met betrekking tot EGKS-aangelegenheden.
Periode: 1952–
Producten: Bijdragen aan ministersdossier
Opmerking: Voor de inbreng m.b.t. de wijziging van het EGKS-Verdrag etc., zie handeling hierboven.
De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, opgericht voor 50 jaar om het beheer en de productie van delfstoffen op Europees niveau te brengen ging in 1952 van start en is op 23 juli 2002 opgeheven. Middelen en beleidstaken zijn overgedragen aan de Europese Unie.
Bron: EGKS-Verdrag, hoofdstuk III
Waardering: B 1,5
Handeling: Het inbrengen van Nederlandse standpunten in de Raadswerkgroep met betrekking tot EGKS-aangelegenheden.
Periode: 1952–
Opmerking: Voor de inbreng m.b.t. de wijziging van het EGKS-Verdrag etc., zie hierboven.
De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, opgericht voor 50 jaar om het beheer en de productie van delfstoffen op Europees niveau te brengen ging in 1952 van start en is op 23 juli 2002 opgeheven. Middelen en beleidstaken zijn overgedragen aan de Europese Unie.
Bron: EGKS-Verdrag, hoofdstuk III
Waardering: B 1,5
Handeling: Het bijdragen in het ambtelijke en bestuurlijke vooroverleg t.b.v. de Nederlandse standpuntbepaling in EGKS-Raadsaangelegenheden.
Periode: 1952–
Producten: Bijdragen aan b.v. instructie PV, overleg met belangenorganisaties
Opmerking:
Samenstelling ICCE ca. 1985: EZ (7), overige betrokken departementen (1) m.u.v. SZW (2). Voorz. en secr. ca. 1985: EZ/BEB/directie Integratie.
Voor de ambtelijke voorportalen en onderraden van de ministerraad, zie PIVOT-rapport 1 (Onderraden en ambtelijke voorportalen).
Bron: SIC, 2e Interimrapport, II, p. 115
Waardering: B 5
Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake algemene en op langere termijn spelende zaken van EU-belang inzake Europese en internationale handel.
Periode: 1993–
Opmerking: Overleg hierover in de Coördinatiecommissie op Hoog Ambtelijk Niveau (CoCoHan) leidt tot algemene rapporten aan de betrokken ministers.
Waardering: B 1
Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten inzake door de Europese Commissie voorgestelde uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de internationale handel, die besproken worden in een raadgevend comité, een beheerscomité of een reglementeringscomité.
Periode: 1958–
Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.
Wanneer meerdere departementen betrokken zijn leidt het eerstverantwoordelijke ministerie het coördinatieoverleg.
Onder deze handeling valt ook het opstellen van instructies voor de Nederlandse vertegenwoordigers in de comités.
Onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen van vergaderingen van deze comités.
Waardering: B 1,5
Handeling: Het leveren van bijdragen aan implementatieplannen om de nationale wet- en regelgeving aan te passen aan Europese richtlijnen.
Periode: 1992–
Bron: Aanwijzingen voor regelgeving(Stcrt. 1992. 230) 334
Waardering: B 1
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Interdepartementale Commissie Europees Recht en zijn subcommissie.
Periode: 1997–
Product: O.a. mededelingen in de ICER-nieuwsbrief
Opmerking: In overleg met ICER-V
Waardering: V 5 jaar
6.15 De Interdepartementale Wegroep Notificatie (IWN)
Handeling: Het voeren van overleg over interdepartementale vraagstukken met betrekking tot de toetsing van Nederlandse regelgeving aan de verdragsbepalingen van supranationale organen.
Periode: 1990–
Opmerking: Het betreft de notificaties van Nederlandse regels aan de Europese Commissie en aan de Wereld Handelsorganisatie
Waardering: V 10 jaar
7. Bronnen
7.1 Verdragen en internationale regels
7.1.1 Wereld
Handvest van de Verenigde Naties, 1945.
Havana charter for an International Trade Organization. of Final act of the United Nations Conference on Trade and Employment, 1948.
Protocollen van de GATT, Geneve 1948, gewijzigd 10 maart 1955 (stb. 1958, 155),
Verdrag nopens de privileges en immuniteiten der gespecialiseerde organisaties, Stb 1949, J 67; Trb 1951, 160.
Verdrag nopens de de organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling OESO, Parijs 14 december 1960, Stb. 1961, 385
Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie, Wet van 23 juni 1960, Stb. 246
Internationale Koffie-overeenkomst van 28 september 1963, Stb. 1963, 522.
Internationale Koffie-overeenkomst van 28 maart 1968, Stb. 1968, 698, gewijzigd 1975, Stb. 1975, 180.
Verordening EG 1968, nr. 803 van de Raad houdende een nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief. PB/EG L 148
Internationale Cacao-overeenkomst, 1975, Stb. 1978, 95
Internationale Natuurrubber-overeenkomst, 1979, Stb. 1980, 150; 1987, Stb. 1988, 52.
7.1.2 Europa
Verdrag van oprichting van de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking OEES, Parijs 6 april 1948.
Verdrag tot oprichting van een internationale douaneraad, 15 december 1950,
Verdrag tot oprichting van de Europese Betalingsunie,
Aanvullend protocol, Stb. 1953, 403.
Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal, 18 april 1951, Parijs; 27 oktober 1956, Luxemburg (Stb. 1958, 315)
Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, wet van 5 december 1957, Stb. 493
Overeenkomst met betrekking tot bepaalde instellingen werlke de Europese gemeenschappen gemeen hebben. Wet van 25 december 1957, Stb. 495
Verdrag tot instelling van een raad en een commissie welke de Europese gemeenschappen gemeen hebben van 8 april 1965, Stb. 1966, 463.
Verdragen inzake toetreding van landen bij de EG:
Denemarken, Ierland, Noorwegen, Verenigd Koninkrijk, 22 januari 1972, Stb. 1972, 651
Griekenland, 28 mei 1979, Stb. 1980, 302
Spanje en Portugal, 12 juni 1985, Stb. 1985, 702
Besluit betreffende het stelsel van de eigen middelen van de gemeenschappen, 7 mei 1985, Stb. 1985, 703; 24 juni 1988, Stb. 1988, 651.
Beschikking EG 1982, nr, 845, Pb EG I, 357
Verdrag inzake de Europese Unie, 7 februari 1992, Stb. 1992, 692.
Verdrag inzake de Europese Economische Ruimte van Oporto van 2 mei 1992, Stb.1992, 693
7.2 Overige Bronnen:
HdTK 1978/1979, nr. 15 424 nr. 1
HdTK 1983–1984, nr. 18 206 (Exportnota en correspondentie)
8. Literatuur
Asbeek Brusse, W., Nederland en de onderhandelingen voor Euratom, scriptie Amsterdam 1987.
Baehr, P.R., L. Gordenker, De Verenigde Naties, Ideaal en werkelijkheid. Meppel, 1985, 1992, 1996.
Bakker, A.D.M., F. van Dijk, F. van der Doe e.a., Ter land, ter zee en in de lucht, een institutioneel onderzoek naar taken en handelingen op het beleidsterrein militaire operatiën van het ministerie van Defensie en voorgangers. ’s-Gravenhage, 1998. PIVOT-rapport 50.
Bakker, A.F.P. De internationale financiële instellingen. Amsterdam 1995
R. Barents, Internationale grondstoffenovereenkomsten, een onderzoek naar de juridische aspecten van internationale marktordeningen, ’s-Gravenhage 1982.
V.J.J.M. Bekkers, J.M. Bones, A.J.C. de Moor, van Vugt, W.J.M. Voermans, Brussel en Nederland: tegenliggers, spookrijders of reisgenoten? Implementatie van EG-regelingen in de Nederlandse rechtsorde. Zwolle 1993.
Blaisse, P.A., De Nederlandse handelspolitiek. Utrecht, 1948.
Blom, F, Het directoraat-generaal Buitenlandse Economische Betrekkingen van het Ministerie van Economische Zaken, rapport van het onderzoek naar organisatie, taken en personeel 1945–1969, CAS Winschoten 1989.
Bloemen, E.S.A. (Red), Het Benelux-effect, Belgie, Nederland en Luxemburg en de Europese integratie, Amsterdam 1992 (NEHA-series III, 17)
Boekesteijn, A.J., De wording van de Benelux, 1943–1949.
Brinkhorst, L.J., Grondlijnen van het Europees recht, Alphen aan den Rijn 1984, e.v.
Bronckers, C.E.J., Betere regels voor een nieuw millenium, een pleodooi tegen ondemocratische ontwikkelingen in de WTO, Leiden 2000.
Bruijn, J.A. de, Economische zaken, profiel van een ministerie, Den Haag, 1989.
E. Burger, P.L. Groen, J. Steenhuis. Gedane buitenlandse zaken. Een institutioneel onderzoek naar het beleidsterrein buitenland, ontwikkelingssamenwerking en het ministerie van Buitenlandse Zaken, 1945–1990 [1994]. Ongepubliceerd concept.
CAS Winschoten, Het directoraat-generaal Buitenlandse Economische Betrekkingen van het ministerie van Economische Zaken, Rapport van het onderzoek naar organisatie, taken en personeel 1945–1969. Winschoten 1989.
CAS Winschoten, Inventaris van de archieven va de Economische Voorlichtingsdienst en de onder deze dienst ressorterende instellingen van het Ministerie van Economische Zaken (1933–) 1936–1965 (1973). Winschoten 1991.
CAS Winschoten, Inventaris van het archief van de Centrale Dienst voor In- en Uitvoer, 1941–1964. Winschoten 1995.
CAS Winschoten, Inventaris van het Centraal Archief van het Ministerie van Economische Zaken (1906) 1944–1965 (1975), Winschoten 199.
CAS Winschoten, Inventaris van het archief van het Directoraat-Generaal voor de Buitenlandse Economische Betrekkingen van het ministerie van Economische Zaken (1945–) 1966–1969 (–1975). Winschoten 1992.
Clerx, J.M.M.J., Nederland en de liberalisatie van het handels- en betalingsverkeer (1945–1958). Groningen 1986.
Commissie voor de Handelspolitiek. Organisatie van het consulaatswezen. Z.pl. 1894.
Dingemans, R. en R. Romme, Nederland en het Marshall-plan, een bronnenoverzicht en filmografie 1947–1953. [’s-Gravenhage, 1996] Onderzoeksgids Algemeen Rijksarchief.
Eng, P. van den, Marshall-hulp voor Nederland, het aanbod van een perspectief (1947–1953), Doctoraalscriptie Groningen, 1984.
Flesch, Saskia, Nederland en België in de Europese Betalings Unie, 1947–1958, een gezamenlijk beleid? Doctoraalscriptie Utrecht 1994.
R.T. Griffiths, The economy and politics of the Netherlands since 1945. Den Haag 1980.
R.T. Griffiths, red. The Netherlands and the Integration of Europe, 1945–1957. Amsterdam 1990, NEHA-series III, 8.
Herwonnen welvaart, de betekenis van het Marshallplan voor Nederland en voor de Europese samenwerking. Den Haag, 1954, p. 75–99
Hubrecht, H.F.R., Het Nederlandsch consulaatswezen, bescheiden betreffende zijne organisatie (Amsterdam 1899).
Roel Jansen, Erger dan liefde. De internationale economie van Bretton Woods tot Maastricht. Amsterdam/Leuven 1993. p. 30
Kapteyn, P.J.G. en P.Verloren van Themaat (red.), Inleiding tot het recht van de Europese Gemeenschappen, Deventer 1995.
Kersten, A.E., Buitenlandse Zaken in ballingschap, groei en verandering van een ministerie 1940–1945. Alphen aan de Rijn 1988.
Kersten, A.E, ‘Nederland en de buitenlandse politiek na 1945’, in: Algemene Geschiedenis der Nederlanden XV (Haarlem 1982), p. 382–400.
Kersten, A.E., `De Europese integratie in vogelvlucht’, in: Economisch-Statistische Berichten 77 (3891) 1992.
A. Kocsorowska, International trade conventions, their effectiveness, present and future. Den Haag, Londen Boston 1995.
Meer, F.M. van der en L.J. Roborgh, De interne en externe werking van de departementen van algemeen bestuur Serie Miniaturen 26 (vakgroep bestuurskunde) (Leiden 1986)
Ministerie van Buitenlandse Zaken, Overzicht van de Verenigde Naties en de Gespecialiseerde Organisaties, ’s-Gravenhage 1992–…
Ministerie EZ, Nota subsidiebeleid ten opzichte van exportcombinaties, 1954
Moquette, F.G., Van BEP tot BEB, de aanpassing van de bestuurlijke structuren aan de ontwikkelingen van de buitenlandse economische betrekkingen in Nederland sedert 1795, diss. Leiden 1993
Schermers, H.G., De gespecialiseerde organisaties, hun bouw en inrichting. Leiden, 1957
H. Suddards, An anatomy of the World Trade Organization, Den Haag, Londen, Boston 1997.
Teppema, mr. S.Th.J., ‘Tien jaar buitenlandse economische betrekkingen’, in: Tien jaar economisch leven in Nederland, Herstelbank 1945–1955. ’s-Gravenhage, 1955.
J.H. van Tol, Agrarische handelspolitiek en exportbevordering. Een institutioneel onderzoek naar taken en handelingen op het gebied van de agrarische handelspolitiek, internationale samenwerking en exportbevordering ten aanzien van agrarische en visserijproducten, en naar de agrarische vertegenwoordiging in het buitenland, 1945–1998. Ongepubliceerd concept. [’s-Gravenhage, 2001 PIVOT-rapport nr. …]
Weisglas, M. Benelux, van nabuurstaten tot uniepartners. Amsterdam, 1949.
WTO-secretariaat, Guide to the Uruguay Round Agreements, Den Haag, Londen, Boston, 1999.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)