Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Industrie- en technologiebeleid vanaf 1945 (Minister van Verkeer en Waterstaat)
Opmerking: De aanvragen werden ingediend bij de NEHEM. Deze besliste ook over de toewijzing en de vaststelling van de subsidie.
De NEHEM kon aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.
Waardering: toegewezen: B 5
afgewezen: V; 7 jaar
Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies aan ondernemingen in de papier- en kartonindustrie ter financiering van investeringen.
Periode: 1981–1983
Grondslag: Subsidieregeling procesbeheersingapparatuur papier- en kartonindustrie (Stcrt. 1981, 130), artikels 2; 4; 6; 7; 8; 9 en 10 lid 3.
Subsidieregeling upgradingapparatuur papier- en kartonindustrie (Stcrt. 1982, 198), artikels 2; 4; 6; 7; 8; 9 en 10 lid 3.
Product: Beschikking
Opmerking: De aanvragen werden ingediend bij de Vereniging van Nederlandse papier- en kartonfabrieken (VNP). Deze stuurde de aanvragen, vergezeld van een advies, door naar de Minister van Economische Zaken.
De Minister kon voorschotten verstrekken op een beschikking tot subsidieverlening.
De Minister kon aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.
Waardering: toegewezen: B 5
afgewezen: V; 7 jaar
Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies aan ondernemingen in de meubelindustrie voor het opstellen en uitvoeren van ontwerpplannen.
Periode: 1983–1985
Grondslag: Subsidieregeling ontwerpbeleid meubelindustrie 1982 (Stcrt. 1983, 83), artikels 2; 4; 7; 8; 9 en 10 lid 4.
Product: Beschikking
Opmerking: De aanvragen werden ingediend bij de Stichting Sectorbeleid Meubelindustrie. Deze stuurde de aanvragen, vergezeld van een advies, door naar de Minister van Economische Zaken.
De Minister kan aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.
Waardering: toegewezen: B 5
afgewezen: V; 7 jaar
Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies aan ondernemingen in de landbouwmachine-industrie ter financiering van investeringen.
Periode: 1983–1986
Grondslag: Subsidieregeling landbouwmachine-industrie 1983 (Stcrt. 1983, 240), artikels 2; 4; 6; 7 en 9.
Product: Beschikking
Opmerking: De aanvragen werden ingediend bij de NEHEM. Deze stuurde de aanvragen vergezeld met een advies naar de Minister van Economische Zaken, die vervolgens besliste over toezegging van subsidie. De NEHEM besliste daarna over de vaststelling van de subsidie.
De Minister kon aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.
De NEHEM kon voorschotten verstrekken op een beschikking tot subsidieverlening.
Waardering: toegewezen: B 5
afgewezen: V; 7 jaar
Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies aan ondernemingen in de schoenindustrie ter financiering van investeringen.
Periode: 1982–1983
Grondslag: Kaderregeling voor de schoenindustrie 1982 (Stcrt. 1982, 80), artikels 2; 4; 6; 7; 8; 9 en 10 lid 2.
Product: Beschikking
Opmerking: De aanvragen werden ingediend bij de NEHEM. Deze besliste ook over de aanwijzing en de vaststelling van de subsidie.
De NEHEM kon aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.
De Minister kon voorschotten verstrekken op een beschikking tot subsidieverlening.
Waardering: toegewezen: B 5
afgewezen: V; 7 jaar
Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies aan ondernemingen in de klompenindustrie ter financiering van investeringen
Periode: 1981–1982
Grondslag: Tweede regeling investeringsbijdrage klompenindustrie (RIK-II) (Stcrt. 1981, 159), artikels 6; 8; 9; 10; 11 en 14.
Product: Beschikking
Opmerking: De aanvragen werden ingediend bij de NEHEM. Deze besliste ook over de aanwijzing en de vaststelling van de subsidie.
De NEHEM kon aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.
Waardering: toegewezen: B 5
afgewezen: V; 7 jaar
Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies aan ondernemingen in de stukgoedoverslagsector ter financiering van investeringen.
Periode: 1984–1986
Grondslag: Subsidieregeling stukgoedoverslagbedrijven 1983 (Stcrt. 1984, 3), artikels 2; 4; 6; 7; 8 en 9.
Product: Beschikking
Opmerking: De aanvragen werden ingediend bij de NEHEM. Deze besliste ook over de toewijzing en de vaststelling van de subsidie.
De NEHEM kon aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.
De NEHEM kon voorschotten verstrekken op een beschikking tot subsidieverlening.
Waardering: toegewezen: B 5
afgewezen: V; 7 jaar
Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies aan ondernemingen in de chemische apparatenbouw ter financiering van investeringen.
Periode: 1980–
Grondslag: Kaderregeling chemische apparatenbouw 1980 (Stcrt. 1980, 73), artikels III.1.2; III.3.1 en III.6.2.
Product: Beschikking
Opmerking: - De aanvragen werden ingediend bij de NEHEM. Deze besliste ook – in overeenstemming met de Minister – over de toewijzing en vaststelling van de subsidie
– De NEHEM kon – in overeenstemming met de Minister – aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.
– De Minister kon voorschotten verstrekken op een beschikking tot subsidieverlening.
Waardering: toegewezen: B 5
afgekeurd: V; 7 jaar
Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies aan ondernemingen in de ijzergieterijen ter financiering van herstructureringsprojecten.
Periode: 1977–1978
Grondslag: Richtlijnen kaderregeling herstructurering Nederlandse ijzergieterijen (Stcrt. 1977, 83), artikels 15; 22 en 24.
Product: Beschikking
Opmerking: De aanvragen werden ingediend bij de NEHEM. Deze besliste ook over de toewijzing en vaststelling van de subsidie
De NEHEM kon voorschotten verstrekken op een beschikking tot subsidieverlening.
Waardering: toegewezen: B 5
afgewezen: V; 7 jaar
Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies aan ondernemingen in het geregeld wegvervoer ter financiering van de herstructurering van de sector.
Periode: 1983–1985
Grondslag: Subsidieregeling geregeld wegvervoer 1983 (Stcrt. 1983, 251), artikels 2; 7 en 9.
Product: Beschikking
Opmerking: De aanvragen werden ingediend bij de NEHEM. Deze besliste ook over de toewijzing en vaststelling van de subsidie
De NEHEM kon voorschotten verstrekken op een beschikking tot subsidieverlening.
De NEHEM kon aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.
Waardering: toegewezen: B 5
afgewezen: V; 7 jaar
Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies ter ontwikkeling van het databankuitgeven en de hiermee samenhangende dienstverlening.
Periode: 1983–1984
Grondslag: Subsidieregeling databankuitgeven 1983 (Stcrt. 1983, 241), artikels 2 lid 1; 4 lid 1 en artikel 7.
Product: Beschikking
Opmerking: De aanvragen werden ingediend bij de NEHEM. Deze besliste ook over de vaststelling van de subsidie. De Minister deed de toezegging.
De Minister kon aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.
De NEHEM kon voorschotten verstrekken op een beschikking tot subsidieverlening.
Waardering: toegewezen: B 5
afgewezen: V; 7 jaar
Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidies aan ondernemingen in de galvanische industrie ter financiering van milieu-investeringen.
Periode: 1981–1986
Grondslag: Kaderregeling milieu-investeringen in de galvanische industrie 1981 (Stcrt. 1981, 204)
Product: Beschikking
Opmerking: De aanvragen werden ingediend bij de NEHEM. Deze besliste ook over de toewijzing en de vaststelling van de subsidie.
De NEHEM kon aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.
Er konden voorschotten verstrekt worden op een beschikking tot subsidieverlening.
Waardering: toegewezen: B 5
afgewezen: V; 7 jaar
3.6. Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling (NIVR)
Handeling: Het leveren van bijdragen aan ontwikkelingsprojecten binnen de vliegtuigindustrie.
Periode: 1965–1999
Bron: Begrotingen EZ
Opmerking: Het gaat hier om zowel inhoudelijke als financiële bijdragen.
Waardering: B 1 & 5
Handeling: Het vaststellen en toezeggen van subsidie voor civiele vliegtuigontwikkeling.
Periode: 2000–
Grondslag: Besluit subsidies civiele vliegtuigontwikkeling (Stb. 2000, 206), artikels 2 lid 1; 7 en 22.
Verlening mandaat uitvoering Besluit subsidies civiele vliegtuigontwikkeling (Stcrt. 2000, 113).
Product: Beschikking
Opmerking: Subsidie kan verleend worden aan ondernemers, kennisinstituten en samenwerkingsverbanden.
Waardering: vastgesteld: B 5
afgewezen: V; 7 jaar
Handeling: Het vaststellen en toezeggen van kredieten voor civiele vliegtuigontwikkeling.
Periode: 2000–
Grondslag: Besluit subsidies civiele vliegtuigontwikkeling (Stb. 2000, 206) artikel 2 lid 2 en artikel 24.
Verlening mandaat uitvoering Besluit subsidies civiele vliegtuigontwikkeling (Stcrt. 2000, 113).
Product: Beschikking
Opmerking: Hieronder valt ook de eventuele kwijtschelding van kredieten en rentevergoedingen.
Waardering: vastgesteld: B 5
afgewezen: V; 7 jaar
Handeling: Het sluiten van overeenkomsten met ondernemingen, samenwerkingsverbanden of kennisinstituten met betrekking tot civiele vliegtuigontwikkeling
Periode: 1965–
Grondslag: (vanaf 2000) Besluit subsidies civiele vliegtuigontwikkeling (Stb. 2000, 206), artikel 17.
Verlening mandaat uitvoering Besluit subsidies civiele vliegtuigontwikkeling (Stcrt. 2000, 113).
Product: Overeenkomst
Waardering: B 4
Handeling: Het verlenen van ontheffing van bepalingen in het Besluit subsidies civiele vliegtuigontwikkeling.
Periode: 2000–
Grondslag: Besluit subsidies civiele vliegtuigontwikkeling (Stb. 2000, 206) artikels 11; 14 en 15.
Verlening mandaat uitvoering Besluit subsidies civiele vliegtuigontwikkeling (Stcrt. 2000, 113).
Product: Beschikking (ontheffing)
Waardering: V 10 jaar
3.7. Senter
Handeling: Het verstrekken van subsidie voor het uitvoeren van maritiem onderzoek.
Periode: 1995–2001
Grondslag: Subsidieregeling maritiem onderzoek (Stcrt. 1995, 124), artikels 2 leden 1 en 2; 9; 12 lid 1; 19; 21 lid 2; 22 en 23, vervallen bij Besluit van 14 november 1997 (Stb. 555 – SMO).
Besluit subsidies maritiem onderzoek (Stb. 1997, 555 – SMO), artikels 2; 8; 11; 17; 20 en 21, vervallen bij Besluit van 4 mei 2001 (Stb. 228 – BTS).
Product: Beschikking
Opmerking: De Minister kon voorschotten verstrekken op een beschikking tot subsidieverlening.
Waardering: toegewezen: B 5
afgewezen: V; 7 jaar
3.8. Minister van Financiën
Handeling: Het (mede) voorbereiden, vaststellen en wijzigen van regels met betrekking tot de stimulering en sturing van bedrijfsinvesteringen.
Periode: 1978–1990
Grondslag: Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 368), artikel 5 leden 5 en 6; 6 leden 3 en 5; 12 en 22, vervallen bij Wet van 28 december 1989 (Stb. 1989, 601).
Product: Ministeriële regeling of AMvB, zoals:
– Bijstelling bedragen grote projecten WIR (Stcrt. 1980, 94).
– Wet temporisering uitbetaling investeringsbijdragen (Stb. 1991, 356).
– Besluit uitvoering van artikel 6, derde lid, van de Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 452).
Opmerking: Hieronder valt niet de belastingwetgeving ter stimulering van bedrijfsinvesteringen.
Waardering: B 1
Handeling: Het (mede) beheren van en het jaarlijks verantwoording afleggen over de Investeringsrekening.
Periode: 1978–1990
Grondslag: Wet investeringsrekening (Stb. 1978, 368), artikel 2 lid 2 en 3 lid 1, vervallen bij Wet van 28 december 1989 (Stb. 1989, 601).
Product: Rekening en/of begroting
Waardering: B 3
Handeling: Het (mede) voorbereiden van begrotingen van inkomsten en uitgaven van het Fonds Investeringsrekening
Periode: 1978–1990
Grondslag: Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 368), artikel 3, vervallen bij Wet van 28 december 1989 (Stb. 1989, 601).
Product: Wet, zoals:
– Wet tot vaststelling van de begroting van inkomsten en uitgaven van het Fonds Investeringsrekening 1978 (Stb. 1978, 742).
Opmerking: Hiervoor gelden dezelfde regelen als voor de Rijksbegroting en Rijksrekening.
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en leden van de WIR-commissie.
Periode: 1978–1992
Grondslag: Besluit van de Minister van Economische Zaken van 7 april 1978, nr. WJA 678/248, artikel 3 lid 1.
Product: Benoemingsbesluit
Opmerking: De Minister van EZ wijst de voorzitter, tevens lid, aan.
De Ministers van EZ, SZW en Financiën wijzen elk twee leden aan.
De Ministers van VROM, VWS, Wetenschapsbeleid, BuZa, LNV en V&W wijzen elk één lid aan.
Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd
Handeling: Het (mede) voorbereiden, vaststellen en wijzigen van regels ter bevordering van een goede uitvoering van de WIR-knip.
Periode: 1991–
Grondslag: Wet temporisering uitbetaling investeringsbijdragen (Stb. 1991, 356), artikels 5 lid 2 en 7.
Product: Ministeriële regeling, zoals:
– Regeling vaststelling formulier melding WIR-aanspraken (Stcrt. 1991, 135)
– Uitvoeringsregeling WIR-temporisering (Stcrt. 1991, 204)
Waardering: B 1
Handeling: Het (mede) instellen van de Interdepartementale Commissie voor ruimteonderzoek en ruimtetechnologie en het geven van instructies.
Periode: 1966–1994
Bron/
Grondslag: Ministerraadbesluit van 4 maart 1966.
Staatsalmanak 1975, P.40.
Instelling interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie (Stcrt. 1987, 108), artikel 1.
Wijzigingen beschikkingen instelling commissies op terrein technologiebeleid (Stcrt. 1988, 254), artikel 2.
Verlening instellingstermijn Interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie (Stcrt. 1992, 248).
Product: Besluit
Waardering: B 4
Handeling: Het mede oprichten en vaststellen van de werkwijze en/of het (mede) ontbinden van de stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling (NIV(R)).
Periode: 1947–
Grondslag: Wet van 24 februari 1955 houdende bekrachtiging van de oprichting van de Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling, alsmede vaststelling van een regeling als bedoeld in artikel 89a van de Comptabiliteitswet 1927 (Stb. 259) ten aanzien van deze Stichting (Stb. 1955, 107), artikel 1.
Opmerking: In 1971 is ruimtevaart aan het programma van het NIV toegevoegd en is de naam gewijzigd in Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR).
Waardering: B 4
Handeling: Het (mede) aangaan van een overeenkomst met het NIV(R) waarin de verhouding tussen het Rijk en de Stichting wordt geregeld.
Periode: 1955–
Grondslag: Wet van 24 februari 1955 houdende bekrachtiging van de oprichting van de Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling, alsmede vaststelling van een regeling als bedoeld in artikel 89a van de Comptabiliteitswet 1927 (Stb. 259) ten aanzien van deze Stichting (Stb. 1955, 107), artikel 2.
Product: Overeenkomst, zoals:
Overeenkomst inzake de verhouding tussen het Rijk en het NIVR, d.d. 16 mei 1955;
Overeenkomst inzake de verhouding tussen het Rijk en het NIVR, d.d. 16 mei 1955, zoals gewijzigd op 19 februari 1975;
Raamovereenkomst Staat-NIVR, d.d. 25 april 2001.
Opmerking: In 1971 is ruimtevaart aan het programma van het NIV toegevoegd en is de naam gewijzigd in Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR).
Hiermee wordt ook het wijzigen van de overeenkomst bedoeld.
Waardering: B 4
Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en de leden van het bestuur van de NIVR.
Periode: 1955–
Bron: Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, artikel 5 lid 1.
Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, zoals gewijzigd op 23 april 1971, artikel 5 lid 1.
Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, zoals gewijzigd op 28 september 1999, artikel 4 leden 3 en 4.
Product: Benoeming
Opmerking: Betrokken ministers sinds 1955: Ministers van Economische Zaken, Financiën, Defensie, Verkeer en Waterstaat, Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap sinds 1971, Minister van Buitenlandse Zaken van 1971–1999.
De Ministers wijzen elk één bestuurslid aan. Echter, tot de statuutwijziging van 1999 benoemde de Minister van Defensie twee bestuursleden.
Tot 1999 wordt de voorzitter door de Ministers gezamenlijk benoemd. Deze wordt sinds de statuutwijziging van 1999 benoemd door de Minister van Economische Zaken. Deze benoemt ook nog één bestuurslid.
Waardering: V; 10 jaar na beëindiging benoeming
Handeling: Het (mede) wijzigen van de statuten van het NIVR.
Periode: 1955–
Bron: Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, artikel 16.
Product: Besluit
Opmerking: Hiervoor moet wel het bestuur gehoord worden.
Waardering: B 4
Vervallen.
Handeling: Het (mede) instellen en vaststellen werkwijze van de Adviescommissie Maritieme onderzoeksinfrastructuur.
Periode: 1993–1994
Bron: TK II 1994–1995, 23 900-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 1995, nr. 34, p. 1.
Product: Instellingsbesluit
Opmerking: Deze commissie wordt ook wel de Commissie-Zandbergen genoemd.
Waardering: B 4
Handeling: Het (mede) instellen en vaststellen van werkwijze van de Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (ICOMAR).
Periode: 1990–1997
Product: Instellingsbeschikking, zoals:
Beschikking van de Minister voor Wetenschapsbeleid van 10 december 1979, nr. DGWB-13.838
Beschikking van de Minister van Economische Zaken van 16 augustus 1984, nr. WJA 684/777 [wijziging van de beschikking van de Minister voor Wetenschapsbeleid]
Instelling Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (Stcrt. 1990, 65)
Verlening instellingstermijn Interdepartementale commissie maritiem onderzoek (Stcrt. 1992, 248)
Opmerking: Sinds 1987 functioneert de ICOMAR als zelfstandige subcommissie van het Interdepartementaal overleg voor het technologiebeleid (IOT) (Stcrt. 108).
Waardering: B 4
Handeling: Het deelnemen aan de ICOMAR
Periode: 1979–1997
Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (Stcrt. 1990, 65), artikel 4 lid 2.
Product: Beschikking (benoeming)
Opmerking: Hiermee is ambtenaar belast
Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd
Handeling: Het (mede) bieden van financiële steun aan bedrijven die in moeilijkheden zijn geraakt.
Periode: 1945–1984
Grondslag: Regeling steun individuele bedrijven (Stcrt. 1980, 50), artikels 3 lid 1, 6 lid 1, 10 lid 1 en 21.
Product: Beschikking
Opmerking: Het gaat om bedrijven met ten minste 20 werknemers in vaste dienst, die gelegen zijn in een regio waar het werkeloosheidspercentage gedurende zes maanden vooraf aan de aanvraag of waar het de verwachting is dat het werkeloosheidspercentage binnen zes maanden na het indienen van de aanvraag zeven of meer zal bedragen.
Bedrijven die behoren tot die sectoren van het bedrijfsleven waarvoor de Minister van LNV verantwoordelijk is, dienen hun aanvraag om financiële steun bij deze Minister in te dienen. Alle andere bedrijven dienen hun aanvraag in bij de Minister van EZ.
De aanvraag dient vergezeld te gaan van een duidelijk en uitgewerkt ondernemingsplan waaruit blijkt dat het bedrijf voldoende continuïteitsperspectief heeft, uitgaande van normaal ondernemersgedrag en rekening houdende met de financiële steun.
De betrokken bedrijfstak/ken mag/mogen zich niet tegen de steun verzetten.
De financiële steun bestaat uit een rentedragende lening of een kredietgarantie.
De Minister van Financiën kan de steun beëindigen en de reeds uitgekeerde bedragen terugeisen.
De Minister van EZ kan, indien van toepassing in samenwerking met de Minister van SZW, aan de financiële steunverlening nadere voorwaarden verbinden.
Het nemen van beslissingen aangaande deze regeling gebeurt door de Minister van EZ c.q. de Minister van LNV, in overeenstemming met de Ministers van SZW en Financiën
Waardering: toegewezen: B 5
Handeling: Het (mede) verlenen van herstelfinanciering aan een ondernemer.
Periode: 1984–
Grondslag: Regeling herstelfinanciering 1984 (Stcrt. 1980, 60), artikels 5 en 7.
Product: Beschikking
Opmerking: De onderneming moet in continuïteitsproblemen verkeren of daarin geraken.
De aanvraag dient vergezeld te gaan van een duidelijk en uitgewerkt ondernemingsplan waaruit blijkt dat het bedrijf voldoende continuïteitsperspectief heeft, uitgaande van normaal ondernemersgedrag en rekening houdende met de financiële steun.
Kleine of middelgrote ondernemingen komen alleen voor herstelfinanciering in aanmerking als zij gevestigd zijn in een regio waar het werkeloosheidspercentage gedurende zes maanden vooraf aan de aanvraag of waar het de verwachting is dat het werkeloosheidspercentage binnen zes maanden na het indienen van de aanvraag 18,5 zal bedragen.
Grote ondernemingen komen alleen voor herstelfinanciering in aanmerking als de activiteiten van de onderneming:
van betekenis zijn voor de Nederlandse economie,
moeilijk of slechts op zeer kostbare wijze door een andere onderneming gereproduceerd kunnen worden.
Maakt de onderneming deel uit van een groep, dan wordt bij de aanvraag de positie van de groep als geheel in beschouwing genomen.
De aanvraag voor herstelfinanciering moet gezonden worden aan het Bureau Bijzondere Bedrijfsproblemen van EZ.
Bedrijven die behoren tot die sectoren van het bedrijfsleven waarvoor de Minister van LNV of de Minister van V&W verantwoordelijk zijn, dienen hun aanvraag om financiële steun bij die betreffende Minister in te dienen.
De herstelfinanciering bestaat uit een rentedragende lening of een kredietgarantie.
De Minister van EZ kan aan de herstelfinanciering nadere voorwaarden verbinden.
Waardering: toegewezen: B 5
afgewezen: V; 7 jaar
Handeling: Het (mede) voorbereiden van deskundige bijdragen en standpunten in de ([ad hoc] commissies ressorterende onder de) ECOFIN van de EU op het gebied van industrie- en technologiebeleid.
Periode: 1958–
Product: Internationale regelingen, nota’s, notites en rapporten
Waardering: B 1
Vervallen.
3.9. Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Handeling: Het (mede) voorbereiden, vaststellen en wijzigen van regels met betrekking tot de stimulering en sturing van bedrijfsinvesteringen.
Periode: 1978–1990
Grondslag: Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 368), artikel 5 leden 5 en 6; 6 leden 3 en 5; 12 en 22, vervallen bij Wet van 28 december 1989 (Stb. 1989, 601).
Product: Ministeriële regeling of AMvB, zoals:
– Bijstelling bedragen grote projecten WIR (Stcrt. 1980, 94).
– Wet temporisering uitbetaling investeringsbijdragen (Stb. 1991, 356).
– Besluit uitvoering van artikel 6, derde lid, van de Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 452).
Opmerking: Hieronder valt niet de belastingwetgeving ter stimulering van bedrijfsinvesteringen.
Waardering: B 1
Handeling: Het (mede) beheren van en het jaarlijks verantwoording afleggen over de Investeringsrekening.
Periode: 1978–1990
Grondslag: Wet investeringsrekening (Stb. 1978, 368), artikel 2 lid 2 en 3 lid 1, vervallen bij Wet van 28 december 1989 (Stb. 1989, 601).
Product: Rekening en/of begroting
Waardering: B 3
Handeling: Het (mede) voorbereiden van begrotingen van inkomsten en uitgaven van het Fonds Investeringsrekening
Periode: 1978–1990
Grondslag: Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 368), artikel 3, vervallen bij Wet van 28 december 1989 (Stb. 1989, 601).
Product: Wet, zoals:
– Wet tot vaststelling van de begroting van inkomsten en uitgaven van het Fonds Investeringsrekening 1978 (Stb. 1978, 742).
Opmerking: Hiervoor gelden dezelfde regelen als voor de Rijksbegroting en Rijksrekening.
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en leden van de WIR-commissie.
Periode: 1978–1992
Grondslag: Besluit van de Minister van Economische Zaken van 7 april 1978, nr. WJA 678/248, artikel 3 lid 1.
Product: Benoemingsbesluit
Opmerking: – De Minister van EZ wijst de voorzitter, tevens lid aan.
– De Ministers van EZ, SZW en Financiën wijzen elk twee leden aan.
– De Ministers van VROM, VWS, Wetenschapsbeleid, BuZa, LNV en V&W wijzen elk één lid aan.
Bewaartermijn: V; 10 jaar na beëindiging commissie
Handeling: Het (mede) voorbereiden, vaststellen en wijzigen van regels ter bevordering van een goede uitvoering van de WIR-knip.
Periode: 1991–
Grondslag: Wet temporisering uitbetaling investeringsbijdragen (Stb. 1991, 356), artikels 5 lid 2 en 7.
Product: Ministeriële regeling, zoals:
– Regeling vaststelling formulier melding WIR-aanspraken (Stcrt. 1991, 135)
– Uitvoeringsregeling WIR-temporisering (Stcrt. 1991, 204)
Waardering: B 1
Handeling: Het (mede) instellen van de Beleidscommissie Scheepsbouw en geven van instructies.
Periode: 1976–1985
Product: Instellingsbesluit, zoals:
Beleidscommissie Scheepsbouw. Voorstel taak en werkwijze naar scheepsbouworganisaties en vakverenigingen (Stcrt. 1976, 58)
Akkoord Beleidscommissie Scheepsbouw (Stcrt. 1976, 77)
Beleidscommissie Scheepsbouw geïnstalleerd (Stcrt. 1976, 121)
Waardering: B 4
Handeling: Het (mede) bieden van financiële steun aan bedrijven die in moeilijkheden zijn geraakt.
Periode: 1945–1984
Grondslag: Regeling steun individuele bedrijven (Stcrt. 1980, 50), artikels 3 lid 1, 6 lid 1, 10 lid 1 en 21.
Product: Beschikking
Opmerking: Het gaat om bedrijven met ten minste 20 werknemers in vaste dienst, die gelegen zijn in een regio waar het werkeloosheidspercentage gedurende zes maanden vooraf aan de aanvraag of waar het de verwachting is dat het werkeloosheidspercentage binnen zes maanden na het indienen van de aanvraag zeven of meer zal bedragen.
Bedrijven die behoren tot die sectoren van het bedrijfsleven waarvoor de Minister van LNV verantwoordelijk is, dienen hun aanvraag om financiële steun bij deze Minister in te dienen. Alle andere bedrijven dienen hun aanvraag in bij de Minister van EZ.
De aanvraag dient vergezeld te gaan van een duidelijk en uitgewerkt ondernemingsplan waaruit blijkt dat het bedrijf voldoende continuïteitsperspectief heeft, uitgaande van normaal ondernemersgedrag en rekening houdende met de financiële steun.
De betrokken bedrijfstak/ken mag/mogen zich niet tegen de steun verzetten.
De financiële steun bestaat uit een rentedragende lening of een kredietgarantie.
De Minister van Financiën kan de steun beëindigen en de reeds uitgekeerde bedragen terugeisen.
De Minister van EZ kan, indien van toepassing in samenwerking met de Minister van SZW, aan de financiële steunverlening nadere voorwaarden verbinden.
Het nemen van beslissingen aangaande deze regeling gebeurt door de Minister van EZ c.q. de Minister van LNV, in overeenstemming met de Ministers van SZW en Financiën
Waardering: toegewezen: B 5
Handeling: Het (mede) verlenen van herstelfinanciering aan een ondernemer.
Periode: 1984–
Grondslag: Regeling herstelfinanciering 1984 (Stcrt. 1980, 60), artikels 5 en 7.
Product: Beschikking
Opmerking: De onderneming moet in continuïteitsproblemen verkeren of daarin geraken.
De aanvraag dient vergezeld te gaan van een duidelijk en uitgewerkt ondernemingsplan waaruit blijkt dat het bedrijf voldoende continuïteitsperspectief heeft, uitgaande van normaal ondernemersgedrag en rekening houdende met de financiële steun.
Kleine of middelgrote ondernemingen komen alleen voor herstelfinanciering in aanmerking als zij gevestigd zijn in een regio waar het werkeloosheidspercentage gedurende zes maanden vooraf aan de aanvraag of waar het de verwachting is dat het werkeloosheidspercentage binnen zes maanden na het indienen van de aanvraag 18,5 zal bedragen.
Grote ondernemingen komen alleen voor herstelfinanciering in aanmerking als de activiteiten van de onderneming:
van betekenis zijn voor de Nederlandse economie,
moeilijk of slechts op zeer koStbare wijze door een andere onderneming gereproduceerd kunnen worden.
Maakt de onderneming deel uit van een groep, dan wordt bij de aanvraag de positie van de groep als geheel in beschouwing genomen.
De aanvraag voor herstelfinanciering moet gezonden worden aan het Bureau Bijzondere Bedrijfsproblemen van EZ.
Bedrijven die behoren tot die sectoren van het bedrijfsleven waarvoor de Minister van LNV of de Minister van V&W verantwoordelijk zijn, dienen hun aanvraag om financiële steun bij die betreffende Minister in te dienen.
De herstelfinanciering bestaat uit een rentedragende lening of een kredietgarantie.
De Minister van EZ kan aan de herstelfinanciering nadere voorwaarden verbinden.
Waardering: toegewezen: B 5
afgewezen: V; 7 jaar
Handeling: Het (mede) verlenen van (financiële) steun aan de scheepsbouw- en zware metaalindustrie.
Periode: 1978–
Bron: TK II 1977–1978, 14 969, Scheepsbouw en zware metaalindustrie in Nederland, nr. 1.
Steunplan scheepsbouw en zware metaal: ruim fl. 800 miljoen (Stcrt. 1978, 59).
Product: Beschikking
Opmerking: Het gaat hier onder andere om steun aan de Verenigde Machinefabrieken Stork NV., (VMF-Stork), de Industriële Handelscombinatie (IHC) en Van der Giessen-De Noord (GN).
Waardering: B 5
3.10. Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en leden van de WIR-commissie.
Periode: 1978–1992
Grondslag: Besluit van de Minister van Economische Zaken van 7 april 1978, nr. WJA 678/248, artikel 3 lid 1.
Product: Benoemingsbesluit
Opmerking: De Minister van EZ wijst de voorzitter, tevens lid, aan.
De Ministers van EZ, SZW en Financiën wijzen elk twee leden aan.
De Ministers van VROM, VWS, Wetenschapsbeleid, BuZa, LNV en V&W wijzen elk één lid aan.
Waardering: V; 10 jaar na beëindiging commissie
Handeling: Het (mede) instellen van de Interdepartementale Commissie voor ruimteonderzoek en ruimtetechnologie en het geven van instructies.
Periode: 1966–1994
Bron/Grondslag: Ministerraadbesluit van 4 maart 1966.
Staatsalmanak 1975, P.40.
Instelling interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie (Stcrt. 1987, 108), artikel 1.
Wijzigingen beschikkingen instelling commissies op terrein technologiebeleid (Stcrt. 1988, 254), artikel 2.
Verlening instellingstermijn Interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie (Stcrt. 1992, 248).
Product: Besluit
Waardering: B 4
Handeling: Het (mede) benoemen van de secretaris en de leden van de Tijdelijke advies-commissie innovatiegericht onderzoekprogramma biotechnologie (IOP-b).
Periode: 1985–1990
Grondslag: Instelling tijdelijke adviescommissie innovatiegericht onderzoekprogramma biotechnologie (IOP-b) (Stcrt. 1985, 101) art. 3 lid.
Product: Beschikking (benoeming)
Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd
3.11. Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en leden van de WIR-commissie.
Periode: 1978–1992
Grondslag: Besluit van de Minister van Economische Zaken van 7 april 1978, nr. WJA 678/248, artikel 3 lid 1.
Product: Benoemingsbesluit
Opmerking: De Minister van EZ wijst de voorzitter, tevens lid, aan.
De Ministers van EZ, SZW en Financiën wijzen elk twee leden aan.
De Ministers van VROM, VWS, Wetenschapsbeleid, BuZa, LNV en V&W wijzen elk één lid aan.
Waardering: V; 10 jaar na beëindiging commissie
Handeling: Het (mede) vaststellen en toezeggen van subsidies en stellen van nadere voorwaarden aan subsidies van pluimveeslachterijen ter financiering van investeringen.
Periode: 1983–1985
Grondslag: Subsidieregeling verdampingskoelapparatuur pluimveeslachterijen 1983 (Stcrt. 1983, 203), artikels 2; 7 en 10.
Product: Beschikking
Opmerking: De aanvragen werden ingediend bij de Directeur Verwerking en Afzet Agrarische Producten van LNV. Deze stuurde de aanvragen vergezeld van een advies naar de Minister van EZ.
De Minister van EZ kon aan de subsidietoezegging nadere voorwaarden verbinden.
De Minister van EZ kon voorschotten verstrekken op een beschikking tot subsidieverlening.
Waardering: B 5
Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en leden van de Werkcommissie voedingsmiddelenindustrie.
Periode: 1965–
Product: Werkcommissies textiel-, kleding- en schoenindustrie, papierindustrie, voedingsmiddelenindustrie, chemische nijverheid en metaalverwerkende nijverheid (Stcrt. 1968, 93)
Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd
Handeling: Het mede bieden van financiële steun aan bedrijven die in moeilijkheden zijn geraakt.
Periode: 1945–1984
Grondslag: Regeling steun individuele bedrijven (Stcrt. 1980, 50), artikels 3 lid 1, 6 lid 1, 10 lid 1 en 21.
Product: Beschikking
Opmerking: Het gaat om bedrijven met ten minste 20 werknemers in vaste dienst, die gelegen zijn in een regio waar het werkeloosheidspercentage gedurende zes maanden vooraf aan de aanvraag of waar het de verwachting is dat het werkeloosheidspercentage binnen zes maanden na het indienen van de aanvraag zeven of meer zal bedragen.
Bedrijven die behoren tot die sectoren van het bedrijfsleven waarvoor de Minister van LNV verantwoordelijk is, dienen hun aanvraag om financiële steun bij deze Minister in te dienen. Alle andere bedrijven dienen hun aanvraag in bij de Minister van EZ.
De aanvraag dient vergezeld te gaan van een duidelijk en uitgewerkt ondernemingsplan waaruit blijkt dat het bedrijf voldoende continuïteitsperspectief heeft, uitgaande van normaal ondernemersgedrag en rekening houdende met de financiële steun.
De betrokken bedrijfstak/ken mag/mogen zich niet tegen de steun verzetten.
De financiële steun bestaat uit een rentedragende lening of een kredietgarantie.
De Minister van Financiën kan de steun beëindigen en de reeds uitgekeerde bedragen terugeisen.
De Minister van EZ kan, indien van toepassing in samenwerking met de Minister van SZW, aan de financiële steunverlening nadere voorwaarden verbinden.
Het nemen van beslissingen aangaande deze regeling gebeurt door de Minister van EZ c.q. de Minister van LNV, in overeenstemming met de Ministers van SZW en Financiën
Waardering: toegewezen: B 5
Handeling: Het (mede) verlenen van herstelfinanciering aan een ondernemer.
Periode: 1984–
Grondslag: Regeling herstelfinanciering 1984 (Stcrt. 1980, 60), artikels 5 en 7.
Product: Beschikking
Opmerking: De onderneming moet in continuïteitsproblemen verkeren of daarin geraken.
De aanvraag dient vergezeld te gaan van een duidelijk en uitgewerkt ondernemingsplan waaruit blijkt dat het bedrijf voldoende continuïteitsperspectief heeft, uitgaande van normaal ondernemersgedrag en rekening houdende met de financiële steun.
Kleine of middelgrote ondernemingen komen alleen voor herstelfinanciering in aanmerking als zij gevestigd zijn in een regio waar het werkeloosheidspercentage gedurende zes maanden vooraf aan de aanvraag of waar het de verwachting is dat het werkeloosheidspercentage binnen zes maanden na het indienen van de aanvraag 18,5 zal bedragen.
Grote ondernemingen komen alleen voor herstelfinanciering in aanmerking als de activiteiten van de onderneming:
van betekenis zijn voor de Nederlandse economie,
moeilijk of slechts op zeer kostbare wijze door een andere onderneming gereproduceerd kunnen worden.
Maakt de onderneming deel uit van een groep, dan wordt bij de aanvraag de positie van de groep als geheel in beschouwing genomen.
De aanvraag voor herstelfinanciering moet gezonden worden aan het Bureau Bijzondere Bedrijfsproblemen van EZ.
Bedrijven die behoren tot die sectoren van het bedrijfsleven waarvoor de Minister van LNV of de Minister van V&W verantwoordelijk zijn, dienen hun aanvraag om financiële steun bij die betreffende Minister in te dienen.
De herstelfinanciering bestaat uit een rentedragende lening of een kredietgarantie.
De Minister van EZ kan aan de herstelfinanciering nadere voorwaarden verbinden.
Waardering: toegewezen: B 5
afgewezen: V; 7 jaar
Handeling: Het (mede) benoemen van een secretaris en leden van de Tijdelijke Programmacommissie Industriële Biotechnologie (PcIB).
Periode: 1985–1990
Grondslag: Instelling tijdelijke PcIB (Stcrt. 1985, 101) art. 3 lid 1.
Product: Beschikking (benoeming)
Opmerking: Hieronder valt tevens het aanwijzen van een adviseur van de PcIB.
Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd
Handeling: Het (mede) benoemen van de secretaris en de leden van de Tijdelijke advies-commissie innovatiegericht onderzoekprogramma biotechnologie (IOP-b).
Periode: 1985–1990
Grondslag: Instelling tijdelijke adviescommissie innovatiegericht onderzoekprogramma biotechnologie (IOP-b) (Stcrt. 1985, 101) art. 3 lid.
Product: Beschikking (benoeming)
Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd
3.12. Minister van Verkeer en Waterstaat
Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en leden van de WIR-commissie.
Periode: 1978–1992
Grondslag: Besluit van de Minister van Economische Zaken van 7 april 1978, nr. WJA 678/248, artikel 3 lid 1.
Product: Benoemingsbesluit
Opmerking: De Minister van EZ wijst de voorzitter, tevens lid, aan.
De Ministers van EZ, SZW en Financiën wijzen elk twee leden aan.
De Ministers van VROM, VWS, Wetenschapsbeleid, BuZa, LNV en V&W wijzen elk één lid aan.
Waardering: V; 10 jaar na beëindiging commissie
Vervallen.
Handeling: Het (mede) instellen van de Interdepartementale Commissie voor ruimteonderzoek en ruimtetechnologie en het geven van instructies.
Periode: 1966–1994
Bron/Grondslag: Ministerraadbesluit van 4 maart 1966.
Staatsalmanak 1975, P.40.
Instelling interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie (Stcrt. 1987, 108), artikel 1.
Wijzigingen beschikkingen instelling commissies op terrein technologiebeleid (Stcrt. 1988, 254), artikel 2.
Verlening instellingstermijn Interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie (Stcrt. 1992, 248).
Product: Besluit
Waardering: B 4
Handeling: Het mede oprichten en vaststellen werkwijze en/of het (mede) ontbinden van de stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling (NIV(R)).
Periode: 1947–
Grondslag: Wet van 24 februari 1955 houdende bekrachtiging van de oprichting van de Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling, alsmede vaststelling van een regeling als bedoeld in artikel 89a van de Comptabiliteitswet 1927 (Stb. 259) ten aanzien van deze Stichting (Stb. 1955, 107), artikel 1.
Opmerking: In 1971 is ruimtevaart aan het programma van het NIV toegevoegd en is de naam gewijzigd in Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR).
Waardering: B 4
Handeling: Het (mede) aangaan van een overeenkomst met het NIV(R) waarin de verhouding tussen het Rijk en de Stichting wordt geregeld.
Periode: 1955–
Grondslag: Wet van 24 februari 1955 houdende bekrachtiging van de oprichting van de Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling, alsmede vaststelling van een regeling als bedoeld in artikel 89a van de Comptabiliteitswet 1927 (Stb. 259) ten aanzien van deze Stichting (Stb. 1955, 107), artikel 2.
Product: Overeenkomst, zoals:
Overeenkomst inzake de verhouding tussen het Rijk en het NIVR, d.d. 16 mei 1955;
Overeenkomst inzake de verhouding tussen het Rijk en het NIVR, d.d. 16 mei 1955, zoals gewijzigd op 19 februari 1975;
Raamovereenkomst Staat-NIVR, d.d. 25 april 2001.
Opmerking: In 1971 is ruimtevaart aan het programma van het NIV toegevoegd en is de naam gewijzigd in Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR).
Hiermee wordt ook het wijzigen van de overeenkomst bedoeld.
Waardering: B 4
Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en de leden van het bestuur van de NIVR.
Periode: 1955–
Bron: Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, artikel 5 lid 1.
Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, zoals gewijzigd op 23 april 1971, artikel 5 lid 1.
Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, zoals gewijzigd op 28 september 1999, artikel 4 leden 3 en 4.
Product: Benoeming
Opmerking: Betrokken ministers sinds 1955: Ministers van Economische Zaken, Financiën, Defensie, Verkeer en Waterstaat, Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap sinds 1971, Minister van Buitenlandse Zaken van 1971–1999.
De Ministers wijzen elk één bestuurslid aan. Echter, tot de statuutwijziging van 1999 benoemde de Minister van Defensie twee bestuursleden.
Tot 1999 wordt de voorzitter door de Ministers gezamenlijk benoemd. Deze wordt sinds de statuutwijziging van 1999 benoemd door de Minister van Economische Zaken. Deze benoemt ook nog één bestuurslid.
Waardering: V; 10 jaar na beëindiging benoeming
Handeling: Het jaarlijks (mede) toekennen van een toelage aan de voorzitter en/of een reis- en verblijfskostenvergoeding aan de bestuursleden van het NIVR.
Periode: 1955–1975
Bron: Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, artikel 15.
Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, zoals gewijzigd op 17 mei 1976, artikel 15.
Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, zoals gewijzigd op 28 september 1999, artikel 5.
Product: Ministeriële beschikking
Opmerking: Tot de statuutwijziging in 1999 werd dit toegekend in overleg met andere de Ministers.
Tussen 1955 en 1976 kreeg het Dagelijks Bestuur een jaarlijkse toelage. Na de wijzigingen in 1976 krijgt de voorzitter een jaarlijkse toelage en de bestuursleden een reis- en verblijfskostenvergoeding.
Sinds de wijzigingen in 1999 krijgt alleen de voorzitter nog een jaarlijkse toelage. Aan de bestuursleden kan – bij besluit van het bestuur – een onkostenvergoeding worden toegekend.
Waardering: V; 7 jaar
Handeling: Het (mede) goedkeuren van de balans, de staat van baten en lasten, het werkplan en de begroting van het NIVR.
Periode: 1955–1975
Bron: Overeenkomst inzake de verhouding tussen het Rijk en het NIVR, d.d. 16 mei 1955, artikel 3.
Overeenkomst inzake de verhouding tussen het Rijk en het NIVR, d.d. 16 mei 1955, zoals gewijzigd op 19 februari 1975, artikels 2 en 3.
Raamovereenkomst Staat-NIVR, d.d. 25 april 2001, artikels 3 en 8.
Product: Goedkeuring
Waardering: B 5 (werkplan en begroting)
V; 7 jaar (overige neerslag)
Handeling: Het (mede) wijzigen van de statuten van het NIVR.
Periode: 1955–
Bron: Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, artikel 16.
Product: Besluit
Opmerking: Hiervoor moet wel het bestuur gehoord worden.
Waardering: B 4
Vervallen.
Handeling: Het (mede) verstrekken van subsidie aan het CMO.
Periode: 1980–1995
Bron: TK II 1995–1996, 24 400-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 1996, nr. 2, p. 85.
TK II 1995–1996, 24 400-XII, Vaststelling van de begroting V&W voor het jaar 1996, nr. 3, p. 51.
TK II 1995–1996, 24 400-X, Vaststelling van de begroting Defensie voor het jaar 1996, nr. 2, p. 140.
Product: Beschikking
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het (mede) verstrekken van een vergoeding aan het Nederlands Instituut voor Maritiem onderzoek (NIM).
Periode: 1995–2002
Bron: TK II 1996–1997, 25 000-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 1997, nr. 2, p. 94 en 98.
TK II 1996–1997, 25 000-XII, Vaststelling van de begroting V&W voor het jaar 1997, nr. 2, p. 263.
TK II 1996–1997, 25 000-X, Vaststelling van de begroting Defensie voor het jaar 1997, nr. 2, p. 139–140.
Product: Beschikking
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het (mede) instellen en vaststellen werkwijze van de Adviescommissie Maritieme onderzoeksinfrastructuur.
Periode: 1993–1994
Bron: TK II 1994–1995, 23 900-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 1995, nr. 34, p. 1.
Product: Instellingsbesluit
Opmerking: Deze commissie wordt ook wel de Commissie-Zandbergen genoemd.
Waardering: B 4
Handeling: Het (mede) verstrekken van subsidie voor het uitvoeren van maritiem onderzoek buiten de Subsidieregeling Maritiem onderzoek en de SMO om.
Periode: 1995 –
Bron: TK II 1994–1995, 23 900-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 1995, nr. 34, p. 4.
TK II 1999–2000, 26 800-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 2000, nr. 2, p. 84.
Product: Beschikking
Opmerking: Naast de SMO-regeling werden op instigatie van onder andere het Nederlands Instituut voor maritiem onderzoek (NIM) onderzoeksprojecten gesubsidieerd.
Waardering: V 20 jaar
Handeling: Het (mede) verstrekken van missiesubsidie aan het Maritiem
Research Instituut Nederland (MARIN) en het Waterloopkundig Laboratorium (WL/Delft Hydraulics).
Periode: 1945–
Bron: TK II 1999–2000, 26 800-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 2000, nr. 2, p. 92–95.
Product: Beschikking
Opmerking: Onder missiesubsidie wordt verstaan: een subsidie die verstrekt wordt om een bepaald programma uit te voeren.
Waardering: B 5
Handeling: Het (mede) instellen en vaststellen van werkwijze van de Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (ICOMAR).
Periode: 1990–1997
Product: Instellingsbeschikking, zoals:
Beschikking van de Minister voor Wetenschapsbeleid van 10 december 1979, nr. DGWB-13.838
Beschikking van de Minister van Economische Zaken van 16 augustus 1984, nr. WJA 684/777 [wijziging van de beschikking van de Minister voor Wetenschapsbeleid]
Instelling Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (Stcrt. 1990, 65)
Verlening instellingstermijn Interdepartementale commissie maritiem onderzoek (Stcrt. 1992, 248)
Opmerking: Sinds 1987 functioneert de ICOMAR als zelfstandige subcommissie van het Interdepartementaal overleg voor het technologiebeleid (IOT) (Stcrt. 108).
Waardering: B 4
Handeling: Het deelnemen aan de ICOMAR.
Periode: 1979–1997
Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (Stcrt. 1990, 65), artikel 4 lid 2.
Product: Beschikking (benoeming)
Opmering: Hiermee is anbtenaar belast
Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd
Handeling: Het (mede) verlenen van herstelfinanciering aan een ondernemer.
Periode: 1984–
Grondslag: Regeling herstelfinanciering 1984 (Stcrt. 1980, 60), artikels 5 en 7.
Product: Beschikking
Opmerking: De onderneming moet in continuïteitsproblemen verkeren of daarin geraken.
De aanvraag dient vergezeld te gaan van een duidelijk en uitgewerkt ondernemingsplan waaruit blijkt dat het bedrijf voldoende continuïteitsperspectief heeft, uitgaande van normaal ondernemersgedrag en rekening houdende met de financiële steun.
Kleine of middelgrote ondernemingen komen alleen voor herstelfinanciering in aanmerking als zij gevestigd zijn in een regio waar het werkeloosheidspercentage gedurende zes maanden vooraf aan de aanvraag of waar het de verwachting is dat het werkeloosheidspercentage binnen zes maanden na het indienen van de aanvraag 18,5 zal bedragen.
Grote ondernemingen komen alleen voor herstelfinanciering in aanmerking als de activiteiten van de onderneming:
van betekenis zijn voor de Nederlandse economie,
moeilijk of slechts op zeer kostbare wijze door een andere onderneming gereproduceerd kunnen worden.
Maakt de onderneming deel uit van een groep, dan wordt bij de aanvraag de positie van de groep als geheel in beschouwing genomen.
De aanvraag voor herstelfinanciering moet gezonden worden aan het Bureau Bijzondere Bedrijfsproblemen van EZ.
Bedrijven die behoren tot die sectoren van het bedrijfsleven waarvoor de Minister van LNV of de Minister van V&W verantwoordelijk zijn, dienen hun aanvraag om financiële steun bij die betreffende Minister in te dienen. De herstelfinanciering bestaat uit een rentedragende lening of een kredietgarantie. De Minister van EZ kan aan de herstelfinanciering nadere voorwaarden verbinden.
Waardering: toegewezen: B 5
afgewezen: V; 7 jaar
Handeling: Het (mede) benoemen van voorzitter en leden van de Stuurgroep ITeR.
Periode: 1995–
Grondslag: Instellingsbesluit Stuurgroep en Programmacommissie informatietechnologie en recht (Stcrt. 1995, 248) art. 5 lid 1 onder a t/m f.
Product: Beschikking (benoeming)
Opmerking: De Ministers van EZ en OC&W wijzen elk twee leden aan; de overigen wijzen één lid aan.
De secretaris en tevens lid wordt aangewezen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) is tevens vertegenwoordigd in de Stuurgroep ITeR.
Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd
3.13. Minister van Buitenlandse Zaken
Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en leden van de WIR-commissie.
Periode: 1978–1992
Grondslag: Besluit van de Minister van Economische Zaken van 7 april 1978, nr. WJA 678/248, artikel 3 lid 1.
Product: Benoemingsbesluit
Opmerking: De Minister van EZ wijst de voorzitter, tevens lid, aan.
De Ministers van EZ, SZW en Financiën wijzen elk twee leden aan.
De Ministers van VROM, VWS, Wetenschapsbeleid, BuZa, LNV en V&W wijzen elk één lid aan.
Waardering: V; 10 jaar na beëindiging commissie
Handeling: Het (mede) instellen van de Interdepartementale Commissie voor ruimteonderzoek en ruimtetechnologie en het geven van instructies.
Periode: 1966–1994
Bron/
Grondslag: Ministerraadbesluit van 4 maart 1966.
Staatsalmanak 1975, P.40.
Instelling interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie (Stcrt. 1987, 108), artikel 1.
Wijzigingen beschikkingen instelling commissies op terrein technologiebeleid (Stcrt. 1988, 254), artikel 2.
Verlening instellingstermijn Interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie (Stcrt. 1992, 248).
Product: Besluit
Waardering: B 4
Handeling: Het mede oprichten en vaststellen werkwijze en/of het (mede) ontbinden van de stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling (NIV(R)).
Periode: 1971–1999
Grondslag: Wet van 24 februari 1955 houdende bekrachtiging van de oprichting van de Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling, alsmede vaststelling van een regeling als bedoeld in artikel 89a van de Comptabiliteitswet 1927 (Stb. 259) ten aanzien van deze Stichting (Stb. 1955, 107), artikel 1.
Opmerking: In 1971 is ruimtevaart aan het programma van het NIV toegevoegd en is de naam gewijzigd in Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR).
Waardering: B 4
Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en de leden van het bestuur van de NIVR.
Periode: 1971– 1999
Bron: Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, artikel 5 lid 1.
Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, zoals gewijzigd op 23 april 1971, artikel 5 lid 1.
Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, zoals gewijzigd op 28 september 1999, artikel 4 leden 3 en 4.
Product: Benoeming
Opmerking: Betrokken ministers sinds 1955: Ministers van Economische Zaken, Financiën, Defensie, Verkeer en Waterstaat, Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap sinds 1971, Minister van Buitenlandse Zaken van 1971– 1999.
De Ministers wijzen elk één bestuurslid aan. Echter, tot de statuutwijziging van 1999 benoemde de Minister van Defensie twee bestuursleden.
Tot 1999 wordt de voorzitter door de Ministers gezamenlijk benoemd. Deze wordt sinds de statuutwijziging van 1999 benoemd door de Minister van Economische Zaken. Deze benoemt ook nog één bestuurslid.
Waardering: V; 10 jaar na beëindiging benoeming
Handeling: Het (mede) wijzigen van de statuten van het NIVR.
Periode: 1971– 1999
Bron: Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, artikel 16.
Product: Besluit
Opmerking: Hiervoor moet wel het bestuur gehoord worden.
Waardering: B 4
Vervallen.
3.14. Minister voor Wetenschapsbeleid
Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en leden van de WIR-commissie.
Periode: 1978–1992
Grondslag: Besluit van de Minister van Economische Zaken van 7 april 1978, nr. WJA 678/248, artikel 3 lid 1.
Product: Benoemingsbesluit
Opmerking: De Minister van EZ wijst de voorzitter, tevens lid, aan.
De Ministers van EZ, SZW en Financiën wijzen elk twee leden aan.
De Ministers van VROM, VWS, Wetenschapsbeleid, BuZa, LNV en V&W wijzen elk één lid aan.
Waardering: V; 10 jaar na beëindiging commissie
Handeling: Het (mede) instellen en vaststellen van werkwijze van de Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (ICOMAR).
Periode: 1979–1984
Product: Instellingsbeschikking, zoals:
Beschikking van de Minister voor Wetenschapsbeleid van 10 december 1979, nr. DGWB-13.838
Beschikking van de Minister van Economische Zaken van 16 augustus 1984, nr. WJA 684/777 [wijziging van de beschikking van de Minister voor Wetenschapsbeleid]
Instelling Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (Stcrt. 1990, 65)
Verlening instellingstermijn Interdepartementale commissie maritiem onderzoek (Stcrt. 1992, 248)
Opmerking: Sinds 1987 functioneert de ICOMAR als zelfstandige subcommissie van het Interdepartementaal overleg voor het technologiebeleid (IOT) (Stcrt. 108).
Waardering: B 4
Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter, tevens lid van de ICOMAR.
Periode: 1979–1984
Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (Stcrt. 1990, 65), artikel 4 lid 1.
Product: Beschikking
Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd
Handeling: Het deelnemen aan de ICOMAR.
Periode: 1979–1997
Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (Stcrt. 1990, 65), artikel 4 lid 2.
Product: Beschikking (benoeming)
Opmerking: Hiermee is ambtenaar belast
Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd
Handeling: Het mede instellen van de Stuurgroep IOP’s en geven van instructies.
Periode: 1981–1992
Grondslag: Besluit instelling Stuurgroep IOP’s (Stcrt. 1981, 150) art. 1.
Product: Instellingsbeschikking
Waardering: B 4
Handeling: Het (mede) instellen van een Programmacommissie IOP en geven van instructies.
Periode: 1981–1985
Grondslag: Instellingsbesluit Stuurgroep IOP’s (Stcrt. 1981, 150) art. 2.
Product: Instellingsbeschikking, zoals:
Programmacommissie Biotechnologie (Stcrt. 1981, 178)
Programmacommissie (tijdelijk) Industriële Biotechnologie (Stcrt. 1985, 101)
Waardering: B 4
3.15. Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Handeling: Het mede instellen van de Interdepartementale Commissie voor ruimteonderzoek en ruimtetechnologie en het geven van instructies.
Periode: 1966–1994
Grondslag: Ministerraadbesluit van 4 maart 1966.
Staatsalmanak 1975, P.40.
Instelling interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie (Stcrt. 1987, 108), artikel 1.
Wijzigingen beschikkingen instelling commissies op terrein technologiebeleid (Stcrt. 1988, 254), artikel 2.
Verlening instellingstermijn Interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie (Stcrt. 1992, 248).
Product: Besluit
Waardering: B 4
Handeling: Het mede oprichten en vaststellen werkwijze en/of het (mede) ontbinden van de stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling (NIV(R)).
Periode: 1971–
Grondslag: Wet van 24 februari 1955 houdende bekrachtiging van de oprichting van de Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling, alsmede vaststelling van een regeling als bedoeld in artikel 89a van de Comptabiliteitswet 1927 (Stb. 259) ten aanzien van deze Stichting (Stb. 1955, 107), artikel 1.
Opmerking: In 1971 is ruimtevaart aan het programma van het NIV toegevoegd en is de naam gewijzigd in Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR).
Waardering: B 4
Handeling: Het (mede) aangaan van een overeenkomst met het NIV(R) waarin de verhouding tussen het Rijk en de Stichting wordt geregeld.
Periode: 2001–
Grondslag: Wet van 24 februari 1955 houdende bekrachtiging van de oprichting van de Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling, alsmede vaststelling van een regeling als bedoeld in artikel 89a van de Comptabiliteitswet 1927 (Stb. 259) ten aanzien van deze Stichting (Stb. 1955, 107), artikel 2.
Product: Overeenkomst, zoals:
Overeenkomst inzake de verhouding tussen het Rijk en het NIVR, d.d. 16 mei 1955;
Overeenkomst inzake de verhouding tussen het Rijk en het NIVR, d.d. 16 mei 1955, zoals gewijzigd op 19 februari 1975;
Raamovereenkomst Staat-NIVR, d.d. 25 april 2001.
Opmerking: In 1971 is ruimtevaart aan het programma van het NIV toegevoegd en is de naam gewijzigd in Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR).
Hiermee wordt ook het wijzigen van de overeenkomst bedoeld.
Waardering: B 4
Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en de leden van het bestuur van de NIVR.
Periode: 1971–
Bron: Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, artikel 5 lid 1.
Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, zoals gewijzigd op 23 april 1971, artikel 5 lid 1.
Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, zoals gewijzigd op 28 september 1999, artikel 4 leden 3 en 4.
Product: Benoeming
Opmerking: Betrokken ministers sinds 1955: Ministers van Economische Zaken, Financiën, Defensie, Verkeer en Waterstaat, Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap sinds 1971, Minister van Buitenlandse Zaken van 1971– 1999.
De Ministers wijzen elk één bestuurslid aan. Echter, tot de statuutwijziging van 1999 benoemde de Minister van Defensie twee bestuursleden.
Tot 1999 wordt de voorzitter door de Ministers gezamenlijk benoemd. Deze wordt sinds de statuutwijziging van 1999 benoemd door de Minister van Economische Zaken. Deze benoemt ook nog één bestuurslid.
Waardering: V; 10 jaar na beëindiging benoeming
Handeling: Het (mede) wijzigen van de statuten van het NIVR.
Periode: 1971–
Bron: Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, artikel 16.
Product: Besluit
Opmerking: Hiervoor moet wel het bestuur gehoord worden.
Waardering: B 4
Vervallen.
Handeling: Het (mede) instellen en vaststellen werkwijze van de Adviescommissie Maritieme onderzoeksinfrastructuur.
Periode: 1993–1994
Bron: TK II 1994–1995, 23 900-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 1995, nr. 34, p. 1.
Product: Instellingsbesluit
Opmerking: Deze commissie wordt ook wel de Commissie-Zandbergen genoemd.
Waardering: B 4
Handeling: Het (mede) instellen en vaststellen van werkwijze van de Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (ICOMAR).
Periode: 1987–1997
Product: Instellingsbeschikking, zoals:
Beschikking van de Minister voor Wetenschapsbeleid van 10 december 1979, nr. DGWB-13.838
Beschikking van de Minister van Economische Zaken van 16 augustus 1984, nr. WJA 684/777 [wijziging van de beschikking van de Minister voor Wetenschapsbeleid]
Instelling Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (Stcrt. 1990, 65)
Verlening instellingstermijn Interdepartementale commissie maritiem onderzoek (Stcrt. 1992, 248)
Opmerking: Sinds 1987 functioneert de ICOMAR als zelfstandige subcommissie van het Interdepartementaal overleg voor het technologiebeleid (IOT) (Stcrt. 108).
Waardering: B 4
Handeling: Het deelnemen aan de ICOMAR
Periode: 1979–1997
Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (Stcrt. 1990, 65), artikel 4 lid 2.
Product: Beschikking (benoeming)
Opmerking: Hiermee is ambtenaar belast
Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd
Handeling: Het mede instellen van de Stuurgroep IOP’s en geven van instructies.
Periode: 1981–1992
Grondslag: Besluit instelling Stuurgroep IOP’s (Stcrt. 1981, 150) art. 1.
Product: Instellingsbeschikking
Waardering: B 4
Handeling: Het (mede) benoemen van een voorzitter en ambtelijke en niet-ambtelijke leden van de Stuurgroep IOP’s.
Periode: 1992–
Grondslag: Hernieuwde instelling stuurgroep IOP’s (Stcrt. 1992, 129) art. 5 lid 1 en 2;
Instellingsbesluit stuurgroep IOP’s (Stcrt. 1996, 243) art. 6 lid 2;
Instellingsbesluit stuurgroep IOP’s (Stcrt. 2000, 239) art. lid 2, 3, 4.
Product: Beschikking (benoeming)
Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd
Handeling: Het (mede) instellen van een Programmacommissie IOP en geven van instructies.
Periode: 1992–
Grondslag: Hernieuwde Instelling Stuurgroep IOP’s (Stcrt. 1992, 129), art. 3 onder f;
Instellingsbesluit Stuurgroep IOP’s (Stcrt. 1996, 243) art. 3 onder f;
Instellingsbesluit Stuurgroep IOP’s 2000 (Stcrt. 2000, 239) art. 3 onder f.
Product: Instellingsbeschikking, zoals:
Programmacommissie IOP Katalyse (Stcrt 1991, 253);
Programmacommissie IOP Beeldverwerking (Stcrt. 1996, 34);
Programmacommissie IOP Mens Machine (Stcrt. 1998, 198);
Programmacommissie IOP Precisietechnologie (Stcrt. 2000, 22);
Programmacommissie IOP Genomics (Stcrt. 2000, 241).
Waardering: B 4
Handeling: Het (mede) benoemen van een secretaris en leden van de Tijdelijke Programmacommissie Industriële Biotechnologie (PcIB).
Periode: 1985–1990
Grondslag: Instelling tijdelijke PcIB (Stcrt. 1985, 101) art. 3 lid 1.
Product: Beschikking (benoeming)
Opmerking: Hieronder valt tevens het aanwijzen van een adviseur van de PcIB.
Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd
Handeling: Het mede benoemen van de secretaris en de leden van de Tijdelijke advies-commissie innovatiegericht onderzoekprogramma biotechnologie (IOP-b).
Periode: 1985–1990
Grondslag: Instelling tijdelijke adviescommissie innovatiegericht onderzoekprogramma biotechnologie (IOP-b) (Stcrt. 1985, 101) art. 3 lid.
Product: Beschikking (benoeming)
Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd
Handeling: Het mede benoemen van voorzitter en leden van de Stuurgroep IteR.
Periode: 1995–
Grondslag: Instellingsbesluit Stuurgroep en Programmacommissie informatietechnologie en recht (Stcrt. 1995, 248) art. 5 lid 1 onder a t/m f.
Product: Beschikking (benoeming)
Opmerking: De Ministers van EZ en OC&W wijzen elk twee leden aan; de overigen wijzen één lid aan.
De secretaris en tevens lid wordt aangewezen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) is tevens vertegenwoordigd in de Stuurgroep ITeR.
Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd
Handeling: Het mede vaststellen en verstrekken van subsidie aan een samenwerkingsverband voor de uitvoering van een E.E.T.-project.
Periode: 1996–
Grondslag: Subsidieregeling E.E.T. (Stcrt. 1996, 91) art. 2, art. 23.
Besluit subsidies E.E.T. (Stb. 1997, 13) art. 2, 22.
Product: Beschikking
Opmerking: De minister kan tevens een voorschot op de toegezegde subsidie verstrekken. De beschikking tot subsidieverlening gaat vergezeld van het aanbod van de staat tot het sluiten van een overeenkomst.
Waardering: toegewezen: B 5
afgewezen: V; 7 jaar
Handeling: Het (mede) vaststellen van regels ter uitvoering van bepalingen in het Besluit subsidies E.E.T.
Periode: 1997–
Grondslag: Besluit subsidies E.E.T. (Stb. 1997, 13) art. 1,2 lid 1, art. 3 lid 1, art. 6, 7 lid 2, art. 8 lid 3, art. 14 lid 3, art. 19 lid 2.
Product: Ministeriële regeling, zoals bijvoorbeeld:
Uitvoeringsregeling E.E.T. 1998 (Stcrt 1997, 240);
Regeling vaststelling subsidieplafonds eerste tender E.E.T.-projecten 1999 (Stcrt. 1998, 244);
Vaststelling perioden en subsidieplafonds EET 2000–I (Stcrt. 2000, 242)
Vaststelling perioden en subsidieplafonds EET 2001/2002 (Stcrt. 2001, 176)
Opmerking: In de uitvoeringsregelingen worden de doelstellingen gericht op ecologische en economische duurzaamheid vastgesteld. De regeling voorziet tevens in de vaststelling van de minimale omvang van de projectkosten waarin de deelnemer van een samenwerkingsverband voorziet. Verder gaat het hier om vaststelling van perioden na afloop waarvan de ontvangen aanvragen worden behandeld, vaststelling van een subsidieplafond, en het aanvraagformulier in combinatie van een pre- advies van de Adviescommissie E.E.T. waarvan door de minister eventueel vrijstelling kan worden verleend.
Waardering: B 1
Handeling: Het mede verlenen van ontheffing van bepalingen inzake de uitvoering van en E.E.T-project.
Periode: 1996–
Grondslag: Subsidieregeling E.E.T. (Stcrt. 1996, 91) art. 15 lid 1 en 2.
Besluit subsidies E.E.T. (Stb. 1997,13) art. 13 lid 1 en 2.
Product: Beschikking (ontheffing)
Opmerking: Bedoeld is hier het essentieel wijzigen, vertragen of stopzetten van een E.E.T.-project. Tevens kan de minister toestemming verlenen voor een gedeeltelijke uitvoering buiten Nederland.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het mede benoemen van de voorzitter en leden van de Adviescommissie E.E.T.
Periode: 1996–
Grondslag: Subsidieregeling E.E.T. (Stcrt 1996, 91) art. 5 lid 3.
Besluit subsidies E.E.T. (Stb. 1997) art. 5 lid 3.
Besluit (Her)benoeming leden en wijziging samenstelling Adviescommissie E.E.T. (Stcrt 2000, 118).
Product: Beschikking (benoeming)
Opmerking: Hieronder valt tevens het aanwijzen van waarnemers bij vergaderingen van de commissie.
Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd
Handeling: Het (mede) instellen van het Interdepartementaal Overleg voor het Technologiebeleid (IOT) en het geven van instructies
Periode: 1984–
Product: Instellingsbeschikking IOT (Stcrt. 1984, 53)
Waardering: B 4
Handeling: Het (mede) benoemen van voorzitters en leden van het IOT.
Periode: 1984–
Grondslag: Instellingsbeschikking IOT (Stcrt. 1984, 53) art. 3.
Product: Beschikking (benoeming)
Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd
3.16. Minister van Defensie
Handeling: Het (mede) instellen van de Interdepartementale Commissie voor ruimteonderzoek en ruimtetechnologie en het geven van instructies.
Periode: 1966–1994
Bron/Grondslag: Ministerraadbesluit van 4 maart 1966.
Staatsalmanak 1975, P.40.
Instelling interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie (Stcrt. 1987, 108), artikel 1.
Wijzigingen beschikkingen instelling commissies op terrein technologiebeleid (Stcrt. 1988, 254), artikel 2.
Verlening instellingstermijn Interdepartementale commissie ruimteonderzoek en ruimtetechnologie (Stcrt. 1992, 248).
Product: Besluit
Waardering: B 4
Handeling: Het mede oprichten en vaststellen werkwijze en/of het (mede) ontbinden van de stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling (NIV(R)).
Periode: 1947–
Grondslag: Wet van 24 februari 1955 houdende bekrachtiging van de oprichting van de Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling, alsmede vaststelling van een regeling als bedoeld in artikel 89a van de Comptabiliteitswet 1927 (Stb. 259) ten aanzien van deze Stichting (Stb. 1955, 107), artikel 1.
Opmerking: In 1971 is ruimtevaart aan het programma van het NIV toegevoegd en is de naam gewijzigd in Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR).
Waardering: B 4
Handeling: Het (mede) aangaan van een overeenkomst met het NIV(R) waarin de verhouding tussen het Rijk en de Stichting wordt geregeld.
Periode: 2001–
Grondslag: Wet van 24 februari 1955 houdende bekrachtiging van de oprichting van de Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling, alsmede vaststelling van een regeling als bedoeld in artikel 89a van de Comptabiliteitswet 1927 (Stb. 259) ten aanzien van deze Stichting (Stb. 1955, 107), artikel 2.
Product: Overeenkomst, zoals:
Overeenkomst inzake de verhouding tussen het Rijk en het NIVR, d.d. 16 mei 1955;
Overeenkomst inzake de verhouding tussen het Rijk en het NIVR, d.d. 16 mei 1955, zoals gewijzigd op 19 februari 1975;
Raamovereenkomst Staat-NIVR, d.d. 25 april 2001.
Opmerking: In 1971 is ruimtevaart aan het programma van het NIV toegevoegd en is de naam gewijzigd in Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR).
Hiermee wordt ook het wijzigen van de overeenkomst bedoeld.
Waardering: B 4
Handeling: Het (mede) benoemen van de voorzitter en de leden van het bestuur van de NIVR.
Periode: 1955–
Bron: Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, artikel 5 lid 1.
Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, zoals gewijzigd op 23 april 1971, artikel 5 lid 1.
Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, zoals gewijzigd op 28 september 1999, artikel 4 leden 3 en 4.
Product: Benoeming
Opmerking: Betrokken ministers sinds 1955: Ministers van Economische Zaken, Financiën, Defensie, Verkeer en Waterstaat, Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap sinds 1971, Minister van Buitenlandse Zaken van 1971– 1999
De Ministers wijzen elk één bestuurslid aan. Echter, tot de statuutwijziging van 1999 benoemde de Minister van Defensie twee bestuursleden.
Tot 1999 wordt de voorzitter door de Ministers gezamenlijk benoemd. Deze wordt sinds de statuutwijziging van 1999 benoemd door de Minister van Economische Zaken. Deze benoemt ook nog één bestuurslid.
Waardering: V; 10 jaar na beëindiging benoeming
Handeling: Het (mede) wijzigen van de statuten van het NIVR.
Periode: 1955–
Bron: Statuten NIVR, d.d. 29 maart 1955, artikel 16.
Product: Besluit
Opmerking: Hiervoor moet wel het bestuur gehoord worden.
Waardering: B 4
Vervallen.
Handeling: Het (mede) verstrekken van subsidie aan het CMO.
Periode: 1980–1995
Bron: TK II 1995–1996, 24 400-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 1996, nr. 2, p. 85.
TK II 1995–1996, 24 400-XII, Vaststelling van de begroting V&W voor het jaar 1996, nr. 3, p. 51.
TK II 1995–1996, 24 400-X, Vaststelling van de begroting Defensie voor het jaar 1996, nr. 2, p. 140.
Product: Beschikking
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het (mede) verstrekken van een vergoeding aan het Nederlands Instituut voor Maritiem onderzoek (NIM).
Periode: 1995–2002
Bron: TK II 1996–1997, 25 000-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 1997, nr. 2, p. 94 en 98.
TK II 1996–1997, 25 000-XII, Vaststelling van de begroting V&W voor het jaar 1997, nr. 2, p. 263.
TK II 1996–1997, 25 000-X, Vaststelling van de begroting Defensie voor het jaar 1997, nr. 2, p. 139–140.
Product: Beschikking
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het (mede) instellen en vaststellen werkwijze van de Adviescommissie Maritieme onderzoeksinfrastructuur.
Periode: 1993–1994
Bron: TK II 1994–1995, 23 900-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 1995, nr. 34, p. 1.
Product: Instellingsbesluit
Opmerking: Deze commissie wordt ook wel de Commissie-Zandbergen genoemd.
Waardering: B 4
Handeling: Het (mede) verstrekken van subsidie voor het uitvoeren van maritiem onderzoek buiten de Subsidieregeling Maritiem onderzoek en de SMO om.
Bron: TK II 1994–1995, 23 900-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 1995, nr. 34, p. 4.
TK II 1999–2000, 26 800-XIII, Vaststelling van de begroting EZ voor het jaar 2000, nr. 2, p. 84.
Periode: 1995–
Product: Beschikking
Opmerking: Naast de SMO-regeling werden op instigatie van onder andere het Nederlands Instituut voor maritiem onderzoek (NIM) onderzoeksprojecten gesubsidieerd.
Waardering: V 20 jaar
Handeling: Het (mede) instellen en vaststellen van werkwijze van de Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (ICOMAR).
Periode: 1990–1997
Product: Instellingsbeschikking, zoals:
Beschikking van de Minister voor Wetenschapsbeleid van 10 december 1979, nr. DGWB-13.838
Beschikking van de Minister van Economische Zaken van 16 augustus 1984, nr. WJA 684/777 [wijziging van de beschikking van de Minister voor Wetenschapsbeleid]
Instelling Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (Stcrt. 1990, 65)
Verlening instellingstermijn Interdepartementale commissie maritiem onderzoek (Stcrt. 1992, 248)
Opmerking: Sinds 1987 functioneert de ICOMAR als zelfstandige subcommissie van het Interdepartementaal overleg voor het technologiebeleid (IOT) (Stcrt. 108).
Waardering: B 4
Handeling: Het deelnemen aan de ICOMAR
Periode: 1979–1997
Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale commissie voor het maritieme onderzoek (Stcrt. 1990, 65), artikel 4 lid 2.
Product: Beschikking (benoeming)
Opmerking: Hiermee is ambtenaar belast
Waardering: V; 10 jaar na bereiken pensioengerechtigde leeftijd
3.17. Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties
Handeling: Het mede oprichten en vaststellen werkwijze en/of het (mede) ontbinden van de stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling (NIV(R)).
Periode: 1947–
Grondslag: Wet van 24 februari 1955 houdende bekrachtiging van de oprichting van de Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling, alsmede vaststelling van een regeling als bedoeld in artikel 89a van de Comptabiliteitswet 1927 (Stb. 259) ten aanzien van deze Stichting (Stb. 1955, 107), artikel 1.
Opmerking: In 1971 is ruimtevaart aan het programma van het NIV toegevoegd en is de naam gewijzigd in Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR).
Waardering: B 4
Handeling: Het (mede) benoemen van voorzitter en leden van de Stuurgroep IteR.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)