Beleidsregel van de Stichting Autoriteit Financiële Markten (hieronder te noemen: ‘de toezichthouder’) van 19 september 2006, voor het beoordelen van de betrouwbaarheid van personen ingevolge de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta) en het Besluit toezicht accountantsorganisaties (Bta), hieronder gezamenlijk dan wel ieder afzonderlijk te noemen: ‘de toezichtwet’
Gelet op onder meer de artikelen 15 Wta en 5, 6, 7 Bta;
Besluit als volgt:
Artikel 1. Omtrent de uitleg van wettelijke voorschriften
Onder betrouwbaarheid wordt voor de toepassing van de toezichtwet verstaan het zich onthouden van één of meer gedragingen die naar het oordeel van de toezichthouder in de weg staan aan het vervullen van de functie van (mede)beleidsbepaler.
Tot de in het eerste lid bedoelde gedragingen behoren in ieder geval gedragingen die blijk geven van het niet hebben van eigenschappen als waarheidslievendheid, verantwoordelijkheidszin, wetsgetrouwheid, openheid, oprechtheid, prudentie, punctualiteit, onkreukbaarheid, discretie en rechtschapenheid.
Artikel 2. Omtrent de vaststelling van de feiten
De beoordeling van de betrouwbaarheid geschiedt door op basis van voornemens, handelingen en antecedenten (hierna gezamenlijk te noemen: antecedenten) te toetsen of betrokkene blijk geeft of heeft gegeven van zodanige gedragingen dat daardoor naar het oordeel van de toezichthouder diens betrouwbaarheid niet (meer) buiten twijfel staat.
De bij de beoordeling van de betrouwbaarheid in acht te nemen antecedenten zijn:
- –. strafrechtelijke antecedenten (bijlage A1 en bijlage A2);
- –. financiële antecedenten (bijlage B);
- –. toezichtantecedenten (bijlage C);
- –. fiscaal bestuursrechtelijke antecedenten (bijlage D);
- –. overige antecedenten (bijlage E).
Bijlage A2 bevat een limitatieve opsomming van antecedenten; de overige bijlagen zijn niet limitatief.
Inzicht in de in het tweede lid genoemde antecedenten wordt verkregen door gebruik te maken van onder meer:
- –. de door de (kandidaat)(mede)beleidsbepaler ingevulde vragenlijst volgens het door de toezichthouder vastgestelde model;
- –. de mogelijkheid om bij de Landelijk Officier van Justitie gegevens uit politieregisters op te vragen;
- –. uitspraken van tuchtrechtelijke instanties;
- –. raadpleging van de database Vennoot ’98 van het Ministerie van Justitie;
- –. raadpleging van het Nederlands Faillissementen Register;
- –. raadpleging van de Belastingdienst;
- –. gegevens of inlichtingen verkregen van Nederlandse overheidsinstanties dan wel van Nederlandse van overheidswege aangewezen instanties die op enigerlei wijze belast zijn met het toezicht op accountantsorganisaties in Nederland of op natuurlijke personen en rechtspersonen die bij die organisaties werkzaam zijn;
- –. gegevens of inlichtingen verkregen van buitenlandse overheidsinstanties dan wel van buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die op enigerlei wijze belast zijn met het toezicht op accountantspraktijken in het buitenland of op natuurlijke personen en rechtspersonen die bij die accountantspraktijken werkzaam zijn;
- –. ambtsberichten van het Openbaar Ministerie;
- –. de accountantsregisters van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Registeraccountants (NIVRA) en de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten (NOvAA);
- –. referenties.
Artikel 3. Omtrent de afweging van belangen
De toezichthouder concludeert dat de betrouwbaarheid niet (meer) buiten twijfel staat indien naar zijn oordeel uit de antecedenten van betrokkene blijkt dat deze één of meer van de in artikel 1 bedoelde gedragingen heeft vertoond.
De toezichthouder betrekt bij zijn oordeelsvorming
- –. in voorkomend geval het onderlinge verband tussen de aan een antecedent ten grondslag liggende gedraging(en) en de overige omstandigheden van het geval;
- –. de belangen die de toezichtwet beoogt te beschermen; alsmede
- –. de overige belangen van de accountantsorganisatie en betrokkene.
Gelet op de aard en de ernst van de misdrijven genoemd in bijlage A2, worden de aan die misdrijven ten grondslag liggende gedragingen op voorhand geacht onverenigbaar te zijn met de belangen die de toezichtwet beoogt te beschermen. De toezichthouder stelt vast dat de betrouwbaarheid niet (meer) buiten twijfel staat indien uit de antecedenten van betrokkene blijkt dat deze bij onherroepelijke uitspraak is veroordeeld ter zake van een misdrijf als vermeld in genoemde bijlage, tenzij sedert de dag waarop deze uitspraak onherroepelijk is geworden acht jaren of meer zijn verstreken.
Indien een antecedent kan worden gekwalificeerd als een antecedent in de zin van zowel bijlage A1 als bijlage A2, dan geldt het bepaalde van artikel 3, derde lid, hiervoor.
Artikel 4. Toezichtmaatregelen
In het geval dat de toezichthouder heeft geconcludeerd dat de betrouwbaarheid niet (meer) buiten twijfel staat en uit de toezichtwet zelf geen directe consequenties voortvloeien, kan de toezichthouder gebruik maken van de hem ingevolge de toezichtwet toekomende bevoegdheden (bijvoorbeeld het geven van een aanwijzing, het niet verlenen c.q. intrekken van een vergunning).
Artikel 5. Inwerkingtreding
De bekendmaking van deze beleidsregel geschiedt door publicatie in de Staatscourant. De beleidsregel treedt in werking op 1 oktober 2006.
Bijlage A1. Strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 2, tweede lid
1. Veroordelingen
Onder strafrechtelijke antecedenten worden in ieder geval de volgende verstaan:
Betrokkene is bij rechterlijke uitspraak veroordeeld ter zake van (poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokken van – mislukte uitlokking, art. 46a WvSr. daaronder begrepen –, medeplegen van en/of medeplichtigheid aan) één of meer van de hieronder opgesomde strafbare feiten uit:
Onder veroordelingen wordt ook verstaan veroordelingen in het buitenland wegens overtreding van een of meer aldaar geldende strafbepalingen vergelijkbaar met de hierboven genoemde.
2. Transacties met het Openbaar Ministerie
Betrokkene heeft een vrijwillige betaling als bedoeld in artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht gedaan ter zake van een of meer van de hiervoor onder 1 genoemde strafbare feiten.
Onder transacties wordt ook verstaan transacties in het buitenland met de terzake bevoegde autoriteiten ter zake van overtreding van een of meer aldaar geldende strafbepalingen vergelijkbaar met de hiervoor genoemde.
3. (Voorwaardelijk) sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging
Betrokkene wordt ter zake van een of meer van de hiervoor onder 1 genoemde strafbare feiten niet (verder) vervolgd, dan wel vrijgesproken of ontslagen van rechtsvervolging.
Onder (voorwaardelijk) sepot, niet verdere vervolging, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging wordt ook verstaan soortgelijke uitspraken en maatregelen in het buitenland ter zake van overtreding van een of meer aldaar geldende strafbepalingen vergelijkbaar met de hiervoor genoemde.
4. Andere feiten of omstandigheden
Andere feiten of omstandigheden die redelijkerwijs voor de toezichthouder van belang kunnen zijn, zoals bijvoorbeeld blijkend uit door tot de opsporing van strafbare feiten bevoegde ambtenaren opgemaakte processen-verbaal of rapporten die erop wijzen dat betrokkene betrokken is (geweest) bij een of meer van de onder 1 genoemde strafbare feiten. Onder processen-verbaal of rapporten wordt ook verstaan soortgelijke documenten met gelijke bewijskracht, opgemaakt door tot de opsporing van strafbare feiten bevoegde ambtenaren in het buitenland.
Bijlage A2. Strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 2, tweede lid en artikel 3, derde lid
Veroordelingen
Betrokkene is bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak veroordeeld ter zake van (poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokken van – mislukte uitlokking, art. 46a WvSr. daaronder begrepen –, medeplegen van en/of medeplichtigheid aan) één of meer van de hieronder opgesomde strafbare feiten:
Onder veroordelingen wordt ook verstaan veroordelingen in het buitenland wegens overtreding van een of meer aldaar geldende strafbepalingen vergelijkbaar met de hierboven genoemde.
Bijlage B. Financiële antecedenten als bedoeld in artikel 2, tweede lid
Privé
Onder privé financiële antecedenten, van belang voor de beoordeling van de daaraan ten grondslag liggende gedraging(en), worden in ieder geval de volgende verstaan:
Zakelijk
Onder zakelijke financiële antecedenten, van belang voor de beoordeling van de daaraan ten grondslag liggende gedraging(en), worden in ieder geval de volgende verstaan:
Andere feiten of omstandigheden
Andere feiten of omstandigheden aangaande betrokkene die wijzen op betrokkenheid bij één of meer gedragingen, voor zover die redelijkerwijs voor de toezichthouder van belang kunnen zijn.
Bijlage C. Toezichtantecedenten als bedoeld in artikel 2, tweede lid
Onder toezichtantecedenten, van belang voor de beoordeling van de daaraan ten grondslag liggende gedraging(en), worden in ieder geval de volgende verstaan:
Andere feiten of omstandigheden
Andere feiten of omstandigheden aangaande betrokkene die wijzen op betrokkenheid bij één of meer gedragingen, voor zover die redelijkerwijs voor de toezichthouder van belang kunnen zijn.
Bijlage D. Fiscaal bestuursrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 2, tweede lid
Privé
Onder privé fiscaal bestuursrechtelijke antecedenten, van belang voor de beoordeling van de daaraan ten grondslag liggende gedraging(en), worden in ieder geval de volgende verstaan:
Betrokkene is een vergrijpboete opgelegd op basis van één of meer van de hieronder opgesomde strafbare feiten uit de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tussen haakjes worden genoemd de artikelen:
Zakelijk
Onder zakelijke fiscaal bestuursrechtelijke antecedenten, van belang voor de beoordeling van de daaraan ten grondslag liggende gedraging(en), worden in ieder geval de volgende verstaan:
Aan de huidige of één van de voormalige werkgevers of enige vennootschap of rechtspersoon, waarbij betrokkene een functie bekleedt/bekleedde als bestuurder of commissaris, feitelijke zeggenschap in het bestuur uitoefent/uitoefende of anderszins (mede)verantwoordelijk is/was voor het beleid, is een vergrijpboete opgelegd op basis van één of meer van de hieronder opgesomde strafbare feiten uit de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tussen haakjes worden genoemd de artikelen:
Andere feiten of omstandigheden
Andere feiten of omstandigheden aangaande betrokkene die wijzen op betrokkenheid bij één of meer gedragingen in fiscaal bestuursrechtelijke zin, voor zover die redelijkerwijs voor de toezichthouder van belang kunnen zijn.
Bijlage E. Overige antecedenten als bedoeld in artikel 2, tweede lid
Onder overige antecedenten, van belang voor de beoordeling van de daaraan ten grondslag liggende gedraging(en), wordt in ieder geval de volgende verstaan:
Andere feiten of omstandigheden
Andere feiten of omstandigheden aangaande betrokkene, voor zover die redelijkerwijs voor de toezichthouder van belang kunnen zijn.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.