← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van 12 oktober 2006, houdende regels met betrekking tot het gedragstoezicht op financiële ondernemingen (Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft)

Geldende tekst a fecha 2012-01-01

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 12 juli 2006, nr. FM 2006-01681 M;

Gelet op richtlijn nr. 85/611/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) (PbEG L 375), richtlijn nr. 87/102/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 december 1986 betreffende de harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake het consumentenkrediet (PbEG 1987 L 42), richtlijn nr. 92/49/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 juni 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en houdende wijziging van de richtlijnen 73/239/EEG en 88/357/EEG (PbEG L 228), richtlijn nr. 93/22/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 mei 1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten (PbEG L 141), richtlijn nr. 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 september 2002 betreffende de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten en tot wijziging van de richtlijnen nr. 90/619/EEG, nr. 97/7/EG en nr. 98/27/EG (PbEG L 271), richtlijn nr. 2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende levensverzekering (PbEG L 345) en richtlijn nr. 2002/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 9 december 2002 betreffende verzekeringsbemiddeling (PbEG L 9) en de artikelen 4:3, vierde lid, 4:5, derde lid, 4:9, derde lid, 4:10, derde lid, 4:11, derde en vierde lid, 4:14, tweede lid, 4:15, tweede lid, aanhef en onderdeel a en onderdeel b, onder 2°, 4:16, tweede en derde lid, 4:17, derde lid, 4:20, eerste lid, tweede lid, derde lid, aanhef en onderdeel b, vierde lid, en vijfde lid, 4:22, eerste lid, 4:25, eerste lid, 4:26, derde lid, 4:27, vierde lid, 4:30a, derde lid, 4:32, tweede lid, 4:33, derde en vierde lid, 4:34, derde lid, 4:43, tweede lid, 4:48, tweede lid, 4:49, tweede lid, aanhef en onderdeel e, 4:51, vierde lid, 4:52, derde lid, 4:56, eerste lid, 4:61, 4:71, vierde lid, 4:72, derde lid, aanhef en onderdeel a, 4:73, derde lid, aanhef en onderdelen a en c, 4:74, tweede lid, 4:75, tweede lid, 4:76, tweede lid, 4:78, eerste lid, 4:85, derde lid, 4:86, 4:87, derde lid, 4:88, derde lid, en 4:89, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht;

De Raad van State gehoord (advies van 20 september 2006, nr. W06.06.0334/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Financiën van 9 oktober 2006 (nr. FM 2006-02268 M);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

§ 1.1. Definities

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

afsluitprovisie:

bestuurder: indien het een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder betreft, een ieder die krachtens wet een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder vertegenwoordigt of het beleid van een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder bepaalt;

betalingsbeschermer: verzekering ter dekking van het risico dat de verzekeringnemer betalingsverplichtingen uit hoofde van een overeenkomst inzake krediet niet kan nakomen;

betalingstermijn: tijdvak dat ligt tussen:

commissie: beloning of vergoeding, in welke vorm dan ook, voor het optreden als gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent;

complex product:

consumptief krediet: krediet, niet zijnde hypothecair krediet;

debetrentevoet: verschuldigde rente voor een krediet, uitgedrukt op jaarbasis en toegepast in een vast of variabel percentage;

dekkingspercentage: een door de aanbieder van krediet vastgesteld percentage van de waarde van de in onderpand gegeven financiële instrumenten, bedoeld in artikel 1:1 van de wet, of van de daartoe behorende afzonderlijke financiële instrumenten aan de hand waarvan de aanbieder van krediet de kredietlimiet bepaalt;

deposito: tegoed bij een bank dat onmiddellijk kan worden opgevraagd en waarvan de rentetermijn ten hoogste twaalf maanden bedraagt;

doorlopende provisie:

doorlopend krediet: overeenkomst inzake:

effectenkrediet: het aan een consument ter beschikking stellen van een doorlopend krediet tegen onderpand van financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1:1 van de wet, waarmee de consument transacties kan verrichten in financiële instrumenten en de aanbieder van krediet betrokken is bij die transacties;

eindtermen: normen met betrekking tot de vakbekwaamheid voor het verlenen van een bepaalde financiële dienst met betrekking tot een bepaald financieel product;

essentiële beleggersinformatie: een kort document waarin informatie over de in artikel 66a, eerste lid, genoemde onderwerpen is weergegeven met betrekking tot rechten van deelneming in een beleggingsinstelling die niet verhandelbaar zijn of op verzoek van een deelnemer ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald;

financieel analist: een relevante persoon die tastbaar onderzoek op beleggingsgebied verricht;

financieel derivaat: financieel instrument als bedoeld in artikel 4:60, eerste lid, onderdeel d, e, f of g, van de wet;

financiële bijsluiter: een document waarin informatie over de in artikel 66, eerste lid, genoemde onderwerpen met betrekking tot een complex product, niet zijnde rechten van deelneming in een beleggingsinstelling, is weergegeven;

geldmarktinstrument: financieel instrument als bedoeld in onderdeel c van de definitie van financieel instrument in artikel 1:1 van de wet;

gelieerde partij:

gelieerd financieel instrument: een financieel instrument waarvan de prijs sterk wordt beïnvloed door prijsschommelingen van een ander financieel instrument dat het onderwerp van onderzoek op beleggingsgebied is of van een van dit andere financiële instrument afgeleid financieel instrument;

hypothecair krediet: overeenkomst inzake krediet met een consument, bij het aangaan waarvan een recht van hypotheek wordt gevestigd, strekkende tot verhaal bij voorrang van de vordering tot voldoening van de door de consument verschuldigde betaling, dan wel met betrekking waartoe reeds een zodanig recht is gevestigd en waarbij het krediet wordt verleend tegen een voor hypothecaire financieringen van de aanbieder gebruikelijk jaarlijks kostenpercentage;

incident: gedraging of gebeurtenis die een ernstig gevaar vormt voor de integere uitoefening van het bedrijf van een financiële onderneming;

integriteitgevoelige functie:

integriteitrisico: gevaar voor de aantasting van de reputatie of bestaande of toekomstige bedreiging van vermogen of resultaat van een financiële onderneming als gevolg van een ontoereikende naleving van hetgeen bij of krachtens enig wettelijk voorschrift is voorgeschreven;

internationale jaarrekeningstandaarden: internationale standaarden voor jaarrekeningen die door de Commissie van de Europese Gemeenschappen van toepassing zijn verklaard overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 juli 2002 (PbEG L 243);

jaarlijks kostenpercentage: totale kosten van een consumptief krediet voor de consument, uitgedrukt in een percentage op jaarbasis van het totale kredietbedrag, berekend volgens de basisvergelijking en aanvullende hypothesen, opgenomen in bijlage A, of de bij de uitvoering van een overeenkomst inzake hypothecair krediet overeenkomstig de betalingsregeling aan de consument in rekening te brengen effectieve kredietvergoeding, uitgedrukt in een percentage op jaarbasis van het uitstaand saldo, berekend op bij ministeriële regeling vast te stellen wijze;

kosten: bedragen die een financiële onderneming in rekening brengt of ten laste laat komen van een cliënt, consument of deelnemer;

kredietlimiet:

kredietsom:

kredietvergoeding: kosten ter zake van een overeenkomst inzake krediet;

maandlast: bedrag dat een consument verschuldigd is aan betalingen ter zake van krediet, berekend voor één kalendermaand, waaronder in ieder geval betalingen aan rente en aflossing in verband met het krediet;

nauwe banden: situatie waarin twee of meer natuurlijke of rechtspersonen verbonden zijn door:

onderzoek op beleggingsgebied: onderzoek of andere voor het publiek bestemde informatie waarbij expliciet of impliciet een beleggingsstrategie wordt aanbevolen of voorgesteld ten aanzien van één of meerdere financiële instrumenten of uitgevende instellingen van financiële instrumenten, daaronder begrepen aanbevelingen betreffende de huidige of toekomstige waarde of koers van dergelijke instrumenten, welk onderzoek:

op- en afslagen: bedragen waarmee de door de deelnemers voor rechten van deelneming in een beleggingsinstelling betaalde of ontvangen prijs of terugbetaling worden verhoogd onderscheidenlijk verlaagd ten opzichte van de intrinsieke waarde van de rechten van deelneming;

pensioenverzekering: levensverzekering die een werkgever afsluit ten behoeve van zijn werknemers, waaronder de directeur-grootaandeelhouder, bestaande uit een ouderdomspensioen of nabestaandenpensioen als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet;

PE-onderwijsprogramma: onderwijsprogramma voor permanente educatie;

PE-toets: toets voor permanente educatie;

PE-toetstermen: criteria waaraan de vakbekwaamheid van een persoon wordt getoetst om te kunnen vaststellen of deze voldoet aan de eisen voor permanente educatie;

persoonlijke transactie: een transactie in een financieel instrument door of in naam van een relevante persoon, waarbij:

relevante persoon:

retourprovisie: gedeelte van een door of ten laste van een beleggingsinstelling voor een dienst van een derde te betalen of betaalde vergoeding dat direct of indirect door de ontvanger wordt terugbetaald of doorbetaald;

richtlijn consumentenkrediet: richtlijn nr. 2008/48/EG van het Europese Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van Richtlijn 87/102/EEG van de Raad (PbEU L133);

richtlijn elektronisch geld: richtlijn nr. 2009/110 van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 september 2009 betreffende de toegang tot, de uitoefening van en het prudentieel toezicht op de werkzaamheden van instellingen voor elektronisch geld, tot wijziging van de Richtlijnen 2005/60/EG en 2006/48/EG en tot intrekking van Richtlijn 2000/46/EG (Pb EU L 267);

risico-indicator: weergave van het risiconiveau van een complex product;

serie van beleggingsobjecten: verzameling van beleggingsobjecten waarvoor hetzelfde beleggingsobjectprospectus, bedoeld in artikel 4:30a, van de wet wordt opgesteld;

termijnbedrag: bedrag van de betaling die een consument aan het einde van een betalingstermijn moet hebben gedaan;

toetstermen: criteria waaraan de vakbekwaamheid van een persoon wordt getoetst om te kunnen vaststellen of deze voldoet aan de eindtermen;

totale door de consument te betalen bedrag: som van het totale kredietbedrag en de totale kosten van het krediet voor de consument;

totale kosten van het krediet voor de consument: alle kosten inzake een consumptief krediet, met uitzondering van notariskosten, die de consument in verband met een krediet moet betalen en die de aanbieder bekend zijn, met inbegrip van rente, provisie, belastingen, vergoedingen van welke aard ook en kosten in verband met nevendiensten met betrekking tot het krediet, indien het sluiten van een overeenkomst met betrekking tot die diensten verplicht is om het krediet op de geadverteerde voorwaarden te verkrijgen, of de som van de door een consument te betalen termijnbedragen gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake hypothecair krediet;

totale kredietbedrag: de kredietlimiet of de kredietsom;

uitstaand saldo:

uitvaartverzekering: levensverzekering die uitsluitend strekt tot het doen van geldelijke uitkeringen in verband met de verzorging van de uitvaart van een natuurlijke persoon of een natura-uitvaartverzekering;

wet: Wet op het financieel toezicht.

§ 1.2. Bijzondere bepalingen

Artikel 2
1.

Het beleid van een houder van een ontheffing als bedoeld in artikel 4:3, vierde lid, van de wet wordt bepaald of mede bepaald door personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat. Indien binnen de houder van een ontheffing een orgaan is belast met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de houder van een ontheffing wordt dit toezicht gehouden door personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat.

2.

De aanvrager van een ontheffing als bedoeld in artikel 4:3, vierde lid, van de wet toont aan dat zal worden voldaan aan het eerste lid en legt ten aanzien van de betrokken personen de volgende gegevens over:

3.

De betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in het eerste lid staat buiten twijfel wanneer dat eenmaal door een toezichthouder voor de toepassing van de wet is vastgesteld, zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een nieuwe beoordeling.

4.

Op de vaststelling van de betrouwbaarheid van de personen, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 12 tot en met 16 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3
1.

De houder van een ontheffing als bedoeld in artikel 4:3, vierde lid, van de wet:

2.

De houder van een ontheffing geeft geen uitvoering aan het voornemen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, voordat de Autoriteit Financiële Markten heeft vastgesteld dat de betrouwbaarheid van de betrokken persoon buiten twijfel staat. De Autoriteit Financiële Markten neemt een besluit omtrent de betrouwbaarheid:

3.

Indien de Autoriteit Financiële Markten een derde verzoekt om nadere gegevens als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, doet zij daarvan mededeling aan de houder.

4.

Bij de melding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, legt de houder ten aanzien van de betrokken persoon de volgende gegevens over:

5.

Het tweede en vierde lid, onderdelen b, c en d, zijn niet van toepassing indien de wijziging een persoon betreft wiens betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.

Artikel 4

De rechtspersoon, bedoeld in artikel 4:5, tweede lid, van de wet verstrekt bij de in dat lid bedoelde melding aan de Autoriteit Financiële Markten de volgende gegevens over de betrokken onderneming:

Hoofdstuk 2. Vakbekwaamheid van medewerkers

§ 2.1. Eindtermen van vakbekwaamheid

Artikel 5
1.

De personen, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, zijn vakbekwaam, indien zij voldoen aan de in onderdeel 1 van bijlage B genoemde eindtermen alsmede, voorzover zij zich rechtstreeks bezighouden met het verlenen van financiële diensten met betrekking tot de hierna in de onderdelen a tot en met e genoemde onderwerpen, aan de eindtermen genoemd in het daarop betrekking hebbende onderdeel van bijlage B:

2.

Indien de financiëledienstverlener, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, optreedt als gevolmachtigde agent of als ondergevolmachtigde agent, zijn de in dat lid bedoelde personen vakbekwaam, indien zij voldoen aan de in onderdeel 6 van bijlage B genoemde eindtermen en de in het eerste lid bedoelde onderdelen van die bijlage, met betrekking tot het financiële product waarmee zij zich rechtstreeks bezighouden.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op het verlenen van financiële diensten met betrekking tot een arbeidsongeschiktheidsverzekeringverzekering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, b, d of e, of een opstal-, inboedel-, of overlijdensrisicoverzekering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, die wordt gecombineerd met het in het desbetreffende onderdeel genoemde onderwerp.

§ 2.2. Bewijs van vakbekwaamheid

Artikel 6
1.

Een financiëledienstverlener voldoet aan artikel 4:9, tweede lid, eerste volzin, van de wet, indien:

2.

Een financiëledienstverlener voldoet aan artikel 4:9, tweede lid, tweede volzin, van de wet, indien:

3.

Vervallen.

4.

Onverminderd het eerste en tweede lid voldoet een bemiddelaar als bedoeld in artikel 2:81, tweede lid, van de wet aan het bepaalde in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, indien zijn bedrijfsvoering onder de verantwoordelijkheid van de aanbieder voor welke hij bemiddelt zodanig is ingericht dat een vakbekwame financiële dienstverlening aan consumenten of, indien het verzekeringen betreft, cliënten voldoende is gewaarborgd.

5.

Onverminderd het eerste en tweede lid voldoet een aangesloten onderneming als bedoeld in artikel 2:105, eerste lid, van de wet aan het bepaalde in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, indien haar bedrijfsvoering onder de verantwoordelijkheid van de rechtspersoon waarbij zij is aangesloten zodanig is ingericht dat een vakbekwame financiële dienstverlening aan consumenten of, indien het verzekeringen betreft, cliënten voldoende is gewaarborgd.

Artikel 7
1.

Een diploma of een erkenning van beroepskwalificaties is geldig, tenzij de houder ervan:

2.

Indien een houder van een diploma of een erkenning van beroepskwalificaties niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn heeft voldaan aan de in zijn geval relevante toetstermen voor permanente educatie, is het diploma of de erkenning van beroepskwalificaties ongeldig vanaf het einde van die termijn tot hij alsnog daaraan voldoet.

§ 2.3. Vaststellen toetstermen

Artikel 8
1.

Bij ministeriële regeling worden toetstermen vastgesteld voor de examens die leiden tot afgifte van een diploma als bedoeld in artikel 10, eerste lid.

2.

Indien ontwikkelingen op de financiële markten of relevante wettelijke voorschriften daartoe aanleiding geven worden bij ministeriële regeling toetstermen vastgesteld met betrekking tot permanente educatie, alsmede de wijze waarop aan deze toetstermen kan worden voldaan.

3.

Onze Minister draagt er zorg voor dat de inwerkingtreding van de toetstermen voor examens en de inwerkingtreding van de daarbij aansluitende toetstermen voor permanente educatie gelijktijdig plaatsvinden.

§ 2.4. Exameninstituten

Artikel 9
1.

Onze Minister erkent een exameninstituut op aanvraag, indien de aanvrager heeft aangetoond te kunnen voldoen aan artikel 10, tweede, derde, vijfde, zesde en zevende lid, voorzover het in die leden bepaalde op de aanvrager van toepassing is.

2.

Onze Minister beslist op een aanvraag om erkenning binnen vier maanden nadat de aanvraag is ingediend. De beslissingstermijn kan ten hoogste tweemaal met twee maanden worden verlengd.

3.

Onze Minister kan aan een erkenning voorschriften verbinden.

4.

Onze Minister kan een erkenning intrekken:

5.

Van een besluit tot erkenning of tot intrekking van de erkenning van een exameninstituut doet Onze Minister mededeling in de Staatscourant.

Artikel 10
1.

Een erkend exameninstituut geeft een diploma af aan een kandidaat die een door het erkende exameninstituut afgenomen examen met goed gevolg heeft afgelegd.

2.

Een erkend exameninstituut dat tevens opleidingen aanbiedt, brengt een zodanige scheiding aan in de bedrijfsvoering tussen het ontwikkelen en verzorgen van opleidingen en het afnemen van examens dat belangenverstrengeling tussen deze activiteiten wordt voorkomen. Daartoe treft een erkend exameninstituut in ieder geval adequate maatregelen, gericht op:

3.

Een erkend exameninstituut stelt de door hem aangeboden examens open voor een ieder.

4.

Een door een erkend exameninstituut af te nemen examen voldoet binnen zes maanden na de openbaarmaking ervan aan de door Onze Minister vastgestelde toetstermen, bedoeld in artikel 8, eerste lid.

5.

Een erkend exameninstituut neemt ten aanzien van de wijze van examinering de maatregelen die redelijkerwijs nodig zijn om te bevorderen dat examens op een correcte en eerlijke wijze worden afgelegd.

6.

Een erkend exameninstituut draagt zorg voor een vakinhoudelijk juiste en objectieve beoordeling van afgenomen examens.

7.

Een erkend exameninstituut beschikt over en handelt in overeenstemming met een examenreglement waarin ten minste de volgende onderwerpen adequaat zijn geregeld:

8.

Een erkend exameninstituut verstrekt jaarlijks voor 1 juli aan Onze Minister een opgave van het aantal in het vorige kalenderjaar afgenomen en beoordeelde examens, alsmede een analyse van de resultaten van deze examens, de klachten die over de examinering en de resultaten zijn ingediend en de beslissingen hierop van het exameninstituut.

9.

Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op uit ’s rijks kas bekostigde opleidingen van instellingen voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Artikel 11
1.

Een erkend exameninstituut verstrekt aan Onze Minister op diens verzoek de gegevens die Onze Minister nodig heeft voor de uitoefening van zijn in dit hoofdstukomschreven taken.

2.

Met het toezicht op de naleving van de artikelen 9 en 10 zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen.

3.

Van een besluit als bedoeld in het tweede lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

Hoofdstuk 3. Betrouwbaarheid

Artikel 12

De Autoriteit Financiële Markten stelt vast of de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in artikel 4:10, eerste lid, van de wet buiten twijfel staat op basis van diens voornemens, handelingen en antecedenten.

Artikel 13

De Autoriteit Financiële Markten neemt bij de vaststelling, bedoeld in artikel 12, in ieder geval de volgende antecedenten in aanmerking:

Artikel 14
1.

De Autoriteit Financiële Markten verkrijgt inzicht in de in artikel 12 bedoelde voornemens, handelingen en antecedenten op grond van:

2.

Indien de gegevens en inlichtingen, verkregen overeenkomstig het eerste lid, de Autoriteit Financiële Markten aanleiding geven tot nader onderzoek, kan de Autoriteit Financiële Markten ook inlichtingen inwinnen en gegevens opvragen bij andere personen of instanties dan genoemd in dat lid. De Autoriteit Financiële Markten stelt de betrokkene in dat geval schriftelijk vooraf in kennis van:

Artikel 15
1.

De betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in artikel 12 staat niet buiten twijfel indien deze veroordeeld is terzake van een misdrijf, genoemd in onderdeel 1 van bijlage C, tenzij er sinds het onherroepelijk worden van de uitspraak acht jaren of meer zijn verstreken.

2.

De Autoriteit Financiële Markten kan op grond van de omstandigheden of belangen, genoemd in artikel 16, afwijken van het eerste lid.

Artikel 16

De Autoriteit Financiële Markten neemt bij de vaststelling, bedoeld in artikel 12, in aanmerking:

Hoofdstuk 3. Betrouwbaarheid

§ 4.1. Beheerders, beleggingsinstellingen en bewaarders

Artikel 17
1.

Een beheerder, beleggingsinstelling, bewaarder of pensioenbewaarder als bedoeld in artikel 4:11, eerste lid, van de wet draagt zorg voor een systematische analyse van integriteitrisico´s.

2.

De beheerder, beleggingsinstelling, bewaarder of pensioenbewaarder draagt er zorg voor dat het beleid, bedoeld in artikel 4:11, eerste lid, van de wet, zijn neerslag vindt in procedures en maatregelen.

3.

De beheerder, beleggingsinstelling, bewaarder of pensioenbewaarder stelt alle relevante bedrijfsonderdelen in kennis van het beleid en de procedures en maatregelen.

4.

De beheerder, beleggingsinstelling, bewaarder of pensioenbewaarder draagt zorg voor de uitvoering en de systematische toetsing van het beleid en de procedures en maatregelen.

5.

De beheerder, beleggingsinstelling, bewaarder of pensioenbewaarder draagt zorg voor onafhankelijk toezicht op de uitvoering van het beleid en de procedures en maatregelen.

6.

De beheerder, beleggingsinstelling, bewaarder of pensioenbewaarder beschikt over procedures die erin voorzien dat gesignaleerde tekortkomingen of gebreken met betrekking tot de integere uitoefening van het bedrijf tot een gepaste bijstelling leiden.

Artikel 18

Een beheerder, beleggingsinstelling, bewaarder of pensioenbewaarder als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot het tegengaan van verstrengeling van de privé-belangen van personen die het beleid van de financiële onderneming bepalen, personen die onderdeel zijn van een orgaan dat is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming, andere werknemers, of andere personen die in opdracht van de betrokken onderneming op structurele basis werkzaamheden voor haar verrichten met haar belangen of die van haar deelnemers.

Artikel 19
1.

Een beheerder, beleggingsinstelling, bewaarder of pensioenbewaarder als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot de omgang met en vastlegging van incidenten.

2.

De beheerder, beleggingsinstelling, bewaarder of pensioenbewaarder neemt naar aanleiding van een incident maatregelen die zijn gericht op het beheersen van de opgetreden risico’s en het voorkomen van herhaling.

3.

De beheerder, beleggingsinstelling, bewaarder of pensioenbewaarder informeert de Autoriteit Financiële Markten onverwijld omtrent incidenten.

Artikel 20
1.

Een beheerder, beleggingsmaatschappij, bewaarder of pensioenbewaarder als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet maakt een onderbouwde beoordeling van de betrouwbaarheid van personen die hij onderscheidenlijk zij wil benoemen in een integriteitgevoelige functie.

2.

De beheerder, beleggingsmaatschappij, bewaarder of pensioenbewaarder draagt zorg voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van degenen die, anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst, werkzaamheden in een integriteitgevoelige functie verrichten.

Artikel 21
1.

Een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet beschikt ter bescherming van de integriteit van het bedrijf over procedures en maatregelen met betrekking tot de acceptatie van deelnemers.

2.

Onverminderd het bepaalde ingevolge de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme beschikt de beleggingsinstelling over procedures en maatregelen met betrekking tot de identificatie van deelnemers en de verificatie daarvan. De beleggingsinstelling accepteert een deelnemer niet indien zij de identiteit niet heeft vastgesteld overeenkomstig het daarvoor opgestelde beleid.

3.

De beleggingsinstelling beschikt ter bescherming van de integriteit van het bedrijf over organisatorische en administratieve procedures en maatregelen die betrekking hebben op risicoclassificaties ten aanzien van cliënten, producten of diensten.

4.

De beleggingsinstelling beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot de analyse van gegevens van deelnemers, mede in relatie tot de door de deelnemer afgenomen producten, en de detectie van afwijkende transactiepatronen. Aan de hand van deze procedures en maatregelen bepaalt de beleggingsinstelling tevens de risico’s van bepaalde cliënten, producten of diensten voor de integere uitoefening van haar bedrijf.

5.

De beleggingsinstelling draagt zorg voor de documentatie en vastlegging met betrekking tot de acceptatie en indeling naar risico van cliënten, de identificatie en verificatie van de gegevens van cliënten en de bewaking van transacties van cliënten. Dergelijke gegevens worden tot vijf jaar na de dienstverlening of het beëindigen van de relatie bewaard.

6.

Het eerste tot en met vijfde lid zijn niet van toepassing voorzover de beleggingsinstelling niet voorafgaand aan het intreden of uittreden van deelnemers in de beleggingsinstelling beslist omtrent acceptatie van deelnemers.

Artikel 22
1.

Een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet onderzoekt, op verzoek van de Autoriteit Financiële Markten, of in haar administratie bepaalde personen of instellingen voorkomen die naar het oordeel van Onze Minister, in verband met vermoede terroristische activiteiten of daarmee verband houdende activiteiten, de integriteit van de financiële sector kunnen schaden.

2.

De beleggingsinstelling verstrekt de uitkomst van het in het eerste lid bedoelde onderzoek, binnen een door de Autoriteit Financiële Markten vast te stellen termijn, aan de Autoriteit Financiële Markten.

§ 4.2. Beleggingsondernemingen

Artikel 23
1.

Een beleggingsonderneming draagt er, met het oog op de integere uitoefening van haar bedrijf, zorg voor dat het beleid, bedoeld in artikel 4:11, eerste lid, van de wet, zijn neerslag vindt in procedures en maatregelen.

2.

De beleggingsonderneming draagt zorg voor onafhankelijk toezicht op de uitvoering van het beleid en de procedures en maatregelen, bedoeld in het eerste lid, en beschikt over procedures die erin voorzien dat gesignaleerde tekortkomingen of gebreken worden gerapporteerd aan de personen die belast zijn met de taak, bedoeld in artikel 31c.

3.

De beleggingsonderneming beschikt over procedures die erin voorzien dat gesignaleerde tekortkomingen of gebreken met betrekking tot de integere uitoefening van het bedrijf onder toezicht van de personen die zijn belast met de taak, bedoeld in artikel 31c, tot een gepaste bijstelling leiden.

Artikel 24
1.

Een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot de behandeling en administratieve vastlegging van incidenten.

2.

De beleggingsonderneming neemt naar aanleiding van een incident maatregelen die zijn gericht op het beheersen van de opgetreden risico’s en het voorkomen van herhaling.

3.

De beleggingsonderneming informeert de Autoriteit Financiële Markten onverwijld omtrent incidenten.

Artikel 25
1.

Een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet maakt een onderbouwde beoordeling van de betrouwbaarheid van een personeelslid dat zij wil benoemen in een integriteitgevoelige functie.

2.

De beleggingsonderneming draagt zorg voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van degenen die, anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst, werkzaamheden in een integriteitgevoelige functie verrichten

Artikel 26
1.

Een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot de acceptatie van cliënten. Deze procedures en maatregelen hebben betrekking op risicoclassificaties ten aanzien van cliënten, producten of diensten.

2.

Onverminderd het bepaalde ingevolge de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme beschikt de beleggingsonderneming over procedures en maatregelen met betrekking tot de identificatie van cliënten en de verificatie daarvan. De beleggingsonderneming accepteert een cliënt niet indien zij de identiteit niet heeft vastgesteld overeenkomstig het daarvoor opgestelde beleid.

3.

De beleggingsonderneming beschikt over procedures met betrekking tot de analyse van gegevens van cliënten, mede in relatie tot de door de cliënt afgenomen producten en diensten, en de detectie van afwijkende transactiepatronen. Aan de hand van deze procedures en maatregelen worden tevens de risico’s ten aanzien van bepaalde cliënten of producten bepaald.

4.

De beleggingsonderneming draagt zorg voor de documentatie en vastlegging met betrekking tot de acceptatie en indeling van cliënten naar risico en de bewaking van het handelen van cliënten. Dergelijke gegevens worden tot vijf jaar na de dienstverlening of het beëindigen van de relatie bewaard.

Artikel 27
1.

Een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet onderzoekt, op verzoek van de Autoriteit Financiële Markten, of in haar administratie bepaalde personen of instellingen voorkomen die naar het oordeel van Onze Minister, in verband met vermoede terroristische activiteiten of daarmee verband houdende activiteiten, de integriteit van de financiële sector kunnen schaden.

2.

De beleggingsonderneming verstrekt de uitkomst van het in het eerste lid bedoelde onderzoek aan de Autoriteit Financiële Markten, binnen een door deze vast te stellen termijn.

§ 4.2. Beleggingsondernemingen

Artikel 28
1.

Een financiëledienstverlener als bedoeld in artikel 4:11, tweede lid, van de wet draagt er zorg voor dat de betrouwbaarheid van de werknemers en andere natuurlijke personen die zich onder zijn verantwoordelijkheid rechtstreeks bezighouden met het verlenen van financiële diensten, buiten twijfel staat.

2.

Een persoon als bedoeld in het eerste lid is betrouwbaar, indien hij een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens over kan leggen, en hij niet failliet is verklaard, tenzij rehabilitatie als bedoeld in artikel 212 van de Faillissementswet heeft plaatsgevonden.

Artikel 29
1.

Een financiëledienstverlener als bedoeld in artikel 4:15, eerste lid, van de wet stelt procedures en maatregelen vast met betrekking tot de omgang met en vastlegging van incidenten.

2.

De financiëledienstverlener neemt naar aanleiding van een incident passende maatregelen. Deze maatregelen zijn gericht op het beheersen van de opgetreden risico’s en het voorkomen van herhaling.

3.

De financiëledienstverlener informeert de Autoriteit Financiële Markten onverwijld omtrent incidenten.

Hoofdstuk 5. Beheerste uitoefening van het bedrijf

§ 5.1. Algemene aspecten van de bedrijfsvoering

Artikel 30
1.

De bedrijfsvoering van een beheerder, beleggingsinstelling, beleggingsonderneming, bewaarder of pensioenbewaarder, bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet voorziet in:

2.

De bedrijfsvoering is afgestemd op de aard, omvang, risico’s en complexiteit van de financiële onderneming en de werkzaamheden van de financiële onderneming.

3.

De bedrijfsvoering wordt op een inzichtelijke wijze vastgelegd.

4.

De financiële onderneming beschikt over procedures en maatregelen om de vertrouwelijkheid en integriteit van informatie en de voortdurende beschikbaarheid en beveiliging van geautomatiseerde gegevensverwerking te waarborgen.

5.

De effectiviteit van de organisatie-inrichting en van de procedures en maatregelen, bedoeld in het eerste lid, wordt door de financiële onderneming ten minste jaarlijks getoetst.

De financiële onderneming voorziet erin dat gesignaleerde tekortkomingen worden opgeheven.

6.

De effectiviteit van de organisatie-inrichting en van de procedures en maatregelen wordt bij een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten of een beleggingsonderneming onafhankelijk getoetst. Daartoe beschikt de beheerder of een beleggingsonderneming over een organisatieonderdeel dat een interne controlefunctie uitoefent.

Artikel 31
1.

Werknemers van een beheerder of een beleggingsonderneming en andere personen die door de desbetreffende financiële onderneming zijn belast met het beheren van beleggingsinstellingen, het verlenen van beleggingsdiensten of het verrichten van beleggingsactiviteiten beschikken over de nodige vakbekwaamheid en deskundigheid om de hun toevertrouwde verantwoordelijkheid uit te oefenen.

2.

Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten of een beleggingsonderneming zorgt ervoor dat werknemers die verscheidene functies uitoefenen, daardoor niet worden of kunnen worden belet een van deze functies op degelijke, eerlijke en professionele wijze uit te oefenen.

3.

Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt rekening gehouden met de aard, omvang en risico’s van de financiële onderneming en de werkzaamheden van de beheerder respectievelijk de beleggingsonderneming.

§ 5.2. Gedragsaspecten van de bedrijfsvoering

Artikel 32
1.

Een aanbieder als bedoeld in artikel 4:15, eerste of derde lid, van de wet die een consument of, indien het een verzekering betreft, cliënt adviseert, bewaart, indien de advisering leidt tot het aangaan van een overeenkomst inzake het aanbevolen product met de consument onderscheidenlijk de cliënt, de informatie die hij overeenkomstig artikel 4:23, eerste lid, onderdeel a, van de wet heeft ingewonnen, alsmede de gegevens betreffende het verkochte financiële product, gedurende ten minste één jaar vanaf het moment van advisering.

2.

Een adviseur als bedoeld in artikel 4:15, eerste of derde lid, van de wet die een consument of, indien het een verzekering betreft, cliënt adviseert, en het aanbevolen financiële product niet tevens aanbiedt aan de consument of cliënt of met betrekking tot het aanbevolen financiële product niet tevens bemiddelt of optreedt als gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent, bewaart de informatie die hij overeenkomstig artikel 4:23, eerste lid, onderdeel a, van de wet heeft ingewonnen, alsmede de gegevens betreffende het aanbevolen financiële product, gedurende ten minste één jaar vanaf het moment van advisering.

3.

Een bemiddelaar, gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent als bedoeld in artikel 4:15, eerste of derde lid, van de wet die een consument of, indien het een verzekering betreft, cliënt adviseert bewaart, indien de advisering leidt tot het aangaan van een overeenkomst met de consument onderscheidenlijk de cliënt inzake het aanbevolen product, de informatie die hij overeenkomstig artikel 4:23, eerste lid, onderdeel a, van de wet heeft ingewonnen, alsmede de gegevens betreffende het aanbevolen financiële product, gedurende ten minste één jaar vanaf het moment van advisering.

4.

Het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing op financiële ondernemingen die bij de advisering uitsluitend te werk gaan volgens een gestandaardiseerde en gesystematiseerde procedure die voor de Autoriteit Financiële Markten verifieerbaar is, en die aan de hand van deze procedure aan de Autoriteit Financiële Markten kunnen aantonen welke informatie zij overeenkomstig artikel 4:23, eerste lid, onderdeel a, van de wet over consumenten onderscheidenlijk cliënten inwinnen en welke adviezen consumenten onderscheidenlijk cliënten op basis van de aldus ingewonnen informatie worden gegeven.

5.

Een aanbieder, bemiddelaar, gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent als bedoeld in artikel 4:15, eerste of derde lid, van de wet die in het kader van een door hem verstrekt advies met een consument of, indien het een verzekering betreft, cliënt een overeenkomst aangaat onderscheidenlijk bemiddelt bij de totstandkoming van een overeenkomst inzake een ander financieel product dan waarover hij de consument onderscheidenlijk de cliënt heeft geadviseerd, is gedurende ten minste één jaar na de totstandkoming van de overeenkomst in staat om aan de Autoriteit Financiële Markten aan te tonen dat de consument onderscheidenlijk de cliënt in weerwil van het advies de keuze heeft gemaakt voor het aangaan van die overeenkomst.

Artikel 33

Een aanbieder van krediet als bedoeld in artikel 4:15, eerste of derde lid, van de wet bewaart de informatie die hij ingevolge de artikelen 4:34, eerste lid, van de wet en 113 en 114 heeft ingewonnen, alsmede de door hem aangeboden overeenkomst inzake krediet, indien die overeenkomst tot stand is gekomen, ten minste gedurende vijf jaren na de dag waarop die overeenkomst is afgewikkeld.

Artikel 34
1.

De bedrijfsvoering van een beheerder, beleggingsinstelling of bewaarder als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet omvat ten minste procedures en maatregelen die waarborgen dat:

2.

De maatregelen en procedures, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel f, voorzien er in ieder geval in dat de voor de intrinsieke waardebepaling gebruikte subadministraties ten minste een keer per maand worden aangesloten met de saldibalans en dat de daaruit voortvloeiende verschillen worden geanalyseerd en gecorrigeerd.

3.

De procedures en maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, van een instelling voor collectieve belegging in effecten omvatten in ieder geval een procedure voor de waardevaststelling van financiële derivaten die niet op een gereglementeerde markt of een andere markt in financiële instrumenten worden verhandeld.

4.

Een beheerder richt voor iedere beleggingsinstelling die hij beheert afzonderlijk een bedrijfsvoering als bedoeld in het eerste lid in.

Artikel 35
1.

Een beleggingsonderneming houdt gegevens bij over alle door haar verleende beleggingsdiensten, nevendiensten en verrichte beleggingsactiviteiten ten einde het toezicht op de naleving van hetgeen ter implementatie van de richtlijn markten voor financiële instrumenten ingevolge de wet is bepaald mogelijk te maken.

2.

De beleggingsonderneming bewaart de gegevens, bedoeld in het eerste lid, gedurende ten minste vijf jaar.

3.

Een beleggingsonderneming bewaart de gegevens met betrekking tot de overeenkomst, bedoeld in artikel 4:89, tweede lid, van de wet, ten minste voor de duur van de relatie met de cliënt.

4.

Een beleggingsonderneming bewaart de gegevens, bedoeld in het eerste en derde lid, op een duurzame drager in een zodanige vorm en op zodanige wijze dat:

5.

De Autoriteit Financiële Markten stelt een lijst op van gegevens die een beleggingsonderneming op grond van hetgeen ter implementatie van de richtlijn markten voor financiële instrumenten ingevolge de wet is bepaald, ten minste moet bewaren.

Hoofdstuk 6. Uitbesteden van werkzaamheden

Artikel 36

Dit hoofdstuk is niet van toepassing op:

Artikel 37

Een financiële onderneming gaat niet over tot het uitbesteden van werkzaamheden indien dat een belemmering vormt voor een adequaat toezicht op de naleving van het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen van de wet.

Artikel 38
1.

Indien een beheerder of bewaarder in het kader van het beheer van een beleggingsinstelling onderscheidenlijk in het kader van de bewaring van de activa van een beleggingsinstelling een of meer werkzaamheden uitbesteedt:

2.

Een beheerder besteedt het bepalen van het beleggingsbeleid van een beleggingsinstelling niet uit.

3.

Iedere overeenkomst die een beheerder of een bewaarder aangaat in het kader van het uitbesteden van het beheer van de beleggingsinstelling onderscheidenlijk in het kader van de bewaring van de activa van de beleggingsinstelling, wordt schriftelijk vastgelegd.

Hoofdstuk 7. Klachtenafhandeling

§ 5.2. Gedragsaspecten van de bedrijfsvoering

Artikel 39

Een beleggingsonderneming of financiëledienstverlener als bedoeld in artikel 4:17, eerste lid, van de wet stelt aan alle personen die binnen haar onderscheidenlijk zijn onderneming betrokken zijn bij de afhandeling van klachten van cliënten of consumenten over financiële diensten of financiële producten van de financiële onderneming, een beschrijving beschikbaar van de te volgen procedure voor de afhandeling van die klachten.

Artikel 40

Met het oog op een adequate behandeling van klachten van cliënten of consumenten over financiële diensten of financiële producten van een beheerder, beleggingsonderneming of financiëledienstverlener als bedoeld in artikel 4:17, eerste lid, van de wet, beschikt de beheerder, beleggingsonderneming of financiëledienstverlener over een behoorlijke administratie van die klachten, waarin ten minste worden vastgelegd:

Artikel 41

Een beleggingsonderneming of financiëledienstverlener als bedoeld in artikel 4:17, eerste lid, van de wet bewaart de gegevens, bedoeld in artikel 40, gedurende een periode van ten minste een jaar nadat de klacht door haar onderscheidenlijk hem is afgehandeld.

Artikel 42
1.

Een beheerder als bedoeld in artikel 4:17, eerste lid, van de wet voorziet in procedures en maatregelen die waarborgen dat klachten van deelnemers in door hem beheerde beleggingsinstellingen zorgvuldig, verifieerbaar, consistent en binnen een redelijke termijn worden afgehandeld.

2.

De beheerder stelt kosteloos informatie over de procedures, bedoeld in het eerste lid, ter beschikking aan de deelnemers in een door hem beheerde beleggingsinstelling.

3.

Een betaaldienstverlener voorziet in procedures en maatregelen die waarborgen dat klachten van cliënten over het verlenen van betaaldiensten door deze betaaldienstverlener, zorgvuldig, verifieerbaar, consistent en binnen een redelijke termijn worden afgehandeld.

4.

Een elektronischgeldinstelling voorziet in procedures en maatregelen die waarborgen dat klachten van cliënten over het verlenen van betaaldiensten dan wel over de uitgifte van elektronisch geld door deze elektronischgeldinstelling, zorgvuldig, verifieerbaar, consistent en binnen een redelijke termijn worden afgehandeld.

§ 7.2. Erkende geschilleninstantie

Artikel 43
1.

Onze Minister erkent een geschilleninstantie als bedoeld in artikel 4:17, eerste lid, onderdeel b, van de wet op aanvraag, indien de aanvrager heeft aangetoond te kunnen voldoen aan de artikelen 44 tot en met 48.

2.

Onze Minister beslist op een aanvraag om erkenning binnen vier maanden nadat de aanvraag is ingediend. De beslissingstermijn kan ten hoogste tweemaal met twee maanden worden verlengd.

3.

Onze Minister kan aan een erkenning voorschriften verbinden.

4.

Een erkende geschilleninstantie verstrekt aan Onze Minister binnen een half jaar na afloop van elk kalenderjaar een opgave van:

5.

Een erkende geschilleninstantie informeert Onze Minister onverwijld over wijzigingen in het reglement, bedoeld in artikel 45, eerste lid, en van de samenstelling van het orgaan, bedoeld in artikel 44. Bij wijzigingen van de samenstelling van dit orgaan vermeldt de geschilleninstantie de leeftijd, genoten opleiding en professionele achtergrond van het betrokken lid.

6.

Een erkende geschilleninstantie verstrekt aan Onze Minister op diens verzoek de gegevens die Onze Minister nodig heeft voor de uitoefening van diens in deze paragraaf omschreven taken.

7.

Onze Minister kan een erkenning intrekken:

8.

Van een beslissing tot erkenning of tot intrekking van de erkenning van een geschilleninstantie wordt door Onze Minister mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel 44
1.

Een erkende geschilleninstantie draagt zorg voor de onafhankelijkheid en deskundigheid van het orgaan dat binnen haar organisatie verantwoordelijk is voor de behandeling van het geschil.

2.

De onafhankelijkheid van het orgaan wordt voldoende gewaarborgd indien de leden:

3.

Ter waarborging van de deskundigheid van het orgaan bezit in ieder geval de voorzitter van het orgaan de hoedanigheid van meester in de rechten.

4.

De bij de benoeming van een lid van het orgaan te volgen procedure is schriftelijk vastgelegd.

Artikel 45
1.

Een erkende geschilleninstantie beschikt over en handelt in overeenstemming met een reglement voor de behandeling van geschillen dat ten minste omvat:

2.

Een erkende geschilleninstantie houdt het reglement, bedoeld in het eerste lid, beschikbaar en verstrekt het kosteloos op verzoek aan iedere belanghebbende.

Artikel 46

Een erkende geschilleninstantie draagt er zorg voor dat de kosten voor het aanhangig maken van een geschil zodanig beperkt blijven dat de toegang tot de geschilleninstantie niet onredelijk wordt belemmerd.

Artikel 47

Een erkende geschilleninstantie draagt er zorg voor dat de behandeling van een geschil binnen een redelijke termijn wordt voltooid.

Artikel 48

Een erkende geschilleninstantie stelt aan een betaaldienstverlener of financiëledienstverlener die zich bij haar wil aansluiten niet als voorwaarde voor aansluiting dat de betaaldienstverlener of financiëledienstverlener andere regels naleeft dan die welke betrekking hebben op het aanhangig maken van een geschil bij de geschilleninstantie of de verdere behandeling van een geschil door de geschilleninstantie.

Hoofdstuk 6. Uitbesteden van werkzaamheden

Afdeling 8.1. Informatieverstrekking

§ 8.1.1. Inleidende bepaling

Artikel 49
1.

Een financiële onderneming verstrekt de ingevolge deze afdeling en de artikelen 4:72, eerste lid, en 4:73, eerste lid, van de wet aan de consument of cliënt te verstrekken informatie schriftelijk, tenzij in deze afdeling anders wordt bepaald. De financiële onderneming kan de informatie via een andere duurzame drager verstrekken, indien zij zich ervan heeft vergewist dat de consument onderscheidenlijk cliënt over de benodigde middelen beschikt om kennis te nemen van de aldus te verstrekken informatie.

2.

De financiële onderneming verstrekt de informatie, bedoeld in het eerste lid, in de Nederlandse taal. De informatie kan in een andere taal worden verstrekt:

3.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op het verstrekken van informatie met betrekking tot het verlenen van beleggingsdiensten.

§ 7.1. Interne klachtenprocedure

Artikel 50
1.

Een beheerder houdt de volgende gegevens beschikbaar op zijn website:

De beheerder verstrekt deze gegevens desgevraagd tegen ten hoogste de kostprijs aan een ieder.

2.

Een beheerder publiceert ten behoeve van de deelnemers in een door hem beheerde beleggingsinstelling maandelijks een opgave met toelichting van de hierna te noemen gegevens op zijn website, waarbij tussen de tijdstippen van opstelling een periode van ten minste een week ligt. De opgave is, indien van toepassing, mede door de bewaarder ondertekend en bevat ten minste de volgende gegevens:

De beheerder verstrekt deze opgave desgevraagd tegen ten hoogste de kostprijs aan de deelnemers in de beleggingsinstelling.

3.

Een beleggingsinstelling met zetel in een aangewezen staat waarvan de rechten van deelneming op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald, deelt desgevraagd aan ieder de intrinsieke waarde van de rechten van deelneming mee. De intrinsieke waarde wordt bepaald op het meest recente moment van in- en uittreden van deelnemers in de beleggingsinstelling.

4.

Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op beheerders van instellingen voor collectieve belegging in effecten met zetel in een andere lidstaat voor zover het gaat om de soort informatieverschaffing aan de deelnemers.

Artikel 51
1.

Een beleggingsonderneming of bank deelt aan een ieder die een gerechtvaardigd belang heeft op verzoek mede aan welke systemen als bedoeld in artikel 212a van de Faillissementswet de beleggingsonderneming onderscheidenlijk de bank deelneemt.

2.

Een beleggingsonderneming of bank verstrekt aan een ieder die een gerechtvaardigd belang heeft op verzoek informatie over de belangrijkste regels die gelden voor de werking van de systemen bedoeld in artikel 212a van de Faillissementswet, waaraan de beleggingsonderneming onderscheidenlijk de bank deelneemt.

3.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op beleggingsondernemingen met zetel in een andere lidstaat.

§ 8.1.3. Reclame-uitingen en andere onverplichte precontractuele informatie

Artikel 52
1.

Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting, anders dan via de televisie of de radio, informatie verstrekt over een complex product, verstrekt zij daarbij informatie over de belangrijkste financiële risico’s van dat product, die onder meer inzichtelijk worden gemaakt door een risico-indicator en, indien het een beleggingsobject betreft, de belangrijkste overige risico’s die samenhangen met dat product.

2.

Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting via de televisie informatie verstrekt over een complex product, verstrekt zij daarbij informatie over de belangrijkste financiële risico’s van dat product door het weergeven van een risico-indicator en, indien het een beleggingsobject betreft, de belangrijkste overige risico’s die samenhangen met dat product.

3.

Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting via de radio informatie verstrekt over een complex product, verstrekt zij daarbij informatie over de belangrijkste financiële risico’s van dat product en, indien het een beleggingsobject betreft, de belangrijkste overige risico’s die samenhangen met dat product.

4.

Indien een financiële onderneming voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake een complex product informatie verstrekt over dat product, verwijst zij daarbij naar de financiële bijsluiter of, indien het rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging in effecten betreft, naar de essentiële beleggersinformatie.

5.

Indien een financiële onderneming voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake een complex product, anders dan in een reclame-uiting via de televisie of de radio, informatie verstrekt over een historisch of toekomstig rendement, verstrekt zij daarbij informatie over de belangrijkste kosten en de belangrijkste financiële risico’s van dat product en, indien het een beleggingsobject betreft, over de belangrijkste overige risico’s die samenhangen met dat product.

6.

Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting via de televisie of de radio informatie verstrekt over een historisch of toekomstig rendement van een complex product, verstrekt zij daarbij of op enig ander moment voorafgaande aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake dat product informatie over de belangrijkste kosten van dat product.

7.

Indien een financiële onderneming voorafgaande aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake een complex product informatie verstrekt over een gegarandeerd rendement, verstrekt zij daarbij of, indien de informatie wordt verstrekt in een reclame-uiting, op enig ander moment voorafgaande aan de totstandkoming van de overeenkomst inzake dat product, informatie over de belangrijkste voorwaarden van die garantie.

8.

Artikel 49, eerste lid, eerste volzin, is niet van toepassing op het verstrekken van informatie in een reclame-uiting als bedoeld in dit artikel.

9.

Het eerste tot en met achtste lid zijn niet van toepassing indien het een complex product betreft, niet zijnde een recht van deelneming in een beleggingsinstelling, ten aanzien waarvan uitsluitend financiële diensten worden verleend aan personen die handelen in de uitoefening van hun bedrijf of beroep.

10.

Het eerste lid, met uitzondering van de verplichting om een risico-indicator te verstrekken, en het derde tot en met zevende lid, zijn niet van toepassing op beleggingsondernemingen voor zover zij beleggingsdiensten of nevendiensten verlenen met betrekking tot deelnemingsrechten in beleggingsinstellingen.

Artikel 53
1.

Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting over krediet melding maakt van een debetrentevoet of andere gegevens betreffende de kosten van een krediet, verstrekt zij daarbij tevens informatie over:

2.

Indien het sluiten van een overeenkomst voor een nevendienst verplicht is om het krediet op de in de reclame-uiting genoemde voorwaarden te verkrijgen, en de kosten voor die nevendienst vooraf niet kunnen worden bepaald, wordt de verplichting tot het sluiten van die overeenkomst op een duidelijke, beknopte en opvallende wijze, tezamen met het jaarlijks kostenpercentage vermeld.

3.

De informatie, bedoeld in het eerste lid, heeft alleen betrekking op kredieten die representatief zijn voor de kredieten die feitelijk door de financiële onderneming worden verstrekt.

4.

Een financiële onderneming geeft de informatie, bedoeld in het eerste lid, en de vermelding, bedoeld in het tweede lid, indien deze wordt verstrekt in een reclame-uiting over krediet, anders dan via de televisie of radio, gecombineerd weer in een tabel waarin geen andere informatie wordt opgenomen.

5.

Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting over krediet reclame maakt voor met krediet aan te schaffen goederen of diensten, verstrekt zij daarbij de informatie, bedoeld in het eerste lid.

6.

Indien een reclame-uiting betrekking heeft op een krediet met een debetrentevoet die voor een beperkte duur of een beperkt deel van het krediet geldt, wordt bij het verstrekken van de informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, de hoogste debetrentevoet in aanmerking genomen. Bij een krediet met een variabele debetrentevoet die voor beperkte duur of een beperkt deel van het krediet afwijkt van de variabele debetrentevoet die op het moment van het doen van de reclame-uiting geldt voor overeenkomsten over krediet van gelijke soort, omvang en duur, wordt bij het verstrekken van de informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, de hoogste van genoemde variabele debetrentevoeten genoemd.

7.

Een financiële onderneming neemt in een reclame-uiting over krediet een waarschuwing op met betrekking tot de gevolgen die aan het krediet zijn verbonden, tenzij het een reclame-uiting voor hypothecair krediet betreft waarbij geen relatie met een ander bestedingsdoel wordt gelegd dan de verwerving van de eigen woning.

8.

Een financiële onderneming:

9.

Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting informatie als bedoeld in het eerste of tweede lid of informatie over een specifiek product verstrekt over een krediet, verstrekt zij daarbij informatie over de verkrijgbaarheid van de informatie, bedoeld in artikel 4:33, eerste lid, van de wet. De eerste volzin is niet van toepassing op reclame-uitingen over krediet, voorzover het krediet onderdeel uitmaakt van een complex product.

10.

Indien een financiële onderneming informatie verstrekt over de kenmerken van het krediet, bedoeld in het eerste lid en tweede lid, is het vierde lid van overeenkomstige toepassing.

11.

Artikel 49, eerste lid, eerste volzin, is niet van toepassing op het verstrekken van informatie in een reclame-uiting als bedoeld in dit artikel.

12.

Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting over effectenkrediet melding maakt van een debetrentevoet of andere gegevens betreffende de kosten van een effectenkrediet, meldt zij tevens:

13.

Onverminderd het eerste tot en met twaalfde lid meldt een bemiddelaar in krediet in een reclame-uiting over krediet tevens dat hij:

Artikel 54

De Autoriteit Financiële Markten kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de informatie, bedoeld in de artikelen 52 en 53, wordt gepresenteerd of geformuleerd, de wijze van berekening van historische of toekomstige rendementen, kosten en risico’s als bedoeld in artikel 52, eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid, en de wijze van berekening van de kosten van verzekeringen en zekerheidsrechten als bedoeld in 53, eerste lid, onderdeel e, en tweede lid, onderdeel b, onder 3°.

Artikel 55
1.

In een reclame-uiting over een beheerder of beleggingsinstelling worden in ieder geval vermeld:

2.

Het eerste lid, onderdelen c en d, is niet van toepassing op reclame-uitingen op radio en televisie.

3.

Onverminderd artikel 52 wordt in een reclame-uiting anders dan via de televisie of radio over een instelling voor collectieve belegging in effecten, indien van toepassing, duidelijk de aandacht gevestigd op het feit dat:

Artikel 56

De Autoriteit Financiële Markten kan nadere regels stellen met betrekking tot de vorm van waarschuwingszinnen in reclame-uitingen van beleggingsondernemingen.

§ 8.1.4. Verplichte precontractueleinformatie

Artikel 57
1.

Een financiëledienstverlener verstrekt een consument of, indien het een verzekering betreft, cliënt, voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake een financieel product of financiële dienst ten minste de volgende informatie:

2.

In afwijking van artikel 49, eerste lid, kan de informatie, bedoeld in het eerste lid, en in artikel 4:73, eerste lid, van de wet, op verzoek van de cliënt mondeling worden verstrekt, indien het financiële product een verzekering is en onmiddellijke dekking noodzakelijk is. In dat geval verstrekt de financiëledienstverlener de informatie tevens onmiddellijk na de totstandkoming van de overeenkomst overeenkomstig artikel 49, eerste lid, aan de cliënt.

Artikel 58
1.

Voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake een betalingsbeschermer, complex product, hypothecair krediet of uitvaartverzekering verstrekt een bemiddelaar een consument informatie over de hoogte van de provisie, de afsluitprovisie, het jaarlijkse bedrag aan doorlopende provisie en het aantal termijnen daarvan die de desbetreffende aanbieder rechtstreeks of middellijk zal betalen in verband met de betalingsbeschermer, het complexe product, het hypothecair krediet, onderscheidenlijk de uitvaartverzekering.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op bemiddelaars die complexe producten als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, onder 4°, samenstellen of in de markt verkrijgbaar stellen, voor zover het betreft de financiële producten die onderdeel zijn van die complexe producten.

3.

Voorafgaand aan het zonder tussenkomst van een bemiddelaar doen van een voorstel tot het aangaan van een overeenkomst inzake een betalingsbeschermer, complex product, hypothecair krediet of uitvaartverzekering, verstrekt een aanbieder een consument informatie over het feit dat hij kosten maakt ten behoeve van de distributie met inbegrip van het adviseren en dat deze kosten onderdeel uitmaken van de prijs van het product of verwerkt kunnen zijn in het rentepercentage, alsmede informatie over de aard en reikwijdte van zijn dienstverlening.

4.

Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing op bemiddelaars die complexe producten als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, onder 4°, samenstellen of in de markt verkrijgbaar stellen en bemiddelen in de financiële producten die onderdeel zijn van die complexe producten. Indien een bemiddelaar als bedoeld in de vorige volzin niet kan voldoen aan het tweede lid, verstrekt hij aan de consument de in het derde lid bedoelde informatie.

5.

Het eerste tot en met het derde lid zijn niet van toepassing op beleggingsondernemingen voor zover zij beleggingsdiensten of nevendiensten verlenen met betrekking tot deelnemingsrechten in beleggingsinstellingen.

5.

De Autoriteit Financiële Markten kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de informatie, bedoeld in het eerste en derde lid, wordt geformuleerd of gepresenteerd.

Artikel 59

Een beleggingsonderneming verstrekt een niet-professionele belegger voorafgaand aan het uitvoeren van een order met betrekking tot een financieel instrument voor diens rekening de volgende informatie over haar orderuitvoeringsbeleid:

Artikel 60
1.

Onverminderd de artikelen 57 en 58 verstrekt een levensverzekeraar een cliënt voorafgaande aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake een levensverzekering, voorzover van toepassing, ten minste de volgende informatie:

2.

In afwijking van het eerste lid kan de in dat lid bedoelde informatie onmiddellijk na de totstandkoming van de overeenkomst worden verstrekt of uiterlijk tegelijk met het afgeven van de polis, indien de cliënt het recht heeft zonder een boete verschuldigd te zijn en zonder opgave van redenen de overeenkomst binnen dertig kalenderdagen na de dag waarop hij de informatie heeft ontvangen, terugwerkend tot de datum van de totstandkoming van de overeenkomst, te ontbinden en de cliënt is geïnformeerd over de wijze waarop hij gebruik kan maken van dat recht.

3.

Voorzover het financiële risico ingevolge een overeenkomst inzake een levensverzekering voor rekening van de cliënt is, kan de levensverzekeraar met de cliënt overeenkomen dat de eventueel na de totstandkoming van de overeenkomst opgetreden waardevermeerdering of -vermindering van de beleggingen voor rekening van de cliënt blijft indien deze overeenkomstig het tweede lid de overeenkomst, terugwerkend tot de datum van de totstandkoming van de overeenkomst, ontbindt.

4.

Indien een uitkering op grond van een overeenkomst inzake een levensverzekering wordt uitgedrukt in rechten van deelneming in een beleggingsinstelling stelt de levensverzekeraar aan de cliënt op diens verzoek informatie ter hand over het beleggingsbeleid van de beleggingsinstelling, waarin aandacht wordt besteed aan de volgende aspecten:

5.

Het eerste lid, aanhef en onderdeel m, is niet van toepassing indien de cliënt een werkgever is die een overeenkomst afsluit ten behoeve van zijn werknemers in verband met een door hem toegezegd pensioen.

Artikel 61
1.

Onverminderd artikel 57 verstrekt een schadeverzekeraar een cliënt voorafgaande aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake een schadeverzekering, voorzover van toepassing, ten minste de volgende informatie:

2.

In afwijking van het eerste lid kan de in dat lid bedoelde informatie onmiddellijk na de totstandkoming van de overeenkomst worden verstrekt, of uiterlijk tegelijk met het afgeven van de polis, indien de cliënt het recht heeft zonder een boete verschuldigd te zijn en zonder opgave van redenen de overeenkomst binnen veertien kalenderdagen na de dag waarop hij de informatie heeft ontvangen te ontbinden en de cliënt is geïnformeerd over de wijze waarop hij gebruik kan maken van dat recht.

Artikel 62

Indien in geval van een overeenkomst inzake een schadeverzekering een risico is gelegen in een andere lidstaat wordt de aan de cliënt te verstrekken informatie gegeven volgens de in die andere lidstaat vastgestelde regels ter uitvoering van de artikelen 31 en 43 van richtlijn nr. 92/49/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 juni 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en houdende wijziging van de richtlijnen 73/239/EEG en 88/357/EEG (PbEG L 228).

Artikel 63
1.

Onverminderd artikel 57 verstrekt een natura-uitvaartverzekeraar voorafgaande aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake een natura-uitvaartverzekering of een overeenkomst die strekt tot fondsvorming ter voldoening van de verzorging van de uitvaart van een natuurlijke persoon, voorzover van toepassing, ten minste de volgendeinformatie:

2.

Indien de termijn van beëindiging, bedoeld in het eerste lid, onderdeel j, langer is dan een jaar, maakt de natura-uitvaartverzekeraar dit op een opvallende wijze uitdrukkelijk kenbaar aan de cliënt, bij gebreke waarvan een opzegtermijn van een jaar geldt ongeacht het in de overeenkomst bepaalde.

3.

In afwijking van het eerste lid kan de in dat lid bedoelde informatie onmiddellijk na de totstandkoming van de overeenkomst worden verstrekt, of uiterlijk tegelijk met het afgeven van de polis, indien de cliënt het recht heeft zonder een boete verschuldigd te zijn en zonder opgave van redenen de overeenkomst binnen dertig kalenderdagen na de dag waarop hij de informatie heeft ontvangen, terugwerkend tot de datum van de totstandkoming van de overeenkomst, te ontbinden en de cliënt is geïnformeerd over de wijze waarop hij gebruik kan maken van dat recht.

4.

Indien een natura-uitvaartverzekeraar bij de totstandkoming van een overeenkomst die strekt tot fondsvorming als bedoeld in 4:18, tweede lid, van de wet in afwijking van het eerste lid, de in dat lid bedoelde informatie onmiddellijk na de totstandkoming van een overeenkomst of uiterlijk tegelijk met het afgeven van de polis verstrekt in overeenstemming met het derde lid, komt de natura-uitvaartverzekeraar met de cliënt overeen dat de eventueel na de totstandkoming van de overeenkomst opgetreden waardevermeerdering of -vermindering van de beleggingen voor rekening van de cliënt blijft, indien deze overeenkomstig het derde lid de overeenkomst, terugwerkend tot de datum van de totstandkoming van de overeenkomst, ontbindt.

§ 7.2. Erkende geschilleninstantie

Artikel 64
1.

Deze paragraaf is niet van toepassing op beheerders van instellingen voor collectieve belegging in effecten met zetel in een andere lidstaat.

2.

Deze paragraaf is niet van toepassing op financiële ondernemingen voorzover zij overeenkomsten inzake complexe producten beheren of uitvoeren dan wel daarbij assisteren.

Artikel 65
1.

Een aanbieder van een complex product, niet zijnde rechten van deelneming in een beleggingsinstelling, stelt voor dat product een financiële bijsluiter op.

2.

Een aanbieder van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling die niet verhandelbaar zijn of die op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald, stelt voor elke beleggingsinstelling waarvan door hem rechten van deelneming worden aangeboden een document met de essentiële beleggersinformatie op.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op complexe producten ten aanzien waarvan uitsluitend financiële diensten worden verleend aan anderen dan consumenten.

4.

Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op financiële ondernemingen die een complex product als bedoeld in artikel 1, onder 1°, 4° of 11°, samenstellen en dat product algemeen in de markt verkrijgbaar stellen voor consumenten of, indien het een recht van deelneming in een beleggingsinstelling betreft, cliënten.

Artikel 66
1.

In een financiële bijsluiter wordt informatie over de volgende onderwerpen opgenomen:

2.

Een financiële bijsluiter bevat geen informatie over andere onderwerpen dan bedoeld in het eerste lid.

3.

De Autoriteit Financiële Markten stelt regels met betrekking tot de wijze waarop de informatie over de onderwerpen, bedoeld in het eerste lid, in de financiële bijsluiter wordt opgenomen, alsmede met betrekking tot de wijze van berekening van de rendementen, kosten en risico’s als bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en g.

§ 8.1.6. Informatie gedurende de looptijd van een overeenkomst

Artikel 67
1.

Gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake een beleggingsobject verstrekt de aanbieder de consument ten minste de volgende informatie:

2.

De aanbieder houdt de informatie, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, gedurende ten minste drie jaar beschikbaar op zijn website.

3.

De Autoriteit Financiële Markten kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de informatie, bedoeld in het eerste lid, wordt gepresenteerd of geformuleerd alsmede met betrekking tot de wijze van berekening van de kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.

Artikel 68
1.

Gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake krediet verstrekt de aanbieder de consument op diens verzoek een gespecificeerd overzicht van het uitstaand saldo. Hij kan daarbij een vergoeding in rekening brengen van ten hoogste het bedrag van de werkelijke kosten.

2.

Tot een jaar na de afwikkeling van een overeenkomst inzake krediet verstrekt de aanbieder van krediet aan de consument op diens verzoek kosteloos een gespecificeerde afrekening.

Artikel 69
1.

Een beleggingsonderneming die voor rekening van een cliënt een order met betrekking tot een financieel instrument heeft uitgevoerd die niet strekt ter uitvoering van een beslissing in verband met het beheren van een individueel vermogen, verstrekt aan de cliënt onmiddellijk de belangrijkste informatie over de uitvoering van deze order.

2.

Een beleggingsonderneming die een order als bedoeld in het eerste lid heeft uitgevoerd voor een niet-professionele belegger geeft de cliënt, onverminderd het eerste lid, onverwijld en uiterlijk op de eerste werkdag na de uitvoering van de order kennis van de uitvoering van de order. Indien de beleggingsonderneming een bevestiging van de uitvoering ontvangt van een derde, geeft de beleggingsonderneming de cliënt daarvan kennis uiterlijk op de eerste werkdag na ontvangst van de bevestiging van deze derde, tenzij deze derde de cliënt reeds onmiddellijk in kennis heeft gesteld.

3.

In afwijking van het eerste en tweede lid informeert een beleggingsonderneming die een order als bedoeld in het eerste lid met betrekking tot obligaties ter financiering van een hypothecair krediet heeft uitgevoerd, de cliënt die dit krediet is aangegaan over de uitvoering van de order bij de mededeling van de kredietsom, doch uiterlijk een maand na uitvoering van de order.

4.

Indien een beleggingsonderneming periodiek orders met betrekking tot rechten van deelneming in een beleggingsinstelling uitvoert voor een niet-professionele belegger, kan een beleggingsonderneming de kennisgeving, bedoeld in het tweede lid, éénmaal per zes maanden verstrekken.

5.

Een beleggingsonderneming verstrekt de cliënt desgevraagd informatie over de status van diens order.

6.

De kennisgeving, bedoeld in tweede lid, bevat, voorzover van toepassing en voorzover relevant in overeenstemming met tabel 1 van bijlage 1 bij de uitvoeringsverordening markten voor financiële instrumenten, de volgende informatie:

7.

Indien een beleggingsonderneming een order met betrekking tot financiële instrumenten in tranches uitvoert, kan zij voor de toepassing van het zesde lid, onderdeel k, de cliënt informatie over de prijs van elke tranche afzonderlijk dan wel over de gemiddelde prijs verstrekken. Indien de beleggingsonderneming informatie over de gemiddelde prijs geeft, verstrekt zij de niet-professionele cliënt op verzoek informatie over de prijs van elke tranche afzonderlijk.

8.

Een beleggingsonderneming kan de informatie, bedoeld in het zesde lid, door middel van standaardcodes verstrekken indien zij een toelichting op de gebruikte codes geeft.

Artikel 70
1.

Een beleggingsonderneming die een individueel vermogen beheert, verstrekt de cliënt een periodiek overzicht van de vermogensbeheeractiviteiten die namens hem zijn uitgevoerd, tenzij dit overzicht reeds door een derde is verstrekt.

2.

Voorzover het periodieke overzicht, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op het vermogen van een niet-professionele belegger, bevat het, voorzover van toepassing, de volgende gegevens:

3.

De beleggingsonderneming verstrekt het periodieke overzicht, bedoeld in het eerste lid, voor zover het betrekking heeft op het vermogen van een niet-professionele belegger eenmaal per zes maanden.

4.

In afwijking van het derde lid verstrekt een beleggingsonderneming het periodieke overzicht, bedoeld in het eerste lid, dat betrekking heeft op het vermogen van een niet-professionele belegger:

5.

De beleggingsonderneming wijst haar cliënten die niet-professionele belegger zijn erop dat zij het recht hebben om een verzoek als bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, in te dienen.

6.

Indien de cliënt per uitgevoerde transactie informatie wenst te ontvangen, verstrekt de beleggingsonderneming onmiddellijk na uitvoering van de transactie de belangrijkste informatie over deze transactie.

7.

Indien de cliënt een niet-professionele belegger is en per uitgevoerde transactie informatie wenst te ontvangen, zendt de beleggingsonderneming de cliënt een bevestiging van de transactie waarin de informatie, bedoeld in artikel 69, zesde lid, is opgenomen, uiterlijk op de eerste werkdag na de uitvoering van die transactie of, indien de beleggingsonderneming een bevestiging van de uitvoering ontvangt van een derde, uiterlijk op de eerste werkdag na ontvangst van de bevestiging van deze derde. De eerste volzin is niet van toepassing wanneer de derde onmiddellijk na het uitvoeren van de transactie een bevestiging die dezelfde informatie bevat aan de cliënt zendt.

Artikel 71
1.

Indien een beleggingsonderneming in het kader van het beheer van een individueel vermogen voor een niet-professionele belegger transacties verricht of een beleggingsrekening beheert waarbij sprake is van een ongedekte open positie als gevolg van een transactie waarbij een voorwaardelijke verplichting is aangegaan, stelt de beleggingsonderneming deze cliënt tevens in kennis van verliezen die uitstijgen boven een van tevoren tussen de beleggingsonderneming en de cliënt overeengekomen drempel.

2.

De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, geschiedt uiterlijk aan het einde van de werkdag waarop de drempel wordt overschreden of wanneer de drempel op een dag die geen werkdag is wordt overschreden, aan het einde van de eerstvolgende werkdag.

Artikel 72
1.

Een gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent die voor rekening van een verzekeraar een verzekering heeft gesloten, vermeldt in de polis dan wel in een daaraan toegevoegd aanhangsel de naam van de verzekeraar en, in geval van co-assurantie, het aandeel dat hij namens de verzekeraar heeft geaccepteerd. In geval van een schadeverzekering vermeldt hij tevens elke wijziging in het door hem namens de verzekeraar geaccepteerde aandeel in een aanhangsel.

2.

Wordt, nadat de gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent de verzekering heeft gesloten of, in geval van een schadeverzekering, het door de gevolmachtigde agent onderscheidenlijk ondergevolmachtigde agent geaccepteerde aandeel in de verzekering is gewijzigd, niet of niet onverwijld aan de cliënt een polis of aanhangsel gegeven, dan verstrekt de gevolmachtigde agent onderscheidenlijk de ondergevolmachtigde agent de in het eerste lid bedoelde gegevens aan de cliënt binnen vier weken na het sluiten van de verzekering of na het aanbrengen van de wijziging. Behoort de verzekering evenwel tot de portefeuille van een bemiddelaar, dan verstrekt de gevolmachtigde agent onderscheidenlijk de ondergevolmachtigde agent deze gegevens binnen twee weken aan deze bemiddelaar.

3.

Wordt, nadat een verzekering is gesloten of, in geval van een schadeverzekering, het door de verzekeraar geaccepteerde aandeel in de overeenkomst is gewijzigd, niet of niet onverwijld aan de cliënt een polis of aanhangsel afgegeven waarin de naam van de verzekeraar en, in geval van co-assurantie, diens aandeel of daarin aangebrachte wijziging is vermeld, dan verstrekt de bemiddelaar tot wiens portefeuille de verzekering behoort deze gegevens binnen vier weken na het sluiten van de overeenkomst of na het aanbrengen van de wijziging aan de cliënt.

4.

Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien binnen de desbetreffende termijn de verzekering is tenietgegaan en daaraan door de cliënt of andere belanghebbenden geen rechten meer kunnen worden ontleend.

5.

De gevolmachtigde agent onderscheidenlijk ondergevolmachtigde agent of de betrokken bemiddelaar stelt de cliënt desgevraagd onverwijld in kennis van de naam van de verzekeraar en, in geval van co-assurantie, van de aandelen die de verzekeraars hebben geaccepteerd of van wijzigingen die daarin zijn aangebracht.

Artikel 73
1.

Gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake een levensverzekering verstrekt een levensverzekeraar de cliënt, voorzover van toepassing, ten minste de volgende informatie:

2.

Indien de uitkering wordt uitgedrukt in rechten van deelneming in een beleggingsinstelling verstrekt de levensverzekeraar, onverminderd het eerste lid, aanhef en onderdeel h, aan de cliënt die verzoekt zijn premie te verhogen of te verlagen of zijn polis premievrij te maken: een aan de nieuwe premie aangepaste opgave overeenkomstig artikel 60, eerste lid, onderdeel l, onder 1°, 2° en 3°.

3.

Het eerste lid, aanhef en onderdelen e, f en h, en het tweede lid zijn niet van toepassing indien de cliënt een werkgever is die de overeenkomst heeft afgesloten ten behoeve van zijn werknemers in verband met een door hem toegezegd pensioen.

Artikel 74

Gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake een natura-uitvaartverzekering of een overeenkomst die strekt tot fondsvorming ter voldoening van de verzorging van de uitvaart van een natuurlijke persoon verstrekt een natura-uitvaartverzekeraar de cliënt, voorzover van toepassing, ten minste de volgende informatie:

Artikel 75

Gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake een schadeverzekering stelt een schadeverzekeraar met zetel buiten Nederland die de branche Aansprakelijkheid Motorrijtuigen uitoefent door middel van het verrichten van diensten naar Nederland de cliënt binnen twee weken in kennis van een wijziging in de naam of het adres van de schade-afhandelaar, bedoeld in artikel 4:71, eerste lid, onderdeel e, van de wet.

§ 8.1.1a. Cliëntenclassificatie

Artikel 76

Vervallen

Artikel 77
1.

In afwijking van artikel 57 en onverminderd de artikelen 60 tot en met 63 verstrekt een financiëledienstverlener een consument voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst op afstand, voorzover van toepassing, ten minste de volgende informatie:

2.

Een financiëledienstverlener die financiële diensten verleent met betrekking tot levensverzekeringen voldoet aan het eerste lid, aanhef en onderdelen f, g, h, m, n en s, door het verstrekken van de informatie, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdelen h, i, l, m, n, o, p, r, s en t.

3.

Een financiëledienstverlener die financiële diensten verleent met betrekking tot natura-uitvaartverzekeringen voldoet aan het eerste lid, aanhef en onderdeel n, door het verstrekken van de informatie, bedoeld in artikel 63, eerste lid, onderdelen h, i, en j.

4.

Een financiëledienstverlener die financiële diensten verleent met betrekking tot consumptief krediet voldoet aan het eerste lid door het verstrekken van de informatie, bedoeld in artikel 112, eerste en tweede lid, of, indien het krediet in de vorm van een geoorloofde debetstand wordt verleend waarbij is overeengekomen dat de ter zake verschuldigde betaling van de consument op verzoek of binnen een termijn van één tot drie maanden plaatsvindt, door het verstrekken van de informatie, bedoeld in artikel 112a, eerste lid.

5.

Een financiëledienstverlener die financiële diensten verleent met betrekking tot effectenkrediet voldoet aan het eerste lid door het verstrekken van de informatie zoals opgenomen in bijlage F van dit besluit.

Artikel 78
1.

Indien een overeenkomst op afstand op verzoek van de consument tot stand is gekomen met gebruikmaking van een techniek voor communicatie op afstand waarmee de in artikel 77 bedoelde informatie niet schriftelijk of via een andere duurzame drager als bedoeld in artikel 49, eerste lid, voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst kan worden verstrekt, kan de financiëledienstverlener de informatie onmiddellijk na de totstandkoming van de overeenkomst op afstand aan de consument verstrekken.

2.

In afwijking van artikel 77, eerste lid, aanhef, verstrekt de financiëledienstverlener een consument de in dat artikel bedoelde informatie:

3.

Voorzover het financiële risico ingevolge een overeenkomst op afstand inzake een levensverzekering voor rekening van de consument is, kan de financiëledienstverlener met de consument overeenkomen dat de eventueel na de totstandkoming van de overeenkomst opgetreden waardevermeerdering of -vermindering van de beleggingen voor rekening van de consument blijft indien deze de overeenkomst terugwerkend tot de datum van de totstandkoming van de overeenkomst ontbindt.

4.

Natura-uitvaartverzekeraars die overeenkomsten op afstand aangaan die strekken tot fondsvorming ter voldoening van de verzorging van de uitvaart van de mens en die overeenkomstig het tweede lid, onderdeel b, de in dat lid bedoelde informatie uiterlijk tegelijk met het afgeven van de polis verstrekken, komen met de consument overeen dat de eventueel na de totstandkoming van de overeenkomst opgetreden waardevermeerdering of -vermindering van de beleggingen voor rekening van de consument blijft, indien deze ingevolge het tweede lid, onderdeel b, de overeenkomst terugwerkend tot de datum van de totstandkoming van de overeenkomst ontbindt.

Artikel 79
1.

Een financiëledienstverlener deelt aan een consument bij het gebruik van de telefoon voor het doen van ongevraagde oproepen ter bevordering van de totstandkoming van een overeenkomst op afstand, aan het begin van elk gesprek duidelijk de identiteit van de financiëledienstverlener, alsmede het commerciële oogmerk van de oproep mee. In afwijking van artikel 77, kan de financiëledienstverlener in dergelijke oproepen, indien de consument daarmee uitdrukkelijk instemt, volstaan met het informeren van de consument over:

2.

Ten aanzien van consumptief krediet dat op verzoek van de consument met onmiddellijke ingang beschikbaar wordt gesteld, anders dan in de vorm van een geoorloofde debetstand waarbij is overeengekomen dat de ter zake verschuldigde betaling van de consument op verzoek of binnen een termijn van één tot drie maanden plaatsvindt, zijn de belangrijkste kenmerken, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, de volgende gegevens:

3.

Ten aanzien van consumptief krediet in de vorm van een geoorloofde debetstand waarbij is overeengekomen dat de ter zake verschuldigde betaling van de consument op verzoek of binnen een termijn van één tot drie maanden plaatsvindt, zijn de belangrijkste kenmerken, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, de in artikel 112a, tweede lid, onderdelen c, e, f en g, bedoelde gegevens.

4.

Ten aanzien van effectenkrediet zijn de belangrijkste kenmerken, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, de volgende gegevens:

5.

Indien een overeenkomst op afstand tot stand komt via spraaktelefonie, verstrekt een financiëledienstverlener de in artikel 77, eerste lid, bedoelde informatie onmiddellijk na de totstandkoming van de overeenkomst op afstand aan de consument. Voorzover het een overeenkomst inzake een levensverzekering, natura-uitvaartverzekering of schadeverzekering betreft, is artikel 78, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onderscheidenlijk het tweede lid, aanhef en onderdeel b, of het derde lid van overeenkomstige toepassing.

6.

Artikel 49, eerste lid, eerste volzin, is niet van toepassing op het verstrekken van informatie als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 80

Gedurende de looptijd van een overeenkomst op afstand verstrekt een financiëledienstverlener aan de consument op diens verzoek de voorwaarden van de overeenkomst. Voorts kan de consument het gebruik van een ander middel van communicatie op afstand verlangen, tenzij dat niet met de tot stand gekomen overeenkomst op afstand te verenigen is.

Afdeling 8.2. Overige bepalingen met betrekking tot zorgvuldige dienstverlening

Artikel 81
1.

Het gebruik van automatische oproepsystemen zonder menselijke tussenkomst, faxen of elektronische berichten voor het overbrengen van ongevraagde informatie aan een consument, ter bevordering van de totstandkoming van een overeenkomst op afstand, is uitsluitend toegestaan indien de consument daarvoor voorafgaand toestemming heeft verleend. Er zijn voor de consument geen kosten verbonden aan het verlenen van deze toestemming.

2.

Het gebruik van andere dan de in het eerste lid genoemde technieken voor communicatie op afstand voor het overbrengen van ongevraagde informatie of het doen van ongevraagde mededelingen aan een consument, ter bevordering van de totstandkoming van een overeenkomst op afstand, is toegestaan, tenzij de desbetreffende consument te kennen heeft gegeven dat hij informatie of mededelingen waarbij van deze technieken gebruik wordt gemaakt, niet wenst te ontvangen. Er zijn voor de consument geen kosten verbonden aan voorzieningen waarmee wordt voorkomen dat aan een consument ongevraagde informatie wordt overgebracht.

3.

Een financiële onderneming die elektronische contactgegevens voor elektronische berichten heeft verkregen in het kader van de verkoop van een financieel product of het verlenen van een financiële dienst mag deze gegevens gebruiken voor het overbrengen van informatie ter bevordering van de totstandkoming van een overeenkomst op afstand met betrekking tot eigen gelijksoortige financiële producten of financiële diensten, indien bij de verkrijging van de contactgegevens aan de consument duidelijk en uitdrukkelijk de gelegenheid is geboden om kosteloos en op gemakkelijke wijze verzet aan te tekenen tegen het gebruik van die elektronische contactgegevens, en, indien de consument hiervan geen gebruik heeft gemaakt, hem bij elke tot stand gebrachte communicatie de mogelijkheid wordt geboden om onder dezelfde voorwaarden verzet aan te tekenen tegen het verdere gebruik van zijn elektronische contactgegevens. Artikel 41, tweede lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens is van overeenkomstige toepassing.

4.

Bij het gebruik van elektronische berichten ter bevordering van de totstandkoming van een overeenkomst op afstand dienen telkens de volgende gegevens te worden vermeld:

Artikel 82
1.

Een beheerder, beleggingsmaatschappij of beleggingsonderneming benadert personen die geen professionele belegger zijn, die geen deelnemer zijn in de beleggingsinstelling of aan wie de beleggingsonderneming nog geen beleggingsdienst heeft verleend, direct noch indirect in persoon, anders dan door middel van een techniek voor communicatie op afstand als bedoeld in artikel 81, tenzij:

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op:

Artikel 83
1.

Een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder handelt in het belang van de deelnemers in de beleggingsinstelling.

2.

Een beheerder of beleggingsmaatschappij behandelt deelnemers onder vergelijkbare omstandigheden op gelijke wijze.

3.

Door of namens een beleggingsinstelling worden geen transacties uitgevoerd voor haar rekening met een zodanige frequentie of van een zodanige omvang dat dit gezien de omstandigheden kennelijk slechts strekt tot bevoordeling van de beheerder, de beleggingsinstelling of met de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder gelieerde partijen.

4.

Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op:

Artikel 84

Een beleggingsonderneming onthoudt zich van het uitvoeren van transacties voor rekening van cliënten met een zodanige frequentie of van een zodanige omvang dat dit gezien de omstandigheden kennelijk slechts strekt tot bevoordeling van de beleggingsonderneming, tenzij sprake is van transacties waarvoor de cliënt op eigen initiatief uitdrukkelijk opdracht heeft gegeven.

Artikel 85

Een beleggingsonderneming verricht geen transactie voor rekening van een cliënt, indien de op naam van de cliënt aanwezige saldi ontoereikend zijn om aan de verplichtingen te voldoen die voortvloeien uit die transactie.

Artikel 86
1.

Een beleggingsonderneming ziet er op toe dat cliënten die posities hebben in financiële instrumenten waaruit verplichtingen kunnen voortvloeien voortdurend over voldoende saldi beschikken om aan de actuele verplichtingen die uit die posities voortvloeien te voldoen.

2.

Indien een cliënt als bedoeld in het eerste lid over onvoldoende saldi beschikt om te voldoen aan de actuele verplichtingen die voortvloeien uit posities in financiële instrumenten, ziet de beleggingsonderneming er op toe dat deze cliënt zekerheden stelt waaruit die verplichtingen kunnen worden voldaan. Indien de cliënt geen zekerheden kan stellen, sluit de beleggingsonderneming de posities zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vijf werkdagen tenzij er zich bijzondere omstandigheden voordoen.

Hoofdstuk 9. Meldingsplichten

Afdeling 9.1. Melding wijzigingen door financiële ondernemingen

§ 9.1.1. Beheerders

Artikel 87

Deze paragraaf is niet van toepassing op beheerders van instellingen voor collectieve belegging in effecten met zetel in een andere lidstaat en op beheerders van beleggingsinstellingen met zetel in een aangewezen staat.

Artikel 88
1.

Een beheerder meldt aan de Autoriteit Financiële Markten een wijziging in de gegevens die eerder door hemzelf of door een andere financiële onderneming aan een toezichthouder zijn verstrekt ten behoeve van de beoordeling van de ingevolge de wet gestelde eisen met betrekking tot de betrouwbaarheid van:

2.

De beheerder meldt de wijziging schriftelijk en onverwijld nadat hij daarvan in het kader van de normale bedrijfsvoering kennis heeft genomen.

Artikel 89
1.

Een beheerder meldt aan de Autoriteit Financiële Markten schriftelijk het voornemen tot wijziging van het registratiedocument, bedoeld in artikel 4:48, eerste lid, van de wet, voorzover het betreft gegevens over:

2.

De beheerder geeft geen uitvoering aan het voornemen, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, voordat de Autoriteit Financiële Markten heeft ingestemd met de wijziging. De Autoriteit Financiële Markten neemt een besluit omtrent de instemming binnen vier weken na ontvangst van de melding.

3.

De beheerder geeft geen uitvoering aan het voornemen, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, c of d, voordat de Autoriteit Financiële Markten heeft ingestemd met de wijziging. De Autoriteit Financiële Markten neemt een besluit omtrent de instemming:

4.

Indien de Autoriteit Financiële Markten een derde verzoekt om nadere gegevens als bedoeld in het derde lid, onderdeel b, doet zij daarvan mededeling aan de beheerder.

5.

Bij de melding, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, legt de beheerder ten aanzien van te benoemen personen die het dagelijks beleid zullen bepalen de volgende gegevens over:

6.

Bij de melding, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen c en d, legt de beheerder ten aanzien van te benoemen personen die het beleid zullen bepalen of mede bepalen of die onderdeel zullen zijn van een orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken de volgende gegevens over:

7.

Het zesde lid, onderdelen b, c en d, is niet van toepassing indien de voorgenomen wijziging een persoon betreft wiens betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.

Artikel 90

Een beheerder zendt een afschrift van elke met een bewaarder gesloten overeenkomst alsmede van wijzigingen van een met een bewaarder gesloten overeenkomst binnen twee weken na ondertekening of wijziging van de overeenkomst aan de Autoriteit Financiële Markten.

Artikel 91
1.

Een beheerder meldt een wijziging van de gegevens, bedoeld in artikel 4:50, eerste lid, met uitzondering van onderdeel g, van de wet, van een door hem beheerde beleggingsinstelling, niet zijnde een instelling voor collectieve belegging in effecten, ten minste twee weken voorafgaand aan de wijziging schriftelijk aan de Autoriteit Financiële Markten.

2.

Een beheerder meldt een wijziging van de gegevens, bedoeld in artikel 4:50, eerste lid, met uitzondering van de onderdelen a, d, g en i van de wet, van een door hem beheerde instelling voor collectieve belegging in effecten ten minste twee weken voorafgaand aan de wijziging schriftelijk aan de Autoriteit Financiële Markten.

3.

Een beheerder meldt een wijziging in het fondsreglement of de statuten van een door hem beheerde instelling voor collectieve belegging in effecten ten minste een maand voorafgaand aan de wijziging schriftelijk aan de Autoriteit Financiële Markten.

4.

Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten meldt het voornemen tot vervanging van de beheerder of de bewaarder die aan de instelling voor collectieve belegging in effecten is verbonden ten minste een maand tevoren schriftelijk aan de Autoriteit Financiële Markten.

5.

De beheerder geeft geen uitvoering aan het voornemen, bedoeld in het derde en vierde lid, voordat de Autoriteit Financiële Markten daarmee heeft ingestemd.

Artikel 92
1.

Een beheerder die vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor een instelling voor collectieve belegging in effecten beheert of rechten van deelneming in door hem beheerde instellingen voor collectieve belegging in effecten in die lidstaat aanbiedt, meldt aan de Autoriteit Financiële Markten en de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat schriftelijk ten minste een maand tevoren:

2.

Een beheerder die vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor een instelling voor collectieve belegging in effecten beheert of rechten van deelneming in door hem beheerde instellingen voor collectieve belegging in effecten in die lidstaat aanbiedt, meldt aan de Autoriteit Financiële Markten en de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat schriftelijk ten minste een maand tevoren het voornemen tot wijziging van de financiële diensten die hij vanuit het bijkantoor verleent, de organisatiestructuur van het bijkantoor, de procedure voor risicobeheer en de afhandeling van klachten.

3.

De beheerder geeft geen uitvoering aan het voornemen, bedoeld in het tweede lid, voordat de Autoriteit Financiële Markten heeft ingestemd met de wijziging. De Autoriteit Financiële Markten neemt een besluit omtrent instemming binnen twee maanden na ontvangst van de melding en stemt in met de wijziging, tenzij de bedrijfsvoering of de financiële positie van de beheerder gelet op de voorgenomen wijziging niet toereikend is.

§ 9.1.2. Beleggingsondernemingen

Artikel 93

Deze paragraaf is niet van toepassing op beleggingsondernemingen met zetel in een andere lidstaat.

Artikel 94
1.

Een beleggingsonderneming meldt aan de Autoriteit Financiële Markten een wijziging in de gegevens die eerder door haarzelf of door een andere financiële onderneming aan een toezichthouder zijn verstrekt ten behoeve van de beoordeling van de ingevolge de wet gestelde eisen met betrekking tot de betrouwbaarheid van:

2.

De beleggingsonderneming meldt de wijziging schriftelijk en onverwijld nadat zij daarvan in het kader van de normale bedrijfsvoering kennis heeft genomen.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op:

Artikel 95
1.

Een beleggingsonderneming meldt aan de Autoriteit Financiële Markten schriftelijk het voornemen tot wijziging van:

2.

Een beleggingsonderneming geeft geen uitvoering aan het voornemen, bedoeld in het eerste lid, voordat de Autoriteit Financiële Markten heeft ingestemd met de wijziging. De Autoriteit Financiële Markten neemt een besluit omtrent de instemming:

3.

Indien de Autoriteit Financiële Markten een derde verzoekt om nadere gegevens als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, doet zij daarvan mededeling aan de beleggingsonderneming.

4.

Bij de melding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, legt de beleggingsonderneming ten aanzien van te benoemen personen die het dagelijks beleid zullen bepalen de volgende gegevens over:

5.

Bij de melding, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, legt de beleggingsonderneming ten aanzien van te benoemen personen die het beleid zullen bepalen of mede bepalen of die onderdeel zullen zijn van een orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken de volgende gegevens over:

6.

Het vijfde lid, onderdelen b, c en d, is niet van toepassing indien de wijziging een persoon betreft wiens betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.

7.

Het eerste tot en met vijfde lid zijn niet van toepassing op:

Artikel 96
1.

Een beleggingsonderneming meldt aan de Autoriteit Financiële Markten ten minste twee weken tevoren schriftelijk een wijziging in:

2.

Het eerste lid, met uitzondering van de onderdelen b en d, is niet van toepassing op:

Artikel 97
1.

Een beleggingsonderneming met zetel in Nederland die vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor beleggingsdiensten verleent, meldt aan de Autoriteit Financiële Markten en de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat schriftelijk ten minste een maand tevoren:

2.

Het eerste lid, aanhef en onderdelen b en c, is niet van toepassing op beleggingsondernemingen die hebben voldaan aan artikel 92.

Artikel 98

Een beleggingsonderneming met zetel in Nederland die door middel van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat beleggingsdiensten verleent, meldt aan de Autoriteit Financiële Markten en de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat schriftelijk ten minste een maand tevoren:

Artikel 99
1.

Een beleggingsonderneming met zetel in Nederland die vanuit een in een staat die geen lidstaat is gelegen bijkantoor beleggingsdiensten verleent, meldt aan de Autoriteit Financiële Markten schriftelijk ten minste een maand tevoren:

2.

Een beleggingsonderneming met zetel in Nederland die vanuit een in een staat die geen lidstaat is gelegen bijkantoor beleggingsdiensten verleent, meldt aan de Autoriteit Financiële Markten schriftelijk het voornemen tot wijziging van:

3.

De beleggingsonderneming geeft geen uitvoering aan het voornemen, bedoeld in het tweede lid, voordat de Autoriteit Financiële Markten heeft ingestemd met de wijziging. De Autoriteit Financiële Markten neemt een besluit omtrent instemming binnen twee maanden na ontvangst van de melding en stemt in met de wijziging, tenzij de bedrijfsvoering of de financiële positie van de beleggingsonderneming gelet op de voorgenomen wijziging niet toereikend is.

4.

Zodra de beleggingsonderneming het voornemen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, uitvoert, meldt zij dit onverwijld aan de Autoriteit Financiële Markten.

5.

De melding, bedoeld in het eerste en tweede lid, gaat vergezeld van een vertaling van de desbetreffende gegevens, voorzover de Autoriteit Financiële Markten dat verlangt.

§ 9.1.3. Collectieve vergunninghouders

Artikel 100

Een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2:105, eerste lid, van de wet meldt aan de Autoriteit Financiële Markten binnen twee weken schriftelijk een wijziging in:

§ 9.1.4. Financiëledienstverleners

Artikel 101

Deze paragraaf is niet van toepassing op:

Artikel 102
1.

Een financiëledienstverlener meldt aan de Autoriteit Financiële Markten een wijziging in de gegevens die eerder door hemzelf of een andere financiële onderneming aan een toezichthouder zijn verstrekt ten behoeve van de beoordeling van de ingevolge de wet gestelde eisen met betrekking tot de betrouwbaarheid van:

2.

De financiëledienstverlener meldt de wijziging schriftelijk en onverwijld nadat hij daarvan in het kader van de normale bedrijfsvoering kennis heeft genomen.

3.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op financiëledienstverleners die tevens beheerder of beleggingsonderneming zijn.

Artikel 103
1.

Een financiëledienstverlener meldt aan de Autoriteit Financiële Markten schriftelijk het voornemen tot benoeming van:

2.

Een financiëledienstverlener geeft geen uitvoering aan het voornemen, bedoeld in het eerste lid, voordat de Autoriteit Financiële Markten heeft vastgesteld dat de betrouwbaarheid van de betrokken persoon buiten twijfel staat. De Autoriteit Financiële Markten neemt een besluit omtrent de betrouwbaarheid:

3.

Indien de Autoriteit Financiële Markten een derde verzoekt om nadere gegevens als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, doet zij daarvan mededeling aan de financiëledienstverlener.

4.

Bij de melding legt de financiëledienstverlener ten aanzien van de betrokken persoon de volgende gegevens over:

5.

Het tweede en vierde lid, onderdelen b, c en d, zijn niet van toepassing indien de voorgenomen benoeming een persoon betreft wiens betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet reeds is vastgesteld.

Artikel 104

Een financiëledienstverlener meldt aan de Autoriteit Financiële Markten binnen twee weken schriftelijk een wijziging in:

§ 8.1.6. Informatie gedurende de looptijd van een overeenkomst

Artikel 105

Een schadeverzekeraar met zetel in Nederland die de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen uitoefent of een schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is die de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor, meldt een wijziging in de naam of het adres van een door hem in een andere lidstaat aangestelde schaderegelaar als bedoeld in artikel 4:70, tweede lid, van de wet binnen twee weken schriftelijk aan de Autoriteit Financiële Markten.

Artikel 106

Een schadeverzekeraar met zetel buiten Nederland die de branche Aansprakelijkheid motorrijtuigen uitoefent door middel van het verrichten van diensten naar Nederland meldt een wijziging in de akte van aanstelling van de schade-afhandelaar, bedoeld in artikel 4:71, derde lid, van de wet binnen twee weken schriftelijk aan de Autoriteit Financiële Markten.

Afdeling 9.2. Meldingsplicht accountant

Artikel 107
1.

De door een accountant als bedoeld in artikel 4:27, tweede lid, van de wet op grond van artikel 4:27, vierde lid, van de wet te verstrekken gegevens zijn:

2.

De directiebrieven, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, met betrekking tot een beheerder en een beleggingsinstelling bevatten in ieder geval een verklaring van de accountant of en zo ja, in hoeverre hij de inrichting van de bedrijfsvoering heeft beoordeeld.

Artikel 108
1.

Een accountant die voornemens is gegevens als bedoeld in artikel 107 te verstrekken, stelt de financiële onderneming daarvan in kennis.

2.

Indien de financiële onderneming dat wenst, kan zij zelf de gegevens aan de Autoriteit Financiële Markten verstrekken. In dat geval stelt zij de accountant daarvan in kennis. De accountant vergewist zich ervan dat de Autoriteit Financiële Markten de gegevens heeft ontvangen en dat de inhoud van de gegevens hem geen aanleiding geeft alsnog gegevens aan de Autoriteit Financiële Markten te verstrekken.

3.

Indien de accountant schriftelijk gegevens verstrekt aan de Autoriteit Financiële Markten, zendt hij onverwijld aan de financiële onderneming een afschrift van de gegevens en, indien van toepassing, van de begeleidende brief.

Hoofdstuk 10. Aanvullende regels betreffende aanbieden

Afdeling 10.1. Beleggingsobjecten

Artikel 109

In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt in afwijking van artikel 1, verstaan onder gelieerde partij:

Artikel 110
1.

In het beleggingsobjectprospectus, bedoeld in artikel 4:30a, eerste lid, van de wet worden, voorzover van toepassing, de volgende gegevens opgenomen:

2.

Artikel 49 is van overeenkomstige toepassing op het verstrekken van het beleggingsobjectprospectus door de aanbieder van het beleggingsobject onderscheidenlijk de bemiddelaar.

3.

De Autoriteit Financiële Markten kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de gegevens, bedoeld in het eerste lid, in het beleggingsobjectprospectus worden opgenomen alsmede met betrekking tot de wijze van berekening van de kosten, risico’s en opbrengsten, bedoeld in het eerste lid.

Afdeling 10.2. Krediet

§ 10.2.1. Kredietprospectus

Artikel 111

Artikel 4:33, eerste lid, van de wet is niet van toepassing op:

Artikel 112
1.

De informatie, bedoeld in artikel 4:33, eerste lid, van de wet, met betrekking tot andere vormen van krediet dan bedoeld in de artikelen 112a en 112b, wordt schriftelijk of op een andere duurzame drager verstrekt in de vorm van het in bijlage D bij dit besluit opgenomen formulier en bevat de in die bijlage bedoelde gegevens.

2.

De informatie, bedoeld in het eerste lid, wordt gebaseerd op de door de consument kenbaar gemaakte voorkeur en verstrekte informatie.

3.

Informatie in aanvulling op de informatie, bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt in een afzonderlijk document.

4.

Indien de overeenkomst op verzoek van de consument tot stand is gekomen met gebruikmaking van een techniek voor communicatie op afstand waardoor de in het eerste lid bedoelde informatie niet op de in dat lid voorgeschreven wijze voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst kan worden verstrekt, verstrekt de aanbieder de informatie onmiddellijk na de totstandkoming van de overeenkomst aan de consument.

5.

De aanbieder verstrekt aan de consument op zijn verzoek een kosteloos exemplaar van de ontwerpovereenkomst inzake krediet, tenzij de aanbieder op het tijdstip van het verzoek niet voornemens is de overeenkomst met de consument aan te gaan.

6.

Ten aanzien van een overeenkomst inzake krediet waarbij de betalingen door de consument niet tot een directe overeenkomstige aflossing van het totale kredietbedrag leiden, maar dienen om, gedurende de periodes en onder de voorwaarden die in de overeenkomst inzake krediet of in een nevenovereenkomst zijn vastgesteld, kapitaal op te bouwen, bevat de op grond van het eerste lid te verstrekken informatie een duidelijke en beknopte vermelding dat de overeenkomst inzake krediet niet voorziet in een garantie tot aflossing van het totale uit hoofde van de overeenkomst opgenomen kredietbedrag, tenzij die garantie wordt gegeven.

7.

De aanbieder verstrekt de consument, teneinde deze in staat te stellen te beoordelen of de voorgestelde overeenkomst inzake krediet aan zijn behoeften en financiële situatie beantwoordt:

8.

Indien informatie als bedoeld in het eerste lid niet voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst op de in dat lid bedoelde wijze kan worden bepaald, wordt zij bepaald met toepassing van de desbetreffende hypothese, bedoeld in bijlage A, deel II.

§ 10.2.2. Verplichting tot inwinnen van informatie

Artikel 113
1.

Een aanbieder van krediet gaat met een consument geen overeenkomst inzake krediet aan waarvan het totale kredietbedrag meer dan € 1000 bedraagt, indien hij niet beschikt over voldoende schriftelijke of op een andere duurzame drager vastgelegde informatie aangaande de financiële positie van de consument om, ter voorkoming van overkreditering, te kunnen beoordelen of het aangaan van de overeenkomst verantwoord is.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op aanbieders van krediet voorzover zij krediet aanbieden tegen onderpand van effecten als bedoeld in onderdeel a, dan wel onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, die tot zekerheid dienen voor de terugbetaling van het krediet aan een consument die reeds op het moment van aangaan van de overeenkomst inzake krediet bezitter is van de te verpanden effecten als bedoeld in onderdeel a, dan wel onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, van welk krediet het totale kredietbedrag gedurende de looptijd van de overeenkomst inzake het krediet niet hoger is dan zeventig procent van de waarde van de te verpanden effecten, indien het effecten betreffen als bedoeld in onderdeel a van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, dan wel niet hoger is dan tachtig procent van de waarde van de te verpanden effecten, indien het effecten betreffen als bedoeld in onderdeel b van de definitie van effect in artikel 1:1 van de wet, en:

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op aanbieders van krediet voor zover zij krediet aanbieden in de vorm van een geoorloofde debetstand die binnen drie maanden dient te worden afgelost en die niet hoger is dan het bedrag dat maandelijks op de rekening wordt gestort.

Artikel 114

Alvorens met een consument een overeenkomst inzake krediet aan te gaan waarvan het totale kredietbedrag meer dan € 250 bedraagt, raadpleegt een aanbieder van krediet de bij het stelsel van kredietregistratie waaraan hij deelneemt geregistreerde gegevens over reeds aan de consument verleende kredieten.

Artikel 115
1.

Ter voorkoming van overkreditering legt een aanbieder van krediet de criteria vast die hij ten grondslag legt aan de beoordeling van een kredietaanvraag van een consument en past hij deze criteria toe bij de beoordeling van een kredietaanvraag.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op aanbieders van krediet voor zover zij krediet aanbieden in de vorm van een geoorloofde debetstand die binnen drie maanden dient te worden afgelost en die niet hoger is dan het bedrag dat maandelijks op de rekening wordt gestort.

Afdeling 10.3. Rechten van deelneming in een beleggingsinstelling

§ 9.1.2. Beleggingsondernemingen

Artikel 116

De tussen een beheerder en een bewaarder te sluiten overeenkomst, bedoeld in artikel 4:43, eerste lid, van de wet, bepaalt in ieder geval dat:

Artikel 117

Het registratiedocument, bedoeld in artikel 4:48, eerste lid, van de wet, bevat ten minste de gegevens, genoemd in bijlage H.

Artikel 118
2.

In het prospectus worden in afzonderlijke paragrafen de gegevens opgenomen over:

3.

De Autoriteit Financiële Markten stelt regels met betrekking tot de wijze waarop in het prospectus inzicht wordt verschaft in het niveau van de kosten van de beleggingsinstelling en de daaraan ten grondslag liggende berekening. Voorts kan de Autoriteit Financiële Markten nadere regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de gegevens, bedoeld in bijlage I, worden opgenomen in het prospectus.

Artikel 119

Een beheerder, beleggingsinstelling of bewaarder verstrekt de jaarrekening, het jaarverslag en de overige gegevens, bedoeld in artikel 4:51, eerste lid, van de wet, wat de indeling en inhoud betreft, onverminderd de artikelen 121 tot en met 124 en 146, in de vorm waarin deze zijn opgemaakt krachtens Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of de internationale jaarrekeningstandaarden.

Artikel 120
1.

Een beheerder stelt de jaarrekening, het jaarverslag en de overige gegevens, bedoeld in artikel 4:52, eerste lid, van de wet en de halfjaarcijfers, bedoeld in artikel 4:52, tweede lid, kosteloos verkrijgbaar voor deelnemers in de beleggingsinstelling.

2.

De openbaarmaking van de jaarrekening, het jaarverslag en de overige gegevens, bedoeld in artikel 4:52, eerste lid, van de wet, geschiedt door publicatie op de website van de beheerder. Gelijktijdig met de publicatie op de website deelt de beheerder in een landelijk verspreid Nederlands dagblad dan wel aan het adres van iedere deelnemer, mee dat voor deelnemers op verzoek bij de beheerder een afschrift van de jaarrekening, het jaarverslag en de overige gegevens van de beheerder, de beleggingsinstelling of de bewaarder voor de deelnemers in de beleggingsinstelling kosteloos verkrijgbaar is.

3.

De openbaarmaking van de halfjaarcijfers, bedoeld in artikel 4:52, tweede lid, van de wet geschiedt overeenkomstig het tweede lid.

4.

De beheerder houdt de informatie, bedoeld in het tweede en derde lid, gedurende ten minste drie jaar beschikbaar op zijn website.

Artikel 121
1.

Het jaarverslag van een beleggingsinstelling, bedoeld in artikel 4:51, eerste lid, van de wet, bevat een verklaring van de beheerder dat hij voor de beleggingsinstelling beschikt over een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering die voldoet aan het bepaalde ingevolge de artikelen 3:17, tweede lid, onderdeel c, en 4:14, eerste lid, van de wet, en dat de bedrijfsvoering van de beleggingsinstelling effectief en overeenkomstig de beschrijving functioneert.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op het jaarverslag van beleggingsinstellingen met zetel in een aangewezen staat.

Artikel 122
1.

De toelichting op de balans en de winst- en verliesrekening van een beleggingsinstelling bevat ten minste de volgende gegevens:

2.

Onverminderd artikel 379, derde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek vermeldt de beleggingsinstelling onder de overige gegevens, bedoeld in artikel 4:51, eerste lid, van de wet, het totale persoonlijke belang dat de bestuurders van de beheerder of de beleggingsmaatschappij bij iedere belegging van de beleggingsinstelling aan het begin en het einde van het boekjaar hebben gehad.

Artikel 123
1.

De toelichting op de balans en de winst- en verliesrekening van een beleggingsinstelling bevat de volgende gegevens:

2.

Het eerste lid, onderdeel p, is niet van toepassing op beleggingsinstellingen die uitsluitend of vrijwel uitsluitend beleggen in onroerende zaken.

3.

De Autoriteit Financiële Markten stelt regels met betrekking tot de wijze waarop inzicht wordt verschaft in het niveau van de kosten van de beleggingsinstelling, bedoeld in het eerste lid, onderdelen l en m, en de daaraan ten grondslag liggende berekening en de wijze van berekening van de omloopsnelheid van de activa, bedoeld in het eerste lid, onderdeel p.

4.

De toelichting op de balans en de winst en verliesrekening van een beheerder bevat ten minste de volgende gegevens:

5.

De in het eerste en vierde lid bedoelde gegevens worden cijfermatig en tekstueel toegelicht.

6.

In de toelichting op de balans en de winst- en verliesrekening van de beheerder en de beleggingsinstelling worden de in het vierde onderscheidenlijk het eerste lid bedoelde gegevens in één paragraaf opgenomen.

Artikel 124
1.

Een beleggingsinstelling vermeldt in de toelichting op de balans en de winst en verliesrekening:

2.

De Autoriteit Financiële Markten kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de informatie, bedoeld in het eerste lid, wordt opgenomen in de jaarrekening.

Artikel 125
1.

De halfjaarcijfers van een beleggingsinstelling bevatten ten minste de volgende gegevens:

2.

De halfjaarcijfers van een beheerder bevatten ten minste de balans en winst- en verliesrekening, alsmede een mutatieoverzicht van het eigen vermogen met inachtneming, voorzover de aard van deze stukken dat toelaat, van de bepalingen van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van artikel 403, of de internationale jaarrekeningstandaarden.

3.

Indien de halfjaarcijfers van de beheerder of de beleggingsinstelling door een accountant zijn onderzocht, wordt diens verklaring gevoegd bij de stukken die ingevolge artikel 4:51, tweede lid, van de wet aan de Autoriteit Financiële Markten worden verstrekt.

§ 10.3.2. Aanvullende regels voor instellingen voor collectieve belegging in effecten

Artikel 126
1.

Artikel 4:56, eerste lid, eerste volzin, van de wet is niet van toepassing op instellingen voor collectieve belegging in effecten die beleggingsmaatschappij zijn waarvan de rechten van deelneming zijn toegelaten tot de notering op een gereglementeerde markt, een multilaterale handelsfaciliteit of een met een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is en die uitsluitend op dat handelsplatform worden verhandeld. De statuten van de beleggingsmaatschappij vermelden in dat geval de methoden voor de berekening van de intrinsieke waarde van die rechten.

2.

Artikel 4:56, eerste lid, eerste volzin, van de wet is tevens niet van toepassing op instellingen voor collectieve beleggingen in effecten die beleggingsmaatschappij zijn waarvan de rechten van deelneming voor ten minste tachtig procent op een in de statuten vermeld handelsplatform worden verhandeld, indien:

Artikel 127
1.

Een instelling voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 126 draagt een accountant op om zich ten minste eenmaal per kwartaal ervan te vergewissen dat de berekening van de waarde van rechten van deelneming plaatsvindt overeenkomstig haar statuten en dit besluit en dat de activa van de beleggingsmaatschappij zijn belegd in overeenstemming met haar statuten en met de artikelen 130 tot en met 143, waarbij tussen elk van de tijdstippen van vergewissing een periode van ten minste een week ligt.

2.

Een instelling voor collectieve beleggingen in effecten als bedoeld in artikel 126 koopt of verkoopt al dan niet door tussenkomst van een derde haar rechten van deelneming dan wel geeft deze uit, om te voorkomen dat de waarde van haar rechten van deelneming op het handelsplatform meer dan vijf procent afwijkt van de intrinsieke waarde.

Artikel 128

De statuten of het fondsreglement van een instelling voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, van de wet vermelden:

Artikel 129

Een instelling voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, van de wet die belegt in rechten van deelneming in andere beleggingsinstellingen die door haar beheerder worden beheerd of die worden beheerd door een beheerder waarmee haar beheerder in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur is verbonden, brengt geen kosten in rekening voor inschrijving of aflossing ten aanzien van de rechten van deelneming in die andere beleggingsinstellingen.

Artikel 130

Het beheerde vermogen van een instelling voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, van de wet wordt uitsluitend belegd in:

Artikel 131
1.

In afwijking van artikel 130 kan het beheerde vermogen van een instelling voor collectieve belegging in effecten:

2.

In afwijking van artikel 130 kan het beheerd vermogen van een feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten voor maximaal vijftien procent:

Artikel 132

Het beheerde vermogen van een instelling voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, van de wet wordt niet belegd in edele metalen of in certificaten die deze metalen vertegenwoordigen.

Artikel 133
1.

De instelling voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, van de wet doet de Autoriteit Financiële Markten ten minste jaarlijks mededeling van de tot haar activa behorende soorten financiële derivaten, de onderliggende risico’s, de kwantitatieve begrenzingen en de methodes die zijn gekozen om de aan transacties in deze financiële instrumenten verbonden risico’s te ramen.

2.

De Autoriteit Financiële Markten evalueert de regelmatigheid en de volledigheid van de informatie, bedoeld in het eerste lid.

3.

Het totale risico van een instelling voor collectieve belegging in effecten wordt dagelijks berekend.

4.

Voor de berekening van het totale risico in financiële derivaten van een feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten wordt het eigen directe risico in financiële derivaten, bedoeld in artikel 131, tweede lid, onderdeel a, van de feeder-instelling voor collectieve belegging gecombineerd met:

5.

Het totale risico van de instelling voor collectieve belegging in effecten bedraagt niet meer dan tweemaal de totale nettowaarde van de activa. Het totale risico van een beleggingsinstelling wordt met niet meer dan tien procent van de totale nettowaarde van haar portefeuille vergroot door het aangaan van kortlopende leningen, in welk geval het totale risico van de instelling voor collectieve belegging in effecten niet meer dan 210 procent bedraagt van de totale nettowaarde van haar portefeuille.

6.

Het totale risico van de instelling voor collectieve belegging in effecten in financiële derivaten overschrijdt niet de totale nettowaarde van de activa. Voor de berekening van het risico worden de dagwaarde van de onderliggende activa, het tegenpartijrisico, toekomstige marktbewegingen en de voor de liquidatie van de posities beschikbare tijd in aanmerking genomen.

7.

Het beheerde vermogen van de instelling voor collectieve belegging in effecten kan in het kader van het beleggingsbeleid en binnen de in artikel 137 gestelde begrenzingen worden belegd in financiële derivaten voorzover het risico met betrekking tot de onderliggende activa in totaal niet de in de artikelen 134, 135, 136, eerste lid, en 137 gestelde begrenzingen overschrijdt. Indien het beheerde vermogen van de instelling voor collectieve belegging in effecten in op een index gebaseerde financiële derivaten wordt belegd, worden die beleggingen voor de toepassing van de in de artikelen 134, 135, 136, eerste lid, en 137 gestelde begrenzingen bepaalde bovengrens niet samengeteld.

8.

De Autoriteit Financiële Markten kan regels stellen met betrekking tot de berekening van het risico, de wijze van vaststelling van de dagwaarde van de onderliggende activa, de soorten verplichtingen die leiden tot een tegenpartijrisico, het meewegen van toekomstige marktbewegingen bij de vaststelling en de methodes die mede afhankelijk van de aard van het financiële instrument waarin wordt belegd, voor berekening van de risico’s kunnen worden gehanteerd.

Artikel 134
1.

Het beheerde vermogen van een instelling voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, van de wet wordt tot ten hoogste tien procent belegd in effecten en geldmarktinstrumenten die zijn uitgegeven door dezelfde instelling. Een instelling voor collectieve belegging in effecten belegt niet meer dan twintig procent van het beheerde vermogen in deposito’s bij één bank.

2.

Het tegenpartijrisico van de instelling voor collectieve belegging in effecten bij een transactie in financiële derivaten die niet op een gereglementeerde markt of een andere markt in financiële instrumenten worden verhandeld, bedraagt niet meer dan:

3.

De totale waarde van de effecten en de geldmarktinstrumenten die de instelling voor collectieve belegging in effecten houdt in uitgevende instellingen waarin zij per instelling voor meer dan vijf procent belegt, bedraagt niet meer dan veertig procent van het beheerde vermogen van de instelling voor collectieve belegging in effecten. Deze begrenzing is niet van toepassing op deposito’s en transacties in financiële derivaten die niet op een gereglementeerde markt of een andere markt in financiële instrumenten worden verhandeld, bij onderscheidenlijk met instellingen die aan prudentieel toezicht onderworpen zijn.

4.

Onverminderd de in het eerste en tweede lid bepaalde individuele begrenzingen wordt het beheerde vermogen van de instelling voor collectieve belegging in effecten tot ten hoogste twintig procent belegd in één instelling in een combinatie van:

5.

Bij de berekening van de door de instelling voor collectieve belegging in effecten gelopen risico’s bij beleggingen als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, wordt het risico bepaald aan de hand van het maximale verlies voor de instelling voor collectieve belegging in effecten wanneer een tegenpartij in gebreke blijft. De Autoriteit Financiële Markten kan nadere regels stellen met betrekking tot de berekening van het tegenpartijrisico en de daarbij in aanmerking te nemen zekerheden als beperking van het door de instelling voor collectieve belegging in effecten gelopen tegenpartijrisico.

Artikel 135
1.

In afwijking van artikel 134 kan het beheerde vermogen van een instelling voor collectieve belegging in effecten tot ten hoogste vijfentwintig procent worden belegd in geregistreerde gedekte obligaties als bedoeld in het Besluit prudentiële regels Wft van een bepaalde uitgevende bank.

2.

Indien het beheerde vermogen van een instelling voor collectieve belegging in effecten voor meer dan vijf procent wordt belegd in obligaties als bedoeld in het eerste lid die door één instelling zijn uitgegeven, bedraagt de totale waarde van deze beleggingen niet meer dan tachtig procent van de activa van die uitgevende instelling.

Artikel 136
1.

In afwijking van artikel 134, eerste lid, kan het beheerde vermogen van een instelling voor collectieve belegging in effecten tot ten hoogste vijfendertig procent worden belegd in effecten en geldmarktinstrumenten die zijn uitgegeven of gegarandeerd door een lidstaat, een openbaar lichaam met verordenende bevoegdheid in een lidstaat, een staat die geen lidstaat is, of een internationale organisatie waarin een of meer lidstaten deelnemen.

2.

De Autoriteit Financiële Markten kan een instelling voor collectieve belegging in effecten op aanvraag ontheffing verlenen van het eerste lid indien:

Artikel 137
1.

De in de artikelen 135 en 136, eerste lid, bedoelde financiële instrumenten worden niet in aanmerking genomen voor de toepassing van de in artikel 134, derde lid, bedoelde begrenzing van veertig procent.

2.

De overeenkomstig de artikelen 134, 135, en 136, eerste lid, verrichte beleggingen in door één instelling uitgegeven effecten en geldmarktinstrumenten dan wel in deposito’s bij of financiële derivaten van die instelling, bedragen samen in geen geval meer dan vijfendertig procent van het beheerde vermogen van de instelling voor collectieve belegging in effecten.

3.

Voor de berekening van de in de artikelen 134, 135, en 136, eerste lid, gestelde begrenzingen worden ondernemingen die tot een groep worden gerekend voor de opstelling van geconsolideerde jaarrekeningen, overeenkomstig de richtlijn geconsolideerde jaarrekening of andere erkende internationale financiële verslagleggingsregels, tezamen als een instelling beschouwd, met dien verstande dat de beleggingen, bedoeld in artikel 134, eerste lid, eerste volzin, in de afzonderlijke ondernemingen die tot die groep behoren ten hoogste twintig procent van het beheerde vermogen van de instelling voor collectieve belegging in effecten kunnen bedragen.

4.

De activa van beleggingsinstellingen in wier rechten van deelneming de instelling voor collectieve belegging in effecten belegt worden voor het vaststellen van de in artikelen 134, 135, 136, eerste lid, en 137 bedoelde begrenzingen niet opgeteld bij de beleggingen van de instelling voor collectieve belegging in effecten.

Artikel 138
1.

In afwijking van artikel 134, eerste lid, kan het beheerde vermogen van een instelling voor collectieve belegging in effecten tot ten hoogste twintig procent worden belegd in aandelen en obligaties van dezelfde uitgevende instelling indien in het fondsreglement of de statuten van de instelling voor collectieve belegging in effecten is bepaald dat het beleggingsbeleid van de instelling voor collectieve belegging in effecten erop is gericht de samenstelling van een bepaalde aandelen- of obligatie-index te volgen, en deze index voldoet aan de volgende voorwaarden:

2.

De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag ontheffing verlenen van het eerste lid indien uitzonderlijke marktomstandigheden daartoe aanleiding geven. In dat geval kan het beheerde vermogen van de instelling voor collectieve belegging in effecten tot ten hoogste vijfendertig procent worden belegd in aandelen en obligaties van dezelfde uitgevende instelling.

Artikel 139
1.

Het beheerde vermogen van een instelling voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, van de wet wordt tot ten hoogste twintig procent belegd in rechten van deelneming in beleggingsinstellingen als bedoeld in artikel 130, onderdeel d of e, die zijn uitgegeven door dezelfde beleggingsinstelling.

2.

De beleggingen in rechten van deelneming in beleggingsinstellingen als bedoeld in artikel 130, onderdeel e, bedragen in totaal niet meer dan dertig procent van het beheerde vermogen van de instelling voor collectieve belegging in effecten.

Artikel 140
1.

Een beheerder verwerft, voor de door hem beheerde instellingen voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, van de wet gezamenlijk, niet meer dan twintig procent van de aandelen met stemrecht in dezelfde uitgevende instelling.

2.

Het beheerde vermogen van een instelling voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, van de wet wordt niet belegd in meer dan:

3.

De begrenzingen, bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdelen b, c en d, hoeven niet in acht te worden genomen indien de bruto waarde van de obligaties of geldmarktinstrumenten of de nettowaarde van de rechten van deelneming in een beleggingsinstelling op het tijdstip van verwerving niet kan worden berekend.

Artikel 141

Artikel 140, eerste en tweede lid, is niet van toepassing op het verwerven van onderscheidenlijk het beleggen in:

Artikel 142
1.

De artikelen 134 tot en met 139 zijn gedurende zes maanden na het eerste aanbod van de rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging in effecten niet van toepassing. De instelling voor collectieve belegging in effecten neemt gedurende die periode de beginselen van risicospreiding in haar beleggingen in acht.

2.

De artikelen 134 tot en met 139 zijn gedurende zes maanden na een fusie niet van toepassing op een verkrijgende instelling voor collectieve belegging in effecten. De verkrijgende instelling voor collectieve belegging in effecten neemt gedurende die periode de beginselen van risicospreiding in haar beleggingen in acht.

Artikel 143
1.

De in deze paragraaf gestelde begrenzingen gelden niet bij de uitoefening van voorkeurrechten die zijn verbonden aan effecten en geldmarktinstrumenten die deel uitmaken van de activa van de instelling voor collectieve belegging in effecten.

2.

Wanneer de in deze paragraaf gestelde begrenzingen buiten de wil van de instelling voor collectieve belegging in effecten of ten gevolge van de uitoefening van voorkeurrechten worden overschreden, treft de instelling voor collectieve belegging in effecten, met inachtneming van de belangen van de deelnemers, de nodige maatregelen opdat deze overschrijding zo snel mogelijk ongedaan wordt gemaakt.

Artikel 144

Een instelling voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, van de wet legt binnen vier weken na een verzoek daartoe van de Autoriteit Financiële Markten, dan wel binnen vier weken na afloop van het boekjaar, een mededeling van een accountant over aan de Autoriteit Financiële Markten waaruit blijkt dat de instelling voor collectieve belegging in effecten in overeenstemming heeft gehandeld met de artikelen 130 tot en met 143.

Artikel 145
1.

Gelijktijdig met de verkrijgbaarstelling van het prospectus, bedoeld in artikel 4:50, tweede lid, van de wet, zendt de beheerder een afschrift van het prospectus en van de essentiële beleggersinformatie van de instelling voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, van de wet aan de Autoriteit Financiële Markten.

2.

De beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten zendt wijzigingen in de essentiële beleggersinformatie aan de Autoriteit Financiële markten.

Artikel 146
1.

De balans en winst- en verliesrekening van een instelling voor collectieve belegging in effecten of de toelichtingen daarop bevatten de volgende gegevens:

2.

Onverminderd artikel 125, eerste lid, neemt een instelling voor collectieve belegging in effecten in de halfjaarcijfers de gegevens op, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, zoals deze luidden aan het einde van de eerste helft van het boekjaar.

Artikel 147
1.

Een instelling voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, van de wet publiceert telkens wanneer zij of haar beheerder rechten van deelneming aanbiedt, verkoopt, inkoopt, of daarop terugbetaalt de koers, de verkoop- onderscheidenlijk inkoopprijs en het bedrag van de terugbetaling op de website van haar beheerder. De Autoriteit Financiële Markten kan op verzoek besluiten dat de instelling voor collectieve belegging in effecten deze bekendmaking eenmaal per maand doet, indien de belangen van de deelnemers daardoor niet worden geschaad.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op instellingen voor collectieve beleggingen in effecten als bedoeld in artikel 126, eerste lid.

3.

Onverminderd artikel 4:46a van de wet brengt een instelling voor collectieve beleggingen in effecten als bedoeld in artikel 126 de intrinsieke waarde van de rechten van deelneming ten minste tweemaal per week ter kennis van de Autoriteit Financiële Markten en publiceert zij de intrinsieke waarde van de rechten van deelneming tweemaal per maand op de website van haar beheerder waarbij tussen elk van de tijdstippen van publicatie een periode van ten minste een week ligt.

4.

Een instelling voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 4:61, eerste lid, van de wet verschaft desgevraagd aan een deelnemer gegevens betreffende kwantitatieve begrenzingen die van toepassing zijn op het risicobeheer, de daartoe gekozen methodes en de recente ontwikkeling van de risico’s en rendementen van de voornaamste categorie financiële instrumenten.

Afdeling 10.4. Verzekeringen

Artikel 148
1.

De aanstelling van een schade-afhandelaar als bedoeld in artikel 4:71, eerste lid, onderdeel e, van de wet wordt niet beëindigd, tenzij de beëindiging gepaard gaat met de aanstelling van een opvolger.

2.

De schadeverzekeraar meldt de beëindiging van de aanstelling van de schade-afhandelaar binnen twee weken aan de Autoriteit Financiële Markten, onder overlegging van de akte van aanstelling van de opvolger van de schade-afhandelaar, waaruit diens naam, adres en bevoegdheden blijken.

Artikel 149
1.

De schade-afhandelaar houdt van rechtswege op schade-afhandelaar te zijn vanaf de dag van het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, de verlening van surséance van betaling, de faillietverklaring, de ontbinding, bedoeld in artikel 19 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de onderbewindstelling van één of meer goederen, bedoeld in Titel 19 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, of de ondercuratelestelling.

2.

De schadeverzekeraar meldt het overlijden, het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, de surséance van betaling, de faillietverklaring, de ontbinding, bedoeld in artikel 19 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de onderbewindstelling van één of meer van de goederen, bedoeld in Titel 19 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, of de ondercuratelestelling van de schade-afhandelaar binnen twee weken aan de Autoriteit Financiële Markten, onder overlegging van de akte van aanstelling van de opvolger van de schade-afhandelaar met ingang van de dag van het overlijden, het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, de surséance van betaling, de faillietverklaring, de ontbinding, bedoeld in artikel 19 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de onderbewindstelling van één of meer van de goederen, bedoeld in Titel 19 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, of de ondercuratelestelling. Uit de akte van aanstelling blijken de naam, het adres en de bevoegdheden van de opvolger van de schade-afhandelaar.

Hoofdstuk 11. Aanvullende regels betreffende bemiddelen

Afdeling 11.1. Algemeen

Artikel 150
1.

Een aanbieder betaalt geen afsluitprovisie die meer bedraagt dan de helft van de som van die afsluitprovisie en de totale doorlopende provisie terzake van de desbetreffende overeenkomst.

2.

Een aanbieder betaalt de doorlopende provisie evenredig uit gedurende ten minste tien jaar na totstandkoming van de desbetreffende overeenkomst. Indien de looptijd van de overeenkomst korter is dan tien jaar, betaalt de aanbieder de doorlopende provisie evenredig uit gedurende die looptijd.

3.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op overeenkomsten inzake complexe producten voor zover tussen de desbetreffende aanbieder en de consument door tussenkomst van dezelfde bemiddelaar ten minste drie maanden voorafgaand aan het sluiten daarvan een overeenkomst is gesloten inzake een financieel product dat onderdeel is van het desbetreffende complexe product.

4.

Dit artikel is niet van toepassing op overeenkomsten inzake een betalingsbeschermer, een hypothecair krediet, een schadeverzekering of een uitvaartverzekering.

Artikel 151
1.

Indien een overeenkomst met een consument inzake een complex product of hypothecair krediet tijdens de eerste vijf jaar na de totstandkoming vroegtijdig wordt beëindigd, anders dan door overlijden van de verzekerde of anders dan door verkoop van de onroerende zaak waarop het complex product of hypothecair krediet betrekking heeft, wordt de afsluitprovisie of provisie evenredig verminderd.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op overeenkomsten inzake complexe producten voor zover tussen de desbetreffende aanbieder en de consument door tussenkomst van dezelfde bemiddelaar ten minste drie maanden voorafgaand aan het sluiten daarvan een overeenkomst is gesloten inzake een financieel product dat onderdeel is van het desbetreffende complexe product.

Afdeling 11.2. Krediet

Artikel 152

Artikel 4:74, eerste lid, van de wet, is niet van toepassing op:

Artikel 153
1.

De artikelen 154 tot en met 158 zijn uitsluitend van toepassing op het verlenen van financiële diensten met betrekking tot consumptief krediet.

2.

Het in deze afdeling bepaalde met betrekking tot de verhouding tussen een aanbieder en een bemiddelaar is van overeenkomstige toepassing op de verhouding tussen een bemiddelaar en een onderbemiddelaar.

Artikel 154

Een bemiddelaar heeft slechts aanspraak op provisie ter zake van tot stand gekomen overeenkomsten.

Artikel 155
1.

Een bemiddelaar heeft alleen per maand gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake krediet welke door zijn bemiddeling tot stand is gekomen aanspraak op provisie ten bedrage van een percentage van het uitstaand saldo ter zake van die overeenkomst, zoals dat saldo luidt op de laatste dag van de desbetreffende maand.

2.

De aanbieder en bemiddelaar kunnen het ter zake van de bemiddeling overeengekomen provisiepercentage, met uitzondering van het provisiepercentage voor reeds tot stand gekomen overeenkomsten inzake krediet, niet zijnde doorlopend krediet, wijzigen, met dien verstande dat:

Artikel 156

Een bemiddelaar heeft over de periode waarin een consument ten minste twee maanden achterstallig is in de betaling van een vervallen termijnbedrag, geen aanspraak op provisie ter zake van de desbetreffende overeenkomst.

Artikel 157
1.

Met ingang van het tijdstip waarop een aanbieder het door een consument verschuldigde vervroegd opeist in een geval als bedoeld in artikel 33, aanhef en onderdeel c, van de Wet op het consumentenkrediet, heeft de bemiddelaar geen aanspraak meer op provisie ter zake van de desbetreffende overeenkomst.

2.

Met ingang van het tijdstip waarop een overeenkomst van rechtswege wordt ontbonden op grond van artikel 41, derde lid, van de Wet op het consumentenkrediet, heeft de bemiddelaar geen aanspraak meer op provisie ter zake van de desbetreffende overeenkomst, met dien verstande dat indien de ontbinding ongedaan wordt gemaakt op grond van artikel 42, tweede lid, van de Wet op het consumentenkrediet, hij weer aanspraak heeft opprovisie over de periode gerekend vanaf het tijdstip waarop de ontbinding ongedaan is gemaakt.

Artikel 158
1.

Een bemiddelaar krijgt geen provisie uitbetaald indien hij uit hoofde van dit besluit geen aanspraak heeft op provisie.

2.

Provisie wordt uitsluitend betaald in giraal geld.

Afdeling 11.3. Verzekeringen

Artikel 159
1.

De beroepsaansprakelijkheidsverzekering, bedoeld in artikel 4:75, eerste lid, van de wet, dekt de aansprakelijkheid van de bemiddelaar wegens fouten, verzuimen of nalatigheden begaan in de uitoefening van diens beroep en voorgevallen op het grondgebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is.

2.

De beroepsaansprakelijkheidsverzekering wordt gesloten bij:

Artikel 160
1.

Onder een vergelijkbare voorziening als bedoeld in artikel 4:75, eerste lid, van de wet wordt verstaan een onvoorwaardelijke garantstelling voor alle verplichtingen voortvloeiend uit aansprakelijkheid van de bemiddelaar wegens fouten, verzuimen of nalatigheden, begaan in de uitoefening van diens beroep en voorgevallen op het grondgebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is.

2.

De onvoorwaardelijke garantstelling wordt verstrekt door:

Hoofdstuk 12. Aanvullende regels betreffende herverzekeringsbemiddelen

Artikel 161

De artikelen 159 en 160 zijn van overeenkomstige toepassing op de beroepsaansprakelijkheidsverzekering en de vergelijkbare voorziening, bedoeld in artikel 4:76, eerste lid, van de wet.

Hoofdstuk 13. Aanvullende regels betreffende optreden als clearinginstelling

Artikel 162
1.

Een clearinginstelling stelt een cliënt na afloop van elke handelsdag schriftelijk of langs elektronische weg in kennis van de aantallen en waarden van de financiële instrumenten die op zijn naam staan.

2.

Indien de waarde van de verplichtingen worden berekend overeenkomstig tussen de clearinginstelling en een cliënt overeengekomen parameters en de waarde van de financiële instrumenten van de cliënt onvoldoende dekking bieden ten opzichte van de door de cliënt aangegane verplichtingen, stelt de clearinginstelling de cliënt daar onverwijld van in kennis.

Hoofdstuk 10. Aanvullende regels betreffende aanbieden

Artikel 163
1.

Een beleggingsonderneming met zetel in Nederland verstrekt de jaarrekening, het jaarverslag en de overige gegevens, bedoeld in artikel 4:85, eerste lid, van de wet, wat de indeling en inhoud betreft in de vorm waarin deze zijn opgemaakt krachtens Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of de internationale jaarrekeningstandaarden.

2.

Een beleggingsonderneming met zetel in een staat die geen lidstaat is verstrekt de jaarrekening en het jaarverslag, bedoeld in artikel 4:85, vierde lid, wat de indeling en inhoud betreft in de vorm waarin deze zijn opgemaakt ingevolge het recht van de staat waar de beleggingsonderneming haar zetel heeft of de internationale jaarrekeningstandaarden.

Artikel 164
1.

Een beleggingsonderneming die orders van cliënten uitvoert:

2.

Een beleggingsonderneming die verantwoordelijk is voor de controle op of de regeling van de afwikkeling van een uitgevoerde order neemt alle redelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat alle financiële instrumenten of gelden van de cliënt die bij de afwikkeling van deze uitgevoerde order worden ontvangen, onmiddellijk op correcte wijze op de rekening van de cliënt worden bijgeschreven.

3.

Een beleggingsonderneming maakt geen misbruik van informatie over lopende orders van cliënten en neemt alle redelijke maatregelen om misbruik van dergelijke informatie door haar relevante personen te voorkomen.

Artikel 165
1.

Een beleggingsonderneming:

2.

De Autoriteit Financiële Markten stelt regels met betrekking tot:

Artikel 166

Een vermogensbeheerder die tevens beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten met zetel in Nederland is, belegt in het kader van het beheer van een individueel vermogen de gelden van de cliënt niet geheel of gedeeltelijk in door hem beheerde beleggingsinstellingen zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de cliënt.

Artikel 167

Het beleid, bedoeld in artikel 4:88, eerste lid, van de wet, is gericht op het herkennen van in elk geval de volgende situaties:

Artikel 168
1.

In een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:89, eerste lid, van de wet zijn ten minste bepaald:

2.

Indien de overeenkomst betrekking heeft op individueel vermogensbeheer is daarin tevens bepaald:

Hoofdstuk 15. Slotbepalingen

Artikel 169

Artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel a, is niet van toepassing op houders van een ontheffing als bedoeld in artikel 4:3, vierde lid, van de wet die is verleend voor 15 september 2004.

Artikel 170

Tot 1 oktober 2007 is artikel 6 niet van toepassing op financiëledienstverleners die niet bemiddelen in verzekeringen, optreden als gevolmachtigde agent of optreden als ondergevolmachtigde agent, voorzover zij op 1 januari 2006 niet voldeden aan artikel 17 van het Besluit financiële dienstverlening en aannemelijk kunnen maken dat zij vanaf 1 oktober 2007 wel zullen voldoen aan artikel 6.

Artikel 171
1.

Een diploma is voor de toepassing van artikel 6, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel a, geldig, indien het diploma:

2.

Een diploma is voor de toepassing van artikel 6, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel a, geldig, indien het diploma:

3.

Indien het diploma, bedoeld in het eerste of tweede lid, een diploma betreft voor hypothecair krediet of levensverzekering, voldoet de houder van het diploma vanaf 1 oktober 2007 tevens op de door Onze Minister bij ministeriële regeling vast te stellen wijze aan de eindtermen, opgenomen in de onderdelen 2.5 tot en met 2.7 onderscheidenlijk 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B.

4.

Onze Minister kan in aanvulling op het eerste en tweede lid bij ministeriële regeling een ander diploma aanwijzen als geldig diploma, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel a. Indien een op grond van de vorige volzin aangewezen diploma is behaald voor 1 januari 2000 is het slechts geldig indien de houder van het diploma in de periode van 1 januari 2000 tot 1 januari 2006 ten minste drie jaar relevante werkervaring heeft opgedaan.

5.

De instellingen, genoemd in de tweede kolom van bijlage K beschikken van rechtswege over een erkenning als bedoeld in artikel 9 voor het afgeven van diploma’s genoemd in de eerste kolom. Onverminderd het eerste en tweede lid, is een diploma als genoemd in de eerste kolom van bijlage K dat wordt afgegeven na 1 januari 2006, slechts geldig voor de toepassing van 6, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel a, indien de in de tweede kolom genoemde instelling op het moment van het afgeven van het diploma over een erkenning beschikt.

Artikel 172

Artikel 28, tweede lid, is niet van toepassing ten aanzien van personen die zich op 1 januari 2006 reeds onder de verantwoordelijkheid van de financiëledienstverlener, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, rechtstreeks bezighielden met het verlenen van financiële diensten.

Artikel 173

Tot 1 april 2007 is artikel 52, vijfde lid, niet van toepassing op financiële ondernemingen voorzover zij:

Artikel 174
1.

De artikelen 150 en 151 zijn uitsluitend van toepassing op overeenkomsten aangegaan na inwerkingtreding van dit besluit.

2.

In afwijking van artikel 150, eerste lid, betaalt een aanbieder aan een bemiddelaar ter zake van overeenkomsten die voor 1 januari 2008 zijn aangegaan geen afsluitprovisie die meer bedraagt dan tachtig procent van de som van die afsluitprovisie en de doorlopende provisie ter zake van de desbetreffende overeenkomst. Voor overeenkomsten die vanaf 1 januari 2008 tot en met 31 december 2009 en vanaf 1 januari 2010 tot 31 december 2010 worden aangegaan bedraagt het in de vorige volzin benoemde percentage zeventig onderscheidenlijk zestig.

Artikel 175

De artikelen 153 tot en met 157 zijn niet van toepassing op overeenkomsten inzake krediet, niet zijnde doorlopend krediet, die zijn afgesloten voor 1 januari 1992.

Artikel 176

De artikelen 122, eerste lid, aanhef en onderdeel g, 123, eerste lid, aanhef en onderdeel m, en 124, eerste lid, aanhef en onderdeel j, zijn van toepassing met ingang van het boekjaar dat aanvangt op of na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit.

Artikel 177

De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 178

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft.

Bijlage A. behorend bij artikel 1, onderdeel dd

Bijlage B. behorend bij artikel 5

1. Basismodule vakbekwaamheid

1.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, gelden de eindtermen genoemd in de onderdelen 1.2 tot en met 1.7.

1.2. De personen zijn in staat:

1.3. De personen zijn in staat met betrekking tot het aanbieden van:

1.4. De personen zijn in staat met betrekking tot het bemiddelen in financiële producten:

1.5. De personen zijn in staat de schakels tussen uitgevende instellingen en eindbelegger in het kader van het verlenen van beleggingsdiensten te beschrijven.

1.6. De personen zijn in staat met betrekking tot het verlenen van financiële diensten inzake:

1.7. De personen zijn in staat met betrekking tot:

2. Hypothecair krediet

2.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet gelden, met betrekking tot hypothecair krediet, de eindtermen genoemd in de onderdelen 2.2 tot en met 2.4.

2.2. De personen zijn in staat met betrekking tot hypothecair krediet:

2.3. De personen zijn in staat met betrekking tot het bemiddelen in en adviseren over hypothecair krediet:

2.4. De personen zijn in staat met betrekking tot het beheer en mutatie van de overeenkomst inzake hypothecair krediet:

2.5. De personen zijn in staat met betrekking tot financiële instrumenten:

2.6. De personen zijn in staat met betrekking tot de totstandkoming van transacties van financiële instrumenten:

2.7. De personen zijn in staat met betrekking tot het beheer en mutatie van de overeenkomst inzake financiële instrumenten:

3. Consumptief krediet

3.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, gelden met betrekking tot consumptief krediet de eindtermen genoemd in de onderdelen 3.2 tot en met 3.4.

3.2. De personen zijn in staat met betrekking tot consumptief krediet:

3.3. De personen zijn in staat met betrekking tot het bemiddelen in en adviseren over consumptief krediet:

3.4. De personen zijn in staat met betrekking tot het beheer en mutatie van de overeenkomst inzake consumptief krediet:

4. Schadeverzekeringen

4.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet gelden met betrekking tot schadeverzekeringen de eindtermen genoemd in de onderdelen 4.2 tot en met 4.5.

4.2. De personen zijn in staat met betrekking tot schadeverzekeringen inzake bezit, verkeer, transport, aansprakelijkheid en rechtsbijstand, inkomen en arbeidsongeschiktheid en gezondheid en zorg, hierna te noemen: «de schadeverzekeringen»:

4.3. De personen zijn in staat, met betrekking tot het bemiddelen in en adviseren over de schadeverzekeringen:

4.4. De personen zijn in staat, met betrekking tot beheer en mutatie van de overeenkomst inzake de schadeverzekeringen:

4.5. De personen zijn in staat, met betrekking tot schadeverzekeringen bij een mogelijke aanspraak/vordering:

5. Levensverzekeringen

5.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet gelden met betrekking tot levensverzekeringen de eindtermen genoemd in de onderdelen 5.2 tot en met 5.8.

5.2. De personen zijn in staat:

5.3. De personen zijn in staat met betrekking tot bemiddelen in en adviseren over levensverzekeringen:

5.4. De personen zijn in staat met betrekking beheer en mutatie van de overeenkomst inzake levensverzekeringen:

5.5. De personen zijn in staat bij een mogelijke aanspraak/vordering op een bestaande (aanvullende) levensverzekering:

5.6. De personen zijn in staat met betrekking tot financiële instrumenten:

5.7. De personen zijn in staat met betrekking tot de totstandkoming van transacties van financiële instrumenten:

5.8. De personen zijn in staat met betrekking tot het beheer en mutatie van de overeenkomst inzake financiële instrumenten:

6. Volmacht

6.1.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, gelden voor de personen, werkzaam bij een gevolmachtigde agent inzake schadeverzekeringen de eindtermen genoemd in 6.2 tot en met 6.5 en 6.7 tot en met 6.9.

6.1.2. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, gelden voor de personen, werkzaam bij een gevolmachtigde agent inzake levensverzekeringen de eindtermen genoemd in 6.2, 6.6 en 6.7 tot en met 6.9.

6.2. De personen beschikken over:

6.3. De personen beschikken met betrekking tot brandverzekeringen over:

6.4. De personen beschikken met betrekking tot transportverzekeringen over:

6.5. De personen beschikken met betrekking tot variaverzekeringen over:

6.6. De personen beschikken met betrekking tot levensverzekeringen over:

6.7. De personen beschikken over:

1.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, gelden de eindtermen genoemd in de onderdelen 1.2 tot en met 1.7.

1.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, gelden de eindtermen genoemd in de onderdelen 1.2 tot en met 1.7.

Bijlage B. behorend bij artikel 5

1. Basismodule vakbekwaamheid

1.1. Veroordelingen

1.2. De personen zijn in staat:

2. Overige strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a

2. Hypothecair krediet

1.5. De personen zijn in staat de schakels tussen uitgevende instellingen en eindbelegger in het kader van het verlenen van beleggingsdiensten te beschrijven.

1.6. De personen zijn in staat met betrekking tot het verlenen van financiële diensten inzake:

1.7. De personen zijn in staat met betrekking tot:

2.3. De personen zijn in staat met betrekking tot het bemiddelen in en adviseren over hypothecair krediet:

2.2. Transacties met de Officier van Justitie

2.2. De personen zijn in staat met betrekking tot hypothecair krediet:

2.3. (Voorwaardelijk) sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging

2.4. De personen zijn in staat met betrekking tot het beheer en mutatie van de overeenkomst inzake hypothecair krediet:

2.5. De personen zijn in staat met betrekking tot financiële instrumenten:

2.4. Andere feiten of omstandigheden

2.7. De personen zijn in staat met betrekking tot het beheer en mutatie van de overeenkomst inzake financiële instrumenten:

3. Consumptief krediet

4. Schadeverzekeringen

4. Schadeverzekeringen

3.3. Andere feiten of omstandigheden

3.4. De personen zijn in staat met betrekking tot het beheer en mutatie van de overeenkomst inzake consumptief krediet:

4. Schadeverzekeringen

1. Basismodule vakbekwaamheid

5. Levensverzekeringen

1.2. De personen zijn in staat:

5. Fiscaal bestuursrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel d

5.1. Persoonlijk

1.5. De personen zijn in staat de schakels tussen uitgevende instellingen en eindbelegger in het kader van het verlenen van beleggingsdiensten te beschrijven.

5.2. Zakelijk

1.7. De personen zijn in staat met betrekking tot:

2. Hypothecair krediet

1.2. De personen zijn in staat:

6. Volmacht

Bijlage A. behorend bij artikel 1, definitie «theoretische looptijd»

1. Gegevens over de werkzaamheden van de beheerder

1.6. De personen zijn in staat met betrekking tot het verlenen van financiële diensten inzake:

6. Volmacht

1.2. De personen zijn in staat:

1.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, gelden de eindtermen genoemd in de onderdelen 1.2 tot en met 1.7.

3. Algemene gegevens over de beheerder en de bewaarders

1.3. De personen zijn in staat met betrekking tot het aanbieden van:

1.4. De personen zijn in staat met betrekking tot het bemiddelen in financiële producten:

1.5. De personen zijn in staat de schakels tussen uitgevende instellingen en eindbelegger in het kader van het verlenen van beleggingsdiensten te beschrijven.

1.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, gelden de eindtermen genoemd in de onderdelen 1.2 tot en met 1.7.

1.2. De personen zijn in staat:

1.3. De personen zijn in staat met betrekking tot het aanbieden van:

1.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, gelden de eindtermen genoemd in de onderdelen 1.2 tot en met 1.7.

2. Overige strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a

1.2. De personen zijn in staat:

1.3. De personen zijn in staat met betrekking tot het aanbieden van:

2. Hypothecair krediet

1.5. De personen zijn in staat de schakels tussen uitgevende instellingen en eindbelegger in het kader van het verlenen van beleggingsdiensten te beschrijven.

1.6. De personen zijn in staat met betrekking tot het verlenen van financiële diensten inzake:

1.7. De personen zijn in staat met betrekking tot:

2.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet gelden, met betrekking tot hypothecair krediet, de eindtermen genoemd in de onderdelen 2.2 tot en met 2.7.

2.3. (Voorwaardelijk) sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging

2.2. De personen zijn in staat met betrekking tot hypothecair krediet:

2.3. De personen zijn in staat met betrekking tot het bemiddelen in en adviseren over hypothecair krediet:

Bijlage E. behorend bij artikel 118, eerste lid

2.3. (Voorwaardelijk) sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging

2.6. De personen zijn in staat met betrekking tot de totstandkoming van transacties in financiële instrumenten:

2.7. De personen zijn in staat met betrekking tot het beheer en mutatie van de overeenkomst inzake financiële instrumenten:

3.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, gelden met betrekking tot consumptief krediet de eindtermen genoemd in de onderdelen 3.2 tot en met 3.4.

3.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, gelden met betrekking tot consumptief krediet de eindtermen genoemd in de onderdelen 3.2 tot en met 3.4.

3.2. De personen zijn in staat met betrekking tot consumptief krediet:

3.3. De personen zijn in staat met betrekking tot het bemiddelen in en adviseren over consumptief krediet:

3.4. De personen zijn in staat met betrekking tot het beheer en mutatie van de overeenkomst inzake consumptief krediet:

4.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet gelden met betrekking tot schadeverzekeringen de eindtermen genoemd in de onderdelen 4.2 tot en met 4.5.

4.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet gelden met betrekking tot schadeverzekeringen de eindtermen genoemd in de onderdelen 4.2 tot en met 4.5.

4.2. De personen zijn in staat met betrekking tot schadeverzekeringen inzake bezit, verkeer, transport, aansprakelijkheid en rechtsbijstand, inkomen en arbeidsongeschiktheid en gezondheid en zorg, hierna te noemen: «de schadeverzekeringen»:

4.3. De personen zijn in staat, met betrekking tot het bemiddelen in en adviseren over de schadeverzekeringen:

1.1. Veroordelingen

4.5. De personen zijn in staat, met betrekking tot schadeverzekeringen bij een mogelijke aanspraak/vordering:

5. Levensverzekeringen

5.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet gelden met betrekking tot levensverzekeringen de eindtermen genoemd in de onderdelen 5.2 tot en met 5.8.

5.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet gelden met betrekking tot levensverzekeringen de eindtermen genoemd in de onderdelen 5.2 tot en met 5.8.

5.2. De personen zijn in staat:

5.3. De personen zijn in staat met betrekking tot bemiddelen in en adviseren over levensverzekeringen:

5.4. De personen zijn in staat met betrekking beheer en mutatie van de overeenkomst inzake levensverzekeringen:

6. Volmacht

5.6. De personen zijn in staat met betrekking tot financiële instrumenten:

5.7. De personen zijn in staat met betrekking tot de totstandkoming van transacties in financiële instrumenten:

5.8. De personen zijn in staat met betrekking tot het beheer en mutatie van de overeenkomst inzake financiële instrumenten:

6.1.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, gelden voor de personen, werkzaam bij een gevolmachtigde agent inzake schadeverzekeringen de eindtermen genoemd in 6.2 tot en met 6.5 en 6.7 tot en met 6.9.

6.1.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, gelden voor de personen, werkzaam bij een gevolmachtigde agent inzake schadeverzekeringen de eindtermen genoemd in 6.2 tot en met 6.5 en 6.7 tot en met 6.9.

6.1.2. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, gelden voor de personen, werkzaam bij een gevolmachtigde agent inzake levensverzekeringen de eindtermen genoemd in 6.2, 6.6 en 6.7 tot en met 6.9.

6.2. De personen beschikken over:

1.1. Veroordelingen

6.4. De personen beschikken met betrekking tot transportverzekeringen over:

6.5. De personen beschikken met betrekking tot variaverzekeringen over:

6.6. De personen beschikken met betrekking tot levensverzekeringen over:

6.7. De personen beschikken over:

6.8. De personen beschikken met betrekking tot verzekeringstechniek over:

6.9. De personen beschikken over:

Onder veroordelingen worden ook verstaan veroordelingen in het buitenland wegens overtreding van een of meer in het buitenland geldende strafbepalingen, vergelijkbaar met de hierboven genoemde.

5.1. De wijze waarop de beheerder periodiek informatie verschaft.

Bij onherroepelijk vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van een poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:

Bij onherroepelijk vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van een poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:

Door de WED strafbaar gestelde gedragingen, met name verbodsbepalingen uit de financiële toezichtswetgeving en overtreding van de artikelen 2, 3, eerste lid, 4, eerste lid, 5, eerste en derde lid, 8, 16, tweede lid, 23, eerste en tweede lid, 33 en 34 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.

1.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, gelden de eindtermen genoemd in de onderdelen 1.2 tot en met 1.7.

1.2. De personen zijn in staat:

1.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, gelden de eindtermen genoemd in de onderdelen 1.2 tot en met 1.7.

1.2. De personen zijn in staat:

1.3. De personen zijn in staat met betrekking tot het aanbieden van:

1.4. De personen zijn in staat met betrekking tot het bemiddelen in financiële producten:

1.5. De personen zijn in staat de schakels tussen uitgevende instellingen en eindbelegger in het kader van het verlenen van beleggingsdiensten te beschrijven.

1.6. De personen zijn in staat met betrekking tot het verlenen van financiële diensten inzake:

3. Financiële antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel b

2.2. De personen zijn in staat met betrekking tot hypothecair krediet:

2.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet gelden, met betrekking tot hypothecair krediet, de eindtermen genoemd in de onderdelen 2.2 tot en met 2.7.

2.2. De personen zijn in staat met betrekking tot hypothecair krediet:

2.3. De personen zijn in staat met betrekking tot het bemiddelen in en adviseren over hypothecair krediet:

2.4. De personen zijn in staat met betrekking tot het beheer en mutatie van de overeenkomst inzake hypothecair krediet:

2.5. De personen zijn in staat met betrekking tot financiële instrumenten:

2.6. De personen zijn in staat met betrekking tot de totstandkoming van transacties in financiële instrumenten:

2.7. De personen zijn in staat met betrekking tot het beheer en mutatie van de overeenkomst inzake financiële instrumenten:

3.2. De personen zijn in staat met betrekking tot consumptief krediet:

3.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, gelden met betrekking tot consumptief krediet de eindtermen genoemd in de onderdelen 3.2 tot en met 3.4.

3.2. De personen zijn in staat met betrekking tot consumptief krediet:

3.3. De personen zijn in staat met betrekking tot het bemiddelen in en adviseren over consumptief krediet:

3.4. De personen zijn in staat met betrekking tot het beheer en mutatie van de overeenkomst inzake consumptief krediet:

4.2. De personen zijn in staat met betrekking tot schadeverzekeringen inzake bezit, verkeer, transport, aansprakelijkheid en rechtsbijstand, inkomen en arbeidsongeschiktheid en gezondheid en zorg, hierna te noemen: «de schadeverzekeringen»:

5.2. Zakelijk

4.2. De personen zijn in staat met betrekking tot schadeverzekeringen inzake bezit, verkeer, transport, aansprakelijkheid en rechtsbijstand, inkomen en arbeidsongeschiktheid en gezondheid en zorg, hierna te noemen: «de schadeverzekeringen»:

4.3. De personen zijn in staat, met betrekking tot het bemiddelen in en adviseren over de schadeverzekeringen:

4.4. De personen zijn in staat, met betrekking tot beheer en mutatie van de overeenkomst inzake de schadeverzekeringen:

4.5. De personen zijn in staat, met betrekking tot schadeverzekeringen bij een mogelijke aanspraak/vordering:

4.6. De personen beschikken over een grondige kennis van het algemene verzekeringsrecht en zijn in staat om deze kennis toe te passen bij schadeverzekeringen.

5.2. De personen zijn in staat:

5.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet gelden met betrekking tot levensverzekeringen de eindtermen genoemd in de onderdelen 5.2 tot en met 5.8.

5.2. De personen zijn in staat:

5.3. De personen zijn in staat met betrekking tot bemiddelen in en adviseren over levensverzekeringen:

5.4. De personen zijn in staat met betrekking beheer en mutatie van de overeenkomst inzake levensverzekeringen:

5.5. De personen zijn in staat bij een mogelijke aanspraak/vordering op een bestaande (aanvullende) levensverzekering:

5.6. De personen zijn in staat met betrekking tot financiële instrumenten:

5.7. De personen zijn in staat met betrekking tot de totstandkoming van transacties in financiële instrumenten:

5.8. De personen zijn in staat met betrekking tot het beheer en mutatie van de overeenkomst inzake financiële instrumenten:

6.1.2. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, gelden voor de personen, werkzaam bij een gevolmachtigde agent inzake levensverzekeringen de eindtermen genoemd in 6.2, 6.6 en 6.7 tot en met 6.9.

8. Gegevens over het risicoprofiel van de beleggingsinstelling

6.1.2. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, gelden voor de personen, werkzaam bij een gevolmachtigde agent inzake levensverzekeringen de eindtermen genoemd in 6.2, 6.6 en 6.7 tot en met 6.9.

6.2. De personen beschikken over:

6.3. De personen beschikken met betrekking tot brandverzekeringen over:

6.4. De personen beschikken met betrekking tot transportverzekeringen over:

6.5. De personen beschikken met betrekking tot variaverzekeringen over:

6.6. De personen beschikken met betrekking tot levensverzekeringen over:

6.7. De personen beschikken over:

9. Gegevens over het behaalde rendement van de beleggingsinstelling

6.9. De personen beschikken over:

5.1. De wijze waarop de beheerder periodiek informatie verschaft.

6. Gegevens over vervanging van de beheerder of de bewaarder

7.2. De personen zijn in staat om:

2.1. Veroordelingen

7.4. De personen zijn in staat:

– overtreding fiscale wetgeving (artikelen 68 en 69).

1. Strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a

Onder veroordelingen worden ook verstaan veroordelingen in het buitenland wegens overtreding van een of meer in het buitenland geldende strafbepalingen, vergelijkbaar met de hierboven genoemde.

Bij onherroepelijk vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van een poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:

Betrokkene heeft een transactie als bedoeld in artikel 74 van het WvSr, artikel 76 van de AWR of artikel 10:15 van de Algemene Douanewet gedaan ter zake van een of meer van de hiervoor onder 2.1 genoemde strafbare feiten. Onder transacties wordt ook verstaan een daarmee vergelijkbare overeenkomst met betrekking tot niet-vervolging ter zake van met de hiervoor bedoelde vergelijkbare strafbare feiten in het buitenland, gesloten met de daartoe bevoegde autoriteit.

2.1. Veroordelingen

Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokken van, mislukte uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:

– overtreding fiscale wetgeving (artikelen 68 en 69).

2.4. Andere feiten of omstandigheden

Onder veroordelingen worden ook verstaan veroordelingen in het buitenland wegens overtreding van een of meer in het buitenland geldende strafbepalingen, vergelijkbaar met de hierboven genoemde.

Bijlage F. behorend bij artikel 171

Diploma Instelling Eindtermen
Algemeen
Oriëntatie Financiële instellingen NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Algemene Opleiding Bankbedrijf NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Oriëntatie Bankbedrijf NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Inleiding verzekeringsbedrijf SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
Basiscursus Intermediair SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
A-Algemeen SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
Financiële planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdeel 1 van bijlage B
Consumptief krediet
Consumentenkrediet NIBE-SVV Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Financiering SEA/SEFD Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Financiële planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Consumptief krediet SEA/SEFD Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Consumentenkrediet Innovam Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Hypothecair krediet
Erkend hypotheekadviseur2 SEH Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B.
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Hypotheekadviseur en Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Woningfinanciering 2 en Assurantiebemiddeling B NIBE-SVV/ SEA/SEFD Onderdelen 1 en 2, voorzover dit onderdeel geen betrekking heeft op kapitaalverzekeringen, van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Beleggingsproducten (variant b)
DSI-registratie als (senior) Beleggingsadviseur (DSI) Onderdeel 1 van bijlage B
DSI-registratie als (senior) Vermogensbeheerder (DSI) Onderdeel 1 van bijlage B
Beleggingsproducten (variant a)
DSI-registratie als (senior) Beleggingsadviseur (DSI) Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
DSI-registratie als (senior) Vermogensbeheerder (DSI) Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Vermogensplanning NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Gevolmachtigd agent
Assurantiebemiddeling A en Gevolmachtigde Agent SEA/SEFD Onderdelen 1 en 6 van bijlage B
Schadeverzekeringen
Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Erkend Assurantieagent (B) SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Assurantiebemiddeling A SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Verklaring bedoeld in artikel 4, achtste lid, tweede volzin, Wabb Sociaal-Economische Raad Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
A-modules: Algemeen, Brand, Transport en Varia SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Branchediploma’s: Brand, Transport, M&S en Varia SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Levensverzekeringen
Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Erkend assurantieagent (B) SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Assurantiebemiddeling A SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Verklaring bedoeld in artikel 4, achtste lid, tweede volzin, van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf Sociaal-Economische Raad Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
A-modules: Algemeen en Leven SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Branche diploma Leven SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
VP-leven en Pensioenpraktijk SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B

1 Of daaraan door de FFP tot en met 2002 gelijk gestelde diplomavereisten.

2 Of anderszins bij de SEH geregistreerd als Erkend Hypotheekadviseur.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 31a

Het organisatieonderdeel, bedoeld in artikel 30, zesde lid, heeft als taak:

Artikel 31b

Vervallen

Artikel 31c
1.

Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten of een beleggingsonderneming beschikt over een organisatieonderdeel dat op onafhankelijke en effectieve wijze een compliancefunctie uitoefent.

2.

Het organisatieonderdeel, bedoeld in het eerste lid, heeft als taak:

3.

Het organisatieonderdeel dat de compliancefunctie uitoefent beschikt over de nodige autoriteit, middelen, deskundigheid en toegang tot alle noodzakelijke informatie om haar taken onafhankelijk en effectief te kunnen uitoefenen.

§ 5.1. Algemene aspecten van de bedrijfsvoering

Artikel 35a
1.

Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten of beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet beschikt over procedures en maatregelen voor het voorkomen van en omgaan met belangenconflicten tussen de beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten of beleggingsonderneming en haar cliënten of tussen haar cliënten onderling.

2.

De procedures en maatregelen, bedoeld in het eerste lid, zijn erop gericht dat relevante personen die betrokken zijn bij verschillende bedrijfsactiviteiten waarbij het risico bestaat op een belangenconflict als bedoeld in het eerste lid, deze activiteiten verrichten in een mate van onafhankelijkheid die evenredig is aan de omvang en activiteiten van de beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten of beleggingsonderneming en de groep waarvan zij deel uitmaakt, en aan de grootte van het risico dat de belangen van een cliënt worden geschaad.

3.

De procedures en maatregelen, bedoeld in het eerste lid, omvatten, voor zover nodig en passend om de mate van onafhankelijkheid, bedoeld in het tweede lid, te waarborgen:

4.

Indien bij vaststelling of toepassing van procedures of maatregelen als bedoeld in het eerste lid niet de in het tweede lid bedoelde mate van onafhankelijkheid kan worden gewaarborgd, draagt de beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten of beleggingsonderneming zorg voor alternatieve of aanvullende procedures of maatregelen.

Artikel 35b
1.

Een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet legt de gegevens vast die betrekking hebben op de soorten door of in naam van de onderneming verrichte beleggingsdiensten, beleggingsactiviteiten of nevendiensten waarbij een belangenconflict is ontstaan of kan ontstaan dat een wezenlijk risico met zich brengt dat de belangen van een of meer cliënten worden geschaad.

2.

Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten legt de gegevens vast die betrekking hebben op de soorten door of in naam van de beheerder verrichte werkzaamheden in verband met het beheren van beleggingen waarbij een belangenconflict is ontstaan of kan ontstaan dat een wezenlijk risico met zich brengt dat de belangen van een of meer instellingen voor collectieve belegging in effecten of van de deelnemers worden geschaad.

3.

De beheerder zorgt ervoor dat de personen die het dagelijks beleid bepalen van de beheerder onmiddellijk in kennis worden gesteld wanneer de getroffen maatregelen voor het voorkomen van en omgaan met belangenconflicten niet volstaan om met redelijke zekerheid te garanderen dat risico’s dat de belangen van de instelling voor collectieve belegging in effecten of de deelnemers ervan worden geschaad, zullen worden vermeden, zodat zij alle nodige beslissingen kunnen nemen om te waarborgen dat de beheerder in ieder geval handelt in het belang van de instelling voor collectieve belegging in effecten en haar deelnemers.

4.

De beheerder stelt de deelnemers van een door hem beheerde instelling voor collectieve belegging in effecten via een duurzame drager op de hoogte van de situaties, bedoeld in het derde lid, met opgave van redenen van de beslissing die de personen die het dagelijks beleid bepalen ter zake hebben genomen.

Artikel 35c
1.

Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten of beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot persoonlijke transacties.

2.

De procedures en maatregelen, bedoeld in het eerste lid, zijn er op gericht dat indien een relevante persoon betrokken is bij het verrichten van activiteiten die een belangenconflict kunnen doen ontstaan, of indien een relevante persoon als gevolg van een activiteit die hij in naam van de beheerder of beleggingsonderneming verricht toegang heeft tot informatie als bedoeld in artikel 5:53, eerste lid, van de wet of tot andere vertrouwelijke informatie over cliënten of transacties met of voor cliënten:

Artikel 35d

Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten of beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet draagt er zorg voor dat relevante personen op de hoogte zijn van de door haar vastgestelde maatregelen en procedures, bedoeld in artikel 35c, eerste lid.

Artikel 35e
1.

De procedures en maatregelen bedoeld in artikel 35c, eerste lid, houden in dat de beheerder of beleggingsonderneming onverwijld in kennis wordt gesteld van elke persoonlijke transactie.

2.

De beheerder of beleggingsonderneming houdt gegevens bij van aan haar gemelde of door haar onderkende persoonlijke transacties en vermeldt daarbij in voorkomend geval tevens of de desbetreffende transactie is toegestaan.

3.

Ingeval van uitbesteding draagt de beheerder of beleggingsonderneming zorg voor registratie door de onderneming waaraan de activiteit wordt uitbesteed van gegevens met betrekking tot persoonlijke transacties. Deze gegevens worden desgevraagd onverwijld aan de beheerder of beleggingsonderneming verstrekt.

4.

Het eerste tot en met het derde lid zijn niet van toepassing op achtereenvolgende persoonlijke transacties, met uitzondering van de eerste persoonlijke transactie, die worden uitgevoerd namens een relevante persoon overeenkomstig vooraf door de relevante persoon gegeven instructies, wanneer de instructies ongewijzigd van kracht blijven.

Artikel 35f

De artikelen 35c, 35d en 35e, eerste tot en met het derde lid, zijn niet van toepassing op:

Artikel 35g
1.

Indien een beleggingsonderneming onderzoek op beleggingsgebied verricht of laat verrichten waarvan het de bedoeling is of aangenomen mag worden dat het daarna onder eigen verantwoordelijkheid of onder de verantwoordelijkheid van een rechtspersoon die deel uitmaakt van dezelfde groep als de beleggingsonderneming onder cliënten of onder het publiek wordt verspreid, is artikel 35a, tweede tot en met vierde lid, van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de financieel analisten die betrokken zijn bij het verrichten van onderzoek op beleggingsgebied, en andere relevante personen wier verantwoordelijkheden of zakelijke belangen in strijd kunnen zijn met de belangen van degenen onder wie het onderzoek op beleggingsgebied wordt verspreid.

2.

De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag ontheffing verlenen van de ingevolge het eerste lid toepasselijke bepalingen indien de beleggingsonderneming voornemens is door een derde, die geen deel uitmaakt van de groep waartoe de beleggingsonderneming behoort, verricht onderzoek op beleggingsgebied te verspreiden en de beleggingsonderneming:

Artikel 35h

Een beleggingsonderneming die onderzoek op beleggingsgebied verricht of laat verrichten en voornemens is dat onderzoek onder cliënten of het publiek te verspreiden, draagt er zorg voor dat:

Hoofdstuk 6. Uitbesteden van werkzaamheden

Artikel 38a
1.

Indien een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten voornemens is werkzaamheden uit te besteden, stelt hij de Autoriteit Financiële Markten daarvan in kennis. De Autoriteit Financiële Markten geeft deze informatie onverwijld door aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat van de zetel van de instelling voor collectieve belegging in effecten.

2.

Onverminderd artikel 38 draagt een beheerder die het beheer van een instelling voor collectieve belegging in effecten uitbesteedt aan een derde er zorg voor dat:

3.

De beheerder draagt er zorg voor dat de betrokken derde over de nodige deskundigheid en capaciteit beschikt om de uitbestede werkzaamheden op betrouwbare, professionele en doeltreffende wijze uit te oefenen. De beheerder stelt methoden vast voor de doorlopende beoordeling van het prestatieniveau van de desbetreffende derde.

Artikel 38b
1.

Een beleggingsonderneming gaat niet over tot het uitbesteden van werkzaamheden indien dat afbreuk doet aan de kwaliteit van haar onafhankelijke interne toetsing als bedoeld in artikel 31, zesde lid.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op banken die een vergunning hebben als bedoeld in artikel 2:11 van de wet en in Nederland beleggingsdiensten mogen verlenen of beleggingsactiviteiten mogen verrichten.

Artikel 38c
1.

Een beleggingsonderneming die werkzaamheden uitbesteedt aan een derde, draagt er zorg voor dat zij daartoe over de nodige deskundigheid beschikt en daarbij de nodige zorgvuldigheid en waakzaamheid in acht neemt.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op banken die een vergunning hebben als bedoeld in artikel 2:11 van de wet en in Nederland beleggingsdiensten mogen verlenen of beleggingsactiviteiten mogen verrichten.

Artikel 38d
1.

Een beleggingsonderneming die werkzaamheden uitbesteedt aan een derde draagt er zorg voor dat:

2.

Het eerste lid, aanhef en onderdeel a, is niet van toepassing op banken die een vergunning hebben als bedoeld in artikel 2:11 van de wet en in Nederland beleggingsdiensten mogen verlenen of beleggingsactiviteiten mogen verrichten.

Artikel 38e
1.

Een beleggingsonderneming die werkzaamheden uitbesteedt aan een derde legt de wederzijdse rechten en verplichtingen vast in een schriftelijke overeenkomst.

2.

De beleggingsonderneming draagt er zorg voor dat:

3.

De toezichthouders maken slechts gebruik van de mogelijkheid, bedoeld in het tweede lid, onderdeel i, om bij de derde een onderzoek ter plaatse te doen of te laten doen, indien niet op andere wijze kan worden vastgesteld dat ten aanzien van de uitbestede werkzaamheden wordt voldaan aan het bij of krachtens de wet bepaalde.

4.

Het eerste, tweede en derde lid, onderdelen a, b, d, e en g zijn niet van toepassing op banken die een vergunning hebben als bedoeld in artikel 2:11 van de wet en in Nederland beleggingsdiensten mogen verlenen of beleggingsactiviteiten mogen verrichten.

Hoofdstuk 7. Klachtenafhandeling

§ 7.1. Interne klachtenprocedure

Hoofdstuk 8. Zorgvuldige dienstverlening

Afdeling 8.1. Informatieverstrekking

§ 7.1. Interne klachtenprocedure

Artikel 49a
1.

Een beleggingsonderneming verstrekt de ingevolge deze afdeling en de artikelen 4:20, derde lid, 4:90b, derde en achtste lid, en artikel 4:90c, derde lid, van de wet aan de cliënt te verstrekken informatie schriftelijk, tenzij in deze afdeling of die artikelen anders wordt bepaald. De beleggingsonderneming kan na toestemming van de cliënt, de informatie op een andere duurzame drager verstrekken, indien dat past in de context waarin zij met de cliënt zaken doet.

2.

Een beleggingsonderneming kan, na toestemming van de cliënt, de op grond van de artikelen 58a tot en met 58e en 59a te verschaffen informatie die niet persoonlijk tot de cliënt is gericht via haar website verstrekken indien:

3.

De verstrekking van informatie door de beleggingsonderneming aan de cliënt via elektronische mededelingen past in de context waarin de beleggingsonderneming met de cliënt zaken doet, indien is bewezen dat de cliënt regelmatig toegang heeft tot internet. Het gegeven dat de cliënt een e-mailadres opgeeft om zaken te kunnen doen geldt in ieder geval als bewijs hiervan.

Artikel 49b

Een cliënt die als niet-professionele belegger is gekwalificeerd, kan door een beleggingsonderneming op schriftelijk verzoek als professionele belegger worden behandeld indien is voldaan aan het in artikel 4:18c van de wet bepaalde, en:

§ 7.2. Erkende geschilleninstantie

§ 8.1.1a. Cliëntenclassificatie

Artikel 51a
1.

De door een beleggingsonderneming aan een niet-professionele belegger verstrekte informatie:

2.

Indien in de informatie beleggingsdiensten, nevendiensten, personen die deze diensten verrichten of financiële instrumenten onderling worden vergeleken:

3.

Indien de informatie een indicatie bevat van de resultaten die in het verleden met een financieel instrument, een financiële index of een beleggingsdienst zijn behaald:

4.

Indien de informatie fictieve, in het verleden behaalde resultaten bevat of daarnaar verwijst, heeft deze betrekking op een financieel instrument of een financiële index, en:

5.

Indien de informatie gegevens over toekomstige resultaten bevat:

6.

Indien de informatie verwijst naar een bepaalde fiscale behandeling, wordt duidelijk vermeld dat deze behandeling afhangt van de individuele omstandigheden van de cliënt en in de toekomst aan wijzigingen onderhevig kan zijn.

7.

In de informatie wordt de naam van de toezichthouder niet zodanig gebruikt dat daarmee wordt beweerd of gesuggereerd dat deze de producten of diensten van de beleggingsonderneming steunt of aanbeveelt.

§ 8.1.2. Algemene informatie over beheerders, beleggingsinstellingen, bewaarders, beleggingsondernemingen en kredietinstellingen

§ 8.1.2. Algemene informatie over beheerders, beleggingsinstellingen, bewaarders, beleggingsondernemingen en kredietinstellingen

Artikel 58a
1.

Een beleggingsonderneming verstrekt voorafgaand aan het verlenen van een beleggingsdienst of nevendienst aan een niet-professionele belegger:

2.

In afwijking van het eerste lid mag een beleggingsonderneming de informatie bedoeld in het eerste lid verstrekken onmiddellijk na aanvang van het verlenen van een beleggingsdienst of nevendienst, indien:

3.

Indien een reclame-uiting van een beleggingsonderneming een aanbod bevat om een overeenkomst met betrekking tot een financieel instrument of een beleggings- of nevendienst aan te gaan, of de uitnodiging bevat om een dergelijk aanbod te doen en vermeldt hoe hierop kan worden gereageerd, wordt daarin tevens de voor het aanbod of de uitnodiging van belang zijnde informatie als bedoeld in de artikelen 58b tot en met 58e opgenomen.

4.

Het derde lid is niet van toepassing indien het aanbod of de uitnodiging is gericht tot een niet-professionele belegger en deze voor een reactie wordt verwezen naar een ander document of andere documenten die afzonderlijk of tezamen deze informatie bevatten.

Artikel 58b
1.

De informatie, bedoeld in artikel 58a, eerste lid, onderdelen b en c, omvat de volgende gegevens:

2.

Een beleggingsonderneming stelt bij het beheren van een individueel vermogen op basis van de beleggingsdoelstellingen van de cliënt en de soorten financiële instrumenten in de portefeuille van de cliënt, een geschikte evaluatie- en vergelijkingsmethode vast, zodat de cliënt de prestaties van de onderneming kan beoordelen.

3.

Een beleggingsonderneming verstrekt bij het beheren van een individueel vermogen van een niet- professionele belegger, naast de informatie op grond van het eerste lid, voor zover van toepassing, aan de cliënt informatie over:

Artikel 58c
1.

De informatie, bedoeld in artikel 58a, eerste lid, onderdeel c, omvat een algemene beschrijving van de aard en risico’s van financiële instrumenten die gedetailleerd genoeg is om de niet-professionele belegger in staat te stellen een beleggingsbeslissing te nemen.

2.

De beschrijving van de risico’s, bedoeld in het eerste lid, omvat, indien van toepassing, mede:

3.

Een beleggingsonderneming die aan een niet-professionele belegger informatie verstrekt over een financieel instrument waarvoor overeenkomstig de richtlijn prospectus een prospectus is gepubliceerd, deelt de cliënt mede waar dit prospectus verkrijgbaar is.

4.

Indien aangenomen mag worden dat de risico´s die verbonden zijn aan een financieel instrument dat uit twee of meer verschillende financiële instrumenten bestaat, groter zijn dan de risico´s die verbonden zijn aan elk van de financiële instrumenten afzonderlijk, verstrekt de beleggingsonderneming een adequate beschrijving van de verschillende financiële instrumenten waaruit het instrument bestaat en van de risicoverhogende wisselwerking daartussen.

5.

Een beleggingsonderneming verstrekt over een financieel instrument dat een garantie van een derde omvat, aan een niet-professionele belegger voldoende bijzonderheden over de garantie en de garantiegever.

6.

De essentiële beleggersinformatie wordt voor de toepassing van artikel 4:20, eerste lid, van de wet met betrekking tot een recht van deelneming in een beleggingsinstelling als passende informatie aangemerkt.

Artikel 58d
1.

De informatie, bedoeld in artikel 58a, eerste lid, onderdeel c, omvat, indien van toepassing, gegevens over de omstandigheid dat een derde namens de beleggingsonderneming financiële instrumenten of gelden die toebehoren aan de niet-professionele belegger kan aanhouden, alsmede gegevens over haar wettelijke verantwoordelijkheid voor het handelen of nalaten van de derde en voor de gevolgen die insolventie van de derde voor de cliënt heeft.

2.

Indien een derde namens een beleggingsonderneming, voor zover het toepasselijke recht dit toelaat, financiële instrumenten die toebehoren aan een niet-professionele belegger op een omnibusrekening mag aanhouden, brengt de beleggingsonderneming de cliënt daarvan op de hoogte en waarschuwt zij op duidelijke wijze voor de risico’s die daaruit voortvloeien.

3.

Indien het op grond van het toepasselijke recht niet mogelijk is om door een derde

namens een beleggingsonderneming aangehouden financiële instrumenten die toebehoren aan een niet-professionele belegger te onderscheiden van de financiële instrumenten die toebehoren aan deze derde of de beleggingsonderneming zelf, brengt de beleggingsonderneming de cliënt daarvan op de hoogte en waarschuwt zij op duidelijke wijze voor de risico’s die daaruit voortvloeien.

4.

Indien op een rekening waarop financiële instrumenten of gelden worden aangehouden die aan een niet-professionele belegger toebehoren, het recht van toepassing is van een staat die geen lidstaat is, brengt de beleggingsonderneming de cliënt daarvan op de hoogte en wijst zij erop dat dit van invloed kan zijn op de rechten die aan deze financiële instrumenten of gelden verbonden zijn.

5.

Een beleggingsonderneming die financiële instrumenten of gelden aanhoudt die toebehoren aan een niet-professionele belegger brengt hem op de hoogte van het bestaan en de voorwaarden van zakelijke zekerheidsrechten of voorrechten die zij heeft of kan hebben op die financiële instrumenten of gelden, en van haar eventuele recht van verrekening op deze financiële instrumenten of gelden. Voor zover van toepassing brengt zij de cliënt er ook van op de hoogte dat een bewaarder een zakelijk zekerheidsrecht, een voorrecht of een recht van verrekening op deze instrumenten of gelden heeft of kan hebben.

6.

Een beleggingsonderneming die financiële instrumenten aanhoudt die toebehoren aan een niet-professionele belegger verstrekt, geruime tijd voordat zij effectenfinancieringstransacties aangaat met betrekking tot die financiële instrumenten, of van dergelijke financiële instrumenten anderszins voor eigen rekening of voor rekening van een andere cliënt gebruikmaakt, de cliënt voorafgaand aan het gebruik van deze instrumenten duidelijke, volledige en accurate informatie over haar verplichtingen en verantwoordelijkheden met betrekking tot het gebruik van deze financiële instrumenten, met inbegrip van de voorwaarden voor restitutie ervan, alsmede over de risico´s die uit dat gebruik voortvloeien.

Artikel 58e
1.

De informatie, bedoeld in artikel 58a, eerste lid, onderdeel c, omvat gegevens over de kosten en bijbehorende lasten, die voor zover van toepassing bestaat uit de volgende elementen:

2.

De essentiële beleggersinformatie wordt voor de toepassing van artikel 4:20, eerste lid, van de wet met betrekking tot een recht van deelneming in een beleggingsinstelling als passende informatie aangemerkt wat de aan de beleggingsinstelling zelf verbonden kosten en bijbehorende lasten, met inbegrip van de instap- en uitstapprovisies, betreft.

Artikel 58f
1.

De beleggingsonderneming verstrekt aan een professionele belegger een algemene beschrijving van de aard en risico’s van financiële instrumenten die gedetailleerd genoeg is om hem in staat te stellen een beleggingsbeslissing te nemen.

2.

Artikel 58c, tweede en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de beschrijving van de aard en risico’s bedoeld in het eerste lid.

3.

Indien op een rekening waarop financiële instrumenten of gelden worden aangehouden die aan een professionele belegger toebehoren, het recht van toepassing is van een staat die geen lidstaat is, brengt de beleggingsonderneming de cliënt daarvan op de hoogte en wijst zij erop dat dit van invloed kan zijn op de rechten die aan deze financiële instrumenten of gelden verbonden zijn.

4.

Een beleggingsonderneming die financiële instrumenten of gelden aanhoudt die toebehoren aan een professionele belegger brengt hem op de hoogte van het bestaan en de voorwaarden van zakelijke zekerheidsrechten of voorrechten die zij heeft of kan hebben op die financiële instrumenten of gelden, en van haar eventuele recht van verrekening op deze financiële instrumenten of gelden. Voor zover van toepassing brengt zij de cliënt er ook van op de hoogte dat een bewaarder een zakelijk zekerheidsrecht, een voorrecht of een recht van verrekening op deze instrumenten of gelden heeft of kan hebben.

5.

Een beleggingsonderneming verstrekt de in dit artikel bedoelde informatie aan een professionele belegger voorafgaand aan het verlenen van een beleggingsdienst of nevendienst.

6.

Artikel 58c, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.

§ 8.1.5. Financiële bijsluiter

§ 8.1.6. Informatie gedurende de looptijd van een overeenkomst

Artikel 71a
1.

Een beleggingsonderneming zendt een cliënt voor wie zij financiële instrumenten of gelden aanhoudt ten minste eenmaal per jaar een overzicht van de financiële instrumenten of gelden. Indien de informatie onderdeel uitmaakt van een ander periodiek overzicht dat aan een cliënt wordt verstrekt, heeft de beleggingsonderneming voldaan aan de eerste volzin.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op banken, voor zover het betreft deposito’s die zij voor cliënten aanhouden.

3.

Het overzicht, bedoeld in het eerste lid, bevat de volgende informatie:

4.

Indien de portefeuille van een cliënt de opbrengsten uit niet-afgewikkelde transacties bevat, wordt in de in het derde lid, onderdeel a, bedoelde informatie uitgegaan van hetzij de handelsdatum hetzij de afwikkelingsdatum, indien voor al deze gegevens in het overzicht steeds dezelfde grondslag wordt gehanteerd.

5.

Een beleggingsonderneming die voor een cliënt financiële instrumenten of gelden aanhoudt en voor die cliënt tevens een individueel vermogen beheert, kan het overzicht, bedoeld in het eerste lid, opnemen in het periodiek overzicht van de vermogensbeheeractiviteiten.

§ 8.1.6. Informatie gedurende de looptijd van een overeenkomst

Afdeling 8.2. Overige bepalingen met betrekking tot zorgvuldige dienstverlening

§ 8.1.5. Financiële bijsluiter

Artikel 80a
1.

De informatie, bedoeld in artikel 4:23, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de wet, stelt de beleggingsonderneming in staat om vast te kunnen stellen dat een transactie waarop haar advies of beheer van een individueel vermogen betrekking heeft:

2.

De informatie, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, bevat gegevens over de duur van de periode waarin de cliënt de belegging wenst aan te houden, diens risicobereidheid en beleggingsdoelstelling.

3.

De informatie, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, bevat gegevens over de bron en omvang van de periodieke inkomsten, het vermogen en de financiële verplichtingen van de cliënt.

4.

Een beleggingsonderneming die een professionele belegger adviseert over een financieel instrument handelt in overeenstemming met het eerste lid, onderdeel b, indien zij ervan uitgaat dat deze cliënt de met zijn beleggingsdoelstellingen samenhangende beleggingsrisico’s financieel kan dragen.

5.

Een beleggingsonderneming die een advies over financiële instrumenten verleent of een individueel vermogen beheert voor een professionele belegger handelt in overeenstemming met het eerste lid, onderdeel c, indien zij ervan uitgaat dat deze cliënt over de nodige ervaring en kennis beschikt.

Artikel 80b
1.

Een beleggingsonderneming die zonder daarbij te adviseren een andere beleggingsdienst verleent dan het beheren van een individueel vermogen, stelt bij de beoordeling van de passendheid, bedoeld in artikel 4:24, eerste lid, van de wet, vast of de cliënt over de nodige ervaring en kennis beschikt om te begrijpen welke risico’s aan het betrokken financiële instrument en de betrokken beleggingsdienst verbonden zijn.

2.

Een beleggingsonderneming, als bedoeld in het eerste lid, die een beleggingsdienst verleent voor een professionele belegger, handelt in overeenstemming met het eerste lid, onderdeel c, indien zij ervan uitgaat dat deze cliënt over de nodige ervaring en kennis beschikt.

3.

Indien de cliënt vóór 1 november 2007 een reeks transacties met betrekking tot financiële instrumenten heeft verricht of vóór dat tijdstip een beleggingsdienst verscheidene malen heeft afgenomen, mag de beleggingsonderneming ervan uitgaan dat de cliënt met betrekking tot dat financiële instrument of die beleggingsdienst over de ervaring en kennis, bedoeld in het eerste lid, beschikt.

Artikel 80c
1.

De informatie over de kennis en ervaring van de cliënt, bedoeld in artikel 4:23, eerste lid, onderdeel a, van de wet, voorzover deze redelijkerwijs relevant is voor een advies over financiële instrumenten of beheer van een individueel vermogen, en de informatie, bedoeld in artikel 4:24, eerste lid, van de wet, is wat de hoeveelheid betreft evenredig aan het soort cliënt, de aard en omvang van de beleggingsdienst en het beoogde soort financiële instrument, de complexiteit ervan en de daarmee samenhangende risico’s, en bevat gegevens over:

2.

Een beleggingsonderneming moedigt een cliënt niet aan om de informatie, bedoeld in artikel 4:23, eerste lid, onderdeel a, en artikel 4:24, eerste lid, van de wet niet te verstrekken.

3.

Een beleggingsonderneming mag vertrouwen op de door de cliënt verstrekte informatie over de in artikel 4:23, eerste lid, onderdeel a, en artikel 4:24, eerste lid, van de wet genoemde onderwerpen, tenzij zij weet of zou moeten weten dat deze informatie gedateerd, onnauwkeurig of onvolledig is.

Artikel 80d

Als financieel instrument in de zin van artikel 4:24, vierde lid, onderdeel e, van de wet worden aangewezen financiële instrumenten, niet zijnde financiële instrumenten als bedoeld in onderdeel c van de definitie van effecten in artikel 1:1 van de wet of financiële instrumenten als bedoeld in de onderdelen d tot en met j van de definitie van financieel instrument in artikel 1:1 van de wet, voor zover:

§ 8.2.2. Bepalingen ter uitvoering van artikel 4:25, eerste lid, van de wet

Hoofdstuk 9. Meldingsplichten

Afdeling 9.1. Melding wijzigingen door financiële ondernemingen

§ 9.1.1. Beheerders

§ 8.2.1. Verplichting tot inwinnen van informatie door beleggingsondernemingen

§ 8.2.1. Verplichting tot inwinnen van informatie door beleggingsondernemingen

§ 8.2.2. Bepalingen ter uitvoering van artikel 4:25, eerste lid, van de wet

Afdeling 9.2. Meldingsplicht accountant

Hoofdstuk 10. Aanvullende regels betreffende aanbieden

Afdeling 10.1. Beleggingsobjecten

Afdeling 10.2. Krediet

§ 8.2.2. Bepalingen ter uitvoering van artikel 4:25, eerste lid, van de wet

§ 9.1.2. Beleggingsondernemingen

Afdeling 10.3. Rechten van deelneming in een beleggingsinstelling

§ 9.1.2. Beleggingsondernemingen

§ 9.1.2. Beleggingsondernemingen

Afdeling 10.4. Verzekeringen

Hoofdstuk 11. Aanvullende regels betreffende bemiddelen

Afdeling 10.2. Krediet

Afdeling 10.3. Rechten van deelneming in een beleggingsinstelling

Afdeling 11.3. Verzekeringen

Hoofdstuk 12. Aanvullende regels betreffende herverzekeringsbemiddelen

Hoofdstuk 13. Aanvullende regels betreffende optreden als clearinginstelling

Hoofdstuk 14. Aanvullende regels betreffende verlenen van beleggingsdiensten en verrichten van beleggingsactiviteiten

§ 14.1. Algemeen

Artikel 164a
1.

Een beleggingsonderneming voert een order van een cliënt of een transactie voor eigen rekening niet samen met een andere order van een cliënt uit, tenzij:

2.

Indien een beleggingsonderneming een order samenvoegt met andere orders van cliënten en de samengevoegde order slechts ten dele wordt uitgevoerd, wijst zij de desbetreffende transacties toe overeenkomstig haar ordertoewijzingsbeleid.

Artikel 164b
1.

Een beleggingsonderneming die een transactie voor eigen rekening samenvoegt met een order van een cliënt, wijst de desbetreffende transactie niet toe op een voor de cliënt nadelige wijze.

2.

Indien een beleggingsonderneming een order van een cliënt samenvoegt met een transactie voor eigen rekening en de samengevoegde order slechts ten dele wordt uitgevoerd, geeft zij de order van de cliënt bij de toewijzing van de desbetreffende transactie voorrang op haar eigen transactie.

Het is de beleggingsonderneming slechts toegestaan een transactie als bedoeld in de vorige volzin naar evenredigheid toe te wijzen overeenkomstig haar orderuitvoeringsbeleid, bedoeld in artikel 59, indien zij kan aantonen dat de order van de cliënt niet of niet op dezelfde gunstige voorwaarden had kunnen uitvoeren als deze niet was samengevoegd.

3.

Een beleggingsonderneming beschikt in het kader van het ordertoewijzingsbeleid, bedoeld in artikel 59, over procedures die voorkomen dat transacties voor eigen rekening die samen met orders van cliënten worden uitgevoerd, op een voor de cliënt nadelige wijze opnieuw worden toegewezen.

Artikel 165a
1.

Een beleggingsonderneming die financiële instrumenten voor een cliënt aanhoudt op een rekening bij een derde, past de nodige bekwaamheid, zorgvuldigheid en waakzaamheid toe bij de selectie, aanwijzing en periodieke beoordeling van de derde en van de regelingen voor het aanhouden en bewaren van de betrokken financiële instrumenten. De beleggingsonderneming houdt daarbij rekening met de deskundigheid en marktreputatie van de betrokken derde, evenals met alle op het aanhouden van deze financiële instrumenten betrekking hebbende wettelijke verplichtingen of marktpraktijken die de rechten van de cliënt nadelig kunnen beïnvloeden.

2.

Indien het bewaren van financiële instrumenten voor rekening van een andere persoon onderworpen is aan specifieke regelgeving in een rechtsgebied waar een beleggingsonderneming deze financiële instrumenten van cliënten bij een derde wil aanhouden, houdt de beleggingsonderneming deze financiële instrumenten niet aan in dat rechtsgebied bij een derde die niet aan het toezicht op de naleving van deze regels onderworpen is.

3.

Een beleggingsonderneming houdt financiële instrumenten niet voor een cliënt aan bij een derde in een staat die geen lidstaat is waar het aanhouden en bewaren van financiële instrumenten voor rekening van een andere persoon niet aan regels is gebonden, tenzij:

Artikel 165b
1.

Een beleggingsonderneming die gelden van een cliënt ontvangt stort deze gelden onmiddellijk op een of meer rekeningen bij:

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op beleggingsondernemingen waaraan een vergunning is verleend voor het uitoefenen van het bedrijf van bank.

3.

Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onderdeel d, wordt onder een erkend geldmarktfonds verstaan een erkend geldmarktfonds in de zin van artikel 18, tweede lid, van de uitvoeringsrichtlijn markten voor financiële instrumenten.

4.

Indien de beleggingsonderneming gelden niet bij een centrale bank aanhoudt, past zij de nodige bekwaamheid, zorgvuldigheid en waakzaamheid toe bij de selectie, aanwijzing en periodieke beoordeling van de bank of het geldmarktfonds waar de gelden worden gestort, en van de regelingen voor het aanhouden van de gelden in kwestie. De beleggingsonderneming houdt in elk geval rekening met de deskundigheid en de marktreputatie van de bank of het geldmarktfonds om de rechten van cliënten te beschermen, evenals met alle op het aanhouden van gelden van cliënten betrekking hebbende wettelijke verplichtingen of marktpraktijken die de rechten van de cliënt nadelig kunnen beïnvloeden.

5.

Een beleggingsonderneming die gelden wil aanhouden bij een erkend geldmarktfonds heeft een interne klachtenprocedure die er in voorziet dat cliënten daartegen bezwaar kunnen maken.

Artikel 165c
1.

Een beleggingsonderneming gaat geen overeenkomsten inzake effectenfinancieringstransacties aan met betrekking tot financiële instrumenten die zij voor een cliënt aanhoudt, en maakt ook niet anderszins gebruik van dergelijke financiële instrumenten voor eigen rekening of voor rekening van een andere cliënt van de onderneming, tenzij:

2.

Een beleggingsonderneming gaat geen overeenkomsten inzake effectenfinancieringstransacties aan met betrekking tot financiële instrumenten die zij voor een cliënt op een omnibusrekening bij een derde aanhoudt, en maakt ook niet anderszins gebruik van dergelijke financiële instrumenten voor eigen rekening of voor rekening van een andere cliënt, tenzij, onverminderd het eerste lid:

3.

De gegevens van de beleggingsonderneming omvatten bijzonderheden over de cliënt met wiens toestemming de financiële instrumenten zijn gebruikt, alsook het aantal gebruikte financiële instrumenten dat toebehoort aan elke cliënt die zijn instemming heeft verleend, teneinde eventuele verliezen op correcte wijze te kunnen toewijzen.

Artikel 165d

Een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 4:87, eerste en tweede lid, van de wet die financiële instrumenten en gelden voor een cliënt onder zich houdt legt eenmaal per jaar aan de Autoriteit Financiële Markten een verslag over van een externe accountant over de deugdelijkheid van de in haar bedrijfsvoering getroffen maatregelen om te voldoen aan de artikelen 165 tot en met 165c.

Artikel 167a
1.

Een beleggingsonderneming legt het beleid, bedoeld in artikel 4:88, eerste lid, van de wet, schriftelijk vast en draagt er zorg voor dit beleid te implementeren en in stand te houden. Het beleid is evenredig aan de omvang en organisatie van de beleggingsonderneming en aan de aard, schaal en complexiteit van haar bedrijf.

2.

Indien de beleggingsonderneming deel uitmaakt van een groep, heeft het beleid ook betrekking op belangenconflicten die kunnen ontstaan als gevolg van de structuur en bedrijfsactiviteiten van andere ondernemingen die deel uitmaken van de groep.

3.

Het beleid omschrijft, onder verwijzing naar de specifieke beleggingsdiensten, beleggingsactiviteiten en nevendiensten die door of in naam van de beleggingsonderneming worden verleend, onderscheidenlijk verricht, de omstandigheden die een belangenconflict vormen of kunnen doen ontstaan dat een wezenlijk risico met zich brengt dat de belangen van een cliënt worden geschaad, alsmede de te volgen procedures en te nemen maatregelen voor het omgaan met een dergelijk conflict.

4.

Het overeenkomstig het eerste lid vastgestelde beleid vermeldt de te volgen procedures en te nemen maatregelen voor het beheersen van een belangenconflict als bedoeld in artikel 4:88, eerste lid, van de wet.

Artikel 167b

Een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 4:88, tweede lid, van de wet, brengt de cliënt, indien een belangenconflict onvermijdelijk blijkt te zijn, hiervan door middel van een duurzame drager op de hoogte. De beleggingsonderneming vermeldt daarbij, met inachtneming van de kenmerken van de cliënt, voldoende bijzonderheden om deze in staat te stellen met kennis van zaken een beslissing te nemen ten aanzien van de beleggingsdienst, beleggingsactiviteit of nevendienst in verband waarmee het belangenconflict zich voordoet.

Artikel 168a
1.

Een beleggingsonderneming verschaft of ontvangt voor het verlenen van een beleggingsdienst of nevendienst geen provisie die niet noodzakelijk is voor het verlenen van de betreffende dienst of deze mogelijk maakt.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op:

3.

De beleggingsonderneming voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 1°, indien zij in samengevatte vorm mededeling doet van de essentiële voorwaarden van de regelingen voor provisies en zij de cliënt informeert over de mogelijkheid om nadere bijzonderheden te verkrijgen en deze op verzoek van de cliënt verstrekt.

4.

Onder cliënt of derde in de zin van het tweede lid worden mede verstaan personen die handelen namens de cliënt onderscheidenlijk de derde.

Hoofdstuk 15. Slotbepalingen

Bijlage A. behorend bij artikel 1, onderdeel dd

Bijlage A. behorend bij artikel 1, onderdeel dd

1. Basismodule vakbekwaamheid

1.2. De personen zijn in staat:

1.3. De personen zijn in staat met betrekking tot het aanbieden van:

1.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, gelden de eindtermen genoemd in de onderdelen 1.2 tot en met 1.7.

1.3. De personen zijn in staat met betrekking tot het aanbieden van:

2.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet gelden, met betrekking tot hypothecair krediet, de eindtermen genoemd in de onderdelen 2.2 tot en met 2.4.

2.3. De personen zijn in staat met betrekking tot het bemiddelen in en adviseren over hypothecair krediet:

3. Consumptief krediet

2.6. De personen zijn in staat met betrekking tot de totstandkoming van transacties van financiële instrumenten:

3.3. De personen zijn in staat met betrekking tot het bemiddelen in en adviseren over consumptief krediet:

3.2. De personen zijn in staat met betrekking tot consumptief krediet:

3.3. De personen zijn in staat met betrekking tot het bemiddelen in en adviseren over consumptief krediet:

4.3. De personen zijn in staat, met betrekking tot het bemiddelen in en adviseren over de schadeverzekeringen:

4.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet gelden met betrekking tot schadeverzekeringen de eindtermen genoemd in de onderdelen 4.2 tot en met 4.5.

1.3. De personen zijn in staat met betrekking tot het aanbieden van:

1.4. De personen zijn in staat met betrekking tot het bemiddelen in financiële producten:

1.6. De personen zijn in staat met betrekking tot het verlenen van financiële diensten inzake:

1.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, gelden de eindtermen genoemd in de onderdelen 1.2 tot en met 1.7.

1.4. De personen zijn in staat met betrekking tot het bemiddelen in financiële producten:

1.5. De personen zijn in staat de schakels tussen uitgevende instellingen en eindbelegger in het kader van het verlenen van beleggingsdiensten te beschrijven.

1.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, gelden de eindtermen genoemd in de onderdelen 1.2 tot en met 1.7.

1.2. De personen zijn in staat:

Bijlage A. , inhoudende de basisvergelijking en aanvullende hypothesen, bedoeld in de definitie van jaarlijks kostenpercentage in artikel 1

1. Strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a

1. Basismodule vakbekwaamheid

1. Strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a

1.4. De personen zijn in staat met betrekking tot het bemiddelen in financiële producten:

2. Hypothecair krediet

3. Consumptief krediet

2.5. De personen zijn in staat met betrekking tot financiële instrumenten:

3. Financiële antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel b

3. Consumptief krediet

3. Consumptief krediet

4. Schadeverzekeringen

5. Levensverzekeringen

4. Schadeverzekeringen

4. Schadeverzekeringen

4. Toezichtantecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel c

5. Levensverzekeringen

4.4. De personen zijn in staat, met betrekking tot beheer en mutatie van de overeenkomst inzake de schadeverzekeringen:

6. Volmacht

4.6. De personen beschikken over een grondige kennis van het algemene verzekeringsrecht en zijn in staat om deze kennis toe te passen bij schadeverzekeringen.

5. Levensverzekeringen

5.2. Zakelijk

Bijlage C. behorend bij artikel 13

1. Strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a

5.5. De personen zijn in staat bij een mogelijke aanspraak/vordering op een bestaande (aanvullende) levensverzekering:

6. Overige antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel e

6. Volmacht

6.3. De personen beschikken met betrekking tot brandverzekeringen over:

1. Strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a

1. Strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a

2.1. Veroordelingen

Bijlage E. behorend bij artikel 118, eerste lid

2.2. Transacties

1.7. De personen zijn in staat met betrekking tot:

4. Toezichtantecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel c

4.1. Toezichtantecedenten

4.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet gelden met betrekking tot schadeverzekeringen de eindtermen genoemd in de onderdelen 4.2 tot en met 4.5.

5.2. Zakelijk

1. Gegevens over de werkzaamheden van de beheerder

6.1.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, gelden voor de personen, werkzaam bij een gevolmachtigde agent inzake schadeverzekeringen de eindtermen genoemd in 6.2 tot en met 6.5 en 6.7 tot en met 6.9.

6.8. De personen beschikken met betrekking tot verzekeringstechniek over:

7.1. De personen baseren hun advisering met betrekking tot pensioenverzekeringen en premiepensioenvorderingen op:

Door de WED strafbaar gestelde gedragingen, met name verbodsbepalingen uit de financiële toezichtswetgeving en overtreding van de artikelen 2, 3, eerste lid, 4, eerste lid, 5, eerste en derde lid, 8, 16, tweede lid, 23, eerste en tweede lid, 33 en 34 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.

1.1. De rechtsvorm van de beleggingsinstelling.

Door de WED strafbaar gestelde gedragingen, met name verbodsbepalingen uit de financiële toezichtswetgeving en overtreding van de artikelen 2, 3, eerste lid, 4, eerste lid, 5, eerste en derde lid, 8, 16, tweede lid, 23, eerste en tweede lid, 33 en 34 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.

1.6. Indien van toepassing: de naam van de bewaarder die de activa van de beleggingsinstelling bewaart.

Betrokkene heeft een transactie als bedoeld in artikel 74 van het WvSr, artikel 76 van de AWR of artikel 10:15 van de Algemene Douanewet gedaan ter zake van een of meer van de hiervoor onder 2.1 genoemde strafbare feiten. Onder transacties wordt ook verstaan een daarmee vergelijkbare overeenkomst met betrekking tot niet-vervolging ter zake van met de hiervoor bedoelde vergelijkbare strafbare feiten in het buitenland, gesloten met de daartoe bevoegde autoriteit.

1.8. Een verklaring dat de bewaarder volgens het recht van de staat waar de beleggingsinstelling haar zetel heeft jegens de beleggingsinstelling en de deelnemers aansprakelijk is voor door hen geleden schade voorzover de schade het gevolg is van verwijtbare niet-nakoming of gebrekkige nakoming van zijn verplichtingen, ook wanneer de bewaarder de bij hem in bewaring gegeven activa geheel of ten dele aan een derde heeft toevertrouwd.

3.3. Andere feiten of omstandigheden

Onder al dan niet voorwaardelijk sepot, niet verdere vervolging, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging worden ook verstaan soortgelijke uitspraken en maatregelen in het buitenland ter zake van overtreding van een of meer daar geldende strafbepalingen vergelijkbaar met de hiervoor genoemde.

1.11. De wijze waarop deelnemers klachten over de beleggingsinstelling kunnen indienen bij de beheerder.

Andere feiten of omstandigheden die redelijkerwijs voor de Autoriteit Financiële Markten van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van betrokkene, zoals blijkend uit door tot de opsporing van strafbare feiten bevoegde ambtenaren opgemaakte processen-verbaal of rapporten die erop wijzen dat betrokkene betrokken is (geweest) bij een of meer van de onder 2.1 genoemde strafbare feiten. Onder processen-verbaal of rapporten wordt ook verstaan soortgelijke documenten met gelijke bewijskracht, opgemaakt door tot de opsporing van strafbare feiten bevoegde ambtenaren in het buitenland ter zake van daar geldende strafbepalingen, vergelijkbaar met de onder 2.1 genoemde.

De namen van de personen die het beleid van de beleggingsmaatschappij bepalen of mede bepalen of die onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de beleggingsmaatschappij, vermelding van de voornaamste door deze personen buiten de beleggingsmaatschappij uitgeoefende activiteiten voor zover deze activiteiten verband houden met de werkzaamheden van de beleggingsmaatschappij.

Andere feiten of omstandigheden die wijzen op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer gedragingen ter zake waarvan in Nederlandse of buitenlandse financiële toezichtswetgeving regels zijn gesteld, welke gedraging of gedragingen die redelijkerwijs voor de Autoriteit Financiële Markten van belang kunnen zijn voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid.

3.1. De wijze waarop de voorwaarden die gelden tussen de beleggingsinstelling en de deelnemers kunnen worden gewijzigd.

3.2. Vermelding van het feit dat een voorstel tot wijziging van de voorwaarden die gelden tussen de beleggingsinstelling en de deelnemers bekend wordt gemaakt in een advertentie in een landelijk verspreid Nederlands dagblad dan wel aan het adres van iedere deelnemer alsmede op de website van de beheerder en dat het voorstel tot wijziging op de website van de beheerder wordt toegelicht.

Andere feiten of omstandigheden die wijzen op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer financiële gedragingen, voor zover die redelijkerwijs voor de Autoriteit Financiële Markten van belang kunnen zijn voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid.

3.4. Dat een wijziging van de voorwaarden die gelden tussen de beleggingsinstelling en de deelnemers waardoor rechten of zekerheden van de deelnemers worden verminderd of lasten aan de deelnemers worden opgelegd tegenover de deelnemers niet wordt ingeroepen voordat drie maanden zijn verstreken na bekendmaking van de wijziging als bedoeld onder 3.3 en dat deelnemers binnen deze periode onder de gebruikelijke voorwaarden kunnen uittreden.

Aan de huidige of één van de voormalige werkgevers of enige vennootschap of rechtspersoon, waarbij betrokkene een functie bekleedt of bekleedde als beleidsbepalende of medebeleidsbepalende persoon, feitelijke zeggenschap in het bestuur uitoefent of uitoefende of anderszins (mede)verantwoordelijk is of was voor het beleid, is op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen een vergrijpboete opgelegd ter zake van één of meer van de hieronder genoemde strafbare feiten:

4.1. De wijze waarop de beleggingsinstelling periodiek informatie verstrekt.

Andere feiten of omstandigheden die wijzen op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer gedragingen ter zake waarvan in Nederlandse of buitenlandse financiële toezichtswetgeving regels zijn gesteld, welke gedraging of gedragingen die redelijkerwijs voor de Autoriteit Financiële Markten van belang kunnen zijn voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid.

4.2. De datum waarop de jaarrekening en de halfjaarcijfers van de beleggingsinstelling op grond van haar voorwaarden of Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek moeten zijn afgesloten, vermelding van het feit dat deze stukken op de website van de beheerder beschikbaar zijn en dat deze stukken voor de deelnemers bij de beheerder kosteloos verkrijgbaar zijn.

4.3. De plaatsen waar de vergunning van de beheerder van de beleggingsinstelling en het fondsreglement of de statuten van de beleggingsinstelling verkrijgbaar zijn.

Aan betrokkene is op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen een vergrijpboete opgelegd ter zake van één of meer van de hieronder genoemde strafbare feiten:

5.2. Zakelijk

Aan de huidige of één van de voormalige werkgevers of enige vennootschap of rechtspersoon, waarbij betrokkene een functie bekleedt of bekleedde als beleidsbepalende of medebeleidsbepalende persoon, feitelijke zeggenschap in het bestuur uitoefent of uitoefende of anderszins (mede)verantwoordelijk is of was voor het beleid, is op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen een vergrijpboete opgelegd ter zake van één of meer van de hieronder genoemde strafbare feiten:

4.7. Vermelding van het feit dat de betaalbaarstelling van uitkeringen aan deelnemers in de beleggingsinstelling, de samenstelling van de uitkeringen alsmede de wijze van betaalbaarstelling worden bekendgemaakt per advertentie in een landelijk verspreid Nederlands dagblad dan wel aan het adres van iedere deelnemer alsmede op de website van de beheerder.

Andere feiten of omstandigheden die wijzen op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer gedragingen op fiscaal gebied die redelijkerwijs voor de Autoriteit Financiële Markten van belang kunnen zijn voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid.

5.1. Een beschrijving van de beleggingsdoeleinden met inbegrip van de financiële doelstellingen, zoals kapitaalgroei of inkomsten, de beleggingsportefeuille en het beleggingsbeleid, zoveel mogelijk onderverdeeld naar economische sector en geografische spreiding, de aard van de goederen waarin wordt belegd en de aan het beleggingsbeleid en de aard van de goederen waarin wordt belegd, verbonden risico’s.

5.2. De wijze waarop wordt bepaald of de opbrengsten van de beleggingsinstelling worden uitgekeerd of herbelegd.

5.3. De eventueel aan de beleggingsactiviteiten gestelde grenzen en de wijze waarop hierin wijziging kan worden aangebracht.

5.4. Indien van toepassing: de bevoegdheid om als debiteur leningen aan te gaan of financiële instrumenten uit te lenen.

1. Gegevens over de werkzaamheden van de beheerder

De werkzaamheden van de beheerder, te onderscheiden in:

5.7. Indien van toepassing: een verklaring dat de beleggingsinstelling in met de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder gelieerde partijen kan beleggen.

3. Indien de beheerder of bewaarder het voornemen heeft om werkzaamheden uit te besteden aan een derde:

2.2. Vermelding van de voornaamste door de personen, bedoeld onder 2.1, buiten de beheerder, de door hem beheerde beleggingsinstellingen en iedere bewaarder uitgeoefende activiteiten voor zover deze activiteiten verband houden met de werkzaamheden van de beheerder, de door hem beheerde beleggingsinstellingen en iedere bewaarder.

5. Overige gegevens met betrekking tot de overeenkomst:

3.1. De naam en rechtsvorm van de beheerder, de statutaire zetel en plaats van het hoofdkantoor van de beheerder indien deze plaats afwijkt van die van de statutaire zetel alsmede de oprichtingsdatum en de tijd waarvoor de rechtspersoon is opgericht die de functie van beheerder vervult indien deze niet voor onbepaalde tijd is aangegaan.

3.2. Het nummer van inschrijving van de beheerder in het handelsregister en de plaats van inschrijving.

12. Gegevens over waardering activa

3.4. Indien van toepassing: de naam en rechtsvorm van iedere bewaarder, de statutaire zetel en plaats van het hoofdkantoor van iedere bewaarder indien deze plaats afwijkt van die van de statutaire zetel alsmede de oprichtingsdatum en de tijd waarvoor de rechtspersonen zijn opgericht die de functie van bewaarder vervullen indien deze niet voor onbepaalde tijd zijn aangegaan.

2.1. De namen van:

2.2. Vermelding van de voornaamste door de personen, bedoeld onder 2.1, buiten de beheerder, de door hem beheerde beleggingsinstellingen en iedere bewaarder uitgeoefende activiteiten voor zover deze activiteiten verband houden met de werkzaamheden van de beheerder, de door hem beheerde beleggingsinstellingen en iedere bewaarder.

3. Algemene gegevens over de beheerder en de bewaarders

3.1. De naam en rechtsvorm van de beheerder, de statutaire zetel en plaats van het hoofdkantoor van de beheerder indien deze plaats afwijkt van die van de statutaire zetel alsmede de oprichtingsdatum en de tijd waarvoor de rechtspersoon is opgericht die de functie van beheerder vervult indien deze niet voor onbepaalde tijd is aangegaan.

3.2. Het nummer van inschrijving van de beheerder in het handelsregister en de plaats van inschrijving.

6. Gegevens over kosten en vergoedingen

3.4. Indien van toepassing: de naam en rechtsvorm van iedere bewaarder, de statutaire zetel en plaats van het hoofdkantoor van iedere bewaarder indien deze plaats afwijkt van die van de statutaire zetel alsmede de oprichtingsdatum en de tijd waarvoor de rechtspersonen zijn opgericht die de functie van bewaarder vervullen indien deze niet voor onbepaalde tijd zijn aangegaan.

Bijlage F. behorend bij artikel 171

Diploma Instelling Eindtermen
Algemeen
Oriëntatie Financiële instellingen NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Algemene Opleiding Bankbedrijf NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Oriëntatie Bankbedrijf NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Inleiding verzekeringsbedrijf SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
Basiscursus Intermediair SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
A-Algemeen SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
Financiële planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdeel 1 van bijlage B
Consumptief krediet
Consumentenkrediet NIBE-SVV Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Financiering SEA/SEFD Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Financiële planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Consumptief krediet SEA/SEFD Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Consumentenkrediet Innovam Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Hypothecair krediet
Erkend hypotheekadviseur2 SEH Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B.
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Hypotheekadviseur en Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Woningfinanciering 2 en Assurantiebemiddeling B NIBE-SVV/ SEA/SEFD Onderdelen 1 en 2, voorzover dit onderdeel geen betrekking heeft op kapitaalverzekeringen, van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Beleggingsproducten (variant b)
DSI-registratie als (senior) Beleggingsadviseur (DSI) Onderdeel 1 van bijlage B
DSI-registratie als (senior) Vermogensbeheerder (DSI) Onderdeel 1 van bijlage B
Beleggingsproducten (variant a)
DSI-registratie als (senior) Beleggingsadviseur (DSI) Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
DSI-registratie als (senior) Vermogensbeheerder (DSI) Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Vermogensplanning NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Gevolmachtigd agent
Assurantiebemiddeling A en Gevolmachtigde Agent SEA/SEFD Onderdelen 1 en 6 van bijlage B
Schadeverzekeringen
Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Erkend Assurantieagent (B) SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Assurantiebemiddeling A SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Verklaring bedoeld in artikel 4, achtste lid, tweede volzin, Wabb Sociaal-Economische Raad Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
A-modules: Algemeen, Brand, Transport en Varia SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Branchediploma’s: Brand, Transport, M&S en Varia SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Levensverzekeringen
Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Erkend assurantieagent (B) SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Assurantiebemiddeling A SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Verklaring bedoeld in artikel 4, achtste lid, tweede volzin, van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf Sociaal-Economische Raad Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
A-modules: Algemeen en Leven SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Branche diploma Leven SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
VP-leven en Pensioenpraktijk SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B

1 Of daaraan door de FFP tot en met 2002 gelijk gestelde diplomavereisten.

2 Of anderszins bij de SEH geregistreerd als Erkend Hypotheekadviseur.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 125a

Vervallen

Afdeling 10.1a. Elektronisch geld

Hoofdstuk 11. Aanvullende regels betreffende bemiddelen

Afdeling 10.2. Krediet

Afdeling 11.2. Krediet

Afdeling 10.3. Rechten van deelneming in een beleggingsinstelling

Hoofdstuk 12. Aanvullende regels betreffende herverzekeringsbemiddelen

Hoofdstuk 12. Aanvullende regels betreffende herverzekeringsbemiddelen

Hoofdstuk 13. Aanvullende regels betreffende optreden als clearinginstelling

§ 14.1. Algemeen

Hoofdstuk 15. Slotbepalingen

Bijlage B. behorend bij artikel 5

1. Basismodule vakbekwaamheid

1.4. De personen zijn in staat met betrekking tot het bemiddelen in financiële producten:

2. Hypothecair krediet

3. Consumptief krediet

3.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, gelden met betrekking tot consumptief krediet de eindtermen genoemd in de onderdelen 3.2 tot en met 3.4.

1.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, gelden de eindtermen genoemd in de onderdelen 1.2 tot en met 1.7.

5. Levensverzekeringen

1.3. De personen zijn in staat met betrekking tot het aanbieden van:

6. Volmacht

Bijlage A. , inhoudende de basisvergelijking en aanvullende hypothesen, bedoeld in de definitie van jaarlijks kostenpercentage in artikel 1

1. Basismodule vakbekwaamheid

1.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, gelden de eindtermen genoemd in de onderdelen 1.2 tot en met 1.7.

5. Levensverzekeringen

2. Hypothecair krediet

2.1. Voor de vaststelling van de vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet gelden, met betrekking tot hypothecair krediet, de eindtermen genoemd in de onderdelen 2.2 tot en met 2.7.

4. Schadeverzekeringen

2.4. De personen zijn in staat met betrekking tot het beheer en mutatie van de overeenkomst inzake hypothecair krediet:

3. Financiële antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel b

4.2. Andere feiten of omstandigheden

5.3. Andere feiten of omstandigheden

6. Overige antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel e

Bijlage D. behorend bij artikel 117

2. Overige strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a

1. Strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a

1.1. Veroordelingen

1. Strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a

1. Basismodule vakbekwaamheid

Bijlage D. behorend bij artikel 117

2.2. Transacties

3. Consumptief krediet

4.2. Andere feiten of omstandigheden

5.3. Andere feiten of omstandigheden

1. Gegevens over de werkzaamheden van de beheerder

7.3. De personen demonstreren en bewijzen dat zij:

6. Gegevens over vervanging van de beheerder of de bewaarder

Betrokkene wordt ter zake van een of meer van de hiervoor onder 2.1 genoemde strafbare feiten niet of niet verder vervolgd of voorwaardelijk niet of niet verder vervolgd, of is vrijgesproken of ontslagen van rechtsvervolging.

3. Gegevens over wijzigingen in de voorwaarden

4.5. Vermelding van het feit dat aan ieder op verzoek tegen ten hoogste de kostprijs de gegevens omtrent de beheerder, de beleggingsinstelling en, indien van toepassing, de bewaarder welke ingevolge enig wettelijk voorschrift in het handelsregister moeten worden opgenomen, worden verstrekt.

8. Gegevens over het risicoprofiel van de beleggingsinstelling

5.5. Indien van toepassing: een beschrijving van de hoofdlijnen van overeenkomsten met de met de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder gelieerde partijen.

1. Gegevens betreffende de door de partijen bij de overeenkomst te verrichten diensten en te volgen procedures:

2.1. De namen van:

4. Gegevens betreffende mogelijke wijzigingen in en de beëindiging van de overeenkomst:

5.10. Indien van toepassing: een verklaring dat de beleggingsinstelling belegt in een andere beleggingsmaatschappij die een met de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder gelieerde partij is of in een andere beleggingsinstelling die beheerd wordt door een met de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder gelieerde partij en de voorwaarden waaronder verkoop of inkoop van, alsmede terugbetaling op de rechten van deelneming in de andere beleggingsinstelling plaatsvindt.

11. Gegevens over de vergadering van deelnemers

De werkzaamheden van de beheerder, te onderscheiden in:

2. Gegevens over de personen die het (dagelijks) beleid van de beheerder en iedere bewaarder (mede) bepalen of onderdeel zijn van een toezichthoudend orgaan van de beheerder en iedere bewaarder

3.7. Indien van toepassing: de organisatiestructuur van iedere bewaarder die de activa van meer dan een beleggingsinstelling bewaart.

4. Financiële gegevens over de beheerder en de bewaarders

3.3. Een beschrijving van de formele of feitelijke zeggenschapsstructuur waarin de beheerder met andere personen is verbonden.

5. Gegevens over informatieverstrekking

3.5. Indien van toepassing: het nummer van inschrijving van iedere bewaarder in het handelsregister en de plaats van inschrijving.

Bijlage F. behorend bij artikel 171

Diploma Instelling Eindtermen
Algemeen
Oriëntatie Financiële instellingen NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Algemene Opleiding Bankbedrijf NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Oriëntatie Bankbedrijf NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Inleiding verzekeringsbedrijf SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
Basiscursus Intermediair SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
A-Algemeen SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
Financiële planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdeel 1 van bijlage B
Consumptief krediet
Consumentenkrediet NIBE-SVV Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Financiering SEA/SEFD Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Financiële planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Consumptief krediet SEA/SEFD Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Consumentenkrediet Innovam Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Hypothecair krediet
Erkend hypotheekadviseur2 SEH Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B.
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Hypotheekadviseur en Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Woningfinanciering 2 en Assurantiebemiddeling B NIBE-SVV/ SEA/SEFD Onderdelen 1 en 2, voorzover dit onderdeel geen betrekking heeft op kapitaalverzekeringen, van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Beleggingsproducten (variant b)
DSI-registratie als (senior) Beleggingsadviseur (DSI) Onderdeel 1 van bijlage B
DSI-registratie als (senior) Vermogensbeheerder (DSI) Onderdeel 1 van bijlage B
Beleggingsproducten (variant a)
DSI-registratie als (senior) Beleggingsadviseur (DSI) Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
DSI-registratie als (senior) Vermogensbeheerder (DSI) Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Vermogensplanning NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Gevolmachtigd agent
Assurantiebemiddeling A en Gevolmachtigde Agent SEA/SEFD Onderdelen 1 en 6 van bijlage B
Schadeverzekeringen
Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Erkend Assurantieagent (B) SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Assurantiebemiddeling A SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Verklaring bedoeld in artikel 4, achtste lid, tweede volzin, Wabb Sociaal-Economische Raad Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
A-modules: Algemeen, Brand, Transport en Varia SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Branchediploma’s: Brand, Transport, M&S en Varia SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Levensverzekeringen
Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Erkend assurantieagent (B) SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Assurantiebemiddeling A SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Verklaring bedoeld in artikel 4, achtste lid, tweede volzin, van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf Sociaal-Economische Raad Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
A-modules: Algemeen en Leven SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Branche diploma Leven SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
VP-leven en Pensioenpraktijk SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B

1 Of daaraan door de FFP tot en met 2002 gelijk gestelde diplomavereisten.

2 Of anderszins bij de SEH geregistreerd als Erkend Hypotheekadviseur.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 149a
1.

Een aanbieder, bemiddelaar of adviseur verschaft of ontvangt, voor het bemiddelen of adviseren inzake een betalingsbeschermer, complex product, hypothecair krediet, schadeverzekering of uitvaartverzekering, rechtstreeks of middellijk geen provisie die niet noodzakelijk is voor het verlenen van de betreffende dienst of deze mogelijk maakt.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op:

3.

Voor de toepassing van het tweede lid, onderdelen b en c, wordt onder «consument» in de definities van afsluitprovisie en doorlopende provisie, bedoeld in artikel 1, mede verstaan een cliënt, niet zijnde een consument.

Artikel 149b
1.

Een adviseur die niet tevens aanbieder is of een bemiddelaar verstrekt in het kader van het tot stand brengen van een overeenkomst met een consument inzake een complex product of hypothecair krediet een dienstverleningsdocument aan de consument.

2.

Het dienstverleningsdocument bevat de volgende informatie:

3.

Het dienstverleningsdocument wordt voorafgaand aan het adviseren of, indien het een bemiddelaar betreft die niet adviseert voorafgaand aan het bemiddelen verstrekt.

4.

De Autoriteit Financiële Markten kan nadere regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de informatie, bedoeld in het tweede lid, in het dienstverleningsdocument wordt geformuleerd, gepresenteerd of verstrekt.

Afdeling 11.2. Krediet

Afdeling 11.3. Verzekeringen

Hoofdstuk 14. Aanvullende regels betreffende verlenen van beleggingsdiensten en verrichten van beleggingsactiviteiten

§ 14.1. Algemeen

Hoofdstuk 15. Slotbepalingen

Artikel 173a
1.

De artikelen 58 en 149a zijn uitsluitend van toepassing op overeenkomsten die zijn aangegaan op of na 1 januari 2009, met uitzondering van overeenkomsten inzake schadeverzekeringen.

2.

De artikelen 86b en 149a, voorzover van toepassing op overeenkomsten inzake schadeverzekeringen, zijn uitsluitend van toepassing op overeenkomsten die aangegaan zijn op of na 1 januari 2012.

Bijlage A. behorend bij artikel 1, onderdeel dd

2. Hypothecair krediet

5. Levensverzekeringen

Bijlage C. behorend bij artikel 13

3. Consumptief krediet

2.1. Veroordelingen

5. Levensverzekeringen

Bijlage D. behorend bij artikel 117

6. Volmacht

1. Basismodule vakbekwaamheid

Bijlage E. behorend bij artikel 118, eerste lid

4. Schadeverzekeringen

4. Schadeverzekeringen

6. Overige antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel e

6. Volmacht

1.1. Veroordelingen

3. Financiële antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel b

6. Overige antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel e

1. Gegevens over de werkzaamheden van de beheerder

3.6. Indien van toepassing: een beschrijving van de formele of feitelijke zeggenschapsstructuur waarin iedere bewaarder met andere personen is verbonden.

14. Gegevens over het beleid ten aanzien van stemrechten en -gedrag

5.4. Vermelding van het feit dat de statuten, de jaarrekeningen en jaarverslagen van de beheerder en iedere bewaarder en de halfjaarcijfers van de beheerder op de website beschikbaar zijn en dat deze stukken voor de deelnemers bij de beheerder kosteloos verkrijgbaar zijn.

Bijlage F. behorend bij artikel 171

Diploma Instelling Eindtermen
Algemeen
Oriëntatie Financiële instellingen NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Algemene Opleiding Bankbedrijf NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Oriëntatie Bankbedrijf NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Inleiding verzekeringsbedrijf SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
Basiscursus Intermediair SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
A-Algemeen SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
Financiële planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdeel 1 van bijlage B
Consumptief krediet
Consumentenkrediet NIBE-SVV Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Financiering SEA/SEFD Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Financiële planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Consumptief krediet SEA/SEFD Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Consumentenkrediet Innovam Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Hypothecair krediet
Erkend hypotheekadviseur2 SEH Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B.
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Hypotheekadviseur en Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Woningfinanciering 2 en Assurantiebemiddeling B NIBE-SVV/ SEA/SEFD Onderdelen 1 en 2, voorzover dit onderdeel geen betrekking heeft op kapitaalverzekeringen, van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Beleggingsproducten (variant b)
DSI-registratie als (senior) Beleggingsadviseur (DSI) Onderdeel 1 van bijlage B
DSI-registratie als (senior) Vermogensbeheerder (DSI) Onderdeel 1 van bijlage B
Beleggingsproducten (variant a)
DSI-registratie als (senior) Beleggingsadviseur (DSI) Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
DSI-registratie als (senior) Vermogensbeheerder (DSI) Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Vermogensplanning NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Gevolmachtigd agent
Assurantiebemiddeling A en Gevolmachtigde Agent SEA/SEFD Onderdelen 1 en 6 van bijlage B
Schadeverzekeringen
Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Erkend Assurantieagent (B) SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Assurantiebemiddeling A SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Verklaring bedoeld in artikel 4, achtste lid, tweede volzin, Wabb Sociaal-Economische Raad Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
A-modules: Algemeen, Brand, Transport en Varia SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Branchediploma’s: Brand, Transport, M&S en Varia SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Levensverzekeringen
Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Erkend assurantieagent (B) SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Assurantiebemiddeling A SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Verklaring bedoeld in artikel 4, achtste lid, tweede volzin, van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf Sociaal-Economische Raad Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
A-modules: Algemeen en Leven SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Branche diploma Leven SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
VP-leven en Pensioenpraktijk SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B

1 Of daaraan door de FFP tot en met 2002 gelijk gestelde diplomavereisten.

2 Of anderszins bij de SEH geregistreerd als Erkend Hypotheekadviseur.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 38f
1.

Een beleggingsonderneming die het beheren van een individueel vermogen van een niet-professionele belegger uitbesteedt aan een derde in een staat die geen lidstaat is, draagt er, onverminderd de artikelen 38c en 38d, zorg voor dat:

2.

Indien niet wordt voldaan aan het eerste lid, kan de beleggingsonderneming de betreffende werkzaamheden uitbesteden indien zij de Autoriteit Financiële Markten vooraf in kennis stelt van de uitbestedingsovereenkomst en deze binnen een redelijke termijn geen bezwaar maakt.

3.

De Autoriteit Financiële Markten stelt beleidsregels vast met betrekking tot de gevallen waarin zij geen bezwaar zal aantekenen in de zin van het tweede lid.

4.

De Autoriteit Financiële Markten maakt een lijst bekend van toezichthoudende instanties in staten die geen lidstaat zijn met wie zij een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, heeft gesloten.

Artikel 38g

Een betaalinstelling of elektronischgeldinstelling besteedt de taken en werkzaamheden van personen die het dagelijks beleid bepalen, daaronder mede verstaan het vaststellen van het beleid en het afleggen van verantwoording over het gevoerde beleid, niet uit.

Artikel 38h

Een betaalinstelling of elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 38g gaat niet over tot het uitbesteden van werkzaamheden indien dat afbreuk doet aan de kwaliteit van de interne controle van de betaalinstelling of elektronischgeldinstelling.

Artikel 38i

Indien een betaalinstelling of elektronischgeldinstelling voornemens is werkzaamheden in verband met het verlenen van betaaldiensten dan wel met de uitgifte van elektronisch geld uit te besteden, stelt zij de toezichthouder daarvan in kennis.

Artikel 38j

Bij de uitbesteding van werkzaamheden in verband met het verlenen van betaaldiensten dan wel de uitgifte van elektronisch geld draagt de betaalinstelling of de elektronischgeldinstelling er zorg voor dat uitbesteding de verplichtingen van de betaalinstelling, onderscheidenlijk de elektronischgeldinstelling, jegens haar cliënten en de rechten van haar cliënten uit hoofde van de wet of Titel 7B van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek niet wijzigt.

Hoofdstuk 7. Klachtenafhandeling

§ 7.2. Erkende geschilleninstantie

Hoofdstuk 8. Zorgvuldige dienstverlening

Afdeling 8.1. Informatieverstrekking

§ 8.1.2a. Informatieverstrekking door beleggingsondernemingen

§ 8.1.1a. Cliëntenclassificatie

§ 8.1.2a. Informatieverstrekking door beleggingsondernemingen

Artikel 59a
1.

Een aanbieder verstrekt voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst met een consument inzake een complex product of hypothecair krediet, aan de consument informatie over de totale prijs van het complexe product of hypothecaire krediet, met inbegrip van alle bijbehorende kosten.

2.

Onverminderd het eerste lid verstrekt een aanbieder voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst met een consument inzake een complex product dat strekt tot vermogensopbouw, aan de consument, voor zover van toepassing, ten minste de volgende informatie:

3.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op:

4.

Het tweede lid, aanhef en de onderdelen b tot en met f, zijn niet van toepassing op een levensverzekeraar die een levensverzekering aanbiedt waarbij de uitkering wordt uitgedrukt in rechten van deelneming in een beleggingsinstelling.

5.

Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op financiële ondernemingen die een complex product als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, onder 1°, 4° of 11° samenstellen en dat product in de markt verkrijgbaar stellen voor consumenten of, indien het een recht van deelneming in een beleggingsinstelling betreft, cliënten.

Artikel 59b
1.

Een betaaldienstverlener stelt een betaaldienstgebruiker voordat deze is gebonden door een overeenkomst betreffende een eenmalige betalingstransactie op gemakkelijk toegankelijke wijze de in artikel 59c bedoelde informatie en voorwaarden ter beschikking.

2.

Op verzoek van de betaaldienstgebruiker verstrekt de betaaldienstaanbieder hem de informatie en voorwaarden op papier of op een andere duurzame drager.

3.

De betaaldienstverlener verstrekt de informatie en voorwaarden aan de betaaldienstgebruiker in gemakkelijk te begrijpen bewoordingen en in duidelijke en bevattelijke vorm. Indien de betaaldienstverlener de betaaldienst verleent aan een betaaldienstgebruiker in een lidstaat, verstrekt hij de in de vorige volzin bedoelde informatie en voorwaarden in een officiële taal van die lidstaat of in een andere taal die tussen de partijen is overeengekomen.

4.

Indien de overeenkomst betreffende een eenmalige betalingstransactie op verzoek van de betaaldienstgebruiker is gesloten met gebruikmaking van een techniek voor communicatie op afstand welke het de betaaldienstverlener onmogelijk maakt aan het eerste lid te voldoen, voldoet deze onmiddellijk na de uitvoering van de betalingstransactie aan zijn verplichtingen ingevolge het genoemde lid.

5.

Aan het eerste tot en met het derde lid kan ook worden voldaan door het verstrekken van een exemplaar van het ontwerpcontract betreffende een eenmalige betalingstransactie of de ontwerpbetaalopdracht waarin de in artikel 59c bedoelde informatie en voorwaarden zijn opgenomen.

Artikel 59c
1.

Een betaaldienstverlener verstrekt aan een betaaldienstgebruiker in het geval van een eenmalige betalingstransactie de volgende informatie en voorwaarden of stelt deze aan hem ter beschikking:

2.

Voor zover van toepassing stelt de betaaldienstverlener de overige in artikel 59d bedoelde informatie en voorwaarden op gemakkelijk toegankelijke wijze aan de betaaldienstgebruiker ter beschikking.

Artikel 59d
1.

Een betaaldienstverlener verstrekt een betaaldienstgebruiker ruimschoots voordat deze is gebonden aan een raamovereenkomst voor betaaldiensten op papier of op een andere duurzame drager de in artikel 59d bedoelde informatie en voorwaarden.

2.

De betaaldienstverlener verstrekt de informatie en voorwaarden in gemakkelijk te begrijpen bewoordingen en in duidelijke en bevattelijke vorm. Indien de betaaldienstverlener de betaaldienst verleent aan een betaaldienstgebruiker in een lidstaat, verstrekt hij de in de vorige volzin bedoelde informatie en voorwaarden in een officiële taal van die lidstaat of in een andere taal die door de partijen is overeengekomen.

3.

Indien de raamovereenkomst voor betaaldiensten op verzoek van de betaaldienstgebruiker is gesloten met gebruikmaking van een techniek voor communicatie op afstand welke het de betaaldienstverlener onmogelijk maakt te voldoen aan het eerste lid, voldoet deze onmiddellijk na de sluiting van de raamovereenkomst aan zijn verplichtingen ingevolge het genoemde lid.

4.

Aan het eerste lid kan ook worden voldaan door het verstrekken van een exemplaar van de ontwerpraamovereenkomst waarin de in artikel 59d bedoelde informatie en voorwaarden zijn opgenomen.

Artikel 59e
1.

De betaaldienstverlener verstrekt aan de betaaldienstgebruiker de volgende informatie en voorwaarden:

Artikel 59f
1.

Een betaaldienstverlener verstrekt, in afwijking van de artikelen 59c en 59d, met betrekking tot betaalinstrumenten die overeenkomstig een raamovereenkomst voor betaaldiensten uitsluitend worden gebruikt voor afzonderlijke betalingstransacties van maximaal € 30, met een uitgavenlimiet van € 150 of waarop maximaal een bedrag van € 150 tegelijk kan worden opgeslagen, de betaler uitsluitend informatie over de voornaamste kenmerken van de betaaldienst, met inbegrip van de wijze waarop van het betaalinstrument gebruik kan worden gemaakt, de aansprakelijkheid, alle in rekening gebrachte kosten en andere belangrijke informatie die nodig is om een weloverwogen besluit te nemen, en geeft tevens aan waar andere in artikel 59d bedoelde informatie en voorwaarden op gemakkelijk toegankelijke wijze beschikbaar zijn gesteld.

2.

Voor nationale betalingstransacties worden de in het eerste lid genoemde bedragen verdubbeld.

3.

Voor vooraf betaalde betaalinstrumenten, bedoeld voor nationale betalingstransacties, worden de in het eerste lid genoemde bedragen verhoogd tot € 500.

§ 8.1.5. Financiële bijsluiter

Artikel 71b
1.

In het tweede lid en de artikelen 71c en 71d wordt onder eenmalige betalingstransacties verstaan een betalingstransactie waarop niet een raamovereenkomst voor betaaldiensten van toepassing is.

2.

Indien een betaalopdracht voor een eenmalige betalingstransactie wordt doorgegeven via een onder een raamovereenkomst voor betaaldiensten vallend betaalinstrument, is de betaaldienstverlener niet verplicht informatie te verstrekken of beschikbaar te stellen die reeds uit hoofde van een raamovereenkomst voor betaaldiensten met een andere betaaldienstverlener aan de betaaldienstgebruiker is verstrekt of volgens de raamovereenkomst aan hem zal worden verstrekt.

Artikel 71c

Onmiddellijk na de ontvangst van een betaalopdracht voor een eenmalige betalingstransactie verstrekt de betaaldienstverlener van de betaler op dezelfde wijze als in artikel 59a, eerste tot en met derde lid, is bepaald, aan de betaler de volgende informatie of stelt hij deze aan hem ter beschikking:

Artikel 71d

Een betaaldienstverlener verstrekt onmiddellijk na de uitvoering van een eenmalige betalingstransactie de volgende informatie aan de betalingsbegunstigde op dezelfde wijze als in artikel 59a, eerste tot en met derde lid, is bepaald, of stelt deze aan hem ter beschikking:

Artikel 71e

In geval van een door de betaler geïnitieerde afzonderlijke betalingstransactie uit hoofde van een raamovereenkomst voor betaaldiensten, verstrekt een betaaldienstverlener op verzoek van de betaler voor deze betalingstransactie informatie over de maximum uitvoeringstermijn en de door de betaler verschuldigde kosten en, voor zover van toepassing, de splitsing van de bedragen van eventuele kosten.

Artikel 71f
1.

Nadat het bedrag van een afzonderlijke betalingstransactie uit hoofde van een raamovereenkomst voor betaaldiensten van de betaalrekening van de betaler is gedebiteerd of, indien de betaler geen betaalrekening gebruikt, na ontvangst van de betaalopdracht, verstrekt de betaaldienstverlener van de betaler op de wijze bepaald in artikel 59c, eerste en tweede lid, de betaler onverwijld de volgende informatie:

2.

In een raamovereenkomst voor betaaldiensten kan, in afwijking van het eerste lid, worden bepaald dat de in het eerste lid bedoelde informatie op gezette tijden en ten minste eenmaal per maand wordt verstrekt of ter beschikking gesteld op de overeengekomen wijze die de betaler de mogelijkheid biedt informatie ongewijzigd op te slaan en te reproduceren.

Artikel 71g
1.

Na de uitvoering van een afzonderlijke betalingstransactie verstrekt de betaaldienstverlener van de betalingsbegunstigde op de wijze als bepaald in artikel 59c, eerste en tweede lid, de betalingsbegunstigde onverwijld de volgende informatie:

2.

In een raamovereenkomst voor betaaldiensten kan de voorwaarde worden opgenomen dat de in het eerste lid bedoelde informatie op gezette tijden en ten minste eenmaal per maand wordt verstrekt of ter beschikking wordt gesteld op een overeengekomen wijze die de betalingsbegunstigde de mogelijkheid biedt informatie ongewijzigd op te slaan en te reproduceren.

Artikel 71h
1.

Een betaaldienstverlener verstrekt de betaaldienstgebruiker op diens verzoek de in de artikelen 71f, eerste lid, en 71g, eerste lid, bedoelde informatie eenmaal per maand schriftelijk.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van betaaldienstgebruikers aan wie via de website van de betaaldienstverlener de in het eerste lid bedoelde informatie wordt verstrekt, mits de betaaldienstgebruiker geheel of nagenoeg geheel via de website van deze betaaldienstverlener gebruik maakt van de door de desbetreffende betaaldienstverlener verleende betaaldiensten.

Artikel 71i
1.

Met betrekking tot betaalinstrumenten die overeenkomstig een raamovereenkomst voor betaaldiensten uitsluitend worden gebruikt voor afzonderlijke betalingstransacties van maximaal € 30, met een uitgavenlimiet van € 150 of waarop maximaal een bedrag van € 150 tegelijk kan worden opgeslagen verstrekt de betaaldienstverlener, in afwijking van artikel 71e, de betaler uitsluitend informatie over de voornaamste kenmerken van de betaaldienst, met inbegrip van de wijze waarop van het betaalinstrument gebruik kan worden gemaakt, de aansprakelijkheid, alle in rekening gebrachte kosten en andere belangrijke informatie die nodig is om een weloverwogen besluit te nemen;

2.

Een betaaldienstverlener kan, in afwijking van de artikelen 71f tot en met 71h, met de betaaldienstgebruiker overeenkomen dat de betaaldienstverlener na uitvoering van een betalingstransactie:

2.

Voor nationale betalingstransacties worden de in het eerste lid genoemde bedragen verdubbeld.

3.

Voor vooraf betaalde betaalinstrumenten, bedoeld voor nationale betalingstransacties, worden de in het eerste lid genoemde bedragen verhoogd tot € 500.

Artikel 71j
1.

Indien een betalingsbegunstigde een vergoeding verlangt of een korting aanbiedt voor het gebruik van een bepaald betaalinstrument, informeert hij de betaler daarover voordat de betalingstransactie wordt geïnitieerd.

2.

Indien een betaaldienstverlener of een derde een vergoeding verlangt voor het gebruik van een bepaald betaalinstrument, informeert hij de betaaldienstgebruiker daarover voordat de betalingstransactie wordt geïnitieerd.

Artikel 71k

Artikel 59f is van overeenkomstige toepassing op de ingevolge de artikelen 71b tot en met 71j te verstrekken of ter beschikking te stellen informatie.

Artikel 71l

Een betaalinstelling of een elektronischgeldinstelling draagt er zorg voor dat betaaldienstagenten die voor haar rekening handelen, de betaaldienstgebruiker daarvan in kennis stellen. Zij draagt er tevens zorg voor dat haar bijkantoren de betaaldienstgebruiker in kennis stellen van het feit bijkantoor te zijn van de betaalinstelling, onderscheidenlijk de elektronischgeldinstelling.

§ 8.1.7. Informatieverstrekking in het kader van een overeenkomst op afstand

Afdeling 8.2. Overige bepalingen met betrekking tot zorgvuldige dienstverlening

§ 8.1.7. Informatieverstrekking in het kader van een overeenkomst op afstand

§ 8.1.7. Informatieverstrekking in het kader van een overeenkomst op afstand

Hoofdstuk 9. Meldingsplichten

Afdeling 9.1. Melding wijzigingen door financiële ondernemingen

§ 9.1.1. Beheerders

§ 9.1.3. Collectieve vergunninghouders

§ 9.1.2. Beleggingsondernemingen

§ 9.1.1. Beheerders

Afdeling 9.2. Meldingsplicht accountant

Hoofdstuk 10. Aanvullende regels betreffende aanbieden

Afdeling 10.1. Beleggingsobjecten

Afdeling 9.2. Meldingsplicht accountant

§ 10.2.1. Kredietprospectus

§ 10.2.2. Verplichting tot inwinnen van informatie

Afdeling 10.3. Rechten van deelneming in een beleggingsinstelling

§ 10.3.1. Regels voor alle beheerders, belegginginstellingen en bewaarders

§ 10.2.2. Verplichting tot inwinnen van informatie en ten hoogste toegelaten kredietvergoeding

Afdeling 10.4. Verzekeringen

Hoofdstuk 11. Aanvullende regels betreffende bemiddelen

Afdeling 11.1. Algemeen

Afdeling 11.2. Krediet

Afdeling 10.4. Verzekeringen

Hoofdstuk 11. Aanvullende regels betreffende bemiddelen

Hoofdstuk 13. Aanvullende regels betreffende optreden als clearinginstelling

Hoofdstuk 11. Aanvullende regels betreffende bemiddelen

§ 14.1. Algemeen

Hoofdstuk 12. Aanvullende regels betreffende herverzekeringsbemiddelen

Bijlage A. behorend bij artikel 1, onderdeel dd

Bijlage B. behorend bij artikel 5

3. Consumptief krediet

2. Hypothecair krediet

Bijlage C. behorend bij artikel 13

1. Strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a

2.1. Veroordelingen

2. Overige strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a

2.2. Transacties

1.1. Veroordelingen

2.3. (Voorwaardelijk) sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging

2. Hypothecair krediet

2.4. Andere feiten of omstandigheden

5. Fiscaal bestuursrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel d

5.3. Andere feiten of omstandigheden

Bijlage D. Standaardinformatie inzake consumptief krediet

Aanbieder van krediet Adres Telefoonnummer E-mailadres () Fax () Webadres (*) [Identiteit] [Geografisch adres voor gebruik door de consument]
Indien van toepassing: Bemiddelaar in krediet Adres Telefoonnummer () E-mailadres () Fax () Webadres () [Identiteit] [Geografisch adres voor gebruik door de consument]

(*) Deze informatie is voor de aanbieder van krediet facultatief

Telkens als «indien van toepassing» is vermeld, moet de aanbieder van krediet het vak invullen indien de informatie relevant is voor het kredietproduct, of de desbetreffende informatie of het hele vak schrappen indien de informatie niet relevant is voor het soort krediet in kwestie.

De aanwijzingen tussen vierkante haken zijn bedoeld voor de aanbieder van krediet en dienen te worden vervangen door de desbetreffende gegevens.

Het soort krediet
Het totale kredietbedrag Bedoeld wordt het plafond of de som van alle bedragen die op grond van een kredietovereenkomst beschikbaar worden gesteld.
De voorwaarden voor kredietopneming Bedoeld worden het tijdstip en de wijze waarop u het geld zal ontvangen.
De duur van de kredietovereenkomst
Termijnen en, in voorkomend geval, de volgorde waarin de termijnen worden toegerekend U dient het volgende te betalen: [Het bedrag, het aantal en de periodiciteit van de door de consument te verrichten betalingen.] Rente en/of kosten zijn als volgt te betalen:
Totaal door u te betalen bedrag Bedoeld wordt het bedrag van het geleende kapitaal, vermeerderd met de rente en eventuele kosten in verband met uw krediet. [Som van het totale kredietbedrag en de totale kredietkosten]
Indien van toepassing Het krediet wordt verleend in de vorm van uitstel van betaling voor een goed of dienst of wordt gekoppeld aan de levering van een bepaald goed of het aanbieden van een dienst. Naam van het goed/de dienst Contante prijs
Indien van toepassing
Gevraagde zekerheden [Soort zekerheden]
Beschrijving van de door u in verband met de kredietovereenkomst te verstrekken zekerheden.
Indien van toepassing Betalingen geven geen aanleiding tot directe aflossing van het kapitaal.
De debetrentevoet of, indien van toepassing, de verschillende debetrentevoeten die van toepassing zijn op de kredietovereenkomst [% – vast, of – variabel (met de index of referentierente-voet die betrekking heeft op de aanvankelijke debetrentevoet) – perioden]
--- ---
Jaarlijks kostenpercentage (JKP) Dit zijn de totale kosten, uitgedrukt als jaarlijks percentage van het totale kredietbedrag. Aan de hand van het JKP kunt u verschillende aanbiedingen onderling beter vergelijken. [% Een representatief voorbeeld met vermelding van alle voor de berekening van het hier op te geven percentage gebruikte hypothesen]
Is het, met het oog op het verkrijgen van het krediet, in voorkomend geval op de geadverteerde voorwaarden, verplicht om
– een verzekering ter waarborging van het krediet, of Ja/neen [zo ja, soort verzekering aangeven]
– een andere nevendienst af te nemen? Ja/neen [zo ja, soort nevendienst aangeven]
Indien de kosten van deze diensten de aanbieder van krediet niet bekend zijn, worden zij niet in het JKP opgenomen.
Met het krediet verbonden kosten
Indien van toepassing Het aanhouden van een of meer rekeningen is vereist voor de boeking van zowel betalingen als kredietopnemingen
Indien van toepassing Bedrag van de kosten voor het gebruik van een specifiek betaalmiddel (bijvoorbeeld een kredietkaart)
Indien van toepassing Eventuele andere kosten die voortvloeien uit de kredietovereenkomst
Indien van toepassing Voorwaarden waaronder de hierboven genoemde aan de kredietovereenkomst verbonden kosten voor wijziging vatbaar zijn
Indien van toepassing Verplichting tot betaling van notariskosten
Kosten in het geval van betalingsachterstand
Wanbetaling kan ernstige gevolgen voor u hebben (bijvoorbeeld gedwongen verkoop) en kredietverkrijging bemoeilijken. Bij betalingsachterstand wordt u [...(toepasselijke rente en regeling voor de aanpassing ervan en, in voorkomend geval, van de kosten van niet-nakoming)] aangerekend.
Herroepingsrecht U hebt het recht de kredietovereenkomst binnen een periode van 14 kalenderdagen te herroepen. Ja/Neen
--- ---
Vervroegde aflossing U hebt te allen tijde het recht het krediet volledig of gedeeltelijk vervroegd af te betalen.
Indien van toepassing De aanbieder van krediet heeft het recht op vergoeding bij vervroegde aflossing [Bepaling van de vergoeding (berekeningsmethode) overeenkomstig de uitvoeringsbepalingen van artikel 16 van Richtlijn 2008/48/EG]
Raadpleging van een gegevensbank De aanbieder van krediet dient u onverwijld en zonder kosten in kennis te stellen van het resultaat van een raadpleging van een gegevensbestand, indien een kredietaanvraag op basis van een dergelijke raadpleging is verworpen. Het voorgaande is niet van toepassing indien het verstrekken van dergelijke informatie op grond van communautaire wetgeving verboden is of indruist tegen de doelstellingen van de openbare orde of de openbare veiligheid.
Recht om een ontwerpkredietovereenkomst te ontvangen U hebt het recht om op verzoek kosteloos een exemplaar van de ontwerpkredietovereenkomst te verkrijgen. Deze bepaling is niet van toepassing indien de aanbieder van krediet ten tijde van het verzoek niet voornemens is de overeenkomst met u aan te gaan.
Indien van toepassing De periode gedurende welke de aanbieder van krediet door de precontractuele informatie is gebonden. De informatie is gelding van....tot en met....

Indien van toepassing

a) betreffende de aanbieder van krediet
Indien van toepassing
Vertegenwoordiger van de aanbieder van krediet in de lidstaat waar de consument woont [Identiteit]
Adres Telefoonnummer () E-mailadres () Fax () Webadres () [Geografisch adres voor gebruik door de consument]
Indien van toepassing Registratie [Het handelsregister waarin de aanbieder van krediet staat ingeschreven en zijn inschrijvingsnummer of een soortgelijke wijze van identificatie in dat register]
Indien van toepassing De toezichthoudende autoriteit
b) betreffende de kredietovereenkomst
Indien van toepassing Uitoefening van het herroepingsrecht [Praktische instructies voor de uitoefening van het herroepingsrecht, onder andere de termijn waarbinnen het kan worden uitgeoefend, het adres waarnaar de kennisgeving van de uitoefening van het herroepingsrecht moet worden gezonden en de gevolgen van niet-uitoefening van dat recht]
Indien van toepassing De wetgeving die door de aanbieder van krediet wordt gebruikt als grondslag voor de totstandbrenging van betrekkingen met u voorafgaand aan het sluiten van de kredietovereenkomst
Indien van toepassing Clausule inzake het op de kredietovereenkomst van toepassing zijnde recht en/of de bevoegde rechter [Desbetreffende clausule hier op te nemen]
Indien van toepassing Taalregeling Informatie en contractvoorwaarden worden verstrekt in het [bepaalde taal]. Indien u hiermee instemt, zullen wij voor de duur van de kredietovereenkomst communiceren in het [bepaalde taal/talen]
c) betreffende beroepsprocedures
Bestaan van en toegang tot buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures [Of voor de consument die partij is bij de overeenkomst op afstand buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures openstaan en, zo ja, hoe hij die procedures kan inleiden]

(*) Deze informatie is voor de aanbieder van krediet facultatief.

1. Algemene gegevens over de beleggingsinstelling

4. Financiële gegevens over de beheerder en de bewaarders

1. Algemene gegevens over de beleggingsinstelling

2. Overige strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a

4.2. Andere feiten of omstandigheden

2. Gegevens betreffende de uitwisseling van informatie, de verplichtingen inzake vertrouwelijkheid en het witwassen van geld en de financiering van terrorisme:

7. Gegevens over de rechten van deelneming

3.7. Indien van toepassing: de organisatiestructuur van iedere bewaarder die de activa van meer dan een beleggingsinstelling bewaart.

4.1. Een verklaring van een accountant dat aan het bepaalde ingevolge de artikelen 3:53 en 3:57 van de wet is voldaan.

4.2. Indien beschikbaar: een verklaring van een accountant dat de jaarrekening van de beheerder en iedere bewaarder is onderzocht. Indien de verklaring voorbehouden bevat dan wel een oordeelonthouding worden de redenen daarvan in de tekst van de verklaring vermeld.

6.2. Een verklaring dat een verzoek aan de Autoriteit Financiële Markten ingevolge artikel 1:104, eerste lid, onderdeel a, van de wet tot intrekking van de vergunning bekend wordt gemaakt in een landelijk verspreid Nederlands dagblad dan wel aan het adres van iedere deelnemer alsmede op de website van de beheerder.

5.1. De wijze waarop de beheerder periodiek informatie verschaft.

5.2. De datum waarop de jaarrekening en de halfjaarcijfers van de beheerder op grond van zijn statuten of Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek moeten zijn afgesloten.

7. Gegevens over de rechten van deelneming

5.4. Vermelding van het feit dat de statuten, de jaarrekeningen en jaarverslagen van de beheerder en iedere bewaarder en de halfjaarcijfers van de beheerder op de website beschikbaar zijn en dat deze stukken voor de deelnemers bij de beheerder kosteloos verkrijgbaar zijn.

1.3. Indien in het kader van het beheer of de bewaring van de activa van de beleggingsinstelling werkzaamheden zijn of worden uitbesteed ten minste de volgende gegevens:

7. Gegevens over de rechten van deelneming

6.2. Een verklaring dat een verzoek aan de Autoriteit Financiële Markten ingevolge artikel 1:104, eerste lid, onderdeel a, van de wet tot intrekking van de vergunning bekend wordt gemaakt in een landelijk verspreid Nederlands dagblad dan wel aan het adres van iedere deelnemer alsmede op de website van de beheerder.

11. Gegevens over de vergadering van deelnemers

1.7. Indien van toepassing: een beschrijving van de hoofdlijnen van de overeenkomst ter zake van beheer en bewaring tussen de beheerder en de bewaarder van de beleggingsinstelling en mededeling dat op verzoek een afschrift van de overeenkomst kan worden verkregen tegen ten hoogste de kostprijs.

1.1. De rechtsvorm van de beleggingsinstelling.

8. Gegevens over het risicoprofiel van de beleggingsinstelling

1.3. Indien in het kader van het beheer of de bewaring van de activa van de beleggingsinstelling werkzaamheden zijn of worden uitbesteed ten minste de volgende gegevens:

1.4. De naam van adviseurs en adviesbureaus van wier diensten de beleggingsinstelling ter zake van haar beleggingen gebruik maakt. Indien het een instelling voor collectieve belegging in effecten betreft: de werkzaamheden van de adviseurs en adviesbureaus, voor zover het beroep op hun diensten bij overeenkomst is vastgelegd, en op welke wijze de kosten van de werkzaamheden ten laste komen van het resultaat van de beleggingsinstelling, in mindering worden gebracht op het beheerde vermogen of anderszins direct of indirect ten laste komen van de deelnemers in de beleggingsinstelling, en de vermelding van belang kan zijn voor de deelnemers.

1.5. Indien van toepassing: de naam en het kantooradres van de accountant die de jaarrekening van de beleggingsinstelling over het laatste boekjaar heeft gecontroleerd.

13. Gegevens over het belastingstelsel

1.7. Indien van toepassing: een beschrijving van de hoofdlijnen van de overeenkomst ter zake van beheer en bewaring tussen de beheerder en de bewaarder van de beleggingsinstelling en mededeling dat op verzoek een afschrift van de overeenkomst kan worden verkregen tegen ten hoogste de kostprijs.

1.8. Een verklaring dat de bewaarder volgens het recht van de staat waar de beleggingsinstelling haar zetel heeft jegens de beleggingsinstelling en de deelnemers aansprakelijk is voor door hen geleden schade voorzover de schade het gevolg is van verwijtbare niet-nakoming of gebrekkige nakoming van zijn verplichtingen, ook wanneer de bewaarder de bij hem in bewaring gegeven activa geheel of ten dele aan een derde heeft toevertrouwd.

14. Gegevens over het beleid ten aanzien van stemrechten en -gedrag

1.10. De namen van eventuele andere beleggingsinstellingen die worden beheerd door de beheerder van de beleggingsinstelling.

Bijlage F. behorend bij artikel 171

Diploma Instelling Eindtermen
Algemeen
Oriëntatie Financiële instellingen NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Algemene Opleiding Bankbedrijf NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Oriëntatie Bankbedrijf NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Inleiding verzekeringsbedrijf SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
Basiscursus Intermediair SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
A-Algemeen SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
Financiële planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdeel 1 van bijlage B
Consumptief krediet
Consumentenkrediet NIBE-SVV Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Financiering SEA/SEFD Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Financiële planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Consumptief krediet SEA/SEFD Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Consumentenkrediet Innovam Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Hypothecair krediet
Erkend hypotheekadviseur2 SEH Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B.
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Hypotheekadviseur en Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Woningfinanciering 2 en Assurantiebemiddeling B NIBE-SVV/ SEA/SEFD Onderdelen 1 en 2, voorzover dit onderdeel geen betrekking heeft op kapitaalverzekeringen, van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Beleggingsproducten (variant b)
DSI-registratie als (senior) Beleggingsadviseur (DSI) Onderdeel 1 van bijlage B
DSI-registratie als (senior) Vermogensbeheerder (DSI) Onderdeel 1 van bijlage B
Beleggingsproducten (variant a)
DSI-registratie als (senior) Beleggingsadviseur (DSI) Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
DSI-registratie als (senior) Vermogensbeheerder (DSI) Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Vermogensplanning NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Gevolmachtigd agent
Assurantiebemiddeling A en Gevolmachtigde Agent SEA/SEFD Onderdelen 1 en 6 van bijlage B
Schadeverzekeringen
Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Erkend Assurantieagent (B) SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Assurantiebemiddeling A SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Verklaring bedoeld in artikel 4, achtste lid, tweede volzin, Wabb Sociaal-Economische Raad Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
A-modules: Algemeen, Brand, Transport en Varia SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Branchediploma’s: Brand, Transport, M&S en Varia SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Levensverzekeringen
Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Erkend assurantieagent (B) SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Assurantiebemiddeling A SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Verklaring bedoeld in artikel 4, achtste lid, tweede volzin, van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf Sociaal-Economische Raad Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
A-modules: Algemeen en Leven SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Branche diploma Leven SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
VP-leven en Pensioenpraktijk SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B

1 Of daaraan door de FFP tot en met 2002 gelijk gestelde diplomavereisten.

2 Of anderszins bij de SEH geregistreerd als Erkend Hypotheekadviseur.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

§ 2.5. Instituten voor permanente educatie

Artikel 11a

Aan artikel 7, eerste lid, voldoet degene die binnen achttien maanden na inwerkingtreding van PE-toetstermen:

Artikel 11b
1.

Onze Minister erkent een instituut voor permanente educatie op aanvraag, indien de aanvrager heeft aangetoond te zullen voldoen aan artikel 11c, voor zover het in dat artikel bepaalde op de aanvrager van toepassing is.

2.

Onze Minister beslist op een aanvraag om erkenning binnen vier maanden nadat de aanvraag is ingediend. De beslissingstermijn kan ten hoogste tweemaal met twee maanden worden verlengd.

3.

Onze Minister kan aan een erkenning voorschriften verbinden.

4.

Onze Minister kan een erkenning intrekken:

Artikel 11c
1.

Een erkend instituut voor permanente educatie beschikt over:

2.

Een erkend instituut voor permanente educatie biedt een PE-onderwijsprogramma meerdere malen in Nederland aan waarbij kandidaten die beschikken over het relevante diploma, bedoeld in artikel 6, worden toegelaten.

3.

Een erkend instituut voor permanente educatie stemt in met een door Onze Minister te organiseren controle.

4.

Een erkend instituut voor permanente educatie verzorgt het PE-onderwijsprogramma met een toetsend element dat alle PE-toetstermen voor de desbetreffende module omvat en levert daarbij tevens cursusmateriaal dat als naslagwerk kan dienen voor kandidaten.

5.

Een erkend instituut voor permanente educatie stelt Onze Minister in kennis van een nieuw ontwikkeld PE-onderwijsprogramma.

6.

Een erkend instituut voor permanente educatie legt een nieuw ontwikkeld PE-onderwijsprogramma ter beoordeling voor aan Onze Minister.

7.

Een erkend instituut voor permanente educatie draagt zorg voor een vakinhoudelijk juiste en objectieve beoordeling van de aangeboden PE-onderwijsprogramma’s.

8.

Een erkend instituut voor permanente educatie neemt de maatregelen die redelijkerwijs nodig zijn om te bevorderen dat PE-onderwijsprogramma’s op een correcte en eerlijke wijze worden aangeboden en draagt zorg voor een vakinhoudelijke juiste en objectieve beoordeling van kandidaten.

9.

Het aantal kandidaten per PE-onderwijsprogramma dat een erkend instituut voor permanente educatie aanbiedt, bedraagt ten hoogste 25 personen.

10.

Een erkend instituut voor permanente educatie beschikt over en handelt in overeenstemming met een PE-reglement waarin ten minste de volgende onderwerpen met betrekking tot het PE-onderwijsprogramma adequaat zijn geregeld:

Artikel 11d
1.

Een erkend instituut voor permanente educatie verstrekt aan Onze Minister twee maanden na de periode, bedoeld in artikel 7, een opgave van het aantal afgenomen PE-onderwijsprogramma’s, de geanonimiseerde klachten over de PE-onderwijsprogramma’s, de slagingspercentages die zijn geregistreerd door het instituut voor permanente educatie en een analyse daarvan.

2.

Een erkend instituut voor permanente educatie verstrekt aan Onze Minister op diens verzoek de gegevens die Onze Minister nodig heeft voor de uitoefening van zijn in dit hoofdstuk omschreven taken.

3.

Met het toezicht op de naleving van de artikelen 11b en 11c zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen.

4.

Van een besluit als bedoeld in het derde lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

Artikel 11e

Een erkenning die is verleend op grond van artikel 3 van de Erkenningsregeling permanente educatie Wft berust na de inwerkingtreding van het Wijzigingsbesluit financiële markten 2010 op artikel 11b, eerste lid.

Hoofdstuk 4. Integere uitoefening van het bedrijf

§ 4.1. Beheerders, beleggingsinstellingen, bewaarders en pensioenbewaarders

§ 4.3. Financiëledienstverleners

Hoofdstuk 5. Beheerste uitoefening van het bedrijf

§ 5.2. Gedragsaspecten van de bedrijfsvoering

Hoofdstuk 7. Klachtenafhandeling

§ 7.1. Interne klachtenprocedure

§ 7.2. Erkende geschilleninstantie

Hoofdstuk 8. Zorgvuldige dienstverlening

Afdeling 8.1. Informatieverstrekking

§ 7.2. Erkende geschilleninstantie

§ 8.1.1. Inleidende bepaling

§ 8.1.2. Algemene informatie over financiële ondernemingen

§ 8.1.4. Verplichte precontractuele informatie

Artikel 59g
1.

Een betaaldienstverlener brengt een betaaldienstgebruiker geen kosten in rekening voor de ingevolge de artikelen 59a tot en met 59e te verstrekken informatie.

2.

Een betaaldienstverlener en een betaaldienstgebruiker kunnen overeenkomen dat kosten in rekening worden gebracht voor door de betaaldienstgebruiker gevraagde aanvullende informatie of voor informatie die frequenter of met andere communicatiemiddelen wordt verstrekt dan in de raamovereenkomst voor betaaldiensten is bepaald.

3.

Kosten die de betaaldienstverlener ingevolge het tweede lid in rekening mag brengen zijn passend en in overeenstemming met de kosten die de betaaldienstverlener feitelijk heeft gemaakt.

§ 8.1.5. Financiële bijsluiter

Afdeling 8.2. Overige bepalingen met betrekking tot zorgvuldige dienstverlening

§ 8.2.1. Verplichting tot inwinnen van informatie door beleggingsondernemingen

Hoofdstuk 9. Meldingsplichten

Afdeling 9.1. Melding wijzigingen door financiële ondernemingen

§ 9.1.4. Financiëledienstverleners

§ 9.1.2. Beleggingsondernemingen

Hoofdstuk 10. Aanvullende regels betreffende aanbieden

Afdeling 10.1. Beleggingsobjecten

Afdeling 10.1. Beleggingsobjecten

§ 9.1.4. Financiëledienstverleners

§ 10.2.1. Kredietprospectus

Afdeling 9.2. Meldingsplicht accountant

§ 10.2.2. Verplichting tot inwinnen van informatie

§ 10.2.1. Precontractuele informatie inzake krediet

Afdeling 10.4. Verzekeringen

Hoofdstuk 11. Aanvullende regels betreffende bemiddelen

Afdeling 11.1. Algemeen

Afdeling 11.1. Algemeen

Afdeling 11.1. Algemeen

Hoofdstuk 12. Aanvullende regels betreffende herverzekeringsbemiddelen

Hoofdstuk 13. Aanvullende regels betreffende optreden als clearinginstelling

Hoofdstuk 14. Aanvullende regels betreffende verlenen van beleggingsdiensten en verrichten van beleggingsactiviteiten

§ 14.1. Algemeen

Hoofdstuk 15. Slotbepalingen

Bijlage A. behorend bij artikel 1, onderdeel dd

Bijlage B. behorend bij artikel 5

1. Basismodule vakbekwaamheid

1. Basismodule vakbekwaamheid

2. Overige strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a

3.1. Persoonlijk

2. Hypothecair krediet

3. Financiële antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel b

Bijlage D. behorend bij artikel 117

3.1. Persoonlijk

3. Consumptief krediet

5. Levensverzekeringen

2. Gegevens over de personen die het (dagelijks) beleid van de beheerder en iedere bewaarder (mede) bepalen of onderdeel zijn van een toezichthoudend orgaan van de beheerder en iedere bewaarder

Bijlage E. behorend bij artikel 118, eerste lid

6. Volmacht

2.3. (Voorwaardelijk) sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging

2. Gegevens betreffende de uitwisseling van informatie, de verplichtingen inzake vertrouwelijkheid en het witwassen van geld en de financiering van terrorisme:

7. Gegevens over de rechten van deelneming

6.1. De regels en voorwaarden die gelden bij een vervanging van de beheerder of de bewaarder.

1.6. Indien van toepassing: de naam van de bewaarder die de activa van de beleggingsinstelling bewaart.

2. Gegevens over de personen die het (dagelijks) beleid van de beleggingsmaatschappij (mede) bepalen of onderdeel zijn van een toezichthoudend orgaan van de beleggingsmaatschappij

1.6. Indien van toepassing: de naam van de bewaarder die de activa van de beleggingsinstelling bewaart.

3. Gegevens over wijzigingen in de voorwaarden

1.9. Een beschrijving van de formele of feitelijke zeggenschapsstructuur waarin de beleggingsmaatschappij met andere personen is verbonden.

8. Gegevens over het risicoprofiel van de beleggingsinstelling

1.11. De wijze waarop deelnemers klachten over de beleggingsinstelling kunnen indienen bij de beheerder.

3.5. Vermelding van het feit dat een wijziging van de voorwaarden die gelden tussen de beleggingsinstelling en de deelnemers waardoor het beleggingsbeleid wordt gewijzigd niet wordt ingevoerd voordat een maand is verstreken na bekendmaking van de wijziging als bedoeld onder 3.3 en dat deelnemers binnen deze periode onder de gebruikelijke voorwaarden kunnen uittreden.

De namen van de personen die het beleid van de beleggingsmaatschappij bepalen of mede bepalen of die onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de beleggingsmaatschappij, vermelding van de voornaamste door deze personen buiten de beleggingsmaatschappij uitgeoefende activiteiten voor zover deze activiteiten verband houden met de werkzaamheden van de beleggingsmaatschappij.

3. Gegevens over wijzigingen in de voorwaarden

3.1. De wijze waarop de voorwaarden die gelden tussen de beleggingsinstelling en de deelnemers kunnen worden gewijzigd.

3.2. Vermelding van het feit dat een voorstel tot wijziging van de voorwaarden die gelden tussen de beleggingsinstelling en de deelnemers bekend wordt gemaakt in een advertentie in een landelijk verspreid Nederlands dagblad dan wel aan het adres van iedere deelnemer alsmede op de website van de beheerder en dat het voorstel tot wijziging op de website van de beheerder wordt toegelicht.

14. Gegevens over het beleid ten aanzien van stemrechten en -gedrag

3.4. Dat een wijziging van de voorwaarden die gelden tussen de beleggingsinstelling en de deelnemers waardoor rechten of zekerheden van de deelnemers worden verminderd of lasten aan de deelnemers worden opgelegd tegenover de deelnemers niet wordt ingeroepen voordat een maand is verstreken na bekendmaking van de wijziging als bedoeld onder 3.3 en dat deelnemers binnen deze periode onder de gebruikelijke voorwaarden kunnen uittreden.

Bijlage F. behorend bij artikel 171

Diploma Instelling Eindtermen
Algemeen
Oriëntatie Financiële instellingen NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Algemene Opleiding Bankbedrijf NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Oriëntatie Bankbedrijf NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Inleiding verzekeringsbedrijf SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
Basiscursus Intermediair SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
A-Algemeen SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
Financiële planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdeel 1 van bijlage B
Consumptief krediet
Consumentenkrediet NIBE-SVV Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Financiering SEA/SEFD Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Financiële planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Consumptief krediet SEA/SEFD Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Consumentenkrediet Innovam Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Hypothecair krediet
Erkend hypotheekadviseur2 SEH Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B.
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Hypotheekadviseur en Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Woningfinanciering 2 en Assurantiebemiddeling B NIBE-SVV/ SEA/SEFD Onderdelen 1 en 2, voorzover dit onderdeel geen betrekking heeft op kapitaalverzekeringen, van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Beleggingsproducten (variant b)
DSI-registratie als (senior) Beleggingsadviseur (DSI) Onderdeel 1 van bijlage B
DSI-registratie als (senior) Vermogensbeheerder (DSI) Onderdeel 1 van bijlage B
Beleggingsproducten (variant a)
DSI-registratie als (senior) Beleggingsadviseur (DSI) Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
DSI-registratie als (senior) Vermogensbeheerder (DSI) Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Vermogensplanning NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Gevolmachtigd agent
Assurantiebemiddeling A en Gevolmachtigde Agent SEA/SEFD Onderdelen 1 en 6 van bijlage B
Schadeverzekeringen
Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Erkend Assurantieagent (B) SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Assurantiebemiddeling A SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Verklaring bedoeld in artikel 4, achtste lid, tweede volzin, Wabb Sociaal-Economische Raad Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
A-modules: Algemeen, Brand, Transport en Varia SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Branchediploma’s: Brand, Transport, M&S en Varia SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Levensverzekeringen
Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Erkend assurantieagent (B) SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Assurantiebemiddeling A SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Verklaring bedoeld in artikel 4, achtste lid, tweede volzin, van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf Sociaal-Economische Raad Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
A-modules: Algemeen en Leven SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Branche diploma Leven SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
VP-leven en Pensioenpraktijk SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B

1 Of daaraan door de FFP tot en met 2002 gelijk gestelde diplomavereisten.

2 Of anderszins bij de SEH geregistreerd als Erkend Hypotheekadviseur.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 35i
1.

Een financiële onderneming legt het beleid inzake beloningen als bedoeld in artikel 86a schriftelijk vast en draagt er zorg voor dit beleid te implementeren en in stand te houden. Het beleid is afgestemd op de omvang en organisatie van de financiële onderneming en aan de aard, omvang en complexiteit van haar bedrijf.

2.

Het beleid inzake beloningen omschrijft, onder verwijzing naar de specifieke financiële diensten of andere activiteiten die door of in naam van de financiële onderneming worden verleend respectievelijk verricht, de beloningscomponenten en beloningsstructuren die kunnen leiden tot het risico van onzorgvuldige behandeling van consumenten, cliënten of deelnemers, alsmede de te volgen procedures en maatregelen die dat risico voorkomen en beheersen.

3.

Een financiële onderneming beschikt over procedures en maatregelen ter uitvoering van het beleid, als bedoeld in het eerste lid.

4.

De Autoriteit Financiële Markten kan regels stellen met betrekking tot:

Hoofdstuk 6. Uitbesteden van werkzaamheden

Hoofdstuk 7. Klachtenafhandeling

§ 7.1. Interne klachtenprocedure

Hoofdstuk 8. Zorgvuldige dienstverlening

Afdeling 8.1. Informatieverstrekking

§ 8.1.1. Inleidende bepaling

Artikel 50a

Een financiële onderneming maakt een beschrijving van haar beleid inzake beloningen openbaar. De Autoriteit Financiële Markten kan regels stellen met betrekking tot de inhoud en de wijze van openbaarmaking.

§ 8.1.1a. Cliëntenclassificatie

§ 8.1.2a. Informatieverstrekking door beleggingsondernemingen

§ 8.1.5. Financiële bijsluiter

§ 8.1.7. Informatieverstrekking in het kader van een overeenkomst op afstand

Afdeling 8.2. Overige bepalingen met betrekking tot zorgvuldige dienstverlening

Artikel 86a

Een financiële onderneming voert een beleid inzake beloningen dat erop is gericht te voorkomen dat de beloning van degenen die het beleid van de onderneming bepalen of mede bepalen, haar werknemers en andere natuurlijke personen die zich onder haar verantwoordelijkheid bezighouden met het verlenen van financiële diensten of andere activiteiten leidt tot onzorgvuldige behandeling van consumenten, cliënten of deelnemers.

Hoofdstuk 9. Meldingsplichten

Afdeling 9.1. Melding wijzigingen door financiële ondernemingen

§ 9.1.1. Beheerders

§ 9.1.3. Collectieve vergunninghouders

§ 9.1.3. Collectieve vergunninghouders

§ 9.1.5. Verzekeraars

Afdeling 9.2. Meldingsplicht accountant

Hoofdstuk 10. Aanvullende regels betreffende aanbieden

Afdeling 10.1. Beleggingsobjecten

§ 10.2.1. Precontractuele informatie inzake krediet

Afdeling 10.3. Rechten van deelneming in een beleggingsinstelling

§ 10.3.1. Regels voor alle beheerders, belegginginstellingen en bewaarders

§ 10.3.2. Aanvullende regels voor instellingen voor collectieve belegging in effecten

Afdeling 10.4. Verzekeringen

Hoofdstuk 11. Aanvullende regels betreffende bemiddelen

Afdeling 11.1. Algemeen

Afdeling 11.2. Krediet

Afdeling 11.3. Verzekeringen

Hoofdstuk 12. Aanvullende regels betreffende herverzekeringsbemiddelen

Hoofdstuk 12. Aanvullende regels betreffende herverzekeringsbemiddelen

Hoofdstuk 13. Aanvullende regels betreffende optreden als clearinginstelling

§ 14.1. Algemeen

Hoofdstuk 14a. Premiepensioeninstellingen

Artikel 168b

Een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:71c, eerste lid, van de wet, bepaalt, voor zover van toepassing, in ieder geval:

Artikel 168c

Een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:71c, tweede lid, van de wet, bepaalt in ieder geval dat:

Hoofdstuk 15. Slotbepalingen

Bijlage B. behorend bij artikel 5

1. Basismodule vakbekwaamheid

Bijlage C. behorend bij artikel 13

1.1. Veroordelingen

2.3. (Voorwaardelijk) sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging

Bijlage D. behorend bij artikel 117

2. Gegevens over de personen die het (dagelijks) beleid van de beheerder en iedere bewaarder (mede) bepalen of onderdeel zijn van een toezichthoudend orgaan van de beheerder en iedere bewaarder

6. Gegevens over vervanging van de beheerder of de bewaarder

Bijlage E. behorend bij artikel 118, eerste lid

2.2. Transacties

3.1. Persoonlijk

5.3. De datum waarop de jaarrekening van iedere bewaarder op grond van zijn statuten of Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek moet zijn afgesloten.

1. Algemene gegevens over de beleggingsinstelling

1.2. De naam van de beleggingsinstelling, de statutaire zetel en plaats van het hoofdkantoor van de beleggingsinstelling, de oprichtingsdatum, de tijd waarvoor de beleggingsinstelling is opgericht indien deze niet voor onbepaalde tijd is aangegaan, en, indien van toepassing, het nummer van de inschrijving van de beleggingsinstelling in het handelsregister en de plaats van de inschrijving.

9. Gegevens over het behaalde rendement van de beleggingsinstelling

10. Gegevens over opheffing van de beleggingsinstelling

4. Gegevens over informatieverstrekking

4.1. De wijze waarop de beleggingsinstelling periodiek informatie verstrekt.

12. Gegevens over waardering activa

3.3. Vermelding van het feit dat een wijziging van de voorwaarden die gelden tussen de beleggingsinstelling en de deelnemers bekend wordt gemaakt in een advertentie in een landelijk verspreid Nederlands dagblad dan wel aan het adres van iedere deelnemer alsmede op de website van de beheerder, en dat de wijziging op de website van de beheerder wordt toegelicht.

3.5. Vermelding van het feit dat een wijziging van de voorwaarden die gelden tussen de beleggingsinstelling en de deelnemers waardoor het beleggingsbeleid wordt gewijzigd niet wordt ingevoerd voordat een maand is verstreken na bekendmaking van de wijziging als bedoeld onder 3.3 en dat deelnemers binnen deze periode onder de gebruikelijke voorwaarden kunnen uittreden.

4. Gegevens over informatieverstrekking

4.1. De wijze waarop de beleggingsinstelling periodiek informatie verstrekt.

4.2. De datum waarop de jaarrekening en de halfjaarcijfers van de beleggingsinstelling op grond van haar voorwaarden of Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek moeten zijn afgesloten, vermelding van het feit dat deze stukken op de website van de beheerder beschikbaar zijn en dat deze stukken voor de deelnemers bij de beheerder kosteloos verkrijgbaar zijn.

11. Gegevens over de vergadering van deelnemers

4.4. Vermelding van het feit dat aan een ieder op verzoek kosteloos een afschrift van het fondsreglement of de statuten wordt verstrekt.

Bijlage F. behorend bij artikel 171

Diploma Instelling Eindtermen
Algemeen
Oriëntatie Financiële instellingen NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Algemene Opleiding Bankbedrijf NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Oriëntatie Bankbedrijf NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Inleiding verzekeringsbedrijf SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
Basiscursus Intermediair SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
A-Algemeen SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
Financiële planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdeel 1 van bijlage B
Consumptief krediet
Consumentenkrediet NIBE-SVV Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Financiering SEA/SEFD Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Financiële planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Consumptief krediet SEA/SEFD Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Consumentenkrediet Innovam Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Hypothecair krediet
Erkend hypotheekadviseur2 SEH Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B.
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Hypotheekadviseur en Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Woningfinanciering 2 en Assurantiebemiddeling B NIBE-SVV/ SEA/SEFD Onderdelen 1 en 2, voorzover dit onderdeel geen betrekking heeft op kapitaalverzekeringen, van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Beleggingsproducten (variant b)
DSI-registratie als (senior) Beleggingsadviseur (DSI) Onderdeel 1 van bijlage B
DSI-registratie als (senior) Vermogensbeheerder (DSI) Onderdeel 1 van bijlage B
Beleggingsproducten (variant a)
DSI-registratie als (senior) Beleggingsadviseur (DSI) Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
DSI-registratie als (senior) Vermogensbeheerder (DSI) Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Vermogensplanning NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Gevolmachtigd agent
Assurantiebemiddeling A en Gevolmachtigde Agent SEA/SEFD Onderdelen 1 en 6 van bijlage B
Schadeverzekeringen
Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Erkend Assurantieagent (B) SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Assurantiebemiddeling A SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Verklaring bedoeld in artikel 4, achtste lid, tweede volzin, Wabb Sociaal-Economische Raad Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
A-modules: Algemeen, Brand, Transport en Varia SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Branchediploma’s: Brand, Transport, M&S en Varia SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Levensverzekeringen
Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Erkend assurantieagent (B) SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Assurantiebemiddeling A SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Verklaring bedoeld in artikel 4, achtste lid, tweede volzin, van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf Sociaal-Economische Raad Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
A-modules: Algemeen en Leven SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Branche diploma Leven SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
VP-leven en Pensioenpraktijk SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B

1 Of daaraan door de FFP tot en met 2002 gelijk gestelde diplomavereisten.

2 Of anderszins bij de SEH geregistreerd als Erkend Hypotheekadviseur.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 34a
1.

Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten stelt procedures en regelingen vast en past die toe zodat hij in staat is om de Autoriteit Financiële Markten op verzoek zo spoedig mogelijk financiële verslagen te verstrekken die een getrouw beeld geven van zijn financiële positie en die aan alle toepasselijke standaarden en regels voor financiële verslaggeving voldoen.

2.

Onverminderd artikel 34 wordt de administratie van een instelling voor collectieve belegging in effecten zodanig gevoerd dat de activa en passiva van de instelling voor collectieve belegging in effecten te allen tijde rechtstreeks kunnen worden geïdentificeerd.

3.

Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten onderwerpt de waardevaststelling van financiële derivaten, bedoeld in artikel 34, derde lid, aan een adequate, accurate en onafhankelijke toetsing.

4.

De procedure met betrekking tot de waardevaststelling van financiële derivaten, bedoeld in artikel 34, derde lid, is adequaat en evenredig gelet op de aard en complexiteit van de desbetreffende financiële derivaten.

5.

De procedure, bedoeld in het vierde lid, wordt op adequate wijze vastgelegd.

Hoofdstuk 6. Uitbesteden van werkzaamheden

Artikel 38k
1.

De artikelen 37, 38g, 38h en 38j zijn slechts van toepassing op het uitbesteden van werkzaamheden door betaalinstellingen of elektronischgeldinstellingen voor zover het belangrijke werkzaamheden betreft.

2.

Een werkzaamheid wordt als belangrijk aangemerkt indien een gebrekkige of tekortschietende uitvoering ervan wezenlijk afbreuk zou doen aan de naleving door de betaalinstelling of de elektronischgeldinstelling van de vergunningsvereisten, als bedoeld in artikel 2:3b van de wet respectievelijk artikel 2:10b van de wet, of van andere verplichtingen ingevolge de wet of Titel 7B van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel aan haar financiële resultaten of de soliditeit of continuïteit van haar betaaldiensten of uitgifte van elektronisch geld.

Hoofdstuk 7. Klachtenafhandeling

Hoofdstuk 8. Zorgvuldige dienstverlening

Afdeling 8.1. Informatieverstrekking

§ 8.1.2. Algemene informatie over financiële ondernemingen

§ 8.1.3. Reclame-uitingen en andere onverplichte precontractuele informatie

§ 8.1.6. Informatie gedurende de looptijd van een overeenkomst

§ 8.1.7. Informatieverstrekking in het kader van een overeenkomst op afstand

Afdeling 8.2. Overige bepalingen met betrekking tot zorgvuldige dienstverlening

§ 8.2.1. Verplichting tot inwinnen van informatie door beleggingsondernemingen

§ 8.2.2. Bepalingen ter uitvoering van artikel 4:25, eerste lid, van de wet

Hoofdstuk 9. Meldingsplichten

Afdeling 9.1. Melding wijzigingen door financiële ondernemingen

§ 9.1.1. Beheerders

§ 9.1.5. Verzekeraars

Afdeling 9.2. Meldingsplicht accountant

Hoofdstuk 10. Aanvullende regels betreffende aanbieden

Afdeling 10.1. Beleggingsobjecten

Afdeling 10.2. Krediet

§ 9.1.5. Verzekeraars

Afdeling 10.1. Beleggingsobjecten

§ 10.3.1. Regels voor alle beheerders, belegginginstellingen en bewaarders

§ 10.2.2. Verplichting tot inwinnen van informatie en ten hoogste toegelaten kredietvergoeding

Afdeling 10.4. Verzekeringen

Hoofdstuk 11. Aanvullende regels betreffende bemiddelen

Afdeling 10.4. Verzekeringen

Afdeling 11.2. Krediet

Hoofdstuk 14. Aanvullende regels betreffende verlenen van beleggingsdiensten en verrichten van beleggingsactiviteiten

§ 14.1. Algemeen

Hoofdstuk 14a. Premiepensioeninstellingen

Hoofdstuk 15. Slotbepalingen

Bijlage A. behorend bij artikel 1, definitie «theoretische looptijd»

Bijlage B. behorend bij artikel 5

Bijlage C. behorend bij artikel 13

2.1. Veroordelingen

3. Financiële antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel b

Bijlage D. behorend bij artikel 117

3. Algemene gegevens over de beheerder en de bewaarders

Bijlage E. behorend bij artikel 118, eerste lid

4. Financiële gegevens over de beheerder en de bewaarders

3. Gegevens over wijzigingen in de voorwaarden

3.3. Andere feiten of omstandigheden

11. Gegevens over de vergadering van deelnemers

9. Gegevens over het behaalde rendement van de beleggingsinstelling

4.7. Vermelding van het feit dat de betaalbaarstelling van uitkeringen aan deelnemers in de beleggingsinstelling, de samenstelling van de uitkeringen alsmede de wijze van betaalbaarstelling worden bekendgemaakt per advertentie in een landelijk verspreid Nederlands dagblad dan wel aan het adres van iedere deelnemer alsmede op de website van de beheerder.

9. Gegevens over het behaalde rendement van de beleggingsinstelling

4.3. De plaatsen waar de vergunning van de beheerder van de beleggingsinstelling en het fondsreglement of de statuten van de beleggingsinstelling verkrijgbaar zijn.

10. Gegevens over opheffing van de beleggingsinstelling

4.6. Vermelding van het feit dat aan de deelnemers in de beleggingsinstelling op verzoek tegen ten hoogste de kostprijs de volgende gegevens worden verstrekt:

Bijlage F. behorend bij artikel 171

Diploma Instelling Eindtermen
Algemeen
Oriëntatie Financiële instellingen NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Algemene Opleiding Bankbedrijf NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Oriëntatie Bankbedrijf NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Inleiding verzekeringsbedrijf SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
Basiscursus Intermediair SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
A-Algemeen SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
Financiële planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdeel 1 van bijlage B
Consumptief krediet
Consumentenkrediet NIBE-SVV Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Financiering SEA/SEFD Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Financiële planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Consumptief krediet SEA/SEFD Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Consumentenkrediet Innovam Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Hypothecair krediet
Erkend hypotheekadviseur2 SEH Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B.
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Hypotheekadviseur en Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Woningfinanciering 2 en Assurantiebemiddeling B NIBE-SVV/ SEA/SEFD Onderdelen 1 en 2, voorzover dit onderdeel geen betrekking heeft op kapitaalverzekeringen, van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Beleggingsproducten (variant b)
DSI-registratie als (senior) Beleggingsadviseur (DSI) Onderdeel 1 van bijlage B
DSI-registratie als (senior) Vermogensbeheerder (DSI) Onderdeel 1 van bijlage B
Beleggingsproducten (variant a)
DSI-registratie als (senior) Beleggingsadviseur (DSI) Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
DSI-registratie als (senior) Vermogensbeheerder (DSI) Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Vermogensplanning NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Gevolmachtigd agent
Assurantiebemiddeling A en Gevolmachtigde Agent SEA/SEFD Onderdelen 1 en 6 van bijlage B
Schadeverzekeringen
Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Erkend Assurantieagent (B) SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Assurantiebemiddeling A SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Verklaring bedoeld in artikel 4, achtste lid, tweede volzin, Wabb Sociaal-Economische Raad Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
A-modules: Algemeen, Brand, Transport en Varia SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Branchediploma’s: Brand, Transport, M&S en Varia SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Levensverzekeringen
Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Erkend assurantieagent (B) SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Assurantiebemiddeling A SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Verklaring bedoeld in artikel 4, achtste lid, tweede volzin, van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf Sociaal-Economische Raad Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
A-modules: Algemeen en Leven SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Branche diploma Leven SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
VP-leven en Pensioenpraktijk SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B

1 Of daaraan door de FFP tot en met 2002 gelijk gestelde diplomavereisten.

2 Of anderszins bij de SEH geregistreerd als Erkend Hypotheekadviseur.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 68a

Gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake hypothecair krediet met een variabele kredietvergoeding informeert de aanbieder de consument over elke wijziging van de kredietvergoeding, waarbij hij de consument tevens informeert over het gewijzigde jaarlijks kostenpercentage.

Afdeling 8.2. Overige bepalingen met betrekking tot zorgvuldige dienstverlening

§ 8.2.2. Bepalingen ter uitvoering van artikel 4:25, eerste lid, van de wet

Hoofdstuk 9. Meldingsplichten

Afdeling 9.1. Melding wijzigingen door financiële ondernemingen

§ 9.1.1. Beheerders

§ 9.1.2. Beleggingsondernemingen

§ 9.1.3. Collectieve vergunninghouders

§ 9.1.5. Verzekeraars

Afdeling 9.2. Meldingsplicht accountant

Afdeling 10.1a. Elektronisch geld

Artikel 112a
1.

De informatie, bedoeld in artikel 4:33, eerste lid, van de wet met betrekking tot krediet in de vorm van een geoorloofde debetstand waarbij is overeengekomen dat de ter zake verschuldigde betaling van de consument op verzoek of binnen een termijn van één tot drie maanden plaatsvindt, wordt schriftelijk of op een andere duurzame drager verstrekt.

2.

De informatie bevat de volgende gegevens:

3.

De informatie kan worden verstrekt door gebruikmaking van het formulier, opgenomen in bijlage E van dit besluit. Alle informatie wordt even opvallend weergegeven.

4.

De aanbieder verstrekt aan de consument op zijn verzoek een kosteloos exemplaar van de ontwerpovereenkomst inzake krediet, tenzij de aanbieder op het tijdstip van het verzoek niet voornemens is de overeenkomst met de consument aan te gaan.

5.

Indien de overeenkomst op verzoek van de consument tot stand is gekomen met gebruikmaking van een techniek voor communicatie op afstand waardoor de in het eerste lid bedoelde informatie niet op de in dat lid voorgeschreven wijze voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst kan worden verstrekt, verstrekt de aanbieder, in afwijking van het eerste lid, de informatie, bedoeld in artikel 7:61 van het Burgerlijk Wetboek, onmiddellijk na de totstandkoming van de overeenkomst aan de consument.

6.

Indien informatie als bedoeld in het eerste lid niet voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst op de in dat lid bedoelde wijze kan worden bepaald, wordt zij bepaald met toepassing van de desbetreffende hypothese, bedoeld in bijlage A, deel II.

Artikel 112b

De informatie, bedoeld in artikel 4:33, eerste lid, van de wet, met betrekking tot effectenkrediet kan worden verstrekt door gebruikmaking van het formulier, opgenomen in bijlage F van dit besluit. De informatie bevat de in die bijlage bedoelde gegevens. Alle informatie wordt even opvallend weergegeven.

Artikel 112c

De informatie, bedoeld in artikel 4:33, eerste lid, van de wet, met betrekking tot krediet in de vorm van een geoorloofde debetstand waarbij is overeengekomen dat de ter zake verschuldigde betaling van de consument binnen een termijn van een maand plaatsvindt, bevat de in artikel 112a, tweede lid, onderdelen c, e, f en g, bedoelde gegevens met betrekking tot de kenmerken van het krediet.

Artikel 115a

Een aanbieder van krediet rekent geen hogere kredietvergoeding dan op grond van het Besluit kredietvergoeding ten hoogste toegelaten kredietvergoeding.

§ 10.2.1. Precontractuele informatie inzake krediet

§ 10.3.2. Aanvullende regels voor instellingen voor collectieve belegging in effecten

Afdeling 11.2. Krediet

Afdeling 11.3. Verzekeringen

Hoofdstuk 12. Aanvullende regels betreffende herverzekeringsbemiddelen

Hoofdstuk 13. Aanvullende regels betreffende optreden als clearinginstelling

§ 14.1. Algemeen

Hoofdstuk 14a. Premiepensioeninstellingen

Hoofdstuk 14a. Premiepensioeninstellingen

Bijlage A. , inhoudende de basisvergelijking en aanvullende hypothesen, bedoeld in de definitie van jaarlijks kostenpercentage in artikel 1

Bijlage B. behorend bij artikel 5

1. Basismodule vakbekwaamheid

Bijlage C. behorend bij artikel 13

3.2. Zakelijk

Bijlage D. Standaardinformatie inzake consumptief krediet

Aanbieder van krediet Adres Telefoonnummer E-mailadres () Fax () Webadres (*) [Identiteit] [Geografisch adres voor gebruik door de consument]
Indien van toepassing: Bemiddelaar in krediet Adres Telefoonnummer () E-mailadres () Fax () Webadres () [Identiteit] [Geografisch adres voor gebruik door de consument]

(*) Deze informatie is voor de aanbieder van krediet facultatief

Telkens als «indien van toepassing» is vermeld, moet de aanbieder van krediet het vak invullen indien de informatie relevant is voor het kredietproduct, of de desbetreffende informatie of het hele vak schrappen indien de informatie niet relevant is voor het soort krediet in kwestie.

De aanwijzingen tussen vierkante haken zijn bedoeld voor de aanbieder van krediet en dienen te worden vervangen door de desbetreffende gegevens.

Het soort krediet
Het totale kredietbedrag Bedoeld wordt het plafond of de som van alle bedragen die op grond van een kredietovereenkomst beschikbaar worden gesteld.
De voorwaarden voor kredietopneming Bedoeld worden het tijdstip en de wijze waarop u het geld zal ontvangen.
De duur van de kredietovereenkomst
Termijnen en, in voorkomend geval, de volgorde waarin de termijnen worden toegerekend U dient het volgende te betalen: [Het bedrag, het aantal en de periodiciteit van de door de consument te verrichten betalingen.] Rente en/of kosten zijn als volgt te betalen:
Totaal door u te betalen bedrag Bedoeld wordt het bedrag van het geleende kapitaal, vermeerderd met de rente en eventuele kosten in verband met uw krediet. [Som van het totale kredietbedrag en de totale kredietkosten]
Indien van toepassing Het krediet wordt verleend in de vorm van uitstel van betaling voor een goed of dienst of wordt gekoppeld aan de levering van een bepaald goed of het aanbieden van een dienst. Naam van het goed/de dienst Contante prijs
Indien van toepassing
Gevraagde zekerheden [Soort zekerheden]
Beschrijving van de door u in verband met de kredietovereenkomst te verstrekken zekerheden.
Indien van toepassing Betalingen geven geen aanleiding tot directe aflossing van het kapitaal.
De debetrentevoet of, indien van toepassing, de verschillende debetrentevoeten die van toepassing zijn op de kredietovereenkomst [% – vast, of – variabel (met de index of referentierente-voet die betrekking heeft op de aanvankelijke debetrentevoet) – perioden]
--- ---
Jaarlijks kostenpercentage (JKP) Dit zijn de totale kosten, uitgedrukt als jaarlijks percentage van het totale kredietbedrag. Aan de hand van het JKP kunt u verschillende aanbiedingen onderling beter vergelijken. [% Een representatief voorbeeld met vermelding van alle voor de berekening van het hier op te geven percentage gebruikte hypothesen]
Is het, met het oog op het verkrijgen van het krediet, in voorkomend geval op de geadverteerde voorwaarden, verplicht om
– een verzekering ter waarborging van het krediet, of Ja/neen [zo ja, soort verzekering aangeven]
– een andere nevendienst af te nemen? Ja/neen [zo ja, soort nevendienst aangeven]
Indien de kosten van deze diensten de aanbieder van krediet niet bekend zijn, worden zij niet in het JKP opgenomen.
Met het krediet verbonden kosten
Indien van toepassing Het aanhouden van een of meer rekeningen is vereist voor de boeking van zowel betalingen als kredietopnemingen
Indien van toepassing Bedrag van de kosten voor het gebruik van een specifiek betaalmiddel (bijvoorbeeld een kredietkaart)
Indien van toepassing Eventuele andere kosten die voortvloeien uit de kredietovereenkomst
Indien van toepassing Voorwaarden waaronder de hierboven genoemde aan de kredietovereenkomst verbonden kosten voor wijziging vatbaar zijn
Indien van toepassing Verplichting tot betaling van notariskosten
Kosten in het geval van betalingsachterstand
Wanbetaling kan ernstige gevolgen voor u hebben (bijvoorbeeld gedwongen verkoop) en kredietverkrijging bemoeilijken. Bij betalingsachterstand wordt u [...(toepasselijke rente en regeling voor de aanpassing ervan en, in voorkomend geval, van de kosten van niet-nakoming)] aangerekend.
Herroepingsrecht U hebt het recht de kredietovereenkomst binnen een periode van 14 kalenderdagen te herroepen. Ja/Neen
--- ---
Vervroegde aflossing U hebt te allen tijde het recht het krediet volledig of gedeeltelijk vervroegd af te betalen.
Indien van toepassing De aanbieder van krediet heeft het recht op vergoeding bij vervroegde aflossing [Bepaling van de vergoeding (berekeningsmethode) overeenkomstig de uitvoeringsbepalingen van artikel 16 van Richtlijn 2008/48/EG]
Raadpleging van een gegevensbank De aanbieder van krediet dient u onverwijld en zonder kosten in kennis te stellen van het resultaat van een raadpleging van een gegevensbestand, indien een kredietaanvraag op basis van een dergelijke raadpleging is verworpen. Het voorgaande is niet van toepassing indien het verstrekken van dergelijke informatie op grond van communautaire wetgeving verboden is of indruist tegen de doelstellingen van de openbare orde of de openbare veiligheid.
Recht om een ontwerpkredietovereenkomst te ontvangen U hebt het recht om op verzoek kosteloos een exemplaar van de ontwerpkredietovereenkomst te verkrijgen. Deze bepaling is niet van toepassing indien de aanbieder van krediet ten tijde van het verzoek niet voornemens is de overeenkomst met u aan te gaan.
Indien van toepassing De periode gedurende welke de aanbieder van krediet door de precontractuele informatie is gebonden. De informatie is gelding van....tot en met....

Indien van toepassing

a) betreffende de aanbieder van krediet
Indien van toepassing
Vertegenwoordiger van de aanbieder van krediet in de lidstaat waar de consument woont [Identiteit]
Adres Telefoonnummer () E-mailadres () Fax () Webadres () [Geografisch adres voor gebruik door de consument]
Indien van toepassing Registratie [Het handelsregister waarin de aanbieder van krediet staat ingeschreven en zijn inschrijvingsnummer of een soortgelijke wijze van identificatie in dat register]
Indien van toepassing De toezichthoudende autoriteit
b) betreffende de kredietovereenkomst
Indien van toepassing Uitoefening van het herroepingsrecht [Praktische instructies voor de uitoefening van het herroepingsrecht, onder andere de termijn waarbinnen het kan worden uitgeoefend, het adres waarnaar de kennisgeving van de uitoefening van het herroepingsrecht moet worden gezonden en de gevolgen van niet-uitoefening van dat recht]
Indien van toepassing De wetgeving die door de aanbieder van krediet wordt gebruikt als grondslag voor de totstandbrenging van betrekkingen met u voorafgaand aan het sluiten van de kredietovereenkomst
Indien van toepassing Clausule inzake het op de kredietovereenkomst van toepassing zijnde recht en/of de bevoegde rechter [Desbetreffende clausule hier op te nemen]
Indien van toepassing Taalregeling Informatie en contractvoorwaarden worden verstrekt in het [bepaalde taal]. Indien u hiermee instemt, zullen wij voor de duur van de kredietovereenkomst communiceren in het [bepaalde taal/talen]
c) betreffende beroepsprocedures
Bestaan van en toegang tot buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures [Of voor de consument die partij is bij de overeenkomst op afstand buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures openstaan en, zo ja, hoe hij die procedures kan inleiden]

(*) Deze informatie is voor de aanbieder van krediet facultatief.

Bijlage E. Consumptief kredietinformatie voor geoorloofde debetstand op een rekening

Aanbieder van krediet Adres Telefoonnummer E-mailadres () Fax () Webadres (*) [Identiteit] [Geografisch adres voor gebruik door de consument]
Indien van toepassing: Bemiddelaar in krediet Adres Telefoonnummer () E-mailadres () Fax () Webadres () [Identiteit] [Geografisch adres voor gebruik door de consument]

(*) Deze informatie is voor de aanbieder van krediet facultatief

Telkens als «indien van toepassing» is vermeld, moet de aanbieder van krediet het vak invullen indien de informatie relevant is voor het kredietproduct, of de desbetreffende informatie of het hele vak schrappen indien de informatie niet relevant is voor het soort krediet in kwestie.

De aanwijzingen tussen vierkante haken zijn bedoeld voor de aanbieder van krediet en dienen te worden vervangen door de desbetreffende gegevens.

Het soort krediet
Het totale kredietbedrag [Bedoeld wordt het plafond of de som van alle bedragen die op grond van een kredietovereenkomst beschikbaar worden gesteld.]
De duur van de kredietovereenkomst
Indien van toepassing U kunt te allen tijde verzocht worden het kredietbedrag volledig terug te betalen
De debetrentevoet of, in voorkomend geval, de verschillende debetrentevoeten die voor de kredietovereenkomst gelden. [% – vast, of – variabel (met de index of referentievoet die betrekking heeft op de aanvankelijke debetrentevoet)]
--- ---
Indien van toepassing
Jaarlijks kostenpercentage (JKP) Dit zijn de totale kosten, uitgedrukt als jaarlijks percentage van het totale kredietbedrag. Aan de hand van het JKP kunt u verschillende aanbiedingen onderling beter vergelijken. [% Een representatief voorbeeld met vermelding van alle voor de berekening van het hier op te geven percentage gebruikte hypothesen]
Indien van toepassing
Kosten Indien van toepassing De voorwaarden waaronder deze kosten kunnen worden gewijzigd [De vanaf het sluiten van de kredietovereenkomst in rekening te brengen kosten.]
Kosten in het geval van betalingsachterstand Bij betalingsachterstand wordt u [...(toepasselijke rente en regeling voor de aanpassing ervan en, in voorkomend geval, van de kosten van niet-nakoming)] aangerekend.
Beëindiging van de kredietovereenkomst [De voorwaarden en de procedure voor beëindiging van de kredietovereenkomst]
--- ---
Raadpleging van een gegevensbank De aanbieder van krediet dient u onverwijld en zonder kosten in kennis te stellen van het resultaat van een raadpleging van een gegevensbestand, indien een kredietaanvraag op basis van een dergelijke raadpleging is verworpen. Het voorgaande is niet van toepassing indien het verstrekken van dergelijke informatie op grond van communautaire wetgeving verboden is of indruist tegen de doelstellingen van de openbare orde of de openbare veiligheid.
Indien van toepassing De periode gedurende welke de aanbieder van krediet door de precontractuele informatie is gebonden. De informatie is gelding van....tot en met....

Indien van toepassing

a) betreffende de aanbieder van krediet
Indien van toepassing
Vertegenwoordiger van de aanbieder van krediet in de lidstaat waar de consument woont [Identiteit]
Adres Telefoonnummer () E-mailadres () Fax () Webadres () [Geografisch adres voor gebruik door de consument]
Indien van toepassing Registratie [Het handelsregister waarin de aanbieder van krediet staat ingeschreven en zijn inschrijvingsnummer of een soortgelijke wijze van identificatie in dat register]
Indien van toepassing De toezichthoudende autoriteit
b) betreffende de kredietovereenkomst
Herroepingsrecht U hebt het recht de kredietovereenkomst binnen een periode van 14 kalenderdagen te herroepen. Indien van toepassing Uitoefening van het herroepingsrecht Ja/neen [Praktische instructies voor de uitoefening van het herroepingsrecht, onder andere naar welk adres de kennisgeving van de uitoefening van het herroepingsrecht moet worden gezonden en de gevolgen van niet-uitoefening van dat recht]
Indien van toepassing De wetgeving die door de aanbieder van krediet wordt gebruikt als grondslag voor de totstandbrenging van betrekkingen met u voorafgaand aan het sluiten van de kredietovereenkomst
Indien van toepassing Clausule inzake het op de kredietovereenkomst van toepassing zijnde recht en/of de bevoegde rechter [Desbetreffende clausule hier op te nemen]
Indien van toepassing Taalregeling Informatie en contractvoorwaarden worden verstrekt in het [bepaalde taal]. Indien u hiermee instemt, zullen wij voor de duur van de kredietovereenkomst communiceren in het [bepaalde taal/talen]
c) betreffende beroepsprocedures
Bestaan van en toegang tot buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures [Of voor de consument die partij is bij de overeenkomst op afstand buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures openstaan en, zo ja, hoe hij die procedures kan inleiden]

(*) Deze informatie is voor de aanbieder van krediet facultatief.

Bijlage F. Standaardinformatie inzake effectenkrediet

Aanbieder van krediet Adres Telefoonnummer E-mailadres () Fax () Webadres (*) [Identiteit] [Geografisch adres voor gebruik door de consument]
Indien van toepassing: Bemiddelaar in krediet Adres Telefoonnummer () E-mailadres () Fax () Webadres () [Identiteit] [Geografisch adres voor gebruik door de consument]

(*) Deze informatie is voor de aanbieder in krediet facultatief.

Telkens als «indien van toepassing» is vermeld, moet de aanbieder van krediet het vak invullen indien de informatie relevant is voor het kredietproduct, of de desbetreffende informatie of het hele vak schrappen indien de informatie niet relevant is voor het soort krediet in kwestie.

De aanwijzingen tussen vierkante haken zijn bedoeld voor de aanbieder van krediet en dienen te worden vervangen door de desbetreffende gegevens.

Het soort krediet [doorlopend krediet]
Aangeven dat het krediet wordt verleend of toegezegd tegen onderpand van financiële instrumenten en dat de kredietlimiet afhankelijk is van een bepaald dekkingspercentage en, indien van toepassing, bepaalde spreidingseisen.
Welk dekkingspercentage en welke spreidingseisen worden gehanteerd ten aanzien van de in onderpand gegeven financiële instrumenten.
De dekkingspercentages per soort financieel instrument en indien van toepassing de eisen ten aanzien van de samenstelling van de in onderpand gegeven financiële instrumenten.
De voorwaarden voor kredietopneming Bedoeld worden het tijdstip en de wijze waarop u het geld zal ontvangen.
Termijnen en, in voorkomend geval, de volgorde waarin de termijnen worden toegerekend Wijze waarop rente en/of kosten in rekening worden gebracht [bijvoorbeeld: rente en/of kosten worden bijgeschreven ten laste van het krediet] [De periodiciteit van de door de consument te verrichten betalingen.]
Gevraagde zekerheden [Soort zekerheden]
De debetrentevoet of, indien van toepassing, de verschillende debetrentevoeten die van toepassing zijn op de kredietovereenkomst [% – vast, of – variabel (met de index of referentievoet die betrekking heeft op de aanvankelijke debetrentevoet) – perioden]
--- ---
Vier representatieve voorbeeldberekeningen van de totale kosten van het effectenkrediet gebaseerd op verschillende kredietlimieten.
Indien van toepassing Met het krediet verband houdende kosten
Indien van toepassing Het aanhouden van een of meer rekeningen is vereist voor de boeking van zowel betalingen als kredietopnemingen
Kosten in het geval van betalingsachterstand Wanbetaling kan ernstige gevolgen voor u hebben (bijvoorbeeld gedwongen verkoop) en kredietverkrijging bemoeilijken. Voor wanbetaling wordt u [...(toepasselijke rente en regeling voor de aanpassing ervan en, in voorkomend geval, van de kosten van niet-nakoming)] aangerekend.
Beëindiging van de kredietovereenkomst [De voorwaarden en de procedure voor beëindiging van de kredietovereenkomst]
--- ---
Herroepingsrecht Neen
Vervroegde aflossing U hebt te allen tijde het recht het krediet volledig of gedeeltelijk vervroegd af te betalen.
Raadpleging van een gegevensbank De aanbieder van krediet dient u onverwijld en zonder kosten in kennis te stellen van het resultaat van een raadpleging van een gegevensbestand, indien een kredietaanvraag op basis van een dergelijke raadpleging is verworpen. Het voorgaande is niet van toepassing indien het verstrekken van dergelijke informatie op grond van communautaire wetgeving verboden is of indruist tegen de doelstellingen van de openbare orde of de openbare veiligheid.
Indien van toepassing De periode gedurende welke de aanbieder van krediet door de precontractuele informatie is gebonden. De informatie is gelding van....tot en met....

Indien van toepassing

a) betreffende de aanbieder van krediet
Indien van toepassing Vertegenwoordiger van de aanbieder van krediet in de lidstaat waar de consument woont Adres Telefoonnummer () E-mailadres () Fax () Webadres () [Identiteit] [Geografisch adres voor gebruik door de consument]
Indien van toepassing Registratie [Het handelsregister waarin de aanbieder van krediet staat ingeschreven en zijn inschrijvingsnummer of een soortgelijke wijze van identificatie in dat register]
Indien van toepassing De toezichthoudende autoriteit
b) betreffende de kredietovereenkomst
Herroepingsrecht Neen
Indien van toepassing De wetgeving die door de aanbieder van krediet wordt gebruikt als grondslag voor de totstandbrenging van betrekkingen met u voorafgaand aan het sluiten van de kredietovereenkomst
Indien van toepassing Clausule inzake het op de kredietovereenkomst van toepassing zijnde recht en/of de bevoegde rechter [Desbetreffende clausule hier op te nemen]
Indien van toepassing Taalregeling Informatie en contractvoorwaarden worden verstrekt in het [bepaalde taal]. Indien u hiermee instemt, zullen wij voor de duur van de kredietovereenkomst communiceren in het [bepaalde taal/talen]
c) betreffende beroepsprocedures
Bestaan van en toegang tot buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures [Of voor de consument die partij is bij de overeenkomst op afstand buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures openstaan en, zo ja, hoe hij die procedures kan inleiden]

(*) Deze informatie is voor de aanbieder van krediet facultatief.

Bijlage D. Standaardinformatie inzake consumptief krediet

Aanbieder van krediet Adres Telefoonnummer E-mailadres () Fax () Webadres (*) [Identiteit] [Geografisch adres voor gebruik door de consument]
Indien van toepassing: Bemiddelaar in krediet Adres Telefoonnummer () E-mailadres () Fax () Webadres () [Identiteit] [Geografisch adres voor gebruik door de consument]

(*) Deze informatie is voor de aanbieder van krediet facultatief

Telkens als «indien van toepassing» is vermeld, moet de aanbieder van krediet het vak invullen indien de informatie relevant is voor het kredietproduct, of de desbetreffende informatie of het hele vak schrappen indien de informatie niet relevant is voor het soort krediet in kwestie.

De aanwijzingen tussen vierkante haken zijn bedoeld voor de aanbieder van krediet en dienen te worden vervangen door de desbetreffende gegevens.

Het soort krediet
Het totale kredietbedrag Bedoeld wordt het plafond of de som van alle bedragen die op grond van een kredietovereenkomst beschikbaar worden gesteld.
De voorwaarden voor kredietopneming Bedoeld worden het tijdstip en de wijze waarop u het geld zal ontvangen.
De duur van de kredietovereenkomst
Termijnen en, in voorkomend geval, de volgorde waarin de termijnen worden toegerekend U dient het volgende te betalen: [Het bedrag, het aantal en de periodiciteit van de door de consument te verrichten betalingen.] Rente en/of kosten zijn als volgt te betalen:
Totaal door u te betalen bedrag Bedoeld wordt het bedrag van het geleende kapitaal, vermeerderd met de rente en eventuele kosten in verband met uw krediet. [Som van het totale kredietbedrag en de totale kredietkosten]
Indien van toepassing Het krediet wordt verleend in de vorm van uitstel van betaling voor een goed of dienst of wordt gekoppeld aan de levering van een bepaald goed of het aanbieden van een dienst. Naam van het goed/de dienst Contante prijs
Indien van toepassing
Gevraagde zekerheden [Soort zekerheden]
Beschrijving van de door u in verband met de kredietovereenkomst te verstrekken zekerheden.
Indien van toepassing Betalingen geven geen aanleiding tot directe aflossing van het kapitaal.
De debetrentevoet of, indien van toepassing, de verschillende debetrentevoeten die van toepassing zijn op de kredietovereenkomst [% – vast, of – variabel (met de index of referentierente-voet die betrekking heeft op de aanvankelijke debetrentevoet) – perioden]
--- ---
Jaarlijks kostenpercentage (JKP) Dit zijn de totale kosten, uitgedrukt als jaarlijks percentage van het totale kredietbedrag. Aan de hand van het JKP kunt u verschillende aanbiedingen onderling beter vergelijken. [% Een representatief voorbeeld met vermelding van alle voor de berekening van het hier op te geven percentage gebruikte hypothesen]
Is het, met het oog op het verkrijgen van het krediet, in voorkomend geval op de geadverteerde voorwaarden, verplicht om
– een verzekering ter waarborging van het krediet, of Ja/neen [zo ja, soort verzekering aangeven]
– een andere nevendienst af te nemen? Ja/neen [zo ja, soort nevendienst aangeven]
Indien de kosten van deze diensten de aanbieder van krediet niet bekend zijn, worden zij niet in het JKP opgenomen.
Met het krediet verbonden kosten
Indien van toepassing Het aanhouden van een of meer rekeningen is vereist voor de boeking van zowel betalingen als kredietopnemingen
Indien van toepassing Bedrag van de kosten voor het gebruik van een specifiek betaalmiddel (bijvoorbeeld een kredietkaart)
Indien van toepassing Eventuele andere kosten die voortvloeien uit de kredietovereenkomst
Indien van toepassing Voorwaarden waaronder de hierboven genoemde aan de kredietovereenkomst verbonden kosten voor wijziging vatbaar zijn
Indien van toepassing Verplichting tot betaling van notariskosten
Kosten in het geval van betalingsachterstand
Wanbetaling kan ernstige gevolgen voor u hebben (bijvoorbeeld gedwongen verkoop) en kredietverkrijging bemoeilijken. Bij betalingsachterstand wordt u [...(toepasselijke rente en regeling voor de aanpassing ervan en, in voorkomend geval, van de kosten van niet-nakoming)] aangerekend.
Herroepingsrecht U hebt het recht de kredietovereenkomst binnen een periode van 14 kalenderdagen te herroepen. Ja/Neen
--- ---
Vervroegde aflossing U hebt te allen tijde het recht het krediet volledig of gedeeltelijk vervroegd af te betalen.
Indien van toepassing De aanbieder van krediet heeft het recht op vergoeding bij vervroegde aflossing [Bepaling van de vergoeding (berekeningsmethode) overeenkomstig de uitvoeringsbepalingen van artikel 16 van Richtlijn 2008/48/EG]
Raadpleging van een gegevensbank De aanbieder van krediet dient u onverwijld en zonder kosten in kennis te stellen van het resultaat van een raadpleging van een gegevensbestand, indien een kredietaanvraag op basis van een dergelijke raadpleging is verworpen. Het voorgaande is niet van toepassing indien het verstrekken van dergelijke informatie op grond van communautaire wetgeving verboden is of indruist tegen de doelstellingen van de openbare orde of de openbare veiligheid.
Recht om een ontwerpkredietovereenkomst te ontvangen U hebt het recht om op verzoek kosteloos een exemplaar van de ontwerpkredietovereenkomst te verkrijgen. Deze bepaling is niet van toepassing indien de aanbieder van krediet ten tijde van het verzoek niet voornemens is de overeenkomst met u aan te gaan.
Indien van toepassing De periode gedurende welke de aanbieder van krediet door de precontractuele informatie is gebonden. De informatie is gelding van....tot en met....

Indien van toepassing

a) betreffende de aanbieder van krediet
Indien van toepassing
Vertegenwoordiger van de aanbieder van krediet in de lidstaat waar de consument woont [Identiteit]
Adres Telefoonnummer () E-mailadres () Fax () Webadres () [Geografisch adres voor gebruik door de consument]
Indien van toepassing Registratie [Het handelsregister waarin de aanbieder van krediet staat ingeschreven en zijn inschrijvingsnummer of een soortgelijke wijze van identificatie in dat register]
Indien van toepassing De toezichthoudende autoriteit
b) betreffende de kredietovereenkomst
Indien van toepassing Uitoefening van het herroepingsrecht [Praktische instructies voor de uitoefening van het herroepingsrecht, onder andere de termijn waarbinnen het kan worden uitgeoefend, het adres waarnaar de kennisgeving van de uitoefening van het herroepingsrecht moet worden gezonden en de gevolgen van niet-uitoefening van dat recht]
Indien van toepassing De wetgeving die door de aanbieder van krediet wordt gebruikt als grondslag voor de totstandbrenging van betrekkingen met u voorafgaand aan het sluiten van de kredietovereenkomst
Indien van toepassing Clausule inzake het op de kredietovereenkomst van toepassing zijnde recht en/of de bevoegde rechter [Desbetreffende clausule hier op te nemen]
Indien van toepassing Taalregeling Informatie en contractvoorwaarden worden verstrekt in het [bepaalde taal]. Indien u hiermee instemt, zullen wij voor de duur van de kredietovereenkomst communiceren in het [bepaalde taal/talen]
c) betreffende beroepsprocedures
Bestaan van en toegang tot buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures [Of voor de consument die partij is bij de overeenkomst op afstand buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures openstaan en, zo ja, hoe hij die procedures kan inleiden]

(*) Deze informatie is voor de aanbieder van krediet facultatief.

2. Gegevens over de personen die het (dagelijks) beleid van de beheerder en iedere bewaarder (mede) bepalen of onderdeel zijn van een toezichthoudend orgaan van de beheerder en iedere bewaarder

4. Financiële gegevens over de beheerder en de bewaarders

Bijlage H. behorend bij artikel 118, eerste lid

6. Gegevens over vervanging van de beheerder of de bewaarder

5. Gegevens over de activiteiten en het beleggingsbeleid

6. Gegevens over kosten en vergoedingen

5. Gegevens over de activiteiten en het beleggingsbeleid

4.5. Vermelding van het feit dat aan ieder op verzoek tegen ten hoogste de kostprijs de gegevens omtrent de beheerder, de beleggingsinstelling en, indien van toepassing, de bewaarder welke ingevolge enig wettelijk voorschrift in het handelsregister moeten worden opgenomen, worden verstrekt.

11. Gegevens over de vergadering van deelnemers

4.7. Vermelding van het feit dat de betaalbaarstelling van uitkeringen aan deelnemers in de beleggingsinstelling, de samenstelling van de uitkeringen alsmede de wijze van betaalbaarstelling worden bekendgemaakt per advertentie in een landelijk verspreid Nederlands dagblad dan wel aan het adres van iedere deelnemer alsmede op de website van de beheerder.

5.7. Indien van toepassing: een verklaring dat de beleggingsinstelling in met de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder gelieerde partijen kan beleggen.

5.1. Een beschrijving van de beleggingsdoeleinden met inbegrip van de financiële doelstellingen, zoals kapitaalgroei of inkomsten, de beleggingsportefeuille en het beleggingsbeleid, zoveel mogelijk onderverdeeld naar economische sector en geografische spreiding, de aard van de goederen waarin wordt belegd en de aan het beleggingsbeleid en de aard van de goederen waarin wordt belegd, verbonden risico’s.

12. Gegevens over waardering activa

5.3. De eventueel aan de beleggingsactiviteiten gestelde grenzen en de wijze waarop hierin wijziging kan worden aangebracht.

5.4. Indien van toepassing: de bevoegdheid om als debiteur leningen aan te gaan of financiële instrumenten uit te lenen.

13. Gegevens over het belastingstelsel

5.6. Indien transacties worden verricht met de met de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder gelieerde partijen:

Bijlage I. behorend bij artikel 171

Diploma Instelling Eindtermen
Algemeen
Oriëntatie Financiële instellingen NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Algemene Opleiding Bankbedrijf NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Oriëntatie Bankbedrijf NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Inleiding verzekeringsbedrijf SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
Basiscursus Intermediair SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
A-Algemeen SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
Financiële planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdeel 1 van bijlage B
Consumptief krediet
Consumentenkrediet NIBE-SVV Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Financiering SEA/SEFD Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Financiële planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Consumptief krediet SEA/SEFD Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Consumentenkrediet Innovam Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Hypothecair krediet
Erkend hypotheekadviseur2 SEH Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B.
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Hypotheekadviseur en Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Woningfinanciering 2 en Assurantiebemiddeling B NIBE-SVV/ SEA/SEFD Onderdelen 1 en 2, voorzover dit onderdeel geen betrekking heeft op kapitaalverzekeringen, van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Beleggingsproducten (variant b)
DSI-registratie als (senior) Beleggingsadviseur (DSI) Onderdeel 1 van bijlage B
DSI-registratie als (senior) Vermogensbeheerder (DSI) Onderdeel 1 van bijlage B
Beleggingsproducten (variant a)
DSI-registratie als (senior) Beleggingsadviseur (DSI) Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
DSI-registratie als (senior) Vermogensbeheerder (DSI) Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Vermogensplanning NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Gevolmachtigd agent
Assurantiebemiddeling A en Gevolmachtigde Agent SEA/SEFD Onderdelen 1 en 6 van bijlage B
Schadeverzekeringen
Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Erkend Assurantieagent (B) SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Assurantiebemiddeling A SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Verklaring bedoeld in artikel 4, achtste lid, tweede volzin, Wabb Sociaal-Economische Raad Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
A-modules: Algemeen, Brand, Transport en Varia SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Branchediploma’s: Brand, Transport, M&S en Varia SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Levensverzekeringen
Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Erkend assurantieagent (B) SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Assurantiebemiddeling A SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Verklaring bedoeld in artikel 4, achtste lid, tweede volzin, van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf Sociaal-Economische Raad Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
A-modules: Algemeen en Leven SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Branche diploma Leven SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
VP-leven en Pensioenpraktijk SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B

1 Of daaraan door de FFP tot en met 2002 gelijk gestelde diplomavereisten.

2 Of anderszins bij de SEH geregistreerd als Erkend Hypotheekadviseur.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 110a

Vervallen

Artikel 110b

Vervallen

Afdeling 9.2. Meldingsplicht accountant

§ 10.2.1. Precontractuele informatie inzake krediet

§ 10.2.2. Verplichting tot inwinnen van informatie en ten hoogste toegelaten kredietvergoeding

§ 10.3.1. Regels voor alle beheerders, beleggingsinstellingen en bewaarders

§ 10.3.2. Aanvullende regels voor instellingen voor collectieve belegging in effecten

Afdeling 10.4. Verzekeringen

Hoofdstuk 11. Aanvullende regels betreffende bemiddelen

Afdeling 11.3. Verzekeringen

Hoofdstuk 12. Aanvullende regels betreffende herverzekeringsbemiddelen

Hoofdstuk 13. Aanvullende regels betreffende optreden als clearinginstelling

Hoofdstuk 14. Aanvullende regels betreffende verlenen van beleggingsdiensten en verrichten van beleggingsactiviteiten

§ 14.1. Algemeen

Hoofdstuk 15. Slotbepalingen

Bijlage C. behorend bij artikel 13

5. Levensverzekeringen

Bijlage E. Consumptief kredietinformatie voor geoorloofde debetstand op een rekening

Aanbieder van krediet Adres Telefoonnummer E-mailadres () Fax () Webadres (*) [Identiteit] [Geografisch adres voor gebruik door de consument]
Indien van toepassing: Bemiddelaar in krediet Adres Telefoonnummer () E-mailadres () Fax () Webadres () [Identiteit] [Geografisch adres voor gebruik door de consument]

(*) Deze informatie is voor de aanbieder van krediet facultatief

Telkens als «indien van toepassing» is vermeld, moet de aanbieder van krediet het vak invullen indien de informatie relevant is voor het kredietproduct, of de desbetreffende informatie of het hele vak schrappen indien de informatie niet relevant is voor het soort krediet in kwestie.

De aanwijzingen tussen vierkante haken zijn bedoeld voor de aanbieder van krediet en dienen te worden vervangen door de desbetreffende gegevens.

Het soort krediet
Het totale kredietbedrag [Bedoeld wordt het plafond of de som van alle bedragen die op grond van een kredietovereenkomst beschikbaar worden gesteld.]
De duur van de kredietovereenkomst
Indien van toepassing U kunt te allen tijde verzocht worden het kredietbedrag volledig terug te betalen
De debetrentevoet of, in voorkomend geval, de verschillende debetrentevoeten die voor de kredietovereenkomst gelden. [% – vast, of – variabel (met de index of referentievoet die betrekking heeft op de aanvankelijke debetrentevoet)]
--- ---
Indien van toepassing
Jaarlijks kostenpercentage (JKP) Dit zijn de totale kosten, uitgedrukt als jaarlijks percentage van het totale kredietbedrag. Aan de hand van het JKP kunt u verschillende aanbiedingen onderling beter vergelijken. [% Een representatief voorbeeld met vermelding van alle voor de berekening van het hier op te geven percentage gebruikte hypothesen]
Indien van toepassing
Kosten Indien van toepassing De voorwaarden waaronder deze kosten kunnen worden gewijzigd [De vanaf het sluiten van de kredietovereenkomst in rekening te brengen kosten.]
Kosten in het geval van betalingsachterstand Bij betalingsachterstand wordt u [...(toepasselijke rente en regeling voor de aanpassing ervan en, in voorkomend geval, van de kosten van niet-nakoming)] aangerekend.
Beëindiging van de kredietovereenkomst [De voorwaarden en de procedure voor beëindiging van de kredietovereenkomst]
--- ---
Raadpleging van een gegevensbank De aanbieder van krediet dient u onverwijld en zonder kosten in kennis te stellen van het resultaat van een raadpleging van een gegevensbestand, indien een kredietaanvraag op basis van een dergelijke raadpleging is verworpen. Het voorgaande is niet van toepassing indien het verstrekken van dergelijke informatie op grond van communautaire wetgeving verboden is of indruist tegen de doelstellingen van de openbare orde of de openbare veiligheid.
Indien van toepassing De periode gedurende welke de aanbieder van krediet door de precontractuele informatie is gebonden. De informatie is gelding van....tot en met....

Indien van toepassing

a) betreffende de aanbieder van krediet
Indien van toepassing
Vertegenwoordiger van de aanbieder van krediet in de lidstaat waar de consument woont [Identiteit]
Adres Telefoonnummer () E-mailadres () Fax () Webadres () [Geografisch adres voor gebruik door de consument]
Indien van toepassing Registratie [Het handelsregister waarin de aanbieder van krediet staat ingeschreven en zijn inschrijvingsnummer of een soortgelijke wijze van identificatie in dat register]
Indien van toepassing De toezichthoudende autoriteit
b) betreffende de kredietovereenkomst
Herroepingsrecht U hebt het recht de kredietovereenkomst binnen een periode van 14 kalenderdagen te herroepen. Indien van toepassing Uitoefening van het herroepingsrecht Ja/neen [Praktische instructies voor de uitoefening van het herroepingsrecht, onder andere naar welk adres de kennisgeving van de uitoefening van het herroepingsrecht moet worden gezonden en de gevolgen van niet-uitoefening van dat recht]
Indien van toepassing De wetgeving die door de aanbieder van krediet wordt gebruikt als grondslag voor de totstandbrenging van betrekkingen met u voorafgaand aan het sluiten van de kredietovereenkomst
Indien van toepassing Clausule inzake het op de kredietovereenkomst van toepassing zijnde recht en/of de bevoegde rechter [Desbetreffende clausule hier op te nemen]
Indien van toepassing Taalregeling Informatie en contractvoorwaarden worden verstrekt in het [bepaalde taal]. Indien u hiermee instemt, zullen wij voor de duur van de kredietovereenkomst communiceren in het [bepaalde taal/talen]
c) betreffende beroepsprocedures
Bestaan van en toegang tot buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures [Of voor de consument die partij is bij de overeenkomst op afstand buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures openstaan en, zo ja, hoe hij die procedures kan inleiden]

(*) Deze informatie is voor de aanbieder van krediet facultatief.

Bijlage F. Standaardinformatie inzake effectenkrediet

Aanbieder van krediet Adres Telefoonnummer E-mailadres () Fax () Webadres (*) [Identiteit] [Geografisch adres voor gebruik door de consument]
Indien van toepassing: Bemiddelaar in krediet Adres Telefoonnummer () E-mailadres () Fax () Webadres () [Identiteit] [Geografisch adres voor gebruik door de consument]

(*) Deze informatie is voor de aanbieder in krediet facultatief.

Telkens als «indien van toepassing» is vermeld, moet de aanbieder van krediet het vak invullen indien de informatie relevant is voor het kredietproduct, of de desbetreffende informatie of het hele vak schrappen indien de informatie niet relevant is voor het soort krediet in kwestie.

De aanwijzingen tussen vierkante haken zijn bedoeld voor de aanbieder van krediet en dienen te worden vervangen door de desbetreffende gegevens.

Het soort krediet [doorlopend krediet]
Aangeven dat het krediet wordt verleend of toegezegd tegen onderpand van financiële instrumenten en dat de kredietlimiet afhankelijk is van een bepaald dekkingspercentage en, indien van toepassing, bepaalde spreidingseisen.
Welk dekkingspercentage en welke spreidingseisen worden gehanteerd ten aanzien van de in onderpand gegeven financiële instrumenten.
De dekkingspercentages per soort financieel instrument en indien van toepassing de eisen ten aanzien van de samenstelling van de in onderpand gegeven financiële instrumenten.
De voorwaarden voor kredietopneming Bedoeld worden het tijdstip en de wijze waarop u het geld zal ontvangen.
Termijnen en, in voorkomend geval, de volgorde waarin de termijnen worden toegerekend Wijze waarop rente en/of kosten in rekening worden gebracht [bijvoorbeeld: rente en/of kosten worden bijgeschreven ten laste van het krediet] [De periodiciteit van de door de consument te verrichten betalingen.]
Gevraagde zekerheden [Soort zekerheden]
De debetrentevoet of, indien van toepassing, de verschillende debetrentevoeten die van toepassing zijn op de kredietovereenkomst [% – vast, of – variabel (met de index of referentievoet die betrekking heeft op de aanvankelijke debetrentevoet) – perioden]
--- ---
Vier representatieve voorbeeldberekeningen van de totale kosten van het effectenkrediet gebaseerd op verschillende kredietlimieten.
Indien van toepassing Met het krediet verband houdende kosten
Indien van toepassing Het aanhouden van een of meer rekeningen is vereist voor de boeking van zowel betalingen als kredietopnemingen
Kosten in het geval van betalingsachterstand Wanbetaling kan ernstige gevolgen voor u hebben (bijvoorbeeld gedwongen verkoop) en kredietverkrijging bemoeilijken. Voor wanbetaling wordt u [...(toepasselijke rente en regeling voor de aanpassing ervan en, in voorkomend geval, van de kosten van niet-nakoming)] aangerekend.
Beëindiging van de kredietovereenkomst [De voorwaarden en de procedure voor beëindiging van de kredietovereenkomst]
--- ---
Herroepingsrecht Neen
Vervroegde aflossing U hebt te allen tijde het recht het krediet volledig of gedeeltelijk vervroegd af te betalen.
Raadpleging van een gegevensbank De aanbieder van krediet dient u onverwijld en zonder kosten in kennis te stellen van het resultaat van een raadpleging van een gegevensbestand, indien een kredietaanvraag op basis van een dergelijke raadpleging is verworpen. Het voorgaande is niet van toepassing indien het verstrekken van dergelijke informatie op grond van communautaire wetgeving verboden is of indruist tegen de doelstellingen van de openbare orde of de openbare veiligheid.
Indien van toepassing De periode gedurende welke de aanbieder van krediet door de precontractuele informatie is gebonden. De informatie is gelding van....tot en met....

Indien van toepassing

a) betreffende de aanbieder van krediet
Indien van toepassing Vertegenwoordiger van de aanbieder van krediet in de lidstaat waar de consument woont Adres Telefoonnummer () E-mailadres () Fax () Webadres () [Identiteit] [Geografisch adres voor gebruik door de consument]
Indien van toepassing Registratie [Het handelsregister waarin de aanbieder van krediet staat ingeschreven en zijn inschrijvingsnummer of een soortgelijke wijze van identificatie in dat register]
Indien van toepassing De toezichthoudende autoriteit
b) betreffende de kredietovereenkomst
Herroepingsrecht Neen
Indien van toepassing De wetgeving die door de aanbieder van krediet wordt gebruikt als grondslag voor de totstandbrenging van betrekkingen met u voorafgaand aan het sluiten van de kredietovereenkomst
Indien van toepassing Clausule inzake het op de kredietovereenkomst van toepassing zijnde recht en/of de bevoegde rechter [Desbetreffende clausule hier op te nemen]
Indien van toepassing Taalregeling Informatie en contractvoorwaarden worden verstrekt in het [bepaalde taal]. Indien u hiermee instemt, zullen wij voor de duur van de kredietovereenkomst communiceren in het [bepaalde taal/talen]
c) betreffende beroepsprocedures
Bestaan van en toegang tot buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures [Of voor de consument die partij is bij de overeenkomst op afstand buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures openstaan en, zo ja, hoe hij die procedures kan inleiden]

(*) Deze informatie is voor de aanbieder van krediet facultatief.

1. Strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a

Bijlage H. behorend bij artikel 118, eerste lid

2.2. Transacties

2.4. Andere feiten of omstandigheden

4.1. Toezichtantecedenten

5.3. Andere feiten of omstandigheden

6. Gegevens over kosten en vergoedingen

10. Gegevens over opheffing van de beleggingsinstelling

12. Gegevens over waardering activa

5.2. De wijze waarop wordt bepaald of de opbrengsten van de beleggingsinstelling worden uitgekeerd of herbelegd.

5.7. Indien van toepassing: een verklaring dat de beleggingsinstelling in met de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder gelieerde partijen kan beleggen.

14. Gegevens over het beleid ten aanzien van stemrechten en -gedrag

5.9. Indien de beleggingsinstelling twintig procent of meer van het beheerde vermogen direct of indirect belegt in een andere beleggingsinstelling:

Bijlage I. behorend bij artikel 171

Diploma Instelling Eindtermen
Algemeen
Oriëntatie Financiële instellingen NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Algemene Opleiding Bankbedrijf NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Oriëntatie Bankbedrijf NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Inleiding verzekeringsbedrijf SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
Basiscursus Intermediair SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
A-Algemeen SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
Financiële planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdeel 1 van bijlage B
Consumptief krediet
Consumentenkrediet NIBE-SVV Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Financiering SEA/SEFD Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Financiële planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Consumptief krediet SEA/SEFD Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Consumentenkrediet Innovam Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Hypothecair krediet
Erkend hypotheekadviseur2 SEH Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B.
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Hypotheekadviseur en Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Woningfinanciering 2 en Assurantiebemiddeling B NIBE-SVV/ SEA/SEFD Onderdelen 1 en 2, voorzover dit onderdeel geen betrekking heeft op kapitaalverzekeringen, van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Beleggingsproducten (variant b)
DSI-registratie als (senior) Beleggingsadviseur (DSI) Onderdeel 1 van bijlage B
DSI-registratie als (senior) Vermogensbeheerder (DSI) Onderdeel 1 van bijlage B
Beleggingsproducten (variant a)
DSI-registratie als (senior) Beleggingsadviseur (DSI) Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
DSI-registratie als (senior) Vermogensbeheerder (DSI) Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Vermogensplanning NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Gevolmachtigd agent
Assurantiebemiddeling A en Gevolmachtigde Agent SEA/SEFD Onderdelen 1 en 6 van bijlage B
Schadeverzekeringen
Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Erkend Assurantieagent (B) SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Assurantiebemiddeling A SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Verklaring bedoeld in artikel 4, achtste lid, tweede volzin, Wabb Sociaal-Economische Raad Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
A-modules: Algemeen, Brand, Transport en Varia SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Branchediploma’s: Brand, Transport, M&S en Varia SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Levensverzekeringen
Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Erkend assurantieagent (B) SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Assurantiebemiddeling A SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Verklaring bedoeld in artikel 4, achtste lid, tweede volzin, van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf Sociaal-Economische Raad Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
A-modules: Algemeen en Leven SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Branche diploma Leven SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
VP-leven en Pensioenpraktijk SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B

1 Of daaraan door de FFP tot en met 2002 gelijk gestelde diplomavereisten.

2 Of anderszins bij de SEH geregistreerd als Erkend Hypotheekadviseur.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 116a
1.

Onverminderd artikel 116 bevat de te sluiten overeenkomst, bedoeld in artikel 4:43, eerste lid, van de wet tussen een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten met zetel in een andere lidstaat en een bewaarder met zetel in een andere lidstaat, tevens de gegevens, genoemd in bijlage G.

2.

Verplichtingen tot vertrouwelijkheid die op de beheerder en de bewaarder bij de overeenkomst, bedoeld in artikel 4:43, eerste lid, van de wet van toepassing zijn, beperken niet de toegang van de toezichthouders of de toezichthoudende instantie van de lidstaat van de zetel van de instelling voor collectieve belegging in effecten tot relevante informatie.

§ 10.3.2. Aanvullende regels voor instellingen voor collectieve belegging in effecten

Afdeling 11.1. Algemeen

Afdeling 11.2. Krediet

Afdeling 11.3. Verzekeringen

Hoofdstuk 13. Aanvullende regels betreffende optreden als clearinginstelling

Hoofdstuk 14. Aanvullende regels betreffende verlenen van beleggingsdiensten en verrichten van beleggingsactiviteiten

§ 14.1. Algemeen

Hoofdstuk 14a. Premiepensioeninstellingen

Hoofdstuk 15. Slotbepalingen

Bijlage B. behorend bij artikel 5

Bijlage C. behorend bij artikel 13

Bijlage G. behorend bij artikel 117

7. Pensioenverzekeringen en premiepensioenvorderingen

Bijlage H. behorend bij artikel 118, eerste lid

4.1. Toezichtantecedenten

7. Gegevens over de rechten van deelneming

11. Gegevens over de vergadering van deelnemers

5.5. Indien van toepassing: een beschrijving van de hoofdlijnen van overeenkomsten met de met de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder gelieerde partijen.

13. Gegevens over het belastingstelsel

5.8. Indien van toepassing: een verklaring dat de beleggingsinstelling direct of indirect kan beleggen in andere beleggingsinstellingen.

14. Gegevens over het beleid ten aanzien van stemrechten en -gedrag

5.10. Indien van toepassing: een verklaring dat de beleggingsinstelling belegt in een andere beleggingsmaatschappij die een met de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder gelieerde partij is of in een andere beleggingsinstelling die beheerd wordt door een met de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder gelieerde partij en de voorwaarden waaronder verkoop of inkoop van, alsmede terugbetaling op de rechten van deelneming in de andere beleggingsinstelling plaatsvindt.

Bijlage I. behorend bij artikel 171

Diploma Instelling Eindtermen
Algemeen
Oriëntatie Financiële instellingen NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Algemene Opleiding Bankbedrijf NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Oriëntatie Bankbedrijf NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Inleiding verzekeringsbedrijf SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
Basiscursus Intermediair SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
A-Algemeen SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
Financiële planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdeel 1 van bijlage B
Consumptief krediet
Consumentenkrediet NIBE-SVV Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Financiering SEA/SEFD Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Financiële planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Consumptief krediet SEA/SEFD Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Consumentenkrediet Innovam Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Hypothecair krediet
Erkend hypotheekadviseur2 SEH Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B.
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Hypotheekadviseur en Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Woningfinanciering 2 en Assurantiebemiddeling B NIBE-SVV/ SEA/SEFD Onderdelen 1 en 2, voorzover dit onderdeel geen betrekking heeft op kapitaalverzekeringen, van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Beleggingsproducten (variant b)
DSI-registratie als (senior) Beleggingsadviseur (DSI) Onderdeel 1 van bijlage B
DSI-registratie als (senior) Vermogensbeheerder (DSI) Onderdeel 1 van bijlage B
Beleggingsproducten (variant a)
DSI-registratie als (senior) Beleggingsadviseur (DSI) Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
DSI-registratie als (senior) Vermogensbeheerder (DSI) Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Vermogensplanning NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Gevolmachtigd agent
Assurantiebemiddeling A en Gevolmachtigde Agent SEA/SEFD Onderdelen 1 en 6 van bijlage B
Schadeverzekeringen
Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Erkend Assurantieagent (B) SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Assurantiebemiddeling A SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Verklaring bedoeld in artikel 4, achtste lid, tweede volzin, Wabb Sociaal-Economische Raad Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
A-modules: Algemeen, Brand, Transport en Varia SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Branchediploma’s: Brand, Transport, M&S en Varia SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Levensverzekeringen
Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Erkend assurantieagent (B) SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Assurantiebemiddeling A SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Verklaring bedoeld in artikel 4, achtste lid, tweede volzin, van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf Sociaal-Economische Raad Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
A-modules: Algemeen en Leven SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Branche diploma Leven SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
VP-leven en Pensioenpraktijk SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B

1 Of daaraan door de FFP tot en met 2002 gelijk gestelde diplomavereisten.

2 Of anderszins bij de SEH geregistreerd als Erkend Hypotheekadviseur.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 31d
1.

Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten zorgt ervoor dat de personen die het dagelijks beleid bepalen van de beheerder:

2.

De beheerder zorgt ervoor dat ten minste jaarlijks wordt gerapporteerd aan de personen die het dagelijks beleid bepalen van de beheerder over de uitvoering van de beleggingsstrategieën en interne procedures voor het nemen van de beleggingsbeslissingen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b tot en met e.

Artikel 34b
1.

Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten treft maatregelen die waarborgen dat gegevens ten behoeve van de reconstructie van elke transactie, bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderdeel a, worden bijgehouden.

2.

De gegevens, bedoeld in het eerste lid, omvatten in ieder geval:

Artikel 34c
1.

Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten treft redelijke maatregelen om te waarborgen dat de gegevens over ontvangen opdrachten tot inschrijving of terugbetaling van rechten van deelneming met betrekking tot de instelling voor collectieve belegging in effecten na ontvangst van een dergelijke opdracht onmiddellijk centraal worden geadministreerd.

2.

De gegevens, bedoeld in het eerste lid, omvatten informatie met betrekking tot de volgende aspecten:

Artikel 34d
1.

Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten bewaart de gegevens, bedoeld in de artikelen 34b, eerste lid, en 34c, eerste lid, gedurende tenminste vijf jaar.

2.

Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten bewaart de gegevens op een duurzame drager in en zodanige vorm en op zodanige wijze dat:

3.

Indien de beheerder zijn verantwoordelijkheden met betrekking tot de instelling voor collectieve belegging in effecten aan een andere beheerder overdraagt, worden maatregelen getroffen zodat de gegevens betreffende de voorafgaande vijf jaar voor de andere beheerder toegankelijk zijn.

Artikel 34a

De bedrijfsvoering van een pensioenbewaarder als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet omvat ten minste procedures en maatregelen die waarborgen dat:

Hoofdstuk 6. Uitbesteden van werkzaamheden

Artikel 38k

Indien een premiepensioeninstelling of pensioenbewaarder in het kader van het beheer van een pensioenvermogen onderscheidenlijk in het kader van de bewaring van een pensioenvermogen een of meer werkzaamheden uitbesteedt:

Hoofdstuk 7. Klachtenafhandeling

§ 7.1. Interne klachtenprocedure

Hoofdstuk 8. Zorgvuldige dienstverlening

Afdeling 8.1. Informatieverstrekking

§ 8.1.1. Inleidende bepaling

§ 8.1.4. Verplichte precontractuele informatie

§ 8.1.5. Financiële bijsluiter en essentiële beleggersinformatie

Artikel 65a
1.

Een aanbieder van een complex product houdt een bijgewerkte versie van de financiële bijsluiter respectievelijk de essentiële beleggingsinformatie beschikbaar op zijn website.

2.

De aanbieder van een complex product niet zijnde rechten van deelneming in een beleggingsinstelling verstrekt de financiële bijsluiter onverwijld kosteloos op verzoek van een consument.

3.

Indien een complex product niet zijnde rechten van deelneming in een beleggingsinstelling wordt aangeboden door tussenkomst van een bemiddelaar, gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent, wordt een financiële bijsluiter door deze bemiddelaar, gevolmachtigde agent onderscheidenlijk ondergevolmachtigde agent onverwijld kosteloos op verzoek van de consument verstrekt, tenzij de aanbieder en de bemiddelaar, gevolmachtigde agent onderscheidenlijk ondergevolmachtigde agent zijn overeengekomen dat de aanbieder zelf aan de verplichting voldoet.

4.

Een aanbieder van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of degene die beleggingsdiensten verleent als bedoeld in artikel 1, onderdelen a, b, of d, van de wet, met betrekking tot rechten van deelneming in een beleggingsinstelling, verstrekt geruime tijd voorafgaand aan een inschrijving op de rechten van deelneming in een beleggingsinstelling kosteloos de essentiële beleggersinformatie aan de cliënt. De essentiële beleggersinformatie wordt schriftelijk, op een duurzame drager of via een website verstrekt. Op verzoek wordt de essentiële beleggersinformatie kosteloos schriftelijk aan de cliënt verstrekt.

5.

Het eerste, tweede en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op financiële ondernemingen die een complex product als bedoeld in artikel 1, onder 1°, 4° of 11°, samenstellen en dat product algemeen in de markt verkrijgbaar stellen voor consumenten of, indien het een recht van deelneming in een beleggingsinstelling betreft, cliënten.

Artikel 66a
1.

In de essentiële beleggersinformatie wordt de volgende informatie over de beleggingsinstelling opgenomen:

2.

De essentiële beleggingsinformatie vermeldt duidelijk:

3.

De essentiële beleggersinformatie wordt zodanig opgesteld dat cliënten de aard en de risico’s verbonden aan de rechten van deelneming in een beleggingsinstelling kunnen begrijpen, zonder dat naar andere documenten wordt verwezen.

4.

Een vertaling van de essentiële beleggersinformatie bevat geen andere wijzigingen of aanvullingen ten opzichte van het vertaalde document, dan noodzakelijk vanwege de vertaling.

5.

Met betrekking tot de essentiële beleggersinformatie zijn nadere regels gesteld in verordening nr. 583/2010 van de Europese Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie wat betreft essentiële beleggersinformatie en de voorwaarden waaraan moet worden voldaan als de essentiële beleggersinformatie of het prospectus op een andere duurzame drager dan papier of via een website wordt verstrekt (PbEU L 176).

6.

De verordening, bedoeld in het vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op aanbieders van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling, niet zijnde een instelling voor collectieve belegging in effecten, voor zover de aard van de beleggingsinstelling zich hiertegen niet verzet.

§ 8.1.6. Informatie gedurende de looptijd van een overeenkomst

§ 8.1.7. Informatieverstrekking in het kader van een overeenkomst op afstand

Afdeling 8.2. Overige bepalingen met betrekking tot zorgvuldige dienstverlening

§ 8.2.1. Verplichting tot inwinnen van informatie door beleggingsondernemingen

Hoofdstuk 9. Meldingsplichten

Afdeling 9.1. Melding wijzigingen door financiële ondernemingen

§ 9.1.1. Beheerders

Artikel 92a

Een beheerder die door middel van het verrichten van diensten een instelling voor collectieve belegging in effecten met zetel in een andere lidstaat beheert of rechten van deelneming in door hem beheerde instellingen voor collectieve belegging in effecten in een andere lidstaat aanbiedt, meldt een wijziging van de financiële diensten die hij in de andere lidstaat verleent, de procedure voor risicobeheer en de afhandeling van klachten ten minste twee weken voorafgaand aan de wijziging schriftelijk aan de Autoriteit Financiële Markten en de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat.

§ 9.1.3. Collectieve vergunninghouders

§ 9.1.4. Financiëledienstverleners

§ 9.1.5. Verzekeraars

Hoofdstuk 10. Aanvullende regels betreffende aanbieden

Afdeling 10.1. Beleggingsobjecten

§ 10.3.1. Regels voor alle beheerders, beleggingsinstellingen en bewaarders

Artikel 116a*
1.

Onverminderd artikel 116 bevat de te sluiten overeenkomst, bedoeld in artikel 4:43, eerste lid, van de wet tussen een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten met zetel in een andere lidstaat en een bewaarder met zetel in een andere lidstaat, tevens de gegevens, genoemd in bijlage G.

2.

Verplichtingen tot vertrouwelijkheid die op de beheerder en de bewaarder bij de overeenkomst, bedoeld in artikel 4:43, eerste lid, van de wet van toepassing zijn, beperken niet de toegang van de toezichthouders of de toezichthoudende instantie van de lidstaat van de zetel van de instelling voor collectieve belegging in effecten tot relevante informatie.

§ 10.3.2. Aanvullende regels voor beheerders van instellingen voor collectieve belegging in effecten en instellingen voor collectieve belegging in effecten

Artikel 126a
1.

Het beleid ter zake van het voorkomen van belangenconflicten, bedoeld in artikel 4:59a, eerste lid, van de wet, is gericht op het herkennen van in ieder geval de volgende situaties waarbij een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten, een relevante persoon of een persoon die met de beheerder is verbonden door een zeggenschapsband:

2.

De beheerder houdt bij het bepalen van de soorten van belangenconflicten rekening met:

Artikel 126b
1.

Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten legt het beleid, bedoeld in artikel 4:59a, eerste lid, van de wet vast en draagt er zorg voor dit beleid te implementeren en in stand te houden. Het beleid is afgestemd op de aard, omvang en complexiteit van zijn bedrijf.

2.

Indien de beheerder deel uitmaakt van een groep, heeft het beleid ook betrekking op belangenconflicten die kunnen ontstaan als gevolg van de structuur en bedrijfsactiviteiten van andere ondernemingen die deel uitmaken van de groep.

3.

Het beleid omschrijft, onder verwijzing naar de werkzaamheden in verband met het beheer van instellingen voor collectieve belegging in effecten die door of in naam van de beheerder worden verricht, de omstandigheden die een belangenconflict vormen of kunnen doen ontstaan dat een wezenlijk risico met zich brengt dat de belangen van de instelling voor collectieve belegging in effecten of van een of meer cliënten worden geschaad, alsmede de te volgen procedures en te nemen maatregelen voor het omgaan met een dergelijk conflict.

4.

Het beleid vermeldt de te volgen procedures en te nemen maatregelen voor het beheersen van een belangenconflict als bedoeld in artikel 4:59a, eerste lid, van de wet.

Artikel 126c
1.

Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten beschikt over een adequate en effectieve strategie en daarbij behorend beleid waaruit blijkt wanneer en op welke wijze de stemrechten die zijn verbonden aan financiële instrumenten waarin de instelling voor collectieve belegging in effecten belegt, zullen worden uitgeoefend in het uitsluitende voordeel van de betrokken instelling voor collectieve belegging in effecten.

2.

De strategie omvat maatregelen en procedures voor:

3.

De beheerder stelt een samenvatting van de strategie beschikbaar aan de deelnemers van de door hem beheerde instellingen voor collectieve belegging in effecten.

4.

De beheerder verstrekt kosteloos op verzoek informatie met betrekking tot bijzonderheden over de genomen maatregelen op grond van de strategie aan de deelnemers van de door hem beheerde instellingen voor collectieve belegging in effecten.

Artikel 126d
1.

Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten die een opdracht van een deelnemer tot inschrijving of terugbetaling van rechten van deelneming uitvoert, geeft de deelnemer onverwijld en uiterlijk op de eerste werkdag na uitvoering van de opdracht kennis van de uitvoering op een duurzame drager.

2.

Indien de beheerder een bevestiging van de uitvoering van de opdracht ontvangt van een derde, stelt de beheerder de deelnemer daarvan in kennis uiterlijk op de eerste werkdag na ontvangst van de bevestiging van de derde, tenzij de derde de deelnemer reeds onmiddellijk in kennis heeft gesteld.

3.

Indien een beheerder periodiek voor een deelnemer opdrachten tot inschrijving of terugbetaling van rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging in effecten uitvoert, kan een beheerder de kennisgeving, bedoeld in het eerste en tweede lid, eenmaal per zes maanden verstrekken.

4.

Een beheerder verstrekt de deelnemer desgevraagd informatie over de status van zijn opdracht tot inschrijving of terugbetaling.

5.

De kennisgeving, bedoeld in het eerste en tweede lid, bevat, voor zover van toepassing, de volgende informatie:

Artikel 126e
1.

Een beheerder die orders van instellingen voor collectieve belegging in effecten uitvoert:

2.

Een beheerder die verantwoordelijk is voor de controle op of de afwikkeling van een uitgevoerde order neemt alle redelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat alle financiële instrumenten of gelden die bij de afwikkeling van de uitgevoerde order worden ontvangen, onmiddellijk op correcte wijze op de rekening van de instelling voor collectieve belegging in effecten worden bijgeschreven.

3.

Een beheerder maakt geen misbruik van informatie over lopende orders van instellingen voor collectieve belegging in effecten en neemt alle redelijke maatregelen om misbruik van dergelijke informatie door zijn medewerkers te voorkomen.

Artikel 126f
1.

Een beheerder voert een order in naam van een instelling voor collectieve belegging in effecten of een transactie voor eigen rekening niet samen met een andere order van een instelling voor collectieve belegging in effecten of cliënt, tenzij:

2.

Indien een beheerder een order samenvoegt met andere orders van instellingen voor collectieve belegging in effecten of cliënten en de samengevoegde order slechts ten dele wordt uitgevoerd, wijst hij de desbetreffende transacties toe overeenkomstig zijn ordertoewijzingsbeleid.

Artikel 126g
1.

Een beheerder die een transactie voor eigen rekening samenvoegt met een order van een instelling voor collectieve belegging in effecten of cliënt, wijst de desbetreffende transactie niet toe op een voor de instelling voor collectieve belegging in effecten respectievelijk cliënt nadelige wijze.

2.

Indien een beheerder een order van een instelling voor collectieve belegging in effecten of cliënt samenvoegt met een transactie voor eigen rekening en de samengevoegde order slechts ten dele wordt uitgevoerd, geeft hij de order van de instelling voor collectieve belegging in effecten of cliënt bij de toewijzing van de desbetreffende transactie voorrang op zijn eigen transactie. Het is de beheerder slechts toegestaan een transactie als bedoeld in de vorige volzin naar evenredigheid toe te wijzen overeenkomstig zijn orderuitvoeringsbeleid, bedoeld in artikel 126f, eerste lid, onderdeel b, indien hij kan aantonen dat de order van de instelling voor collectieve belegging in effecten of cliënt niet of niet op dezelfde gunstige voorwaarden had kunnen uitvoeren als deze niet was samengevoegd.

Artikel 126h
1.

Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten verschaft of ontvangt voor het beheer van de beleggingen of administratie ten behoeve van een instelling voor collectieve belegging in effecten geen beloning of vergoeding, in welke vorm dan ook, die niet noodzakelijk is voor het beheer van de beleggingen of administratie of dit mogelijk maakt.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op:

3.

De beheerder voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel b, onder 1°, indien hij in samengevatte vorm mededeling doet van de essentiële voorwaarden van de regelingen voor beloningen of vergoedingen en hij de deelnemers informeert over de mogelijkheid om nadere informatie te verkrijgen en deze op verzoek van de deelnemer verstrekt.

Artikel 126i
1.

Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten neemt bij het selecteren en continu monitoren van beleggingen de nodige zorgvuldigheid in acht.

2.

Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten heeft voldoende kennis en begrip van de activa waarin de door hem beheerde instellingen voor collectieve belegging in effecten beleggen.

Artikel 126j
1.

Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten zorgt ervoor dat billijke, correcte en transparante prijsbepalingsmodellen en waarderingssystemen worden aangewend.

2.

Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten moet kunnen aantonen dat de deelnemingen in door hem beheerde instellingen voor collectieve belegging in effecten correct worden gewaardeerd.

§ 10.3.2.1. Aanvullende regels voor master-instellingen voor collectieve belegging in effecten en feeder-instellingen voor collectieve belegging in effecten en de overeenkomst tussen de betrokken accountants en bewaarders

Artikel 147a
1.

In afwijking van artikel 139, eerste lid, kan het beheerde vermogen van een instelling voor collectieve belegging in effecten voor meer dan twintig procent worden belegd in een bepaalde master-instelling voor collectieve belegging in effecten indien de Autoriteit Financiële Markten daarmee heeft ingestemd. De Autoriteit Financiële Markten neemt een besluit omtrent instemming binnen vijftien werkdagen na ontvangst van de aanvraag van instemming.

2.

De Autoriteit Financiële Markten stemt met de aanvraag in, indien de beheerder aantoont dat de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten, haar bewaarder, haar accountant en de master-instelling voor collectieve belegging in effecten zullen voldoen aan het bepaalde ingevolge de artikelen 4:57a tot en met 4:57c, 4:61a en 4:61b van de wet en het bepaalde in deze paragraaf.

3.

De aanvraag van instemming geschiedt onder opgave van de volgende gegevens:

4.

De gegevens, bedoeld in het derde lid, worden verstrekt in het Nederlands of in een taal die door de Autoriteit Financiële Markten is goedgekeurd.

Artikel 147b
1.

Een feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten sluit een overeenkomst tot uitwisseling van informatie met de master-instelling voor collectieve belegging in effecten.

2.

De overeenkomst voorziet er in dat de master-instelling voor collectieve belegging in effecten alle informatie aan de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten verstrekt die de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten nodig heeft om te voldoen aan de regels die ingevolge de wet aan haar worden gesteld.

3.

De overeenkomst is op verzoek kosteloos beschikbaar voor de deelnemers van de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten.

4.

Indien de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten en de master-instelling voor collectieve belegging in effecten worden beheerd door dezelfde beheerder, kan in afwijking van het eerste lid, worden volstaan met bedrijfsvoeringsregels van de beheerder die waarborgen dat uitwisseling van informatie plaatsvindt tussen de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten en de master-instelling voor collectieve belegging in effecten. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de interne bedrijfsvoeringsregels.

5.

Onverminderd het tweede lid voorziet de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, respectievelijk voorzien de bedrijfsvoeringsregels, bedoeld in het vierde lid, in het bepaalde in bijlage J.

Artikel 147c

De overeenkomst tot uitwisseling van informatie tussen de bewaarders als bedoeld in de artikel 4:57b, eerste lid, van de wet en een overeenkomst tot uitwisseling van informatie tussen accountants als bedoeld in artikel 4:57c, eerste lid, van de wet bevatten de gegevens, genoemd in bijlage J.

Artikel 147d
1.

Indien een feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten en haar master-instelling voor collectieve belegging in effecten beide hun zetel in Nederland hebben is uitsluitend het Nederlands recht van toepassing op de overeenkomst tot uitwisseling van informatie, bedoeld in artikel 147b, eerste lid.

2.

Indien de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten of de master-instelling voor collectieve belegging in effecten haar zetel in een andere lidstaat heeft, dan bepaalt de overeenkomst tot uitwisseling van informatie, bedoeld in artikel 147b, eerste lid, dat uitsluitend het Nederlands recht of het recht van die andere lidstaat van toepassing is op die overeenkomst.

3.

Het recht van de lidstaat dat op grond van het eerste of tweede lid van toepassing is op een overeenkomst tot uitwisseling van informatie is eveneens van toepassing op een overeenkomst tussen de bewaarders van de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten en de master-instelling voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 4:57b, eerste lid, van de wet en een overeenkomst tussen de accountants van de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten en master-instelling voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 4:57c, eerste lid, van de wet.

4.

Indien de overeenkomst is vervangen door bedrijfsvoeringsregels als, bedoeld in artikel 147b, vierde lid, voorziet een overeenkomst tussen bewaarders als bedoeld artikel 4:57b, eerste lid, respectievelijk tussen accountants als bedoeld in artikel 4:57c, eerste lid, van de wet erin dat het recht van de lidstaat van de zetel van de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten of het recht van de lidstaat van de zetel van de master-instelling voor collectieve belegging in effecten bij uitsluiting van toepassing is op de overeenkomst.

5.

De overeenkomsten, bedoeld in de artikelen 4:57b, eerste lid, en 4:57c, eerste lid, van de wet en artikel 147b, eerste lid, bepalen dat de rechter van de lidstaat waarvan het recht van toepassing is op de overeenkomst, wordt aangewezen voor de kennisneming van geschillen welke naar aanleiding van de overeenkomst ontstaan of zullen ontstaan.

Artikel 147e

Een bewaarder van een master-instelling voor collectieve belegging in effecten meldt aan de Autoriteit Financiële Markten in ieder geval de volgende onregelmatigheden op grond van artikel 4:57a, eerste lid, van de wet:

Artikel 147f
1.

Indien een instelling voor collectieve belegging in effecten voornemens is ten minste 85 procent van haar vermogen in rechten van deelneming in een master-instelling voor collectieve belegging in effecten te beleggen of een feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten voornemens is haar rechten van deelneming te beleggen in een andere master-instelling voor collectieve belegging in effecten verstrekt zij de volgende informatie aan haar deelnemers:

2.

Indien de beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten een kennisgeving heeft gedaan als bedoeld in artikel 2:123, eerste lid, van de wet verstrekt de instelling voor collectieve belegging in effecten de informatie, bedoeld in het eerste lid, in de officiële taal of een van de officiële talen van de lidstaat waar zij rechten van deelneming aanbiedt, of in een taal die door de toezichthoudende instantie van de desbetreffende lidstaat is goedgekeurd.

3.

De informatie, bedoeld in het eerste lid, wordt ten minste dertig dagen voor de datum, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, verstrekt.

4.

De instelling voor collectieve belegging in effecten gaat niet over tot een belegging van meer dan twintig procent van haar beheerd vermogen in rechten van deelneming in de master-instelling voor collectieve belegging in effecten voordat de termijn, bedoeld in het derde lid, is verstreken.

5.

De instelling voor collectieve belegging in effecten brengt bij inkoop of terugbetaling van rechten van deelneming als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, geen andere kosten in rekening dan desinvesteringskosten.

6.

De instelling voor collectieve belegging in effecten kan de informatie, bedoeld in het eerste lid, in plaats van schriftelijk op een andere duurzame drager verstrekken na toestemming van de deelnemer en indien dat past in de context waarin zij, of in voorkomend geval de beheerder, met de deelnemer zaken doet.

7.

De verstrekking van informatie door de instelling voor collectieve belegging in effecten aan de deelnemer via elektronische mededelingen past in de context waarin de instelling voor collectieve belegging in effecten respectievelijk haar beheerder met de deelnemer zaken doet of gaat doen, indien is bewezen dat de deelnemer regelmatig toegang heeft tot internet. Het gegeven dat de deelnemer een e-mailadres opgeeft om zaken te kunnen doen geldt in ieder geval als bewijs hiervan.

Artikel 147g

Een feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten vermeldt in alle door of namens haar verstrekt of beschikbaar gestelde relevante informatie dat zij ten minste 85 procent van haar beheerd vermogen belegt in rechten van deelneming in een master-instelling voor collectieve belegging in effecten.

Artikel 147h
1.

Een feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten zendt een afschrift van het prospectus, de essentiële beleggersinformatie en alle wijzigingen daarin, het jaarverslag en de halfjaarcijfers van de master-instelling voor collectieve belegging in effecten waarin zij belegt aan de Autoriteit Financiële Markten.

2.

Een feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten verstrekt haar deelnemers, op verzoek, kosteloos een afschrift van het prospectus, het jaarverslag en halfjaarcijfers van de master-instelling voor collectieve belegging in effecten waarin zij belegt.

Artikel 147i
1.

Het jaarverslag van een feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten bevat een verklaring met betrekking tot de totale kosten van de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten en de master-instelling voor collectieve belegging in effecten.

2.

Het jaarverslag en de halfjaarcijfers van een feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten vermelden de plaats waar het jaarverslag en de halfjaarcijfers van de master-instelling voor collectieve belegging in effecten waarin de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten belegt, verkregen kunnen worden.

Artikel 147j

Een feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten en de master-instelling voor collectieve belegging in effecten waarin zij belegt, voorkomen dat hun deelnemers op verschillende tijdstippen worden geïnformeerd over de intrinsieke waarde van de deelnemingen door het treffen van maatregelen om het tijdstip van de berekening en de publicatie van de intrinsieke waarde te coördineren.

Artikel 147k

Een feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten controleert de werkzaamheden van de master-instelling voor collectieve belegging in effecten. Zij baseert zich hierbij op de informatie die is verstrekt door de master-instelling voor collectieve belegging in effecten of diens beheerder, bewaarder of accountant tenzij de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten reden heeft om te twijfelen aan de juistheid van deze informatie.

Artikel 147l

Een beloning of vergoeding die een feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten, haar beheerder dan wel een derde die namens de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten of haar beheerder optreedt, ontvangt in verband met de belegging in rechten van deelneming van een master-instelling voor collectieve belegging in effecten, komt ten gunste van de activa van de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten.

Artikel 147m
1.

Een master-instelling voor collectieve belegging in effecten verstrekt de Autoriteit Financiële Markten onverwijld de naam van elke feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten die in haar rechten van deelneming belegt.

2.

Indien de feeder-icbe een zetel heeft in een andere lidstaat, stelt de Autoriteit Financiële Markten de toezichthoudende instantie van de lidstaat van de zetel van de feeder-icbe in kennis van de belegging, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 147n

Een master-instelling voor collectieve belegging in effecten houdt alle informatie die zij ingevolge het recht, het fondsreglement of statuten beschikbaar moet houden, beschikbaar voor de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten of, indien van toepassing, haar beheerder, en voor de Autoriteit Financiële Markten, de bewaarder en de accountant van de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten.

Artikel 147o

Een master-instelling voor collectieve belegging in effecten brengt geen inschrijvingskosten of inkoopkosten in rekening voor het deelnemen van een feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten in haar rechten van deelneming of voor de vervreemding daarvan.

Artikel 147p
1.

Uiterlijk twee maanden na de datum van de bekendmaking van een voornemen tot liquidatie van de master-instelling voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 4:61a, eerste lid, van de wet, zendt de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten de volgende gegevens aan de Autoriteit Financiële Markten:

2.

In afwijking van het eerste lid, zendt de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten de gegevens, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk binnen drie maanden voorafgaand aan de aanvang van de voorgenomen liquidatie van de master-instelling voor collectieve belegging in effecten aan de Autoriteit Financiële Markten, indien de master-instelling voor collectieve belegging in effecten de bekendmaking van het voornemen tot liquidatie meer dan vijf maanden voor de datum van de aanvang van de liquidatie aan de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten heeft bekendgemaakt.

3.

De feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten informeert haar deelnemers onverwijld over een voornemen tot liquidatie van de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten.

Artikel 147q
1.

De Autoriteit Financiële Markten neemt binnen vijftien werkdagen na ontvangst van alle gegevens een besluit op een aanvraag van instemming als bedoeld in artikel 147p, eerste lid, onderdeel a of b.

2.

De feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten informeert de master-instelling voor collectieve belegging in effecten over een besluit van de Autoriteit Financiële Markten als bedoeld in het eerste lid.

3.

De feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten neemt na ontvangst van de instemming, bedoeld in artikel 147p, eerste lid, onderdeel a, onder 1° en 2°, zo spoedig mogelijk maatregelen om aan het bepaalde in artikel 147f te voldoen.

4.

Uitbetaling van liquidatieopbrengsten van de master-instelling voor collectieve belegging in effecten aan de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten die plaatsvindt voorafgaand aan de datum waarop de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten haar beleggingsbeleid overeenkomstig artikel 147p, eerste lid, onderdeel a of b, wijzigt, behoeft instemming van de Autoriteit Financiële Markten. De Autoriteit Financiële Markten stemt in met de uitbetaling indien:

5.

De feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten heeft het recht de overgedragen activa in natura geheel of gedeeltelijk te verzilveren.

Artikel 147r
1.

Binnen een maand nadat een feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten informatie met betrekking tot een voorgenomen fusie of splitsing van de master-instelling voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 4:61b, derde lid, van de wet heeft ontvangen, zendt de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten de volgende gegevens aan de Autoriteit Financiële Markten:

2.

Het eerste lid, aanhef en onderdeel a, is van toepassing indien:

3.

Het onder het eerste lid, aanhef en onderdeel b, is van toepassing indien:

4.

In afwijking van het eerste lid zendt de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten de gegevens, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk drie maanden voor de beoogde ingangsdatum van de fusie of splitsing van de master-instelling voor collectieve belegging in effecten aan de Autoriteit Financiële Markten, indien de master-instelling voor collectieve belegging in effecten de informatie, bedoeld in artikel 4:61b, derde lid, van de wet, meer dan vier maanden voor de beoogde ingangsdatum van de fusie of splitsing aan de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten heeft verstrekt.

5.

De feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten informeert haar deelnemers en de master-instelling voor collectieve belegging in effecten onverwijld over haar voornemen tot liquidatie.

Artikel 147s
1.

De Autoriteit Financiële Markten neemt binnen vijftien werkdagen na ontvangst van alle gegevens, een besluit op een aanvraag van instemming als bedoeld in artikel 147r, eerste lid, onderdeel a, b of c.

2.

De feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten informeert de master-instelling voor collectieve belegging in effecten over een besluit van de Autoriteit Financiële Markten als bedoeld in het eerste lid.

3.

De feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten neemt na ontvangst van de instemming op een aanvraag, als bedoeld in artikel 147r, eerste lid, onderdeel b, onder 1° en 2°, zo spoedig mogelijk de maatregelen om aan het bepaalde in artikel 147f te voldoen.

4.

Indien de Autoriteit Financiële Markten nog geen besluit heeft genomen op een aanvraag van instemming als bedoeld in artikel 147r, eerste lid, onderdeel b of c, biedt de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten haar rechten van deelneming in de master-instelling voor collectieve belegging in effecten ter inkoop of terugbetaling aan op grond van de artikelen 4:61b, tweede lid, en 4:62h van de wet, op de werkdag voorafgaand aan de laatste dag waarop de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten haar rechten van deelneming in de master-instelling voor collectieve belegging ter inkoop of terugbetaling kan aanbieden.

5.

De feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten biedt haar rechten van deelneming in de master-instelling voor collectieve belegging in effecten op grond van het vierde lid tevens aan om te zorgen dat geen afbreuk wordt gedaan aan het recht van haar deelnemers, bedoeld in artikel 147f, eerste lid, onderdeel d.

6.

Alvorens de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten haar rechten van deelneming in een master-instelling voor collectieve belegging in effecten op grond van het vierde lid ter inkoop of terugbetaling aanbiedt, onderzoekt zij alternatieve oplossingen die kunnen bijdragen de transactiekosten of andere negatieve effecten voor haar eigen deelnemers te vermijden of te verminderen.

7.

De feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten ontvangt opbrengsten van de inkoop of terugbetaling van haar rechten van deelneming in de master-instelling voor collectieve belegging in effecten:

8.

De feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten heeft het recht de overgedragen activa in natura geheel of gedeeltelijk te verzilveren.

9.

De Autoriteit Financiële Markten stemt in met het herbeleggen van contanten als bedoeld in het zevende lid voorafgaand aan de datum waarop de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten in de nieuwe master-instelling voor collectieve belegging in effecten of in overeenstemming met haar nieuwe beleggingsdoelstellingen en beleggingsbeleid zal gaan beleggen, indien de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten uitsluitend herbelegd met het oog op een efficiënt contantenbeheer.

§ 10.3.2.2. Fusies tussen instellingen voor collectieve belegging in effecten

Artikel 147t
1.

De bij de kennisgeving van de voorgenomen fusie te verstrekken gegevens, bedoeld in artikel 4:62b, derde lid, van de wet zijn:

2.

De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt in de Nederlandse taal en, indien van toepassing, de officiële taal van de lidstaat van de zetel van de verkrijgende instelling voor collectieve belegging in effecten of in een andere taal die door de Autoriteit Financiële Markten en de toezichthoudende instantie van de betrokken lidstaat is goedgekeurd.

Artikel 147u

Het gemeenschappelijk fusievoorstel, bedoeld in artikel 4:62e, eerste lid, van de wet, bevat in ieder geval de volgende gegevens:

Artikel 147v

Een bewaarder van een verdwijnende instelling voor collectieve belegging in effecten en de bewaarder van een verkrijgende instelling voor collectieve belegging in effecten gaat na of de in het gemeenschappelijk fusievoorstel opgenomen gegevens, bedoeld in artikel 147u, onderdelen a, f en g, in overeenstemming zijn met hetgeen ingevolge de wet is bepaald en met het fondsreglement of de statuten van de desbetreffende instelling voor collectieve belegging in effecten.

Artikel 147w
1.

De te verstrekken informatie over de voorgenomen fusie aan de deelnemers van de betrokken instellingen voor collectieve belegging in effecten, bedoeld in artikel 4:62g, vierde lid, van de wetis beknopt en in niet-technische bewoordingen opgesteld en omvat in ieder geval:

2.

De essentiële beleggersinformatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, wordt aan de deelnemers van de verdwijnende instelling voor collectieve belegging in effecten verstrekt en wordt tevens aan de deelnemers van de verkrijgende instelling voor collectieve belegging in effecten verstrekt indien de essentiële beleggersinformatie is gewijzigd met het oog op de voorgenomen fusie.

3.

Indien aan het begin van het document met informatie over de voorgenomen fusie een samenvatting van de hoofdpunten van het fusievoorstel wordt verstrekt, wordt verwezen naar de delen van het document waar nadere informatie over die hoofdpunten is opgenomen.

4.

Artikel 147f, zesde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing op het verstrekken van informatie over de voorgenomen fusie, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 147x
1.

De te verstrekken informatie, bedoeldin artikel 147w, eerste lid, onderdeel b, aan de deelnemers van de verdwijnende instelling voor collectieve belegging in effecten omvat:

2.

De aan de deelnemers van de verkrijgende instelling voor collectieve belegging in effecten te verstrekken informatie, bedoeld in artikel 147w, eerste lid, onderdeel b, omvat tevens een toelichting of de beheerder van de verkrijgende instelling voor collectieve belegging in effecten verwacht dat de fusie enig materieel effect op de portefeuille van de verkrijgende instelling voor collectieve belegging in effecten zal hebben en of het voornemen bestaat een herschikking van de portefeuille door te voeren voordat of nadat de fusie ingaat.

Artikel 147y
1.

De te verstrekken informatie aan de deelnemers, bedoeldin artikel 147w, eerste lid, onderdeel d,omvat:

2.

Indien het gemeenschappelijk fusievoorstel een bepaling omvat betreffende een bijbetaling als bedoeld in artikel 4:62a, onderdeel a of b, wordt informatie verstrekt over de bijbetaling en onder meer over wanneer en op welke wijze deelnemers van de verdwijnende instelling voor collectieve belegging in effecten de bijbetaling zullen ontvangen.

Artikel 147z
1.

De te verstrekken informatie aan de deelnemers, bedoeld in artikel 147w, eerste lid, onderdeel e, omvat:

2.

Indien op grond van artikel 317 of 330 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek een besluit tot fusie wordt genomen door de algemene vergadering, bevat de informatie aan de deelnemers een aanbeveling van de beheerder of van degenen die het dagelijks beleid bepalen van de beleggingsmaatschappij zonder aparte beheerder.

Artikel 147aa

Onverminderd de artikelen 147w, 147x, eerste lid, 147y en 147z omvat de te verstrekken informatie over de voorgenomen fusie aan de deelnemers van de verdwijnende instelling voor collectieve belegging in effecten tevens:

Artikel 147bb
1.

De aan de deelnemers van de verdwijnende instelling voor collectieve belegging in effecten te verstrekken informatie over de voorgenomen fusie voldoet aan de behoeften van de deelnemers die geen voorafgaande kennis over de kenmerken en de bedrijfsvoering van de verkrijgende instelling voor collectieve belegging in effecten hebben. De verdwijnende instelling voor collectieve belegging in effecten wijst haar deelnemers op de essentiële beleggersinformatie van de verkrijgende instelling voor collectieve belegging in effecten en benadrukt de wenselijkheid om die te lezen.

2.

De aan de deelnemers van de verkrijgende instelling voor collectieve belegging in effecten te verstrekken informatie spitst zich toe op de voorgenomen fusie en de potentiële gevolgen daarvan voor de verkrijgende instelling voor collectieve belegging in effecten.

3.

Bij een voorgenomen grensoverschrijdende fusie licht de instelling voor collectieve belegging in effecten met zetel in Nederland in begrijpelijke taal alle termen en procedures betreffende de andere instelling voor collectieve belegging in effecten toe die verschillen van die welke in Nederland worden gebruikt.

Artikel 147cc

Indien de informatie over de voorgenomen fusie, bedoeld in artikel 147w, aan de deelnemers van de betrokken instellingen voor collectieve belegging in effecten is verstrekt, wordt dezelfde informatie verstrekt tot de dag waarop de fusie van kracht wordt aan een ieder die rechten van deelneming in de verdwijnende of verkrijgende instelling voor collectieve belegging in effecten aankoopt of daarop inschrijft of verzoekt om het fondsreglement of de statuten, het prospectus of essentiële beleggersinformatie van een van de betrokken instellingen voor collectieve belegging in effecten.

Artikel 147dd

Indien de beheerder van een verdwijnende instelling voor collectieve belegging in effecten of een verkrijgende instelling voor collectieve belegging in effecten op grond van de artikelen 2:123 en 2:124a van de wet rechten van deelneming in een door hem beheerde instelling voor collectieve belegging in effecten aanbiedt in een andere lidstaat verstrekt de desbetreffende instelling voor collectieve belegging in effecten de informatie, bedoeld in artikel 147w, aan haar deelnemers in de officiële taal van die andere lidstaat of in een door de toezichthoudende instantie van die andere lidstaat goedgekeurde taal.

Afdeling 10.4. Verzekeringen

Hoofdstuk 11. Aanvullende regels betreffende bemiddelen

Afdeling 11.1. Algemeen

Afdeling 11.2. Krediet

Afdeling 11.3. Verzekeringen

Hoofdstuk 12. Aanvullende regels betreffende herverzekeringsbemiddelen

Hoofdstuk 13. Aanvullende regels betreffende optreden als clearinginstelling

Hoofdstuk 14. Aanvullende regels betreffende verlenen van beleggingsdiensten en verrichten van beleggingsactiviteiten

§ 14.1. Algemeen

Hoofdstuk 14a. Premiepensioeninstellingen

Hoofdstuk 15. Slotbepalingen

Bijlage A. , inhoudende de basisvergelijking en aanvullende hypothesen, bedoeld in de definitie van jaarlijks kostenpercentage in artikel 1

Bijlage B. behorend bij artikel 5

Bijlage C. behorend bij artikel 13

2. Overige strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a

3.1. Persoonlijk

3.2. Zakelijk

4. Toezichtantecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel c

5. Fiscaal bestuursrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel d

Bijlage D. Standaardinformatie inzake consumptief krediet

Aanbieder van krediet Adres Telefoonnummer E-mailadres () Fax () Webadres (*) [Identiteit] [Geografisch adres voor gebruik door de consument]
Indien van toepassing: Bemiddelaar in krediet Adres Telefoonnummer () E-mailadres () Fax () Webadres () [Identiteit] [Geografisch adres voor gebruik door de consument]

(*) Deze informatie is voor de aanbieder van krediet facultatief

Telkens als «indien van toepassing» is vermeld, moet de aanbieder van krediet het vak invullen indien de informatie relevant is voor het kredietproduct, of de desbetreffende informatie of het hele vak schrappen indien de informatie niet relevant is voor het soort krediet in kwestie.

De aanwijzingen tussen vierkante haken zijn bedoeld voor de aanbieder van krediet en dienen te worden vervangen door de desbetreffende gegevens.

Het soort krediet
Het totale kredietbedrag Bedoeld wordt het plafond of de som van alle bedragen die op grond van een kredietovereenkomst beschikbaar worden gesteld.
De voorwaarden voor kredietopneming Bedoeld worden het tijdstip en de wijze waarop u het geld zal ontvangen.
De duur van de kredietovereenkomst
Termijnen en, in voorkomend geval, de volgorde waarin de termijnen worden toegerekend U dient het volgende te betalen: [Het bedrag, het aantal en de periodiciteit van de door de consument te verrichten betalingen.] Rente en/of kosten zijn als volgt te betalen:
Totaal door u te betalen bedrag Bedoeld wordt het bedrag van het geleende kapitaal, vermeerderd met de rente en eventuele kosten in verband met uw krediet. [Som van het totale kredietbedrag en de totale kredietkosten]
Indien van toepassing Het krediet wordt verleend in de vorm van uitstel van betaling voor een goed of dienst of wordt gekoppeld aan de levering van een bepaald goed of het aanbieden van een dienst. Naam van het goed/de dienst Contante prijs
Indien van toepassing
Gevraagde zekerheden [Soort zekerheden]
Beschrijving van de door u in verband met de kredietovereenkomst te verstrekken zekerheden.
Indien van toepassing Betalingen geven geen aanleiding tot directe aflossing van het kapitaal.
De debetrentevoet of, indien van toepassing, de verschillende debetrentevoeten die van toepassing zijn op de kredietovereenkomst [% – vast, of – variabel (met de index of referentierente-voet die betrekking heeft op de aanvankelijke debetrentevoet) – perioden]
--- ---
Jaarlijks kostenpercentage (JKP) Dit zijn de totale kosten, uitgedrukt als jaarlijks percentage van het totale kredietbedrag. Aan de hand van het JKP kunt u verschillende aanbiedingen onderling beter vergelijken. [% Een representatief voorbeeld met vermelding van alle voor de berekening van het hier op te geven percentage gebruikte hypothesen]
Is het, met het oog op het verkrijgen van het krediet, in voorkomend geval op de geadverteerde voorwaarden, verplicht om
– een verzekering ter waarborging van het krediet, of Ja/neen [zo ja, soort verzekering aangeven]
– een andere nevendienst af te nemen? Ja/neen [zo ja, soort nevendienst aangeven]
Indien de kosten van deze diensten de aanbieder van krediet niet bekend zijn, worden zij niet in het JKP opgenomen.
Met het krediet verbonden kosten
Indien van toepassing Het aanhouden van een of meer rekeningen is vereist voor de boeking van zowel betalingen als kredietopnemingen
Indien van toepassing Bedrag van de kosten voor het gebruik van een specifiek betaalmiddel (bijvoorbeeld een kredietkaart)
Indien van toepassing Eventuele andere kosten die voortvloeien uit de kredietovereenkomst
Indien van toepassing Voorwaarden waaronder de hierboven genoemde aan de kredietovereenkomst verbonden kosten voor wijziging vatbaar zijn
Indien van toepassing Verplichting tot betaling van notariskosten
Kosten in het geval van betalingsachterstand
Wanbetaling kan ernstige gevolgen voor u hebben (bijvoorbeeld gedwongen verkoop) en kredietverkrijging bemoeilijken. Bij betalingsachterstand wordt u [...(toepasselijke rente en regeling voor de aanpassing ervan en, in voorkomend geval, van de kosten van niet-nakoming)] aangerekend.
Herroepingsrecht U hebt het recht de kredietovereenkomst binnen een periode van 14 kalenderdagen te herroepen. Ja/Neen
--- ---
Vervroegde aflossing U hebt te allen tijde het recht het krediet volledig of gedeeltelijk vervroegd af te betalen.
Indien van toepassing De aanbieder van krediet heeft het recht op vergoeding bij vervroegde aflossing [Bepaling van de vergoeding (berekeningsmethode) overeenkomstig de uitvoeringsbepalingen van artikel 16 van Richtlijn 2008/48/EG]
Raadpleging van een gegevensbank De aanbieder van krediet dient u onverwijld en zonder kosten in kennis te stellen van het resultaat van een raadpleging van een gegevensbestand, indien een kredietaanvraag op basis van een dergelijke raadpleging is verworpen. Het voorgaande is niet van toepassing indien het verstrekken van dergelijke informatie op grond van communautaire wetgeving verboden is of indruist tegen de doelstellingen van de openbare orde of de openbare veiligheid.
Recht om een ontwerpkredietovereenkomst te ontvangen U hebt het recht om op verzoek kosteloos een exemplaar van de ontwerpkredietovereenkomst te verkrijgen. Deze bepaling is niet van toepassing indien de aanbieder van krediet ten tijde van het verzoek niet voornemens is de overeenkomst met u aan te gaan.
Indien van toepassing De periode gedurende welke de aanbieder van krediet door de precontractuele informatie is gebonden. De informatie is gelding van....tot en met....

Indien van toepassing

a) betreffende de aanbieder van krediet
Indien van toepassing
Vertegenwoordiger van de aanbieder van krediet in de lidstaat waar de consument woont [Identiteit]
Adres Telefoonnummer () E-mailadres () Fax () Webadres () [Geografisch adres voor gebruik door de consument]
Indien van toepassing Registratie [Het handelsregister waarin de aanbieder van krediet staat ingeschreven en zijn inschrijvingsnummer of een soortgelijke wijze van identificatie in dat register]
Indien van toepassing De toezichthoudende autoriteit
b) betreffende de kredietovereenkomst
Indien van toepassing Uitoefening van het herroepingsrecht [Praktische instructies voor de uitoefening van het herroepingsrecht, onder andere de termijn waarbinnen het kan worden uitgeoefend, het adres waarnaar de kennisgeving van de uitoefening van het herroepingsrecht moet worden gezonden en de gevolgen van niet-uitoefening van dat recht]
Indien van toepassing De wetgeving die door de aanbieder van krediet wordt gebruikt als grondslag voor de totstandbrenging van betrekkingen met u voorafgaand aan het sluiten van de kredietovereenkomst
Indien van toepassing Clausule inzake het op de kredietovereenkomst van toepassing zijnde recht en/of de bevoegde rechter [Desbetreffende clausule hier op te nemen]
Indien van toepassing Taalregeling Informatie en contractvoorwaarden worden verstrekt in het [bepaalde taal]. Indien u hiermee instemt, zullen wij voor de duur van de kredietovereenkomst communiceren in het [bepaalde taal/talen]
c) betreffende beroepsprocedures
Bestaan van en toegang tot buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures [Of voor de consument die partij is bij de overeenkomst op afstand buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures openstaan en, zo ja, hoe hij die procedures kan inleiden]

(*) Deze informatie is voor de aanbieder van krediet facultatief.

Bijlage E. Consumptief kredietinformatie voor geoorloofde debetstand op een rekening

Aanbieder van krediet Adres Telefoonnummer E-mailadres () Fax () Webadres (*) [Identiteit] [Geografisch adres voor gebruik door de consument]
Indien van toepassing: Bemiddelaar in krediet Adres Telefoonnummer () E-mailadres () Fax () Webadres () [Identiteit] [Geografisch adres voor gebruik door de consument]

(*) Deze informatie is voor de aanbieder van krediet facultatief

Telkens als «indien van toepassing» is vermeld, moet de aanbieder van krediet het vak invullen indien de informatie relevant is voor het kredietproduct, of de desbetreffende informatie of het hele vak schrappen indien de informatie niet relevant is voor het soort krediet in kwestie.

De aanwijzingen tussen vierkante haken zijn bedoeld voor de aanbieder van krediet en dienen te worden vervangen door de desbetreffende gegevens.

Het soort krediet
Het totale kredietbedrag [Bedoeld wordt het plafond of de som van alle bedragen die op grond van een kredietovereenkomst beschikbaar worden gesteld.]
De duur van de kredietovereenkomst
Indien van toepassing U kunt te allen tijde verzocht worden het kredietbedrag volledig terug te betalen
De debetrentevoet of, in voorkomend geval, de verschillende debetrentevoeten die voor de kredietovereenkomst gelden. [% – vast, of – variabel (met de index of referentievoet die betrekking heeft op de aanvankelijke debetrentevoet)]
--- ---
Indien van toepassing
Jaarlijks kostenpercentage (JKP) Dit zijn de totale kosten, uitgedrukt als jaarlijks percentage van het totale kredietbedrag. Aan de hand van het JKP kunt u verschillende aanbiedingen onderling beter vergelijken. [% Een representatief voorbeeld met vermelding van alle voor de berekening van het hier op te geven percentage gebruikte hypothesen]
Indien van toepassing
Kosten Indien van toepassing De voorwaarden waaronder deze kosten kunnen worden gewijzigd [De vanaf het sluiten van de kredietovereenkomst in rekening te brengen kosten.]
Kosten in het geval van betalingsachterstand Bij betalingsachterstand wordt u [...(toepasselijke rente en regeling voor de aanpassing ervan en, in voorkomend geval, van de kosten van niet-nakoming)] aangerekend.
Beëindiging van de kredietovereenkomst [De voorwaarden en de procedure voor beëindiging van de kredietovereenkomst]
--- ---
Raadpleging van een gegevensbank De aanbieder van krediet dient u onverwijld en zonder kosten in kennis te stellen van het resultaat van een raadpleging van een gegevensbestand, indien een kredietaanvraag op basis van een dergelijke raadpleging is verworpen. Het voorgaande is niet van toepassing indien het verstrekken van dergelijke informatie op grond van communautaire wetgeving verboden is of indruist tegen de doelstellingen van de openbare orde of de openbare veiligheid.
Indien van toepassing De periode gedurende welke de aanbieder van krediet door de precontractuele informatie is gebonden. De informatie is gelding van....tot en met....

Indien van toepassing

a) betreffende de aanbieder van krediet
Indien van toepassing
Vertegenwoordiger van de aanbieder van krediet in de lidstaat waar de consument woont [Identiteit]
Adres Telefoonnummer () E-mailadres () Fax () Webadres () [Geografisch adres voor gebruik door de consument]
Indien van toepassing Registratie [Het handelsregister waarin de aanbieder van krediet staat ingeschreven en zijn inschrijvingsnummer of een soortgelijke wijze van identificatie in dat register]
Indien van toepassing De toezichthoudende autoriteit
b) betreffende de kredietovereenkomst
Herroepingsrecht U hebt het recht de kredietovereenkomst binnen een periode van 14 kalenderdagen te herroepen. Indien van toepassing Uitoefening van het herroepingsrecht Ja/neen [Praktische instructies voor de uitoefening van het herroepingsrecht, onder andere naar welk adres de kennisgeving van de uitoefening van het herroepingsrecht moet worden gezonden en de gevolgen van niet-uitoefening van dat recht]
Indien van toepassing De wetgeving die door de aanbieder van krediet wordt gebruikt als grondslag voor de totstandbrenging van betrekkingen met u voorafgaand aan het sluiten van de kredietovereenkomst
Indien van toepassing Clausule inzake het op de kredietovereenkomst van toepassing zijnde recht en/of de bevoegde rechter [Desbetreffende clausule hier op te nemen]
Indien van toepassing Taalregeling Informatie en contractvoorwaarden worden verstrekt in het [bepaalde taal]. Indien u hiermee instemt, zullen wij voor de duur van de kredietovereenkomst communiceren in het [bepaalde taal/talen]
c) betreffende beroepsprocedures
Bestaan van en toegang tot buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures [Of voor de consument die partij is bij de overeenkomst op afstand buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures openstaan en, zo ja, hoe hij die procedures kan inleiden]

(*) Deze informatie is voor de aanbieder van krediet facultatief.

Bijlage F. Standaardinformatie inzake effectenkrediet

Aanbieder van krediet Adres Telefoonnummer E-mailadres () Fax () Webadres (*) [Identiteit] [Geografisch adres voor gebruik door de consument]
Indien van toepassing: Bemiddelaar in krediet Adres Telefoonnummer () E-mailadres () Fax () Webadres () [Identiteit] [Geografisch adres voor gebruik door de consument]

(*) Deze informatie is voor de aanbieder in krediet facultatief.

Telkens als «indien van toepassing» is vermeld, moet de aanbieder van krediet het vak invullen indien de informatie relevant is voor het kredietproduct, of de desbetreffende informatie of het hele vak schrappen indien de informatie niet relevant is voor het soort krediet in kwestie.

De aanwijzingen tussen vierkante haken zijn bedoeld voor de aanbieder van krediet en dienen te worden vervangen door de desbetreffende gegevens.

Het soort krediet [doorlopend krediet]
Aangeven dat het krediet wordt verleend of toegezegd tegen onderpand van financiële instrumenten en dat de kredietlimiet afhankelijk is van een bepaald dekkingspercentage en, indien van toepassing, bepaalde spreidingseisen.
Welk dekkingspercentage en welke spreidingseisen worden gehanteerd ten aanzien van de in onderpand gegeven financiële instrumenten.
De dekkingspercentages per soort financieel instrument en indien van toepassing de eisen ten aanzien van de samenstelling van de in onderpand gegeven financiële instrumenten.
De voorwaarden voor kredietopneming Bedoeld worden het tijdstip en de wijze waarop u het geld zal ontvangen.
Termijnen en, in voorkomend geval, de volgorde waarin de termijnen worden toegerekend Wijze waarop rente en/of kosten in rekening worden gebracht [bijvoorbeeld: rente en/of kosten worden bijgeschreven ten laste van het krediet] [De periodiciteit van de door de consument te verrichten betalingen.]
Gevraagde zekerheden [Soort zekerheden]
De debetrentevoet of, indien van toepassing, de verschillende debetrentevoeten die van toepassing zijn op de kredietovereenkomst [% – vast, of – variabel (met de index of referentievoet die betrekking heeft op de aanvankelijke debetrentevoet) – perioden]
--- ---
Vier representatieve voorbeeldberekeningen van de totale kosten van het effectenkrediet gebaseerd op verschillende kredietlimieten.
Indien van toepassing Met het krediet verband houdende kosten
Indien van toepassing Het aanhouden van een of meer rekeningen is vereist voor de boeking van zowel betalingen als kredietopnemingen
Kosten in het geval van betalingsachterstand Wanbetaling kan ernstige gevolgen voor u hebben (bijvoorbeeld gedwongen verkoop) en kredietverkrijging bemoeilijken. Voor wanbetaling wordt u [...(toepasselijke rente en regeling voor de aanpassing ervan en, in voorkomend geval, van de kosten van niet-nakoming)] aangerekend.
Beëindiging van de kredietovereenkomst [De voorwaarden en de procedure voor beëindiging van de kredietovereenkomst]
--- ---
Herroepingsrecht Neen
Vervroegde aflossing U hebt te allen tijde het recht het krediet volledig of gedeeltelijk vervroegd af te betalen.
Raadpleging van een gegevensbank De aanbieder van krediet dient u onverwijld en zonder kosten in kennis te stellen van het resultaat van een raadpleging van een gegevensbestand, indien een kredietaanvraag op basis van een dergelijke raadpleging is verworpen. Het voorgaande is niet van toepassing indien het verstrekken van dergelijke informatie op grond van communautaire wetgeving verboden is of indruist tegen de doelstellingen van de openbare orde of de openbare veiligheid.
Indien van toepassing De periode gedurende welke de aanbieder van krediet door de precontractuele informatie is gebonden. De informatie is gelding van....tot en met....

Indien van toepassing

a) betreffende de aanbieder van krediet
Indien van toepassing Vertegenwoordiger van de aanbieder van krediet in de lidstaat waar de consument woont Adres Telefoonnummer () E-mailadres () Fax () Webadres () [Identiteit] [Geografisch adres voor gebruik door de consument]
Indien van toepassing Registratie [Het handelsregister waarin de aanbieder van krediet staat ingeschreven en zijn inschrijvingsnummer of een soortgelijke wijze van identificatie in dat register]
Indien van toepassing De toezichthoudende autoriteit
b) betreffende de kredietovereenkomst
Herroepingsrecht Neen
Indien van toepassing De wetgeving die door de aanbieder van krediet wordt gebruikt als grondslag voor de totstandbrenging van betrekkingen met u voorafgaand aan het sluiten van de kredietovereenkomst
Indien van toepassing Clausule inzake het op de kredietovereenkomst van toepassing zijnde recht en/of de bevoegde rechter [Desbetreffende clausule hier op te nemen]
Indien van toepassing Taalregeling Informatie en contractvoorwaarden worden verstrekt in het [bepaalde taal]. Indien u hiermee instemt, zullen wij voor de duur van de kredietovereenkomst communiceren in het [bepaalde taal/talen]
c) betreffende beroepsprocedures
Bestaan van en toegang tot buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures [Of voor de consument die partij is bij de overeenkomst op afstand buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures openstaan en, zo ja, hoe hij die procedures kan inleiden]

(*) Deze informatie is voor de aanbieder van krediet facultatief.

Bijlage G. , behorend bij artikel 116a

4. Gegevens betreffende mogelijke wijzigingen in en de beëindiging van de overeenkomst:

5. Overige gegevens met betrekking tot de overeenkomst:

Bijlage F. Standaardinformatie inzake effectenkrediet

Aanbieder van krediet Adres Telefoonnummer E-mailadres () Fax () Webadres (*) [Identiteit] [Geografisch adres voor gebruik door de consument]
Indien van toepassing: Bemiddelaar in krediet Adres Telefoonnummer () E-mailadres () Fax () Webadres () [Identiteit] [Geografisch adres voor gebruik door de consument]

(*) Deze informatie is voor de aanbieder in krediet facultatief.

Telkens als «indien van toepassing» is vermeld, moet de aanbieder van krediet het vak invullen indien de informatie relevant is voor het kredietproduct, of de desbetreffende informatie of het hele vak schrappen indien de informatie niet relevant is voor het soort krediet in kwestie.

De aanwijzingen tussen vierkante haken zijn bedoeld voor de aanbieder van krediet en dienen te worden vervangen door de desbetreffende gegevens.

Het soort krediet [doorlopend krediet]
Aangeven dat het krediet wordt verleend of toegezegd tegen onderpand van financiële instrumenten en dat de kredietlimiet afhankelijk is van een bepaald dekkingspercentage en, indien van toepassing, bepaalde spreidingseisen.
Welk dekkingspercentage en welke spreidingseisen worden gehanteerd ten aanzien van de in onderpand gegeven financiële instrumenten.
De dekkingspercentages per soort financieel instrument en indien van toepassing de eisen ten aanzien van de samenstelling van de in onderpand gegeven financiële instrumenten.
De voorwaarden voor kredietopneming Bedoeld worden het tijdstip en de wijze waarop u het geld zal ontvangen.
Termijnen en, in voorkomend geval, de volgorde waarin de termijnen worden toegerekend Wijze waarop rente en/of kosten in rekening worden gebracht [bijvoorbeeld: rente en/of kosten worden bijgeschreven ten laste van het krediet] [De periodiciteit van de door de consument te verrichten betalingen.]
Gevraagde zekerheden [Soort zekerheden]
De debetrentevoet of, indien van toepassing, de verschillende debetrentevoeten die van toepassing zijn op de kredietovereenkomst [% – vast, of – variabel (met de index of referentievoet die betrekking heeft op de aanvankelijke debetrentevoet) – perioden]
--- ---
Vier representatieve voorbeeldberekeningen van de totale kosten van het effectenkrediet gebaseerd op verschillende kredietlimieten.
Indien van toepassing Met het krediet verband houdende kosten
Indien van toepassing Het aanhouden van een of meer rekeningen is vereist voor de boeking van zowel betalingen als kredietopnemingen
Kosten in het geval van betalingsachterstand Wanbetaling kan ernstige gevolgen voor u hebben (bijvoorbeeld gedwongen verkoop) en kredietverkrijging bemoeilijken. Voor wanbetaling wordt u [...(toepasselijke rente en regeling voor de aanpassing ervan en, in voorkomend geval, van de kosten van niet-nakoming)] aangerekend.
Beëindiging van de kredietovereenkomst [De voorwaarden en de procedure voor beëindiging van de kredietovereenkomst]
--- ---
Herroepingsrecht Neen
Vervroegde aflossing U hebt te allen tijde het recht het krediet volledig of gedeeltelijk vervroegd af te betalen.
Raadpleging van een gegevensbank De aanbieder van krediet dient u onverwijld en zonder kosten in kennis te stellen van het resultaat van een raadpleging van een gegevensbestand, indien een kredietaanvraag op basis van een dergelijke raadpleging is verworpen. Het voorgaande is niet van toepassing indien het verstrekken van dergelijke informatie op grond van communautaire wetgeving verboden is of indruist tegen de doelstellingen van de openbare orde of de openbare veiligheid.
Indien van toepassing De periode gedurende welke de aanbieder van krediet door de precontractuele informatie is gebonden. De informatie is gelding van....tot en met....

Indien van toepassing

a) betreffende de aanbieder van krediet
Indien van toepassing Vertegenwoordiger van de aanbieder van krediet in de lidstaat waar de consument woont Adres Telefoonnummer () E-mailadres () Fax () Webadres () [Identiteit] [Geografisch adres voor gebruik door de consument]
Indien van toepassing Registratie [Het handelsregister waarin de aanbieder van krediet staat ingeschreven en zijn inschrijvingsnummer of een soortgelijke wijze van identificatie in dat register]
Indien van toepassing De toezichthoudende autoriteit
b) betreffende de kredietovereenkomst
Herroepingsrecht Neen
Indien van toepassing De wetgeving die door de aanbieder van krediet wordt gebruikt als grondslag voor de totstandbrenging van betrekkingen met u voorafgaand aan het sluiten van de kredietovereenkomst
Indien van toepassing Clausule inzake het op de kredietovereenkomst van toepassing zijnde recht en/of de bevoegde rechter [Desbetreffende clausule hier op te nemen]
Indien van toepassing Taalregeling Informatie en contractvoorwaarden worden verstrekt in het [bepaalde taal]. Indien u hiermee instemt, zullen wij voor de duur van de kredietovereenkomst communiceren in het [bepaalde taal/talen]
c) betreffende beroepsprocedures
Bestaan van en toegang tot buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures [Of voor de consument die partij is bij de overeenkomst op afstand buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures openstaan en, zo ja, hoe hij die procedures kan inleiden]

(*) Deze informatie is voor de aanbieder van krediet facultatief.

6. Gegevens over vervanging van de beheerder of de bewaarder

Bijlage I. behorend bij artikel 118, eerste lid

1. Algemene gegevens over de beleggingsinstelling

5.11. Indien de beleggingsinstelling 85 procent of meer van het beheerde vermogen direct of indirect belegt in een andere beleggingsinstelling: een beschrijving van het beleggingsbeleid van de andere beleggingsinstelling.

5.12. Indien de beleggingsinstelling 85 procent of meer van het beheerde vermogen direct of indirect belegt in een andere beleggingsinstelling:

5.13. Indien van toepassing: de gereglementeerde markt en de andere markten in financiële instrumenten waar de financiële instrumenten worden verhandeld waarin de beleggingsinstelling belegt.

6. Gegevens over kosten en vergoedingen

5.15. Indien het een instelling voor collectieve belegging in effecten betreft: het profiel van het type belegger tot wie de beleggingsinstelling zich richt.

5.16. Indien het een instelling voor collectieve belegging in effecten betreft en indien van toepassing: de staat, het openbaar lichaam met verordende bevoegdheid of de internationale organisatie waarin een of meer lidstaten deelnemen, die effecten of geldmarktinstrumenten uitgeeft of garandeert waarin de beleggingsinstelling voor meer dan vijfendertig procent van het beheerde vermogen belegt alsmede van de ontheffing daartoe ingevolge artikel 136, tweede lid.

5.17. Indien het een instelling voor collectieve belegging in effecten betreft: de categorieën effecten, geldmarktinstrumenten of financiële derivaten waarin de beleggingsinstelling mag beleggen; een verklaring of de beleggingsinstelling transacties met betrekking tot financiële derivaten mag verrichten en zo ja, dan wordt duidelijk vermeld of dat gebruik van de financiële derivaten mag dienen voor risicodekking dan wel ter verwezenlijking van beleggingsdoelstellingen, alsmede het mogelijke effect van het gebruik van deze effecten, geldmarktinstrumenten of financiële derivaten op het risicoprofiel.

5.18. Indien het een instelling voor collectieve belegging in effecten betreft en indien van toepassing: vermelding van het feit dat de beleggingsinstelling voornamelijk in financiële derivaten belegt of een aandelen- of obligatie-index als bedoeld in artikel 138, eerste lid, volgt.

5.19. Indien het een instelling voor collectieve belegging in effecten betreft en indien van toepassing: vermelding van het feit dat de waarde van de activa als gevolg van het beleggingsbeleid sterk kan fluctueren.

5.20 Indien het een feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten betreft:

6.7. Indien de hoogte van de in 6.1 tot en met 6.6 bedoelde kosten nog niet bekend is: het maximum van deze kosten.

6.1. De kosten van oprichting van de beleggingsinstelling en de wijze waarop deze kosten ten laste komen van het resultaat van de beleggingsinstelling, in mindering worden gebracht op het beheerde vermogen of anderszins ten laste komen van de deelnemers in de beleggingsinstelling en welk gedeelte ten goede komt aan de beheerder, de bewaarder, de bestuurders van de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder, de bewaarder of aan met de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder gelieerde partijen.

6.2. De kosten gemoeid met het beheer van de beleggingsinstelling, de bewaring van de activa van de beleggingsinstelling, de accountant, het toezicht en de marketing, inclusief de berekeningsgrondslag, en de wijze waarop deze kosten ten laste komen van het resultaat van de beleggingsinstelling, in mindering worden gebracht op het beheerde vermogen of anderszins ten laste komen van de deelnemers in de beleggingsinstelling.

6.3. De transactiekosten die geïdentificeerd en gekwantificeerd kunnen worden en de wijze waarop deze kosten ten laste komen van het resultaat van de beleggingsinstelling, in mindering worden gebracht op het beheerde vermogen of anderszins ten laste komen van de deelnemers in de beleggingsinstelling.

6.4. Indien van toepassing: de kosten die worden gemaakt of vergoedingen die worden gevraagd in verband met het in- en uitlenen van financiële instrumenten, en de wijze waarop deze kosten ten laste komen van het resultaat, in mindering worden gebracht op het beheerde vermogen of anderszins ten laste komen van de deelnemers in de beleggingsinstelling, onderscheidenlijk aan wie deze vergoedingen ten goede komen.

6.5. Indien van toepassing: de kosten van het verlenen van opdrachten aan derden om een of meer werkzaamheden in het kader van het beheer van de beleggingsinstelling of de bewaring van de activa van de beleggingsinstelling te verrichten en de wijze waarop deze kosten ten laste komen van het resultaat, in mindering worden gebracht op het beheerde vermogen of anderszins ten laste komen van de deelnemers in de beleggingsinstelling.

7. Gegevens over de rechten van deelneming

6.7. Indien de hoogte van de in 6.1 tot en met 6.6 bedoelde kosten nog niet bekend is: het maximum van deze kosten.

6.8. De som van de in 6.1 tot en met 6.6 bedoelde kosten.

6.9. De naar soort onderscheiden kosten die voortvloeien uit directe of indirecte beleggingen in andere beleggingsinstellingen.

6.10. De wijze waarop de op- en afslagen worden berekend en aan wie de op- en afslagen ten goede komen, alsmede alle overige eenmalige bedragen die de deelnemers in de beleggingsinstelling betalen bij toe- en uittreding, inclusief de berekeningsgrondslag.

6.11. Indien van toepassing: beschrijving van afspraken over retourprovisies met vermelding van degenen aan wie de retourprovisies ten goede komen.

6.12. Indien van toepassing: beschrijving van afspraken over goederen die de beheerder, de bewaarder, de bestuurders van de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder, met de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder gelieerde partijen of derden voor het uitvoeren van opdrachten ten behoeve van de beheerder of de beleggingsinstelling ontvangen of in het vooruitzicht worden gesteld.

7.6. Een beschrijving van de voorschriften waaraan de winstbepaling en -bestemming is onderworpen, alsmede van de wijze waarop en de frequentie waarmee winstuitkering zal geschieden.

7.1. De wijze waarop en voorwaarden waaronder het aanbieden van de rechten van deelneming plaatsvindt.

7.2. De aard en de voornaamste kenmerken van de rechten van deelneming in de beleggingsinstelling, waaronder een beschrijving van het eventuele aan de rechten van deelneming verbonden stemrecht alsmede van de vorm waarin en de eventuele beperkingen waaronder zij verhandeld kunnen worden.

7.3. Een verklaring omtrent een eventuele notering van de beleggingsinstelling op een gereglementeerde markt of een andere markt in financiële instrumenten.

7.4. De wijze waarop en voorwaarden waaronder verkoop of inkoop van, alsmede terugbetaling op de rechten van deelneming plaatsvindt.

7.5. Indien van toepassing: de wijze waarop de bepaling plaatsvindt van de prijs bij het aanbieden, de verkoop- of inkoopprijs, alsmede van het bedrag bij terugbetaling van de waarde van de rechten van deelneming, in het bijzonder:

Deze verplichting is niet van toepassing op beleggingsinstellingen waarvan de rechten van deelneming zijn toegelaten tot de notering op een door de Autoriteit Financiële Markten aangewezen gereglementeerde markt of andere markt in financiële instrumenten of waarvan aannemelijk is dat die rechten van deelneming daartoe spoedig zullen worden toegelaten; deze verplichting is evenmin van toepassing op de in artikel 126, eerste lid, bedoelde beleggingsmaatschappijen.

7.6. Een beschrijving van de voorschriften waaraan de winstbepaling en -bestemming is onderworpen, alsmede van de wijze waarop en de frequentie waarmee winstuitkering zal geschieden.

7.7. Een verklaring dat elk recht van deelneming van dezelfde soort recht geeft op een evenredig aandeel in het vermogen van de beleggingsinstelling voor zover dit aan de deelgerechtigden toekomt.

8. Gegevens over het risicoprofiel van de beleggingsinstelling

7.9. Indien het een instelling voor collectieve belegging in effecten betreft: een verklaring dat de beleggingsinstelling gehouden is om, op verzoek van de deelnemers, haar rechten van deelneming ten laste van de activa direct of indirect in te kopen of de waarde van de rechten van deelneming terug te betalen. Deze verplichting geldt niet voor de beleggingsmaatschappij, bedoeld in artikel 126, eerste lid.

7.10. Indien het een instelling voor collectieve belegging in effecten betreft: de plaatsen in elke lidstaat waar de beleggingsinstelling haar rechten van deelneming in de handel brengt dan wel doet brengen.

7.11. Indien het een instelling voor collectieve belegging in effecten betreft die rechten van deelneming aanbiedt met een verschillend risicoprofiel:

7.12. Indien het een beleggingsinstelling betreft waarvan de rechten van deelneming op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald, voorzover redelijkerwijs voorzienbaar: de gevallen waarin in het belang van de deelnemers de inkoop van de rechten van deelneming of de terugbetaling van de waarde van de rechten van deelneming kunnen worden opgeschort, alsmede de wijze waarop onderscheidenlijk inkoop en terugbetaling kan worden opgeschort.

7.13. Indien het een beleggingsinstelling betreft waarvan de rechten van deelneming op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald: een verklaring dat er voldoende waarborgen aanwezig zijn opdat, behoudens wettelijke bepalingen en de in 7.12 bedoelde gevallen, aan de verplichting om in te kopen en terug te betalen kan worden voldaan.

7.14. Indien het een beleggingsmaatschappij als bedoeld in artikel 126, tweede lid, betreft: de gereglementeerde markt of de andere markt in financiële instrumenten in de staat van verhandeling waarvan de notering de prijs bepaalt voor de transacties die door de beleggingsmaatschappij in die staat buiten de gereglementeerde markt of de markt in financiële instrumenten om worden verricht.

8.7. Indien de beleggingsinstelling belegt met namens of voor rekening en risico van de deelnemers geleend geld:

9. Gegevens over opheffing van de beleggingsinstelling

8.2. Een beschrijving van elk risico dat beleggers kunnen lopen met hun deelneming, voor zover dit risico van betekenis en relevant is in het licht van de gevolgen en de waarschijnlijkheid ervan. Deze beschrijving dient een korte en begrijpelijke uitleg te bevatten over ieder specifiek risico dat voortvloeit uit een gegeven beleggingsbeleid of dat verband houdt met specifieke voor de beleggingsinstelling relevante markten of beleggingen, waaronder:

10. Gegevens over de vergadering van deelnemers

8.4. De informatie, bedoeld in 8.1 tot en met 8.3 wordt geordend volgens de belangrijkheid ervan, welke wordt bepaald op basis van de omvang en relevantie van de risico’s.

8.5. Indien van toepassing: een afzonderlijke en herkenbare melding dat een beleggingsinstelling is onderverdeeld in te onderscheiden categorieën van deelnemers, waarbij voor de categorieën een afzonderlijk beleggingsbeleid geldt en een of meerdere categorieën van deelnemers op grond van het beleggingsbeleid financiële risico’s lopen die verder gaan dan het door hen ter belegging in de beleggingsinstelling bijeengebrachte vermogen.

11. Gegevens over waardering activa

8.7. Indien de beleggingsinstelling belegt met namens of voor rekening en risico van de deelnemers geleend geld:

11.2. Vermelding van het feit dat de intrinsieke waarde van de rechten van deelneming in de beleggingsinstelling bekend wordt gemaakt op de website van de beheerder.

Een beschrijving van de wijze waarop en de voorwaarden waaronder opheffing en vereffening van de beleggingsinstelling plaatsvindt, in het bijzonder ten aanzien van de rechten van de deelnemers in de beleggingsinstelling.

10. Gegevens over de vergadering van deelnemers

10.1. De gevallen waarin vergaderingen van deelnemers in de beleggingsinstelling worden gehouden, de regelingen voor het oproepen van deze vergaderingen en de wijze waarop het stemrecht is geregeld.

10.2. Een verklaring dat een oproeping voor een vergadering van deelnemers in de beleggingsinstelling ten minste veertien dagen voor de aanvang van die vergadering, per advertentie in een landelijk verspreid Nederlands dagblad dan wel aan het adres van iedere deelnemer, alsmede op de website van de beheerder, geschiedt.

11. Gegevens over waardering activa

11.1. Een beschrijving van de intrinsieke waardebepaling van de beleggingsinstelling met een opgave van de regelmaat waarmee deze waardebepaling plaatsvindt alsmede de valuta waarin de intrinsieke waarde van de beleggingsinstelling wordt berekend. De waardering van de activa en passiva geschiedt naar maatstaven die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd.

Bijlage J. , behorend bij de artikelen 147b, vijfde lid, en 147c

1. Inhoud van een overeenkomst als bedoeld in artikel 147b, eerste lid

12. Gegevens over het belastingstelsel

12.1. Een beknopte beschrijving van het op de beleggingsinstelling toepasselijke belastingstelsel met, voor zover van toepassing, vermelding van inhouding van bronbelasting op inkomsten en kapitaalwinsten welke door de beleggingsinstelling aan houders van rechten van deelneming worden uitgekeerd.

1.2. Grondslag voor een belegging in en vervreemding van rechten van deelneming door een feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten

Een overeenkomst als bedoeld in artikel 147b, eerste lid, voorziet ten aanzien van de grondslag voor de belegging in en vervreemding van rechten van deelneming door de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten in het volgende:

1.3. Standaardregelingen voor verhandeling

Een overeenkomst als bedoeld in artikel 147b, eerste lid, voorziet ten aanzien van standaardregelingen voor verhandeling in het volgende:

1. Inhoud van een overeenkomst als bedoeld in artikel 147b, eerste lid

Een overeenkomst als bedoeld in artikel 147b, eerste lid, voorziet ten aanzien van op regelingen voor verhandeling van invloed zijnde gebeurtenissen in het volgende:

1.5. Standaardregelingen voor een accountantsverslag

Een overeenkomst als bedoeld in artikel 147b, eerste lid, voorziet ten aanzien van standaardregelingen voor het accountantsverslag in het volgende:

1.6. Wijzigingen van doorlopende regelingen

Een overeenkomst als bedoeld in artikel 147b, eerste lid, voorziet ten aanzien van wijzigingen van doorlopende regelingen in het volgende:

2. Inhoud van de regels over de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 147b, vierde lid

1.4. Op regelingen voor verhandeling van invloed zijnde gebeurtenissen

Een overeenkomst als bedoeld in artikel 147b, eerste lid, voorziet ten aanzien van op regelingen voor verhandeling van invloed zijnde gebeurtenissen in het volgende:

1.5. Standaardregelingen voor een accountantsverslag

Een overeenkomst als bedoeld in artikel 147b, eerste lid, voorziet ten aanzien van standaardregelingen voor het accountantsverslag in het volgende:

1.6. Wijzigingen van doorlopende regelingen

Een overeenkomst als bedoeld in artikel 147b, eerste lid, voorziet ten aanzien van wijzigingen van doorlopende regelingen in het volgende:

2. Inhoud van de regels over de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 147b, vierde lid

De regels over de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 147b, vierde lid, voorzien ten aanzien van op regelingen voor verhandeling van invloed zijnde gebeurtenissen in het volgende:

2.5. Standaardregelingen voor een accountantsverslag

De regels over de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 147b, vierde lid, voorzien ten aanzien van standaardregelingen voor het accountantsverslag in het volgende:

3. Inhoud van een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:57b, eerste lid, van de wet

2.3. Standaardregelingen voor verhandeling

De regels over de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 147b, vierde lid, voorzien met betrekking tot standaardregelingen voor verhandeling in het volgende:

2.4. Op regelingen voor verhandeling van invloed zijnde gebeurtenissen

4.1. Accountants

Een overeenkomst tot uitwisseling van informatie als bedoeld in artikel 4:57c, eerste lid, van de wet voorziet in het volgende:

Bijlage K. behorend bij artikel 171

Diploma Instelling Eindtermen
Algemeen
Oriëntatie Financiële instellingen NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Algemene Opleiding Bankbedrijf NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Oriëntatie Bankbedrijf NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Inleiding verzekeringsbedrijf SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
Basiscursus Intermediair SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
A-Algemeen SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
Financiële planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdeel 1 van bijlage B
Consumptief krediet
Consumentenkrediet NIBE-SVV Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Financiering SEA/SEFD Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Financiële planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Consumptief krediet SEA/SEFD Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Consumentenkrediet Innovam Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Hypothecair krediet
Erkend hypotheekadviseur2 SEH Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B.
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Hypotheekadviseur en Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Woningfinanciering 2 en Assurantiebemiddeling B NIBE-SVV/ SEA/SEFD Onderdelen 1 en 2, voorzover dit onderdeel geen betrekking heeft op kapitaalverzekeringen, van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Beleggingsproducten (variant b)
DSI-registratie als (senior) Beleggingsadviseur (DSI) Onderdeel 1 van bijlage B
DSI-registratie als (senior) Vermogensbeheerder (DSI) Onderdeel 1 van bijlage B
Beleggingsproducten (variant a)
DSI-registratie als (senior) Beleggingsadviseur (DSI) Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
DSI-registratie als (senior) Vermogensbeheerder (DSI) Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Vermogensplanning NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Gevolmachtigd agent
Assurantiebemiddeling A en Gevolmachtigde Agent SEA/SEFD Onderdelen 1 en 6 van bijlage B
Schadeverzekeringen
Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Erkend Assurantieagent (B) SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Assurantiebemiddeling A SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Verklaring bedoeld in artikel 4, achtste lid, tweede volzin, Wabb Sociaal-Economische Raad Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
A-modules: Algemeen, Brand, Transport en Varia SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Branchediploma’s: Brand, Transport, M&S en Varia SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Levensverzekeringen
Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Erkend assurantieagent (B) SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Assurantiebemiddeling A SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Verklaring bedoeld in artikel 4, achtste lid, tweede volzin, van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf Sociaal-Economische Raad Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
A-modules: Algemeen en Leven SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Branche diploma Leven SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
VP-leven en Pensioenpraktijk SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B

1 Of daaraan door de FFP tot en met 2002 gelijk gestelde diplomavereisten.

2 Of anderszins bij de SEH geregistreerd als Erkend Hypotheekadviseur.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 34e

De bedrijfsvoering van een pensioenbewaarder als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet omvat ten minste procedures en maatregelen die waarborgen dat:

Artikel 38l

Indien een premiepensioeninstelling of pensioenbewaarder in het kader van het beheer van een pensioenvermogen onderscheidenlijk in het kader van de bewaring van een pensioenvermogen een of meer werkzaamheden uitbesteedt:

Artikel 86b
1.

Een aanbieder, gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent verschaft of ontvangt voor het optreden als gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent rechtstreeks of middellijk geen commissie die niet noodzakelijk is voor het verlenen van de dienst of deze mogelijk maakt.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op:

Hoofdstuk 9. Meldingsplichten

Afdeling 9.1. Melding wijzigingen door financiële ondernemingen

§ 9.1.3. Collectieve vergunninghouders

Hoofdstuk 10. Aanvullende regels betreffende aanbieden

Afdeling 10.1a. Elektronisch geld

§ 10.2.2. Verplichting tot inwinnen van informatie en ten hoogste toegelaten kredietvergoeding

Afdeling 10.3. Rechten van deelneming in een beleggingsinstelling

§ 10.3.1. Regels voor alle beheerders, beleggingsinstellingen en bewaarders

Artikel 116b

De advertentie en mededeling op de website van de beheerder, bedoeld in artikel 4:47, eerste lid, van de wet, bevatten tenminste:

§ 10.3.2. Aanvullende regels voor beheerders van instellingen voor collectieve belegging in effecten en instellingen voor collectieve belegging in effecten

§ 10.3.2.1. Aanvullende regels voor master-instellingen voor collectieve belegging in effecten en feeder-instellingen voor collectieve belegging in effecten en de overeenkomst tussen de betrokken accountants en bewaarders

§ 10.3.2.2. Fusies tussen instellingen voor collectieve belegging in effecten

Afdeling 10.4. Verzekeringen

Hoofdstuk 11. Aanvullende regels betreffende bemiddelen

Afdeling 11.1. Algemeen

Afdeling 11.2. Krediet

Afdeling 11.3. Verzekeringen

Hoofdstuk 12. Aanvullende regels betreffende herverzekeringsbemiddelen

Hoofdstuk 13. Aanvullende regels betreffende optreden als clearinginstelling

Hoofdstuk 14. Aanvullende regels betreffende verlenen van beleggingsdiensten en verrichten van beleggingsactiviteiten

§ 14.1. Algemeen

Hoofdstuk 14a. Premiepensioeninstellingen

Hoofdstuk 15. Slotbepalingen

Artikel 171a
1.

Een financiëledienstverlener die op 31 december 2011 voldeed aan het bepaalde ingevolge artikel 4:9, tweede lid, van de wet, ten aanzien van het verlenen van financiële diensten met betrekking tot levensverzekeringen, wordt geacht vanaf 1 januari 2012 tot en met 31 december 2013 te voldoen aan het bepaalde ingevolge artikel 4:9, tweede lid, van de wet ten aanzien van het verlenen van financiële diensten met betrekking tot pensioenverzekeringen, indien hij voldoet aan het derde en vierde lid.

2.

Een financiëledienstverlener die op 31 december 2011 financiële diensten verleent met betrekking tot premiepensioenvorderingen, wordt geacht vanaf 1 januari 2012 tot 1 januari 2014 te voldoen aan het bepaalde ingevolge artikel 4:9, tweede lid, van de wet ten aanzien van het verlenen van financiële diensten met betrekking tot premiepensioenvorderingen, indien hij voldoet aan het derde en vierde lid.

3.

De financiëledienstverlener, bedoeld in het eerste of tweede lid, geeft voor 1 februari 2012 bij de Autoriteit Financiële Markten aan dat hij voornemens is zijn financiële dienstverlening met betrekking tot pensioenverzekeringen of premiepensioenvorderingen te continueren. Hij doet dit op de door de Autoriteit Financiële Markten voorgeschreven wijze.

4.

De financiëledienstverlener, bedoeld in het eerste en tweede lid, toont voor 1 juli 2012 op een door de Autoriteit Financiële Markten voorgeschreven wijze aan dat en op welke wijze hij zal voldoen aan het bepaalde ingevolge artikel 4:9, tweede lid, van de wet ten aanzien van het verlenen van financiële diensten met betrekking tot pensioenverzekeringen of premiepensioenvorderingen.

5.

Het eerste tot en met vierde lid zijn van toepassing op de financiëledienstverlener totdat hij, op een door de Autoriteit Financiële Markten voorgeschreven wijze, heeft aangetoond te voldoen aan het bepaalde ingevolge artikel 4:9, tweede lid, van de wet, voor zover het betreft het verlenen van financiële diensten met betrekking tot pensioenverzekeringen of premiepensioenvorderingen.

Bijlage A. , inhoudende de basisvergelijking en aanvullende hypothesen, bedoeld in de definitie van jaarlijks kostenpercentage in artikel 1

Bijlage B. behorend bij artikel 5

Bijlage C. behorend bij artikel 13

5.1. Persoonlijk

Bijlage D. Standaardinformatie inzake consumptief krediet

Aanbieder van krediet Adres Telefoonnummer E-mailadres () Fax () Webadres (*) [Identiteit] [Geografisch adres voor gebruik door de consument]
Indien van toepassing: Bemiddelaar in krediet Adres Telefoonnummer () E-mailadres () Fax () Webadres () [Identiteit] [Geografisch adres voor gebruik door de consument]

(*) Deze informatie is voor de aanbieder van krediet facultatief

Telkens als «indien van toepassing» is vermeld, moet de aanbieder van krediet het vak invullen indien de informatie relevant is voor het kredietproduct, of de desbetreffende informatie of het hele vak schrappen indien de informatie niet relevant is voor het soort krediet in kwestie.

De aanwijzingen tussen vierkante haken zijn bedoeld voor de aanbieder van krediet en dienen te worden vervangen door de desbetreffende gegevens.

Het soort krediet
Het totale kredietbedrag Bedoeld wordt het plafond of de som van alle bedragen die op grond van een kredietovereenkomst beschikbaar worden gesteld.
De voorwaarden voor kredietopneming Bedoeld worden het tijdstip en de wijze waarop u het geld zal ontvangen.
De duur van de kredietovereenkomst
Termijnen en, in voorkomend geval, de volgorde waarin de termijnen worden toegerekend U dient het volgende te betalen: [Het bedrag, het aantal en de periodiciteit van de door de consument te verrichten betalingen.] Rente en/of kosten zijn als volgt te betalen:
Totaal door u te betalen bedrag Bedoeld wordt het bedrag van het geleende kapitaal, vermeerderd met de rente en eventuele kosten in verband met uw krediet. [Som van het totale kredietbedrag en de totale kredietkosten]
Indien van toepassing Het krediet wordt verleend in de vorm van uitstel van betaling voor een goed of dienst of wordt gekoppeld aan de levering van een bepaald goed of het aanbieden van een dienst. Naam van het goed/de dienst Contante prijs
Indien van toepassing
Gevraagde zekerheden [Soort zekerheden]
Beschrijving van de door u in verband met de kredietovereenkomst te verstrekken zekerheden.
Indien van toepassing Betalingen geven geen aanleiding tot directe aflossing van het kapitaal.
De debetrentevoet of, indien van toepassing, de verschillende debetrentevoeten die van toepassing zijn op de kredietovereenkomst [% – vast, of – variabel (met de index of referentierente-voet die betrekking heeft op de aanvankelijke debetrentevoet) – perioden]
--- ---
Jaarlijks kostenpercentage (JKP) Dit zijn de totale kosten, uitgedrukt als jaarlijks percentage van het totale kredietbedrag. Aan de hand van het JKP kunt u verschillende aanbiedingen onderling beter vergelijken. [% Een representatief voorbeeld met vermelding van alle voor de berekening van het hier op te geven percentage gebruikte hypothesen]
Is het, met het oog op het verkrijgen van het krediet, in voorkomend geval op de geadverteerde voorwaarden, verplicht om
– een verzekering ter waarborging van het krediet af te nemen, of Ja/neen [zo ja, soort verzekering aangeven]
– een andere overeenkomst voor nevendiensten te sluiten? Indien de kosten van deze diensten de aanbieder van krediet niet bekend zijn, worden zij niet in het JKP opgenomen. Ja/neen [zo ja, soort nevendienst aangeven]
Met het krediet verbonden kosten
Indien van toepassing Het aanhouden van een of meer rekeningen is vereist voor de boeking van zowel betalingen als kredietopnemingen
Indien van toepassing Bedrag van de kosten voor het gebruik van een specifiek betaalmiddel (bijvoorbeeld een kredietkaart)
Indien van toepassing Eventuele andere kosten die voortvloeien uit de kredietovereenkomst
Indien van toepassing Voorwaarden waaronder de hierboven genoemde aan de kredietovereenkomst verbonden kosten voor wijziging vatbaar zijn
Indien van toepassing Verplichting tot betaling van notariskosten
Kosten in het geval van betalingsachterstand
Wanbetaling kan ernstige gevolgen voor u hebben (bijvoorbeeld gedwongen verkoop) en kredietverkrijging bemoeilijken. Bij betalingsachterstand wordt u [...(toepasselijke rente en regeling voor de aanpassing ervan en, in voorkomend geval, van de kosten van niet-nakoming)] aangerekend.
Herroepingsrecht U hebt het recht de kredietovereenkomst binnen een periode van 14 kalenderdagen te herroepen. Ja/Neen
--- ---
Vervroegde aflossing U hebt te allen tijde het recht het krediet volledig of gedeeltelijk vervroegd af te betalen.
Indien van toepassing De aanbieder van krediet heeft het recht op vergoeding bij vervroegde aflossing [Bepaling van de vergoeding (berekeningsmethode) overeenkomstig de uitvoeringsbepalingen van artikel 16 van Richtlijn 2008/48/EG]
Raadpleging van een gegevensbank De aanbieder van krediet dient u onverwijld en zonder kosten in kennis te stellen van het resultaat van een raadpleging van een gegevensbestand, indien een kredietaanvraag op basis van een dergelijke raadpleging is verworpen. Het voorgaande is niet van toepassing indien het verstrekken van dergelijke informatie op grond van communautaire wetgeving verboden is of indruist tegen de doelstellingen van de openbare orde of de openbare veiligheid.
Recht om een ontwerpkredietovereenkomst te ontvangen U hebt het recht om op verzoek kosteloos een exemplaar van de ontwerpkredietovereenkomst te verkrijgen. Deze bepaling is niet van toepassing indien de aanbieder van krediet ten tijde van het verzoek niet voornemens is de overeenkomst met u aan te gaan.
Indien van toepassing De periode gedurende welke de aanbieder van krediet door de precontractuele informatie is gebonden. De informatie is gelding van....tot en met....

Indien van toepassing

a) betreffende de aanbieder van krediet
Indien van toepassing
Vertegenwoordiger van de aanbieder van krediet in de lidstaat waar de consument woont [Identiteit]
Adres Telefoonnummer () E-mailadres () Fax () Webadres () [Geografisch adres voor gebruik door de consument]
Indien van toepassing Registratie [Het handelsregister waarin de aanbieder van krediet staat ingeschreven en zijn inschrijvingsnummer of een soortgelijke wijze van identificatie in dat register]
Indien van toepassing De toezichthoudende autoriteit
b) betreffende de kredietovereenkomst
Indien van toepassing Uitoefening van het herroepingsrecht [Praktische instructies voor de uitoefening van het herroepingsrecht, onder andere de termijn waarbinnen het kan worden uitgeoefend, het adres waarnaar de kennisgeving van de uitoefening van het herroepingsrecht moet worden gezonden en de gevolgen van niet-uitoefening van dat recht]
Indien van toepassing De wetgeving die door de aanbieder van krediet wordt gebruikt als grondslag voor de totstandbrenging van betrekkingen met u voorafgaand aan het sluiten van de kredietovereenkomst
Indien van toepassing Clausule inzake het op de kredietovereenkomst van toepassing zijnde recht en/of de bevoegde rechter [Desbetreffende clausule hier op te nemen]
Indien van toepassing Taalregeling Informatie en contractvoorwaarden worden verstrekt in het [bepaalde taal]. Indien u hiermee instemt, zullen wij voor de duur van de kredietovereenkomst communiceren in het [bepaalde taal/talen]
c) betreffende beroepsprocedures
Bestaan van en toegang tot buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures [Of voor de consument die partij is bij de overeenkomst op afstand buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures openstaan en, zo ja, hoe hij die procedures kan inleiden]

(*) Deze informatie is voor de aanbieder van krediet facultatief.

Bijlage E. Consumptief kredietinformatie voor geoorloofde debetstand op een rekening

Aanbieder van krediet Adres Telefoonnummer E-mailadres () Fax () Webadres (*) [Identiteit] [Geografisch adres voor gebruik door de consument]
Indien van toepassing: Bemiddelaar in krediet Adres Telefoonnummer () E-mailadres () Fax () Webadres () [Identiteit] [Geografisch adres voor gebruik door de consument]

(*) Deze informatie is voor de aanbieder van krediet facultatief

Telkens als «indien van toepassing» is vermeld, moet de aanbieder van krediet het vak invullen indien de informatie relevant is voor het kredietproduct, of de desbetreffende informatie of het hele vak schrappen indien de informatie niet relevant is voor het soort krediet in kwestie.

De aanwijzingen tussen vierkante haken zijn bedoeld voor de aanbieder van krediet en dienen te worden vervangen door de desbetreffende gegevens.

Het soort krediet
Het totale kredietbedrag [Bedoeld wordt het plafond of de som van alle bedragen die op grond van een kredietovereenkomst beschikbaar worden gesteld.]
De duur van de kredietovereenkomst
Indien van toepassing U kunt te allen tijde verzocht worden het kredietbedrag volledig terug te betalen
De debetrentevoet of, in voorkomend geval, de verschillende debetrentevoeten die voor de kredietovereenkomst gelden. [% – vast, of – variabel (met de index of referentievoet die betrekking heeft op de aanvankelijke debetrentevoet)]
--- ---
Indien van toepassing
Jaarlijks kostenpercentage (JKP) Dit zijn de totale kosten, uitgedrukt als jaarlijks percentage van het totale kredietbedrag. Aan de hand van het JKP kunt u verschillende aanbiedingen onderling beter vergelijken. [% Een representatief voorbeeld met vermelding van alle voor de berekening van het hier op te geven percentage gebruikte hypothesen]
Indien van toepassing
Kosten Indien van toepassing De voorwaarden waaronder deze kosten kunnen worden gewijzigd [De vanaf het sluiten van de kredietovereenkomst in rekening te brengen kosten.]
Kosten in het geval van betalingsachterstand Bij betalingsachterstand wordt u [...(toepasselijke rente en regeling voor de aanpassing ervan en, in voorkomend geval, van de kosten van niet-nakoming)] aangerekend.
Beëindiging van de kredietovereenkomst [De voorwaarden en de procedure voor beëindiging van de kredietovereenkomst]
--- ---
Raadpleging van een gegevensbank De aanbieder van krediet dient u onverwijld en zonder kosten in kennis te stellen van het resultaat van een raadpleging van een gegevensbestand, indien een kredietaanvraag op basis van een dergelijke raadpleging is verworpen. Het voorgaande is niet van toepassing indien het verstrekken van dergelijke informatie op grond van communautaire wetgeving verboden is of indruist tegen de doelstellingen van de openbare orde of de openbare veiligheid.
Indien van toepassing De periode gedurende welke de aanbieder van krediet door de precontractuele informatie is gebonden. De informatie is gelding van....tot en met....

Indien van toepassing

a) betreffende de aanbieder van krediet
Indien van toepassing
Vertegenwoordiger van de aanbieder van krediet in de lidstaat waar de consument woont [Identiteit]
Adres Telefoonnummer () E-mailadres () Fax () Webadres () [Geografisch adres voor gebruik door de consument]
Indien van toepassing Registratie [Het handelsregister waarin de aanbieder van krediet staat ingeschreven en zijn inschrijvingsnummer of een soortgelijke wijze van identificatie in dat register]
Indien van toepassing De toezichthoudende autoriteit
b) betreffende de kredietovereenkomst
Herroepingsrecht U hebt het recht de kredietovereenkomst binnen een periode van 14 kalenderdagen te herroepen. Indien van toepassing Uitoefening van het herroepingsrecht Ja/neen [Praktische instructies voor de uitoefening van het herroepingsrecht, onder andere naar welk adres de kennisgeving van de uitoefening van het herroepingsrecht moet worden gezonden en de gevolgen van niet-uitoefening van dat recht]
Indien van toepassing De wetgeving die door de aanbieder van krediet wordt gebruikt als grondslag voor de totstandbrenging van betrekkingen met u voorafgaand aan het sluiten van de kredietovereenkomst
Indien van toepassing Clausule inzake het op de kredietovereenkomst van toepassing zijnde recht en/of de bevoegde rechter [Desbetreffende clausule hier op te nemen]
Indien van toepassing Taalregeling Informatie en contractvoorwaarden worden verstrekt in het [bepaalde taal]. Indien u hiermee instemt, zullen wij voor de duur van de kredietovereenkomst communiceren in het [bepaalde taal/talen]
c) betreffende beroepsprocedures
Bestaan van en toegang tot buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures [Of voor de consument die partij is bij de overeenkomst op afstand buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures openstaan en, zo ja, hoe hij die procedures kan inleiden]

(*) Deze informatie is voor de aanbieder van krediet facultatief.

Bijlage G. , behorend bij artikel 116a

Bijlage H. behorend bij artikel 117

4. Financiële gegevens over de beheerder en de bewaarders

5. Gegevens over informatieverstrekking

6. Gegevens over vervanging van de beheerder of de bewaarder

Bijlage I. behorend bij artikel 118, eerste lid

2. Gegevens over de personen die het (dagelijks) beleid van de beleggingsmaatschappij (mede) bepalen of onderdeel zijn van een toezichthoudend orgaan van de beleggingsmaatschappij

5. Gegevens over de activiteiten en het beleggingsbeleid

5.14. Indien van toepassing: de wijze waarop en de voorwaarden waaronder derden in opdracht van de beleggingsmaatschappij of in opdracht van haar beheerder de markt in deelnemingsrechten onderhouden.

6. Gegevens over kosten en vergoedingen

6.6. Alle andere dan onder 6.1 tot en met 6.5 bedoelde naar soort onderscheiden kosten die hoger zijn dan tien procent van de totale kosten, inclusief de berekeningsgrondslag, en de wijze waarop deze kosten ten laste komen van het resultaat van de beleggingsinstelling, in mindering worden gebracht op het beheerde vermogen of anderszins ten laste komen van de deelnemers in de beleggingsinstelling.

7. Gegevens over de rechten van deelneming

7.8. Een verklaring dat behalve ingeval van gratis verstrekking, rechten van deelneming slechts worden aangeboden indien de nettoprijs binnen de vastgestelde termijnen in het vermogen van de beleggingsinstelling is gestort.

8. Gegevens over het risicoprofiel van de beleggingsinstelling

8.1. De mededeling dat de waarde van de beleggingen zowel kan stijgen als kan dalen en dat de beleggers mogelijk minder terugkrijgen dan zij hebben ingelegd.

8.3. De in 8.2 bedoelde beschrijving besteedt, voorzover van toepassing, ook aandacht aan de volgende factoren die van invloed kunnen zijn op de beleggingsinstelling:

8.6. Indien de beleggingsinstelling financiële instrumenten in- of uitleent:

9. Gegevens over opheffing van de beleggingsinstelling

11.2. Vermelding van het feit dat de intrinsieke waarde van de rechten van deelneming in de beleggingsinstelling bekend wordt gemaakt op de website van de beheerder.

11.3. Vermelding van de omstandigheden waaronder en wijze waarop deelnemers gecompenseerd worden voor een onjuist berekende intrinsieke waarde, in het bijzonder het eventuele maximale afwijkingspercentage ten opzichte van de juist berekende intrinsieke waarde dat gecompenseerd wordt.

12.2. Officieel bekend gemaakte aanpassingen in het toepasselijke belastingstelsel waarvan vaststaat dat zij ongewijzigd qua vorm en inhoud in werking zullen treden, een en ander voor zover deze voor de deelnemers in de beleggingsinstelling van rechtstreeks belang zijn.

13. Gegevens over het beleid ten aanzien van stemrechten en -gedrag

Een beschrijving van het beleid met betrekking tot stemrechten en -gedrag op aandelen in andere ondernemingen door de beleggingsinstelling.

Bijlage J. , behorend bij de artikelen 147b, vijfde lid, en 147c

1.1. Informatie

Een overeenkomst tot uitwisseling van informatie tussen een feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten en een master-instelling voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 147b, eerste lid, voorziet met betrekking tot de toegang tot de informatie in het volgende:

1.2. Grondslag voor een belegging in en vervreemding van rechten van deelneming door een feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten

Een overeenkomst als bedoeld in artikel 147b, eerste lid, voorziet ten aanzien van de grondslag voor de belegging in en vervreemding van rechten van deelneming door de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten in het volgende:

1.3. Standaardregelingen voor verhandeling

Een overeenkomst als bedoeld in artikel 147b, eerste lid, voorziet ten aanzien van standaardregelingen voor verhandeling in het volgende:

2.1. Belangenconflicten

Voor zover de door de beheerder genomen maatregelen om te voldoen aan de artikelen 3:17, tweede lid, aanhef en onderdeel c, en 4:14 van de wet daarin niet voorzien, wordt in de regels omtrent de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 147b, vierde lid, voorzien in maatregelen om te waarborgen dat belangenconflicten tussen de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten en de master-instelling voor collectieve belegging in effecten of tussen de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten en andere deelnemers van de master-instelling voor collectieve belegging in effecten worden beperkt.

2.2. Grondslag voor een belegging in en vervreemding van rechten van deelneming door een feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten

De regels over de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 147b, vierde lid, voorzien ten aanzien van de grondslag voor de belegging in en vervreemding van rechten van deelneming door de feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten in het volgende:

De regels over de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 147b, vierde lid, voorzien ten aanzien van op regelingen voor verhandeling van invloed zijnde gebeurtenissen in het volgende:

2.5. Standaardregelingen voor een accountantsverslag

De regels over de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 147b, vierde lid, voorzien ten aanzien van standaardregelingen voor het accountantsverslag in het volgende:

3. Inhoud van een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:57b, eerste lid, van de wet

3.1. Bewaarders

Een overeenkomst tot uitwisseling van informatie als bedoeld in artikel 4:57b, eerste lid, van de wet voorziet in het volgende:

4. Inhoud van een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:57c, eerste lid, van de wet

4.1. Accountants

Een overeenkomst tot uitwisseling van informatie als bedoeld in artikel 4:57c, eerste lid, van de wet voorziet in het volgende:

Bijlage K. behorend bij artikel 171

Diploma Instelling Eindtermen
Algemeen
Oriëntatie Financiële instellingen NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Algemene Opleiding Bankbedrijf NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Oriëntatie Bankbedrijf NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
Inleiding verzekeringsbedrijf SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
Basiscursus Intermediair SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
A-Algemeen SEA/SEFD Onderdeel 1 van bijlage B
Financiële planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdeel 1 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdeel 1 van bijlage B
Consumptief krediet
Consumentenkrediet NIBE-SVV Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Financiering SEA/SEFD Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Financiële planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Consumptief krediet SEA/SEFD Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Consumentenkrediet Innovam Onderdelen 1 en 3 van bijlage B
Hypothecair krediet
Erkend hypotheekadviseur2 SEH Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B.
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Hypotheekadviseur en Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 2 van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Woningfinanciering 2 en Assurantiebemiddeling B NIBE-SVV/ SEA/SEFD Onderdelen 1 en 2, voorzover dit onderdeel geen betrekking heeft op kapitaalverzekeringen, van bijlage B. Onderdeel 3 van bijlage B voor zover de houder van het diploma vanaf 1/10/07 tevens op de door Onze Minister vast te stellen wijze voldoet aan eindtermen, opgenomen in onderdeel 3 van bijlage B
Beleggingsproducten (variant b)
DSI-registratie als (senior) Beleggingsadviseur (DSI) Onderdeel 1 van bijlage B
DSI-registratie als (senior) Vermogensbeheerder (DSI) Onderdeel 1 van bijlage B
Beleggingsproducten (variant a)
DSI-registratie als (senior) Beleggingsadviseur (DSI) Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
DSI-registratie als (senior) Vermogensbeheerder (DSI) Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Vermogensplanning NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5.6 tot en met 5.8 van bijlage B
Gevolmachtigd agent
Assurantiebemiddeling A en Gevolmachtigde Agent SEA/SEFD Onderdelen 1 en 6 van bijlage B
Schadeverzekeringen
Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Erkend Assurantieagent (B) SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Assurantiebemiddeling A SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Verklaring bedoeld in artikel 4, achtste lid, tweede volzin, Wabb Sociaal-Economische Raad Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
A-modules: Algemeen, Brand, Transport en Varia SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Branchediploma’s: Brand, Transport, M&S en Varia SEA/SEFD Onderdelen 1 en 4 van bijlage B
Levensverzekeringen
Assurantiebemiddeling B SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Erkend assurantieagent (B) SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Assurantiebemiddeling A SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Verklaring bedoeld in artikel 4, achtste lid, tweede volzin, van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf Sociaal-Economische Raad Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
A-modules: Algemeen en Leven SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Branche diploma Leven SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
FFP diploma1 en aansluitende ononderbroken FFP PE FFP Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
Financiële Planning (IFAP1 en IFAP2) NIBE-SVV Onderdelen 1 en 5 van bijlage B
VP-leven en Pensioenpraktijk SEA/SEFD Onderdelen 1 en 5 van bijlage B

1 Of daaraan door de FFP tot en met 2002 gelijk gestelde diplomavereisten.

2 Of anderszins bij de SEH geregistreerd als Erkend Hypotheekadviseur.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.