Vrijstellingsregeling Wft
Gelet op de artikelen 2:59, eerste lid, 2:64, eerste lid, 2:74, 2:79, eerste lid, 2:85, eerste lid, 2:91, eerste lid, 2:95, eerste lid, 2:104, eerste lid, 3:3, 3:5, derde lid, 3:6, derde lid, 3:7, derde lid, 3:111, eerste lid, 4:3, derde lid, 4:7, 5:5, 5:68, tweede lid en 5:87 van de Wet op het financieel toezicht;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
§ 1.1. Definities
Artikel 1
In deze regeling wordt, voorzover niet anders is bepaald, verstaan onder:
- a. het besluit: het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft;
- b. kredietbeheerder: een aanbieder in krediet of bemiddelaar in krediet die in het kader van de overdracht van vorderingen uit hoofde van overeenkomsten van krediet voor de verkrijgende onderneming de overeenkomsten van krediet beheert en uitvoert of assisteert bij het beheer en de uitvoering van de overeenkomsten van krediet;
- c. de wet: de Wet op het financieel toezicht;
- d. verordening Europese crowdfundingdienstverleners: Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2020 betreffende Europese crowdfundingdienstverleners voor bedrijven en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 en Richtlijn (EU) 2019/1937 (PbEU 2020, L 347).
Hoofdstuk 2. Vrijstelling van het Deel Markttoegang financiële ondernemingen
§ 2.0. Bedrijf van betaaldienstverlener
Vrijstelling als bedoeld in artikel 2:3d van de wet
Artikel 2
Van artikel 2:55, eerste lid, van de wet zijn vrijgesteld:
- a. aanbieders van beleggingsobjecten voorzover die beleggingsobjecten:
- 1°. aan minder dan honderd consumenten worden aangeboden;
- 2°. deel uitmaken van een serie van beleggingsobjecten als bedoeld in artikel 1, onderdeel bb, van het besluit die minder dan twintig beleggingsobjecten omvat;
- 3°. een waarde hebben die niet volgens de regels van artikel 110 van het besluit, indien dat van toepassing zou zijn, kan worden bepaald;
- 4°. worden aangeboden voor een nominaal bedrag per beleggingsobject van ten minste € 100 000; of
- 5°. cryptoactiva zijn als gedefinieerd in artikel 3, eerste lid, punt 5, van Verordening (EU) 2023/1114; en
- b. aanbieders van beleggingsobjecten voorzover zij financiële diensten verlenen aan:
- 1°. consumenten die bij hen werkzaam zijn of anderszins onder hun verantwoordelijkheid vallen;
- 2°. consumenten die werkzaam zijn bij of anderszins onder de verantwoordelijkheid vallen van andere rechtspersonen waarmee zij in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur zijn verbonden; of
- 3°. consumenten waarmee zij in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur zijn verbonden.
Indien een aanbieding niet uitsluitend aan gekwalificeerde beleggers wordt gedaan is het eerste lid, aanhef en onderdeel a, slechts van toepassing voor zover de aanbieder bij een aanbod van beleggingsobjecten als bedoeld in het eerste lid, en in reclame-uitingen en documenten waarin een dergelijk aanbod in het vooruitzicht wordt gesteld, vermeldt dat hij voor het aanbieden niet vergunningplichtig is ingevolge de wet en niet onder toezicht staat van de Autoriteit Financiële Markten.
§ 2.1. Aanbieden van beleggingsobjecten
Vrijstelling als bedoeld in artikel 2:59, eerste lid, van de wet
Artikel 3
Van artikel 2:60, eerste lid, van de wet zijn vrijgesteld ondernemingen waaraan vorderingen uit hoofde van overeenkomsten inzake krediet zijn overgedragen die zij niet zelf als wederpartij zijn aangegaan, indien het beheer en de uitvoering van die overeenkomsten krachtens overeenkomst geschiedt door een kredietbeheerder.
§ 2.2. Aanbieden van krediet
Vrijstelling als bedoeld in artikel 2:64, eerste lid, van de wet
Artikel 4
Vervallen
§ 2.4. Adviseren
Vrijstelling als bedoeld in artikel 2:79, eerste lid, van de wet
Artikel 5
Van artikel 2:75, eerste lid, van de wet zijn vrijgesteld:
- a. adviseurs voorzover zij adviseren over beleggingsobjecten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a;
- b. adviseurs voorzover zij adviseren over verzekeringen aan:
- 1°. rechtspersonen waarin zij deelnemen;
- 2°. vennootschappen waarvan zij vennoot zijn; of
- 3°. rechtspersonen of vennootschappen waarin of waarvan andere rechtspersonen of vennootschappen waarmee zij in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur verbonden zijn, deelnemen onderscheidenlijk vennoot zijn;
- c. vervallen;
- d. adviseurs voorzover zij tevens optreden als bemiddelaar ten aanzien van het aanbevolen financiële product en zij als bemiddelaar zijn vrijgesteld ingevolge artikel 6, eerste lid, aanhef en onderdeel c;
- e. adviseurs in verzekeringen voorzover zij tevens optreden als bemiddelaar ten aanzien van de aanbevolen verzekering en zij als bemiddelaar zijn vrijgesteld ingevolge artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel c;
- f. adviseurs die een andere hoofdberoepswerkzaamheid hebben dan het verlenen van financiële diensten en uit hoofde van die hoofdberoepswerkzaamheid inzicht hebben in de financiële situatie van een consument, voorzover zij, zonder daarvoor van de aanbieder provisie te ontvangen, die consument adviseren en de door hen verstrekte adviezen in het verlengde liggen van hun hoofdberoepswerkzaamheid;
- g. de Staat der Nederlanden voorzover hij in het kader van publieksvoorlichting adviseert over zorgverzekeringen of ziektekostenverzekeringen ter aanvulling van een zorgverzekering;
- h. gemeenten als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel f, voorzover zij tevens adviseren over de verzekering waarin zij bemiddelen;
- i. adviseurs voor zover zij tevens optreden als bemiddelaar ten aanzien van het aanbevolen financiële product en zij als bemiddelaar zijn vrijgesteld ingevolge artikel 6, eerste lid, aanhef en onderdeel g; en
- j. adviseurs voorzover zij adviseren over andere financiële producten dan krediet aan:
- 1°. consumenten die bij hen werkzaam zijn of anderszins onder hun verantwoordelijkheid vallen;
- 2°. consumenten die werkzaam zijn bij of anderszins onder de verantwoordelijkheid vallen van andere rechtspersonen waarmee zij in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur zijn verbonden; of
- 3°. consumenten of, indien het advies over verzekeringen of herverzekeringsbemiddeling betreft, cliënten waarmee zij in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur zijn verbonden.
Het eerste lid, aanhef en onderdeel f, is slechts van toepassing indien het adviseren slechts een marginaal onderdeel uitmaakt van de totale werkzaamheden van de adviseur en hij het aanbevolen financiële product niet tevens aanbiedt of met betrekking tot het aanbevolen financiële product niet tevens een beleggingsdienst verleent, bemiddelt, optreedt als gevolmachtigde agent of optreedt als ondergevolmachtigde agent.
Het eerste lid, aanhef en onderdeel a, is slechts van toepassing indien de desbetreffende adviseur in reclame-uitingen en andere onverplichte precontractuele informatie inzake het beleggingsobject vermeldt dat hij voor het adviseren ten aanzien van het beleggingsobject niet onder toezicht staat van de Autoriteit Financiële Markten.
Het eerste lid, aanhef en onderdeel d, is slechts van toepassing indien de in artikel 6, eerste lid, onderdeel c, bedoelde andere onderneming volledig verantwoordelijk is voor het adviseren.
§ 2.0c. Bedrijf van wisselinstelling
Vrijstelling als bedoeld in artikel 2:54k, eerste lid, van de wet
Artikel 6
Van artikel 2:80, eerste lid, van de wet zijn vrijgesteld:
- a. bemiddelaars voorzover zij bemiddelen in beleggingsobjecten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a;
- b. bemiddelaars die bemiddelen in krediet, bedoeld in artikel 1:20 van de wet, voor zover de werkzaamheden slechts betrekking hebben op het aan een consument verlenen van kosteloos uitstel van betaling van een bestaande vordering tot betaling van een geldsom;
- c. bemiddelaars die bemiddelen in krediet anders dan als bedoeld in artikel 1:20 van de wet die geen kredietbeheerder zijn, voor zover de werkzaamheden slechts betrekking hebben op het incasseren van vorderingen of het verlenen van kosteloos uitstel van betaling van vorderingen die voortvloeien uit een overeenkomst inzake krediet;
- d. bemiddelaars voorzover zij bemiddelen in financiële producten ten aanzien waarvan het een andere onderneming waarmee zij in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur zijn verbonden ingevolge de wet is toegestaan deze aan te bieden of daarin te bemiddelen;
- e. bemiddelaars in goederenkrediet dat niet dient ter verschaffing van het genot van beleggingsobjecten of financiële instrumenten aan een consument;
- f. bemiddelaars, met uitzondering van bemiddelaars in krediet, voorzover zij bemiddelen ten behoeve van:
- 1°. consumenten die bij hen werkzaam zijn of anderszins onder hun verantwoordelijkheid vallen;
- 2°. consumenten die werkzaam zijn bij of anderszins onder de verantwoordelijkheid vallen van andere rechtspersonen waarmee zij in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur zijn verbonden; of
- 3°. consumenten of, indien het financiële diensten met betrekking tot verzekeringen of herverzekeringsbemiddeling betreft, cliënten waarmee zij in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur zijn verbonden;
- g. gemeenten voorzover zij bemiddelen in zorgverzekeringen of ziektekostenverzekeringen ter aanvulling van zorgverzekeringen tussen financiëledienstverleners en consumenten van wie het inkomen niet meer dan 130 procent van de relevante bijstandnorm als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Participatiewet bedraagt;
- h. bemiddelaars die voor het verlenen van beleggingsdiensten een op grond van artikel 2:96 van de wet verleende vergunning hebben, voorzover zij niet bemiddelen in verzekeringen of hypothecair krediet;
- i. bemiddelaars die een andere hoofdberoepswerkzaamheid hebben dan het verlenen van financiële diensten en uit hoofde van die hoofdberoepswerkzaamheid beschikken over gegevens betreffende de financiële situatie van de consument, voor zover zij, zonder daarvoor van de aanbieder provisie te ontvangen, deze gegevens op verzoek van de werkgever van de betreffende consument verstrekken aan de aanbieder.
- j. bewindvoerders als bedoeld in artikel 435, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, voor zover zij in de uitoefening van hun taak bemiddelen; en
- k. curatoren als bedoeld in artikel 383, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, voor zover zij in de uitoefening van hun taak bemiddelen.
Het eerste lid, aanhef en onderdeel a, is slechts van toepassing indien de desbetreffende bemiddelaar in reclame-uitingen en andere onverplichte precontractuele informatie inzake het beleggingsobject vermeldt dat hij voor het aanbieden van het beleggingsobject niet onder toezicht staat van de Autoriteit Financiële Markten.
Het eerste lid, aanhef en onderdeel d, is slechts van toepassing indien de desbetreffende andere onderneming volledig verantwoordelijk is voor het bemiddelen.
Het eerste lid, aanhef en onderdeel e, is slechts van toepassing indien de looptijd van het goederenkrediet niet langer is dan de verwachte economische levensduur van de verschafte roerende zaak, of dan de periode van dienstverlening en de desbetreffende bemiddelaar in goederenkrediet:
- a. de consument niet adviseert over het financiële product waarin hij bemiddelt; en
- b. een andere hoofdberoepswerkzaamheid heeft dan bemiddeling in goederenkrediet en het goederenkrediet dient ter verschaffing van het genot van een roerende zaak, dan wel het verlenen van een dienst.
Artikel 7
Van artikel 2:80, eerste lid, van de wet zijn vrijgesteld bemiddelaars in verzekeringen voorzover:
- a. hun werkzaamheden slechts betrekking hebben op het innen van premies;
- b. zij bemiddelen voor:
- 1°. rechtspersonen waarin zij deelnemen;
- 2°. vennootschappen waarvan zij vennoot zijn; of
- 3°. rechtspersonen of vennootschappen waarin of waarvan andere rechtspersonen of vennootschappen waarmee zij in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur zijn verbonden, deelnemen onderscheidenlijk vennoot zijn;
- c. zij een andere hoofdberoepswerkzaamheid hebben dan het bemiddelen in verzekeringen en de verzekering:
- 1°. een aanvulling is op de levering van een zaak of de verlening van een dienst door de desbetreffende bemiddelaar, en de verzekering het risico dekt van defect, verlies, of beschadiging van de geleverde zaak of het niet-gebruik van de verleende dienst; of
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.