Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 22 november 2006, nr. VGP/ADT 2728896, houdende een specifieke uitkering voor heroïnebehandeling (Regeling heroïnebehandeling)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet volksgezondheidssubsidies;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

De Minister kan ten behoeve van het jaar 2025 aan de volgende gemeenten een specifieke uitkering verstrekken voor de kosten van het exploiteren van het bij de desbetreffende gemeente genoemde aantal behandeleenheden, van ten hoogste het bij de desbetreffende gemeente genoemde bedrag, met in totaal ten hoogste het bij de desbetreffende gemeente genoemde aantal behandelplaatsen:

Amsterdam 2 90 2.210.562
Apeldoorn 1 20 678.092
Arnhem 1 23 751.324
Den Haag 1 60 1.396.857
Deventer 1 20 678.092
Eindhoven 1 20 678.092
Enschede 1 25 800.146
Groningen 1 25 800.146
Heerlen 1 27 843.544
‘s-Hertogenbosch 1 20 678.092
Leeuwarden 1 30 908.641
Maastricht 1 20 678.092
Nijmegen 1 20 678.092
Rotterdam 1 72 1.559.593
Tilburg 1 21 702.503
Utrecht 1 44 1.163.599
2.

Onder kosten worden verstaan de exploitatiekosten, gebaseerd op bedrijfseconomische aanvaardbare principes, van een behandeleenheid met uitzondering van de huisvestingskosten.

3.

Een behandeleenheid bestaat uit ten minste 20 behandelplaatsen.

Artikel 3
1.

De uitkering wordt slechts verstrekt voor zover:

2.

De Minister kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid, onder b, vervatte voorwaarde voor de duur van maximaal één jaar en mits de gemeente hiervan gelijktijdig melding doet aan de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Artikel 4
1.

De Minister geeft uiterlijk vóór de aanvang van het desbetreffende kalenderjaar een beschikking tot verlening van de uitkering.

2.

In de beschikking tot verlening van de uitkering wordt het bedrag van de uitkering vermeld dan wel de wijze waarop dit wordt bepaald en welk bedrag ten hoogste zal worden verleend.

3.

De Minister kan bij de beschikking tot verlening van de uitkering verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de uitkering.

4.

De artikelen 4:48 en 4:50 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

5.

Een uitkering ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 5

Vervallen

Artikel 6
1.

De Minister kan het bedrag van de uitkering bijstellen, rekening houdend met de ontwikkeling van het prijspeil of de ontwikkeling van de arbeidsvoorwaarden.

2.

Indien de uitkering met toepassing van het eerste lid wordt bijgesteld, wordt 20% van het bedrag van de uitkering in aanmerking genomen voor een bijstelling in verband met de ontwikkeling van het prijspeil en wordt 80% van het bedrag van de uitkering in aanmerking genomen voor een bijstelling in verband met de ontwikkeling van de arbeidsvoorwaarden.

3.

Indien de uitkering met toepassing van het eerste lid wordt bijgesteld, kan de bevoorschotting overeenkomstig worden gewijzigd.

Artikel 7

Het college van burgemeester en wethouders doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de Minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de uitkering. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd.

Artikel 8
1.

Het college van burgemeester en wethouders werkt mee aan door of namens de Minister ingestelde onderzoekingen die erop zijn gericht de Minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid.

2.

Het college van burgemeester en wethouders verstrekt aan de Minister jaarlijks voor 1 april in ieder geval:

3.

Vervallen.

4.

Het college van burgemeester en wethouders verstrekt de overzichten, bedoeld in het tweede en derde lid, conform een door de Minister vastgesteld model.

Artikel 9

Vervallen

Artikel 10

Het college van burgemeester en wethouders neemt de volgende verantwoordingsinformatie op in de bijlage van de jaarrekening over het jaar waarvoor de uitkering wordt verstrekt:

Artikel 11
1.

De Minister geeft binnen zes maanden na ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 10, een beschikking tot vaststelling van de uitkering. De artikelen 4:46, 4:49, 4:52, 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

2.

De specifieke uitkering wordt vastgesteld op een bedrag voor:

3.

Bij een daling van minimaal 20% in de feitelijke bezetting van het aantal behandelplaatsen ten opzichte van het voorgaande kalenderjaar, stelt de Minister in afwijking van het tweede lid ambtshalve de specifieke uitkering vast op het bedrag van de werkelijke kosten van het exploiteren van de behandeleenheid, maar op ten hoogste het bedrag en aantal behandelplaatsen genoemd in de verleningsbeschikking van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor wordt vastgesteld. Als de feitelijke bezetting minder dan 20 behandelplaatsen is dan tellen de behandelplaatsen onder de 20 als 20 voor het berekenen van dalingspercentage.

Artikel 12

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2006.

Artikel 13

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling heroïnebehandeling.

Deze regeling zal met de toelichting in Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 1a

Op deze regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS niet van toepassing.

Deze regeling zal met de toelichting in Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 11a

De Minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Deze regeling zal met de toelichting in Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.