Wet van 20 november 2006, houdende invoering van de Wet op het financieel toezicht en aanpassing van overige wetten aan die wet (Invoerings- en aanpassingswet Wet op het financieel toezicht)
Hoofdstuk 1. Overgangsmaatregelen
Afdeling 1. Inleidende bepalingen
Afdeling 1. Inleidende bepalingen
Afdeling 3. Wet financiële dienstverlening
§ 3.1. Vergunningen
§ 2.1. Toezichtkosten
§ 3.3. Verbod
§ 3.4. Notificatie
§ 2.2. Register
Artikel 31
Het is een financiële dienstverlener als bedoeld in artikel 102, eerste lid, van de Wet financiële dienstverlening, alsmede een financiële dienstverlener die financiële diensten verleent ten aanzien van betaalrekeningen of beleggingsobjecten, bemiddelt in spaarrekeningen of optreedt als herverzekeringsbemiddelaar, die overeenkomstig artikel 102, tweede lid, van die wet onderscheidenlijk artikel 20, eerste lid, van de Vrijstellingsregeling Wfd een vergunning of ontheffing heeft aangevraagd, op welke aanvraag op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht nog niet is beslist, toegestaan zonder vergunning of ontheffing zijn werkzaamheden voort te zetten totdat de Autoriteit Financiële Markten op die aanvraag heeft beslist.
De Autoriteit Financiële Markten beslist binnen twaalf maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet financiële dienstverlening op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid. Bij regeling van Onze Minister kan deze termijn ten hoogste twee maal worden verlengd met een termijn van telkens maximaal zes maanden. De Autoriteit Financiële Markten past op de aanvraag de Wet op het financieel toezicht toe.
De financiële dienstverlener, bedoeld in het eerste lid, wordt als aanvrager in de zin van het eerste lid ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 1:107, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht. De Autoriteit Financiële Markten haalt deze inschrijving door zodra zij op de aanvraag heeft beslist.
Met betrekking tot een financiële dienstverlener die zijn werkzaamheden zonder vergunning mag voortzetten als bedoeld in het eerste lid, blijft artikel 25 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer zoals dit luidde op 31 december 2005, van toepassing totdat de inschrijving op grond van het derde lid is doorgehaald.
Indien de Autoriteit Financiële Markten de aanvraag van een vergunning of ontheffing als bedoeld in het eerste lid, heeft afgewezen, mag de financiëledienstverlener zonder vergunning of ontheffing zijn bedrijf afwikkelen. De Autoriteit Financiële Markten kan een termijn bepalen voor de afwikkeling. De Autoriteit Financiële Markten kan de financiëledienstverlener voorschriften geven terzake van de afwikkeling met het oog op het adequaat functioneren van de financiële markten of de positie van de consumenten op die markten.
Het bij en krachtens het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen van de Wet op het financieel toezicht bepaalde is van overeenkomstige toepassing op financiëledienstverleners die op grond van het eerste lid hun werkzaamheden mogen voortzetten en op financiëledienstverleners die op grond van het vijfde lid hun bedrijf mogen afwikkelen.
Artikel 32
Artikel 4:30a, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht is niet van toepassing op aanbieders van beleggingsobjecten, voorzover zij overeenkomsten inzake beleggingsobjecten die voor 1 januari 2006 zijn aangegaan, beheren of uitvoeren of daarbij assisteren.
Afdeling 4. Wet toezicht beleggingsinstellingen
Afdeling 5. Wet toezicht effectenverkeer 1995
Afdeling 6. Wet toezicht kredietwezen 1992
Afdeling 7. Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf
Afdeling 8. Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993
Afdeling 9. Clearinginstellingen
Afdeling 10. Waarborg- en garantiefondsen
Hoofdstuk 2. Wijziging van andere wetten
Hoofdstuk 3. Slotbepalingen
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de invoering te regelen van de Wet op het financieel toezicht en in verband daarmee de wetgeving aan te passen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. Overgangsmaatregelen
Artikel 1
Artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht is van overeenkomstige toepassing op dit hoofdstuk.
Afdeling 2. Algemene bepalingen
Artikel 2
De kosten van werkzaamheden die de toezichthouder op grond van artikel 1:40 van de Wet op het financieel toezicht in rekening brengt, kunnen mede betrekking hebben op de werkzaamheden die hij heeft verricht in verband met de uitvoering van zijn taak op grond van de Wet financiële dienstverlening, de Wet melding zeggenschap en kapitaalbelang in effectenuitgevende instellingen, de Wet toezicht beleggingsinstellingen, de Wet toezicht effectenverkeer 1995, de Wet toezicht kredietwezen 1992, de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf en de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993. Onder toepassing van de bedragen die direct voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht golden op grond van de in de vorige volzin bedoelde wetten, brengt de toezichthouder de hier bedoelde kosten in rekening bij de ondernemingen ten aanzien waarvan die werkzaamheden zijn verricht, voorzover deze kosten niet ten laste komen van de Rijksbegroting.
Artikel 3
De tweede volzin van artikel 1:40, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht is van overeenkomstige toepassing op de kosten die ingevolge artikel 2 in rekening worden gebracht.
Artikel 4
Vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht vormen de registers, bedoeld in de artikelen 23, eerste lid, van de Wet financiële dienstverlening, 179 van de Wet melding zeggenschap en kapitaalbelang in effectenuitgevende instellingen, 18, eerste lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, 20a, eerste lid, 21, eerste lid, 47, negende lid, en 47b, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995, en 52, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, en de lijsten, bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf en 9, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, gezamenlijk het register, bedoeld in artikel 1:107, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht.
Vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht berust het register, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 op artikel 1:109, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht.
Vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht vermeldt de toezichthouder, voorzover van toepassing, met betrekking tot de gegevens die voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht waren opgenomen in de in het eerste en tweede lid bedoelde registers en lijsten, de bepalingen uit de Wet op het financieel toezicht waarop zij berusten.
§ 2.3. Toezicht en handhaving
Artikel 5
Vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht zijn met het toezicht op de naleving van de regels, gesteld bij en krachtens de Wet financiële dienstverlening, de Wet melding zeggenschap en kapitaalbelang in effectenuitgevende instellingen, de Wet toezicht beleggingsinstellingen, de Wet toezicht effectenverkeer 1995, de Wet toezicht kredietwezen 1992, de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf of de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, belast de personen die ingevolge artikel 1:72 van de Wet op het financieel toezicht zijn belast met het toezicht op de naleving van overeenkomstige regels bij of krachtens die wet.
Artikel 6
Een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete die is opgelegd terzake van overtreding van een voorschrift, gesteld bij of krachtens de Wet financiële dienstverlening, de Wet melding zeggenschap en kapitaalbelang in effectenuitgevende instellingen, de Wet toezicht beleggingsinstellingen, de Wet toezicht effectenverkeer 1995, de Wet toezicht kredietwezen 1992, de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf of de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, wordt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht aangemerkt als een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 1:79 onderscheidenlijk 1:80 van laatstgenoemde wet.
Artikel 7
De toezichthouder kan na inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht tot drie jaren na de dag waarop de overtreding is begaan een bestuurlijke boete opleggen terzake van overtreding van een voorschrift gesteld bij of krachtens de Wet financiële dienstverlening, de Wet melding zeggenschap en kapitaalbelang in effectenuitgevende instellingen, de Wet toezicht beleggingsinstellingen, de Wet toezicht effectenverkeer 1995, de Wet toezicht kredietwezen 1992, de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf of de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993.
Op het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in het eerste lid blijft het recht van toepassing dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht.
Artikel 8
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.