Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van 6 december 2006, nr. LMV 2006 333053, houdende regels met betrekking tot het subsidiëren van maatregelen ten behoeve van de sanering van verkeerslawaai (Subsidieregeling sanering verkeerslawaai)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-11-14
State In force
Source BWB
artikelen 114
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 15.13, eerste tot en met derde lid, van de Wet milieubeheer, 126a en 129 van de Wet geluidhinder, 13, eerste lid, van het Besluit milieusubsidies en 3.9 en 4.22 van het Besluit geluidhinder;

Besluit:

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet geluidhinder (modernisering instrumentarium geluidbeleid, eerste fase) in werking treedt.

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

De Minister kan subsidie verstrekken ter zake de kosten van projecten met als doel de beperking van de geluidsbelasting vanwege wegen en spoorwegen aan woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen of de beperking van het geluidsniveau binnen woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen.

2.

Er wordt geen subsidie verstrekt voor BTW verschuldigd over kosten voor projecten als bedoeld in het eerste lid, tenzij de subsidieontvanger aantoonbaar de BTW niet kan verrekenen of hiervoor geen compensatie kan krijgen op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds.

§ 2. Subsidiabele maatregelen

Artikel 3
1.

De Minister kan aan het gemeentebestuur of het bestuur op aanvraag subsidie verstrekken ter zake de kosten van:

2.

Vervallen.

3.

De Minister kan de subsidie, bedoeld in het eerste lid, onder b en d, en – voor zover het spoorweglawaai betreft – e, op aanvraag aan de spoorwegexploitant verlenen, indien de maatregelen worden uitgevoerd onder diens verantwoordelijkheid.

4.

De Minister kan de subsidie, bedoeld in het eerste lid op aanvraag aan het provinciebestuur verlenen, indien de maatregelen worden uitgevoerd onder diens verantwoordelijkheid.

Artikel 4
1.

Maatregelen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, komen slechts in aanmerking voor subsidie indien:

2.

Maatregelen komen niet in aanmerking voor subsidie indien zij betrekking hebben op woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen die niet tijdig overeenkomstig artikel 88 van de wet, zoals deze luidde onmiddellijk voorafgaand aan 24 februari 2010, of artikel 4.17 van het besluit, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel CC, van het Invoeringsbesluit geluidproductieplafonds, zijn gemeld.

3.

Het gemeentebestuur of bestuur doet, op verzoek van de Minister, binnen 3 maanden mededeling van de saneringsobjecten, waarvan na de melding, als bedoeld in artikel 88 van de wet, zoals deze luidde onmiddellijk voorafgaand aan 24 februari 2010, of artikel 4.17 van het besluit, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel CC, van het Invoeringsbesluit geluidproductieplafonds, is gebleken dat deze niet meer voor subsidie in aanmerking kunnen komen, omdat deze:

Artikel 5

De Minister weigert een aanvraag om subsidie in ieder geval, voor zover naar zijn oordeel:

Artikel 6

Niet in aanmerking voor een subsidie komen maatregelen:

§ 3. Subsidies

§ 3.1. Voorbereidingssubsidie

Artikel 7
1.

De Minister kan aan het gemeentebestuur of het bestuur op aanvraag subsidie verstrekken ter zake de kosten van voorbereiding van, begeleiding van en toezicht op maatregelen als bedoeld in artikel 3, eerste lid;

2.

Artikel 3, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

3.

Een subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt niet verstrekt voor zover deze betrekking heeft op de kosten van maatregelen ter vermindering van de geluidsbelasting vanwege rijksinfrastructuur.

4.

Een subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt niet verstrekt voor zover de subsidieaanvraag minder dan 25 saneringsobjecten bevat.

5.

Het vierde lid is niet van toepassing, indien:

6.

Bij de verlening van een subsidie, als bedoeld in het eerste lid, vermeldt de Minister de wijze waarop het bedrag van de subsidie wordt berekend.

Artikel 8

Vervallen

Artikel 9

Subsidieaanvragen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, worden jaarlijks gelijktijdig beoordeeld op basis van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van deze regeling.

Artikel 10
1.

Projecten waarvan de gemiddelde geluidsbelasting, na aftrek als bedoeld in artikel 110g van de wet, op de gevels van de 25 hoogst belaste saneringsobjecten binnen het project, afgerond op twee decimalen achter de komma, het hoogste is, komen het eerst in aanmerking voor een subsidie, als bedoeld in artikel 7, eerste lid.

2.

De Minister kan van het eerste lid afwijken, indien:

3.

Bij de berekening van de gemiddelde geluidsbelasting, als bedoeld in het eerste lid, wordt per subsidietijdvak dat de aanvraag eerder is ingediend, met het oog op de rangorde bij de verlening van de subsidies, bedoeld in artikel 7, eerste lid, 1 dB opgeteld.

§ 3.2. Uitvoeringssubsidie

Artikel 11
1.

Niet in aanmerking voor een subsidie voor de uitvoering komen de volgende maatregelen:

2.

Het eerste lid, onder a, is niet van toepassing in de gevallen waarin de Minister vooraf heeft toegestemd met het op en eerder tijdstip in uitvoering nemen van die maatregelen.

3.

De Minister kan alleen toestemmen in het vooraf in uitvoering nemen van maatregelen, indien dit naar zijn oordeel om redenen van doelmatigheid wenselijk is.

Artikel 12
1.

Verkeersmaatregelen komen slechts in aanmerking voor subsidie indien zij:

2.

Verkeersmaatregelen komen slechts in aanmerking voor subsidie, voor zover de kosten niet hoger zijn dan het bedrag dat volgt uit de toepassing van bijlage A, onderdeel 1, bij deze regeling.

Artikel 13

Geluidreducerende maatregelen aan de constructie van een spoorweg komen slechts in aanmerking voor subsidie voor zover de kosten niet voortvloeien uit het normale beheer en onderhoud van de spoorweg.

Artikel 14
1.

Afschermende maatregelen komen voorts slechts in aanmerking voor subsidie voor zover de kosten, behoudens voorafgaande instemming van de Minister, niet meer dan 10% hoger zijn dan de gemiddelde kosten van de in de praktijk gangbare afschermende maatregelen als bedoeld in bijlage C, onderdeel C1, bij deze regeling.

2.

De maximale subsidie voor een andere afschermende maatregel dan een geluidsscherm, is gelijk aan de maximale kosten voor een geluidscherm als bedoeld in het eerste lid, waarbij rekening is gehouden met dezelfde lengte en dezelfde geluidreductie en waarbij de keuzes zijn gemaakt voor de correctiefactoren, genoemd in bijlage C, onderdeel C2, bij deze regeling.

Artikel 15

Niet in aanmerking voor een subsidie komen:

Artikel 16

Geluidwerende maatregelen komen slechts in aanmerking voor subsidie voor zover:

Artikel 17

Geluidwerende maatregelen komen, in geval van autonome gevelsanering, slechts voor een subsidie in aanmerking:

Artikel 18

Vervallen

Artikel 19
1.

Maatregelen tegen wegverkeers- en spoorweglawaai die strekken tot onttrekking aan de bestemming van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen komen slechts in aanmerking voor subsidie, indien de geluidsbelasting op deze woningen en gebouwen, met aftrek als bedoeld in artikel 110g van de wet, vanwege wegverkeerslawaai hoger is dan 65 dB en vanwege spoorweglawaai hoger is dan 70 dB.

2.

Het subsidiebedrag voor maatregelen als bedoeld in het eerste lid is niet hoger dan het bedrag dat volgt uit de toepassing van bijlage A, onderdelen 4 en 5.

§ 4. Procedureverloop

§ 3.3. subsidieplafond

Artikel 20

Een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, wordt ingediend bij de Minister, met gebruikmaking van een volledig ingevuld formulier VBT.

Artikel 21
1.

Een aanvraag voor een subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht wordt vóór 1 april 2023 ingediend.

2.

Het eerste lid geldt niet in geval van:

Artikel 22
1.

De Minister beslist binnen dertien weken na afloop van de in artikel 21, eerste lid, bedoelde termijn over de aanvraag voor een subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht.

2.

In de gevallen, genoemd in artikel 21, tweede lid, beslist de minister binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag.

3.

Indien de beslissing als bedoeld in het eerste lid negatief is, kan de Minister deze beslissing tot 31 december herzien.

Artikel 23

In het besluit tot verlening van een subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht wordt in ieder geval bepaald binnen welk tijdvak de voorbereiding plaats dient te vinden.

Artikel 24
1.

In het besluit tot verlening van een subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht wordt in ieder geval bepaald wat de hoogte van het eerste voorschot is, welke binnen 4 weken na verlening of aan de hand van de individuele liquiditeitsbehoefte wordt verstrekt.

2.

Het voorschot bedraagt € 600,– per saneringsobject met een geluidsbelasting van 56 dB of hoger, inclusief aftrek als bedoeld in artikel 110g van de wet.

3.

Het voorschot bedraagt € 150,– per saneringsobject met een geluidsbelasting tot en met 55 dB, inclusief aftrek als bedoeld in artikel 110g van de wet.

4.

Na afloop van het tijdvak, bedoeld in artikel 23, kan de Minister een nieuw voorschot verstrekken, waarbij de verstrekte voorschotten tezamen ten hoogste 95% van de verleende subsidie bedragen.

Artikel 25
1.

Na ontvangst van een volledig ingevuld formulier UK/S ten behoeve van maatregelen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, stelt de Minister de subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht vast op:

2.

In afwijking van het eerste lid stelt de Minister de in dat lid bedoelde subsidie vast, uiterlijk vier weken na ontvangst van een volledig ingevuld formulier MA-F, indien de subsidieontvanger, met toepassing van artikel 35b, tweede lid, heeft aangegeven gebruik te maken van de facultatieve procedure.

3.

In afwijking van het eerste lid verzoekt de subsidieontvanger, indien deze geen subsidie als bedoeld in artikel 3 aanvraagt, uiterlijk vier weken na de afronding van de procedure, beschreven in hoofdstuk 6 van het besluit, om vaststelling van de subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht.

4.

De Minister kan de subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht op nihil vaststellen:

5.

Indien toepassing van het derde lid zal leiden tot onbillijkheid van overwegende aard, kan de Minister besluiten om de subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht, in afwijking van het derde lid, vast te stellen op het reeds betaalde voorschotbedrag.

6.

In afwijking van het eerste lid stelt de Minister de subsidie voor voorbereiding, begeleiding en toezicht vast op 4% van het bedrag van de verlening van de subsidie voor de betrokken maatregelen, daarbij wijzigingen als gevolg van toepassing van artikel 30 of 31 niet meegerekend, vermeerderd met het bedrag dat de spoorwegexploitant bij de subsidieontvanger in rekening heeft gebracht ten behoeve van de voorbereiding van, begeleiding van en het toezicht op de maatregelen, indien:

7.

Een vaststelling als bedoeld in het vijfde lid geschiedt tegelijkertijd met de vaststelling van de subsidie voor de maatregelen.

Artikel 26

Vervallen

§ 4.2. Procedure uitvoeringssubsidie

Artikel 27
1.

Een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid wordt ingediend bij de Minister, met gebruikmaking van een volledig ingevuld formulier UK/S.

2.

Wanneer een subsidie voor geluidwerende maatregelen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, wordt aangevraagd, wordt bij de aanvraag een berekening van het effect van de verkeersmaatregel op de geluidsbelasting op de daar bedoelde saneringsobjecten gevoegd.

Artikel 28

Vervallen

Artikel 29

De Minister beslist binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid.

Artikel 30
1.

Voor de start van de uitvoering van de maatregelen stelt de subsidieontvanger de Minister schriftelijk op de hoogte van de kosten van de uitvoering en overlegt aan de Minister de opdrachtverlening aan de partij die de maatregelen zal gaan uitvoeren.

2.

Indien de subsidie is verleend voor geluidwerende maatregelen bevat de informatie, bedoeld in het eerste lid, een open calculatie voor de uitvoering van deze maatregelen.

3.

Indien de kosten van uitvoering meer dan 10% hoger zijn dan het bedrag van de subsidieverlening, overlegt de subsidieontvanger voorafgaand aan de gunning een proces verbaal van aanbesteding en een voorstel tot gunning van de werkzaamheden en dient hij bij de Minister een schriftelijk en gemotiveerd verzoek in om in te stemmen met de kosten van uitvoering van de maatregelen.

4.

Binnen vier weken na ontvangst van een verzoek als bedoeld in het derde lid, neemt de Minister een besluit op het verzoek.

5.

De Minister kan het bedrag van de subsidieverlening wijzigen naar aanleiding van de ontvangen informatie, bedoeld in het eerste lid, en het verzoek, bedoeld in het derde lid.

Artikel 31
1.

De subsidieontvanger kan tot het moment van het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling de Minister schriftelijk verzoeken het bedrag van de subsidieverlening te wijzigen naar aanleiding van omstandigheden die er toe leiden dat de kosten van de maatregelen de verleende subsidie overstijgen.

2.

Het verzoek als bedoeld in eerste lid is voorzien van een motivering en een opgave van de kosten van de maatregelen.

3.

De Minister kan de subsidieverlening wijzigen naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in het eerste lid.

4.

Binnen vier weken na ontvangst van het verzoek, bedoeld in het eerste lid, neemt de Minister een besluit op het verzoek.

5.

Indien een verzoek als bedoeld in het eerste lid is ingediend, wordt de subsidie niet eerder vastgesteld dan dat de Minister heeft besloten op het verzoek.

Artikel 32
1.

Voorschotten worden maximaal vier maal, gelijkmatig verspreid over het tijdvak waarin de maatregelen moeten worden getroffen of aan de hand van de individuele liquiditeitsbehoefte, verstrekt.

2.

Het totale bedrag van de voorschotten bedraagt maximaal 95% van het verleende subsidiebedrag.

Artikel 33
1.

De subsidieontvanger zendt de Minister, onder gebruikmaking van formulier WG of formulier RG, binnen 10 maanden na het einde van het tijdvak waarin de maatregelen getroffen moesten worden de aanvraag tot subsidievaststelling.

2.

De subsidieontvanger maakt voor de verklaring, bedoeld in artikel 24, vierde lid, van het Kaderbesluit subsidies IenM gebruik van model 1 of model 2 van bijlage E.

Artikel 34

Indien de subsidieontvanger de aanvraag tot subsidievaststelling niet tijdig heeft toegezonden of indien de toegezonden stukken naar het oordeel van de Minister onvolledig zijn, stelt de Minister de subsidieontvanger binnen zes weken na de in artikel 33, eerste lid, genoemde termijn dan wel na ontvangst van deze stukken, in de gelegenheid om binnen een door de Minister te stellen termijn van ten hoogste acht weken alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.

Artikel 35
1.

Indien de subsidieontvanger niet binnen de in artikel 34 bedoelde termijn aan zijn verplichtingen heeft voldaan, kan de Minister voor iedere week die de subsidieontvanger in gebreke blijft, bij de vaststelling van de subsidie een korting toepassen van 2,5% van de verleende subsidie.

2.

Indien de subsidieontvanger deze termijn met zestien weken heeft overschreden, stelt de Minister de subsidie vast, waarbij hij een korting toepast van ten minste 50% en ten hoogste 100% van de verleende subsidie.

3.

De Minister verrekent de korting, bedoeld in het eerste en tweede lid, met de subsidie. De verrekening vindt plaats bij de subsidievaststelling. Voor zover de korting niet verrekend kan worden, vordert de Minister haar terug.

§ 5. Verplichtingen subsidieontvanger

Artikel 36
1.

Zolang geen aanvraag tot subsidievaststelling is ingediend, dient de ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, eenmaal per jaar, voor een in het besluit tot subsidieverlening te noemen datum, een overzicht in als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van het Kaderbesluit subsidies IenM.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing indien de subsidieontvanger een gemeentebestuur, bestuur of provinciebestuur is.

Artikel 37

Vervallen

Artikel 38

Bij de subsidieverlening geldt de verplichting dat de maatregelen worden getroffen binnen het aangegeven tijdvak.

Artikel 39

De subsidieontvanger is verplicht:

Artikel 40
1.

De subsidieontvanger draagt zorg voor:

2.

Het eerste lid, onderdelen a, b en d, is niet van toepassing, indien de subsidieontvanger een gemeentebestuur, bestuur of provinciebestuur is.

§ 6. Saneringsprogramma

Artikel 41
1.

Burgemeester en wethouders leggen aan de Minister een saneringsprogramma in het kader van wegverkeerslawaai voor, met gebruikmaking van het formulier UK/S.

2.

Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 98 van de wet, wordt een saneringsprogramma voorgelegd door burgemeester en wethouders of de wegaanlegger, met gebruikmaking van het formulier UK/S.

3.

Indien het saneringsprogramma verkeersmaatregelen omvat, wordt tevens gebruik gemaakt van formulier WBa.

4.

Indien het saneringsprogramma geluidwerende maatregelen omvat, wordt tevens gebruik gemaakt van formulier GBa of GBb.

5.

Het vierde lid is niet van toepassing indien de subsidieontvanger, ingevolge artikel 35b, tweede lid, heeft aangegeven gebruik te maken van de facultatieve procedure.

Artikel 42
1.

Burgemeester en wethouders leggen aan de Minister het saneringsprogramma in het kader van spoorweglawaai voor, met gebruikmaking van het formulier UK/S.

2.

Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4.18, derde lid, van het besluit, legt de spoorwegexploitant aan de Minister het saneringsprogramma voor, met gebruikmaking van het formulier UK/S.

3.

Indien de maatregelen tegen spoorweglawaai geluidreducerende maatregelen aan een kunstwerk omvatten, wordt tevens gebruik gemaakt van formulier RBa.

§ 7. Slotbepalingen

Artikel 43
1.

De Minister kan een onderzoek instellen naar de kwaliteit en de kosten van de maatregelen waarvoor subsidie is verleend.

2.

Indien uit het onderzoek mocht blijken dat de geluidwerende maatregelen de geluidsbelasting niet hebben teruggebracht tot de waarden, bedoeld in artikel 16, onder c, stelt de Minister de subsidieontvanger in de gelegenheid om de geluidwerende maatregelen binnen een door hem te bepalen termijn alsnog te voltooien of aan te vullen, dan wel opnieuw te treffen.

3.

Indien de betrokken maatregelen niet binnen de in het tweede lid bedoelde termijn zijn getroffen, kan de Minister op kosten van de subsidieontvanger de nodige maatregelen treffen.

4.

Indien uit het onderzoek mocht blijken dat de kosten van de geluidwerende maatregelen niet voldoen aan artikel 16, onder c, stelt de Minister de subsidieontvanger in de gelegenheid om daarover opheldering te verschaffen binnen een door hem te bepalen termijn.

5.

De Minister kan een onafhankelijke instantie aanwijzen die belast is met de toepassing van het eerste, tweede en derde lid. Hij doet daarvan mededeling aan de subsidieontvanger.

Artikel 44

Vervallen

Artikel 45

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 5 juli 2006 houdende wijziging van de Wet geluidhinder (modernisering instrumentarium geluidbeleid, eerste fase; Stb. 350) in werking treedt.

Artikel 46

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling sanering verkeerslawaai.

Bijlage A

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Bijlage B

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Bijlage C

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Bijlage D

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Bijlage E

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Rijnstraat 8, 2515 XP Den Haag.

Artikel 13a
1.

Geluidreducerende maatregelen aan de constructie van een weg, niet zijnde een rijksweg, komen slechts in aanmerking voor subsidie voor zover:

2.

Geluidreducerende maatregelen aan de constructie van een rijksweg komen slechts in aanmerking voor subsidie voor zover de kosten van de maatregel hoger zijn dan de kosten bij de aanleg van een wegdek van Dicht Asfalt Beton op het betreffende traject.

3.

Het aanbrengen van een wegdek van Zeer Open Asfalt Beton op een rijksweg, komt niet in aanmerking voor subsidie.

§ 4. Procedureverloop

§ 4.1. Procedure voorbereidingssubsidie

§ 4.2. Procedure uitvoeringssubsidie

Artikel 30a

De Minister kan de subsidieverlening wijzigen naar aanleiding van het rapport, bedoeld in artikel 39, onderdeel c.

Artikel 33a
1.

In afwijking van artikel 33, wordt, indien de subsidieontvanger een gemeentebestuur, bestuur of provinciebestuur is, een subsidievaststelling aangevraagd door verantwoordingsinformatie aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te verstrekken, op een wijze als bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2.

In afwijking van het eerste lid kan de subsidieontvanger een subsidievaststelling aanvragen door de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, voor zover deze specifiek op de verleende subsidie ziet, voor 1 juli van het jaar volgend op het begrotingsjaar aan de Minister te zenden.

Artikel 35a

De artikelen 34 en 35 zijn niet van toepassing indien de subsidieontvanger een gemeentebestuur, bestuur of provinciebestuur is.

§ 5. Verplichtingen subsidieontvanger

§ 5. Verplichtingen subsidieontvanger

Artikel 42a

In een saneringsprogramma als bedoeld in de artikelen 41 en 42 is onderbouwd dat maatregelen financieel doelmatig zijn op grond van de Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder, voor zover het saneringsprogramma afschermende of geluidreducerende maatregelen omvat.

§ 7. Slotbepalingen

Bijlage A

Gepubliceerd op www.bureausaneringverkeerslawaai.nl.

Bijlage B

Gepubliceerd op www.bureausaneringverkeerslawaai.nl.

Bijlage C

Gepubliceerd op www.bureausaneringverkeerslawaai.nl.

Bijlage D

Gepubliceerd op www.bureausaneringverkeerslawaai.nl.

Bijlage E

Gepubliceerd op www.bureausaneringverkeerslawaai.nl.

Bijlage F. Maatregelpunten lokale bronmaatregelen

De maatregelpunten, bedoeld in artikel 5, tweede lid, zijn als volgt:

Bestaand wegdek Aan te brengen wegdek Maatregelpunten per 10 m2
Elementen-verharding Stille elementen-verharding 3
Elementen-verharding Dicht asfalt beton (al dan niet voorzien van streetprint) 5
Elementen-verharding Dunne geluidreducerende deklaag 16
Dicht asfalt beton Dunne geluidreducerende deklaag 13

De maatregelpunten zijn bedoeld voor de beoordeling van de doelmatigheid van bronmaatregelen aan een weg in beheer bij een gemeente of provincie op grond van de Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Rijnstraat 8, 2515 XP Den Haag.

Bijlage G

nr. gemeente naam project traject
1 Bussum Bussum railsanering 371 en 372
2 Capelle a/d IJssel Schollevaar 600
3 Deurne Katoenstraat e.o. 790
4 Diemen Diemen 369 en 374
5 Duiven sanering 17 woningen 237
6 Haarlemmerliede Halfweg 400
7 Haren Glimmen 86, 58 en 57
8 Heeze-Leende Heeze–Leende Rail 800
9 Heiloo Spoorlijn Alkmaar–Uitgeest 430
10 Hillegom Parallelweg 500
11 Hilversum Hilversum, centrum 360, 370 en 371
12 Langendijk St. Pancras 460
13 Leidschendam combinatie met R21
14 Maastricht Maastricht nieuw 843
15 Meerssen Meerssen 841
16 Nunspeet Molijnstraat e.o. 253
17 Oosterhout Dorst, verspreid liggende woningen 650
18 Steenwijk Oostwijken en De Gagels 40
19 Stein Stein 841
20 Tegelen Populierenstraat 810
21 Tegelen Aerdberg 810
22 Zaanstad Wormerveer 411
23 Zaltbommel Stationsweg 731
24 Zeist Zeist, Den Dolder 331 en 337
25 Zwolle Pierik 90

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Rijnstraat 8, 2515 XP Den Haag.

§ 8. Tijdelijke overgangsregeling Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing Geluid

§ 5.2. Verplichtingen subsidieontvanger bij facultatieve procedure geluidwerende maatregelen

§ 8.2. Subsidieplafond

Artikel 44a

Vervallen

§ 8.3. Voorwaarden

Artikel 44b

Vervallen

§ 8.4. Procedure subsidieverlening

Artikel 44c

Vervallen

Artikel 44d

Vervallen

§ 8.2. Subsidieplafond

Artikel 44e

Vervallen

§ 8.1. Subsidiabele maatregelen

Artikel 44f

Vervallen

§ 8.2. Subsidieplafond

Artikel 44g

Vervallen

Bijlage A

Gepubliceerd op www.bureausaneringverkeerslawaai.nl.

Bijlage B

Gepubliceerd op www.bureausaneringverkeerslawaai.nl.

Formulier-ISVG

Met dit formulier kan tot en met 1 oktober 2014 een aanvraag ingediend worden voor subsidie op basis van artikel 44, Ssv. Een subsidieaanvraag wordt geweigerd indien deze niet uiterlijk op 1 oktober 2014 is ingediend of op 15 oktober 2014 aangevuld en volledig is, inclusief de vereiste bijlagen. U dient uw aanvraag in te dienen bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu, p/a Bureau Sanering Verkeerslawaai, Postbus 97, 3440 AB, Woerden.

1. GEGEVENS AANVRAGER

2. CATEGORIE

¹ Doorhalen wat niet van toepassing is, als u meerdere categorieën aanvraagt dient u voor iedere categorie afzonderlijk een aanvraag in te dienen.

3. AANVRAAG1Aanvragen die op 15 oktober 2014, niet voldoen aan de voorwaarden, genoemd in artikel 44b Ssv, worden niet in behandeling genomen.

4. BIJLAGE

Formulier-ISVG

Met dit formulier kan tot en met 1 oktober 2014 een aanvraag ingediend worden voor subsidie op basis van artikel 44, Ssv. Een subsidieaanvraag wordt geweigerd indien deze niet uiterlijk op 1 oktober 2014 is ingediend of op 15 oktober 2014 aangevuld en volledig is, inclusief de vereiste bijlagen. U dient uw aanvraag in te dienen bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu, p/a Bureau Sanering Verkeerslawaai, Postbus 97, 3440 AB, Woerden.

..............................................

Gepubliceerd op www.bureausaneringverkeerslawaai.nl.

Bijlage D. , Toetsbedragen geluidwerende maatregelen

Bijlage D

Gepubliceerd op www.bureausaneringverkeerslawaai.nl.

Bijlage E

Gepubliceerd op www.bureausaneringverkeerslawaai.nl.

Bijlage F. Maatregelpunten lokale bronmaatregelen

De maatregelpunten, bedoeld in artikel 5, tweede lid, zijn als volgt:

Bestaand wegdek Aan te brengen wegdek Maatregelpunten per 10 m2
Elementen-verharding Stille elementen-verharding 3
Elementen-verharding Dicht asfalt beton (al dan niet voorzien van streetprint) 5
Elementen-verharding Dunne geluidreducerende deklaag 16
Dicht asfalt beton Dunne geluidreducerende deklaag 13

De maatregelpunten zijn bedoeld voor de beoordeling van de doelmatigheid van bronmaatregelen aan een weg in beheer bij een gemeente of provincie op grond van de Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder.

Bijlage G

nr. gemeente naam project traject
1 Bussum Bussum railsanering 371 en 372
2 Capelle a/d IJssel Schollevaar 600
3 Deurne Katoenstraat e.o. 790
4 Diemen Diemen 369 en 374
5 Duiven sanering 17 woningen 237
6 Haarlemmerliede Halfweg 400
7 Haren Glimmen 86, 58 en 57
8 Heeze-Leende Heeze–Leende Rail 800
9 Heiloo Spoorlijn Alkmaar–Uitgeest 430
10 Hillegom Parallelweg 500
11 Hilversum Hilversum, centrum 360, 370 en 371
12 Langendijk St. Pancras 460
13 Leidschendam combinatie met R21
14 Maastricht Maastricht nieuw 843
15 Meerssen Meerssen 841
16 Nunspeet Molijnstraat e.o. 253
17 Oosterhout Dorst, verspreid liggende woningen 650
18 Steenwijk Oostwijken en De Gagels 40
19 Stein Stein 841
20 Tegelen Populierenstraat 810
21 Tegelen Aerdberg 810
22 Zaanstad Wormerveer 411
23 Zaltbommel Stationsweg 731
24 Zeist Zeist, Den Dolder 331 en 337
25 Zwolle Pierik 90

Bijlage H

Tabel, behorende bij artikel 44b, eerste lid.

Aantal woningen als bedoeld in artikel 44, eerste lid, binnen de gemeentegrenzen van de subsidieaanvrager Maximum subsidiebedrag (in euro)
Meer dan 5.000 2.500.000,–
Meer dan 1.000 1.000.000,–
Meer dan 200 500.000,–
Meer dan 100 en minder dan 200 250.000,–
Minder dan 100 100.000,–

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Rijnstraat 8, 2515 XP Den Haag.

Artikel 24a

Vervallen

§ 4.2. Procedure uitvoeringssubsidie

§ 4.3. Facultatieve procedure bij geluidwerende maatregelen

Artikel 35b
1.

Indien de subsidieontvanger een gemeentebestuur, bestuur of provinciebestuur is kan, als het maatregelen betreft, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, deze gebruik maken van de facultatieve procedure.

2.

De subsidieontvanger maakt gebruik van de facultatieve procedure kenbaar met gebruikmaking van het formulier UK/S

3.

Op de facultatieve procedure, bedoeld in het eerste lid, zijn artikel 30 en 31 niet van toepassing.

§ 5. Verplichtingen subsidieontvanger

§ 5.1. Verplichtingen subsidieontvanger bij de algemene procedure

§ 5.2. Verplichtingen subsidieontvanger bij facultatieve procedure geluidwerende maatregelen

Artikel 40a

Deze paragraaf is van toepassing indien de subsidieontvanger, ingevolge artikel 35b, tweede lid, heeft aangegeven gebruik te maken van de facultatieve procedure.

Artikel 40b
1.

In afwijking van artikel 39, aanhef, onderdeel b, doet de subsidieontvanger binnen vier weken na de afronding van de werkzaamheden daarvan mededeling aan de Minister onder gebruikmaking van een volledig ingevuld formulier MA-F, inclusief de op dat formulier aangegeven bijlagen.

2.

De Minister kan het bedrag van de subsidieverlening wijzigen naar aanleiding van de ontvangen informatie, bedoeld in het eerste lid.

§ 6. Saneringsprogramma

§ 7. Slotbepalingen

§ 8. Tijdelijke overgangsregeling Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing Geluid

§ 8.1. Subsidiabele maatregelen

§ 8.5. Tender

§ 8.6. Voorschot

§ 8.5. Tender

Bijlage A

Gepubliceerd op www.bureausaneringverkeerslawaai.nl.

Bijlage B

Gepubliceerd op www.bureausaneringverkeerslawaai.nl.

Bijlage als bedoeld in deartikelen 12, 13a, 19, 25 en 35c

1. Verkeersmaatregelen tegen wegverkeerslawaai

Het in artikel 12, tweede lid, bedoelde bedrag is de uitkomst van de volgende berekening volgens de onderstaande van toepassing zijnde tabel: de som van de normbedragen voor de woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen waarvan de geluidsbelasting als gevolg van de maatregelen met ten minste 3 dB afneemt, verminderd met de som van de normbedragen voor de woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen waarvan de geluidsbelasting als gevolg van de maatregelen met ten minste 3 dB toeneemt.

1a. Woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 1 van de wet.

1. GEGEVENS AANVRAGER

2. CATEGORIE

– bij woningen: elke woning;

– bij andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 1 van de wet: elk 5m strekkend gebouw in de lengterichting van de weg (als het gebouw hoger dan drie etages is, dan het aantal eenheden vermenigvuldigen met de naar beneden afgeronde uitkomst van de deling van het aantal etages door drie).

3 Indien de uitvoering van de maatregelen leidt tot geluidsbelastingen van meer dan 68 dB, dan is geen subsidie mogelijk.

Bijlage C

Gepubliceerd op www.bureausaneringverkeerslawaai.nl.

Bijlage D. , Toetsbedragen geluidwerende maatregelen

Bijlage E

Gepubliceerd op www.bureausaneringverkeerslawaai.nl.

Bijlage F. Maatregelpunten lokale bronmaatregelen

De maatregelpunten, bedoeld in artikel 5, tweede lid, zijn als volgt:

Bestaand wegdek Aan te brengen wegdek Maatregelpunten per 10 m2
Elementen-verharding Stille elementen-verharding 3
Elementen-verharding Dicht asfalt beton (al dan niet voorzien van streetprint) 5
Elementen-verharding Dunne geluidreducerende deklaag 16
Dicht asfalt beton Dunne geluidreducerende deklaag 13

De maatregelpunten zijn bedoeld voor de beoordeling van de doelmatigheid van bronmaatregelen aan een weg in beheer bij een gemeente of provincie op grond van de Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder.

Bijlage C

Gepubliceerd op www.bureausaneringverkeerslawaai.nl.

Bijlage D. , Toetsbedragen geluidwerende maatregelen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Rijnstraat 8, 2515 XP Den Haag.

3. Maatregelen hellend dakvlak

2 Eenheid: 25 m strekkend terrein in de lengterichting van de weg.

1 Dit is bij afname de geluidsbelasting van de uitwendige scheidingsconstructie vóór, en bij toename de geluidsbelasting van de uitwendige scheidingsconstructie na de uitvoering van de maatregelen (in dB en na de aftrek, bedoeld in artikel 110g van de wet).

2 Eenheid: 25 m strekkend terrein in de lengterichting van de weg.

2. Geluidreducerende maatregelen aan de constructie van een weg

4 Bij geluidsbelastingen van meer dan 73 dB vóór de uitvoering van de maatregelen is wel een subsidie mogelijk indien de geluidsbelasting na de uitvoering van de maatregelen 68 dB of minder is, namelijk € 10.400 per eenheid.

2. Geluidreducerende maatregelen aan de constructie van een weg

2. Geluiddempende ventilatievoorzieningen

3. Geluidreducerende maatregelen aan een kunstwerk in een spoorweg

4. Maatregelen plafonds

4. en 5. Onttrekking aan de bestemming vanwege wegverkeerslawaai en spoorweglawaai

Het in artikel 19, tweede lid, bedoelde bedrag bestaat uit de som van de per woning of ander geluidsgevoelig gebouw bepaalde maximale bijdragen met behulp van de onderstaande tabel.

3. Maatregelen hellend dakvlak

2 Aangegeven bedrag in euro geldt per woning of per ander geluidsgevoelig gebouw met de aangegeven geluidsbelasting.

3 Dit is het minimum van de waarde van de geluidsbelasting voor het treffen van de maatregelen en na het treffen van de overige maatregelen.

Bijlage E

Gepubliceerd op www.bureausaneringverkeerslawaai.nl.

Bijlage F. Maatregelpunten lokale bronmaatregelen

De maatregelpunten, bedoeld in artikel 5, tweede lid, zijn als volgt:

Bestaand wegdek Aan te brengen wegdek Maatregelpunten per 10 m2
Elementen-verharding Stille elementen-verharding 3
Elementen-verharding Dicht asfalt beton (al dan niet voorzien van streetprint) 5
Elementen-verharding Dunne geluidreducerende deklaag 16
Dicht asfalt beton Dunne geluidreducerende deklaag 13

De maatregelpunten zijn bedoeld voor de beoordeling van de doelmatigheid van bronmaatregelen aan een weg in beheer bij een gemeente of provincie op grond van de Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder.

Bijlage G

nr. gemeente naam project traject
1 Bussum Bussum railsanering 371 en 372
2 Capelle a/d IJssel Schollevaar 600
3 Deurne Katoenstraat e.o. 790
4 Diemen Diemen 369 en 374
5 Duiven sanering 17 woningen 237
6 Haarlemmerliede Halfweg 400
7 Haren Glimmen 86, 58 en 57
8 Heeze-Leende Heeze–Leende Rail 800
9 Heiloo Spoorlijn Alkmaar–Uitgeest 430
10 Hillegom Parallelweg 500
11 Hilversum Hilversum, centrum 360, 370 en 371
12 Langendijk St. Pancras 460
13 Leidschendam combinatie met R21
14 Maastricht Maastricht nieuw 843
15 Meerssen Meerssen 841
16 Nunspeet Molijnstraat e.o. 253
17 Oosterhout Dorst, verspreid liggende woningen 650
18 Steenwijk Oostwijken en De Gagels 40
19 Stein Stein 841
20 Tegelen Populierenstraat 810
21 Tegelen Aerdberg 810
22 Zaanstad Wormerveer 411
23 Zaltbommel Stationsweg 731
24 Zeist Zeist, Den Dolder 331 en 337
25 Zwolle Pierik 90

Bijlage H

Tabel, behorende bij artikel 44b, eerste lid.

Aantal woningen als bedoeld in artikel 44, eerste lid, binnen de gemeentegrenzen van de subsidieaanvrager Maximum subsidiebedrag (in euro)
Meer dan 5.000 2.500.000,–
Meer dan 1.000 1.000.000,–
Meer dan 200 500.000,–
Meer dan 100 en minder dan 200 250.000,–
Minder dan 100 100.000,–

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Rijnstraat 8, 2515 XP Den Haag.

Artikel 19a
1.

Het subsidieplafond voor het tijdvak van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022 wordt vastgesteld op € 21.757.000.

2.

Het subsidieplafond voor het tijdvak van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023 wordt vastgesteld op € 24.911.000.

3.

Het subsidieplafond voor het tijdvak van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024 wordt vastgesteld op € 23.574.000.

4.

Het subsidieplafond voor het tijdvak van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025 wordt vastgesteld op € 28.178.000.

5.

Het subsidieplafond voor het tijdvak van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026 wordt vastgesteld op € 21.069.000.

§ 4. Procedureverloop

§ 4.1. Procedure voorbereidingssubsidie

§ 4.2. Procedure uitvoeringssubsidie

§ 4.3. Facultatieve procedure bij geluidwerende maatregelen

Artikel 35c
1.

Indien de aanvraag geluidwerende maatregelen betreft en de subsidieontvanger heeft aangegeven gebruik te maken van de facultatieve procedure, wordt de hoogte van het totale voorschot bepaald met behulp vanbijlage A, onderdeel 7.

2.

In afwijking van artikel 32 wordt het totale voorschot, bedoeld in het eerste lid, binnen vier weken na verlening van de subsidie in één keer verstrekt.

§ 5.1. Verplichtingen subsidieontvanger bij de algemene procedure

§ 6. Saneringsprogramma

§ 7. Slotbepalingen

Artikel 43a

Vervallen

§ 8. Tijdelijke overgangsregeling Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing Geluid

§ 8.3. Voorwaarden

§ 8.4. Procedure subsidieverlening

§ 8.6. Voorschot

§ 8.7. Subsidievaststelling

Bijlage A. Rekenbedragen

Bijlage B

Gepubliceerd op www.bureausaneringverkeerslawaai.nl.

Formulier-ISVG

Met dit formulier kan tot en met 1 oktober 2014 een aanvraag ingediend worden voor subsidie op basis van artikel 44, Ssv. Een subsidieaanvraag wordt geweigerd indien deze niet uiterlijk op 1 oktober 2014 is ingediend of op 15 oktober 2014 aangevuld en volledig is, inclusief de vereiste bijlagen. U dient uw aanvraag in te dienen bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu, p/a Bureau Sanering Verkeerslawaai, Postbus 97, 3440 AB, Woerden.

A. Toetsbedragen geluidwerende maatregelen bij autonome gevelsanering

1b. Andere gezondheidszorggebouwen als bedoeld in artikel 1, onder 3°, van de wet

1. Gevelmaatregelen

Ondergetekende verklaart dat:

Vervallen.

Het toetsbedragensysteem voor gekoppelde gevelsanering (zie de tabellen onder b) is, in verband met de andere uitgangssituatie bij koppeling van maatregelen, vereenvoudigd ten opzichte van het systeem voor autonome gevelsanering. Tot de meerkosten die aan de geluidwering worden toegerekend, behoren niet de maatregelen waarvoor bij autonome sanering kostenklasse I van toepassing zou zijn, de correctie voor het gemiddeld element oppervlak en diverse toeslagen anders dan voor de naar buiten draaiende ramen en deuren. Ter vereenvoudiging van het systeem zijn daarnaast de bedragen voor de noodzakelijke extra naaddichting verwerkt in de m2 bedragen voor de beglazing en de panelen.

Voor de berekening van het subsidiebedrag wordt de te vervangen wegdekoppervlakte afgerond op een tiental vierkante meters.

Vervallen.

2. Geluiddempende ventilatievoorzieningen

6. Hoogte subsidiebedrag bij vaststelling voorbereidingssubsidie voor gevelmaatregelen

B. Toetsbedragen geluidwerende maatregelen bij gekoppelde gevelsanering

1 Woningtype 1: etagewoning, appartement, rijtjeswoning, hoekwoning, geschakelde woning. Woningtype 2: vrijstaande woning

C. Toelichting op het toetsbedragensysteem voor gevelmaatregelen

1 Woningtype 1: Alle typen woning, met uitzondering van woningtype 2 en 3. Woningtype 2: vrijstaande woning, Woningtype 3: Gemeentelijk of Rijksmonument

2 Indien sprake is van andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 1 van de wet, geldt elke 5 meter strekkend gebouw in de lengterichting van de weg als één woning van het type 1, afgerond op 1 decimaal. In het geval het gebouw hoger is dan drie etages dan kan de uitkomst van de berekening in de eerste volzin worden vermenigvuldigd met de naar beneden afgeronde uitkomst van de deling van het aantal etages door drie.

Bijlage B

Gepubliceerd op www.bureausaneringverkeerslawaai.nl.

Bijlage C. Normkosten afschermende maatregelen

Bijlage G

nr. gemeente naam project traject
1 Bussum Bussum railsanering 371 en 372
2 Capelle a/d IJssel Schollevaar 600
3 Deurne Katoenstraat e.o. 790
4 Diemen Diemen 369 en 374
5 Duiven sanering 17 woningen 237
6 Haarlemmerliede Halfweg 400
7 Haren Glimmen 86, 58 en 57
8 Heeze-Leende Heeze–Leende Rail 800
9 Heiloo Spoorlijn Alkmaar–Uitgeest 430
10 Hillegom Parallelweg 500
11 Hilversum Hilversum, centrum 360, 370 en 371
12 Langendijk St. Pancras 460
13 Leidschendam combinatie met R21
14 Maastricht Maastricht nieuw 843
15 Meerssen Meerssen 841
16 Nunspeet Molijnstraat e.o. 253
17 Oosterhout Dorst, verspreid liggende woningen 650
18 Steenwijk Oostwijken en De Gagels 40
19 Stein Stein 841
20 Tegelen Populierenstraat 810
21 Tegelen Aerdberg 810
22 Zaanstad Wormerveer 411
23 Zaltbommel Stationsweg 731
24 Zeist Zeist, Den Dolder 331 en 337
25 Zwolle Pierik 90

Bijlage B

Gepubliceerd op www.bureausaneringverkeerslawaai.nl.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Rijnstraat 8, 2515 XP Den Haag.

Bijlage C

Gepubliceerd op www.bureausaneringverkeerslawaai.nl.

1 Dit is bij afname de geluidsbelasting van de uitwendige scheidingsconstructie vóór, en bij toename de geluidsbelasting van de uitwendige scheidingsconstructie na de uitvoering van de maatregelen (in dB en na de aftrek, bedoeld in artikel 110g van de wet).

2 Eenheid:

1b. Andere gezondheidszorggebouwen als bedoeld in artikel 1, onder 3°, van de wet

1c. Geluidsgevoelige terreinen als bedoeld in artikel 1 van de wet

B. Toetsbedragen geluidwerende maatregelen bij gekoppelde gevelsanering

Bijlage E

Gepubliceerd op www.bureausaneringverkeerslawaai.nl.

Bijlage F. Maatregelpunten lokale bronmaatregelen

Vervallen

Bijlage G

nr. gemeente naam project traject
1 Bussum Bussum railsanering 371 en 372
2 Capelle a/d IJssel Schollevaar 600
3 Deurne Katoenstraat e.o. 790
4 Diemen Diemen 369 en 374
5 Duiven sanering 17 woningen 237
6 Haarlemmerliede Halfweg 400
7 Haren Glimmen 86, 58 en 57
8 Heeze-Leende Heeze–Leende Rail 800
9 Heiloo Spoorlijn Alkmaar–Uitgeest 430
10 Hillegom Parallelweg 500
11 Hilversum Hilversum, centrum 360, 370 en 371
12 Langendijk St. Pancras 460
13 Leidschendam combinatie met R21
14 Maastricht Maastricht nieuw 843
15 Meerssen Meerssen 841
16 Nunspeet Molijnstraat e.o. 253
17 Oosterhout Dorst, verspreid liggende woningen 650
18 Steenwijk Oostwijken en De Gagels 40
19 Stein Stein 841
20 Tegelen Populierenstraat 810
21 Tegelen Aerdberg 810
22 Zaanstad Wormerveer 411
23 Zaltbommel Stationsweg 731
24 Zeist Zeist, Den Dolder 331 en 337
25 Zwolle Pierik 90

Bijlage H

Vervallen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)