Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van 6 december 2006, nr. LMV 2006 333053, houdende regels met betrekking tot het subsidiëren van maatregelen ten behoeve van de sanering van verkeerslawaai (Subsidieregeling sanering verkeerslawaai)
Gelet op de artikelen 15.13, eerste tot en met derde lid, van de Wet milieubeheer, 126a en 129 van de Wet geluidhinder, 13, eerste lid, van het Besluit milieusubsidies en 3.9 en 4.22 van het Besluit geluidhinder;
Besluit:
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet geluidhinder (modernisering instrumentarium geluidbeleid, eerste fase) in werking treedt.
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. afschermende maatregelen: maatregelen als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, onder b, en artikel 4.19, eerste lid, onder b, van het besluit;
- b. autonome gevelsanering: in het kader van de sanering wegverkeerslawaai of spoorweglawaai treffen van geluidwerende maatregelen met het uitsluitende oogmerk de beperking van het geluidsniveau binnen de woning of het andere geluidsgevoelig gebouw, vanwege een weg of spoorweg;
- c. besluit: Besluit geluidhinder;
- d. bestuur: bestuur als bedoeld in of functionerend ten behoeve van een gemeenschappelijke regeling;
- e. categorie a-ruimte-: ruimte als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d, onder 1°, 2° en 3°, van het besluit;
- f. categorie b-ruimte: ruimte als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d, onder 4° en 5°, van het besluit;
- g. een met een lettercombinatie aangeduid formulier: een formulier opgenomen in bijlage B bij deze regeling;
- h. geluidsbelasting vanwege een weg: geluidsbelasting in dB vanwege een weg na toepassing van de aftrek bedoeld, in artikel 110g van de wet;
- i. geluidwerende maatregelen: maatregelen als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, onder c, en artikel 4.19, eerste lid, onder c, van het besluit;
- j. gemeenschappelijke regeling:
- 1°. gemeenschappelijke regeling krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen omtrent in ieder geval het treffen van geluidwerende maatregelen of geluidhinderbestrijding, of
- 2°. samenwerkingsverband ten behoeve van structurele samenwerking tussen gemeentebesturen ter zake van een activiteit als bedoeld onder 1°;
- k. maatgevend jaar: tiende jaar na het akoestisch onderzoek in situaties als bedoeld in artikel 88 van de wet, zoals deze luidde onmiddellijk voorafgaand aan 24 februari 2010, of in artikel 4.17 van het besluit, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel CC, van het Invoeringsbesluit geluidproductieplafonds, dan wel, bij reconstructies het tiende jaar na afronding van de reconstructie;
- l. Minister: Minister van Infrastructuur en Milieu;
- m. rijksinfrastructuur: wegen in beheer bij het Rijk en hoofdspoorwegen;
- n. saneringsobjecten: woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen, die op grond van artikel 88 van de Wet geluidhinder, zoals dat luidde voor 1 januari 2007, of artikel 4.17 van het Besluit geluidhinder bij de Minister tijdig zijn gemeld;
- o. verkeersmaatregelen: maatregelen als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, onder a, al dan niet in combinatie met geluidreducerende maatregelen aan de constructie van een weg, en artikel 4.19 eerste lid, onder a, van het besluit;
- p. wet: Wet geluidhinder.
Artikel 2
De Minister kan subsidie verstrekken ter zake de kosten van projecten met als doel de beperking van de geluidsbelasting vanwege wegen en spoorwegen aan woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen of de beperking van het geluidsniveau binnen woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen.
Er wordt geen subsidie verstrekt voor BTW verschuldigd over kosten voor projecten als bedoeld in het eerste lid, tenzij de subsidieontvanger aantoonbaar de BTW niet kan verrekenen of hiervoor geen compensatie kan krijgen op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds.
§ 2. Subsidiabele maatregelen
Artikel 3
De Minister kan aan het gemeentebestuur of het bestuur op aanvraag subsidie verstrekken ter zake de kosten van:
- a. verkeersmaatregelen tegen wegverkeerslawaai;
- b. geluidreducerende maatregelen aan de constructie van een weg of een spoorweg;
- c. afschermende maatregelen tegen wegverkeerslawaai;
- d. afschermende maatregelen tegen spoorweglawaai;
- e. geluidwerende maatregelen aan saneringsobjecten tegen wegverkeerslawaai of spoorweglawaai;
- f. maatregelen die strekken tot onttrekking aan de bestemming van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen.
Vervallen.
De Minister kan de subsidie, bedoeld in het eerste lid, onder b en d, en – voor zover het spoorweglawaai betreft – e, op aanvraag aan de spoorwegexploitant verlenen, indien de maatregelen worden uitgevoerd onder diens verantwoordelijkheid.
De Minister kan de subsidie, bedoeld in het eerste lid op aanvraag aan het provinciebestuur verlenen, indien de maatregelen worden uitgevoerd onder diens verantwoordelijkheid.
Artikel 4
Maatregelen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, komen slechts in aanmerking voor subsidie indien:
- a. zij door de Minister zijn vastgesteld op grond van artikel 90, vijfde lid, van de wet of op grond van artikel 4.23, derde lid, van het besluit; of
- b. het geluidwerende maatregelen aan saneringsobjecten betreft waarvoor na het moment waarop de subsidie, bedoeld in artikel 7, eerste lid, is aangevraagd, een verkeersbesluit is genomen, inhoudende dat de snelheid op een weg wordt verlaagd naar 30 km/u.
Maatregelen komen niet in aanmerking voor subsidie indien zij betrekking hebben op woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen die niet tijdig overeenkomstig artikel 88 van de wet, zoals deze luidde onmiddellijk voorafgaand aan 24 februari 2010, of artikel 4.17 van het besluit, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel CC, van het Invoeringsbesluit geluidproductieplafonds, zijn gemeld.
Het gemeentebestuur of bestuur doet, op verzoek van de Minister, binnen 3 maanden mededeling van de saneringsobjecten, waarvan na de melding, als bedoeld in artikel 88 van de wet, zoals deze luidde onmiddellijk voorafgaand aan 24 februari 2010, of artikel 4.17 van het besluit, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel CC, van het Invoeringsbesluit geluidproductieplafonds, is gebleken dat deze niet meer voor subsidie in aanmerking kunnen komen, omdat deze:
- a. zijn gesloopt;
- b. van bestemming zijn gewijzigd in een niet-geluidsgevoelige bestemming;
- c. zijn gelegen of ooit hebben gelegen aan een weg, als bedoeld in artikel 74, tweede lid, van de wet;
- d. na 1 maart 1986 zijn gebouwd en in een zone liggen als bedoeld in artikel 74 van de wet;
- e. na 1 juli 1987 zijn gebouwd en in een zone liggen als bedoeld in artikel 1.4 van het besluit;
- f. saneringsobjecten of de weg waaraan ze zijn gelegen, zijn geprojecteerd in een na 1 januari 1982 overeenkomstigartikel 76 en 77, van de wet vastgesteld bestemmingsplan, of;
- g. zijn gelegen in een situatie waarin tot aanleg of reconstructie van de weg na 1 januari 1982 is besloten met toepassing van de artikelen 79 tot en met 81, van de wet;
- h. zijn voorzien van maatregelen, die ten laste van het Rijk zijn getroffen of omdat de toestemming, bedoeld in artikel 114a van de wet, ontbreekt.
Artikel 5
De Minister weigert een aanvraag om subsidie in ieder geval, voor zover naar zijn oordeel:
- a. de maatregelen niet sober en doelmatig zijn;
- b. voor zover het de maatregelen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen b, c en d, betreft, de maatregelen niet sober zijn en niet financieel doelmatig op grond van de Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wet geluidhinder, of
- c. onvoldoende gebruik gemaakt is van de mogelijkheid dat anderen in de kosten voorzien.
Artikel 6
Niet in aanmerking voor een subsidie komen maatregelen:
- a. die getroffen worden met geldelijke steun op grond van de ‘Nadere regels voor de uitvoering van geluidsanering ten laste van Rijkswaterstaat bij het uitvoeren van werkzaamheden aan rijkswegen ter vergroting van de capaciteit c.q. het uitvoeren van verbeteringswerken aan rijkswegen’ (bijlage bij de circulaires van 24 december 1991, MBG 20d91010 en MBG 23d91003, Stcrt. 1992, 58);
- b. die getroffen worden met geldelijke steun op grond van de ‘Nadere afspraken geluidsanering bij spoorwerkzaamheden’ (bijlage bij de circulaire van 22 november 1995, MBG 21895016, Stcrt. 238);
- c. voor zover zij getroffen worden met geldelijke steun, verstrekt uit anderen hoofde ten laste van het Rijk;
- d. voor zover deze getroffen worden aan woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen waarvoor al eerder ten laste van het Rijk maatregelen zijn getroffen.
§ 3. Subsidies
§ 3.1. Voorbereidingssubsidie
Artikel 7
De Minister kan aan het gemeentebestuur of het bestuur op aanvraag subsidie verstrekken ter zake de kosten van voorbereiding van, begeleiding van en toezicht op maatregelen als bedoeld in artikel 3, eerste lid;
Artikel 3, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Een subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt niet verstrekt voor zover deze betrekking heeft op de kosten van maatregelen ter vermindering van de geluidsbelasting vanwege rijksinfrastructuur.
Een subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt niet verstrekt voor zover de subsidieaanvraag minder dan 25 saneringsobjecten bevat.
Het vierde lid is niet van toepassing, indien:
- a. in de gehele betreffende gemeente minder dan 25 saneringsobjecten, als bedoeld in artikel 89, eerste lid van de wet, en geluidsgevoelige gebouwen, als bedoeld in artikel 3.6 van het besluit, (saneringsobjecten) zijn gelegen die nog niet in een saneringsprogramma zijn opgenomen, of;
- b. het gemeentebestuur of bestuur bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, heeft aangegeven dat alleen de maatregel, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel f, in aanmerking komt, of;
- c. Indien de aanvraag wordt gedaan ten behoeve van een reconstructie als bedoeld in artikel 98, eerste lid, van de wet.
Bij de verlening van een subsidie, als bedoeld in het eerste lid, vermeldt de Minister de wijze waarop het bedrag van de subsidie wordt berekend.
Artikel 8
Vervallen
Artikel 9
Subsidieaanvragen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, worden jaarlijks gelijktijdig beoordeeld op basis van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van deze regeling.
Artikel 10
Projecten waarvan de gemiddelde geluidsbelasting, na aftrek als bedoeld in artikel 110g van de wet, op de gevels van de 25 hoogst belaste saneringsobjecten binnen het project, afgerond op twee decimalen achter de komma, het hoogste is, komen het eerst in aanmerking voor een subsidie, als bedoeld in artikel 7, eerste lid.
De Minister kan van het eerste lid afwijken, indien:
- a. de toepassing van het eerste lid, gelet op het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder, zal leiden tot onbillijkheid van overwegende aard;
- b. de maatregelen in het kader van de sanering samenvallen met een reconstructie van een weg of een wijziging van een spoorweg, of;
- c. het gevolg van die afwijking is dat projecten vanuit het oogpunt van doelmatigheid en kostenbeheersing gezamenlijk uitgevoerd worden met andere werken.
Bij de berekening van de gemiddelde geluidsbelasting, als bedoeld in het eerste lid, wordt per subsidietijdvak dat de aanvraag eerder is ingediend, met het oog op de rangorde bij de verlening van de subsidies, bedoeld in artikel 7, eerste lid, 1 dB opgeteld.
§ 3.2. Uitvoeringssubsidie
Artikel 11
Niet in aanmerking voor een subsidie voor de uitvoering komen de volgende maatregelen:
- a. maatregelen die in uitvoering zijn genomen, voordat op de aanvraag door de Minister is beslist;
- b. maatregelen waarvoor geen subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, is verleend.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.