Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 11 december 2006, nr. TRCJZ/2006/3802, houdende regeling bijzondere restituties bij uitvoer bepaalde soorten rundvlees

Type Ministeriële regeling
Publication 2014-06-27
State In force
Source BWB
artikelen 28
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op Verordening (EEG) nr. 32/82 van de Commissie van 7 januari 1982 tot vaststelling van de voorwaarden voor de toekenning van bijzondere restituties bij uitvoer in de rundvleessector;

Gelet op Verordening (EEG) nr. 1964/82 van de Commissie van 20 juli 1982 tot vaststelling van de voorwaarden voor de toekenning van bijzondere restituties bij uitvoer van bepaalde soorten rundvlees zonder been;

Gelet op artikel 11 en artikel 13, eerste lid, van het In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1980;

Handelende in overeenstemming met de Minister van Financiën;

Besluit:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. Minister: Minister van Economische Zaken;
  • b. NVWA: Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Economische Zaken;
  • d. verordening 1964/82: verordening (EEG) nr. 1964/82 van de Commissie van 20 juli 1982, tot vaststelling van de voorwaarden voor de toekenning van bijzondere restituties bij uitvoer van bepaalde soorten rundvlees zonder been (PbEG L 212);
  • f. karkas: het geslachte dier, zonder kop en zonder poten, zonder de organen in de borst- en buikholte, zonder nieren, het niervet en het slotvet, zonder de geslachtsorganen met de bijbehorende spieren, zonder middenrif en longhaas, zonder staart, zonder ruggenmerg, zonder zakvet, zonder bovenbilvet en zonder vette nekaders;
  • g. oormerknummer: oormerknummer, als bedoeld in verordening (EG) nr. 1760/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juli 2000 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen en inzake de etikettering van rundvlees en rundvleesproducten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 820/97 van de Raad (PbEG L 2004);
  • h. volwassen mannelijke runderen: mannelijke runderen met een levend gewicht van meer dan 300 kg of, indien het levend gewicht niet kan worden vastgesteld, met een geslacht gewicht van ten minste 150 kg;
  • i. identificatieattest: attest waarvan het model is opgenomen in de bijlage van verordening 32/82;
  • j. attest uitgebeend vlees: attest uitgebeend vlees van voorvoeten of achtervoeten waarvan het model is opgenomen in de bijlagen van verordening 1964/82;
  • k. vlees: vers of gekoeld vlees in de vorm van hele dieren of halve dieren, compensated quarters, voorvoeten of achtervoeten, als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van verordening 32/82;
  • l. technische delen: de in bijlagen 1 en 2 bij deze regeling omschreven afzonderlijk verpakte delen, zonder been, met een magervleesaandeel van ten minste 55% afkomstig van verse of gekoelde voor- en achtervoeten van volwassen mannelijke runderen, als bedoeld in artikel 1 van verordening 1964/82;
  • m. belanghebbende: degene die aanspraak maakt op een bijzondere restitutie of degene die namens deze handelt;
  • n. uitsnijderij: een inrichting voor het uitbenen of uitsnijden van vlees zoals gedefinieerd in bijlage 1, onderdeel 1.17, van verordening 853/2004;
  • p. uitvoer: uitvoer uit de Gemeenschap of leveranties als bedoeld in artikel 36 van verordening 800/1999;
  • q. aanvullende aantekeningen: aanvullende aantekeningen bij hoofdstuk 2, bijlage 1 van verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PbEG L 286).
Artikel 2
1.

Overeenkomstig de bepalingen van verordening 32/82 en verordening 1964/82 en van deze regeling kan door de Minister een bijzondere restitutie worden toegekend ter zake van uitvoer van de volgende producten:

  • a. vlees;
  • b. technische delen.
2.

Het in artikel 2, tweede lid, van verordening 32/82 bedoelde bewijs dat de uitgevoerde producten afkomstig zijn van volwassen mannelijke runderen wordt afgegeven door de NVWA.

3.

Alle handelingen in het kader van deze regeling vinden plaats op werkdagen tussen 7.00 uur en 17.00 uur onder toezicht van een ambtenaar van de Algemene Inspectiedienst.

4.

De bijzondere restitutie voor technische delen wordt niet verleend indien de producten onder de in artikel 40 van verordening 800/1999 bedoelde regeling zijn geplaatst.

Paragraaf 2. Bepalingen betreffende de bijzondere restitutie voor vlees

Artikel 3

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a. voorvoeten: voorspannen of voorvoeten, zoals gedefinieerd in hoofdstuk 2, onderdeel 1.A, onder d en e, van de aanvullende aantekeningen;
  • b. achtervoeten: achterspannen of achtervoeten, zoals gedefinieerd in hoofdstuk 2, onderdeel 1.A, onder f en g, van de aanvullende aantekeningen.
Artikel 4
1.

Belanghebbende meldt het vlees schriftelijk aan uiterlijk voor 10.00 uur op de werkdag voorafgaande aan de dag waarop de identificatie en de verlading zal plaatsvinden bij de NVWA.

2.

De aanmelding bevat ten minste de volgende gegevens:

  • a. datum en tijd van de identificatie en verlading;
  • b. naam en adres slachthuis;
  • c. hoeveelheid;
  • d. aantal uit te schrijven attesten;
  • e. naam en adres aanvrager;
  • f. contactpersoon en telefoonnummer.
Artikel 5
1.

Een identificatieattest wordt uitsluitend opgemaakt voor partijen rundvlees waarvan het gewicht 500 kg of meer bedraagt.

2.

Om voor afgifte van het identificatieattest in aanmerking te komen worden op het tijdstip van de identificatie de minimumgewichten zoals vermeld in bijlage 3 en de overige voorwaarden in acht genomen.

3.

Het gewicht wordt onmiddellijk na identificatie onder toezicht van de ambtenaar van de NVWA vastgesteld. Het gewicht met bijbehorend oormerknummer of slachtnummer wordt door het slachthuis vermeld op een weeglijst.

4.

De in het tweede lid genoemde minimumgewichten zijn niet van toepassing indien het ter identificatie aangeboden vlees in karkassen wordt aangeboden. In dat geval bedraagt het minimumgewicht van het geslachte dier 150 kg.

5.

Als het vlees wordt aangeboden met aan het product vastzittende slachtafvallen worden de minimumgewichten verhoogd volgens de bepalingen uit bijlage 4.

6.

Het slachthuis beschikt over een aantal van een geldig ijkmerk voorziene toetsgewichten van 20 of 25 kg elk voor een totaalgewicht van ten minste 200 kg.

Artikel 6
1.

De ambtenaar van de NVWA vermeldt op de weeglijst:

  • a. of de lever of nieren nog vastzitten aan het karkas of de achtervoeten;
  • b. het nettogewicht, na toepassing van artikel 1, derde lid, van verordening 32/82.
2.

De ambtenaar van de NVWA vermeldt het nettogewicht waarvoor restitutie kan worden aangevraagd in het daartoe bestemde vak van het identificatieattest.

3.

De weeglijst wordt tezamen met een kopie van het identificatieattest door de exporteur bewaard.

Artikel 7
1.

Het vlees wordt in het slachthuis waar de dieren zijn geslacht ter identificatie aangeboden in de vorm waarin het zal worden geëxporteerd.

2.

Het vlees is ten behoeve van de identificatie op overzichtelijke wijze aanwezig.

3.

Voorvoeten worden in de vorm van hele of halve karkassen ter identificatie aangeboden.

4.

Elke voet is voorzien van een etiket waarop het oormerknummer of slachtnummer, het geslacht en het gewicht van het hele karkas is vermeld.

5.

Indien de ambtenaar van de NVWA het vlees identificeert als afkomstig van volwassen mannelijke runderen voorziet hij het vlees van een onuitwisbaar merk volgens onderstaand model.

AID. XMY

6.

Op de met het teken X aangeduide plaats in het in het vijfde lid bedoelde merk dient een kenmerk opgenomen te worden van de ambtenaar van de NVWA die het merk aanbrengt.

7.

Op de met het teken Y aangeduide plaats, in het in het vijfde lid bedoelde merk, dient het nummer van het identificatieattest te worden opgenomen.

Artikel 8

Het in artikel 7, vijfde lid, bedoelde merk wordt aangebracht op:

  • –. de voorvoet: op de fijne rib of op de naborst;
  • –. de achtervoet: op de schenkel of op de platte rib.
Artikel 9

Onmiddellijk nadat het vlees van het merk is voorzien wordt het vlees onder toezicht van een ambtenaar van de NVWA in een vervoermiddel geladen. Na inlading wordt het vervoermiddel door de ambtenaar van de NVWA verzegeld.

Artikel 10
1.

Het identificatieattest wordt in 3-voud uiterlijk op het moment van of direct na de verzegeling van het vervoermiddel opgemaakt door de ambtenaar van de NVWA die het merk als bedoeld in artikel 7, vijfde lid, op het vlees heeft aangebracht.

2.

De NVWA bewaart een afschrift van een identificatieattest.

3.

Het origineel vergezelt de partij en wordt door of namens belanghebbende bij het doen van aangifte ten uitvoer overgelegd.

4.

Voor elke partij afkomstig van één slachthuis wordt een afzonderlijk identificatieattest opgemaakt. Een identificatieattest kan hoogstens betrekking hebben op één vervoermiddel.

5.

Het nummer van het identificatieattest wordt bij de aangifte ten invoer vermeld.

6.

Indien verschillende partijen in één vervoermiddel zijn geladen worden de nummers van de afzonderlijke attesten bij de aangifte ten invoer vermeld.

Paragraaf 3. Bepalingen betreffende de bijzondere restitutie voor technische delen

Artikel 11

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a. voorvoeten: voorvoeten of voorspannen, zoals gedefinieerd in artikel 1, eerste gedachtestreepje, van verordening 1964/82;
  • b. achtervoeten: achtervoeten of achterspannen, zoals gedefinieerd in artikel 1, tweede gedachtestreepje, van verordening 1964/82.
Artikel 12
1.

Belanghebbende meldt de voor- of achtervoeten schriftelijk aan bij de NVWA uiterlijk voor 10.00 uur op de werkdag voorafgaande aan de dag waarop de identificatie en het wegen, respectievelijk het uitbenen en verpakken, respectievelijk het verladen van de technische delen plaatsvinden.

2.

De aanmelding bevat ten minste de volgende gegevens:

  • a. datum en tijd van de identificatie en weging;
  • b. naam en adres slachthuis;
  • c. hoeveelheid;
  • d. specificatie technische delen-code;
  • e. datum en tijd van het uitbenen en verpakken;
  • f. datum en tijd van verlading van de technische delen;
  • g. ontheffingsnummer indien van toepassing;
  • h. naam en adres uitsnijderij;
  • i. naam en adres aanvrager;
  • j. contactpersoon en telefoonnummer.
Artikel 13
1.

De voor- of achtervoeten worden ter identificatie aangeboden in het slachthuis waar de dieren zijn geslacht. Het bepaalde in artikel 5, artikel 6 en artikel 7, tweede tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat de weging van de voor- of achtervoeten onmiddellijk na de identificatie in hetzelfde slachthuis dient plaats te vinden waar de identificatie plaatsvindt.

2.

Naast het in artikel 7, vijfde lid, genoemde merk wordt door de ambtenaar van de NVWA op de technische delen die belanghebbende in zijn aanmelding heeft omschreven en waarin elke voor- of achtervoet zal worden uitgebeend een merk aangebracht met zijn kenmerk. Onverminderd het bepaalde in artikel 17, eerste lid, worden de merken op de technische delen aangebracht op de door belanghebbende aangewezen plaats.

Artikel 14
1.

Na het aanbrengen van de merken en de weging van de voor- of achtervoeten onder toezicht van de ambtenaar van de NVWA maakt deze in 4-voud een identificatieattest op en vermeldt hij het nettogewicht van de voor- of achtervoeten in het daartoe bestemde vak.

2.

Het origineel wordt aan belanghebbende ter hand gesteld en dient door of namens hem bij de in artikel 15, eerste lid, bedoelde verklaring te worden overgelegd.

Artikel 15

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

This text is published under BWB's own terms of reuse, not a Legalize or public-domain licence. BWB