Regeling van de Minister voor Integratie, Jeugdbescherming, Preventie en Reclassering van 16 januari 2007, nr. 5459170 ter uitvoering van het Besluit naturalisatietoets voor Nederland (Regeling naturalisatietoets Nederland)
Gelet op artikel 6 van het Besluit naturalisatietoets;
Besluit:
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. de naturalisatietoets: de toets, genoemd in artikel 2, tweede lid van het Besluit naturalisatietoets;
- b. verzoeker: de meerderjarige vreemdeling die, woonachtig in het Europese deel van Nederland of buiten het Koninkrijk, op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap verzoekt om verlening van het Nederlanderschap;
- c. de burgemeester: de burgemeester door wie het verzoek om naturalisatie in ontvangst wordt genomen;
- d. het besluit: het Besluit naturalisatietoets;
- e. cursus Nederlands als tweede taal: door een cursusinstelling aangeboden cursus die de verzoeker in staat stelt mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal te verwerven, teneinde het staatsexamen Nederlands als tweede taal te behalen;
- f. Wet inburgering: de Wet inburgering, zoals die wet luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021 in werking treedt;
- g. Besluit inburgering: het Besluit inburgering, zoals dat besluit luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop het Besluit inburgering 2021 in werking treedt;
- h. Regeling inburgering: de Regeling inburgering, zoals die regeling luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop de Regeling inburgering 2021 in werking treedt;
- i. inburgeringscursus: een door een cursusinstelling aangeboden cursus die opleidt tot de in artikel 7, tweede lid, onderdelen b en c, van de Wet inburgering bedoelde onderdelen van het inburgeringsexamen.
§ 2. Naturalisatietoets
Artikel 2
De verzoeker heeft de naturalisatietoets, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het besluit behaald indien hij het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Wet inburgering met goed gevolg heeft afgelegd.
Tenzij in deze regeling anders is bepaald zijn voor de toepassing van het eerste lid de krachtens artikel 8, eerste lid, onderdelen b tot en met g, van de Wet inburgering bij of krachtens het Besluit inburgering vastgestelde regels van toepassing.
In afwijking van het eerste lid, heeft de verzoeker de naturalisatietoets, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het besluit, behaald, indien hij voor 1 januari 2015 het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Wet inburgering zoals deze wet luidde op 31 december 2012 met goed gevolg heeft afgelegd, met dien verstande dat de in artikel 2, derde lid van het besluit genoemde taalvaardigheden op niveau A2 van het Europees Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen zijn behaald.
Tenzij in deze regeling anders is bepaald, zijn voor de toepassing van het derde lid de bepalingen van hoofdstuk 4 van de Wet inburgering, de artikelen 2.7, derde lid, aanhef en onderdeel a, 2.9, eerste lid, en 2.10, eerste lid, en hoofdstuk 3, van het Besluit inburgering en hoofdstuk 3 van de Regeling inburgering van toepassing zoals deze luidden op 31 december 2012, met dien verstande dat artikel 15, vijfde lid van de Wet inburgering, artikel 3.8 van het Besluit inburgering en artikel 3.7 van de Regeling inburgering zoals deze luidden op 31 december 2012 niet van toepassing zijn.
Artikel 3
De verzoeker die buiten het Koninkrijk hoofdverblijf heeft, legt naar keuze de naturalisatietoets af bij het hoofd van de diplomatieke en consulaire post, die namens de Minister van Buitenlandse Zaken bevoegd is een naturalisatieverzoek in ontvangst te nemen en de naturalisatietoets af te nemen, dan wel in Nederland.
In afwijking van artikel 2, eerste en derde lid, heeft de verzoeker die de naturalisatietoets bij een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging aflegt, de naturalisatietoets behaald, indien hij:
- a. voor wat betreft de examinering van de mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal de onderdelen, bedoeld in artikel 3.9, tweede lid, van het Besluit inburgering met goed gevolg heeft afgelegd; en
- b. voor wat betreft de examinering van de kennis van de Nederlandse samenleving het onderdeel kennis van de Nederlandse maatschappij, bedoeld in artikel 3.9, derde lid, onder a, van het Besluit inburgering met goed gevolg heeft afgelegd.
Voor 1 juli 2019 behaalde examenonderdelen gelden als behaald voor de overeenkomstige onderdelen van de vanaf 1 juli 2019 afgenomen naturalisatietoets.
De verzoeker, woonachtig buiten het Koninkrijk, identificeert zich bij de deelname aan het examen door middel van een geldig nationaal paspoort.
Het in het eerste lid genoemde hoofd van de post neemt de naturalisatietoets overeenkomstig het in de bijlage van deze Regeling opgenomen examenreglement naturalisatietoets buitenland af.
Aan de in het tweede lid genoemde verzoeker wordt het inburgeringsdiploma, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder g, van de Wet inburgering, ten bewijze waarvan het inburgeringsexamen is behaald, uitgereikt door het in het eerste lid genoemde hoofd van de post.
Aan het afleggen van de naturalisatietoets op de Nederlandse diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen in het buitenland zijn kosten verbonden die door de verzoeker voorafgaande aan de examinering voldaan dienen te worden.
Het examengeld, bedoeld in het zevende lid, bedraagt voor de verzoeker, bedoeld in het tweede lid:
- a. € 70,– voor elk van de examenonderdelen leesvaardigheid, luistervaardigheid en schrijfvaardigheid;
- b. € 80,– voor het examenonderdeel spreekvaardigheid;
- c. € 60,– voor het examenonderdeel kennis van de Nederlandse maatschappij.
§ 3. Gedeeltelijke vrijstellingen
Artikel 4
Van het afleggen van de onderdelen van het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 3.9, tweede lid, onderdelen a tot en met d, van het Besluit inburgering dan wel van het praktijkdeel als bedoeld in artikel 3.7 van het Besluit inburgering zoals dit luidde op 31 december 2012 alsmede van het elektronisch praktijkexamen en de toets gesproken Nederlands, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, van het Besluit inburgering zoals dit luidde op 31 december 2012, is vrijgesteld de verzoeker die het certificaat overlegt, als bedoeld in de Regeling certificaat inburgering oudkomers, met daarop de aantekening dat voor de onderdelen Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken is behaald ten minste het niveau 2 van het referentiekader NT2.
Bij het certificaat, bedoeld in het eerste lid legt de verzoeker de hem door het college van burgemeester en wethouders afgegeven, gewaarmerkte kopie over van de verklaring van de onderwijsinstelling waar de NT2-profieltoets is afgelegd.
Van het afleggen van het onderdeel van het inburgeringsexamen kennis van de Nederlandse maatschappij, bedoeld in artikel 3.9, derde lid, onderdeel a, van het Besluit inburgering dan wel bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit inburgering zoals dit luidde op 31 december 2012 is vrijgesteld de verzoeker die kan aantonen dat hij het onderdeel kennis van de staatsinrichting en maatschappij van de naturalisatietoets, bedoeld in artikel 2 van de Regeling naturalisatietoets zoals dit luidde op 31 maart 2007 heeft behaald.
Van het afleggen van het onderdeel van het inburgeringsexamen kennis van de Nederlandse maatschappij, bedoeld in artikel 3.9, derde lid, onderdeel a, van het Besluit inburgering dan wel bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit inburgering zoals dit luidde op 31 december 2012 is vrijgesteld de verzoeker die een certificaat overlegt als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Wet inburgering nieuwkomers zoals deze luidde op 31 december 2006, indien uit de vermelding daarop, of anders uit de bijbehorende verklaring van het Regionaal Opleidingencentrum, blijkt dat voor het onderdeel Maatschappij Oriëntatie is behaald het niveau van artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inburgering nieuwkomers zoals deze luidde op 31 december 2006. Bij het in dit lid bedoelde certificaat legt de verzoeker tevens de verklaring over van het Regionaal Opleidingencentrum op grond waarvan het certificaat is afgegeven.
Van het afleggen van de onderdelen van het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 3.9, tweede lid, onderdelen a tot en met d, van het Besluit inburgering dan wel van het praktijkdeel als bedoeld in artikel 3.7 van het Besluit inburgering zoals dit luidde op 31 december 2012 alsmede van het elektronisch praktijkexamen en de toets gesproken Nederlands, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, onderdelen a en b, van het Besluit inburgering zoals dit luidde op 31 december 2012, is vrijgesteld de verzoeker die een certificaat overlegt als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Wet inburgering nieuwkomers zoals deze luidde op 31 december 2006, indien uit de vermelding daarop, of anders uit de bijbehorende verklaring van het Regionaal Opleidingencentrum, blijkt dat voor het onderdeel Nederlands als tweede taal bij de onderdelen Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken ten minste niveau 2 van de eindtermen Referentiekader Nederlands als Tweede Taal, dan wel ten minste niveau A2 van het Europees Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen, zijn behaald. Bij het in dit lid bedoelde certificaat legt de verzoeker tevens de verklaring over van het Regionaal Opleidingencentrum op grond waarvan het certificaat is afgegeven.
Van het afleggen van de onderdelen van het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 3.9, tweede lid, onderdelen a tot en met d, van het Besluit inburgering dan wel van het praktijkdeel als bedoeld in artikel 3.7 van het Besluit inburgering zoals dit luidde op 31 december 2012 alsmede van het elektronisch praktijkexamen en de toets gesproken Nederlands, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, onderdelen a en b, van het Besluit inburgering zoals dit luidde op 31 december 2012, is vrijgesteld de verzoeker die een originele verklaring overlegt van het Regionaal Opleidingencentrum, afgegeven op basis van de resultaten van een voor 1 januari 2007 afgelegde toets ter afronding van een NT2-taaltraject, indien uit de verklaring blijkt dat voor het onderdeel Nederlands als tweede taal bij de onderdelen Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken ten minste niveau 2 van de eindtermen Referentiekader Nederlands als Tweede Taal, dan wel ten minste niveau A2 van het Europees Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen, zijn behaald.
Om tot vrijstelling te kunnen leiden, dient de verklaring de volgende gegevens te bevatten:
- a. de naam van het document;
- b. de naam en handtekening van de verantwoordelijke van het regionaal opleidingencentrum;
- c. de echtheidskenmerken van het regionaal opleidingencentrum;
- d. de naam en geboortedatum van de deelnemer aan het NT2-taaltraject die overeenkomen met de naam en geboortedatum zoals vermeld op zijn identiteitsdocument;
- e. de behaalde taalniveaus uitgesplitst naar de vier taalvaardigheden Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken;
- f. de datum waarop de toetsresultaten zijn behaald.
Van het afleggen van de onderdelen van het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 3.9, tweede lid, onderdelen a tot en met d, van het Besluit inburgering dan wel van het praktijkdeel, bedoeld in artikel 3.7 van het Besluit inburgering zoals dit luidde op 31 december 2012 alsmede van het elektronisch praktijkexamen en de toets gesproken Nederlands, bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, van het Besluit inburgering zoals dit luidde op 31 december 2012, is vrijgesteld de verzoeker die beschikt over één van de volgende certificaten van het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal:
- a. Certificaat Maatschappelijk Informeel (ERK-niveau A2);
- b. Certificaat Profiel Taalvaardigheid Praktische Beroepen (ERK-niveau A2);
- c. Certificaat Maatschappelijk Formeel (ERK-niveau B1),
- d. Certificaat Zakelijk Professioneel (ERK-niveau B2),
- e. Certificaat Educatief Startbekwaam (ERK-niveau B2), of
- f. Certificaat Educatief Professioneel (ERK-niveau C1).
Van het afleggen van het onderdeel van het inburgeringsexamen oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt, bedoeld in de artikelen 2.10, eerste lid, onderdeel b, en 3.9, derde lid, onderdeel b, van het Besluit inburgering, zijn vrijgesteld:
- a. de verzoeker die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt of die voor het bereiken van die leeftijd zijn werkzaamheden heeft gestaakt ten gevolge van vervroegde uittreding;
- b. de verzoeker die zich voor 1 januari 2015 bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft aangemeld voor de naturalisatietoets of een onderdeel van die toets en van wie DUO voor 1 februari 2015 het verschuldigde examengeld heeft ontvangen;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.