Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Landbouwkwaliteit en voedselveiligheid vanaf 1945 (Stichting Nederlandse Vleeswarencontrole (NVK))

Type Archiefselectielijst
Publication 2007-05-23
State In force
Source BWB
artikelen 3
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;

De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 4 april 2006, arc-2006.02834/2);

Besluit:

Artikel 1

De bij dit besluit gevoegde ‘selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Stichting Nederlandse Vleeswarencontrole (NVK) en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein Landbouwkwaliteit en voedselveiligheid en kwaliteit van het uitgangsmateriaal en biotechnologie over de periode vanaf 1945’ en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Basisselectiedocument landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

Kwaliteit van het uitgangsmateriaal en Biotechnologie vanaf 1945

Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

(Voorlopige) Commissie Genetische Modificatie ((V)COGEM)

Commissie van Beroep inzake Keuringen

Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)

Minister van Buitenlandse Zaken

Minister van Financiën

Minister van Justitie

Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OC&W)

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)

Minister van Verkeer en Waterstaat

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)

Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM)

Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor Landbouwzaden en Aardappelpootgoed (NAK)

Productschappen van Vee, Vlees en Eieren

Productschap voor Landbouwzaaizaden

Raad van Beroep inzake Keuringen

Rathenau Instituut

Stichting Nederlandse Vleeswarencontrole (NVK)

Tuchtgerecht op het gebied van de landbouwkwaliteit

Aleid Overbeeke

Inleiding

De voorliggende selectielijst geldt voor alle actoren onder de archiefzorg van de Minister van LNV. Elke actor selecteert de neerslag van zijn handelen binnen het beleidsterrein Landbouwkwaliteit en Voeding voortaan met deze lijst. Voor handelingen op andere beleidsterreinen gelden andere selectielijsten.

Enkele in het oog springende kenmerken van een selectielijst zijn de volgende.

Hieronder volgen toelichtingen op respectievelijk de selectielijst, het project Pivot/LNV en het achterliggende nieuwe selectiebeleid van de rijksoverheid.

Toelichting op de voorliggende selectielijst

Geldigheid van deze selectielijst

Voor het Ministerie van LNV is de selectielijst Landbouwkwaliteit en Voeding van toepassing voor:

De vastgestelde selectielijst vormt de formele grondslag voor bewerking van archiefbestanden tot vernietiging dan wel overbrenging naar de Rijksarchiefdienst. Tevens wordt de lijst toegepast in het informatiebeheer van alle LNV-onderdelen die bij dit beleidsterrein betrokken zijn. De lijst heeft overigens geen betrekking op het interne functioneren van de genoemde actoren; daarvoor worden beleidsterreinoverstijgende onderzoeken toegepast naar de aandachtsgebieden financiën, personeel, organisatie, huisvesting, informatievoorziening en voorlichting.

De selectielijst treedt in werking twee dagen na publicatie in de Staatscourant en blijft in de huidige vorm hoogstens 20 jaar geldig.

Intrekking van bestaande vernietigingslijsten

Bij vaststelling van deze selectielijst vervallen de volgende categorieën uit de Algemene Vernietigingslijst van LNV (laatste wijziging: Stcrt. 1999, 22):

Deze categorieën vervallen voor stukken met betrekking tot Landbouwkwaliteit en Voeding

Indeling van deze lijst

De handelingen van de voornaamste actor op dit beleidsterrein, de Minister van LNV (inclusief taakvoorgangers) zijn samengebracht in deel 1 en deel 2 van deze lijst. Daar zijn ze nader onderverdeeld volgens dezelfde indeling als het gelijknamige rapport en met dezelfde nummering.

Bij elke handeling van de actor ‘Minister van LNV’ is vermeld welke organisatie-onderdelen daarbij betrokken zijn. Hierbij worden de volgende afkortingen gebruikt:

In deel 1 en 2 staan tevens de handelingen van andere actoren onder de archiefzorg van LNV.

Het archief van ieder van die actoren valt onder de beheersverantwoordelijkheid van een directie of dienst van LNV. Daarom is ook hier bij elke handeling een dienstonderdeel vermeld.

In deel 3 staan de handelingen van actoren buiten de archiefzorg van LNV.

Informatie over de actoren en de context van de beschreven handelingen

De actoren waarvan in deze lijst handelingen zijn opgenomen, worden nader beschreven in het bijbehorende onderzoeksrapport. Daarin is tevens een beschrijving opgenomen van de context van het beleidsterrein.

Het formeel doorlopen traject van vaststelling

Op 14 september 2006 heeft de directeur Facilitaire Dienst van het Ministerie van LNV, mede namens de voorzitter van de Akkerbouwproductschappen, de ontwerp-selectielijst aangeboden aan de staatssecretaris van OC&W, die er vervolgens advies over heeft gevraagd aan de Raad voor Cultuur. De Raad heeft tegelijk een verslag gekregen van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen. Vanaf 1 februari 2006 lag de ontwerp-selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Algemeen Rijksarchief en in de bibliotheken van het Ministerie van LNV, het Ministerie van OC&W en de rijksarchieven in de provincie. Tijdens het bovengenoemde driehoeksoverleg was, op verzoek van de Archiefcommissie van het Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap, een op het beleidsterrein deskundige historicus aanwezig. Van andere organisaties of individuele burgers werd gedurende de terinzagelegging geen reactie ontvangen.

De Bijzondere Commissie Archieven van de Raad voor Cultuur heeft de ontwerp-selectielijst besproken. Bij de voorbereiding van het advies is het verslag van het driehoeksoverleg mede in beschouwing genomen. Op 4 april 2006 bracht de Raad advies uit aan de Staatssecretaris van OC&W (kenmerk C/S&A/06/108).

Pivot bij LNV

De voorliggende selectielijst en het bijbehorende onderzoeksrapport zijn producten van het projectteam Pivot/LNV.

Het project

Vooruitlopend op de nieuwe Archiefwet stelde de Rijksarchiefdienst in 1991 Pivot in: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn. Het project is gericht op de selectie van overheidsarchieven vanaf 1945, en gaat uit van institutioneel onderzoek op alle beleidsterreinen waarbij het rijk betrokken is. Pivot is een interdepartementaal project op basis van convenanten tussen de Rijksarchiefdienst en alle Ministeries en Hoge Colleges van Staat. Het convenant voor LNV werd op 9 december 1992 gesloten tussen de secretaris-generaal van LNV en de algemene rijksarchivaris.

Hoofdpunten van de gehanteerde methodiek van institutioneel onderzoek:

De beleidsterreinen

De LNV-beleidsterreinen zijn in het Pivot-project als volgt gedefinieerd:

Landbouw: Agrarisch markt- en prijsbeleid en voedselvoorziening, Gewasbescherming, Gezondheid en welzijn van dieren, Grondprijsbeleid, Landbouwkwaliteit en Voeding, Landbouwstructuurbeleid, Landinrichting, Meststoffenbeleid, Pachtbeleid

Natuurbeheer: Flora en fauna, Natuur- en landschapsbeheer, Relatienotabeleid

Visserij: Binnenvisserij, Zee- en kustvisserij

Overige LNV-beleidsterreinen: Agrarische handelspolitiek en exportbevordering, Agrarisch onderwijs, Algemeen LNV-beleid, Bosbouwbeleid, Openluchtrecreatie

Voor deze beleidsterreinen is LNV primair verantwoordelijk, en daarom is afgesproken dat LNV de desbetreffende selectielijsten opstelt (en dan ook voor de actoren buiten de eigen archiefzorg). De meeste van deze selectielijsten zijn inmiddels afgerond (al dan niet formeel vastgesteld).

Staftaken zijn onderdeel van rijksbrede beleidsterreinen. Hiervoor worden selectielijsten opgesteld door het Ministerie dat het desbetreffende rijksbeleid coördineert.

Rijksbrede beleidsterreinen: Financiën, Huisvesting, Informatievoorziening, Overheidspersoneel, Organisatie, Voorlichting

Relevant zijn ook nog bepaalde selectielijsten voor beleidsterreinen buiten de primaire verantwoordelijkheid van LNV. Het gaat om terreinen waarop een of meer LNV-actoren een inbreng leveren. Voor de neerslag van die inbreng geldt de desbetreffende selectielijst. Voorbeelden:

Overige relevante beleidsterreinen: Buitenlands beleid, Sociale voorzieningen, Staatsdeelnemingen, Politiebeleid, Waterstaat, Invoerrechten en accijnzen, Arbeidsomstandigheden

Inbreng van LNV-directies en diensten bij de totstandkoming van de lijsten

Het team van Pivot/LNV onderzoekt alle LNV-beleidsterreinen in nauwe samenwerking met de betrokken directies en diensten. De inbreng van de organisatieonderdelen bestaat uit het geven van interviews, het toetsen van concepten en het deelnemen aan overleg met de Rijksarchiefdienst. Deze inbreng wordt geleverd door deskundigen inzake het beleidsterrein en inzake de archiefvorming.

Producten van Pivot

Dit rapport bevat alle handelingen van de overheidsactoren binnen het beschreven beleidsterrein, binnen de grenzen van de onderzochte periode. Daarnaast bevat het relevante contextinformatie over deze handelingen, zoals een schets van de historische ontwikkelingen, een karakterisering van de opgevoerde actoren, een aanduiding van de organisatorische ontwikkelingen binnen het voornaamste betrokken Ministerie en een opsomming van de geraadpleegde wet- en regelgeving die geldt binnen het beleidsterrein. Na vaststelling wordt het rapport gedrukt.

Een basisselectiedocument (BSD) bevat dezelfde handelingen van dezelfde actoren als het bijbehorende rapport, maar dan gegroepeerd per actor. ‘BSD’ is overigens een informele term, in tegenstelling tot het officiële begrip ‘selectielijst’ uit het Archiefbesluit.

Een selectielijst is het formeel vastgestelde gedeelte van een BSD. De lijst geeft aan iedere handeling een ‘waardering’: een keuze voor al dan niet bewaren van de neerslag, met bij de V-handelingen een vernietigingstermijn. Selectielijsten van LNV noemen bij iedere handeling tevens de directies die daarbij betrokken zijn. De reikwijdte van een selectielijst hangt samen met de zorgdragers die hem indienen. Wanneer alle zorgdragers die voorkomen in een BSD tegelijk de selectielijst zouden indienen, dan vallen BSD en selectielijst dus samen.

Toepassing van de selectielijsten

Met de vastgestelde selectielijst vindt de selectie en bewerking van de archiefbestanden plaats. De bestanden met cultuurhistorische waarde worden overgebracht naar de Rijksarchiefdienst en de rest is vernietigbaar. Het Ministerie van LNV heeft met de Centrale Archief Selectiedienst (CAS) een raamconvenant afgesloten, op basis waarvan LNV archieven aan kan bieden ter selectie en bewerking. Bij de bewerking en overbrenging voert de Facilitaire Dienst de coördinatie namens LNV, maar de desbetreffende directies en diensten zijn opdrachtgever voor de bewerkingen, vanwege hun archiefverantwoordelijkheid.

De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de directies en diensten. Een essentieel element bij het voorkomen van nieuwe achterstanden is de invoering van de selectielijsten in het informatiebeheer, zowel voor de papieren documenten als voor elektronische bestanden en audiovisuele materialen. De inbreng van de FD bestaat uit de ontwikkeling van een methodiek voor invoering en de advisering over toepassing daarvan.

Toepassing van de onderzoeksrapporten

De selectiebeslissingen worden gebaseerd op de contextbeschrijving in het bijbehorende rapport. Die beschrijving kan verder dienen als input voor een archiefstructuur die aansluit op de beleidsprocessen.

Voor beleidsmedewerkers kunnen de rapporten dienen als naslagwerk. Per beleidsterrein geven ze een compact overzicht van de geldende wet- en regelgeving, de organisatie, de maatschappelijke context en de actoren binnen en buiten LNV, en dat over een periode van ongeveer vijftig jaar. Uniek is de specifieke combinatie van een brede invalshoek, een grote hoeveelheid feitelijke gegevens en een objectieve analyse vanuit het perspectief van de overheid. De nauwe samenwerking met materiedeskundigen van binnen en buiten het Ministerie verzekert de betrouwbaarheid van de rapporten.

Toelichting op het nieuwe archiefselectiebeleid van de rijksoverheid

Het selectiebeleid van de rijksoverheid en dus ook van LNV is enkele jaren geleden drastisch veranderd. Voorheen vond selectie plaats op documentniveau aan de hand van vernietigingslijsten, en daarnaast kon toestemming gevraagd worden voor incidentele vernietiging. Cultuurhistorisch waardevolle gedeelten van archieven moesten binnen 50 jaar overgebracht worden naar de Rijksarchiefdienst.

Na invoering van de nieuwe Archiefwet (1996) is de selectiepraktijk als volgt veranderd:

Handelingen en hun cultuurhistorische waarde

Tot voor kort bestonden er voor de archiefselectie alleen negatieve criteria, want vernietigingslijsten gaven per overheidsinstelling slechts aan welke bestanden niet in aanmerking kwamen voor overbrenging naar een Rijksarchief. Deze criteria werden toegepast op documentniveau. Afgezien van de bewerkelijkheid van deze microselectie bestonden de voornaamste nadelen van deze werkwijze uit de onoverzichtelijkheid van datgene dat wel overgebracht zou moeten worden, het gebrek aan inzicht in de grondslagen van het handelen waaruit die bestanden resulteren, en het gebrek aan inzicht in de samenhang tussen de taken van actoren die op eenzelfde beleidsterrein actief zijn.

Om deze bezwaren te ondervangen werd de methode institutioneel onderzoek ontwikkeld, waarmee de beleidsontwikkelingen en het handelen van alle relevante actoren over de hele bandbreedte van een beleidsterrein beschreven worden. Op deze basis kan een effectievere (macro)selectie plaatsvinden aan de hand van positieve criteria.

Een selectielijst beschrijft het handelen van overheidsactoren op een bepaald beleidsterrein. De handelingen worden vervolgens beoordeeld op de mate waarin ze cultuurhistorische waarden weerspiegelen. Zodoende kan de Rijksarchiefdienst de gegevensbestanden overnemen die een reconstructie mogelijk maken van het overheidshandelen op hoofdlijnen in relatie tot haar omgeving.

De cultuurhistorische waarde van een handeling wordt bepaald aan de hand van zes algemene criteria, die in het volgende schema genoemd worden. Een handeling die voldoet aan een van de criteria wordt aangemerkt met B (bewaren). De neerslag van die handeling wordt dan volgens de archiefwettelijke normen van goede, geordende en toegankelijke staat overgebracht naar de Rijksarchiefdienst. Daar blijven de archieven onder klimatologisch verantwoorde condities voor onbepaalde tijd bewaard als onderdeel van het nationale culturele erfgoed, openbaar voor raadpleging en historisch onderzoek.

De handelingen die niet voldoen aan een van de selectiecriteria worden aangemerkt met V, wat staat voor vernietigen. De neerslag van ieder van deze handelingen krijgt een vernietigingstermijn. De archiefvormende organisatie bepaalt daarvan zelf de duur, die afhankelijk van de belangen van verantwoording en bedrijfsvoering doorgaans uiteenloopt van 1 tot 20 jaar.

Wanneer een handeling geselecteerd wordt voor overbrenging naar de Rijksarchiefdienst, dan wordt in principe de complete neerslag van die handeling bewaard. Een reconstructie van het overheidshandelen zou immers niet lukken wanneer alleen de eindproducten bewaard werden. Zo is van bv. regelingen en beleidsnota’s juist de totstandkomingsfase interessant, vanwege de aanvankelijke bedoelingen, de discussies en de afgekeurde versies.

Algemene selectiecriteria

De cultuurhistorische waarde van handelingen wordt getoetst aan de onderstaande algemene selectiecriteria. Wanneer een handeling aan een van de onderstaande criteria voldoet, dan komt de neerslag ervan in aanmerking voor overbrenging naar de Rijksarchiefdienst (B).

1.

Handelingen die betrekking hebben op de voorbereiding en bepaling van het beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Agendavorming, analyse van informatie, beleidsadvisering, beleidsvoorbereiding of -planning, besluitvorming over de inhoud van beleid, terugkoppeling van beleid. Zowel de keuze als de specificatie van de doeleinden en instrumenten.

2.

Handelingen die betrekking hebben op de evaluatie van het beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Beschrijving en beoordeling van de inhoud, het proces of de effecten van beleid, toetsing van en toezicht op beleid. Niet perse leidend tot consequenties zoals bij terugkoppeling van beleid.

3.

Handelingen die betrekking hebben op de verantwoording aan andere actoren van de hoofdlijnen van het beleid

Toelichting: Ook verslaglegging ten aanzien van de beleidsmatige hoofdlijnen.

4.

Handelingen die betrekking hebben op de (her)inrichting van organisaties belast met het beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Instelling, wijziging, opheffing en werkwijze van organen, organisaties of onderdelen daarvan.

5.

Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt

Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt de toepassing verstaan van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.

6.

Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen, voor zover die in direct verband staan met voor Nederland bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten.

Toelichting: Zoals wanneer de Ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of in noodsituaties.

Uitzondering op de algemene selectiecriteria

De neerslag van handelingen die als vernietigbaar zijn aangemerkt kan soms worden uitgezonderd van vernietiging. Deze mogelijkheid gaat terug op artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995. Het gaat om bestanden die samenhangen met personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang. De toepassing van dit uitzonderingscriterium vindt plaats gedurende de bewerking voor overbrenging en in overleg tussen de zorgdrager, het Algemeen Rijksarchief en de bewerkers.

Afkortingen

Landbouwkwaliteit

AID: Algemene Inspectie Dienst

AKK: Algemene Keten Kennis

APVA: Hoofddirectie Agrarische Productie, Verwerking en Afzet

AT: Directie Akker- en Tuinbouw

ATP: Accord Transport Périssables

BIP’s: Buiten Inspectieposten van de EG

BKD: Bloembollen Keuringsdienst

BSD: Basis Selectiedocument

BZK: Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

CAC: De Codex Alimentarius Commission

CBL: Centraal Bureau Levensmiddelenhandel

CBT: Centraal Bureau van de Tuinbouwveilingen

CCFAC: Codex Commission on Food Additives and Contaminants

CCFFP: Codex Committee on Fish and Fishery Products

CCFH: Codex Committee on Food Hygiene

CCFL: Codex Committee on Food Labeling

CCGP: Codex Comittee on General Principles

CCP: Codex Contact Point

CCRVDF: Codex Committee on residues of Veterinary drugs in Food

CNV: Nederlandse Christelijke Voedingsbond

COKZ: Centraal Orgaan voor de Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel

COZ: Stichting Centraal Orgaan Zuivelcontrole

CPE: Stichting Controlebureau voor Pluimvee, Eieren en Eiprodukten

CVM: Vereniging ‘Het controlestation voor melkproducten’

CZL: Controlestation voor Zuivelproducten Leiden

DL: Directie Landbouw

DLO: Dienst Landbouwkundig Onderzoek

EC: Europese Commissie

EZ: Economische Zaken

FAO: Food and Agriculture Organisation

FNV: Federatie Nederlandse Vakbeweging

GLB: Gemeenschappelijke Landbouwbeleid

HPA: Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten

IGB: Inspectie Gezondheidsbescherming van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid. Voorheen Keuringsdienst van Waren

IKB: Integrale Ketenbeheersing

IKC-L: Informatie- en Kenniscentrum Landbouw

IKZ: Integrale Keten zorgsystemen

ISC: Stichting Internationale Scharrelvleescontrole

KAP: Kwaliteitsprogramma Agrarische Producten

KB: Koninklijk Besluit

KCB: Kwaliteits Controle Bureau voor Groenten en Fruit

KNBTB: Katholieke Nederlandse Boeren- en Tuindersbond

KNLC: Koninklijk Nederlands Landbouw-Comité

KvW: Keuringsdienst van Waren

LAC: Landbouw Advies Commissie Milieukritische stoffen

LV: Landbouw en Visserij

MKG: Directie Milieu, Kwaliteit en Gezondheid

MKV: Milieu, Kwaliteit en Voeding

MDW: Project Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit

NAKB: Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor Boomkwekerijgewassen

NAKG: Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor Groentezaden

NBC: Stichting Nederlandse Baconcontrole

NEB: Stichting Nederlands Eiercontrole Bureau

NMF: Directie Natuur, Milieu en Faunabeheer

NVA: Projectbureau Nederlandse Voedselautoriteit

NVK: Stichting Nederlandse Vleeswarencontrole

PBO: Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie

PD: Plantenziektenkundige Dienst

PEE: Productschap voor Pluimvee en Eieren

PGF: Productschap voor Groenten en Fruit

PIVOT: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn

PPE: Productschap Pluimvee en Eieren

PT: Productschap Tuinbouw

PVA: Productschap voor Aardappelen

PVE: Productschappen Vee, Vlees en Eieren

PVS: Productschap voor Siergewassen

PVV: Productschap voor Vee en Vlees

RDW: Rijksdienst voor het Wegverkeer

RIKILT: Rijks Kwaliteitsinstituut voor Land- en Tuinbouwproducten

RIVO-DLO: Rijksinstituut voor Visserijonderzoek

ROW: Regulier Overleg Warenwet

RVV: Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees

RWT: Rechtspersoon Wettelijke Taak

SER: Sociaal Economische Raad

SISC: Stichting Internationale Scharrelvlees Controle

SKAL: Stichting Keuralternatief voortgebrachte landbouwproducten

S/LAVO: Stafbureau Landbouw en Voedselvoorziening

Stb.: Staatsblad

Stcrt.: Staatscourant

SWOKA: Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Consumenten Aangelegenheden

TNO: Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek

UCB: Uitvoer Controle Bureau

VAAP: Verwerking en Afzet van Agrarische Producten

VCP: Voedselconsumptiepeiling

VIB: Voedsel In- en Verkoop Bureau

VKA: Directie Voedings- en Kwaliteitsaangelegenheden

VKB: Stichting Vleeswaren Kwaliteitscontrolebureau

VN: Verenigde Naties

VNB: Vereeniging Nederlandsche Baconcontrole

VoVo: Voorlichtings Bureau voor de Voeding

VROM: Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu

VVM: Veterinaire, Voedings en Milieuaangelegenheden

VVP: Directie Voeding en Veiligheid van Producten (VWS)

VVR: Het Productschap voor Veevoeder

VWS: Volksgezondheid, Welzijn en Sport

VZ: Directie Veeteelt en Zuivel

WHO: World Health Organisation

WTO: World Trade Organisation

VWS: Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Sport

ZBO: Zelfstandig Bestuursorgaan

ZKB: Zuivel Kontrole Bureau

Zaaizaad en plantgoed

BKD: Stichting Bloembollen Keuringsdienst

CBP: Communautair Bureau voor Plantenrassen

CNG: Centrum voor Genetische Bronnen

CNV: Nederlandse Christelijke Voedingsbond

CPO: Centrum voor Plantenveredelingsonderzoek

CPRO: Centrum voor Plantenveredelings- en Reproductieonderzoek

CRB: Commissie voor de Samenstelling van de Rassenlijst voor Bomen

CRF: Commissie voor de Samenstelling van de Rassenlijsten voor Fruitgewassen

CRZ: Centrum voor Rassenonderzoek en Zaadtechnologie

CKR: Communautair Kwekersrecht

DLO: Dienst Landbouwkundig Onderzoek

ECE : Economic Commission for Europe

EEG: Europese Economische Gemeenschap

EG: Europese Gemeenschap

EPPO : European and Mediterranean Plant Protection Organization

FAO: Food and Agricultural Organization

GZP: Productschap voor Granen, Zaden en Peulvruchten

ISTA: International Seed Testing Association

ITAL: Instituut voor Toepassing van Atoomenergie in de Landbouw

IVRO: Instituut voor Rassenonderzoek van Landbouwgewassen

IVT: Instituut voor de Veredeling van Tuinbouwgewassen

KB: Koninklijk Besluit

KNLC: Koninklijk Nederlands Landbouw Comité

KNTB: Katholieke Nederlandse Boeren- en Tuindersbond

NAK: Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen

NAK-B: Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor boomkwekerijgewassen

NAK-G: Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor groente- en bloemzaden

NAK-S: Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor siergewassen

NKB: Nederlandse Kwekersbond

NVZP: Nederlandse Vereniging van kwekers van en handelaren in Zaaizaad en Plantgoed

OESO: Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling

PBO: Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie

PD: Plantenziektenkundige Dienst

PVS: Productschap voor Siergewassen

RIBL: Rijksinstituut voor onderzoek in de Bos- en Landschapsbouw

RIVRO: Rijksinstituut voor Rassenonderzoek van Cultuurgewassen

RPvZ: Rijksproefstation voor Zaadonderzoek

SVP: Stichting voor Plantenveredeling Wageningen

UPOV: Union pour la Protection des Obtentions Végétales (Unie tot bescherming van kweekproducten)

WBNC: Werkgroep beoordeling nieuwe commissievoorstellen

ZPW: Zaaizaad- en plantgoedwet

Biotechnologie

ABON: Associatie van Biotechnologische Onderzoekscholen in Nederland

AMvB: Algemene Maatregel van Bestuur

BGGO: Besluit Genetisch Gemodificeerde Organismen

BMW: Bestrijdingsmiddelenwet

BSDL: Onderzoeksschool Biotechnical Sciences Delft Leiden

BuZa/OS: Minister van Buitenlandse Zaken/Ontwikkelingssamenwerking

C&B: Stichting Consument en Biotechnologie

CIVI: Centraal Instituut voor Industrieontwikkeling

CLM: Centrum voor Landbouw en Milieu

COGEM: Commissie Genetische Modificatie

DLO: Dienst Landbouwkundig Onderzoek

DLV: Dienst Landbouwvoorlichting (LNV), vanaf 1993 Stichting Dienst Landbouwvoorlichting, vanaf 1998 DLV Adviesgroep NV

EK: Eerste Kamer

EU: Europese Unie

EZ: Ministerie van Economische Zaken

FES: Fonds Economische Structuurversterking voor technologische vernieuwingen

GBB: Onderzoeksschool Groningen Biomolecular Sciences and Biotechnologie

GGO: Genetisch Gemodificeerd Organisme

ID-Lelystad: Instituut voor Dierhouderij en Diergezondheid in Lelystad

IOP: Innovatief Onderzoeksprogramma

IOP-b: Innovatief Onderzoeksprogramma-biotechnologie

IOP-b: Innovatiegericht Onderzoeksprogramma-biotechnologie

IOP-Lb: Innovatief Onderzoeksprogramma-Landbouwbiotechnologie

LASER: Landelijke Service bij Regelingen van het Ministerie van LNV

LEI-DLO: Landbouw Economisch Instituut – Dienst Landbouwkundig Onderzoek

LNV: Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

LUW: Landbouwuniversiteit Wageningen

NOTA: Nederlandse Organisatie voor Technologisch Aspectenonderzoek (vanaf 1994 Rathenau Instituut)

NRLO: Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek

NWO: Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

OC&W: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

PBTS: Programmatische Bedrijfsgerichte Technologie Stimulering

PCB: Programmacommissie biotechnologie

PcLB: Programmacommissie Landbouwbiotechnologie

PPS MIBITON: Stichting Publiek Private Samenwerking Materiele Infrastructuur Biotechnologisch Onderzoek in Nederland

PWT: Stichting Publieksvoorlichting Wetenschap en Technologie (in 1996 na een fusie overgegaan in Stichting WeTeN)

RIKILT-DLO: Rijksinstituut voor de kwaliteit in de land- en tuinbouw – Dienst Landbouwkundig Onderzoek

Stb.: Staatsblad

Stcrt.: Staatscourant

STW: Stichting voor de Technische Wetenschappen

SWOKA: Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Konsumenten Aangelegenheden

SZW: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

TA-studies: Technologische Aspecten studies

TK: Tweede Kamer

TNO: Nederlandse organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek

V&W: Ministerie van Verkeer en Waterstaat

VCOGEM: Voorlopige Commissie Genetische Modificatie

VLAG: Onderzoeksschool Voeding, Levensmiddelentechnologie, Agrobiotechnologie en Gezondheid

VROM: Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

VWS: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

W en T: Beleidsplan Wetenschap en Technologie

Wageningen UR: Wageningen Universiteits en Researchcentrum

WCFS: Wageningen Centre for Food Sciences

WIAS: Wageningen Institute for Animal Sciences

WOD: Wet op de Dierproeven

WTC: Nota Wetenschap en Techniekcommunicatie (2000)

WVC: Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur

Verantwoording

Voor u ligt het Basis Selectie Document (BSD) Landbouwkwaliteit en Voeding, een onderzoek naar het overheidshandelen van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij op het gebied van de landbouwkwaliteit en voeding.

In dit BSD worden niet alleen de handelingen beschreven die voortkomen uit de Landbouwkwaliteitswet, maar ook de handelingen uit de deelterreinen; voedselveiligheid, kwaliteit van het uitgangsmateriaal en biotechnologie in de plantaardige sector.

Hoewel in de titel van dit rapport de tijdsaanduiding vanaf 1945 staat genoemd, zijn er handelingen opgenomen van voor deze periode. Dit zijn handelingen uit wet- en regelgeving die in 1945 nog van kracht was.

Begripsbepaling, doelstelling Landbouwkwaliteit en Voeding

Het begrip kwaliteit binnen de landbouwsector is een begrip dat door de jaren heen is aangepast aan de eisen van de tijd. In de Landbouwuitvoerwet 1938 (Stb. 1938, 600) betekende kwaliteit ‘het waarborgen van bepaalde eigenschappen en hoedanigheden van uitgevoerde voortbrengselen van het landbouw-, tuinbouw-, veeteelt- en zuivelbedrijf’.1De Landbouwkwaliteitswet, Nederlandse Staatswetten 61, (1995) p. 397.De doelstelling van deze wet is was het geven van een wettelijke grondslag voor het hooghouden van de naam van het Nederlands product en voor het verwerven, behouden en uitbreiden van afzetgebieden. Hoewel in de Landbouwkwaliteitswet (Stb. 1971, 371) de bevordering van de afzet nog steeds als voornaamste doelstelling genoemd wordt, is het begrip kwaliteit meegegroeid met de tijd. Door de toenemende eisen van de consument voor kwaliteit van producten en de kwaliteit van het productieproces kan kwaliteit nu omschreven worden als ‘de producteigenschappen zoals die door de afnemer gewaardeerd worden’.2Van meer naar beter kwaliteit en kwaliteitsbeleid in de agrarische sector (1992) p. 4.

De overheid heeft voor het tot stand brengen van het landbouwkwaliteitsbeleid de volgende instrumenten tot haar beschikking;

Begripsbepaling en doelstelling uitgangsmateriaal en biotechnologie

Het uitgangspunt van het landbouwkwaliteitsbeleid was vanouds het tegengaan van bedrog in de handel om de naam van het Nederlandse product in het buitenland te waarborgen, zodat de concurrentiepositie verbeterde en in stand gehouden werd. De wensen en eisen van de Nederlandse consumenten speelden door de jaren heen een toenemende rol in het Nederlandse kwaliteitsbeleid. Binnen dit landbouwkwaliteitsbeleid neemt het beleid ten aanzien van het teeltmateriaal met zijn eigen wetgeving een eigen plaats in. Nederland heeft een vooraanstaande positie bij het ontwikkelen van nieuwe plantenrassen en het in de handel brengen van teeltmateriaal. De doelstelling kan samengevat worden als het middels voorschriften beschermen van de in Nederland ontwikkelde plantenrassen en het daaraan stellen van kwaliteitseisen.

Eigenschappen die in het teeltmateriaal zijn ‘opgeslagen’, kunnen gevolgen hebben voor de kwaliteit van agrarische producten. Met het veredelen van gewassen is het mogelijk om die eigenschappen en kenmerken zodanig te ‘manipuleren’ dat deze aan de wensen van de gebruiker tegemoet komen. Met het veredelen van plantenmateriaal, ook wel het kwekerswerk genoemd, kan invloed uitgeoefend worden op de kwaliteitsaspecten van landbouwproducten4Landbouwschap. Kwaliteitsbeleid voor land- en tuinbouwprodukten, p. 46.:

Het Nederlandse kwekerswerk heeft zich ten doel gesteld te kunnen blijven voldoen aan de zich steeds wijzigende vraag van zowel consument als producent van agrarische producten.

Een belangrijk hulpmiddel hierbij zou Biotechnologie kunnen zijn. Biotechnologie omvat technieken en processen om vormen van biologisch leven te analyseren. Biotechnologie kan worden gebruikt voor de ontwikkeling van betere producten en productieprocessen voor industriële, agrarische en maatschappelijke toepassingen. Dit kan variëren van de ‘klassieke’ veredeling van een soort, technieken om te kloneren, tot technieken om genetische informatie van het ene in het andere organisme te brengen (genetische modificatie). De komende jaren wordt een sterke toename aan biologische, biomedische en biotechnologische kennis verwacht.5Website VWS, biotechnologie (1 oktober 2001).

Voor de plantenveredeling- en teelt (inclusief bosbouw) betekent deze kennisontwikkeling dat de genetische oorsprong van waardevolle eigenschappen snel kan worden opgespoord, zodat planten en bomen in kortere tijd dan voorheen, kunnen worden veredeld. Ook in de dierfokkerij kan deze kennis worden gebruikt voor het direct uitzoeken van het gewenste genotype voor het fokken van dieren. Het onderkennen van dierziekten, het identificeren en registreren van dieren kan met moleculaire technieken worden verbeterd. Het inbouwen van genen om de weerstand tegen ziekten te vergroten, of om kwaliteit van bijvoorbeeld melk en vlees te verbeteren, behoort eveneens tot de mogelijkheden. In de agro(food) industrie vormt het vergroten van fundamentele inzichten in de structuur van verschillende essentiële voedingsbestanddelen de basis voor geheel nieuwe hoogwaardige voedingsmiddelen, bijvoorbeeld voor de preventie van ziekten.6Beleidsnota Biotechnologie, p. 5.

Het overheidsbeleid op het terrein van de landbouwbiotechnologie is gericht op verantwoorde toepassing van biotechnologie in de landbouwkolom. Uitgangspunt is maatschappelijke inbedding waarbij aan economische, ecologische, gezondheids-, milieu-, welzijns-, wetenschappelijke en morele aspecten gelijktijdig en op een gelijkwaardige wijze aandacht wordt besteed.7Beleidsnota Landbouwbiotechnologie, p. 7.

Het beleid richt zich op verwerving van nieuwe kennis en opbouw van onderzoekscapaciteit met daarnaast ontwikkeling van milieuregelgeving en voorlichting. Het feit dat de komende jaren steeds meer producten van de nieuwe biotechnologie op de markt komen, brengt met zich mee dat het beleid zich meer op markt en consument zal oriënteren.

Biotechnologische technieken kunnen een belangrijk hulpmiddel zijn bij het realiseren van een concurrerende, veilige en duurzame landbouw. Biotechnologie is daarom ook een speerpunt in het Beleidsplan Wetenschap en Technologie (W en T), dat het Ministerie van LNV uitbracht in 1992. Doelen die hierin worden nagestreefd zijn:

In het biotechnologiebeleid van de Minister van LNV zijn de volgende aspecten te onderscheiden:

Vaststellingsprocedure

In 2004 is het ontwerp-BSD door mw. Overbeeke namens de zorgdragers aan destijds de Staatssecretaris van OC&W aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). T

Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd.

Vanaf 1 februari 2006 lag de selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief evenals bij de rijksarchieven in de provincie/regionaal historische centra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.

Op 4 april 2006 bracht de RvC advies uit (arc-2006.02834/2), hetwelk aanleiding heeft gegeven tot de volgende wijzigingen in de ontwerp-selectielijst:

Daarop werd het BSD op 18 oktober 2006 door de algemene rijksarchivaris namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor de Productschappen Vee, Vlees en Eieren (C/S&A/06/2221), de Stichting Nederlandse Vleeswarencontrole (C/S&A/06/2222), de Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst (C/S&A/06/2220) en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit C/S&A/06/2210) en de Project Directeur Project Wegwerken Archiefachterstanden (conform het convenant d.d. 30 mei 2006) namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (C/S&A/06/2211), de Minister van Buitenlandse Zaken (C/S&A/06/2212), de Minister van Financiën (C/S&A/06/2213), de Minister van Justitie (C/S&A/06/2214), de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (C/S&A/06/2215), de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (C/S&A/06/2216), de Minister van Verkeer en Waterstaat (C/S&A/06/2217), de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (C/S&A/06/2219), de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (C/S&A/06/2218) vastgesteld.

Deel 1. Handelingen van de Minister van LNV en taakvoorgangers

Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV)

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen en evalueren van het beleid inzake landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

Periode: 1945–

Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten, adviezen, evaluaties,

Opmerking: De eigenlijke vaststelling van het beleid vindt plaats in de Ministerraad.

Onder deze handeling valt ook:

– het voeren van overleg met andere betrokken actoren op het gebied van de landbouwkwaliteit

– het voorbereiden van een standpunt ter inbrenging in de Ministerraadsvergaderingen voor beraad en besluitvorming betreffende de landbouwkwaliteit

– het voeren van overleg met en het leveren van bijdragen aan het overleg met het Staatshoofd betreffende de landbouwkwaliteit

– het aan externe adviescommissies verzoeken om advies over de landbouwkwaliteit

– het informeren (voorlichten) van het Kabinet van de Koningin over ontwikkelingen op het gebied van de landbouwkwaliteit

– het voorbereiden en vaststellen van het voorlichtingsbeleid (voorlichting als beleidsinstrument).

Waardering: B, 1 ,2

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving op het gebied van de landbouwkwaliteit

Periode: 1945–

Product: Boterwet; Wet op de Rijksbotermerken; Wet, houdende bepalingen betreffende het merken van kaas; Haringwet; Landbouwuitvoerwet; Landbouwkwaliteitswet

Waardering: B, 1

Handeling: Het instellen, instrueren en opheffen van commissies en werkgroepen ter voorbereiding van het beleid inzake landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

Periode: 1945–

Grondslag: Wetten, algemene maatregelen van bestuur, koninklijke besluiten

Opmerking: Een voorbeeld hiervan is het Comité van levensmiddelen toevoegingen (1961).

Waardering: B, 1

Handeling: Het benoemen en ontslaan van leden van commissies en werkgroepen ter voorbereiding van het beleid inzake landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

Periode: 1945–

Bron: Begrotingen

Waardering: V 7 jaar na adminstratieve afhandeling van het ontslag

Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen inzake landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

Periode: 1945–

Product: Series, jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen

Opmerking: Het betreft hier ook de verslaglegging waarvoor geen grondslag kan worden aangewezen in de voor het landbouwkwaliteits specifieke wet- en regelgeving. Wat betreft voedselveiligheid vindt rapportage plaats in geval van ernstige ongeregeldheden.

Waardering: B, 3

Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen inzake landbouwkwaliteit en voedselveiligheid en het anderszins informeren van leden van of commissies uit het parlement

Periode: 1945–

Product: Brieven, notities, …

Waardering: B, 2 en 3

Handeling: Het informeren van de Nationale Ombudsman en parlementaire onderzoekscommissies naar aanleiding van klachten over de gevolgen of de uitvoering van het beleid inzake landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

Periode: 1945–

Product: Brieven, notities, …

Opmerking: Zie ook PIVOT-rapport Behoorlijk behandeld over de Nationale Ombudsman. Parlementair onderzoek gebeurt meestal door de Commissies voor de Verzoekschriften.

Waardering: B, 3

Handeling: Het beslissen op beroepschriften naar aanleiding van beschikkingen inzake Landbouwkwaliteit en voedselveiligheid en het voeren van verweer in beroepschriftprocedures voor administratiefrechtelijke organen

Periode: 1945–

Product: Beschikkingen en verweerschriften

Opmerking: Zie ook PIVOT-rapport Drie maal ’s Raads recht over de Raad van State.

De Minister van VWS is verantwoordelijk voor de eindproducten Warenwet en als zodanig ook voor deze handeling als het gaat om voedselveiligheid.

Waardering: B, 3

Handeling: Het mede-voorbereiden van het vaststellen, wijzigen en intrekken van internationale regelingen op het gebied van de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid, inzake het presenteren van Nederlandse standpunten in intergouvernementele organisaties

Periode: 1945–

Product: Internationale regelingen, nota’s, notities, rapporten

Waardering: B, 1,2

Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen inzake landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

Periode: 1945–

Product: Brieven, notities

Waardering: B+V 3 jaar B waardering in tijden van crises

Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

Periode: 1945–

Opmerking: Voorbeelden hiervan zijn de voorlichtingscampagnes van het Voedingscentrum.

Product: Voorlichtingsmateriaal

Waardering: B+V 2 jaar, B, 5 eindproducten

Handeling: Het voorbereiden van interdepartementaal overleg ten aanzien van landbouwkwaliteit en voedselveiligheid en het opstellen van verslagen van de geleverde inbreng

Periode: 1945–

Product: Brieven; notities; verslagen; notulen; etc.

Opmerking: Niet te verwarren met verderop in dit rapport voorkomende vergelijkbare handelingen, waarvan de neerslag wel bewaard wordt. Er is regelmatig overleg met het Ministerie van VWS.

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het voorbereiden van bijdragen aan expertgroepen van de Europese Commissie inzake de Landbouwkwaliteit en Voedselveiligheid en het opstellen van verslagen over de geleverde bijdrage

Periode: 1958–

Product: Brieven; notities; verslagen; notulen; etc.

Waardering: B, 1

Handeling: Het opstellen van concept-informatieafiches over voorstellen, mededelingen en Groenboeken van de Europese Commissie op het gebied van de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

Periode: 1958–

Product: Concept-fiches; documentatie over het onderhandelingsproces

Opmerking: De interdepartementale WBNC stelt de informatiefiches vast (de handeling is opgenomen in het concept-RIO ‘Gedane Buitenlandse Zaken’.

Waardering: B, 1

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van Raadswerkgroepen met betrekking tot de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen

Periode: 1958–

Product: Documentatie over verantwoording onderhandelingsproces

Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven. De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke Ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken Ministeries tot departementale standpunten.

Waardering: B, 1

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc groepen Raden/Attachés met betrekking tot de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen

Periode: 1958–

Product: Documentatie over verantwoording onderhandelingsproces

Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven. De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke Ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken Ministeries tot departementale standpunten.

Waardering: B, 1

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van het Coreper met betrekking tot de landbouwkwaliteit en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen

Periode: 1958–

Product: Documentatie over verantwoording onderhandelingsproces

Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven. De instructies voor de Nederlandse vertegenwoordiger in het Coreper (de PV) worden vastgesteld in interdepartementaal overleg onder leiding van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke Ministerie met name tot concept-instructies; bij de overige betrokken Ministeries tot departementale standpunten.

Waardering: B, 1

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc High Level groepen met betrekking tot de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid en het opstellen van verslagen van deze vergaderingen

Periode: 1958–

Product: Documentatie over verantwoording onderhandelingsproces

Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven. De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke Ministerie met name tot concept-instructies; bij de overige betrokken Ministeries tot departementale standpunten.

Waardering: B, 1

Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake agendapunten van Raadsvergaderingen met betrekking tot de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid en het opstellen van verslagen van Raadsvergaderingen

Periode: 1958–

Product: Documentatie over verantwoording onderhandelingsproces

Opmerking: Nationale standpunten en onderhandelingsposities inzake agendapunten van Raadsvergaderingen komen tot stand in de Coördinatiecommissie voor Europese Integratie- en Associatieproblemen (CoCo). Hier wordt hier de lange termijn strategie besproken die van invloed is op het voedselveiligheidsbeleid.

Waardering: B, 1

Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake algemene en op langere termijn spelende zaken van EU-belang inzake landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

Periode: 1993–

Product: Documentatie over verantwoording onderhandelingsproces

Opmerking: Overleg hierover in de Coördinatiecommissie op Hoog Ambtelijk Niveau (CoCoHan) leidt tot algemene rapporten aan de betrokken Ministers

Waardering: B, 1

Handeling: Het rapporteren over de implementatie van Europese (of internationale) regels in bestaande of nieuwe wet- en regelgeving op nationaal niveau op het gebied van de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

Periode: 1940–

Product: Rapport

Waardering: B, 3

Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten inzake door de Europese Commissie voorgestelde uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid, die besproken worden in een raadgevend comité, een beheerscomité of een reglementeringscomité, en het opstellen van verslagen van vergaderingen van deze comités

Periode: 1958–

Product: Documentatie over verantwoording onderhandelingsproces

Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven. Wanneer meerdere departementen betrokken zijn leidt het eerstverantwoordelijke Ministerie het coördinatieoverleg. Onder deze handeling valt ook het opstellen van instructies voor de Nederlandse vertegenwoordiging in de comités.

Waardering: B, 1, Indien de Minister van VWS de eerstverantwoordelijke is. V 10 jaar in alle andere gevallen

Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten over door de Europese Commissie voorgenomen besluiten, maatregelen en onderhandelingen met derde landen op het gebied van de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid, voorzover deze niet zijn vastgelegd in Raadsbesluiten en worden besproken in commissies en werkgroepen, en het opstellen van verslagen van vergaderingen van de commissies en werkgroepen

Periode: 1958–

Product: Documentatie over verantwoording onderhandelingsproces

Waardering: B, 1

Handeling: Het geven van aanwijzingen aan uitvoeringsorganen over de toepassing van internationale verdragen of verordeningen inzake de landbouwkwaliteit

Periode: 1940–

Product: Circulaires

Waardering: B, 5

Handeling: Het voordragen van personen voor benoeming in een raadgevend comité, beheerscomité of reglementeringscomité inzake de landbouwkwaliteit

Periode: 1958–

Product: Benoemingen

Opmerking: De Raad benoemt de leden van de comités

Waardering: B+V ,2

2 jaar na ontheffing uit de benoeming bij de Raad.

Op deze handeling kan het uitzonderingscriterium worden toegepast, bijvoorbeeld politiek belangrijke personen

Handeling: Het voordragen aan de Europese Commissie van deskundigen belast met de controle op de naleving van de bepalingen van communautaire besluiten betreffende de landbouwkwaliteit

Periode: 1958–

Grondslag: Richtlijnen

Product: Besluit

Waardering: B+V 2

V 10 jaar na benoeming door EC. Op deze handeling kan het uitzonderingscriterium worden toegepast, bijvoorbeeld politiek belangrijke personen

Handeling: Het aanwijzen van regeringsvertegenwoordigers in commissies of werkgroepen van de Europese Unie inzake de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

Periode: 1958–

Product: Beschikkingen

Waardering: Criterium 2

5 jaar na ontslag uit commissie of werkgroep

Op deze handeling kan het uitzonderingscriterium worden toegepast, bijvoorbeeld voor politiek belangrijke personen

Handeling: Het opstellen van een plan ter implementatie van een door de Raad vast te stellen besluit inzake landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

Periode: 1993–

Grondslag: Aanwijzing voor regelgeving (Stcrt. 1992, 230), nr. 334

Product: Implementatieplan

Opmerking: Het betreft hier plannen ter implementatie van richtlijnen en verordeningen die onderworpen zijn aan de samenwerkingsprocedure of de medebeslissingsprocedure (co-decisie) van Raad en Europees Parlement. Het implementatieplan moet binnen een maand nadat de Raad het gemeenschappelijk standpunt heeft vastgesteld voorgelegd worden aan de Werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen.

Waardering: B, 5

Handeling: Het nemen van maatregelen voor de toepassing van EEG richtlijnen en de daarbijbehorende bijlagen op het gebied van landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

Periode: 1958–

Opmerking: De Commissie voor Europese Gemeenschappen wordt hiervan in kennis gesteld.

Waardering: B, 5

Handeling: Het inwerking stellen van de nodige wettige en bestuursrechtelijke bepalingen om datgene dat bij of krachtens de EEG richtlijnen en de daarbijbehorende bijlagen op het gebied van de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid bepaald is toe te passen

Periode: 1968–

Grondslag: EEG richtlijn indeling onbewerkt hout art. 7

Opmerking: De Commissie voor Europese Gemeenschappen wordt hiervan in kennis gesteld.

Waardering: B, 5

Handeling: Het stellen van nadere regels met betrekking tot de aanpassing van de nationale wet- en regelgeving ten aanzien van landbouwproducten

Periode: 1973–

Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit onbewerkt hout art. 4.1

Product: Regelingen

Opmerking: Krachtens de EEG richtlijn 68/89. Indien de regels betrekking hebben op een bepaling die de handel raakt verleent de Minister van Landbouw deze alleen in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken

Waardering: B, 1

Handeling: Het verstrekken van opdrachten voor (intern en extern) onderzoek en het vaststellen van onderzoeksrapporten inzake landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

Periode: 1945–

Product: Nota’s, notities TNO-rapporten, Rapporten Universiteit Wageningen

Opmerking: De handeling betreft ook wetenschappelijk onderzoek. Onderzoek gebeurt door RIKILT/DLO.

Waardering: B criterium 1,2 voor opdrachten en eind-producten

10 jaar rest van het materiaal

Handeling: Het voorbereiden en begeleiden van intern en extern onderzoek inzake landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

Periode: 1945–

Product: Nota’s, notities TNO-rapporten, Rapporten Universiteit Wageningen

Opmerking: De handeling betreft ook wetenschappelijk onderzoek. Onderzoek gebeurt door RIKILT/DLO.

Waardering: B, 1 en 2

Handeling: Het verstrekken van opdrachten en het vaststellen van eindrapportages van extern onderzoek inzake landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

Periode: 1945–

Product: Opdrachten; eindrapportages

Opmerking: De handeling betreft ook wetenschappelijk onderzoek.

Waardering: B, 1 en 2

Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van intern (wetenschappelijk) onderzoek op het gebied van de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

Periode: 1945–

Waardering: V 15 jaar

Handeling: Het financieren van zowel intern (wetenschappelijk) als extern (wetenschappelijk) onderzoek op het gebied van de landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

Periode: 1945–

Waardering: V 7 jaar

Handeling: Het instellen van het Rijks-Kwaliteitsinstituut voor land- en tuinbouwproducten

Periode: 1975–

Grondslag: Instellingsregeling het Rijks-Kwaliteitsinstituut voor land- en tuinbouwproducten art. 1

Product: Instellingsbesluit

Opmerking: Het instituut heeft tot taak het verrichten van onderzoek en anderszins verzamelen van kennis inzake echtheid en samenstelling, en de fysische, chemische, sensorische en biologische aspecten van producten die vallen onder de Landbouwkwaliteitswet alsmede het verwerken van deze kennis.

Waardering: B, 4

Handeling: Het opdragen van werkzaamheden aan het Rijks-Kwaliteitsinstituut voor Land- en Tuinbouwproducten

Periode: 1975–

Grondslag: Instellingsregeling het Rijks-Kwaliteitsinstituut voor land- en tuinbouwproducten art. 2.1c

Product: Opdrachten

Opmerking: Het gaat om alle andere werkzaamheden die niet omschreven staan in deze instellingsregeling.

Waardering: B, 5

Handeling: Het benoemen van een directeur en zonodig van een of meer adjunct-directeuren van het Rijks-Kwaliteitsinstituut voor Land- en Tuinbouwproducten

Periode: 1975–

Grondslag: Instellingsregeling het Rijks-Kwaliteitsinstituut voor land- en tuinbouwproducten artt 4.1 en 4.3

Product: Benoemingen

Waardering: 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag

Handeling: Het aanwijzen van leden van een Wetenschappelijke Adviescommissie

Periode: 1975–

Grondslag: Instellingsregeling het Rijks-Kwaliteitsinstituut voor land- en tuinbouwproducten art. 4.2

Product: Beschikkingen

Waardering: V 2 jaar na ontslag uit commissie

Handeling: Het vaststellen van beleid voor kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen inzake de landbouwkwaliteit alsmede voor ‘landbouwkwaliteitsverbetering dmv subsidiering’

Periode: 1992–

Grondslag: Interview Directie Veterinaire, Voedings en Milieuaangelegenheden

Waardering: B, 5

Handeling: Het openstellen van extra termijnen voor de aanvraag van subsidies voor kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen

Periode: 1992–1995

Grondslag: Bijdrageregeling art. 9.2

Product: Openstelling en intrekking Bijdrageregeling kwaliteitsprojecten (Stcrt. 1995, 111)

Waardering: V 7 jaar

Handeling: Het vaststellen van een subsidieaanvraagformulier voor kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen

Periode: 1992–1995

Grondslag: Bijdrageregeling kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen art. 10.1

Product: Subsidieaanvraagformulier

Opmerking: De Minister kan hierbij tevens het gebruik van dit formulier verplicht stellen. Aanvragen dienen vergezeld te gaan van een overzicht van deelnemers, een projectplan en een begroting.

Waardering: V 3 jaar

Handeling: Het bepalen van de vorm waarin aanvragers van bijdragen dienen te rapporteren omtrent de voortgang van de kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen

Periode: 1992–1995

Grondslag: Bijdrageregeling kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen art. 12.1

Product: Richtlijnen voor rapportages

Opmerking: Een dergelijke rapportage zal minimaal een maal per jaar worden verlangd.

Waardering: V 12 jaar

Handeling: Het aanwijzen van personen die inzage hebben in de voor de kwaliteitsprojecten relevante boeken en bescheiden van de aanvragers

Periode: 1992–1995

Grondslag: Bijdrageregeling kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen art. 16.1

Product: Beschikkingen

Waardering: V 2 jaar na beëindiging regeling of vertrek persoon

Handeling: Het instellen van een Klankbordgroep kwaliteitsprojecten

Periode: 1992–1995

Grondslag: Bijdrageregeling kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen art. 18.1

Product: Instellingsbesluit

Waardering: B, 4

Handeling: Het verstrekken van subsidies aan bedrijven en instellingen die actief zijn op het gebied van landbouwkwaliteit en voedselveiligheid

Periode: 1945–

Grondslag: Bijdrageregeling kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen art. 2

Opmerking: Het gaat om projecten die naar de oordeel van de Minister wezenlijke bijdragen leveren aan het realiseren van de doelstellingen van het door hem gevoerde kwaliteitsbeleid zoals de Integrale Ketenbeheersing (IKB) op initiatief van het bedrijfsleven. Ook subsidies die vallen onder de ‘Bijdrageregeling kwaliteitsprojecten agrarische producten en productprocessen’ en ‘landbouwkwaliteitsverbetering door middel van subsidiering’. Wat betreft voedselveiligheid gaat het om Bijvoorbeeld subsidie voor voedingsvoorlichting, of aan consumentenorganisaties voor het verrichten van consumentenonderzoek.

Waardering: B, 5

Handeling: Het, de aanvrager van subsidie, verzoeken om nadere gegevens te verstrekken inzake kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen

Periode: 1992–1995

Grondslag: Bijdrageregeling kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen 10.3

Product: Verzoeken

Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de directeur van de Directie Milieu, Kwaliteit en Voeding

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het binnen drie maanden beslissen omtrent het al dan niet verlenen van bijdragen voor kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen

Periode: 1992–1995

Grondslag: Bijdrageregeling kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen art. 11.1

Opmerking: Drie maanden na afloop van de betreffende aanvraagtermijn.

Waardering: V 15 jaar

Handeling: Het verbinden van nadere voorschriften aan een besluit tot verlening van bijdragen aan kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen alsmede tot welk bedrag ten hoogste een bijdrage wordt geleverd

Periode: 1992–1995

Grondslag: Bijdrageregeling kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen art. 11.2–3

Product: Besluit

Waardering: B, 5

Handeling: Het rangschikken van ingediende aanvragen voor kwaliteitsprojecten, naar de mate waarin deze bijdragen aan het door de Minister gevoerde kwaliteitsbeleid

Periode: 1995–

Grondslag: Openstelling en intrekking Bijdrageregeling kwaliteitsprojecten art. 3.2

Product: Indieningsaanvragen

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het verstrekken van voorschotten voor kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen

Periode: 1992–

Grondslag: Bijdrageregeling kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen art. 11.4

Waardering: V 6 jaar na eindafrekening

Handeling: Het meedelen aan de directeur Directie Milieu, Kwaliteit en Voeding of en in welke mate wijzigingen in kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen gevolgen hebben voor de verleende bijdragen

Periode: 1992–

Grondslag: Bijdrageregeling kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen art. 12.2

Product: mededelingen

Waardering: V 6 jaar na eindafrekening

Handeling: Het vaststellen van de definitieve bijdrage voor kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen

Periode: 1992–

Grondslag: Bijdrageregeling kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen art. 14

Product: Vaststellingen

Opmerking: Ten behoeve van de vaststelling van de definitieve bijdrage dient de aanvrager in drievoud de volgende documenten te verschaffen; een exemplaar van het evaluatierapport, een financiële verantwoording en een beoordeling van een registratieaccountant inzake de naleving van de aan de verlening van de bijdrage verbonden voorschriften. De Minister kan toestaan dat er wordt volstaan met een rapport van bevindingen van een accountadministratieconsulent.

Waardering: B, 5

Handeling: Het geheel of gedeeltelijk intrekken van de bijdragen voor kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen alsmede het verplichten tot het terugvorderen van reeds uitgekeerde bedragen

Periode: 1992–

Grondslag: Bijdrageregeling kwaliteitsprojecten agrarische producten en productieprocessen art. 15

Product: Intrekkingsbesluiten

Opmerking: Dit gebeurt indien blijkt dat de aanvrager zich niet heeft gehouden aan de in deze bijdrageregeling voorgeschreven voorschriften of in het geval van onjuiste of onvolledige informatieverstrekking.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het opnieuw machtigen van personen om boter en margarine ter verkoop aan te bieden

Periode: 1900–1953

Grondslag: Boterwet art. 5; Besluit ter bekendmaking van de tekst der Boterwet art. 12

Product: Machtigingen

Opmerking: Het gaat om personen die de boterwet overtreden hebben.

Waardering: V 2 jaar na opheffing Boterwet of beëindiging werkzaamheden

Handeling: Het aanwijzen van landen waar vandaan retourzendingen zijn vrijgesteld van formaliteiten zoals benoemd in de Boterwet

Periode: 1912–1973

Grondslag: Boterwet zoals gewijzigd in 1912 (Stb. 1912,3) art.I.4c

Waardering: V 2 jaar na ontheffing Boterwet of beëndiging werkzaamheden

Handeling: Het stellen van regels ten aanzien van de kwaliteit van landbouwproducten die voor de uitvoer bestemd zijn

Periode: 1930–1981

Grondslag: Landbouwuitvoerbesluit bacon art. 11; Uitvoercontrolebesluit 1948 kaas art. 3; Uitvoercontrolebesluit 1948 melkpoeder art. 3; Uitvoercontrolebesluit 1951 boter art. 4; Uitvoercontrolebesluit 1957 melk en melkproducten artt. 3.1c, 4 e; Uitvoercontrolebesluit 1939 tuinbouwproducten artt. 3f en 3c 4a tot 1963; Uitvoercontrolebesluit 1951 drogerijen art. 3; Uitvoercontrolebesluit 1951 bloembollen art. 3; Uitvoercontrolebesluit 1949 late consumptieaardappelen art. 2 tot 1955; Uitvoercontrolebesluit 1954 aardappelen artt.3.1, 4.2 1955 tot 1963

Product: Uitvoercontrolebeschikking 1956 kaas Stcrt. 1956, 251; Uitvoercontrolebeschikking 1958 kaas (Stcrt. 1958); Uitvoercontrolebeschikking 1948 melkpoeder (Stcrt. 1948, 157); Uitvoercontrolebeschikking 1952 boter Stcrt. 1952, 63; Uitvoercontrolebeschikking 1968 boter (Stcrt. 1968, 101); Uitvoercontrolebeschikking 1955 aardappelen (Stcrt. 1955, 246); Beschikking verwerking grondstoffen in zuivelproducten 1976 (Stcrt. 1976, 217) ; Uitvoercontrolebeschikking 1960 melk en melkproducten (Stcrt. 1961, 13)

Opmerking: Het gaat om regels met betrekking tot de herkomst, hoedanigheid en verzorging alsmede voor het sorteren en verpakken van landbouwproducten.

Waardering: B, 5

Handeling: Het voorbereiden van KB’s voor het aanwijzen van stoffen, die geschikt zijn om margarine, zelfs in kleine hoeveelheid, in mengsels te herkennen.

Periode: 1935–1973

Grondslag: Boterwet zoals gewijzigd in 1935 (Stb. 146) art. 3

Product: Koninklijke Besluiten

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het voorbereiden van KB’s waar landen genoemd worden die eisen dat Nederland aan de zelf gestelde eisen voldoet wat betreft het toelaten van stoffen in de Nederlandse margarine als voorwaarde van toelating tot invoer van Nederlandse zuivelproducten

Periode: 1935–1973

Grondslag: Boterwet zoals gewijzigd in 1935 (Stb. 146) art. 3

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het stellen van voorwaarden inzake de uitvoer van buitenlandse vis en visproducten

Periode: 1938–1973

Grondslag: Landbouwuitvoerwet 1938 art. 13.4

Product: Uitvoercontrolebeschikking haring 1964 (Stcrt. 1964, 102)

Opmerking: Het gaat om uit het buitenland afkomstige producten, die in Nederland een bewerking ondergaan hebben en vervolgens weer worden uitgevoerd.

Waardering: B, 5

Handeling: Het stellen van voorwaarden inzake de uitvoer van buitenlandse landbouwproducten

Periode: 1938–1973

Grondslag: Landbouwuitvoerwet 1938 art. 13.4

Product: Beschikking betreffende de aanduiding van uit het buitenland afkomstige melkpoeder en melk- en melkproducten (Stcrt. 1968, 218);

Beschikking Voorwaarde voor de uitvoer van buitenlandse boter, kaas en melkpoeder (Stcrt. 1952, 228); Wederuitvoer van buitenlandse melk en melkproducten (Stcrt. 1961, 183); Uitvoercontrolebeschikking 1968 boter (Stcrt. 1968, 101); Uitvoercontrolebesluit 1948 melkpoeder (Stb.1948, I346); Uitvoercontrolebeschikking melkpoeder (Stcrt.1948, 157); Uitvoercontrolebeschikking 1960 melk en melkproducten (Stcrt. 1961, 130); Uitvoeringsbeschikking uitvoercontrole tuinbouwproducten 1964 (Stcrt. 1964, 62)

Opmerking: Het gaat om uit het buitenland afkomstige producten, die in Nederland een bewerking ondergaan hebben en vervolgens weer worden uitgevoerd.

Waardering: B, 5

Handeling: Het vaststellen van maximum hoeveelheden van uit te voeren landbouwproducten

Periode: 1938–1973

Grondslag: Landbouwuitvoerwet 1938 art. 13. 2–3

Product: Uitvoercontrolebeschikking melkpoeder (Stcrt. 1948, 157)

Waardering: V 2 jaar na opheffing of aanpassing beschikking

Handeling: Het, in onderlinge overeenstemming aanwijzen van de plaatsen waar de ten uitvoer bestemde landbouwproducten moeten worden aangeboden

Periode: 1938–1973

Grondslag: Landbouwuitvoerwet 1938 art. 4

Product: Aanvulling uitvoercontrolebesluit 1948 kaas (Stb.1948, J419)

Waardering: V 2 jaar na opheffing of aanpassing beschikking

Handeling: Het voorbereiden van de benoeming van een of meer adviescommissies, die tot taak hebben de Minister van advies te dienen over maatregelen ter uitvoering van de Landbouwuitvoerwet, alsmede het voorbereiden van het regelen van hun werkzaamheden

Periode: 1938–1973

Grondslag: Landbouwuitvoerwet 1938 art. 15.1

Opmerking: De Minister is bevoegd om aan deze commissies adviserende leden toe te voegen.

Waardering: V 2 jaar

Handeling: Het geven van voorschriften betreffende de wijze waarop de betaling van het gebruik van stempelmerken bedoelde bedragen, door de exporteur zal moeten plaatsvinden

Periode: 1938–1963

Grondslag: Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole 1938 art.8c

Product: Voorschriften

Opmerking: Het gaat om bedragen zoals genoemd in artikel 7 van het Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole 1938.

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het geven van voorschriften betreffende het invullen van exportformulieren

Periode: 1938–1963

Grondslag: Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole 1938 art.8f

Product: Voorschriften

Opmerking: Het bedoelde formulier staat omschreven in art 3.10 van het reglement.

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het aanwijzen van organisaties van belanghebbenden voor deelname aan het overleg met de Minister over kwaliteitseisen van landbouwproducten die voor de uitvoer bestemd zijn

Periode: 1938–1982

Grondslag: Landbouwuitvoerwet 1938 art. 3

Product: Uitvoercontrolebesluit 1949 late consumptieaardappelen (Stb. 949, J119); Uitvoercontrolebesluit 1947 boomkwekerijproducten (Stb.1947, H160); Uitvoercontrolebesluit 1951 drogerijen (Stb.1951,415); Uitvoercontrolebesluit 1957 melk en melkproducten (Stb.1957,63); Uitvoercontrolebeschikking 1960 melk en melkproducten (Stcrt.1961,13); Uitvoercontrolebesluit 1939 tuinbouwproducten (Stb. 1940, N.679vv); Wijzigingen en aanvullingen Uitvoercontrolebesluit 1939 tuinbouwproducten (Stb.1946, G.174)

Waardering: B, 4

Handeling: Het stellen van regels ten aanzien van het vermelden van het gewicht of het getal van de zending op de verpakkingen van tuinbouwproducten

Periode: 1940–1946

Grondslag: Uitvoercontrolebesluit tuinbouwproducten art. 4b

Product: Beschikkingen en besluiten

Waardering: V 2 jaar na opheffing of aanpassing beschikking

Handeling: Het stellen van regels ten aanzien van de toevoeging van stoffen aan zuivelproducten die bestemd voor de uitvoer

Periode: 1948–1985

Grondslag: Uitvoercontrolebesluit 1948 melkpoeder art. 2; Wijziging Uitvoercontrolebesluit 1948 melkpoeder art. 1 (1964); Uitvoercontrolebesluit 1957 melk en melkproducten art. 2; Wijziging Uitvoercontrolebesluit 1957 melkpoeder art. 1 (1964)

Product: Uitvoercontrolebeschikking melkpoeder (Stcrt. 1948, 157); Uitvoercontrolebeschikking 1960 melk en melkproducten (Stcrt. 1961, 13)

Waardering: B, 5

Handeling: Het stellen van regels inzake de waarborging van de hygiënische kwaliteit van melk en melkproducten

Periode: 1961–1985

Grondslag: Uitvoercontrolebeschikking 1960 melk en melkproducten art. 6

Product: Beschikkingen en Besluiten

Waardering: B, 5

Handeling: Het opstellen van regels voor het bijhouden van administratie door exporteurs van haring

Periode: 1964–1988

Grondslag: Uitvoercontrolebeschikking haring 1964 artt. 6 en 7

Product: Registers en controlestaten in bijlage B en C van de Uitvoercontrolebeschikking haring 1964 (Stcrt. 1964, 102)

Opmerking: Het gaat om registers waarin exporteurs aantekeningen moeten maken van het aantal vaten of andere eenheden van verpakking waarin gezouten haring is aangevoerd.

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het bepalen van de plaatsen waar de ten in- of uitvoer bestemde landbouwproducten krachtens landbouwkwaliteitsbesluiten moeten worden aangeboden

Periode: 1973–

Grondslag: Landbouwkwaliteitswet art.6.1

Product: Beschikkingen

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het voorbereiden van een algemene maatregel van bestuur inzake het in de handel brengen van op boter gelijkende mengsels, onder een andere naam dan margarine

Periode: 1909–1973

Grondslag: Besluit ter bekendmaking van de tekst der Boterwet art. 2

Product: Besluit tot uitvoering van het bepaalde bij de artikelen 2, 5, 8 en 19 der Boterwet (Stb.1909, 346)

Waardering: B, 5

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van lijsten van vetten die aanwezig mogen zijn in de bereidplaatsen voor boter

Periode: 1909–1973

Grondslag: Besluit ter bekendmaking van de tekst der Boterwet art. 8.1

Product: AmvB’s

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het stellen van regels ten aanzien van bereid- en bewaarplaatsen voor de margarine- en boterbereiding

Periode: 1909–1955

Grondslag: Besluit ter bekendmaking van de tekst der Boterwet art. 9.3-4; Besluit tot uitvoering van het bepaalde bij het 2de lid van artikel 9 der Boterwet art. 5.G

Product: Beschikkingen

Waardering: B, 5

Handeling: Het bij AMvB geven van voorschriften voor de invoer van boter en margarine

Periode: 1909–1973

Grondslag: Besluit ter bekendmaking van de tekst der Boterwet art. 19; Landbouwkwaliteitswet art. 19.1

Product: Besluit tot uitvoering van het bepaalde bij de artikelen 2, 5, 8 en 19 der Boterwet (Stb.1909, 346)

Opmerking: Het gaat om voorwaarden voor de invoer van boter en margarine;

De voorwaarden waarvan, die in te voeren boter en margarine moeten voldoen; en de wijze waarop gehandeld dient de worden indien de boter en margarine niet aan de gestelde eisen voldoen.

Waardering: B, 5

Handeling: Het aanwijzen van soorten haring, waarvoor de bepalingen in de Haringwet gelden

Periode: 1945–1963

Grondslag: Haringwet 1937 art.1

Product: Beschikkingen

Waardering: B, 5

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van nadere voorschriften ter uitvoering van de Haringwet

Periode: 1945–1955

Grondslag: Haringwet 1937 art.12.a

Product: AmvB’s

Opmerking: Buitenwerking gesteld Stb. 1955, 213

Waardering: B, 5

Handeling: Het voorschrijven van de wijze waarop haring verpakt dient te worden

Periode: 1945–1963

Grondslag: Haringwet 1937 artt.1, 2.a–b

Product: Voorschriften

Opmerking: Dit houdt ook in het voorschrijven van de maten van de verpakkingen alsmede het gewicht van de verpakte haring.

Waardering: B, 5

Handeling: Het opheffen van alle bepalingen welke indelingen voorschrijven voor onbewerkt hout dat afkomstig is van andere Lidstaten

Periode: 1968–

Grondslag: EEG richtlijn indeling onbewerkt hout art. 6

Product: Beschikkingen

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het voordragen tot vaststelling, wijziging of intrekking van AMvB’s inzake de kwaliteit van landbouwproducten

Periode: 1973–

Grondslag: Landbouwkwaliteitswet art.2

Product: Landbouwkwaliteitsbesluiten

Waardering: B, 1

Handeling: Het stellen van nadere regels inzake de kwaliteit van landbouwproducten

Periode: 1973–

Grondslag: Landbouwkwaliteitswet art.4.2; Landbouwkwaliteitsbesluiten; Landbouwkwaliteitsbeschikkingen

Product: Verordeningen; landbouwkwaliteitsbeschikkingen en landbouwkwaliteitsregelingen

Opmerking: Deze regels hebben ondermeer betrekking op de hoedanigheid, de sortering, de verzorging de aanduiding, de verpakking van landbouwproducten.

Waardering: B, 5

Handeling: Het voordragen tot vaststelling, wijziging of intrekking van een AMvB die de gevallen bepaalt waarin de Minister van Economische Zaken betrokken moet worden bij de vaststelling van nadere regels krachtens landbouwkwaliteitsbesluiten

Periode: 1973–

Grondslag: Landbouwkwaliteitswet art.5

Product: KB van 13 november 1973 (Stb.1973, 587)

Opmerking: Wanneer de regels gevolgen inhouden voor industrie, handel en ambacht is overeenstemming met de Minister van Economische Zaken vereist, en wanneer er consumentenbelangen geraakt worden moet de Minister van Economische Zaken deze regels mede vaststellen.

Waardering: B, 1

Handeling: Het vaststellen van een beschikking krachtens een Landbouwkwaliteitsbesluit die de gevallen bepaalt waarin de Minister van Economische Zaken betrokken moet worden bij de vaststelling van nadere regels

Periode: 1973–

Grondslag: Besluit uitvoeringsregelen 13 november 1973, Stb 587, art.1

Product: Beschikking

Opmerking: Het gaat om de volgende regels;

a. bindende regels inhoudt voor degenen, die ondernemingen drijven op het gebied van de detailhandel of het ambacht;

b. de mededeling beperkt tussen degenen, die ondernemingen drijven op het gebied van de industrie of de handel;

c. met betrekking tot voor rechtstreekse menselijke consumptie bestemde producten bindende regelen stelt, waarvan is aan te nemen dat zij in belangrijke mate van invloed zijn op de omvang of de hoedanigheid van het aanbod.

Waardering: B, 5

Handeling: Het stellen van nadere regels inzake de aanduiding en de productiewijze van scharreleieren

Periode: 1979–

Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit scharreleieren art. 4

Product: Beschikkingen

Waardering: B, 5

Handeling: Het toelaten van bestanddelen in kaaskorstbehandelingsmiddelen

Periode: 1982–1998

Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling kaasproducten art. 25.3a

Product: Beschikkingen

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het toelaten van kaaskorstbehandelingsmiddelen voor gebruik bij de productie van kaas

Periode: 1982–1998

Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling kaasproducten art. 25.3b

Product: Beschikkingen

Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de directeur Directie Landbouw en bij de Directeur-Generaal van de Landbouw

Waardering: V 2 jaar na afloop ontheffing

Handeling: Het verlenen van toestemming inzake het toevoegen van vitaminen in zuigelingenvoeding

Periode: 1984–1994

Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling zuigelingenvoeding artt. 6.1 en 21.1

Product: Beschikkingen

Waardering: B,

Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot het verhandelen van grondstoffen voor zuigelingenvoeding

Periode: 1984–

Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit zuigelingenvoeding art.6.2

Product: Landbouwkwaliteitsregeling zuigelingenvoeding (Stcrt.1984, 197); Landbouwkwaliteitsregeling Zuigelingenvoeding 1994 (Stcrt.1994, 116)

Opmerking: Indien deze regels betrekking hebben op een bepaling die de gezondheid raakt verleent de Minister van Landbouw deze alleen in overeenstemming met de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Sport.

Waardering: B, 5

Handeling: Het aanwijzen van plaatsen waar de aanlanding van bepaalde vis of visproducten moet plaatsvinden

Periode: 1988–1998

Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit vis en visproducten art. 10.2

Product: Beschikkingen

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het stellen van nadere regels inzake de erkenningen voor inrichtingen voor zuivelbereiding

Periode: 1993–

Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit rauwe melk en zuivelbereiding art. 5.2

Product: Landbouwkwaliteitsregeling rauwe melk en zuivelbereiding (Stcrt. 1994, 25)

Opmerking: Deze inrichtingen zijn: melkbehandelings- of melkverwerkingsinrichting, centraal melkdepot of centrum voor standaardisering.

Waardering: B, 5

Handeling: Het vaststellen van voorwaarden inzake de samenstelling van de ingrediënten en stoffen die gebruikt worden bij de biologische productiemethoden

Periode: 1993–

Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling biologische productiemethode art. 4.3

Product: Bijlage II behorend bij de Landbouwkwaliteitsregeling biologische productiemethode (Stcrt.1992, 253)

Opmerking: Deze ingrediënten en stoffen zijn opgenomen in een aparte bijlage.

Waardering: B, 5

Handeling: Het verlengen van de omschakelingsperiode van ‘gewone-‘ naar biologische productiemethode

Periode: 1993–

Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling biologische productiemethode art. 11.1

Product: Beschikkingen

Opmerking: Er zijn verschillende standaardperiodes voor verschillende producten.

Waardering: B, 5

Handeling: Het stellen van regels op het gebied van identificatie- en registratieregelingen voor runderen alsmede inzake de etikettering van rundvlees en rundvleesprodukten

Periode: 1997–

Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit etikettering rundvlees art 3.1b

Product: Beschikkingen

Waardering: B, 5

Handeling: Het, in onderlinge overeenstemming, aan de Ministerraad verslag uit brengen over de wenselijkheid van intrekking van het Landbouwkwaliteitsbesluit zuivelproducten

Periode: 1998–

Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit zuivelproducten art. 16

Product: Verslagen

Opmerking: Dit gebeurt binnen zes jaar na inwerkingtreding van dit besluit.

Waardering: B, 3

Handeling: Het geven van aanwijzingen aan productschappen en bedrijfschappen ten aanzien van de door hen te stellen nadere regels voor de kwaliteit van landbouwproducten die voor de uitvoer bestemd zijn

Periode: 1962–1973

Grondslag: Uitvoercontrolebesluit 1963 tuinbouwproducten art. 5; Wijziging van 1963 Uitvoercontrolebesluit 1954 aardappelen, art. 1D.3a; Uitvoercontrolebesluit eieren 1962 art. 6.4; Uitvoercontrolebesluit haring 1964 art. 6

Product: Uitvoeringsbeschikking uitvoercontrole tuinbouwproducten 1964 (Stcrt. 1964, 62); Uitvoercontrolebeschikking haring 1964 (Stcrt. 1964, 102)

Waardering: B, 5

Handeling: Het goedkeuren van (PBO-)verordeningen aangaande de kwaliteit van landbouwproducten

Periode: 1962–

Grondslag: Uitvoercontrolebesluit 1963 tuinbouwproducten art. 6.1; Wijziging van 1963 Uitvoercontrolebesluit 1954 aardappelen, art. 1D. 3b.1; Uitvoercontrolebesluit eieren 1962 art. 7.1; Landbouwkwaliteitswet artt.4.2 en 5.3; Uitvoercontrolebesluit haring 1964 art. 7.1

Product: Uitvoercontrolebeschikking haring 1964 (Stcrt. 1964, 102); PBO-verordeningen

Opmerking: Bij de handelingen waarbij de Minister van Volksgezondheid genoemd wordt treedt deze alleen als actor naar voren wanneer de regels de volksgezondheid raken.

Waardering: B, 5

Handeling: Het bepalen dat kwaliteitsvoorschriften van PBO’s goedkeuring behoeven

Periode: 1962–1973

Grondslag: Uitvoercontrolebesluit 1963 tuinbouwproducten art. 6.2; Wijziging van 1963 Uitvoercontrolebesluit 1954, art. 1D. 3b.2; Uitvoercontrolebesluit eieren 1962 art. 7.2; Uitvoercontrolebesluit haring 1964 art. 7.2

Product: Uitvoercontrolebeschikking haring 1964 (Stcrt. 1964, 102)

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het goedkeuren van besluiten en nadere regels die door productschappen zijn vastgesteld

Periode: 1978–

Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit bacon art. 5.3 (1978); Landbouwkwaliteitsbesluit bloembollen art 6.3; Landbouwkwaliteitsregeling overdracht bevoegdheden bloembollen art. 4.2; Landbouwkwaliteitsbesluit consumptieaardappelen art. 4.3; Landbouwkwaliteitsbesluit boterproducten art. 7.3; Landbouwkwaliteitsbesluit etikettering rundvlees art. 4.3; Landbouwkwaliteitsbesluit groenten en fruit art. 6.3; Landbouwkwaliteitsbesluit kaasproducten art. 7.3; Landbouwkwaliteitsbesluit rauwe melk en zuivelbereiding art. 4.3; Landbouwkwaliteitsbesluit poedervormige melkproducten art. 7.3; Landbouwkwaliteitsbeschikking poedervormige melkproducten art. 14.1; Landbouwkwaliteitsbesluit scharreleieren art. 3.3; Landbouwkwaliteitsbeschikking productiemethoden scharreleieren art. 4.2; Landbouwkwaliteitsbesluit vleeswaren art. 4.4; Landbouwkwaliteitsregeling overdracht bevoegdheden vleeswaren art. 3; Landbouwkwaliteitsbesluit zuigelingenvoeding art. 7.3

Product: Beschikkingen

Opmerking: De formele bevoegdheid bij de Directeur-Generaal van de Landbouw.

Waardering: B, 5

Handeling: Het stellen van regels of het geven van aanwijzingen ten aanzien van verordeningen van productschappen inzake de kwaliteit van landbouwproducten

Periode: 1978–

Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluit bacon art.5.2; Landbouwkwaliteitsbesluit bloembollen art. 6.2; Landbouwkwaliteitsbesluit boterproducten art. 7.2;

Landbouwkwaliteitsbesluit gemedicineerd voeder art. 19.3; Landbouwkwaliteitsbesluit kaasproducten art. 7.2; Landbouwkwaliteitsbesluit poedervormige melkproducten art. 7.2; Landbouwkwaliteitsbesluit rauwe melk en zuivelbereiding art. 4.2; Landbouwkwaliteitsbesluit scharreleieren art. 3a.2; Landbouwkwaliteitsbesluit scharrelvarkensvlees en -vleeswaar art. 3.2 ; Landbouwkwaliteitsbesluit vis en visproducten art. 5.2; Landbouwkwaliteitsbesluit vleeswaren art. 4.3; Landbouwkwaliteitsbesluit zuigelingenvoeding art. 7.2; Landbouwkwaliteitsbesluit consumptieaardappelen art 4.2; Landbouwkwaliteitsbesluit groenten en fruit art.6.2

Product: Beschikkingen

Opmerking: Bij de handelingen waarbij de Minister van Volksgezondheid genoemd wordt treedt deze alleen als actor naar voren wanneer de regels de volksgezondheid raken.

Waardering: B, 5

Handeling: Het verlenen of het weigeren van het verlenen van vrijstellingen en ontheffingen van hetgeen is geregeld bij of krachtens de Boterwet landbouwuitvoerbesluiten, uitvoercontrolebeschikkingen en controlebeschikkingen.

Periode: 1900–1973

Grondslag: Besluit ter bekendmaking van de tekst der Boterwet artt. 6.1, 9.5, 11.3, 14.6; Wijziging boterwet art I. 7.3; Besluit tot uitvoering van het bepaalde bij de artikelen 2, 5, 8 en 19 der Boterwet artt. 2.i en 4; Landbouwuitvoerwet 1938 art. 14; Uitvoercontrolebesluit 1957 melk en melkproducten art. 3.3; Wijziging Uitvoercontrolebeschikking 1948 melkpoeder art. 4.2; Uitvoercontrolebeschikking 1960 melk en melkproducten artt. 9.1, 11.3, 14; Kaascontrolebeschikking 1970 artt. 8.2, 16.1, 17.3, 51.1; Wijziging kaascontrolebeschikking 1970 art. 60.1;

Product: Mandaatbeschikking uitvoer V.I.B.-melkpoeder W.V.P. (Stcrt. 1970,177); Mandaatbeschikking uitvoer magere melkpoeder onder de werking van Verordening (EEG) no. 1624/76; Ontheffingsbeschikking uitvoer boter- of melkvet en gesmolten boter 1966 (Stcrt. 1966, 216); Wijziging Ontheffingsbeschikking uitvoer boter- of melkvet en gesmolten boter 1966 (Stcrt. 1968, 3; 1976, 217); Ontheffingsbeschikking verwerking EEG-melk 1970 melk en melkproducten ( Stcrt.1970, 247); Beschikking verwerking grondstoffen in zuivelproducten (Stcrt. 1976, 217); Uitvoercontrolebeschikking 1960 melk en melkproducten (Stcrt. 1961, 13); Uitvoeringsbeschikking uitvoercontrole tuinbouwproducten 1964 Stcrt. 1964, 62; Ontheffing ingevolge art. 14 landbouwuitvoerwet 1938 voor door uitsmelting verkregen botervet (Stcrt. 1958, 167); Wijziging Uitvoercontrolebeschikking 1960 melk en melkproducten (Stcrt. 1968, 218)

Opmerking: Ontheffing kan verleend worden voor het vervoeren en de opslag van boter uit percelen bestemd voor de bereiding van margarine. Hieronder vallen ook toegestane afwijkingen indien buitenlandse wetgevingen dit nodig achten. Het gaat om ontheffingen inzake de uitvoer van landbouwproducten die niet voldoen aan de eisen die gesteld zijn in landbouwuitvoerbesluiten.

Waardering: V 2 jaar na afloop ontheffing of wijzing regelgeving

Handeling: Het verlenen van vergunningen tot het gebruik van andere verpakkingen en merken dan in het Reglement genoemd

Periode: 1945–1963

Grondslag: Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole 1938 art.7, vernummerd naar art. 5 in Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole Stb. 1952, 12. Art. XIV; Reglement voor de Nederlandse Haringcontrole 1938 zoals gewijzigd Stb. 1956, 78 art, 1.IV

Product: Beschikkingen

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het verlenen van vrijstelling en ontheffing van hetgeen bij of krachtens uitvoercontrolebeschikkingen, controlebeschikkingen en ontheffingsbeschikkingen is geregeld

Periode: 1948–1993

Grondslag: Beschikking verwerking grondstoffen in zuivelproducten 1976 art. 7.1; Ontheffingsbeschikking uitvoer boter- of melkvet en gesmolten boter 1966 art.3; Uitvoercontrolebeschikking 1956 kaas artt. 8, 20.3, 21;

Uitvoercontrolebeschikking 1958 kaas artt. 9.1-3 en 21.1-2; Uitvoercontrolebeschikking 1948 melkpoeder art.4; Wijziging Uitvoercontrolebeschikking boter 1968 art 13.h; Kaascontrolebeschikking 1970 artt. 16.2, 17.1b,51.2, 54.2b, 60.1,60.3a; Kaascontrolebeschikking 1970, zoals gewijzigd artt. 1, 60.2, 60.3.a, 60.4; Botercontrolebeschikking 1957, zoals gewijzigd art IE, 30.2; Botercontrolebeschikking 1967 art. 33.1b, 43; Uitvoercontrolebeschikking 1960 melk- en melkproducten artt. 9.2, 13; Botercontrolebeschikking 1967 artt. 22.2, 23.1, 42, 43

Product: Beschikkingen

Opmerking: Ontheffing ten aanzien van kaas kan verleend worden op verzoek van de exporteur en hangt samen met de bestemming van de kaas, of als

in het land van bestemming andere regels gelden inzake korstbehandeling.

De formele bevoegdheid ligt bij de Directeur-Generaal van de Landbouw en bij de directeur directie veeteelt en zuivel.

Waardering: V 5 jaar na afloop of intrekking wijziging beschikking

Handeling: Het verlenen van vergunningen inzake de toevoeging van stoffen tijdens de bereiding van boter

Periode: 1957–1967

Grondslag: Botercontrolebeschikking 1957 art. 24

Product: Beschikkingen

Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de Directeur-Generaal van de Landbouw

Waardering: V 2 jaar na afloop van vergunning

Handeling: Het verlenen van ontheffing van hetgeen bij of krachtens de Botercontrolebeschikking 1957 en de Rijkskaasmerkenbeschikking is geregeld

Periode: 1957–1982

Grondslag: Botercontrolebeschikking 1957 artt. 22.2, 23.1; Rijkskaasmerkenbeschikking 1952 en 1947(?): Rijkskaasmerkenbeschikking 1962 art. 21, 33.2, 49, 59

De formele bevoegdheid ligt bij de Directeur-Generaal van de Landbouw

Product: Beschikkingen

Opmerking: V 2 jaar na afloop ontheffing

Handeling: Het verlenen van een vergunning om het Rijksbotermerk te drukken op deksels van kartonnen bekers met een inhoud van 250 gram, waarin boter wordt verpakt

Periode: 1960–1967

Grondslag: Besluit tot het bedrukken van kartonnen bekerverpakking met het Rijksbotermerk art. 1

Product: Beschikkingen

Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de directeur van de afdeling veeteelt en zuivelwezen

Waardering: V 2 jaar na intrekking vergunning of verandering wetgeving

Handeling: Het verlenen van ontheffing van hetgeen bij of krachtens de Rijkskaasmerkenbeschikking is geregeld

Periode: 1962–1970

Grondslag: Rijkskaasmerkenbeschikking 1952 ; Rijkskaasmerkenbeschikking 1962 artt. 22.3 art. 48.2

Product: Beschikkingen

Waardering: V 2jaar na afloop ontheffing

Handeling: Het verlenen en intrekken van toestemming voor het gebruik van korstbehandelingsmiddelen voor kaas

Periode: 1962–1982

Grondslag: Rijkskaasmerkenbeschikking 1952; Rijkskaasmerkenbeschikking 1962 artt. 14, 22.6; Kaascontrolebeschikking 1970 artt. 9.2-3, 42, 43

Product: Beschikkingen

Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de Directeur-Generaal van de Landbouw

Waardering: V 2 jaar na afloop toestemming

Handeling: Het verbinden van voorschriften aan vrijstellingen en ontheffingen met betrekking tot het bij of krachtens landbouwkwaliteitsbesluiten is bepaald

Periode: 1973–

Grondslag: Landbouwkwaliteitswet art 3.2

Product: Beschikkingen

Waardering: B, 5

Handeling: Het verlenen van vrijstelling en ontheffing van hetgeen bij of krachtens landbouwkwaliteitsbesluiten bepaald is

Periode: 1973–

Grondslag: Landbouwkwaliteitsbesluiten; landbouwkwaliteitsregelingen

Product: Regeling Vrijstelling aanbrengen Rijksbaconmerk (Stcrt. 1983, 209); Landbouwkwaliteitsregeling biologische productiemethode (Stb. 1992, 661); Vrijstelling Landbouwkwaliteitsbeschikking bloembollen (Stcrt. 1983, 167); Landbouwkwaliteitsbeschikking keuring bloembollen (Stcrt. 1981, 136); Vrijstelling verplichte aanduiding classificatie bloembollen leverbaar (Stcrt. 1984, 122); Vrijstellingsregeling Landbouwkwaliteitsregeling boterproducten (Stcrt. 1986, 96); Vrijstellingsregeling boterproducten (EEG) (Stcrt. 1987, 16); Vrijstellingsregeling halfvolle boter (Stcrt. 1988, 170); Vrijstellingsregeling halfvolle roomboter (Stcrt. 1990, 196); Vrijstellingsregels boterwikkels (Stcrt. 1994, 246); Vrijstellingsregeling bak- en braadboter EEG (Stcrt. 1985, 233); Vrijstellingsregeling pure butter ghee EEG (Stcrt. 1984, 171)

Opmerking: Indien zodanige vrijstelling of ontheffing betrekking heeft op een bepaling die de volksgezondheid raakt, verleent deze Minister slechts in overeenstemming met de Minister van Volksgezondheid. Indien deze nadere regels betrekking hebben op een bepaling die de handel raakt verleent de Minister van Landbouw deze alleen in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken (onbewerkt hout).

Waardering: V 5 jaar na afloop vrijstelling of wijziging intrekking landbouwkwaliteitsbesluit

Handeling: Het goedkeuren van het verlenen van vrijstelling door het Productschap voor Vee en Vlees

Periode: 1978–

Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling vrijstelling en ontheffing vleeswaren 1978 art 3.1; Landbouwkwaliteitsregeling vrijstelling en ontheffing vleeswaren 1981 art 3.1

Product: Beschikkingen

Opmerking: formele bevoegdheid ligt bij de Directeur-Generaal van de Landbouw

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het verlenen van toestemming voor verhandeling van Nederlands melkpoeder dat niet aan bepaalde kwaliteitseisen voldoet

Periode: 1982–1998

Grondslag: Landbouwkwaliteitsregeling poedervormige melkproducten art. 30

Product: Beschikkingen

Opmerking: Deze eisen hebben betrekking op vetgehalte, vochtgehalte, hulpstoffen en toevoegingen, residuen van bestrijdingsmiddelen. Toestemming in het geval van niet aangeslotenen wordt gegeven door de Directeur Veehouderij en Zuivel van het Ministerie van Landbouw. Toestemming in het geval van aangeslotenen wordt gegeven door de Directeur van de Stichting COZ.

De formele bevoegdheid ligt bij de directeur veehouderij en Zuivel

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)