Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Goederenvervoer vanaf 1945 (College van Beroep voor het Bedrijfsleven)

Type Archiefselectielijst
Publication 2007-05-31
State In force
Source BWB
artikelen 2
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;

De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 29 maart 2007 nr. arc-2007.03635/5);

Besluit:

Artikel 1

De bij dit besluit gevoegde ‘selectielijst voor de neerslag van de handelingen van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven op het beleidsterrein Goederenvervoer over de periode vanaf 1945’ en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Basisselectiedocument goederenvervoer 1945–

Dit BSD geldt voor de volgende zorgdragers:

In opdracht van Verkeer en Waterstaat

Afkortingenlijst

ADN: Accord Européen rélatif au transport international des marchandises dangereuses par voie de navigation intérieure

ADNR: Règlement pour le transport des matières dangereuses sur le Rhin

ADR: Accord Européen relatif au transport international des marchandises dangereuses par route

AMvB: Algemene maatregel van bestuur

ARV: Algemeen Reglement voor het vervoer op de spoorwegen

ARVL: Algemeen Reglement voor het vervoer op lokaalspoorwegen

AVV: Adviesdienst Verkeer en Vervoer

Bgw: Besluit goederenvervoer over de weg

BIG: Buisleiding Industrie Gilde

BISB: Beleidsinformatiesysteem Binnenvaart

Bolegno: (Vereniging van) Boorondernemers en Buizenleggers

BOR: Bereikbaarheidsoffensief Randstad

BOVV: beperkt ongeregeld vervoer

BSB: Besluit sloopregeling binnenvaart

BSD: Basisselectiedocument

BVB: Besluit vervoer binnenvaart

BVGS: Besluit Vervoer Gevaarlijke Stoffen

BZK: (Ministerie van) Binenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

CBB: College van beroep voor het bedrijfsleven

CBR: Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen

CBOB: Christelijke Bond van Ondernemers in de Binnenvaart

CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek

CBRB: Centraal Bureau voor Rijn- en Binnenvaart

CCR: Centrale Commissie voor de Rijnvaart

CEMT: Conférence Européenne des Ministres de Transport

CEW: Commission Echange des Wagons

CGB: Commissie Grensoverschrijdend Beroepsgoederenvervoer

CIM: Verdrag betreffende het goederenvervoer per spoorweg

CIT: Comité International des Transport par Chemin de Fer

CIV: Verdrag betreffende het vervoer van reizigers en bagage per spoorweg

CoCo: Coördinatiecommissie

COTIF: Convention relative aux transports internationaux ferroviaires

CPV: (Directie) Collectief Personenvervoer

CRB: Centrale registratie binnenschepen

CUB: Container Uitwisselpunt Binnenvaart

CVG: Commissie Vergunningen Goederenvervoer

CVV: Commissie Vervoervergunningen

CVW: Commissie Vergunningen Wegvervoer

DGV: Directoraat-Generaal van het Verkeer (Ministerie van Verkeer en Waterstaat)

DGG: Directoraat-Generaal Goederenvervoer (Ministerie van Verkeer en Waterstaat)

DGP: Directoraat-Generaal Personenvervoer (Ministerie van Verkeer en Waterstaat)

ECE: Economic Commission for Europe

ECITO: European Central Inland Transport Organisation

EDI: Electronic Data Interchange

EG: Europese Gemeenschap

EGKS: Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal

EVO: Algemene Verladers- en Eigen Vervoer Organisatie

FENEX: Federatie van Nederlandse Expediteursorganisaties

G: (Directie) Goederenvervoer

GPdW: Stichting Gemeenschappelijke Personeelsdienst Wegvervoer

GWRV: Gecombineerd Weg-Rail Vervoer

HdTK: Handelingen der Tweede Kamer

HIP: Subsidieregeling Haveninterne Projecten

ICAO-TI: International civil aviation organization Technical Instructions (for the safe Transport of dangerous goods by air)

IMAGO: Initiatief Milieu Actie Goederenvervoer

IMDG: International Maritime Dangerous Goods Code

IMO: International Maritime Organisation

IOG: Internationale Overeenkomst omtrent het goederenvervoer per spoorweg

IP: (Directie) Individueel Personenverkeer (Ministerie van Verkeer en Waterstaat)

IPO: Interprovinciaal Overleg

IPOT: Interdepartementale Projectorganisatie Ondergronds Transport

IRU: International Road Transport Union

ITC: Inland Transport Committee

IVV: Integraal Verkeers- en Vervoerbeleid

IVW: Inspectie Verkeer en Waterstaat

KCGS: Korps Controleurs Gevaarlijke Stoffen

KNHG: Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap

KNV: Koninklijk Nederlands Vervoer

KNVTO: Koninklijke Nederlandse Vereniging van Transport Ondernemingen

KOFS: Stichting Koninklijk Onderwijsfonds voor de Scheepvaart

MAVIT: Project Maatschappelijk Aanvaardbaar Veiligheidsniveau Infrastructuur Tunnels

MIT: Meerjarenplan Infrastructuur en Transport

MJA: Meerjarenafspraak

MJP: Meerjarenprogramma

NCM: Nieuwe Controle Methodiek

NDL: Nederland Distributie Land

NTDL: Nederland Transport en Distributieland

NIWO: Stichting Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie

NOB Wegtransport: Nationale Organisatie voor het Beroepsgoederenvervoer Wegtransport

NOVEM: Nederlandse Onderneming voor energie en milieu

NVVP: Nationaal Verkeers- en Vervoersplan

OCTI: Centraal Bureau voor het Internationale Spoorwegvervoer

OCW: (Ministerie van) Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

OGV: Permanent Overlegorgaan Goederenvervoer

ONS: Onafhankelijke Nederlandse Schippersvakbond

OEES: Organisatie voor Europese Economische Samenwerking

OESO: Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling

OTB: ondergronds transport via buisleidingen

OTIV: Intergouvernementele Organisatie voor het internationale Spoorwegvervoer

PACT: programma voor modelprojecten

Pb: Publicatieblad (voor Europese verordeningen)

PIVOT: Project invoering verkorting overbrengingstermijn

PVC: Permanente verpakkingscommissie

PWC: Planologische werkcommissie

RDW: Rijksdienst voor het Wegverkeer

RGS: Reglement Gevaarlijke Stoffen

RID: Règlement concernant le transport international ferroviaire des marchandises dangereuses

RIO: Rapport Institutioneel Onderzoek

RIV: Reglement voor het wederzijds gebruik van wagens in internationaal verkeer

RONS/ RO/NS: Rijksoverheid/NS-Goederenvervoer

RVB: Reglement Vervoer Benzine

RVI: Rijksverkeersinspectie

RVV: (Directie) Regie Verkeer en Vervoer (Ministerie van Verkeer en Waterstaat)

RWS: Rijkswaterstaat

S&C: (Directie) Strategie en Coördinatie (Ministerie van Verkeer en Waterstaat)

SBE: Stichting bureau examens voor het beroepsgoederenvervoer

SBV: Subsidieregeling Bedrijfsgebonden Vaarwegaansluitingen

SCG: Stimuleringsregeling gecombineerd goederenvervoer

SER: Sociaal-Economische Raad

SIEV: Stichting Inschrijving Eigen Vervoer

SMEG: Subsidieregeling milieu- en energie-efficiency in het goederenvervoer

SOIT: Subsidieregeling Openbare Inland Terminals

SP: (Directie) Strategie en Programmering Intergraal Verkeer en Vervoer (Ministerie van Verkeer en Waterstaat)

Stb: Staatsblad

Stcrt: Staatscourant

STIGOWA: Stimuleren Goederenvervoer over Water

SVV: Structuurschema Verkeer en Vervoer

SW: Spoorwegenwet

SWAB: Samen werken aan bereikbaarheid

SZW: (Ministerie van) Sociale Zaken en Werkgelegenheid

TBBV: Tijdelijke beleidsregeling bijdragen vaarwegaansluitingen

TI:

TIB: Transport in Balans

TK: Tweede Kamer

TLN: Transport en Logistiek Nederland

TMS: Transactie Modal Shift

Trb: Tractatenblad

TWNZ: Tijdelijke wet vrachtverdeling Noord-Zuid-vervoer

TZ:

UAG: Uitvoeringsbesluit Autovervoer Goederen

UGB: Uitvoeringsbesluit Goederenvervoer Binnenscheepvaart

UIC: Union Internationale des Chemins de Fer

VBG: Reglement voor het vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen

VELIN: Vereniging van Leidingeigenaren in Nederland

VenW/V&W: (Ministerie van) Verkeer en Waterstaat

VLG: Reglement vervoer over land van gevaarlijke stoffen

VNG: Vereniging van Nederlandse Gemeenten

VROM: (Ministerie van) Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu

VSG: Reglement vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen

WAG: Wet autovervoer goederen

Wegvervoer CVO: Wegvervoer Christelijke Vervoerders Organisatie

WGB: Wet Goederenvervoer Binnenvaart

WGS: Wet gevaarlijke stoffen

Wgw: Wet goederenvervoer over de weg

WSB: Wet sloopregeling binnenvaart

WSSB: Wet structurele sanering binnenvaart

Wvb: Wet vervoer binnenvaart

WVGS: Wet Vervoer van Gevaarlijke Stoffen

1. Verantwoording

1.1. Doel en werking van het BSD

Een Basis Selectiedocument (BSD) is de vorm waarin een of meerdere selectielijst(en), bedoeld in artikel 5 van de Archiefwet 1995 (Stb. 277), worden vastgesteld. Een selectielijst biedt de grondslag voor het vernietigen dan wel het ter blijvende bewaring overbrengen van de neerslag van handelingen van een zorgdrager en de onder hem ressorterende actoren. Een BSD kan bestaan uit één of meer selectielijsten.

Een BSD is gebaseerd op een vastgesteld Rapport Institutioneel Onderzoek (RIO) en bestrijkt dezelfde periode als dit rapport. Eventuele afwijkingen hiervan worden in het verslag van het driehoeksoverleg verantwoord. Een BSD bevat in principe dezelfde handelingen als het RIO dat aan het BSD ten grondslag ligt. Eventuele afwijkingen hierop worden in het verslag van het gevoerde driehoeksoverleg verantwoord.

Indien het RIO een begin- en eindperiode vermeldt wordt de eindperiode niet overgenomen in het BSD, omdat dit ten onrechte zou suggereren dat alle handelingen afgesloten zijn. Een dergelijke wijziging heeft een praktisch nut en betekent geen nader institutioneel onderzoek.

Het handelingenblok wijkt in zoverre af van dat van het RIO dat een veld voor de waardering wordt toegevoegd. In het veld ‘waardering’ wordt aangegeven of de administratieve neerslag hiervan bewaard dan wel vernietigd moet worden, en welk bewaarcriterium of vernietigingstermijn gehanteerd wordt. De waardering B (= bewaren) betekent dat de neerslag voor permanente bewaring wordt overgebracht naar het Nationaal Archief. De waardering V (= vernietiging) betekent dat de neerslag wordt vernietigd. Op welke termijn dat gebeurt, wordt bij de waardering vermeld. Bij voorkeur wordt ook het ingangsmoment vastgelegd (bijv. 3 jaar na vaststelling nieuwe regeling). Zonder nadere aanduiding gaat de vernietigingstermijn in direct na afsluiting van de zaak waarop een dossier betrekking heeft.

Anders dan in het RIO worden in het BSD de handelingen per actor geordend. Indien een BSD bestaat uit lijsten voor actoren onder verschillende zorgdragers, worden deze per zorgdrager geordend. Hiermee wordt uitdrukking gegeven aan het uitgangspunt dat een selectielijst een eenheid is, bevattende handelingen van een zorgdrager en de onder hem ressorterende actoren. Anders gezegd: een selectielijst kan opgebouwd zijn uit (deel)lijsten voor verschillende actoren die onder dezelfde zorgdrager ressorteren.

Het BSD heeft de volgende functies:

1.1.1. Verantwoording van de totstandkoming van het BSD Goederenvervoer

Het PIVOT-rapport nr. 85, Goed vervoerd. Een institutioneel onderzoek op het beleidsterrein goederenvervoer, 1945–1996, is in 1999 opgesteld door M. de Koning, N. Marcelis, A. Spieksma.

In 2004 is het rapport geactualiseerd tot 2003 door mw. M. Doekes. Het geactualiseerde RIO vormt de grondslag voor dit basisselectiedocument. De reden voor de actualisatie was dat het rapport in 2004 nog steeds niet was vastgesteld. Inmiddels waren er op het beleidsterrein zoveel veranderingen opgetreden dat vaststelling van deze versie steeds minder zinvol werd.

Tijdens de actualisatie zijn de handelingen 801 t/m 847 tot stand gekomen. Van het leeuwendeel hiervan is het Ministerie van VenW de actor, van een enkele het Ministerie van OCW.

Ten opzichte van het gedrukte RIO is een aantal handelingen niet in het BSD opgenomen.

Het BSD is nog voor geen enkele actor eerder vastgesteld. Er hoeven na vaststelling van deze selectielijst geen andere selectie- en/of vernietigingslijsten te worden ingetrokken.

1.2. Definitie van het beleidsterrein

Het beleidsterrein goederenvervoer, omvat het inland-vervoer van goederen. Onder ‘inland-vervoer’ worden alle vormen van vervoer op het land of op de binnenwateren verstaan.

Het inland-vervoer valt uiteen in de volgende modaliteiten:

Deelbeleidsterreinen die met de voorgaande vier terreinen overlappen zijn:

In de afbakening hieronder zal uiteen worden gezet hoe die overlapping plaatsvindt.

1.3. Afbakening

Zoals hierboven al aangegeven bestaan er binnen het beleidsterrein goederenvervoer overlappingen van de vier modaliteiten met de drie deelbeleidsterreinen. Afhankelijk van de wijze waarop een beleidsterrein wordt benaderd, kan een beleidsterrein op verschillende wijzen worden opgedeeld. Met ‘overlapping’ wordt bedoeld dat een handeling, afhankelijk van de benaderingswijze van het beleidsterrein, kan vallen in twee verschillende indelingen.

Hieronder volgt de afbakening van deze deelbeleidsterreinen, voor zover ze in het BSD Goederenvervoer worden meegenomen.

1.3.1. Integraal beleid goederenvervoer

Integraal beleid wil zoveel zeggen als ‘alles omvattend’. Met andere woorden: het algemene, overkoepelende en alle modaliteiten van vervoer omvattende beleid inzake het vervoer van goederen. Zie voor meer informatie van dit deelbeleidsterrein hierover hoofdstuk 2 van het RIO.

1.3.2. Intermodaal vervoer

Intermodaal vervoer betekent het tot stand brengen van integrale vervoersketens. De verschillende vervoersmodaliteiten dienen op integrale wijze in de logistieke keten te zijn opgenomen. Als het gaat om dit deelbeleidsterrein ligt de nadruk van de handelingen die de verschillende vervoersmodaliteiten opnemen in een vervoersketen om op die manier een alternatief te bieden voor het lange-afstand wegtransport.

Zie voor meer informatie over de afbakening van dit deelbeleidsterrein paragraaf 7.1.2 van het RIO.

1.3.3. Vervoer gevaarlijke stoffen

Dit deelbeleidsterrein betreft die handelingen, die expliciet betrekking hebben op het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, per spoor en de binnenwateren. Met andere woorden: het inland transport. Het vervoer van gevaarlijke stoffen, waar het gaat om transport over zee en door de lucht, alsmede het vervoer van radioactieve stoffen en militaire transporten maken geen deel uit van dit onderzoek.

Zie voor meer informatie over de afbakening van dit deelbeleidsterrein paragraaf 8.1.2 van het RIO.

1.3.4. Raakvlakken van het beleidsterrein goederenvervoer met andere beleidsterreinen

Het beleidsterrein goederenvervoer heeft binnen het departement Verkeer en Waterstaat raakvlakken met andere beleidsterreinen.

Het goederenvervoer over zee wordt behandeld in het rapport nr. 21 De stuurlui aan wal, over het beleidsterrein Scheepvaart en maritieme zaken. De hierop gebaseerde selectielijst is gepubliceerd in Stcrt. 2002, 215.

Het goederenvervoer in de lucht wordt behandeld in het rapport nr. 16, Luchtvaart gebonden, over het beleidsterrein luchtvaart. De hierop gebaseerde selectielijst is nog niet gepubliceerd.

Het beleidsterrein goederenvervoer omvat wel het vervoer over de binnenwateren. Dat wordt dus niet behandeld in het rapport nr. 28, Waterstaat, over de infrastructuur van de binnenwateren en waterstaat. De hierop gebaseerde selectielijst is gepubliceerd Stcrt. 1997, 217.

Het beleidsterrein kent ook raakvlakken met beleidsterreinen van andere departementen.

Als vervoersMinister is de Minister van Verkeer en Waterstaat verantwoordelijk voor het intermodaal vervoer. De Minister van Economische Zaken levert een bijdrage aan (het stimuleren van) intermodaal vervoer vanuit ondermeer het gezichtspunt van stimulering van (regionale) werkgelegenheid en gebruik van (geavanceerde) technologie. Relevante selectielijsten zijn de BSD’s die gebaseerd zijn op RIO’s 148 en 150, resp. Industrie- en technologiebeleid en Regionaal economisch beleid.

De Minister van VROM levert een bijdrage aan (het stimuleren van) intermodaal vervoer vanuit het oogpunt van ruimtelijke ordening en milieu. Het beleidsterrein Ruimtelijke Ordening wordt behandeld in het gelijknamige RIO 120. De hierop gebaseerde selectielijst is gepubliceerd in Stcrt. 2002, 215. Het beleidsterrein Milieubeheer wordt behandeld in het gelijknamige RIO 94. De hierop gebaseerde selectielijst is gepubliceerd in Stcrt. 2003, 155-158.

1.4. De doelstelling(en) van de overheid op het beleidsterrein

Goederenvervoer is voor Nederland een belangrijke bron van inkomsten. De sector levert een belangrijke bijdrage aan de economische groei en de werkgelegenheid door zorg te dragen voor transport en logistiek voor handel, industrie en consument. Mede hierdoor wordt Nederland aantrekkelijk gemaakt als vestigingsplaats voor het internationale bedrijfsleven. Door de overheid wordt omzichtig met deze sector omgegaan. Het doel is steeds de economische positie van het goederenvervoer te behouden en zo mogelijk te verbeteren. Het transport moet met zo weinig mogelijk belemmeringen kunnen worden uitgevoerd, ongeacht met welke modaliteit of modaliteiten het vervoer plaatsvindt.

Een sterk ontwikkeld goederenvervoer heeft ook zijn nadelen. De keerzijde van de medaille is de grote druk op veiligheid, gezondheid en milieu. Vooral luchtvervuiling, geluidsoverlast en versnippering van de leefomgeving vormen een probleem, waar in de beleidsvorming steeds weer rekening mee moet worden gehouden. Het beleid ten aanzien van het goederenvervoer moet passen in het totale, samenhangende verkeers- en vervoerbeleid in Nederland, waarbij ook de de internationale afstemming is meegenomen. Het beleid is met name de laatste jaren gebaseerd op afwegingen met betrekking tot leefbaarheid en bereikbaarheid, waarbij aspecten van milieu, economie, ruimtelijke ordening en veiligheid in samenhang een rol spelen. In de doelstelling optimalisering van het goederenvervoer zullen altijd de andere beleidsdoelstellingen moeten worden meegewogen.

Na de Tweede Wereldoorlog heeft de overheid een totaalbeleid voor ogen. Alle vervoertakken en vormen daarbinnen hebben het wakende oog van de overheid nodig. Er vindt een economische ordening plaats van alle vormen van vervoer. Daarnaast wordt geprobeerd de wet- en regelgeving zoveel mogelijk volgens hetzelfde systeem te beheersen.

Één wet behandelt de verschillende modaliteiten, namelijk de Wet vrachtprijzen vervoer van kolen en staal van 27 juni 1963 (Stb. 1963, 343). Deze wet is tot stand gekomen in het kader van het streven naar een gezamenlijke kolen- en staalmarkt van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS). In deze wet en het bijbehorende besluit worden regels gesteld betreffende de vrachtprijzen voor dit vervoer.

De noodzaak van een samenhangend beleid wordt steeds duidelijker. De toenmalige staatssecretaris voor Verkeer en Waterstaat, M. van Hulten, stelt dat het goederenvervoer niet meer heen kan om de toenemende vraagstukken van ruimtelijke ordening, het grondstoffen- en energieverbruik en de milieuproblematiek. Voor het goederenvervoer moet een beleid worden gevoerd dat uitgaat van de samenhang tussen enerzijds het rechtstreekse wel en wee van bedrijf en bedrijfstak en van de daarin werkzame mensen en anderzijds de maatschappelijke consequenties van de bedrijfsvoering. Het gaat hierbij om de geleidelijke verwezenlijking van de hoofddoelstelling ‘het waarborgen van de voorziening in de behoefte aan goederenvervoer tegen kwaliteit en voorzover de bijdrage aan het welzijn van de gemeenschap per saldo positief is, uitgaand van een rechtvaardige en, ook uit een algemeen maatschappelijk oogpunt, evenwichtige behartiging van de onderscheiden bij het vervoer van goederen betrokken belangen’.

De uitvoering van dit beleid wordt echter vertraagd door de aandacht die nodig is voor de acute problemen in de economische conjuncturele ontwikkelingen sinds 1973, waardoor zowel de omvang van het goederenvervoer afneemt. Het belang van het goederenvervoer is zo groot, dat eerst deze actuele problemen moeten worden opgelost. Het beleid richt zich dan ook op het scheppen van zodanige omstandigheden op de goederenvervoermarkt, dat de bedrijven weer rendabel kunnen gaan werken. Tevens is het beleid gericht op de versterking van de internationale concurrentiepositie. Bij dit streven probeert de overheid zoveel mogelijk maatschappelijk ongewenste situaties te voorkomen.

Op 26 juni 1979 wordt het eerste Structuurschema Verkeer en Vervoer gepresenteerd (Handelingen 1978–1979, 14 390). Uiteraard komt ook het goederenvervoer aan de orde, ook al heeft het slechts betrekking op het goederenvervoer als wegdeelnemer, en dan nog alleen het vervoer over de weg- en railvervoer. De doelstellingen van het structuurschema zijn gebaseerd op het beleidsvoornemen dat al eerder in de Beleidsnota Goederenvervoer is gepresenteerd: het verbeteren van de omstandigheden waaronder de vervoersondernemingen rendabel kunnen opereren, voor zover de bijdrage aan het welzijn van de gemeenschap positief is. Om dit te bereiken moet de overheid een stimulerende functie hebben.

In oktober 1987 verschijnt de nota ‘Ondernemend vervoer’. In deze nota wordt in zes thema’s de inbreng van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat voor de toekomst van het goederenvervoer opgesteld:

Door deze thema’s centraal te stellen, moet het goederenvervoer zijn prominente positie binnen het internationale beleid minstens behouden.

Eind 1988 wordt de Tweede Structuurschema Verkeer en Vervoer gepresenteerd. Het SVV bevat het te volgen beleidsvoornemen tot het jaar 2010. Wat betreft het goederenvervoer wordt de prioriteit gelegd op het hoofdwegennet door het aanwijzen van onder andere hoofdtransportassen en het vergroten van de bereikbaarheid van economisch belangrijke centra. Daarnaast wordt het goederenvervoer over spoor en water aantrekkelijker gemaakt.

Vanaf het begin van de jaren 90 groeit het goederenvervoer weer sterk. De nadruk van beleid komt te liggen op het versterken van de internationale concurrentiepositie en het verschuiven van transport van goederen in de richting van een milieuvriendelijker model en verbeterde toepassing van het goederenvervoer om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. In 2005 moet het aandeel vervoer per spoor zijn verdubbeld (hiervoor wordt bijvoorbeeld de Betuweroute aangelegd) en moet project TRANSACTIE leiden tot een aanzienlijke reductie van de uitstoot van CO2.

In 1996 is de prognose, dat het goederenvervoer ook de komende jaren fors zal blijven groeien. Om deze ontwikkeling in goede banen te leiden is een evenwichtig beleid uitgestippeld. Groei is mooi voor de economie, maar het milieu en de leefomgeving moeten zoveel mogelijk worden gespaard. Zo’n beleid is uiteengezet in de nota’s ‘Transport in Balans’ (TIB) en ‘Samen werken aan bereikbaarheid’ (SWAB). Beide nota’s zijn in 1996 aan de Tweede Kamer gepresenteerd.

De nota ‘Transport in Balans’ uit 1996 is de uitwerking voor het goederenvervoer van het beleid dat in de nota ‘Samenwerken aan bereikbaarheid’ is weergegeven. De centrale doelstelling in de goederennota is dat het goederenvervoer blijvend moet bijdragen aan de economische groei, zonder te veel belasting voor milieu en omgeving op te leveren. De in deze nota geformuleerde beleidsdoelen zijn:

De beleidsdoelen moeten er toe leiden dat in de periode 1994–2010 de volgende doelen gerealiseerd worden:

Goederenvervoer houdt niet op aan de grens. Een groot deel van het goederenvervoer is juist grensoverschrijdend. Om te voorkomen dat Nederland door strenge regels zijn concurrentiepositie verzwakt, is goede afstemming met het buitenland nodig. Daarbij is de EU de belangrijkste gesprekspartner. In de nota worden de volgende projecten genoemd die in EU verband aan de orde gesteld worden:

De rijksoverheid wil een efficiënt en slim goederenvervoer en bevordert om die reden de innovatie van vervoersystemen en -concepten: innovaties in de technologie van vracht- en bestelwagens, schepen en treinen, innovaties in de infrastructuur en innovaties in logistieke concepten. Van deze innovaties, gestimuleerd door ontwikkelingen in de informatie- en communicatietechnologie en telematica, wordt een gunstige invloed verwacht, zowel op de efficiency van het goederenvervoer, als op de veiligheid en duurzaamheid. Het rijk heeft om deze ontwikkelingen te bevorderen eigen innovatieprogramma’s en ondersteunt of participeert in onderzoeksinstellingen voor verkeer en vervoer. Innovatieve ontwikkelingen worden ook gestimuleerd door het uitvoeren van internationale afspraken en het formuleren van gewenste eindresultaten, bijvoorbeeld ten behoeve van de veiligheid of het milieu. Het streven is om een brede stimuleringsregeling op te zetten voor innovaties van voertuigen, systemen en logistieke concepten in het goederenvervoer. Deze stimuleringsregeling zal dan alle bestaande ad-hoc regelingen vervangen.

Voor detailinformatie kan het RIO worden geraadpleegd. Daarin wordt aan het begin van elk hoofdstuk over de verschillende modaliteiten en deelbeleidsterreinen een overzicht gegeven van het verloop van de doelstellingen en ontwikkelingen.

1.5. De actoren op het beleidsterrein, voor zover hun selectielijsten in het BSD zijn opgenomen

2. Doelstelling van de selectie

De doelstelling van het Nationaal Archief bij de selectie van overheidsarchieven is dat de belangrijkste bronnen van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig worden gesteld voor blijvende bewaring.

Met het te bewaren materiaal moet het mogelijk zijn om een reconstructie te maken van de hoofdlijnen van het handelen van de rijksoverheid ten opzichte van haar omgeving, maar ook van de belangrijkste historisch-maatschappelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen, voor zover deze zijn te reconstrueren uit overheidsarchieven.

Deze selectiedoelstelling wordt in het BSD toegepast op het betreffende beleidsterrein.

3. Selectiecriteria

Om de selectiedoelstelling te bereiken worden de handelingen in het BSD gewaardeerd aan de hand van de onderstaande algemene selectiecriteria.

Algemene selectiecriteria

1.

Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.

2.

Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieronder valt ook het toetsen van en het toezien op beleid. Hieruit worden niet per se consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.

3.

Handelingen die betrekking hebben op verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren

Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.

4.

Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.

5.

Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt

Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.

6.

Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten

Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de Ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.

Naast de algemene criteria kunnen door de zorgdrager(s) en het Nationaal Archief, eveneens binnen het kader van de selectiedoelstelling, gezamenlijk beleidsterrein-specifieke criteria worden geformuleerd. Deze criteria worden doorlopend genummerd, waarbij wordt aangesloten bij de zes algemene criteria (dus vanaf 7).

Conform het Archiefbesluit 1995, art. 5, onder d 1° worden in het BSD de algemene criteria en eventuele beleidsterrein-specifieke criteria opgesomd om verantwoording te geven van de wijze waarop toepassing is gegeven aan het selectiebeleid.

Ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 kan neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.

4. Verslag vaststellingsprocedure

In november 2005 is het ontwerp-BSD door de Minister van Verkeer en Waterstaat, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC).

Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd.

Vanaf 1 februari 2007 lag de selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief. Tevens is de selectielijst beschikbaar gesteld via de website van het Nationaal Archief en de website van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.

Op 29 maart 2007 bracht de RvC advies uit (arc-2007.03635/7), hetwelk geen aanleiding heeft gegeven tot wijzigingen in de ontwerp-selectielijst.

Daarop werd het BSD op 19 april 2007 door de algemene rijksarchivaris, namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Projectdirecteur Project Wegwerken Archiefachterstanden (conform het convenant d.d. 30 mei 2006) namens de Minister van Verkeer en Waterstaat (C/S&A/07/1019) en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (C/S&A/07/1018), en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (C/S&A/07/1020) vastgesteld.

Leeswijzer

In de selectielijst zijn de handelingen uit het rapport Goed vervoerd geordend per actor, te beginnen bij de Minister van Verkeer en Waterstaat, de voornaamste actor op het beleidsterrein.

De gegevensblokken van het rapport institutioneel onderzoek (RIO) zijn in het BSD overgenomen. Ook de nummering uit het RIO is gehandhaafd. De doorlopende nummering in het RIO wordt, door de andere ordening (per actor) een verspringende nummering in het BSD. Handelingen die in het BSD bij meerdere actoren voorkomen hebben aan hun nummer een letter (a, b) toegevoegd gekregen, zo wordt duidelijk dat deze handeling ook door een andere actor is/wordt uitgevoerd. Het uitgangspunt is steeds geweest dat er een directe relatie moet worden gehandhaafd tussen het RIO en het BSD. Om ordening in de handelingen in het BSD te houden is de (sub)indeling uit het RIO overgenomen.

Uit de gegevensblokken is het item ‘actor’ weggelaten: deze is steeds aan het begin van de handelingenlijst van de betreffende actor opgenomen. Toegevoegd is het item ‘waardering’. Bij het product wordt steeds het eindproduct van de handeling genoemd, waarbij wordt aangetekend dat wordt verondersteld dat de neerslag van het gehele proces dat heeft geleid tot dat eindproduct bewaard moet blijven danwel (op termijn) vernietigd kan worden. Ook in gevallen waarbij geen eindproduct tot stand is gekomen, wordt de neerslag van de voorbereiding daartoe tot de handeling gerekend en dient deze bewaard of vernietigd te worden.

Door middel van de plaatsing van de letters B en V wordt een waardering gegeven voor het ‘Bewaren’ of ‘Vernietigen’ van de neerslag van die handeling. Bij de handelingen die met een B zijn gewaardeerd, wordt het selectiecriterium uit het schema van paragraaf 4.2 genoemd dat tot dat voorstel heeft geleid.

Bij handelingen die met V zijn gewaardeerd, wordt de termijn gegeven, waarna vernietiging van de documentaire neerslag kan plaatsvinden. De in de lijst genoemde termijnen worden, voor wat de zaaksgewijs geordende archiefbescheiden betreft, geacht in te gaan vanaf het moment dat het recentste document in het dossier is gevoegd.

De selectielijsten bestaan uit handelingenblokken. In onderstaande tabel wordt uiteengezet welke informatie in een handelingenblok te vinden is.

(X): Dit is het volgnummer van de handeling. Dit nummer is overgenomen uit het RIO.

Handeling: Dit is een complex van activiteiten die een actor verricht ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid.

In de praktijk komt een handeling meestal overeen met een procedure of een werkproces.

Bijvoorbeeld:

Het voorbereiden, coördineren en bepalen van het beleid inzake geluidshinder.

Periode: Hier staat het tijdvak vermeld gedurende welke jaren de handeling is verricht. Is geen specifiek beginjaar bekend dan wordt een beginjaar geschat, of 1945– genoemd. Wanneer er geen eindjaar staat vermeld wordt de handeling nog steeds uitgevoerd.

Grondslag: Dit is de wettelijke basis op grond waarvan de actor de handeling verricht, indien bekend,.Deze wordt op de volgende manier vermeld:

Bijvoorbeeld:

Subsidieregeling milieu- en energie-efficiency in het goederenvervoer (SMEG) 1996 Stcrt. 206, art. 2

Uitvoeringsbesluit Autovervoer Goederen (UAG) 1954, Stb. 6, sedertdien gewijzigd, ingetrokken 1988, Stb. 209 en vervangen door UAG 1988, Stb. 209, sedertdien gewijzigd en ingetrokken 1992 en Richtlijnen Goederenvervoer 1954, Stb. 24, ingetrokken 1988, Stb. 209

NB: Met vindplaats wordt de vermelding in het staatsblad of staatscourant bedoeld.

Wanneer er geen wettelijke grondslag voor een handeling bestaat, kan de bron (interne regelgeving, beleidsnota’s) worden genoemd waarin de betreffende handeling staat vermeld.

Product: Hier achter staat het product vermeld waarin de handeling resulteert of zou moeten resulteren.

Opsommingen geven een indicatie van de producten en zijn niet altijd uitputtend. Vaak wordt volstaan met een algemeen omschreven eindproduct.

Opmerking: Deze aanvullende informatie wordt slechts vermeld wanneer (een onderdeel van) het handelingenblok toelichting behoeft.

Waardering: Waardering van de handeling in B (bewaren) of V (vernietigen).

Indien vernietigen, dan vermelding van de vernietigingstermijn, zonodig aangevuld met een bewerkingsinstructie, bijvoorbeeld: ‘v 5 jaar na voltooiing project’.

Indien bewaren, dan vermelding van het gehanteerde selectiecriterium.

Eventueel een nadere toelichting op de waardering.

5. Actorenoverzicht

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de actoren die op het beleidsterrein goederenvervoer een rol spelen. De eerste paragraaf betreft de overheidsorganen die onder de werking van de Archiefwet 1995 vallen en waarvan in dit rapport handelingen zijn opgenomen. Het tweede deel bevat de belangrijkste niet-overheidsorganen: deze organisaties spelen wel een rol op het beleidsterrein, maar ressorteren niet onder de Archiefwet.

In het BSD zijn alleen handelingen opgenomen van landelijke overheidsactoren.

5.1. Overheidsorganen

5.1.1. Primaire zorgdrager

Onder verantwoordelijkheid van de Minister van Verkeer en Energie wordt in 1946 het nieuwe Directoraat-Generaal van het Verkeer (DGV) belast met de zorg voor het vervoer. Het Ministerie krijgt, na nog even als Ministerie voor het Verkeer door het leven te zijn gegaan, bij KB van 18 februari 1947 zijn huidige naam: Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Binnen DGV is de Afdeling Vervoersdiensten, vanaf 1951 Directie van het Verkeer geheten, de uitvoerende directie. Deze directie wordt in 1975 opgesplitst in een Directie Goederenvervoer en een Directie Personenvervoer.

De uitvoering van taken op het terrein van het goederenvervoer berust binnen het Ministerie bij verschillende uitvoerende diensten. De Rijksverkeersinspectie (RVI) is ingesteld in 1936 (Stb. 573). De ambtenaren van deze inspectie hebben opsporingsbevoegdheid inzake strafbare feiten uit de vervoerswetgevingen. Naast deze strafrechtelijke handhavingstaak is de RVI sinds 1945 belast met tal van uitvoerende taken waaronder het beheer van schippersbeurzen. De Directeur-Generaal/Inspecteur-Generaal van het Verkeer staat aan het hoofd van de Rijksverkeersinspectie. De Directeur-/Inspecteur-Generaal is belast met verschillende taken op het gebied van vergunningsverlening en inschrijving, zoals tijdelijke vergunningsverlening in bijzondere gevallen. De Rijks(hoofd)inspecteur van het Verkeer is het hoofd van een district van de Rijksverkeersinspectie volgens de voor het goederenvervoer geldende districtsindeling. Het begin van het Korps Controleurs Gevaarlijke Stoffen (KCGS) ligt in het KB van 1 juni 1886 (Stb. 39). De aanvankelijke naam is Korps Geleiders Ontplofbare Stoffen. In feite is dit ook de belangrijkste taak tot 1957. Door het in werking treden van het Reglement Vervoer Benzine wordt meer aandacht besteed aan het vervoer van licht ontvlambare stoffen. Per 1 januari 1962 krijgt het korps de naam KCGS. In de jaren zeventig wordt de taak steeds meer uitgebreid. In 1992 wordt het korps geïncorporeerd in de Rijksverkeersinspectie. De Scheepvaartinspectie houdt zich bezig met de handhaving van de regelgeving met betrekking tot veiligheid en milieuvriendelijkheid van de scheepvaart en toezicht op arbeids- en leefomstandigheden van bemanningen. De Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) is belast met de registratie van voertuigen, zoals de uitgifte van rijbewijzen en het keuren of laten keuren van voertuigen of onderdelen van voertuigen en de daarmee samenhangende uitgifte van keuringscertificaten. Sinds 1 juli 1996 is de RDW een zelfstandig bestuursorgaan (Zie hiervoor: De heilige koe geboekstaafd. Een institutioneel onderzoek naar het handelen van de Rijksdienst voor het Wegverkeer, 1951–1994, PIVOT rapport 18, Den Haag 1994; Het blik waardig keuren. Een institutioneel onderzoek naar het takenpakket van de RDW Centrum voor voertuigtechniek en informatie, 1996–, Zoetermeer/Leidschendam 1998.

5.1.2. Actoren die vallen onder archiefverantwoordelijkheid van de primaire zorgdrager

Dit college, dat op 31 maart 1966 geïnstalleerd wordt door de voorzitter van de CVV, heeft tot taak het adviseren van de CVV inzake de vraag of een schip, dat bestemd is voor de wilde vaart, wezenlijk bijdraagt aan de modernisering van het vlootbestand. De achtergrond van deze advisering is de tijdelijke stopzetting van de verlening van vergunningen ex art. 32 WGB (wilde vaart). Het adviescollege wordt gevormd door het georganiseerde bedrijfsleven. Het college wordt in 1977 op eigen verzoek opgeheven in de overtuiging dat de eisen op basis waarvan een beoordeling van een schip plaatsvindt duidelijk en algemeen bekend zijn.

Dit adviescollege is ingesteld bij Ministeriële regeling op 8 september 1995 (Stcrt. 186) en heeft als taak advies uit te brengen aan de Minister omtrent aanvragen tot deelneming aan de Regeling Telematicatoepassingen in het goederenvervoer over weg, rail of water. Tot 1992 droeg dit college de naam Adviescollege Demonstratieprogramma telematicatoepassingen in het goederenvervoer. Het was een niet ambtelijk adviescollege.

Deze commissie, ingesteld bij de Wet Autovervoer Goederen van 4 augustus 1951 (Stb. 342), heeft tot taak het adviseren in enerzijds alle vraagstukken van algemene aard betreffende het vervoer van goederen met vrachtauto’s en binnenvaartschepen en – in relatie daarmee – van goederen per spoor, en anderzijds bij beslissingen tot wijziging of intrekking in het algemeen bij vervoersbelang van een vergunning voor geregeld vervoer. De commissie heeft een onafhankelijke voorzitter, het secretariaat berust bij DGV.

Deze commissie is ingesteld krachtens de Wet Sloopregeling Binnenvaart (Stb. 1976, 411), bij Ministeriële beschikking van 6 juni 1977 (Stcrt. 1977, 170), gewijzigd bij wet van 9 mei 1985 (Stb. 1985, 296) en beschikking van 28 januari 1986 (Stb. 1986, 29). De commissie heeft tot taak het adviseren van de Minister over vraagstukken van algemene aard, die verband houden met de uitvoering van de Wet Sloopregeling Binnenvaart, zoals:

DGV voert het secretariaat van deze commissie.

De Commissie Van Duursen heeft in opdracht van de Minister van Verkeer en Waterstaat in 1993 een actieplan opgesteld ter bevordering van het internationale, met name intermodale vervoer per binnenschip. Uitgangspunt is dat het initiatief voor uitvoering bij de bedrijfstak ligt en dat de overheid via stimulering zal ondersteunen.

De adviesdienst Verkeer en Vervoer is ontstaan in 1993 als gevolg van de reorganisatie binnen het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. De dienst heeft als taak het bevorderen van de bereikbaarheid en leefbaarheid in relatie met het verkeers- en vervoerbeleid door het uitbrengen van integrale adviezen en het leveren van informatie aan Ministeries, andere overheden en belangenorganisaties.

Deze beroepscommissie, ingesteld bij de WAG 1954 en opgeheven in 1984, heeft tot taak het adviseren van de Minister inzake beroepen, ingediend tegen op grond van de WAG genomen beschikkingen. De commissie bestaat uit ten minste 3 leden, die door de Kroon voor ten hoogste 5 jaar worden benoemd. De Kroon wijst uit hun midden tevens een voorzitter aan.

Deze beroepscommissie heeft tot taak het adviseren van de Minister inzake beroepen, ingediend tegen op grond van de WGB genomen beschikkingen. De commissie bestaat uit ten minste 3 leden, die door de Kroon voor ten hoogste 5 jaar worden benoemd. De Kroon wijst uit hun midden tevens een voorzitter aan.

De bevrachtingscommissie is ingesteld bij beschikking van 8 februari 1954 (Stcrt. 28 en 31), sedertdien gewijzigd, en bij de inwerkingtreding van de Wvb in 1992 opgeheven.

De commissie heeft tot taak het gevraagd en ongevraagd adviseren van de Minister, de directeur-generaal voor het Vervoer, de inspecteur-generaal van het Verkeer of de rijksinspecteur omtrent:

Dit advieslichaam, ingesteld bij de WGS 1963 (Stb. 313) is een niet zelfstandig conglomeraat van drie rechtstreeks adviserende commissies:

Vaste Coördinatiecommissie. De commissie heeft als taak de Minister te adviseren inzake de coördinatie van aangelegenheden betreffende het vervoer van gevaarlijke stoffen

Vaste Commissie voor Vervoersaangelegenheden. Deze commissie heeft als taak de Minister te adviseren inzake belangenkwesties betreffende het vervoer van gevaarlijke stoffen

Vaste Commissie Juridische Aangelegenheden. Deze commissie heeft als taak de Minister te adviseren inzake juridische aangelegenheden betreffende het vervoer van gevaarlijke stoffen

Eventueel kunnen andere commissies worden toegevoegd, hetzij voor het vervoer van gevaarlijke stoffen of groepen van zodanige stoffen. Het Centraal advieslichaam heeft als taak het in onderling overleg van de commissies adviseren op het gebied van het vervoer van gevaarlijke stoffen

Dit college, ingesteld bij de WAG 1951, zoals gewijzigd bij wet van 8 juni 1977 (Stb. 354) heeft tot 1992 tot taak het onderzoeken van klachten van belanghebbenden m.b.t. de nakoming van arbeidsvoorwaarden door de ondernemer en het adviseren hierover aan de CVW.

Deze commissie, in 1954 bij beschikking ingesteld, heeft tot taak het op verzoek van de Minister geven van advies omtrent de geschiktheid van een persoon of vennootschap als scheepsbevrachter. In 1988 wijzigt de taak in het afgeven van verklaringen ten bewijs van geschiktheid als scheepsbevrachter.

In 1993 ontstaat in een binnenvaartconflict tussen partijen in het Noord-Zuid-vervoer dat leidt tot schippersacties. Professor Albeda wordt gevraagd te bemiddelen. De Commissie-Albeda adviseert enerzijds de Noord-Zuid-markt tijdelijk te beschermen met behulp van een wettelijke toerbeurtregeling, stelt anderzijds flankerend- en stimulerend beleid voor. Het adviesrapport van de commissie, Rapportage Bemiddeling Conflict Binnenvaart, ligt aan de basis van de wet Tijdelijke wet vrachtverdeling Noord-Zuidvervoer (1995, Stb. 590).

Deze op 27 juni 1979 ingestelde commissie bestaat uit vertegenwoordigers van V&W, de NS en Financiën. De commissie heeft tot taak het formuleren van definitieve onderzoeksopdrachten uitgaande van een ontwerpschema (kamerstuk 15508), het doen van een voorstel m.b.t. de keuze van de in te schakelen adviesbureaus en het begeleiden van onderzoeken.

Deze commissie is ingesteld bij beschikking (Stcrt. 1975, 252) na de blokkades in 1975 en heeft tot taak het zowel gevraagd als ongevraagd adviseren over maatregelen, die moeten worden genomen om te komen tot gezondmaking van het vervoer van droge lading in de binnenvaart, en daarbij met name aandacht te besteden aan de verbetering van de inkomenspositie van de individuele schipper. In de commissie hebben zowel werknemers als werkgevers zitting. DGV voert het secretariaat van deze commissie, die een werkgroep Evenredige Vrachtverdeling kent. In 1986 wordt de commissie opgeheven.

Ingesteld bij beschikking van 29 oktober 1985 (Stcrt. 1986, 19). Deze commissie richt zich op de rubricering van de volgende gevaarlijke stoffen behorend tot de zogenaamde open klassen: brandbare vloeistoffen, brandbare vaste stoffen, oxyderend werkende stoffen, giftige stoffen en bijtende stoffen. Ook heeft deze commissie zich uit te spreken over de wijze van verpakking en over het vervoer in tanks van deze stoffen. Vanaf 1992 ( Stb. 146) kent de commissie een andere naam: Commissie rubricering voor de indeling van gevaarlijke stoffen (1992–1995).

De PVC, de Commissie rubricering nieuwe gevaarlijke stoffen van de open klassen en de Commissie rubricering nieuwe vergiftige en bijtende stoffen zijn alledrie onderdeel van een groter geheel dat onder zorgdragerschap van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat valt.

Deze commissie is ingesteld bij beschikking van 10 december 1969 (Stcrt. 245). De commissie heeft als taak de Minister te adviseren omtrent de rubricering van vergiftige en bijtende stoffen in de bij de wet onderscheiden categorieën.

De PVC, de Commissie rubricering nieuwe gevaarlijke stoffen van de open klassen en de Commissie rubricering nieuwe vergiftige en bijtende zijn alledrie onderdeel van een groter geheel dat onder zorgdragerschap van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat valt.

In het kader van het tot stand brengen van een geliberaliseerde markt wordt met de Tijdelijke wet vrachtverdeling Noord-Zuid-vervoer per 1 januari 1996 het vervoer via de binnenvaart naar België en Frankrijk onder het wettelijke toerbeurtsysteem gebracht. In het kader van de vrachtverdeling is er een Commissie van onafhankelijke deskundigen, die door de Minister wordt gehoord alvorens hij besluit tot goedkeuring van ontwerp-overeenkomsten voor bepaalde vormen van Noord-Zuid-vervoer met afwijkende tarieven en voorwaarden. De Minister van Verkeer en Waterstaat benoemt drie leden en drie plaatsvervangende leden van de commissie, keurt het reglement en de begroting goed.

De CVG is ingevolge de WGB en WAG sinds 1954 belast met de vergunningsverlening voor zowel het goederenvervoer over de weg als te water binnen de landsgrenzen. Bij wet van 9 april 1959 (Stb. 143) wordt deze commissie samengevoegd met de Commissie Vergunningen Personenvervoer tot de Commissie Vervoervergunningen (CVV). Deze commissie houdt zitting in Den Haag.

Deze commissie, ingesteld bij de WAG 1951, zoals gewijzigd bij de wet van 11 december 1986 (Stb. 735), is dientengevolge sinds 1988 belast met de vergunningsverlening. De commissie neemt haar beschikkingen in overeenstemming met het beleid, zoals dat door de Raad voor het Vergunningsbeleid in het Wegvervoer is vastgesteld. De leden van de Raad, die niet op voordracht van de belangenorganisaties worden benoemd, vormen de Commissie Vergunningen Wegvervoer. De Minister wijst de voorzitter aan, die tevens voorzitter van de Raad is.

In 1992 wordt de CVW vervolgens samengevoegd met de Commissie Grensoverschrijdend Beroepsgoederenvervoer in de Stichting Nationale en Internationale Wegvervoerorganisatie.

De instelling van deze commissie in 1959, krachtens art. 10 van de Wet Autovervoer Personen, betekent de samenvoeging van de Commissie Vergunningen Goederenvervoer en de Commissie Vergunningen Personenvervoer. De CVV verstrekt vergunningen zowel voor het interlokale personenvervoer als voor het goederenvervoer over de weg en te water binnen de landsgrenzen. Vanaf 1988 tot 1992 heeft de commissie, ingesteld krachtens art. 6a van de WGB alleen nog de taak van vergunningsverlening voor het goederenvervoer te water. Daarna neemt de RVI deze taak over.

De districtsadviescommissies hebben tot taak het adviseren van de betrokken Rijksinspecteur. Deze commissies bestaan uit 16, respectievelijk 6 leden, die voor ten hoogste 5 jaar worden benoemd door de door de Minister aan te wijzen organisaties van ondernemers en werknemers. Het betreft niet alleen organisaties op het gebied van het vervoer met binnenschepen, maar ook met vrachtauto’s, opdat beide concurrerende belangen zijn vertegenwoordigd. In 1988 worden de bevoegdheden van de Rijksinspecteur m.b.t. de inschrijving van eigen vervoer met vrachtauto’s overgedragen aan de SIEV. Vanaf nu bestaat elke districtsadviescommissie voor het eigen vervoer uit drie leden, te benoemen door organisaties op het gebied van vervoer met binnenschepen. Iedere commissie wijst uit haar midden een voorzitter aan en de Minister voegt aan iedere commissie een ambtenaar van de RVI toe als secretaris.

Van 1954 tot 1981 heeft ieder district van de Rijksverkeersinspectie een districts-noteringscommissie, met als belangrijkste taak het bepalen van de feitelijke tarieven binnen de door de Minister vastgelegde marges. In 1981 is een deel van de taken van deze commissie overgenomen door de bevrachtingscommissie.

Deze commissie is ingesteld bij Stcrt. 1983, 207. De commissie heeft als taak het bepalen van het Nederlandse standpunt in internationaal en nationaal verband terzake van verpakkingen van gevaarlijke stoffen voor alle manieren van transport.

De PVC, de Commissie rubricering nieuwe gevaarlijke stoffen van de open klassen en de Commissie rubricering nieuwe vergiftige en bijtende zijn alledrie onderdeel van een groter geheel dat onder zorgdragerschap van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat valt.

Per 1 oktober 1992 is het Permanent Overlegorgaan Goederenvervoer (OGV), als onderdeel van een nieuwe advies- en overlegstructuur, in het leven geroepen. Het OGV bestaat uit een aantal deelorganen, die ieder op hun eigen terrein geïnstitutionaliseerd overleg met belanghebbende instanties hebben over met name operationele beleidsvoornemens.

In 1988 krijgt de Raad voor het Vergunningenbeleid in het Wegvervoer, gevestigd te Den Haag, als taak het verder uitwerken van het te voeren beleid m.b.t. het verlenen van vergunningen. De (plaatsvervangende) leden en de voorzitter van de Raad worden benoemd door de Minister. De benoeming van een aantal van deze leden geschiedt op voordracht van de organisaties, welke de onderscheiden belangen vertegenwoordigen betreffende het vervoer van goederen met vrachtauto’s. De Minister wordt door één of meerdere ambtenaren vertegenwoordigd, die als deskundigen optreden.

De Raad is ingesteld bij wet van 2 maart 1992 (Stb. 146). De Raad adviseert over zowel de hoofdlijnen als de onderdelen van het beleid inzake verkeer en waterstaat.

Deze stichting, sinds 1992 Stichting Bureau Examens voor het Beroepsvervoer geheten, heeft sinds 1948 tot taak het organiseren van examens voor vakdiploma’s voor ondernemers in het beroepsvervoer. De SBE is een zelfstandig bestuursorgaan met een privaatrechtelijke basis ingesteld. De stichting is opgericht bij notariële akte dd. 30 juli 1947. De wettelijke grondslag van de taken van de SBE is te vinden in een aantal wetten op het gebied van (beroeps)goederenvervoer.

De SIEV is opgericht op 13 februari 1954 en sindsdien belast met de inschrijving van het eigen vervoer, ook met betrekking tot het grensoverschrijdend eigen vervoer. De SIEV is een zelfstandig bestuursorgaan met een privaatrechtelijke basis ingesteld in het Besluit aanwijzing stichting NIWO en stichting SIEV (Stb. 1992, 496). Met de inwerkingtreding van de Wgw op 1 mei 1992 is het taken pakket van de SIEV gewijzigd.

Het Koninklijk Onderwijsfonds voor de Scheepvaart (KOFS, opgericht in 1921, was tot aan de fusie met de Stichting tot bevordering van het Leerlingwezen Haven- en vervoerbedrijf (SLHV) en de Stichting Leerlingstelsel Wegvervoer (SLW) vrijwel het enige instituut in Nederland dat zich bezig hield met onderwijs voor de Rijn- en Binnenvaart.

De stichting had tot taak het bevorderen van het onderwijs voor de scheepvaart. De stichting heeft ook de auspiciën over het examen voor het Vakdiploma Ondernemer in de Binnenvaart. De stichting was een zelfstandig bestuursorgaan. Primaire toezichthouder op de KOFS was de Minister van Verkeer en Waterstaat.

In 1951 heeft het KOFS een reglement opgesteld voor het verkrijgen van diploma’s, zowel voor de binnenlandse als voor de Rijnvaart.

Door de fusie ontstond op 1 juni 1995 de Stichting Landelijk Orgaan van het Beroepsonderwijs Transport en Logistiek. Op deze datum kwam een einde aan 74 jaar binnenvaartonderwijs door het KOF. Ondanks de hoge leeftijd was er nog veel belangstelling voor het aloude KOF.

Tot 2004 ontving het KOFS subsidie van OCW. Per 1 januari 2004 is het fonds ondergebracht bij de Stichting Beroepsopleidingen Transport en Logistiek.

Per 1 januari 2004 is het fonds ondergebracht bij het CBR, afdeling CCV.

Sinds 1 juli 2005 is de KOFS een lege stichting. De stichting is niet opgeheven.

Het KOFS heeft zelf een BSD opgesteld voor de periode 1996–. Daarom lopen de handelingen van het KOFS in dit BSD maar tot 1996.

Stichting Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie (voorheen Stichting Nederlandsche Internationale Wegvervoer Organisatie/Commissie Grensoverschrijdend Beroepsgoederenvervoer) (NIWO) (1945–1954)

De stichting Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie (NIWO) is een privaatrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan opgericht bij notariële akte van 1946. Sinds 1954 is de Commissie Grensoverschrijdend Beroepsgoederenvervoer van de NIWO belast met de vergunningsverlening voor het grensoverschrijdende beroepsvervoer. Met de inwerkingtreding van de Wgw op 1 mei 1992 ging deze ‘oude’ NIWO samen met de Commissie Vergunningen Wegvervoer op in een ‘nieuwe’ NIWO. De vergunningsverlening voor zowel het binnenlandse als het grensoverschrijdende beroepsvervoer werd geattribueerd aan dit zelfstandig bestuursorgaan.

Ingevolge de WAG 1951 en UAG 1954 is een tuchtcollege voor het grensoverschrijdend vervoer ingesteld. Dit driekoppige tuchtcollege ex art. 3 wordt door de Kroon benoemd en is belast met toezicht en handhaving inzake het grensoverschrijdende vervoer.

Deze commissie wordt ingesteld bij KB van 29 september 1992 (Stb. 503). Ze is verantwoordelijk voor het voorbereiden van adviezen van de Raad voor Verkeer en Waterstaat die betrekking hebben op het beleid inzake het vervoer van goederen.

De Voorlopige Raad voor het Vervoer, ingesteld bij Besluit van 2 januari 1987 (Stb. 26) fungeerde van 1987 tot 1991 als voorloper van de Raad voor Verkeer en Waterstaat. Deze voorlopige raad had tot taak het adviseren van de Minister over het beleid inzake het vervoer, het adviseren van de Tweede Kamer inzake initiatiefvoorstellen van wet en de Voorlopige Raad voor Verkeer en Waterstaat inzake de herziening van de adviesstructuur, en het coördineren van adviezen van andere adviescommissies op dit terrein.

5.1.3. Secundaire zorgdragers

De Minister van Economische Zaken heeft verantwoordelijkheden op het gebied van versterking van de Nederlandse economische structuur en de verbetering van de concurrentiepositie bedrijfsleven.

Aangezien dit BSD niet wordt vastgesteld voor deze Minister, zijn de handelingen van deze actoren niet in het BSD opgenomen.

Deze commissie functioneerde voor de Minister van Economische Zaken gedurende de jaren vijftig voor technische adviezen op het terrein van (aardgas)transportleidingen.

De interdepartementale Planologische werkcommissie (PWC) is ingesteld door de Minister van Economische Zaken (beschikking 664/55 van 31 januari 1964). De Ministeries van Economische Zaken, Defensie, Landbouw, VROM en Verkeer en Waterstaat zijn hierin vertegenwoordigd. Ten behoeve van de aanleg van buisleidingen moet een procedure van concessieverlening en een hierop gebaseerde procedure van tracévaststelling worden doorlopen. Bij beide procedures is de PWC nauw betrokken (advisering en besluitvorming). Parallel aan de concessieverlening en tracévaststelling moet in bepaalde gevallen een milieu-effectrapportage opgesteld worden. De PWC geeft richtlijnen voor het opstellen van het milieu-effectrapport en beoordeelt de inhoud hiervan.

Als agentschap van het Ministerie van Economische Zaken voert Senter opdrachten en programma’s uit van het Ministerie van Economische Zaken en andere Ministeries en overheden, die aanzetten tot vernieuwing om zo de concurrentiekracht van het Nederlandse bedrijfsleven te vergroten en een duurzame ontwikkeling te bevorderen.

De NOVEM is een besloten vennootschap (1976) dat in opdracht van de Minister van Economische Zaken ondermeer bestuurstaken verricht. Deze publieke taken worden jaarlijks opgedragen in de vorm van overeenkomsten en betreffen de uitvoering van een aantal subsidieregelingen op het gebied van energiebesparing en duurzame energie. Op het beleidsterrein goederenvervoer treedt de NOVEM ondermeer op als programmabeheerder, zoals het project Transactie.

Deze Minister speelt een kleine rol ten aanzien van opleidingen in de binnenvaart. Ten aanzien van onderwijs (lageronderwijs, hogeronderwijs, wetenschappelijk onderwijs, beroepsonderwijs) zijn door dit Ministerie aparte selectielijsten opgesteld.

Deze Minister vervult op het beleidsterrein een rol ten aanzien van naleving van arbeidsvoorwaarden, werk- en rusttijden, ed. Deze beleidsterreinen zijn uitgebreider beschreven in onderzoeken bij het betreffende Ministerie zelf (zie: Ter bevordering van menswaardige arbeid. Een institutioneel onderzoek op het beleidsterrein arbeidsomstandigheden 1940–1993, PIVOT rapport 24 en Het verdiende loon. Een institutioneel onderzoek op het terrein van inkomens- en arbeidsvoorwaardenbeleid 1940-1994, PIVOT rapport 47). Daarom zijn de handelingen van deze Minister niet het voorliggende BSD opgenomen.

Het Ministerie van VROM is eerst verantwoordelijk voor het milieubeleid. Het houdt zich ondermeer bezig met het terugdringen van het gebruik van vrachtauto’s om zo de uitstoot van milieubelastende gassen en deeltjes te beperken.

De handeling van deze Minister is niet het BSD opgenomen, omdat ze gedekt wordt door een algemene handeling uit een eigen BSD.

Bij bezwaren tegen beschikkingen op bepaalde wetten konden deze aanhangig worden gemaakt bij de rechter.

Voor de handelingen van deze actor wordt verwezen naar de selectielijst voor de rechterlijke macht (Stcrt. 2003/11), op basis van RIO 124.

Bij dit college kan sinds 1983 tegen beschikkingen genomen op grond van de WGB of de daarop rustende bepalingen, door degene, die rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen, beroep worden ingesteld. Het CBB wordt als enige beroepsinstantie tegen beschikkingen aangewezen.

Door de SER is, bij besluit van 25 juni 1971, de commissie Vervoersvraagstukken ingesteld. Hierin hebben vertegenwoordigers van de belangenorganisaties van de verschillende vervoerstakken, een aantal onafhankelijke leden en een viertal ambtelijke vertegenwoordigers zitting. De commissie heeft tot taak het zelfstandig adviseren, of het voorbereiden van adviezen van de SER inzake vervoersvraagstukken, in het bijzonder van internationale aard. De commissie heeft zich in toenemende mate gespecialiseerd in adviezen over EG-richtlijnen en -verordeningen en over rapporten over het (goederen)vervoer die door de EG zijn uitgebracht.

De SER beschikt over een eigen selectielijst (Stcrt. 1999, 216), gebaseerd op RIO 58.

5.2. Branche- en andere organisaties

Hieronder is een aantal van de belangrijkste niet-overheidsorganen opgenomen die een rol spelen op het beleidsterrein goederenvervoer. Zij ressorteren niet onder de Archiefwet en zijn derhalve niet verplicht hun archieven op orde te brengen conform de eisen van de Archiefwet.

De EVO is de werkgeversorganisatie in het eigen vervoer van goederen over de weg.

Het BIG heeft tot doel het promoten van de pijpleiding als transportmiddel en beoogt daarbij een platform te bieden aan allen die specifiek betrokken zijn bij lange afstand transportleidingen

Het CBRB is de grootste werkgevers- en ondernemersorganisatie in de binnenvaart in Nederland. De leden van het CBRB zijn prominent vertegenwoordigd in alle belangrijke deelsectoren van de binnenvaart, zowel op het niveau van de vervoerder als dat van vervoersorganisator. Ook kent het CBRB een omvangrijk netwerk van geassocieerde leden die betrokken zijn bij de bedrijfstak binnenvaart. Het doel van de CBRB is versterking van de positie van de aangesloten binnenvaartondernemingen en van de binnenvaart.

De Christelijke Bond van Ondernemers in de Binnenvaart heeft een protestants-christelijke grondslag en tracht mede vanuit die specifieke visie de belangen van het gezinsbedrijf te vertegenwoordigen.

De commissie wordt ingesteld in april 1991 met als opdracht rapport uit te brengen over het in Nederland te creëren netwerk van terminals dat voor geldelijke steun door de Rijksoverheid in aanmerking komt. De commissie brengt rapport uit in december 1991. Het secretariaat wordt gevoerd door Nederland Distributieland.

Commissie Van der Plas

De commissie werd op 18 april 1989 ingesteld en kende vertegenwoordigers uit bedrijfsleven en (semi)overheid. Voorzitter Van der Plas was van Philips. Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat was ook in de commissie vertegenwoordigd. De commissie diende de strategische mogelijkheden van het goederenvervoer per spoor te onderzoeken. Eind tachtiger jaren wordt het goederenvervoer per spoor geherwaardeerd. Onder meer op basis van het rapport van de Commissie Van der Plas kiezen overheid en NS voor een groeistrategie van het goederenvervoer per spoor (bijvoorbeeld Rail 21 Cargo).

De schippersvereniging behartigt namens de beroepsbinnenvaart de belangen op het gebied van nautisch-technische zaken en de natte infrastructuur voor de binnenvaart.

Het KNV (voorheen: KNVTO: Koninklijke Nederlandse Vereniging van Transport Ondernemingen) is de derde werkgeversorganisatie in het beroepsgoederenvervoer over de weg.

NOB Wegtransport is de grootste werkgeversorganisatie in het beroepsgoederenvervoer over de weg.

De stichting en vereniging NDL is in 1987 opgericht en streeft naar verbetering van de internationale concurrentiekracht en marktpositie van Nederland als transport- en distributieland.

De ONS wordt in 1975 opgericht naar aanleiding van de onrust in de sector als gevolg van het voorstel to afschaffing van het stelsel van EV. De binnenvaartschippers komen in actie voor het behoud van de beurs.

Deze stichting is een privaatrechtelijke rechtspersoon en wordt bij notariële akte van 21 december 1978 opgericht. Doel van de stichting is het aanleggen, inrichten, onderhouden en beheren van de buisleidingenstraat van Rotterdam naar Antwerpen. Tegen vergoeding verleent de stichting aan derden het recht in deze straat buisleidingen aan te leggen en te beheren

TLN is een ondernemersorganisatie voor ondernemers niet alleen in het goederenvervoer over de weg, maar in de transportsector ofwel het beroepsgoederenvervoer.

Het doel van deze verenigingen is de behartiging van de belangen van bedrijven, die onafhankelijk diensten verlenen op het gebied van expeditie en logistiek in het algemeen en die van haar leden in het bijzonder.

De VELIN behartigt sinds haar oprichting in 1978 de belangen van haar leden ten aanzien van hun pijpleidingen met toebehoren binnen Nederland en het Nederlandse deel van het continentale plat. De VELIN heeft circa 20 leden.

CNV BedrijvenBond is de grootste CNV bond en vertegenwoordigt werknemers in onder meer de industrie-, vervoer- en voedingssectoren. De CNV BedrijvenBond heeft 23 vakgroepen, o.a. voor het Beroepsgoederenvervoer en voor de Rijn- en binnenvaart.

De FNV bestaat uit 16 zelfstandige vakbonden, die werkzaam zijn in bijna alle sectoren van onze maatschappij. Zij werken samen binnen de overkoepelende vakcentrale.

Na NOB Wegtransport is Wegvervoer Christelijke Vervoerders Organisatie de tweede werkgeversorganisatie in het beroepsgoederenvervoer over de weg.

6. Selectielijst

De lijst heeft geen betrekking op archiefbescheiden inzake de interne beheertaken van de actoren. Hiervoor dient een aparte lijst te worden vervaardigd. Activiteiten van ambtelijke commissies, werkgroepen of overlegverbanden, ingesteld ter voorbereiding of uitvoering van enige handeling, worden geacht onder die handeling te zijn begrepen.

6.1. Selectielijst voor de zorgdrager Minister van Verkeer en Waterstaat

6.1.1. Actor: Minister van Verkeer en Waterstaat

6.1.1.1. Algemene handelingen

Handeling: Het verstrekken en verkrijgen van periodieke gegevens aan/van andere (internationale) organisaties en samenwerkingsverbanden.

Periode: 1945–

Waardering V 5 jaar

Handeling: Het opstellen van subsidieregelingen.

Periode: 1945–

Product: Regelingen

Waardering V 10 jaar na intrekken regeling

Handeling: Het uitvoeren van controle op subsidies die zijn verleend op grond van subsidieregelingen.

Periode: 1945–

Product: Beschikkingen

Waardering V 10 jaar

Handeling: Het mede opzetten, financieren en evalueren van experimenten ter stimulering van nieuwe voorzieningen.

Periode: 1975–

Waardering B5

Handeling: Het verwerven van EG-bijdragen.

Periode: 1957–

Waardering V 10 jaar

Handeling Het (via Ministeriële regelingen) stellen van regels om te kunnen onderzoeken of bepaalde ontwikkelingen in belangrijke mate kunnen bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen van het beleid.

Periode 1945–

Waardering B 5

Handeling: Het instellen van en toezicht houden op het NIWO en SIEV

Periode: 1945–

Waardering: B 4: instelling

V 10 jaar: toezicht

Handeling: Het voorbereiden van, deelnemen aan en rapporteren over vergaderingen en bijeenkomsten van commissies en werkgroepen waarvan het voorzitterschap en/of secretariaat berust bij het departement.

Periode: 1945–

Product: agenda’s, verslagen

Waardering: B 5

Handeling: Het voorbereiden van, deelnemen aan en rapporteren over vergaderingen en bijeenkomsten van commissies en werkgroepen waarvan het voorzitterschap en/of secretariaat niet berust bij het departement.

Periode: 1945–

Product: Verslagen

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het voeren van geregeld algemeen overleg met het IPO, de VNG, de Unie van Waterschappen en andere overheden.

Periode: 1945–

Product:

Waardering: B5: verslagen

V 10 jaar: rest

Handeling: Het instellen van commissies op het terrein goederenvervoer

Periode: 1997–

Bron: Wet adviescolleges 1997

Waardering: B 4

Handeling: Het aanwijzen van organisaties die leden voor commissies kunnen aandragen

Periode: 1945–

Opmerking Deze handeling mag alleen voor selectie worden gebruikt indien er niet een meer specifieke handeling bestaat, zoals 312, 385, 407 en 424.

Waardering: V 5 jaar na intrekking aanwijzing

Handeling: Het benoemen van leden van commissies op het terrein goederenvervoer

Periode: 1945–

Opmerking Deze handeling mag alleen voor selectie worden gebruikt indien er niet een meer specifieke handeling bestaat, zoals 79, 80, 84, 91, 109, 112, 115, 263b, 264, 270, 309, 313, 386, 408. 425, 427 en 458.

Waardering: V 10 jaar na einde benoeming

6.1.1.1.1. Algemene handelingen met betrekking tot uitvoering

Handeling: Het verlenen van vergunningen

Periode: 1945–

Opmerking Deze handeling mag alleen voor selectie worden gebruikt indien er niet een meer specifieke handeling bestaat, zoals 87, 88, 156b, 158b, 159b 167, 169, 170, 171, 172, 175, 206, 207, 208, 211, 268a en b, 282, 308, 316, 334b, 338b, 339a en b, 341, 351, 356, 374, 375, 376, 377, 378, 390, 550, 552, 674, 676, 678, 679

Waardering: V 10 jaar na intrekking vergunning

Handeling: Het vaststellen van diverse modellen

Periode: 1945–

Opmerking Deze handeling mag alleen voor selectie worden gebruikt indien er niet een meer specifieke handeling bestaat, zoals 10, 45, 129, 139, 151, 155, 181, 205, 217, 327, 332, 346, 394, 418, 433, 473, 675, 677, 709, 719, 723, 738.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het verlenen van concessies

Periode: 1945–

Opmerking Deze handeling mag alleen voor selectie worden gebruikt indien er niet een meer specifieke handeling bestaat, zoals 550.

Waardering: V 10 jaar na intrekken concessie

Handeling: Het verrichten van keuringen

Periode: 1945–

Opmerking Deze handeling mag alleen voor selectie worden gebruikt indien er niet een meer specifieke handeling bestaat, zoals 703, 708, 710, 713, 715, 716, 717, 718, 720, 722, 735

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het opstellen van voorwaarden voor keuringen

Periode: 1945–

Opmerking Deze handeling mag alleen voor selectie worden gebruikt indien er niet een meer specifieke handeling bestaat, zoals 707.

Waardering: B 5

Handeling: Het vaststellen van diverse tarieven.

Periode: 1945–

Opmerking Deze handeling mag alleen voor selectie worden gebruikt indien er niet een meer specifieke handeling bestaat, zoals 143, 448, 453, 561 en 688.

Waardering: V 5 jaar na wijziging

Handeling: Het opstellen van eisen voor vakbekwaamheid

Periode: 1945–

Opmerking Deze handeling mag alleen voor selectie worden gebruikt indien er niet een meer specifieke handeling bestaat, zoals 85 en 86.

Waardering: B 5

Handeling: Het afgeven van vakbekwaamheidcertificaten

Periode: 1945–

Opmerking Deze handeling mag alleen voor selectie worden gebruikt indien er niet een meer specifieke handeling bestaat, zoals 445, 731, 732, 734.

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het opstellen van eisen voor opleidingen en het (laten) verzorgen van opleidingen

Periode: 1945–

Waardering: B 5: eisen

V 10 jaar: rest

Handeling: het onderzoeken van conflicten/arbeidsonrust op het beleidsterrein goederenvervoer

Periode: 1945–

Waardering: B5

6.1.1.1.2. Ontwikkelingen in het goederenvervoer sinds 1945

Handeling: Het voorbereiden, (mede)vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid inzake het goederenvervoer.

Periode: 1945–

Product: nota’s, notities, rapporten, adviezen, evaluaties

Opmerking: Onder deze handeling valt ook:

– het voeren van overleg met andere Ministers en vertegenwoordigers van uitvoeringsorganen over aangelegenheden betreffende individueel personenvervoer

– het voorbereiden van een standpunt ter inbrenging in de Ministerraadsvergaderingen.

– het leveren van bijdragen aan het overleg en het voeren van overleg met het Staatshoofd

– het voorbereiden van de Memorie van Toelichting op de Rijksbegroting

– het leveren van commentaar op de rechts- en doelmatigheidscontroles van de Algemene Rekenkamer

– het aan een externe adviescommissie verzoeken om advies

– het informeren van het Kabinet van de Koningin over ontwikkelingen

Bron: –

Waardering: B1

Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen betreffende het goederenvervoer.

Periode: 1945–

Product: verslagen

Bron: –

Waardering: B3

Handeling: Het voorbereiden van, deelnemen aan en rapporteren over vergaderingen en bijeenkomsten van commissies en werkgroepen betreffende het vervoer van goederen waarvan het voorzitterschap en/of secretariaat berust bij het DGV.

Periode: 1945–

Product: agenda’s, verslagen

Bron: –

Waardering: B1

Handeling: Het voorbereiden van, deelnemen aan en rapporteren over vergaderingen en bijeenkomsten van commissies en werkgroepen betreffende het vervoer van goederen waarvan het voorzitterschap en/of secretariaat niet berust bij het DGV.

Periode: 1945–

Product: verslagen

Bron: –

Waardering: V 2 jaar

Handeling: Het beantwoorden van kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van de kamers der Staten Generaal inzake het goederenvervoer.

Periode: 1945–

Product: brieven, notities

Bron: –

Waardering: B 3

Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen inzake het goederenvervoer.

Periode: 1945–

Product: brieven

Bron: –

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van het goederenvervoer.

Periode: 1945–

Product: voorlichtingsplannen, voorlichtingsmateriaal

Bron: –

Waardering: B 5: 1 exemplaar

V 5 jaar: rest

Handeling: Het voorbereiden van intern (wetenschappelijk) onderzoek en het vaststellen van onderzoeksrapporten inzake het goederenvervoer.

Periode: 1945–

Product: onderzoeksrapporten

Bron: –

Waardering: B 5: eindproduct

V 5 jaar: rest

Handeling: Het voorbereiden en begeleiden van extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende het goederenvervoer.

Periode: 1945–

Product: nota’s, notities

Bron: –

Waardering: B 5: eindproduct

V 10 jaar: rest

Handeling: Het voorbereiden en ontwikkelen van een beleidsinformatiemodel met behulp waarvan de effecten van de verschillende beleidsdoelen kunnen worden gemeten.

Periode: 1980–

Product:

Bron: Transport in balans, p. 41

Waardering: B2

Handeling: Het verstrekken van subsidies aan personen, bedrijven en instellingen die actief zijn op het gebied van het goederenvervoer.

Periode: 1945–

Product: beschikkingen

Bron: –

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het verwerven van internationale bijdragen voor projecten die betrekking hebben op het vervoer van goederen.

Periode: 1945–

Product:

Bron: Werkprogramma G 1996, p. 15

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging, evaluatie en intrekking van wet- en regelgeving inzake het goederenvervoer.

Periode: 1945–

Product: wetten, regelingen, besluiten

Opmerking: Hiertoe behoren alle genoemde wetgevingen en de daaronder ressorterende regelgevingen en besluiten betreffende het vervoer van goederen.

Deze handeling mag alleen voor selectie worden gebruikt indien er niet een meer specifieke handeling bestaat, zoals 44, 55, 74, 75, 76, 77, 223, 293, 294, 295, 296, 297, 298, 299, 300, 478, 538, 534, 592, 637, 625, 640, 641, 642, 643, 644, 645, 646. 701, 702, 741, 742

Waardering: B1

Handeling: Het verstrekken van informatie aan de Commissies voor de Verzoekschriften van de Staten Generaal, aan overige kamercommissies en aan de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten van burgers inzake het vervoer van goederen.

Periode: 1945–

Product: brieven, notities

Bron: –

Waardering: B 3

Handeling: Het beslissen op beroepsschriften naar aanleiding van beschikkingen inzake het vervoer van goederen en het voeren van verweer in beroepsschriftenprocedures voor de Raad van State en/of kantonrechter.

Periode: 1945–

Product: brieven, notities

Bron: –

Waardering: V 10 jaar

6.1.1.1.3. Internationaal beleid

Handeling: Het mede-voorbereiden van het vaststellen, wijzigen en intrekken van internationale regelingen inzake het vervoer van goederen en het presenteren van Nederlandse standpunten in intergouvernementele organisaties.

Periode: 1945–

Product: internationale regelingen, nota’s, notities, rapporten

Bron: –

Waardering: B1

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse standpunten en bijdragen in de comités en werkgroepen die zich in het kader van de Commissie van de EU bezighouden met het vervoer van goederen.

Periode: 1951–

Product: instructies, bijdragen en verslagen

Opmerking: Hieronder valt onder meer de CoCo

Bron:

Waardering: B1

Handeling: Het leveren van bijdragen bij de voorbereiding van een commissiebesluit met betrekking tot het vervoer van goederen.

Periode: 1958–

Product:

Bron: Inleiding mw. N. Kohll

Waardering: B1

Handeling: Het informeren van de Commissie over de implementatie van communautaire regelingen op het gebied van vervoer van goederen in het Nederlandse recht.

Periode: 1957–

Product: mededelingen en teksten van nationale regelingen, aanbiedingsbrieven aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken

Bron:

Opmerking Het betreft hier de Commissie die in het EGKS-verdrag Hoge Autoriteit wordt genoemd: de Commissie is een ambtelijk orgaan, de leden worden door de regeringen van de lidstaten in onderling overleg benoemd. Zie RIO hoofdstuk 2.4 Internationaal beleid.

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het verstrekken van (overige) incidentele gegevens ter uitvoering van EG-besluiten met betrekking op het vervoer van goederen.

Periode: 1957–

Product: mededelingen aan de Commissie

Bron:

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het aan de Commissie verzoeken om toekenning van een machtiging, ontheffing of andere beschikking ter uitvoering van EG-regelingen op het gebied van het vervoer van goederen.

Periode: 1957–

Product: aanvragen en informatie t.b.v. beschikkingen

Bron:

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in het Comité van Ministers van de Benelux met betrekking tot een gemeenschappelijk beleid inzake het vervoer van goederen.

Periode: 1948–

Product: instructies, bijdragen en verslagen

Bron:

Waardering: B1

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de ambtelijke commissies en in de Raad van de Economische Unie met betrekking tot een gemeenschappelijk beleid betreffende het vervoer van goederen.

Periode: 1948–

Product: instructies, bijdragen en verslagen

Bron:

Waardering: B1

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse standpunten en bijdragen op het gebied van vervoer van goederen in de bestuursorganen, werkgroepen, adviesorganen en symposia van de CEMT.

Periode: 1953–

Product: instructies, bijdragen en verslagen

Bron: CEMT, 25th anniversary

Waardering: B1

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de Plenaire Vergadering, de principal subsidiary bodies en werk- en expertgroepen van de ECE betreffende het vervoer van goederen.

Periode: 1947–

Product:

Bron: CEMT, 25th Anniversary, p. 13

Waardering: B1

Handeling: Het op het gebied van het vervoer van goederen verzamelen en verstrekken van statistische informatie aan de ECE.

Periode: 1947–

Product: instructies, bijdragen en verslagen

Bron:

Waardering: V 5 jaar: rest

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse standpunten en bijdragen in de vergaderingen van de OEES, vanaf 1961 de OESO, inzake aangelegenheden betreffende het vervoer van goederen.

Periode: 1948–

Product: instructies, bijdragen en verslagen

Bron:

Waardering: B1

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse standpunten en bijdragen in adviescomités en werkgroepen van overige internationale intergouvernementele organisaties inzake aangelegenheden betreffende het vervoer van goederen

Periode: 1945–

Product: instructies, bijdragen en verslagen

Bron:

Waardering: B1

Handeling: Het coördineren van bilaterale en multilaterale betrekkingen op het gebied van het goederenvervoer.

Periode: 1945–

Product: verslagen

Bron:

Waardering: B5

Handeling: Het plegen van overleg met de overheden van (groepen) andere landen op het gebied van het vervoer van goederen.

Periode: 1945–

Product:

Bron:

Waardering: B1

6.1.1.2. Integraal beleid goederenvervoer

6.1.1.2.1. Advies en overleg

Handeling: Het instellen van een Adviescollege Demonstratieprogramma/Regeling telematicatoepassingen in het goederenvervoer over weg, rail en water.

Periode: 1992

Product:

Bron: Regeling Telematicatoepassingen in het goederenvervoer over weg, rail of water 1995 Stcrt. 105, art. 2; en: Instellingsregeling adviescollege regeling telematicatoepassingen in het goederenvervoer over weg, rail of water 1995 Stcrt. 186

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het benoemen en ontslaan van de leden van het adviescollege Demonstratieprogramma/Regeling telematicatoepassingen.

Periode: 1995–1996

Product:

Bron: Instellingsregeling adviescollege regeling telematicatoepassingen in het goederenvervoer 1995 Stcrt. 186, art. 4

Waardering: V 10 jaar na ontslag

6.1.1.2.2. Nederland Distributieland

Handeling: Het leveren van bijdragen voor de promotie van Nederland als transport- en distributieland.

Periode: 1987–

Product:

Bron: Werkprogramma G 1996, p. 14

Waardering: V 5 jaar: rest

Handeling: Het verlenen van financiële bijdragen aan de Vereniging Nederland Distributieland.

Periode: 1987–

Product: (jaarlijkse) subsidies

Bron: Werkprogramma G 1996, p. 14

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het coördineren en aansturen van de Vereniging Nederland Distributieland.

Periode: 1987–

Product:

Bron: Werkprogramma G 1996, p. 14

Waardering: B1

Handeling: Het voorbereiden en coördineren van internationale projecten op het gebied van het vervoer van goederen.

Periode: 1945–

Product: verslagen, rapporten, bijdragen

Bron:

Waardering: B 5

6.1.1.2.3. Tarieven

Handeling: Het op grond van de Wet vrachtprijzen vervoer van kolen en staal bij algemene maatregel van bestuur geven van voorschriften inzake de vrachtprijzen van dit vervoer.

Periode: 1965–

Product: Uitvoeringsbesluit vrachtprijzen vervoer van kolen en staal 1965, Stb. 495, sedertdien gewijzigd.

Bron: Wet vrachtprijzen vervoer van kolen en staal 1963, Stb. 343, sedertdien gewijzigd

Waardering: V 5 jaar na intrekking voorschrift

Handeling: Het eventueel vaststellen van modellen voor het formulier gegevensverstrekking door de vervoerder en het geven van nadere aanwijzingen over de wijze van invullen.

Periode: 1966–

Product:

Bron: Uitvoeringsbesluit vrachtprijzen vervoer van kolen en staal 1965, art. 4

Waardering: V 5 jaar na wijzigen model

Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die zijn belast met het in ontvangst nemen van door vervoerondernemers te verstrekken gegevens en het verstrekken van inlichtingen met betrekking tot die gegevens.

Periode: 1966–

Product:

Bron: Uitvoeringsbesluit vrachtprijzen vervoer van kolen en staal 1965, art. 2

Waardering: V 10 jaar na intrekking aanwijzing

Handeling: Het op aanvraag al dan niet mededeling doen dan wel inzage verlenen aan een deelnemer aan de gemeenschappelijke markt van de door de vervoerondernemers verstrekte gegevens inzake overeenkomsten betreffende vervoer van kolen of staal.

Periode: 1966–

Product:

Bron: Uitvoeringsbesluit vrachtprijzen vervoer van kolen en staal 1965, art. 7-9

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot de onmiddellijke bekendmaking (d.m.v. aanplakking) van de gegevens betreffende vervoersovereenkomsten inzake 5000 kg of meer kolen of staal over een afstand van 50 km of meer binnen Nederland.

Periode: 1966–

Product:

Bron: Uitvoeringsbesluit vrachtprijzen vervoer van kolen en staal 1965, art. 10

Waardering: V 5 jaar na intrekking regeling

Handeling: Het op verzoek in kennis stellen van de Hoge Autoriteit van de EGKS van alle gegevens verstrekt door vervoerders m.b.t. overeenkomsten betreffende vervoer van kolen of staal.

Periode: 1966–

Product: verslagen

Bron: Uitvoeringsbesluit vrachtprijzen vervoer van kolen en staal 1965, art. 14

Waardering: B3

Handeling: Het, samen met de Minister van Justitie, aanwijzen van ambtenaren, die belast zijn met de controle op de naleving van de voorschriften van de Wet vrachtprijzen vervoer van kolen en staal.

Periode: 1966–

Product: Ministeriële regeling

Bron: Wet vrachtprijzen vervoer van kolen en staal 1963, Stb. 343, art. 5

Waardering: V 10 jaar na intrekking aanwijzing

Handeling: Het uitoefenen van controle op de naleving van de voorschriften van de Wet vrachtprijzen vervoer van kolen en staal.

Periode: 1966–

Product:

Bron: Wet vrachtprijzen vervoer van kolen en staal 1963, Stb. 343, art. 5

Waardering: V 5 jaar

6.1.1.2.4. Stimulering en ontwikkeling

Handeling: Het initiëren, subsidiëren, begeleiden en evalueren van stimulerings- en ontwikkelings(deel)projecten op het gebied van milieu- en energie-efficiency in het goederenvervoer.

Periode: 1988–

Product: Projecten:

‘Modernisering bedrijfsvoering beroepsvervoer’ (1990) (reeks voorbeeldprojecten op gebied van telematica en logistiek, bv. kwaliteits- en milieuzorg ISO 9002+, prototypes fleet-management, BATPAS-in netwerk-vervoer);

‘Samen werken, samen laden’-projecten (deze projecten zijn opgegaan in Transactie);

‘Stadsdistributiecentra’(1990) en andere projecten inz. distributie, waaronder het ‘Platform Stedelijke Distributie’ (1995);

‘IMAGO’ (Initiatief Milieu Actie Goederenvervoer), onder de naam ‘Transactie’ in 1995 van start gegaan, vanaf 1997 een programma in het kader van SMEG en gepubliceerd in Stcrt. 1997, 42).

Bron: Notitie Goederenvervoer, Tweede Kamer, vergaderjaar 1993–1994, 23 709, nr. 1, p. 15-16; brochure Stedelijke Distributie, Ministerie van V&W, voorjaar 1995, p. 3; SVV Aktieboek 1992, p. 84-85; Transport en Milieuzorg, uitgave van het Ministerie van V&W, januari 1995

Opmerking: T.b.v. diverse projecten wordt regelmatig expertise ingehuurd, bv. van de NOVEM, om de projecten te ondersteunen en de voortgang te bewaken.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het vaststellen van een of meer programma’s gericht op het bevorderen van de milieu- en energie-efficiency in het goederenvervoer.

Periode: 1996–

Product:

Bron: Subsidieregeling milieu- en energie-efficiency in het goederenvervoer (SMEG) 1996 Stcrt. 206, art. 2

Waardering: B1

Handeling: Het (laten) ontwikkelen van een typologie van telematicatoepassing in de verschillende goederenvervoersectoren en van een daarop gebaseerd plan voor stapsgewijze introductie van EDI (Electronic Data Interchange) in vervoerbedrijven.

Periode: 1990–

Product:

Bron: Nota Telematica Verkeer en Vervoer 1990, p. 50

Waardering: B1

Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van regelingen voor financiële bijdragen aan telematicaprojecten, die tot doel hebben de efficiency in het goederenvervoer te verhogen en die gecombineerd vervoer, binnenvaart of vervoer per spoor stimuleren.

Periode: 1992–

Product:

Bron: Telematica in Transport, p. 2

waardering: B1

Handeling: Het verlenen van of het afwijzen van een verzoek tot een financiële bijdrage en het stellen van eventuele voorwaarden in het kader van het demonstratieprogramma Telematicatoepassingen in het goederenvervoer

Periode: 1992–

Product: beschikking

Bron: Demonstratieprogramma telematicatoepassingen in het goederenvervoer over weg, rail of water 1992, gewijzigd in 1993

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het ontwerpen en vaststellen van standaardaanvraagformulieren in het kader van het demonstratieprogramma Telematicatoepassingen in het goederenvervoer.

Periode: 1992–1993

Product: standaardformulieren

Bron: Demonstratieprogramma telematicatoepassingen in het goederenvervoer over weg, rail of water 1992, art. 5, gewijzigd in 1993

Waardering: V 5 jaar na wijziging

Handeling: Het eventueel aanstellen van een projectbeheerder omtrent de behandeling van de aanvragen en de behandeling van de bijdragen in het kader van het demonstratieprogramma.

Periode: 1992–

Product: Beschikkingen

Bron: Demonstratieprogramma telematicatoepassingen, art. 6.3, gewijzigd in 1993

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het sluiten van een contract met een uitvoeringsorganisatie betreffende het coördineren en toetsen van de aanvragen tot subsidie in het kader van een project op het gebied van telematica in het goederenvervoer.

Periode: 1993–

Product: Overeenkomsten, convenanten

Bron:

Waardering: V 10 jaar na einde contract

Handeling: Het verlenen van of het afwijzen van een verzoek tot financiële bijdrage en het eventueel stellen van nadere voorwaarden in het kader van de Regeling Telematicatoepassingen in het goederenvervoer.

Periode: 1995–

Product: Beschikkingen

Bron: Regeling Telematicatoepassingen in het goederenvervoer over weg, rails of water 1995 Stcrt. 105, art. 4

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het ontwerpen en samenstellen van de standaardformulieren Telematica in Transport.

Periode: 1995–

Product:

Bron: Regeling telematicatoepassingen in het goederenvervoer, art. 5

Waardering: V 5 jaar na wijziging

6.1.1.2.5. Crisisbeheersing

Handeling: Het treffen van maatregelen ter beheersing van een crisis waarin het vervoer van goederen een rol speelt.

Periode: 1945–

Product:

Bron: Werkprogramma G 1996, p. 13 en 19

Opmerking: Onder deze handeling valt ook het op het gebied van vervoer van goederen organiseren en coördineren van civiele ondersteuning aan defensie-inspanningen in het kader van een bondgenootschappelijk verdrag over crisisbeheersing

Waardering: B6

Handeling: Het stellen van regels volgens welke houders van daarbij aangewezen vervoermiddelen, die kunnen worden gebruikt voor vrachtvervoer te land of te water, worden verplicht die vervoermiddelen in te schrijven in de daartoe bestemde registers.

Periode: 1939–1954

Product: regelgeving

Bron: Wet Gebruik Vervoermiddelen 1939, art. 2 eerste lid

Waardering: V 5 jaar na wijziging

Handeling: Het stellen van regels tot het gebruik van vervoermiddelen, in de daartoe aangewezen registers, die kunnen worden gebruikt voor het vrachtvervoer.

Periode: 1939–1954

Product:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)