Subsidieregeling van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film

Type ZBO-regeling
Publication 2012-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 38
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de Wet op het specifiek cultuurbeleid,

Het Nederlands Fonds voor de Film publiceert:

de Suppletieregeling Filminvesteringen Nederland in opdracht van het Ministerie van OCW.

Treedt in werking op de tweede dag na publicatie van het Besluit tot wijziging en inwerkingtreding van Uitvoeringsregeling lange speelfilm en Suppletieregeling filminvesteringen Nederland.

§ 1. Doelstelling

Artikel 1
1.

Deze subsidieregeling heeft ten doel het bevorderen van de totstandkoming van bioscoopfilms die een culturele waarde hebben, omdat zij bijdragen aan de diversiteit van cultuuruitingen in Nederland, én door hun toegankelijkheid in staat zijn grotere groepen van de bevolking te bereiken. Daartoe hanteert deze subsidieregeling als graadmeter voor toegankelijkheid de door marktpartijen in deze bioscoopfilms toegezegde investeringen, voor zover die gelet op het taalgebied waarop deze bioscoopfilms zijn gericht onvoldoende zijn om de met de voortbrenging gemoeide productiekosten vooraf te dekken.

2.

Een bioscoopfilm heeft een culturele waarde, indien de bioscoopfilm beschikt over ten minste drie van de volgende zeven kenmerken:

§ 2. Definities

Artikel 2

In deze regeling en de daarbij behorende bijlage wordt verstaan onder:

§ 3. Subsidiebedrag en subsidieplafond

Artikel 3
1.

Ten behoeve van de voortbrenging van de bioscoopfilm kan op grond van deze regeling aan de aanvrager een subsidie worden verleend die:

2.

Aan een bioscoopfilm waarvoor één of meer Nederlandse bestuursorganen en/of het Fonds op grond van een andere dan de onderhavige regeling een financiële bijdrage heeft verleend, kan op grond van deze regeling slechts een zodanig bedrag aan subsidie worden verleend, dat het totaal van de door Nederlandse bestuursorganen en/of het Fonds verleende financiële bijdragen niet meer bedraagt dan 50 procent van de met de voortbrenging van de film gemoeide filmkosten.

3.

Indien de aanvraag subsidieverlening betreft voor een bioscoopfilm die voldoet aan de nationale criteria voor moeilijke films of low budgetfilms is het vorige lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het genoemde percentage niet meer bedraagt dan 55 procent van de productiekosten. Een ‘low budget’ film is een bioscoopfilm waarvan de productiekosten ten hoogste € 2.000.000,– bedragen. Een ‘moeilijke’ film is een bioscoopfilm, die overwegend gericht is op het Nederlandse taalgebied en derhalve beperkte commerciële waarde heeft. Bij de subsidieaanvraag dient een schriftelijke visie van de makers gevoegd te zijn waaruit naar het oordeel van het Fonds blijkt dat de filmproductie bijdraagt aan de diversiteit van film in Nederland en daarnaast ofwel een opvallende artistieke verrijking ofwel een innovatieve aanvulling betekent op het reguliere filmaanbod in Nederland.

4.

Indien na de indiening van de aanvraag en het financieringsplan, maar vóór de subsidieverlening, nieuwe financiële bijdragen worden verkregen, dan zal het Fonds die bijdragen in mindering brengen op de aangevraagde subsidie.

Artikel 4

Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidies op grond van deze regeling bedraagt maximaal € 12.000.000,– per kalenderjaar.

§ 4. Criteria

Artikel 5
1.

Het bestuur van het Fonds kan op basis van een daartoe door de aanvrager gedaan verzoek een subsidie ter dekking van de begrote productiekosten van een bioscoopfilm verlenen, wanneer deze bioscoopfilm naar het oordeel van het bestuur voldoet aan de volgende criteria:

2.

Voor de toepassing van het eerste lid, onder b, zijn de begrote productiekosten, die dienen als grondslag voor de bepaling van de omvang van de door de filmdistributeur toezegde investering gemaximeerd op een bedrag van € 5.000.000,–.

Artikel 6
1.

Het bestuur van het Fonds beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag tot verlenen van subsidie op grond van deze regeling, indien naar het oordeel van het bestuur:

2.

Het bestuur van het Fonds beslist afwijzend op een aanvraag tot verlening van subsidie op grond van deze regeling, indien de producent, die hoofdverantwoordelijk is voor de bioscoopfilm waarvoor de aanvraag is ingediend:

3.

Het bestuur van het Fonds beslist afwijzend op een aanvraag tot verlening van subsidie op grond van deze regeling, indien naar het oordeel van het bestuur verlening van de gevraagde subsidie ertoe zou leiden dat aan de aanvrager op grond van deze regeling in een kalenderjaar voor een totaalbedrag groter dan € 2.500.000 aan subsidies wordt verleend ten behoeve van de voortbrenging van meerdere bioscoopfilms door dezelfde aanvrager.

4.

Het bestuur van het Fonds beslist afwijzend op een aanvraag tot verlening van subsidie op grond van deze regeling, indien de aanvrager naar het oordeel van het bestuur aangemerkt moet worden als een omroepvereniging of een andere instelling die zendtijd heeft gekregen in de zin van de Mediawet of anderszins op Nederland gerichte televisie-uitzendingen verzorgt.

5.

Voor de toepassing van het derde en vierde lid worden als aanvrager tevens in aanmerking genomen met de aanvrager verbonden lichamen. Als een met de aanvrager verbonden lichaam wordt aangemerkt:

§ 5. Aanvraagprocedure

Artikel 7

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.