Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Kansspelen 1945-2000 (Minister van Financiën)
Grondslag: Besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementen van Financiën en van justitie betreffende het loterijbedrijf (Stcrt. 1943, 142) art. 3, lid 2; zoals vervallen in 1950 (Stb. 1950, K619)
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het onder voorwaarden verstrekken van een financiële tegemoetkoming aan ondernemingen die door het feit dat bepaalde handelingen als een verboden loterij worden beschouwd of door het verplicht afwikkelen van tot dien toegestane loterijen hun bedrijf geheel of ten dele niet meer kunnen uitoefenen
Periode: (1943) 1945–1951
Grondslag: Besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementen van Financiën en van justitie betreffende het loterijbedrijf (Stcrt. 1943, 142) art. 3, lid 2; vervallen in 1950 (Stb. 1950, K619)
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het geven van nadere regels met betrekking tot de afwikkeling van legale loterijen die als gevolg van de wetswijziging van 1950 geen voortgang meer mogen vinden
Periode: 1951–1964
Grondslag: Wet houdende wijziging van de Loterijwet 1905 en vaststelling van enige met het loterijwezen verband houdende bepalingen (Stcrt. 1950, K619) art. III, lid 3; vervallen in 1964 (Stb. 1964, 483)
Product:
Opmerking: Deze nadere regels kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op de termijn waarbinnen de afwikkeling moet zijn gerealiseerd of dat een maatschappij het af te wikkelen loterijbedrijf in een afzonderlijke rechtspersoon moet onderbrengen
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het benoemen van een liquidateur die de afwikkeling van een loterijbedrijf uitvoert
Periode: 1951–1964
Grondslag: Wet houdende wijziging van de Loterijwet 1905 en vaststelling van enige met het loterijwezen verband houdende bepalingen (Stb. 1950, K619) art. III, lid 4; vervallen in 1964 (Stb. 1964, 483)
Waardering: V 10 jaar
De Staatsloterij
Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen en coördineren van het beleid ten aanzien van de Staatsloterij
Periode: 1945–
Product: nota’s, notities, rapporten
Opmerking: Ook de Minister van Justitie is betrokken bij het voorbereiden van het beleid ten aanzien van de Staatsloterij. Deze doet dit echter uit hoofde van zijn coördinerende rol inzake kansspelen, zodat deze activiteiten onder handeling 1 vallen (Kansspelbeleid in het algemeen)
Waardering: B 1
Handeling: Het evalueren van het beleid ten aanzien van de Staatsloterij
Periode: 1945–
Waardering: B 2,3
Handeling: Het instellen van werkgroepen of commissies die de verantwoordelijke Ministers adviseren over het beleid inzake de Staatsloterij
Periode: 1945–
Product: Instellingsbeschikking Werkgroep Privatisering Staatsloterij (Commissie Van Aardenne) 1983
Waardering: B 1
Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten-Generaal betreffende de Staatsloterij
Periode: 1945–
Grondslag: Grondwet 1938/46/48, art. 97; Grondwet 1953/56/72, art. 104; Grondwet 1983/87/95, art. 68
Opmerking: De Minister van Justitie kan als coördinerend bewindspersoon eveneens betrokken zijn bij het beantwoorden van Kamervragen. De neerslag hiervan valt onder handeling 11
Waardering: B 2,3
Handeling: Het informeren van de Commissie voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten-Generaal
Periode: 1945–
Product: brieven, notities
Opmerking: Zie ook handelingen 121 en 122 van PIVOT-rapport nr. 56 over de Nationale Ombudsman.
Waardering: B 3
Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen over de Staatsloterij
Periode: 1945–
Product: brieven, notities
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van de Staatsloterij
Periode: 1945–
Product: voorlichtingsmateriaal
Waardering: V 5 jaar (de eindproducten worden bewaard)
Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van intern of extern (wetenschappelijk) onderzoek ten behoeve van het beleid ten aanzien van de Staatsloterij
Periode: 1945–
Product: nota’s, notities, onderzoeksrapporten
Waardering: B 5
Handeling: Het begeleiden van intern en extern (wetenschappelijk) onderzoek ten behoeve van het beleid ten aanzien van de Staatsloterij
Periode: 1945–
Product: notities, notulen, brieven
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het financieren van extern (wetenschappelijk) onderzoek ten behoeve van het beleid ten aanzien van de Staatsloterij
Periode: 1945–
Product: begrotingen, rekeningen, declaraties
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het uitvaardigen van voorschriften waarbij het besluit tot de instelling van een Staatsloterij wordt uitgevoerd
Periode: 1943–1951
Grondslag: Besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementen van Financiën en van justitie betreffende het loterijbedrijf (Stcrt. 1943, 142) art. 1, lid 2; zoals vervallen in 1950 (Stb. 1950, K619)
Product: Besluit van de waarnemend Secretaris-Generaal van het departement van Financiën ter uitvoering van het besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementen van Financiën en Justitie van 15 October 1943 betreffende het loterijbedrijf (Stcrt. 1944, 26)
Besluit van den Minister van Financiën, ter uitvoering van het besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementen van Financiën en Justitie van 15 October 1943 betreffende het loterijbedrijf (Stcrt. 1945, 122)
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van het aantal series dat per staatsloterij wordt uitgegeven
Periode: 1945–1992
Grondslag: Besluit van den Minister van Financiën, ter uitvoering van het besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementen van Financiën en Justitie van 15 October 1943 betreffende het loterijbedrijf (Stcrt. 1945, 122) art. 2, lid 2; zoals vervallen in 1950 (Stb. 1950, K619)
Beschikking Staatsloterij (Uitvoering van de art. 7, leden 1, 3 en 4, 8, lid 1, en 11, leden 3 en 4 der Loterijwet) (Stcrt. 1952, 125) art. 1, lid 2; ingetrokken in 1964 (Stcrt. 1964, 253)
Beschikking Staatsloterij (Uitvoering artikel 9 van de Wet op de kansspelen) (Stcrt. 1964, 253) art. 2; ingetrokken in 1973 (Stcrt. 1973, 148)
Beschikking Staatsloterij (Uitvoering van artikel 9 van de Wet op de kansspelen) (Stcrt. 1973, 148) art. 2
Product: beschikking
Opmerking: Vanaf 1964 geschiedt de vaststelling van het aantal series door de Minister op voordracht van de Directeur der Staatsloterij. De vaststelling van het aantal series werd tijdig voor elke loterij bij bijzondere beschikking vastgesteld.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het bepalen op welke tijdstippen het maximaal toegestane jaarlijkse aantal van de drie loterijen van de Staatsloterij zal plaatsvinden
Periode: 1945–1951
Grondslag: Besluit van den Minister van Financiën, ter uitvoering van het besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementen van Financiën en Justitie van 15 October 1943 betreffende het loterijbedrijf (Stcrt. 1945, 122) art. 2, lid 1; zoals vervallen in 1950 (Stb. 1950, K619)
Product: beschikking
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het vaststellen van het plan volgens welke de trekkingen van de Staatsloterij zullen plaatsvinden
Periode: 1951–1992
Grondslag: Besluit van den Minister van Financiën, ter uitvoering van het besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementen van Financiën en Justitie van 15 October 1943 betreffende het loterijbedrijf (Stcrt. 1945, 122) art. 11; ingetrokken in 1950 (Stb. 1950, K619)
Loterijwet art. 8, lid 2; zoals ingevoegd in 1950 (Stb. 1950, K619); vervallen in 1964 (Stb. 1964, 483)
Beschikking Staatsloterij (uitvoering van artikel 9 van de Wet op de kansspelen) (Stcrt. 1964, 253) art. 9, lid 1; ingetrokken in 1973 (Stcrt. 1973, 148)
Beschikking Staatsloterij (Uitvoering artikel 9 Wet op de kansspelen) (Stcrt. 1973, 148) art. 7, lid 1
Product: Beschikking
Opmerking: Het officiële plan der Staatsloterij werd na vaststelling door de Minister als officiële advertentie in de Staatscourant geplaatst
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van het model waar naar de loten van de Staatsloterij worden vervaardigd
Periode: 1945–1992
Grondslag: Besluit van den Minister van Financiën, ter uitvoering van het besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementen van Financiën en Justitie van 15 October 1943 betreffende het loterijbedrijf (Stcrt. 1945, 122) art. 10; ingetrokken in 1950 (Stb. 1950, K619)
Loterijwet, art. 23; zoals ingevoegd in 1950 (Stb. 1950, K619); vervallen in 1964 (Stb. 1964, 483)
Wet op de kansspelen, art. 9, lid 8 (Stb. 1964, 483); vervallenin 1992 (Stb. 1992, 282)
Product: beschikking:
(Stcrt. 1951, 3); (Stcrt. 1952, 214); (Stcrt. 1964, 253); (Stcrt. 1966, 73); (Stcrt. 1968, 149); (Stcrt. 1968, 240); (Stcrt. 1970, 162); (Stcrt. 1973, 148); (Stcrt 1974, 205); (Stcrt. 1976, 4); (Stcrt. 1980, 110); (Stcrt. 1983, 67); (Stcrt. 1983, 87); (Stcrt. 1985, 138); (Stcrt. 1986, 15); (Stcrt. 1986, 117); (Stcrt. 1987, 60); (Stcrt. 1987, 60); (Stcrt. 1988, 211); (Stcrt. 1990, 15)
Opmerking: Het opstellen van een model voor staatsloten wordt alleen expliciet genoemd in het Ministeriële besluit van 1945. Na 1952 worden modellen bij beschikking vastgesteld op de meer algemeen geformuleerde artikelen 10 en 9, lid 8 van respectievelijk de Loterijwet en de Wet op de kansspelen. In beide gevallen is de grondslag de bepaling dat de Minister van Financiën datgene kan bepalen wat verder nodig is om een behoorlijk functioneren van de Staatsloterij te bevorderen.
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van de inleg tegen welke de loten van de Staatsloterij ter verkoop worden uitgegeven
Periode: 1951–1992
Grondslag: Loterijwet art. 9, lid 1; zoals ingevoegd in 1950 (Stb 1950, K619); ingetrokken in 1964 (Stb. 1964, 483) en Wet op de kansspelen, art. 11, lid 3 (Stb. 1964, 483)
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het geven van een bevel aan de Staatsloterij om over te gaan tot uitbetaling van prijzen op loten die zijn verjaard of in andere bijzondere gevallen
Periode: 1945–1964
Grondslag: Besluit van den Minister van Financiën, ter uitvoering van het besluit van de Secretarissen-Generaal van de departementen van Financiën en Justitie van 15 October 1943 betreffende het loterijbedrijf (Stcrt. 1945, 122) art. 9, lid 2; ingetrokken in 1950 (Stb. 1950, K619) en Loterijwet, art. 14, lid 2; zoals ingevoegd in 1950 (Stb. 1950, K619)
Product: brief
Opmerking: De Minister heeft deze bevoegdheid in gevallen waarbij verjaring is ingetreden wanneer het gaat om:
vernietigde of vermiste loten;
loten die ingevolge art. 11 van de Loterijwet in aanmerking komen voor teruggave;
de situatie dat uitbetaling is aangevraagd voordat de verjaring was ingetreden.
Bij de Wet op de kansspelen wordt bepaald dat de geldigheid van een lot na een jaar vervalt. Er worden hieromtrent verder geen voorzieningen meer getroffen.
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van een plaatsvervanger van de Directeur der Staatsloterij die aanwezig is bij de trekking van de Staatsloterij
Periode: 1951–1964
Grondslag: Beschikking Staatsloterij (Uitvoering van art. 7, leden 1, 3 en 4; 8, lid 1; en 11, leden 3 en 4, der Loterijwet) art. 3, lid 1; ingetrokken in 1964 (Stcrt. 1964, 253)
Product: Brief
Opmerking: Deze plaatsvervanger treedt op bij de trekkingen van de Staatsloterij wanneer de directeur is verhinderd. Na 1964 hoeft de Minister geen plaatsvervanger meer aan te wijzen.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het aanwijzen van twee personen die zitting hebben in de trekkingscommissie van de Staatsloterij
Periode: 1951–1992
Grondslag: Beschikking Staatsloterij (Uitvoering van art. 7, leden 1, 3 en 4; 8, lid 1; en 11, leden 3 en 4, der Loterijwet) art. 3, lid 1; ingetrokken in 1964 (Stcrt. 1964, 253), Beschikking Staatsloterij (Uitvoering artikel 9 van de Wet op de kansspelen) (Stcrt. 1964, 253) art. 9, lid 2; ingetrokken in 1973 (Stcrt. 1973, 148) en Beschikking Staatsloterij (Uitvoering artikel 9 Wet op de kansspelen) (Stcrt. 1973, 148) art. 7, lid 2
Product: Samenstelling trekkingscommissie Staatsloterij (Stcrt. 1983, 139; Stcrt. 1986, 209; Stcrt. 1989, 5; Stcrt. 1990, 107; Stcrt. 1991, 146) en Benoeming leden trekkingscommissie Staatsloterij (Stcrt. 1986, 112)
Opmerking: In de beschikking uit 1952 werd nog niet gesproken van een commissie; de directeur van de Staatsloterij diende twee personen aan te wijzen die de trekking zouden verrichten.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het benoemen en ontslaan van de directeur van de Staatsloterij
Periode: 1945–1951
Grondslag: Besluit van den Minister van Financiën, ter uitvoering van het besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementen van Financiën en Justitie van 15 October 1943 betreffende het loterijbedrijf (Stcrt. 1945, 122) art. 1
Opmerking: De directeur is belast met het beheer van de staatsloterij en is rechtstreeks rekenplichtig aan de Algemene Rekenkamer
Waardering: V 75 jaar
Handeling: Het voorbereiden van koninklijke besluiten waarbij de directeur van de Staatsloterij wordt benoemd of ontslagen
Periode: 1951–1992
Grondslag: Loterijwet art. 6, zoals ingevoegd in 1950 (Stb. 1950, K619); ingetrokken in 1964 (Stb. 1964, 483)
Wet op de kansspelen, art. 10; vervallen in 1992 (Stb. 1992, 282)
Product: Koninklijke Besluiten
Opmerking: De directeur is belast met het beheer van de staatsloterij en is rechtstreeks rekenplichtig aan de Algemene Rekenkamer. In de Wet op de kansspelen iets anders geformuleerd: voert onder bevel van de Minister van Financiën het beheer van de Staatsloterij. Verder is de directeur belast met het opsporen van strafbare feiten ten aanzien van de Staatsloterij.
Waardering: V 75 jaar
Handeling: Het vaststellen van de rechten en verplichtingen van de directeur van de Staatsloterij
Periode: 1951–1964
Grondslag: Loterijwet art. 6, zoals ingevoegd in 1950 ()Stb. 1950, K619); ingetrokken in 1964 (Stb. 1964, 483)
Waardering: B 5
Handeling: Het benoemen en ontslaan van collecteurs der Staatsloterij
Periode: 1945–1992
Grondslag: Besluit van den Minister van Financiën, ter uitvoering van het besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementen van Financiën en Justitie van 15 October 1943 betreffende het loterijbedrijf (Stcrt. 1945, 122) art. 3, lid 1; zoals vervallen in 1950 (Stb. 1950, K619), Loterijwet art. 10, lid 1; zoals ingevoegd in 1950 (Stb. 1950, K619); ingetrokken in 1964 (Stb. 1964, 483) en
Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 11, lid 1; vervallen in 1992 (Stb. 1992, 282)
Product: beschikking
Waardering: V 75 jaar
Handeling: Het geven van nadere regels met betrekking tot de rechten en plichten van de collecteurs der Staatsloterij en andere personen die het recht hebben om staatsloten te verkopen
Periode: 1951–1992
Grondslag: Loterijwet art. 10, lid 1; zoals ingevoegd in 1950 (Stb. 1950, K619); ingetrokken in 1964 (Stb. 1964, 483) en Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 11, lid 4; vervallen bij Stb. 1992, 282
Product: Reglement Collecteurs 1983 (Stcrt. 1983, 60); Reglement Debitanten 1983 (Stcrt. 1983, 60);
Kasinstructie collecteurs 1984 (Stcrt. 1983, 248); Kasinstructie Debitanten 1984 (Stcrt. 1983, 248);
Vaststelling Regeling klachtencommissie Staatsloterij (Stcrt. 1988, 39).
Waardering: B 5
Handeling: Het verlenen van het recht tot het verkopen van loten van de Staatsloterij aan andere personen dan de collecteurs der Staatsloterij
Periode: 1951–1992
Grondslag: Loterijwet art. 10, lid 2; zoals ingevoegd in 1950 (Stb. 1950, K619); ingetrokken in1964 (Stb. 1964, 483), Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 11, lid 2; zoals laatstelijk gewijzigd in 1973 (Stb. 1973, 287); vervallen in (Stb. 1992, 282)
Opmerking: De derden die het recht krijgen om staatsloten te verkopen doen dit onder verantwoordelijkheid van de Collecteur der Staatsloterij. Bij wetswijziging in 1973 vervalt deze bepaling
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het voor iedere loterij van de Staatsloterij vaststellen van de verdeling van de loten over de met de verkoop belaste personen
Periode: 1951–1964
Grondslag: Loterijwet art. 10, lid 3; zoals ingevoegd in 1950 (Stb. 1950, K619); ingetrokken in 1964 ( Stb. 1964, 483)
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het bepalen van het inkomen dat een collecteur of debitant van de Staatsloterij met de verkoop van staatsloten ten minste moet kunnen verwerven
Periode: 1983–
Grondslag: Reglement Collecteurs (Stcrt. 1983, 60), art. 1
Reglement Debitanten (Stcrt. 1983, 60), art. 1
Opmerking: Om een bepaald inkomen te kunnen verwerven krijgt een collecteur of debitant een hoeveelheid zogenaamde ‘basisloten’ toegewezen. De inleg van deze basisloten is zo vastgesteld dat de collecteur of debitant het door de Minister bepaalde inkomen kan bereiken. De loten die een collecteur of debitant ter verkoop krijgt aangeboden boven de hem toegewezen basisloten zijn de zogenaamde ‘handelsloten’.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het vaststellen van regels inzake de tegemoetkoming in gemaakte kosten van collecteurs en debitanten van de Staatsloterij
Periode: 1983–
Grondslag: Reglement Collecteurs (Stcrt. 1983, 60), art. 3
Reglement Debitanten (Stcrt. 1983, 60), art. 3
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het geven van toestemming aan een collecteur van de Staatsloterij voor het uitoefenen van een ander beroep, het voeren van een ander bedrijf of het anderszins tegen enige vergoeding verrichten van andere werkzaamheden dan het verkopen van staatsloten
Periode: 1983–1992
Grondslag: Reglement Collecteurs (Stcrt. 1983, 60), art. 21
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het vaststellen van voorschriften ten aanzien van de wijze waarop collecteurs en debitanten van de Staatsloterij hun administratie en lotenbehandeling inrichten en hun kas bijhouden
Periode: 1983–1992
Grondslag: Reglement Collecteurs 1983 (Stcrt. 1983, 60), art. 24 en Reglement Debitanten 1983 (Stcrt. 1983, 60), art 24
Product: Kasinstructie collecteurs 1984 (Stcrt. 1983, 248); Kasinstructie debitanten (Stcrt. 1983, 248)
Waardering: B 5
Handeling: Het toelaten van verenigingen van collecteurs tot de Commissie van Georganiseerd Overleg in Collecteurszaken
Periode: 1983–1992
Grondslag: Reglement Collecteurs 1983 (Stcrt.1983, 60), art. 28, lid 2 onder b.
Opmerking: De commissie bestaat in ieder geval uit vertegenwoordigers van de Vereniging van Collecteurs en Collectrices van de Nederlandse Staatsloterij
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het toelaten van verenigingen van debitanten tot de Commissie van Georganiseerd Overleg in Debitantenzaken
Periode: 1983–1992
Grondslag: Reglement Debitanten 1983 (Stcrt.1983, 60, art. 28, lid 2 onder b.
Opmerking: De commissie bestaat in ieder geval uit vertegenwoordigers van de Nederlandse Vereniging van Debitanten der Staatsloterij
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het instellen van een klachtencommissie voor collecteuraangelegenheden en een klachtencommissie voor debitantenaangelegenheden
Periode: 1983
Grondslag: Reglement Collecteurs (Stcrt.1983, 60, art. en Reglement Debitanten (Stcrt.1983, 60, art.
Product: Instellingsbeschikking
Opmerking: Uiteindelijk kwamen er niet twee klachtencommissies maar één Klachtencommissie voor collecteurs- en debitantenaangelegenheden.
Waardering: B 4
Handeling: Het vaststellen van de samenstelling, taak en werkwijze van een klachtencommissie voor collecteuraangelegenheden en een klachtencommissie voor debitantenaangelegenheden
Periode: 1983–1992
Grondslag: Reglement Collecteurs (Stcrt.1983, 60, art. 11, lid 1 en Reglement Debitanten (Stcrt.1983, 60, art. 11, lid 1
Product: Vaststelling Regeling klachtencommissie Staatsloterij (Stcrt. 1988, 39)
Opmerking: Uiteindelijk kwamen er niet twee klachtencommissies maar één Klachtencommissie voor collecteurs- en debitantenaangelegenheden. Deze commissie bestond uit twee kamers, één voor collecteurs en één voor debitanten.
Waardering: B 4
Handeling: Het aanwijzen van de secretaris van de klachtencommissie voor collecteurs- en debitantenaangelegenheden
Periode: 1988–1992
Grondslag: Vaststelling Regeling klachtencommissie Staatsloterij (Stcrt. 1988, 39), art. 2, lid 2; ingetrokken in 1992 (Stb. 1992, 282)
Product: Samenstelling klachtencommissie Staatsloterij (Stcrt. 1988, 39)
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het benoemen, schorsen of ontslaan van de voorzitter, de leden, de plaatsvervangende voorzitter en de plaatsvervangende leden van de klachtencommissie voor collecteurs- en debitantenaangelegenheden
Periode: 1988–1992
Grondslag: Vaststelling Regeling klachtencommissie Staatsloterij (Stcrt. 1988, 39), art. 4, lid 1; ingetrokken in 199 (Stb. 1992, 282)
Product: Samenstelling klachtencommissie Staatsloterij (Stcrt. 1988, 39)
Opmerking: Voor zowel de vereniging van debitanten als de vereniging van collecteurs benoemt de Minister één lid en één plaatsvervangend lid.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het nemen van een beslissing inzake klachten die zijn ingediend door collecteurs of debitanten van de Staatsloterij
Periode: 1988–1992
Grondslag: Vaststelling Regeling klachtencommissie Staatsloterij (Stcrt. 1988, 39), art. 13, lid 1; ingetrokken in 1992 (Stb. 1992, 282)
Opmerking: De Minister kan in het kader van een klachtenprocedure beslissen dat het besluit waarover een klacht is ingediend bij de klachtencommissie gedurende de behandeling van de klacht wordt geschorst (art. 7, lid 3). Verder kan de Minister gedurende de procedure weigeren om bepaalde inlichtingen te verschaffen, of bepaalde stukken of voorwerpen in te zenden waarom de klachtencommissie heeft gevraagd (art. 10, lid 2).
Waardering: V 10 jaar na afhandeling klacht
Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die zijn belast met het opsporen van strafbare feiten ten aanzien van de Staatsloterij
Periode: 1964–1992
Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 37; vervallen in 1992 (Stb. 1992, 282)
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het oprichten van de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij
Periode: 1992–
Grondslag: Wet Exploitatie Nederlandse Staatsloterij, art. 2, lid 1
Waardering: B 1
Handeling: Het bepalen welke vermogensbestanddelen aan de Directie der Staatsloterij worden toegerekend en die zullen worden overgedragen aan de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij.
Periode: 1992–
Grondslag: Wet Exploitatie Nederlandse Staatsloterij, art. 3, lid 1
Waardering: B 5
Handeling: Het bepalen welk deel van het bedrijfsresultaat dat niet voortkomt uit het organiseren van de staatsloterij, na aftrek van belastingen, door de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij moet worden afgedragen aan de staat
Periode: 1992–
Grondslag: Wet Exploitatie Nederlandse Staatsloterij, art. 6
Opmerking: Het gaat hier dus om de winst die is behaald met bijvoorbeeld het organiseren van andere loterijen of kansspelen. De netto opbrengst van de staatsloterij zelf vloeit ingevolge de Wet op de kansspelen in zijn geheel naar de Staatskas.
Waardering: B 5
Handeling: Het stellen van nadere regels omtrent de wijze waarop de overgang plaatsvindt van het personeel van de Directie der Staatsloterij van het Ministerie van Financiën naar de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij
Periode: 1992–
Grondslag: Wet Exploitatie Nederlandse Staatsloterij, art. 8, lid 4 jo. lid 8
Opmerking: De Minister kan bijvoorbeeld bepalen dat ten aanzien van bepaalde functies wordt afgeweken van het principe dat personeelsleden die overgaan naar de SENS een functie krijgen die zoveel mogelijk overeenkomt met de functie die zij laatstelijk vervulden.
Waardering: B 5
Handeling: Het verlenen of intrekken van een vergunning tot het organiseren van de staatsloterij aan één rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid alsmede het vaststellen, wijzigen of intrekken van de voorwaarden die aan deze vergunning worden verbonden
Periode: 1992–
Grondslag: Wet op de Kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 9, lid 1; zoals laatstelijk gewijzigd in (Stb. 1992, 282)
Product: Beschikking Staatsloterij (Stcrt. 1992, 121)
Opmerking: Het verlenen of intrekken van de vergunning en het vaststellen van de voorwaarden geschiedt in overeenstemming met de Minister van Justitie. De Minister bepaalt tevens voor welke duur de vergunning zal worden verleend. Over het voornemen tot verlening of intrekking van de vergunning wordt vanaf 1996 het College van toezicht op de kansspelen gehoord. In 1992 werd deze vergunning voor opbepaalde tijd verleend aan de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij.
Waardering: B 5
Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Justitie inzake het verlenen of intrekken van de vergunning tot het organiseren van de staatsloterij en het vaststellen, wijzigen of intrekken van de voorwaarden die aan een dergelijke vergunning worden verbonden
Periode: 1992–
Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 9, lid 1; zoals laatstelijk gewijzigd in 1992 (Stb. 1992, 282)
Waardering: B 5
Handeling: Het goedkeuren van de (wijziging) van de reglementen en statuten van de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij
Periode: 1992–
Grondslag: Beschikking Staatsloterij (Stcrt. 1992, 121) art. 3, lid 3
Opmerking: Alvorens tot goedkeuring over te gaan hoort de Minister het College van toezicht op de kansspelen.
Waardering: B 5
Handeling: Het geven van aanwijzingen aan de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij ten aanzien van haar reclame- en wervingsactiviteiten
Periode: 1992–
Grondslag: Beschikking Staatsloterij (Stcrt. 1992, 121) art. 12, lid 3
Opmerking: Bij het geven van dergelijke aanwijzingen hoort de Minister het advies van het College van toezicht op de kansspelen.
Waardering: B 5
Handeling: Het benoemen, schorsten of ontslaan van commissarissen van de raad van commissarissen van de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij
Periode: 1992–
Grondslag: Statuten Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij, art. 5
Opmerking: Indien de raad bestaat uit vijf of zes commissarissen, worden drie commissarissen benoemd op voordracht van de raad. Indien de raad bestaat uit zeven commissarissen, worden vier commissarissen benoemd op voordracht van de raad.
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het vooraf goedkeuren van de beloning en onkostenvergoeding van de commissarissen van de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij
Periode: 1992–
Grondslag: Statuten Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij, art. 10
Waardering: V termijn
Handeling: Het aanwijzen van een organisatie die een onderzoek uitvoert naar de organisatie en de kwaliteit van de Staatsloterij
Periode: 1996–
Grondslag: Beschikking Staatsloterij, art. 9; zoals ingevoegd in 1996 (Stcrt. 1996, 157)
Waardering: B 5 opdrachtverstrekking en eindrapport, V 5 jaar overige neerslag
Casinospelen
Handeling: Het overeenstemmen met de Ministers van Justitie en Economische Zaken inzake de benoeming van een commissaris in de raad van commissarissen van de Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen in Nederland
Periode: 1996–
Grondslag: Statuten Holland Casino’s, art. 5
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het goedkeuren van de voorziening die door de vergunninghouder is getroffen ten behoeve van de continuïteit van de exploitatie van de speelcasino’s
Periode: 1975–
Grondslag: Organisatiebeschikking casinospelen (Stcrt. 1975, 252), art. 28; ingetrokken in 1988 (Stcrt. 1988, 139), Beschikking casinospelen (Stcrt. 1988, 139), art. 18; ingetrokken in 1996 (Stcrt. 1996, 92)
Beschikking casinospelen 1996, art. 19 (Stcrt. 1996, 92)
Waardering: V 10 jaar na vervallen goedkeuring
Actor: Directeur der Staatsloterij
Handeling: Het ter vaststelling bij de Minister van Financiën voordragen van het aantal series dat per staatsloterij zal worden uitgegeven
Periode: 1964–1992
Grondslag: Beschikking Staatsloterij (Uitvoering artikel 9 van de Wet op de kansspelen) (Stcrt. 1964, 253) art. 2; ingetrokken in 1973 (Stcrt. 1973, 148)
Beschikking Staatsloterij (Uitvoering van artikel 9 van de Wet op de kansspelen) (Stcrt. 1973, 148) art. 2
Product: Brief
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het opstellen van een plan waarin wordt aangegeven hoe de trekking van de Staatsloterij zal plaatsvinden
Periode: 1945–1992
Grondslag: Besluit van den Minister van Financiën, ter uitvoering van het besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementen van Financiën en Justitie van 15 October 1943 betreffende het loterijbedrijf (Stcrt. 1945, 122) art. 11; ingetrokken in 1950 (Stb. 1950, K619)
Loterijwet art. 8, lid 2; zoals ingevoegd bij Stb. 1950, K619; vervallen in 1964 (Stb. 1964, 483)
Beschikking Staatsloterij (uitvoering van artikel 9 van de Wet op de kansspelen) (Stcrt. 1964, 253) art. 9, lid 1; ingetrokken in 1973 (Stcrt. 1973, 148)
Beschikking Staatsloterij (Uitvoering artikel 9 Wet op de kansspelen) (Stcrt. 1973, 148) art. 7, lid 1
Product: Officieel plan der Staatsloterij
Opmerking: Het plan der Staatsloterij dat per trekking van de Staatsloterij werd opgesteld door de directeur diende ter vaststelling aan de Minister van Financiën te worden voorgelegd.
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van twee personen die zitting hebben in de trekkingscommissie van de Staatsloterij
Periode: 1951–1992
Grondslag: Beschikking Staatsloterij (Uitvoering van art. 7, leden 1, 3 en 4; 8, lid 1; en 11, leden 3 en 4, der Loterijwet) art. 3, lid 1; ingetrokken in 1964 (Stcrt. 1964, 253), Beschikking Staatsloterij (Uitvoering artikel 9 van de Wet op de kansspelen) (Stcrt. 1964, 253) art. 9, lid 2; ingetrokken in 1973 (Stcrt. 1973, 148) en Beschikking Staatsloterij (Uitvoering artikel 9 Wet op de kansspelen) (Stcrt. 1973, 148) art. 7, lid 2
Product: Samenstelling trekkingscommissie Staatsloterij (Stcrt. 1983, 139; Stcrt. 1986, 209; Stcrt. 1989, 5; Stcrt. 1990, 107; Stcrt. 1991, 146) en Benoeming leden trekkingscommissie Staatsloterij (Stcrt. 1986, 112)
Opmerking: In de beschikking uit 1952 werd nog niet gesproken van een commissie; de directeur van de Staatsloterij diende twee personen aan te wijzen die de trekking zouden verrichten.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het (goed)keuren van de ruimte waarin een collecteur of debitant van de Staatsloterij de loten verkoopt
Periode: 1983–1992
Grondslag: Reglement Collecteurs (Stcrt. 1983, 60), art. 4, lid 2
Reglement Debitanten (Stcrt. 1983, 60), art. 4, lid 2
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het geven van toestemming aan een collecteur of debitant van de Staatsloterij om zich te laten vervangen
Periode: 1983–1992
Grondslag: Reglement Collecteurs (Stcrt. 1983, 60), art. 5, lid 2
Reglement Debitanten (Stcrt. 1983, 60), art. 5, lid 2
Product: kennisgeving
Opmerking: De directeur doet de debitant of collecteur een kennisgeving toekomen waarin hij verklaart geen bezwaar te hebben tegen de vervanging. Hieraan kunnen voorwaarden worden verbonden.
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het vaststellen van het tijdstip waarvóór collecteurs en debitanten van de Staatsloterij hun loten moeten bestellen
Periode: 1983–1992
Grondslag: Reglement Collecteurs (Stcrt. 1983, 60), art. 9, lid 1
Reglement Debitanten (Stcrt. 1983, 60), art. 9, lid 2
Opmerking: Wanneer op dat tijdstip nog geen bestelling is ontvangen wordt de collecteur of debitant geacht hetzelfde aantal loten te hebben besteld als hij bij de vorige loterij heeft verkocht
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het afgeven van loten aan de collecteurs en debitanten van de Staatsloterij
Periode: 1983–1992
Grondslag: Reglement Collecteurs 1983 (Stcrt. 1983, 60), art. 9, lid 5
Reglement Debitanten (Stcrt. 1983, 60), art. 9, lid 5
Opmerking: De genoemde bepalingen zijn niet direct de grondslag voor deze handelingen. Er staat daar alleen dat de directeur de afgifte van de loten kan opschorten wanneer een collecteur of debitant niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan.
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het uitbetalen van de prijzen van de staatsloterij, dan wel het uitstellen van deze betaling wanneer er gerede twijfel bestaat ten aanzien van de rechtmatigheid van het bezit van een lot door de aanbieder
Periode: 1945–1992
Grondslag: Besluit van den Minister van Financiën, ter uitvoering van het besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementen van Financiën en Justitie van 15 October 1943 betreffende het loterijbedrijf (Stcrt. 1945, 122) art. 7 en Reglement Collecteurs 1983 (Stcrt. 1983, 60), art. 12
Opmerking: Na 1951 vindt uitbetaling plaats op het kantoor van de verkoper van het lot. Ook dan is er de mogelijkheid van het uitstellen van de betaling indien twijfel bestaat aan de rechtmatigheid van het bezit van een lot (art. 12 aldaar).
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het geven van nadere aanwijzingen aan collecteurs en debitanten voor zover het gaat om zaken die niet in de reglementen van collecteurs en debitanten zijn geregeld
Periode: 1983–1992
Grondslag: Reglement Collecteurs 1983 (Stcrt. 1983, 60), art. 27 en Reglement Debitanten 1983(Stcrt. 1983, 60), art. 27
Waardering: B 5 algemeen geldende aanwijzingen
V 10 jaar aanwijzingen aan individuele collecteurs
Handeling: Het aan de hand van praktijkgegevens, zowel voor individuele gevallen als in het algemeen, stellen van nadere regels ten aanzien van de hoeveelheid contant geld een collecteur of debitant ten hoogste in kas mag hebben
Periode: 1984–1992
Grondslag: Kasinstructie collecteurs 1984 (Stcrt. 1973, 248), art. 3, lid 2 en Kasinstructie debitanten 1984 (Stcrt. 1983, 248), art. 3, lid 2
Opmerking: In de kasinstructie is bepaald dat de omvang van contante gelden beperkt moet blijven tot het bedrag dat nodig is om prijzen tot en met tweehonderdvijftig gulden uit te betalen. De overige gelden dienen door collecteur of debitant te worden gestort op de zogenaamde subrekening (een ten behoeve van iedere collecteur of debitant afzonderlijk gereserveerde postrekening op naam van de directeur van de Staatsloterij en onderdeel uitmakend van de hoofdrekening)
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het verlenen van toestemming aan collecteurs en debitanten om andere uitgaven ten laste van de kas te laten komen dat voorzien zijn in de kasinstructie
Periode: 1984–1992
Grondslag: Kasinstructie collecteurs 1984 (Stcrt. 19873, 248), art. 4 onder d en Kasinstructie debitanten 1984 (Stcrt. 19873, 248), art. 4 onder d.
Opmerking: In de kasinstructies van 1984 is bepaald dat contante uitbetalingen van de prijzen, afstortingen op de subrekening en netto-provisies volgens opgave van de directeur ten laste mogen komen van de kas.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het opstellen en verstrekken van maandverantwoordingsstaten waarop collecteurs en debitanten hun administratie voeren
Periode: 1984–1992
Grondslag: Kasinstructie collecteurs 1984 (Stcrt. 19873, 248), art. 7, lid 2 en Kasinstructie debitanten 1984 (Stcrt. 19873, 248) art. 7, lid 2
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het geven van aanwijzingen ten aanzien van de termijn waarbinnen collecteurs en debitanten een nadelig kasverschil moeten aanzuiveren en de wijze waarop een positief kasverschil wordt verrekend
Periode: 1984–1992
Grondslag: Kasinstructie collecteurs 1984 (Stcrt. 19873, 248), art. 7, lid 5 en 6 en Kasinstructie debitanten 1984 (Stcrt. 19873, 248), art. 7, lid 5 en 6
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het geven van voorschriften ten aanzien van de wijze waarop collecteurs en debitanten de administratie voeren en de kas beheren voor zover hiervoor niet is voorzien in de kasinstructies
Periode: 1984–1992
Grondslag: Kasinstructie collecteurs 1984 (Stcrt. 19873, 248), art. 11en Kasinstructie debitanten 1984(Stcrt. 19873, 248) art. 11
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het adviseren van de klachtencommissie voor collecteurs- en debitantenaangelegenheden inzake klachten die zijn ingediend door collecteurs en debitanten van de Staatsloterij
Periode: 1988–1992
Grondslag: Regeling vaststelling klachtencommissie Staatsloterij (Stcrt. 1988, 39), art. 9, lid 1 onder b.; ingetrokken in 1992 (Stb. 1992, 282)
Waardering: B 5
Actor: Collecteur van de Staatsloterij
Handeling: Het uitbetalen van de prijzen van de staatsloterij, dan wel het uitstellen van deze betaling wanneer er gerede twijfel bestaat ten aanzien van de rechtmatigheid van het bezit van een lot door de aanbieder
Periode: 1945–1992
Grondslag: Besluit van den Minister van Financiën, ter uitvoering van het besluit van de Secretarissen-Generaal van de Departementen van Financiën en Justitie van 15 October 1943 betreffende het loterijbedrijf (Stcrt. 1945, 122) art. 7 en Reglement Collecteurs 1983 (Stcrt. 1983, 60), art. 12
Opmerking: Na 1951 vindt uitbetaling plaats op het kantoor van de verkoper van het lot. Ook dan is er de mogelijkheid van het uitstellen van de betaling indien twijfel bestaat aan de rechtmatigheid van het bezit van een lot (art. 12 aldaar).
Waardering: V 10 jaar
Actor: Trekkingscommissie Staatsloterij
Handeling: Het vaststellen van de uitslag van de trekking van de Staatsloterij
Periode: 1964–1992
Grondslag: Beschikking Staatsloterij (Uitvoering artikel 9 van de Wet op de kansspelen) (Stcrt. 1964, 253) art. 9, lid 2; ingetrokken in 1973 (Stcrt. 1973, 148) en Beschikking Staatsloterij (Uitvoering artikel 9 Wet op de kansspelen) (Stcrt. 1973, 148) art.7, lid 2
Product: proces-verbaal
Opmerking: De commissie is aanwezig bij elke trekking en stelt over de resultaten een proces-verbaal op. De commissie zendt één exemplaar van het in tweevoud opgemaakte proces-verbaal naar de Minister van Financiën.
Waardering: V 10 jaar
Actor: Klachtencommissie voor collecteurs- en debitantenaangelegenheden
Handeling: Het adviseren van de Minister van Financiën inzake klachten van collecteurs of debitanten tegen besluiten of weigeringen daartoe van of namens de Minister van Financiën of de directeur der Staatsloterij die hen individueel en als zodanig raken
Periode: 1988–1992
Grondslag: Vaststelling Regeling klachtencommissie Staatsloterij (Stcrt. 1988, 39), art. 7, lid 1; ingetrokken bij Stb. 1992, 282
Opmerking: Alvorens met een advies te komen hoort de klachtencommissie de klager, de directeur der Staatsloterij en personen die de commissie zelf wens op te roepen. Deze personen zijn verplicht om zich door een raadsman te laten bijstaan. De voorzitter van de commissie kan de toelating van een bepaalde raadsman weigeren.
Waardering: B 5
Actor: Werkgroep Privatisering Staatsloterij (Commissie van Aardenne)
Handeling: Het adviseren van de verantwoordelijke Ministers over de privatisering van de Staatsloterij
Periode: 1983–1984
Grondslag: Instellingsbeschikking
Product: Eindrapport Het lot in eigen handen (Den Haag 1983)
Waardering: B 1
Actor: Interdepartementale Begeleidingscommissie Privatisering
Handeling: Het adviseren van de verantwoordelijke Ministers over de privatisering van de Staatsloterij
Periode: 1988–1989
Bron: Tweede Kamer, 1988–1989, 20 966, nr. 1
Product: advies
Waardering: B 1
Handelingen van actoren onder de zorg van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Actor: Minister belast met sportzaken
Kansspelbeleid in het algemeen
Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen en coördineren van het algemene beleid betreffende kansspelen
Periode: 1945–
Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten en adviezen
Bijvoorbeeld:
– Nota kansspelen in perspectief (1989);
– Nota Kansspelen in balans (1994);
– Nota kansspelen herijkt (1995).
Waardering: B 1
Handeling: Het evalueren van het beleid ten aanzien van kansspelen
Periode: 1945–
Waardering: B 2,3
Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Justitie over de instelling en de geformuleerde opdracht van commissies en (interdepartementale) werkgroepen ten behoeve van het algemene kansspelbeleid
Periode: 1945–
Waardering: B 5
Handeling: Het voorbereiden van de wijziging of intrekking van de Loterijwet
Periode: 1945–1964
Product: Besluit houdende nadere regelen inzake de verbindende kracht van maatregelen op het gebied van het loterijbedrijf, welke zijn uitgevaardigd gedurende de vijandelijke bezetting van het Rijk in Europa (Stb. 1945, F103);
– Wet houdende wijziging van de Loterijwet 1905 en vaststelling van enige met het loterijwezen verband houdende bepalingen (Stb. 1950, K619);
– Wet houdende nadere wijziging van de Loterijwet (Stb. 1955, 339);
– Wet houdende wijziging van de Loterijwet (Stb. 1961, 312);
– Wet op de loterijbelasting (Stb. 1961, 313).
Waardering: B 1
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming en wijziging van de Wet op de kansspelen
Periode: 1945–
Product: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483)
Wijzigingen bij: (Stb. 1967, 108); (Stb. 1968, 288); (Stb. 1970, 612); (Stb. 1971, 287); (Stb. 1973, 287); (Stb. 1974, 441); (Stb. 1976, 229); (Stb. 1981, 154); (Stb. 1984, 91); (Stb. 1985, 600); (Stb. 1988, 672); (Stb. 1988, 673); (Stb. 1991, 394); (Stb. 1992, 282); (Stb. 1992, 371); (Stb. 1992, 636); (Stb. 1993, 650); (Stb. 1993, 658); (Stb. 1994, 573); (Stb. 1995, 300); (Stb. 1997, 63); (Stb. 1997, 510); (Stb. 1998, 270); (Stb. 1998, 298); (Stb. 1998, 446); (Stb. 1999, 9); (Stb. 1999, 30)
Opmerking: De Minister van Economische Zaken was niet vanaf het begin betrokken bij de totstandkoming en wijziging van de Wet op de kansspelen; hij is voor het eerst medeondertekenaar van de wetswijziging in 1974, waarbij casino’s en de lotto werden gelegaliseerd.
Waardering: B 1
Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Justitie inzake de benoeming of het ontslag van de voorzitter, de overige leden of de secretaris van het College van toezicht op de kansspelen
Periode: 1996–
Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 36, lid 1; zoals ingevoegd bij (Stb. 1995, 300)
Besluit College van toezicht op de kansspelen (Stb. 1995, 595) art. 12 jo. art 14, lid 1 jo. 16, lid 3
Product: Brief
Waardering: V 5 jaar na einde benoeming
Handeling: Het door tussenkomst van de Minister van Justitie richten van een verzoek om advies aan het College van toezicht op de kansspelen
Periode: 1996–
Grondslag: Besluit College van toezicht op de kansspelen (Stb. 1995, 595), art. 2, lid 1
Waardering: B 5
Handeling: Het door de tussenkomst van de Minister van Justitie richten van het verzoek aan het College van toezicht op de kansspelen om een onderzoek in te stellen naar de naleving van de wettelijke bepalingen, de statuten en reglementen door een rechtspersoon waaraan een vergunning voor het organiseren van kansspelen is verleend
Periode: 1996–
Grondslag: Besluit College van toezicht op de kansspelen (Stb. 1995, 595), art. 5
Waardering: B 5
Loterijen, premieleningen, prijsvragen en bijzondere vormen van kansspelen
Handeling: Het verlenen of intrekken van een vergunning tot het organiseren van een instantloterij aan één rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid alsmede het vaststellen, wijzigen of intrekken van de voorschriften die aan deze vergunning worden verbonden
Periode: 1993–
Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 14b, lid 1 en 14c; zoals ingevoegd in 1993 (Stb. 1993, 658)
Product: Beschikking instantloterij (Stcrt. 1994, 5)
Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92)
Opmerking: Over het voornemen tot verlening of intrekking van de vergunning wordt vanaf 1996 het College van toezicht op de kansspelen gehoord. Wanneer de voorschriften betrekking hebben op het deel van de opbrengst dat de houder van een instantloterij aan de Staat moet overdragen, op inrichtingen waar tevens deelnamebewijzen van de staatsloterij verkrijgbaar zijn of op de vertegenwoordiging namens de organisator van de Staatsloterij in het bestuur van de vergunninghouder van de instantloterij, worden deze vastgesteld in overeenstemming met de Minister van Financiën.
Waardering: B 5
Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Justitie en de Minister van Financiën inzake de vaststelling van voorschriften die worden verbonden aan de vergunning voor het organiseren van een instantloterij
Periode: 1993–
Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 14c, lid 4; zoals ingevoegd in 1993 (Stb. 1993, 658)
Beschikking instantloterij (Stcrt. 1994, 5), art 3, lid 4; art. 11; art. 16, lid 3; art. 19, lid 2; art. 20, lid 4; vervallen 30 april 1996
Product: Beschikking instantloterij (Stcrt. 1994, 5)
Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92)
Opmerking: In de beschikking instantloterij is precies aangegeven met de vaststelling of wijziging van welke voorschriften de Minister van Financiën moet overeenstemmen. Het gaat om bepalingen in de beschikking instantloterij waarbij is bepaald:
– dat de Minister van Financiën de bepalingen in de statuten van de Stichting Nationale Instantloterij moet goedkeuren voor zover zij betrekking hebben op de vertegenwoordiging van de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij (SENS);
– wat het maximum aantal verkooppunten is, waarvan 1500 eenmalig worden aangewezen op bindende voordracht van de SENS;
– dat een bepaald deel van de netto-opbrengst van de instantloterij wordt afgedragen aan de Minister van Financiën;
– dat de Stichting Nationale Instantloterij elk kwartaal een financieel verslag aan de Minister van Justitie en de Minister belast met sportzaken stuurt, alsmede een afschrift daarvan aan de Minister van Financiën;
– dat de Stichting Nationale Instantloterij de jaarrekening tevens aan de Minister van Financiën zendt
In de beschikking instantloterij 1996 keren deze bepalingen niet terug.
Waardering: B 5
Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Justitie en de Minister van Financiën inzake de bepaling dat een gedeelte van de opbrengst van de instantloterij moet worden afgedragen aan de Staat
Periode: 1993–
Grondslag: Wet op de kansspelen, art. 14b, lid 4; zoals ingevoegd in 1993 (Stb. 1993, 658)
Product: Beschikking instantloterij (Stcrt. 1994, 5)
Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92)
Waardering: B 5
Handeling: Het rapporteren aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal over de werking van de Wet tot wijziging van de Wet op de kansspelen in verband met het organiseren van de instantloterij en de op basis daarvan verleende vergunning
Periode: 1994–1996
Grondslag: Wet van 2 december 1993 tot wijziging van de Wet op de kansspelen in verband met het organiseren van de instantloterij (Stb. 1993, 658) art. III
Product: De Krasloterij in Nederland. Deelname, deelnemers, risico’s en handhaving (Ministerie van Justitie/Den Haag, 1995)
Opmerking: De eerste vergunning tot het organiseren van de instantloterij werd als proef voor de duur van twee jaar verleend aan de Stichting Nationale Instantloterij. Het onderzoek voor het rapport aan de Tweede Kamer werd in opdracht van het Ministerie van Justitie uitgevoerd door Bakkenist Management Consultants en het Instituut voor Verslavingsonderzoek (IVO)
Waardering: B 2,3
Handeling: Het goedkeuren van de statuten en reglementen van de Stichting Nationale Instantloterij
Periode: 1994–
Grondslag: Beschikking instantloterij (Stcrt. 1994, 5) art. 3, lid 2; vervallen 30 april 1996
Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92) art. 3, lid 2
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het aanwijzen van een onafhankelijke deskundige of keuringsinstelling die de mechanische, elektrische en elektronische processen die worden gebruikt bij de prijsbepaling en vaststelling van de winnaars van de instantloterij, goedkeuren en periodiek controleren
Periode: 1994–
Grondslag: Beschikking instantloterij (Stcrt. 1994, 5), art. 14, lid 1; vervallen 30 april 1996
Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 11, lid 1
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het goedkeuren van het aanmerken van kosten, die niet rechtstreeks verband houden met het organiseren van de instantloterij of met de normale bedrijfskosten, als exploitatiekosten
Periode: 1994–
Grondslag: Beschikking instantloterij, (Stcrt. 1994, 5) art. 17, lid 2; vervallen 30 april 1996
Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 13, lid 2; zoals laatstelijk gewijzigd bij Stcrt. 2000, 111
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het aanwijzen van een onafhankelijke instelling die van de Stichting Nationale Instantloterij de opdracht krijgt tot het opstellen en uitvoeren van een plan tot controle van de verkooppunten van de instantloterij
Periode: 1996–
Grondslag: Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 5, lid 2
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het geven van aanwijzingen aan de Stichting Nationale Instantloterij omtrent de inrichting van haar jaarrekening en jaarverslag
Periode: 1996–
Grondslag: Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 17, lid 1
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het overeenstemmen met de Stichting Nationale Instantloterij inzake het verlenen van de opdracht aan een onafhankelijke instelling tot het gedurende een periode van tenminste vier jaar verrichten van longitudinaal onderzoek naar het gedrag van deelnemers aan de instantloterij
Periode: 1996–
Grondslag: Beschikking instantloterij 1996 (Stcrt. 1996, 92), art. 18, lid 1
Opmerking: De aangewezen instelling rapporteert jaarlijks aan de Ministers en het College van toezicht op de kansspelen.
Waardering: B 5
Sportprijsvragen en de lotto
Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen en coördineren van het beleid betreffende sportprijsvragen en de lotto
Periode: 1945–
Product: Nota’s, notities, rapporten
Opmerking: De betrokkenheid van de Minister van Justitie bij het voorbreiden enz. van beleid ten aanzien van sportprijsvragen en de lotto valt onder de coördinerende taak van deze Minister die is beschreven in handeling 1
Waardering: B 1
Handeling: Het evalueren van het beleid betreffende sportprijsvragen en de lotto
Periode: 1945–
Product: Brieven, rapporten
Opmerking: De Minister werd bijvoorbeeld in 1984 door de Tweede Kamer verzocht om de verdeling van de opbrengsten van de lotto en toto te evalueren. Zie TK, 1983–1984, 18 039, nr. 4
Waardering: B 2
Handeling: Het instellen van werkgroepen en commissie die de verantwoordelijke Ministers adviseren over het beleid ten aanzien van sportprijsvragen en de lotto
Periode: 1945–
Product: Instelling Werkgroep Oranje
Instelling Projectgroep Lotto en Toto (Commissie-Verhoeve)
Opmerking: Wanneer deze werkgroepen mede worden ingesteld door de Minister van Justitie als coördinerend bewindspersoon, dan valt de neerslag voor deze Minister onder handeling 3.
Waardering: B 4
Handeling: Het voorbereiden van algemene maatregelen van bestuur waarbij:
– categorieën van sportverenigingen en ondernemingen worden aangewezen die formulieren voor deelname aan een lotto of een sportprijsvraag beschikbaar kunnen stellen,
– voorschriften worden gegeven ten aanzien van de wijze waarop een lotto of een sportprijsvraag worden georganiseerd
Periode: 1974–1992
Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 27d, lid 1; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441); vervallen in 1992 (Stb. 1992, 636)
Product: Lotto-toto-besluit (Stb. 1974, 477)
Opmerking: De voorschriften betreffen de verspreiding, de administratie en de inname van formulieren, de administratie en de afdracht van de ter zake ontvangen gelden, alsmede de vergoeding welke aan individuele medewerkers uit de aangewezen categorieën ter zake van hun medewerking toekomt.
Waardering: B 5
Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen over sportprijsvragen en de lotto
Periode: 1945–
Product: Series jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen
Opmerking: Het gaat hier om vormen van verslaglegging waarvoor geen grondslag bestaat in de wet- en regelgeving ten aanzien van kansspelen.
Bewaring op het hoogste niveau betekent dat kwartaalverslagen alleen worden bewaard als er geen jaarverslagen zijn, en maandverslagen alleen als er geen jaar- en kwartaalverslagen zijn, etcetera.
Waardering: B, criterium 3 voor verslagen op het hoogste niveau
V 2 jaar voor verslagen op onderliggend niveau
Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden of commissies uit de Kamers der Staten-Generaal betreffende sportprijsvragen en de lotto
Periode: 1945–
Grondslag: GW 1938/46/48, art. 97; GW 1953/56/72, art. 104; GW 1983/87/95, art. 68
Product: Brieven, notities
Opmerking: Als coördinerend bewindspersoon zal de Minister van Justitie eveneens betrokken zijn bij het beantwoorden van Kamervragen met betrekking tot sportprijsvragen en de lotto, de neerslag valt dan onder handeling 11
Waardering: B 2,3
Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten-Generaal naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid ten aanzien van sportprijsvragen en de lotto
Periode: 1945–
Product: Brieven, notities
Waardering: B 3
Handeling: Het beslissen op beroeps- en bezwaarschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende sportprijsvragen en de lotto en het voeren van verweer in beroepschriftprocedures voor administratiefrechtelijke organen
Periode: 1945–
Product: Beschikkingen, verweerschriften
Opmerking: In de wet- en regelgeving ten aanzien van sportprijsvragen zijn geen regels opgenomen ten aanzien van beroep en bezwaar. Op basis van de Algemene wet bestuursrecht is wel beroep of bezwaar mogelijk.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende sportprijsvragen en de lotto
Periode: 1945–
Product: Brieven, notities
Waardering: V 2 jaar
Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van sportprijsvragen en de lotto
Periode: 1945–
Product: Voorlichtingsmateriaal
Waardering: V 2 jaar (de eindproducten blijven bewaard)
Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van (wetenschappelijk) onderzoek ten behoeve van het beleid ten aanzien van sportprijsvragen en de lotto
Periode: 1945–
Product: Nota’s, notities, onderzoeksrapporten
Waardering: B 1
Handeling: Het begeleiden en financieren van wetenschappelijk onderzoek ten behoeve van het beleid ten aanzien van sportprijsvragen en de lotto
Periode: 1945–
Product: Notulen, brieven, begrotingen, rekeningen, declaraties
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het verlenen, verlengen en intrekken van een vergunning tot het houden van sportprijsvragen en het opstellen, wijzigen of aanvullen van de daaraan verbonden voorwaarden
Periode: 1959–
Grondslag: Loterijwet, art. 3; art. 18, lid 1 en 23, lid 1; zoals ingevoegd in 1961 (Stb. 1961, 312); vervallen in 1964 (Stb. 1964, 483) en Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483) art. 16, lid 1 en 21, lid 2; zoals laatstelijk gewijzigd in 1974 (Stb. 1974, 441)
Product: Vergunning tot het aanleggen en houden van sportprijsvragen d.d. 3 januari 1963 nr. LO 620/068/136
Beschikking van de Minister van Justitie en de Staatssecretaris van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen van 21 december 1964, houdende vergunning voor het aanleggen en houden van sportprijsvragen
Vaststelling vergunning tot het aanleggen en houden van sportprijsvragen (Stcrt. 1968, 146); (Stcrt. 1969, 138); (Stcrt. 1970, 145); (Stcrt. 1973, 126); (Stcrt. 1974, 164 en 173); (Stcrt. 1976, 2); (Stcrt. 1981, 223); (Stcrt. 1982, 253); (Stcrt 1985, 230); (Stcrt. 1986, 13); (Stcrt. 1987, 65); (Stcrt. 1988; 24); (Stcrt. 1989, 14); (Stcrt. 1989, 247); (Stcrt. 1991, 36); (Stcrt. 1992, 102); (Stcrt. 1992, 102); Stcrt. 1992, 46) en Beschikking Sporttotalisator (Stcrt. 1992, 244); (Stcrt. 1995, 251); (Stcrt. 1997, 197); (Stcrt. 1997, 249); (Stcrt. 1999, 246)
Opmerking: Bij de vergunning worden tevens de voorwaarden vastgesteld. Aangezien de vergunning voor een relatief korte duur, doorgaans enkele jaren, wordt verleend, dient deze regelmatig verlengd te worden. Hierbij zijn van tijd tot tijd ook wijzigingen en aanvullingen doorgevoerd in de voorwaarden. Sinds 1992 wordt de vergunning voor het houden van sportprijsvragen, het organiseren van een cijferspel en de lotto, verleend met één beschikking, de Beschikking Sporttotalisator. Vanaf 1996 horen de Ministers bij het verlenen van de vergunning en het vaststellen van de voorwaarden het College van toezicht op de kansspelen.
Waardering: V 10 jaar na intrekken vergunning
Handeling: Het verlenen, verlengen en intrekken van een vergunning voor het organiseren van een lotto aan instellingen die toestemming hebben voor het houden van sportprijsvragen alsmede het opstellen, wijzigen of aanvullen van de hieraan verbonden voorschriften
Periode: 1974–
Grondslag: Wet op de kansspelen (Stb. 1964, 483), art. 27b, lid 1, 27 c, lid 1 en art. 27f; zoals ingevoegd in 1974 (Stb. 1974, 441) en gewijzigd in 1992 (Stb. 1992, 636)
Product: Vergunning voor het organiseren van een lotto (Stcrt. 1974, 164); (Stcrt. 1976, 2); (Stcrt. 1982, 253); (Stcrt. 1985, 230); (Stcrt. 1986, 101); (Stcrt. 1987, 65); (Stcrt. 1988; 24); (Stcrt. 1989, 14); (Stcrt. 1989, 247); (Stcrt. 1991, 36); (Stcrt. 1992, 147); (Stcrt. 1992, 46)
Beschikking Sporttotalisator (Stcrt. 1992, 244); (Stcrt. 1994, 242); (Stcrt. 1995, 251); (Stcrt. 1997, 197); (Stcrt. 1997, 249); (Stcrt. 1999, 246)
Opmerking: In feite kon hiermee alleen vergunning worden verleend aan de Stichting de Nationale Sporttotalisator. Na 1992 wordt de vergunning verleend en de voorschriften vastgesteld met de Beschikking Sporttotalisator. Over het voornemen tot verlening of intrekking van de vergunning wordt vanaf 1996 het College van toezicht op de kansspelen gehoord.
Waardering: B 5
Handeling: Het goedkeuren van de (wijziging van de) statuten en reglementen van de Stichting De Nationale Sporttotalisator
Periode: (1961) 1968 -
Grondslag: Lotto-toto-besluit (Stb. 1974, 477), art. 8, lid 3; ingetrokken in 1992 (Stb. 1992, 636), Vergunning tot het aanleggen en houden van sportprijsvragen (Stcrt. 1968, 146); (Stcrt. 1972, 129); (Stcrt. 1974, 173); (Scrt. 1976, 2) art. 14, Vergunning tot het organiseren van de lotto (Stcrt. 1974, 173) art. 1, Vergunning tot het organiseren van een kansspel (Stcrt. 1981, 208) lid 1, Beschikking Sporttotalisator (Stcrt. 1992, 244); (Stcrt. 1994, 242); (Stcrt. 1995, 251); (Stcrt. 1997, 197); (Stcrt. 1997, 249) art. 3, lid 2
Opmerking: Het reglement voor de aan de lotto medewerking verlenende ondernemers in het midden- en kleinbedrijf behoefde tot 1992 tevens de goedkeuring van de Minister van Economische Zaken.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het benoemen of ontslaan van twee onafhankelijke leden van het bestuur van de Stichting de Nationale Sporttotalisator die fungeren als voorzitter en vice-voorzitter
Periode: 1974–
Grondslag: Statuten Stichting Nationale Sporttotalisator
Opmerking: Uit het dossier over de Sporttotalisator in het archief van het Ministerie van Justitie lijkt aanvankelijk ook de Minister van Justitie een lid in het bestuur van de SNS te benoemen. Tot wanneer dit het geval zou zijn geweest is niet duidelijk.
Waardering: V 5 jaar na einde benoeming
Handeling: Het goedkeuren van de samenstelling, de taak en de werkwijze van de commissie die een vervangende uitslag vaststelt van afgelaste sportwedstrijden die worden gebruikt voor een sportprijsvraag
Periode: 1968–1974
Grondslag: Opnieuw vaststelling vergunning tot het aanleggen en houden van sportprijsvragen (Stcrt. 1968, 146) art. 14 en Vergunning tot het houden van sportprijsvragen voor de Stichting ‘De Nationale Sporttotalisator’ (Stcrt. 1972, 129) art. 14
Opmerking: Deze handeling vervalt in 1974 omdat toen bij de wijziging van de Wet op de kansspelen de bepaling ten aanzien van vervangende uitslagen werd aangepast en er daar niet langer sprake was van een speciaal hiervoor bestemde commissie.
Waardering: B 5
Handeling: Het goedkeuren van de raming van de exploitatiekosten door de stichting De Nationale Sporttotalisator
Periode: 1974–
Grondslag: Vergunning tot het organiseren van sportprijsvragen (Stcrt. 1974, 173); (Stcrt. 1976, 2) art. 12a en 13, Vergunning tot het organiseren van de lotto (Stcrt. 1974, 173); (Stcrt. 1976, 2) art. 12a; (Stcrt. 1981, 223) art. 12a en art. 13 en Beschikking sporttotalisator (Stcrt. 1992, 244) art. 12, lid 2
Opmerking: Vanaf 1974 schreven de vergunningen aan de SNS voor dat de stichting een taakstellende begroting moest opstellen van haar exploitatiekosten. Wanneer de stichting andere kosten dan in de vergunning was voorzien wilde beschouwen als exploitatiekosten diende de Minister belast met sportzaken dit goed te keuren. Beide activiteiten moeten onder deze handeling worden gerekend. In de Beschikking sporttotalisator vervalt de goedkeuring van de begroting, en moet de Minister van Justitie de raming van de exploitatiekosten mede goedkeuren.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het geven van richtlijnen met betrekking tot de jaarlijkse rapportages inzake de financiële uitkomsten van de georganiseerde prijsvragen en lotto
Periode: 1974–
Grondslag: Vergunning tot het organiseren van sportprijsvragen (Stcrt. 1974, 173; Stcrt. 1976, 2) art. 17, Vergunning tot het organiseren van sportprijsvragen d.d. 18 december 1980, art. 23,
Vergunning tot het organiseren van de lotto (Stcrt. 1974, 173; Stcrt. 1976, 2) art. 17,
Vergunning tot het organiseren van de lotto d.d. 18 december 1980, art. 23 en Beschikking sporttotalisator (Stcrt. 1992, 244) art. 15
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het goedkeuren van het prijzenschema van het extra cijferspel dat door de Stichting de Nationale Sporttotalisator wordt georganiseerd
Periode: 1981–1992
Grondslag: Verlening vergunning Stichting de Nationale Sporttotalisator voor organiseren kansspel (Stcrt. 1981, 208) art. 9
Waardering: V 2 jaar
Handeling: Het houden van toezicht op de besteding van de opbrengsten van de sportprijsvragen en de lotto
Periode: 1961–1992
Grondslag: Vergunning tot het organiseren van sportprijsvragen (Stcrt. 1968, 146); (Stcrt. 1972, 129) art. 8 en 9; (Stcrt. 1972, 129) art. 7; (Stcrt. 1974, 17); (Stcrt. 1976, 2) art. 15 en 16; Vergunning tot het organiseren van sportprijsvragen d.d. 18 december 1980, art. 20, Vergunning tot het organiseren van de lotto (Stcrt. 1974, 173); (Stcrt. 1976, 2) art. 15 en 16; Vergunning tot het organiseren van sportprijsvragen d.d. 18 december 1980, art. 20
Opmerking: In deze handeling zijn verschillende manieren waarop de Minister belast met sportzaken toezicht hield op de besteding van de opbrengsten van sportprijsvragen en de lotto. Tot 1974 voorzag de vergunning in een adviserende rol van een ambtenaar bij het opstellen van een verdelingsplan. Vanaf 1976 diende de SNS tweemaal per jaar een bestedingsplan op te stellen. Tegen deze bestedingsplannen kon door derden bezwaar worden aangetekend bij de Minister belast met sportzaken, die deze bezwaarschriften vervolgens meewoog bij het vaststellen van de bestedingsplannen. Na 1992 zijn geen bepalingen meer opgenomen in de vergunningen aan de SNS die vanaf dat moment in de Beschikking Sporttotalisator zijn geregeld
Waardering: B 5
Actor: Werkgroep Oranje
Handeling: Het adviseren van de verantwoordelijke Ministers over de financiële positie van de sporttotalisator
Periode: 1966/67–1968
Grondslag: Instellingsbeschikking
Product: Rapport, advies
Opmerking: In de werkgroep zaten vertegenwoordigers van de Ministeries van Justitie, CRM, Financiën
Waardering: B 1
Actor: Projectgroep Lotto en Toto (Commissie-Verhoeve)
Handeling: Het adviseren van de Minister van CRM over de opzet van de instelling die zal worden belast met het organiseren van de lotto en de toto en eveneens een belangrijke rol zal hebben bij de verdeling van de opbrengst daarvan
Periode: 1973–1974
Product: Advies
Opmerking: In deze werkgroep hadden vertegenwoordigers zitting van verschillende sportkoepels, gemeenten, departementen en charitatieve instellingen.
Waardering: B 1.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)