Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Consumentenbeleid vanaf 1945 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
Handeling: Het verlenen van toestemming aan districtsraden om bij de toekenning van een krediet rekening te houden met extra lasten bij de bepaling van een inkomen.
Periode: 1946–1949
Grondslag: Art. 6, lid 2, Eerste Uitvoeringsbeschikking.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het plaatsen van personen, behorend bij een specifieke bevolkingsgroep, in een andere klasse dan de gemeente van hun woonplaats.
Periode: 1946–1949
Opmerkingen: Het gaat hier om bevolkingsgroepen, waarvoor afzonderlijke districtsraden zijn vastgesteld.
Grondslag: Art. 5, lid 2, Eerste uitvoeringsbeschikking.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het bemiddelen bij de deblokkering van tegoeden van aanvragers van een krediet..
Periode: 1946–1947
Opmerkingen: Het betreft hier aanvragers, wier tegoeden om redenen van geldzuivering of vanwege de vijandigheid van het vermogen zijn geblokkeerd; deze aanvragers zouden niet in aanmerking komen wanneer zij de beschikking hadden over hun tegoeden.
Bron: Inventarisnummer 113.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het goedkeuren van de vervanging van bij brand verloren geraakte of beschadigde voorschotboekjes door de districtsraden..
Periode: 1947–1949
Opmerkingen: Indien een voorschotboekje door brand of anderszins werd beschadigd of vernietigd, kon de districtsraad een nieuw voorschotboekje overhandigen; de Centrale Raad moest dan wel hebben vastgesteld dat er geen fraude in het spel was.
Grondslag: Instructie aan de Districtsraden VIII H
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het blokkeren van als vermist of gestolen aangegeven voorschotboekjes,.
Periode: 1947–1949
Product: Lijsten van geblokkeerde voorschotboekjes.
Opmerkingen: Gestolen of vermiste voorschotboekjes werden niet vergoed; het krediet moest echter wel worden afbetaald. De laatste vijftien termijnen werden echter kwijtgescholden toen de laatste drie waardebonnen op 24 juli 1948 bij Circulaire C 141 niet geldig werden verklaard.
Bron: Instructie aan de Districtsraden VIII H
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het centraal administreren van het verstrekte krediet
Periode: 1946–1949
Opmerkingen: Bij deze administratie behoort de ontvangst van gegevens van de districten over finale kwijting van afbetalingen.
Grondslag: Art. 5, Wet op het consumentencrediet 1946
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het verlenen van ontheffing aan werknemers voor het bijhouden van spaarkaarten van werknemers die deelnemen aan het consumentenkrediet..
Periode: 1946–1947
Opmerkingen: Het betreft hier grote werkgevers met werknemers in vaste dienst
Grondslag: Art. 23, Eerste uitvoeringsbeschikking.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het dechargeren van de districtsraden voor tussentijds beëindigde kredieten
Periode: 1947–1949
Opmerkingen: Kredieten moeten tussentijds beëindigd worden als de kredietnemer wordt begunstigd door een erfenis, als hij overlijdt of als hij naar het buitenland vertrekt.
Grondslag: Art. 32, Eerste Uitvoeringsbeschikking.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het kwijtschelden van verschuldigde bedragen voor door de districtsraden ingetrokken kredieten.
Periode: 1947–1949
Opmerkingen: Het betreft hier kredieten die zijn toegekend aan kredietnemers die gedurende de aflooptijd willen emigreren. In deze gevallen worden de kredieten door de Districtsraden ingetrokken en worden de alsdan nog verschuldigde gelden aan de kredietnemer nagevorderd. Als de kredietnemer kennelijk niet in staat is het geld te betalen, kan de districtsraad de centrale raad verzoeken het bedrag kwijt te schelden.
Grondslag: Instructie aan de districtsraden, XC
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het beschikken op verzoeken van districtsraden om herwaardering van het afbetalingskrediet van ‘harde gevallen’, die onevenredig getroffen worden door verhoging van het afbetalingsbedrag.
Periode: 1948–1949
Grondslag: Circulaire C 129; 9 februari 1948.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het treffen van individuele regelingen bij achterstallige betalingen.
Periode: 1946–1949
Opmerkingen: Achterstallige betalingen kunnen ontstaan doordat de kredietnemer te laat zijn waardepapieren, zoals voorschotboekjes, heeft ontvangen.
Grondslag: Circulaire C 108, 5 augustus 1947.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het nader regelen van de inning van achterstallige afbetalingsbedragen van insolvente kredietnemers door de districtsraden.
Periode: 1946–1948
Opmerkingen: De raad kan besluiten tot
Grondslag: Art. 31,lid 2, Eerste Uitvoeringsbesluit.
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het verlenen van machtiging aan de districtsraden tot openbare verkoop bij executie bij de inning van achterstallige betalingen.
Periode: 1948–1949
Grondslag: Circulaire C 119, C 129; 9 februari 1948.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het accorderen van door districtsraden verleend uitstel van betaling wegens bijzondere omstandigheden..
Periode: 1947–1949
Opmerkingen: Hierbij is inbegrepen het toekennen van uitstelzegels. De Centrale raad zend deze stukken als zij de bewijsstukken van het uitstel van de districtsraad heeft ontvangen.
Grondslag: Instructie aan de districtsraden, wijziging VI.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het restitueren van teveel betaalde afbetalingsgelden.
Periode: 1947–1949
Grondslag: Circulaire C 109 van 18 augustus 1947, par. 2.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het accorderen van de restitutie van overtollige spaarzegels aan werkgevers.
Periode: 1947–1949
Grondslag: Circulaire C 110 van 9 september 1947.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het vervallen verklaren van door werkgevers bij te houden spaarkaarten..
Periode: 1947–1949
Grondslag: Art. 21, lid 2, Eerste uitvoeringsbeschikking.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het mede beslissen inzake het afwijken van het tijdstip van de geldigheid van kredietbonnen voor goederen.
Periode: 1946–1949
Product: Versnelde kredietverlening in de noodgebieden Gelderland, Noord-Brabant en Limburg in verband met de extra textielvoorziening;
Grondslag: Art. 29, lid 3, Eerste uitvoeringsbeschikking.
Waardering: B6
Handeling: Het aanwijzen van de door kredietnemers aan te schaffen goederen.
Periode: 1946–1948
Product: Lijst van onontbeerlijke duurzame gebruiksgoederen
Waardering: B5
Handeling: Het goedkeuren van bijzondere erkenningen van leveranciers door districtsraden.
Periode: 1946–1949
Grondslag: Art. 29, lid 1, Eerste uitvoeringsbeschikking.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het doen instellen van een onderzoek bij krediethouders naar aanleiding van buiten het district ingediende waardebonnen bij niet-erkende leveranciers.
Periode: 1947–1949
Opmerkingen: De districtsraden dienen de kredietnemers te benaderen wanneer zij in hun administratie bonnen aantreffen die door een niet-erkende leverancier worden geclaimd. Indien de kredietnemer buiten het district inkopen heeft gedaan, treedt de inspecteur van het Centraal Bureau op.
Grondslag: Instructie aan de districtsraden, IXB, art. 4..
Waardering: B 5
Handeling: Het bij rondvraag doen van een onderzoek naar misbruiken van leveranciers bij de aanvaarding van waardebonnen.
Periode: 1947–1948
Opmerkingen: De districtsraden hebben de bevoegdheid om bij misbruiken de leveranciersverklaringen in te trekken. Misbruiken kunnen zijn: het in onderpand nemen van voorschotboekjes, het vorderen van borgtochten of het overeenkomen met eigen afbetalingsregelingen. Ook het oneigenlijk inwisselen van waardebonnen of het verlenen van baar geld wordt daartoe gerekend,
Grondslag: Circulaire C 120 van 19 december 1947
Waardering: B 5
Handeling: Het machtigen van districtsraden tot de toelating van bestellingen van goederen op krediet na sluiting van de inzendingstermijn van de geldige bonnen.
Periode: 1947–1949
Grondslag: Circulaire C 119, 2 december 1947
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het aanwijzen van bankinstellingen die voor de verzilvering van ingeleverde waardebonnen bevoegd zijn
Periode: 1947–1949
Grondslag: Art. 30, Eerste uitvoeringsbeschikking.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het doen verzilveren van niet op plakvellen of anderszins onjuist ingeleverde waardebonnen.
Periode: 1948–1949
Grondslag: Circulaire C 142 van 10 augustus 1948.
Waardering: V 5 jaar
D. Actoren onder de zorg van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Actor: de Minister van Sociale Zaken
Handeling: Het benoemen van leden en de voorzitter van de Centrale Raad voor consumentencrediet.
Periode: 1946–1949.
Grondslag: Wet op het consumentencrediet 1946, art. 5, lid 2,
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het benoemen van Ministeriele afgevaardigden in het bureau van de Centrale Raad voor consumentencrediet.
Periode: 1946–1949.
Grondslag: Wet op het consumentencrediet 1946, art. 5, lid 3,
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het samenvoegen of splitsen van gemeentelijke districten
Periode: 1946–1949.
Grondslag: Wet op het consumentencrediet 1946, art. 6, lid 5.
Waardering:: V 10 jaar
Handeling: Het geven van nadere voorschriften over de samenstelling en de taak van de districtsraden
Periode: 1946–1949.
Grondslag: Wet op het consumentencrediet 1946, art. 6, lid 7.
Waardering: B5
Handeling: Het gezamenlijk stellen van nadere regels met betrekking tot de kredietverlening voor de aankoop van duurzame gebruiksgoederen...
Periode: 1946–1947
Product: Uitvoeringsbeschikking I, II en III, Stcrt. 1946, nr. 89, met wijzigingen..
Grondslag: Art. 1, Wet op het consumentencrediet 1946
Waardering: B5
Handeling: Het nader evalueren van de uitvoering van de Wet op het consumentenkrediet..
Periode: 1946–1953
Product: Rapport betreffende de inrichting van het consumentenkrediet, samengesteld door de Centrale Accountantsdienst van het Ministerie van Financiën 31 december 1946;
Rapport inzake een enquête over de beweegredenen voor aanvragers van het krediet in tweede termijn. 1947
Verzamelde staten van aanvragen.
Waardering: B2
Handeling: Het instellen van centrale organen en organisaties, belast met de uitvoering van de Wet op het consumentenkrediet..
Periode: 1946–1953
Product: Instellingsbeschikking van de Raad voor het Consumentenkrediet, het Bureau Consumentenkrediet en de Commissie Consumentenkrediet, 1 augustus 1946, nr. 179; opheffingsbeschikking van het bureau van 22 december 1949, nr. 222; opheffingsbeschikking van de raad van 12 oktober 1953, nr. F 161.
Grondslag: Art. 5, Wet op het consumentencrediet 1946
Waardering: B4
Handeling: Het benoemen van leden van de Centrale Raad voor het Consumentenkrediet en zijn organisaties.
Periode: 1946–1953
Opmerkingen: De eerste leden werden benoemd bij de instellingsbeschikking van het orgaan en zijn organisaties.
Grondslag: Art. 5, Wet op het consumentencrediet 1946
Waardering: V 10 jaar na beëindiging functie
E. Actoren onder de zorg van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Actor: Minister belast met Consumentenbeleid
De Minister van Maatschappelijk Werk (1952–1965)
De Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (1965–1982)
De Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (1982–1984)
Handeling: Het voorbereiden, mede vaststellen coördineren en evalueren van het beleid betreffende consumentenbescherming.
Periode: 1945–1984.
Waardering: B1
Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamer der Staten-Generaal betreffende consumentenbescherming en daarmee samenvallende zaken.
Periode: 1945–1984.
Waardering: B3
Handeling: Het informeren van de Commissie voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamer der Staten-Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende consumentenbescherming en daarmee samenvallende zaken.
Periode: 1945–1984
Waardering: B3
Handeling: Het beantwoorden van vragen van burgers, ondernemingen en andere instellingen betreffende consumentenbescherming en daarmee samenvallende zaken.
Periode: 1945–1984.
Waardering: V 3 jaar
Contacten met belangengroepen:
Waardering: B5
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de totstandkoming en ratificatie van internationale verdragen op het gebied van consumentenaangelegenheden.
Periode: 1945–1984.
Bron: MvT bij het wetsvoorstel Aanpassing van het BW aan de richtlijnen van de Raad voor de Europese Gemeenschappen inzake de aansprakelijkheid voor produkten met gebreken, HdTK 1985–1986, 19 636, nr. 3
Opmerking: In 1977 werd een Europees verdrag gesloten over productaansprakelijkheid ingeval van lichamelijk letsel of overlijden. Dit verdrag verloor zijn geldigheid als gevolg van nader vastgestelde Europese richtlijnen
Waardering: B1
Handeling: Het aanwijzen van de vice-voorzitter van de ICC.
Periode: 1974–1984.
Bron: Art. 5 Instellingsbeschikking
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het aanwijzen van de secretaris van de ICC.
Periode: 1974–1984
Bron: Art. 5 Instellingsbeschikking
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het (mede) voorbereiden van wettelijke regelingen op het beleidsterrein consumentenbescherming.
Periode: 1946–
Product: Algemeen
Herziening Burgerlijk Wetboek en Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering
Herziening Wetboek van koophandel
Herziening Faillissementswet, met name met betrekking tot de schuldsanering van natuurlijke personen (voorstellen aanvaard in 1998)
Algemene Wet Bestuursrecht, Vastgesteld vanaf 1992–
Herziening Warenwet
Wet op de economische delicten, Stb. 1951,
Wet Aanpassing herziening adviesstelsel, Stb. 1997, 63
Civielrechtelijke wetten (specifieke wijzigingen WB en NWB)
Wet Algemene Voorwaarden, Stb. 1987, 327.
Wet […] inzake de aansprakelijkheid voor producten met gebreken, Stb. 1990, …
Wet op de consumentenkoop (titel 7.1 en 3, 5 en 6 NBW)
Wet op de […] privaatrechtelijke bescherming tegen misleidende reclame, Stb. 1980, 304
Wet […] betreffende pakketreizen met inbegrip van vakantiepaketten en rondreispaketten (boek 7 BW), Stb. 1992, 689.
Op het gebied van consumentenkrediet Wet op het consumentencrediet 1946, Stb. G 184
Wet houdende opheffing van de particuliere banken van leening, 1946 Stb. G 295.
Wijziging van de Geldschieterswet 1932, 1948, Stb. I 270, 1965, Stb. ???.:
Wet op het consumptief geldkrediet, Sttb. 1972, 399; 1974, 817; 1977, 227; 1983, 297
Wet toezicht kredietwezen, Stb. 1978, 255
Voorontwerp van wet op het consumentenkrediet 1984.
Wet op het consumentenkrediet, Stb. 1990, 395;.
Op het gebied van afbetaling (tot 1990)
Wet, houdende een tijdelijke regeling betreffende de afbetalingsovereenkomst, Stb. 1956, 322)
Wet tot handhaving van een tijdelijke regeling betreffende de afbetalingsovereenkomst, Stb. 1961, 5).
Wet op het afbetalingsstelsel, Stb. 1961, 213; 1964, ...; 1972, 248; 1976, 515; 1983, 465, 469, 690.
Op het gebied van colportage
Wet op het afbetalingsstelsel, Stb. 1961, 213;
Colportagewet 1973, Stb. 438; 1989, Stb. 301;
Wet houdende wijziging van de Colportagewet in verband met de afschaffing van het registratiestelsel, 1992, Stb. 70.
Inzake het cadeaustelsel Wet houdende regelen tot beperking van de vrijheid voor het aanbieden en verstrekken van geschenken in verband met het uitoefenen van een bedrijf (Wet beperking cadeaustelsel,) Stb. 1955, 345; 1977, 659
Mededingingswet 1997, Stb. 242.
Waardering: B1
Handeling: Het toekennen van institutionele subsidies aan verenigingen en instellingen ten behoeve van consumentenvoorlichting of het onderwijs
Periode: 1974–1984
Bron: Nota Consument en consumptie, Diverse verslagen overheidsbeleid consumentenzaken, begrotingen van het Ministerie van Economische Zaken..
Opmerkingen: De Minister van (cultuur, recreatie en) Maatschappelijk Werk verleende eveneens subsidie op het gebied van huishoudelijke voorlichting. De SER adviseerde deze Minister over het belang voor de consument bij deze subsidies.
Subsidies werden o.m. verleend aan:
Het Nederlands Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD) en zijn voorgangers voor 24%
De Nederlandse Vereniging voor Volksrediet, 1988–1993.
De Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Konsumenten Aangelegenheden SWOKA
De Consumentenbond
Konsumenten Kontakt
De Nederlandse Vereniging voor Huisvrouwen
Stichting Konsumenten Keurmerk SKK,
Stichting Coördinatiepunt Massamedia Consumentenvoorlichting COMAC
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het uitbetalen van institutionele subsidies aan verenigingen en instellingen ten behoeve van consumentenvoorlichting of het onderwijs
Periode: 1974–1984
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het toekennen van subsidies aan verenigingen en instellingen voor een vastgesteld onderzoek of project.
Periode: 1974–1984
Bron: Nota Consument en consumptie, Verslagen overheidsbeleid Consumentenaangelegenheden
Product: Bijvoorbeeld: onderzoeksopdrachten aan de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Consumentenaangelegenheden SWOKA. De SWOKA gaf een genummerde serie publicaties uit onder de titel SWOKA-rapporten over verschillende vraagstukken.
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het jaarlijks uitbetalen van subsidies aan verenigingen en instellingen voor een vastgesteld onderzoek of project.
Periode: 1974–1984
Bron: Nota Consument en consumptie, Verslagen overheidsbeleid consumentenaangelegenheden.
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het voorbereiden, mede vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid inzake het consumentenkrediet, het afbetalingsstelsel, de colportage en daarmee in verband staande handelspraktijken.
Periode: 1945–1984
Waardering: B1
Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten-Generaal betreffende het consumentenkrediet, het afbetalingsstelsel, de colportage en daarmee in verband staande handelspraktijken.
Periode: 1945–1984
Waardering: B3
Handeling: Het uitwisselen van gegevens met het buitenland inzake het consumentenkrediet.
Periode: 1945–1984
Bron: Staatsalmanak voor 1965.
Waardering: B5
Handeling: Het benoemen van leden, de voorzitter en een secretaris van de CAB inzake de Geldschieterswet.
Periode: 1945–1973
Bron: Geldschieterswet.art. 45, lid 3–5,
Waardering: V 10 jaar na ontslag
Handeling: Het vaststellen van instructies voor de CAB inzake de Geldschieters wet.
Periode: 1945–1973.
Bron: Geldschieterswet, art. 45, lid 6,
Waardering: B5
Handeling: Het voorbereiden van vaststelling, wijziging en intrekking van AMvB’s inzake de werkzaamheden van de Commissie Wet op het consumptief geldkrediet.
Periode: 1973–1984.
Bron: Wet op het consumptief geldkrediet, art. 54, lid 12.
Product: Besluit commissie Wet op het consumptief geldkrediet, Stb. 1982, 643.
Waardering: B 5
Handeling: Het voorbereiden van KB’s tot benoeming van de voorzitter van de commissie Wet op het consumptief geldkrediet.
Periode: 1973–1984.
Bron: Wet op het consumptief geldkrediet, art. 54, lid 5.
Waardering: V 10 jaar na ontslag
Handeling: Het benoemen van leden, adviserende leden en secretarissen van de commissie Wet op het consumptief geldkrediet.
Periode: 1973–1984.
Bron: Wet op het consumptief geldkrediet, art. 54, lid 5.
Opmerkingen: De commissie bestaat uit zeven leden; drie daarvan zijn vergunninghouder als kredietverlener. Twee andere leden worden door representatieve consumentenorganisaties voorgedragen.
Waardering: V 10 jaar na ontslag
Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van AMvB’s op basis van de Geldschieterswet.
Periode: 1945–1972
Bron: Geldschieterswet, passim
Product: – Besluit, houdende wijziging van de tabellen van maximum interest..., Stb.1952/637
Besluit houdende nadere wijziging van het KB van 13 januari 1933, Stb.12 tot uitvoering van de Geldschieterswet. Stb. 1956, 471
Opmerkingen: De Minister heeft de bevoegdheid om bij AMvB
Waardering: B 5
Handeling: Het geven van aanwijzingen aan andere overheden met betrekking tot de toepassing van de Geldschieterswet.
Periode: 1932 – 1973
Bron: Geldschieterswet, art. 45, lid 2,.
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het voorbereiden van AMvB’s naar aanleiding van de Wet op het consumptief geldkrediet.
Periode: 1972–1984
Bron: WCGK, passim.
Product: Besluit aanwijzing zekerheden, Stb. 1976/420
Besluit kassastorting, Stb. 1976/421
Opmerkingen: De Minister heeft de bevoegdheid om bij AMvB:
a: regels te stellen
Waardering: B5
Handeling: Het voorbereiden, vaststellen, wijzigen en intrekken van Ministeriële regelingen op basis van van de Wet op het consumptief geldkrediet.
Periode: 1972–1984
Bron: WCGK, passim
Product: Beschikking van 28 juli 1976, Stcrt 158, inzake de berekening van de kredietvergoeding bij vervroegde betaling en vertragingsvergoeding, ingetrokken in Stcrt 1981, 108–114.
Beschikking van 12 sept. 1976, Stcrt. 184, inzake de berekening van de kredietvergoeding
Beschikking inzake prospectussen en overige aanbiedingen, 1976, Stcrt. 158 (ingetrokken in 1983)
Besluit kredietvergoedingen, 1983, Stcrt. 115
Besluit kredietaanbiedingen en akten, 1983, Stcrt. 211.
Beschikkingen, waarbij interest- of vergoedingstabellen worden gewijzigd.
Waardering: B 5
Handeling: Het in bijzondere gevallen van toepassing verklaren van de Wet op het consumptief geldkrediet op instellingen.
Periode: 1972–1984
Bron: WCGK, art. 3, lid 2.
Opmerkingen: Het betreft hier instellingen die niet voldoen aan de definitie van kredietgevers in de zin der wet (art. 3, lid 1), maar waarvan wordt geconstateerd dat zij feitelijk consumptief geldkrediet verstrekken of daarmee zelfs misbruik plegen. Van dit besluit wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
Waardering: B5
Handeling: Het voorbereiden van een kroonbesluit op een beroep tegen de weigering van de goedkeuring van GS van gemeentelijke besluiten ten aanzien van een gemeentelijke kredietbank.
Periode: 1945–1976
Bron: 3, lid 2, Geldschieterswet.
Product: Bijvoorbeeld: het KB van 10 januari 1953, nr. 28.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het voorbereiden van een Kroonbesluit inzake het besluit van Gedeputeerde Staten van een provincie naar aanleiding van een beroep van een particuliere geldschietersbank tegen weigering of intrekking van de toelating door het gemeentebestuur.
Periode: 1945–1976
Bron: Art. 9, lid 3, art. 20, lid 4, Geldschieterswet.
Opmerkingen: Na vernietiging van het besluit van GS zijn deze verplicht opnieuw uitspraak te doen met inachtneming van de beslissing van de Kroon.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het toetsen van opgaven van toegelaten kredietbanken.
Periode: 1945–1976
Bron: CAS, conceptinventaris van het archief van het Ministerie van Maatschappelijk Werk (niet uitgegeven).
Opmerkingen: In voorkomende gevallen werden ook adviezen aan de gemeentebesturen gegeven.
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het verlenen van vergunningen aan particuliere voorschotbanken.
Periode: 1976–1984
Bron: WCGK, art. 11–13
Waardering: V 5 jaar na verlopen vergunning
Handeling: Het voorbereiden van een uitspraak van de Kroon inzake een beroep tegen het weigeren van een vergunning aan de houder van een voorschotbank.
Periode: 1976–1984.
Bron: WCGK, art. 16, lid 2.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het op verzoek van een voorschotbank verklaren dat een vergunning na verandering van vestigingsplaats of benaming geldig blijft.
Periode: 1976–1984.
Bron: WCGK, art. 15, lid 2.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het registreren van toegelaten particuliere voorschotbanken.
Periode: 1974–1984
Bron: WCGK, art. 4, lid 1.
Waardering: B5
Handeling: Het jaarlijks opstellen van lijsten van toegelaten particuliere voorschotbanken
Periode: 1974–1984
Bron: WCGK, art. 4, lid 2..
Waardering: V 1 jaar
Handeling: Het jaarlijks verzoeken aan vergunninghouders om opgave van de verleende kredieten.
Periode: 1972–1984
Bron: WCGK, art. 17, lid 2.
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het verrichten van jaarlijks onderzoek op toegelaten particuliere voorschotbanken.
Periode: 1974–1984
Bron: WCGK, art. 18.
Waardering: B 5: eindproduct V 7 jaar
Handeling: Het geven van schriftelijke aanwijzingen aan particuliere voorschotbanken.
Periode: 1974–1984
Bron: WCGK, art. 20.
Waardering: B 5
Handeling: Het intrekken van vergunningen van particuliere voorschotbanken.
Periode: 1974–1984
Bron: WCGK, art. 21.
Waardering: V 5 jaar na vervallen vergunning
Handeling: Het controleren van de afwikkeling van ontbonden spaarovereenkomsten van vergunninghouders wier vergunning is ingetrokken.
Periode: 1974–1984
Bron: WCGK, art. 25.
Opmerkingen: Een bijzonder geval bij de afwikkeling van lopende zaken van een vergunninghouder, wiens vergunning is ingetrokken, is de afwikkeling van spaarkredieten, waarbij de kredietverlening naar de toekomst is uitgesteld (art. 25); de overeenkomst is dan ontbonden, en de kredietverlener is dan gehouden het reeds betaalde spaargeld terug te storten. De Minister moet door periodieke verslaglegging op de hoogte worden gebracht van het verloop van de terugbetaling.
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het voorbereiden van een uitspraak van de Kroon op een beroep tegen een aanwijzing aan een vergunninghouder of intrekking van een vergunning.
Periode: 1974–1984
Bron: WCGK art. 19, lid 4, art. 21, lid 2, Wet op het consumptief geldkrediet
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het voorbereiden van Koninklijke Besluiten tot het verlenen van vrijstellingen aan geldschietersinstellingen.
Periode: 1946–1976.
Bron: Art. 44. Geldschieterswet
Waardering: V, 5 jaar na verlopen vrijstellingen.
Handeling: Het voorbereiden van Koninklijke Besluiten tot het verlenen of intrekken van algehele of bijzondere vrijstellingen aan kredietgevers van wettelijke verplichtingen.
Periode: 1976–1984
Bron: Art. 49–50, Wet op het consumptief geldkrediet.
Waardering: V 5 jaar na verlopen vrijstellingen.
Actor: Commissie wet op het consumptief Geldkrediet
Handeling: Het adviseren van de Minister over AMvB’s en Ministeriele regelingen naar aanleiding van de Wet op het consumptief geldkrediet.
Periode: 1984–
Grondslag: WCGK, art. 54, lid 3
Waardering: B5
Actor: Commissie van advies en bijstand voor de Geldschieterswet, 1936–
Handeling: Het jaarlijks informeren van de Kroon over de werkzaamheden van de commissie.
Periode: 1932–1973
Bron: Geldschieterswet, art. 45, lid 7.
Waardering: B3
Handeling: Het voorbereiden van vaststelling, wijziging en intrekking van AMvB’s op basis van de Geldschieterswet.
Periode: 1932–1976
Bron: Geldschieterswet, passim
Product: Besluit, houdende wijziging van de tabellen van maximum interest, Stb.1952/637
Besluit houdende nadere wijziging van het KB van 13 januari 1933, Stb.12 tot uitvoering van de Geldschieterswet. Stb. 1956, 471.
Opmerkingen: De Minister heeft de bevoegdheid om bij AMVB
Handeling: Het adviseren van de Minister bij aanvragen om vrijstellingen van bepalingen van de Geldschieterswet.
Periode: 1946–1976
Bron: Art. 45, lid 2, Geldschieterswet.
Waardering: B5
F. De hoofdgroep banken (vakgroep Volkskrediet- en geldschietersbanken, Woltersomse Organisatiekaders)
Actor: De hoofdgroep Banken (vakgroep Volkskrediet- en geldschieters banken)
Handeling: Het formuleren van beleid inzake het consumentenkrediet.
Periode: 1946–1950.
Product: Interne richtlijnen.
Overlegkader: Rijksnijverheidsorganisatie
Opmerkingen: De taak van de vakgroep is na de opheffing van de Woltersomse
bedrijfsorganisaties overgenomen door particuliere vakorganisaties.
Waardering: B1
Handeling: Het vaststellen van verordeningen inzake het consumentenkrediet.
Periode: 1946–1950.
Product: Circulaires.
Opmerkingen: De bedrijfsgroepen van de Woltersomse organisatie hebben verordenende bevoegdheden, die in de bezettingstijd vooral van belang waren geweest om de resultaten van het overleg tussen het bedrijfsleven en de bezetter door te kunnen voeren. Na de oorlog beperkten deze bedrijfsgroepen zich tot het nader verspreiden van besluiten en regels van de diverse Ministeries.
Waardering: B1
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)