Besluit van 10 juli 2007, houdende regels over de hoogst toelaatbare pachtprijs (Pachtprijzenbesluit 2007)

Type AMvB
Publication 2018-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 30
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 19 april 2007, No. TRCJZ/2007/1255, Directie Juridische Zaken;

Gelet op artikel 327, eerste lid, van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;

De Raad van State gehoord (advies van 23 mei 2007, No. W11.07.0109/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 3 juli 2007, No. TRCJZ/2007/2124, Directie Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1. (definities)

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • –. bedrijveninformatienet: informatienet, waarin de gegevens worden verzameld, bedoeld in verordening nr. 79/65/EEG van de Raad van 15 juni 1965 tot oprichting van een boekhoudkundig informatienet betreffende de inkomens en de bedrijfseconomische positie van de landbouwbedrijven in de Europese Economische Gemeenschap (PbEG 109);
  • –. verpachte waarde: 50% van de waarde van landbouwgrond in onverpachte staat in het jaar voorafgaand aan het jaar, waarin de regeling, bedoeld in artikel 2 in werking treedt;
  • –. Standaardopbrengst: maatstaf om de economische bedrijfsomvang vast te stellen, die is gebaseerd op de standaardwaarde van de brutoproductie, die wordt vastgesteld volgens verordening (EG) nr. 1242/2008 van de Commissie van 8 december 2008 houdende invoering van een communautaire typologie van de landbouwbedrijven (PbEU L 335);
  • –. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
  • –. pachtprijsgebied: gebied als bedoeld in de bijlage bij dit besluit;
  • –. reële lange kapitaalmarktrente: effectief rendement van de 10-jarige Euro Interest Rate Swap verminderd met de inflatie;
  • –. vergoeding voor eigen arbeid: modaal inkomen vastgesteld door het Centraal Planbureau, zoals dat gold in het jaar voorafgaand aan de inwerkingtreding van de regeling van Onze Minister, bedoeld in artikel 2, eerste lid;
  • –. vrije verkeerswaarde: waarde van land in onverpachte staat die overeenstemt met de prijs bij voortgezet agrarisch gebruik, en die tot stand komt als redelijk handelende partijen op de markt tot koop en verkoop besluiten over te gaan, waarbij de investeringen van de pachter buiten beschouwing worden gelaten.

Hoofdstuk 2. Land zonder woningen of andere opstallen

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 2. (jaarlijkse vaststelling hoogst toelaatbare pachtprijs)
1.

Bij regeling van Onze Minister wordt met inachtneming van de in de artikelen 4 tot en met 9 van dit besluit gestelde regels jaarlijks voor elk pachtprijsgebied de hoogst toelaatbare pachtprijs per hectare vastgesteld voor pachtovereenkomsten die worden aangegaan voor land zonder woningen of andere opstallen.

2.

Bij regeling van Onze Minister wordt met inachtneming van de in artikel 10 van dit besluit gestelde regels jaarlijks voor elk pachtprijsgebied het percentage vastgesteld waarmee de tussen partijen op grond van een op 31 augustus 2007 bestaande overeenkomst geldende pachtprijs voor land zonder woningen of andere opstallen wordt gewijzigd.

Artikel 3. (relatie vrije verkeerswaarde)

Indien de pachtprijs, bedoeld in de artikelen 2 en 2a, meer bedraagt dan 2% van de vrije verkeerswaarde van het desbetreffende land, dan geldt 2% van die waarde voor het desbetreffende land als de hoogst toelaatbare pachtprijs.

Paragraaf 2. De pachtprijs

Artikel 4. (pachtprijs)

De pachtprijs, bedoeld in artikel 2, eerste lid, komt overeen met de gemiddelde grondbeloning per hectare in het pachtprijsgebied, die achtereenvolgens:

  • a. wordt verminderd met 20% van de gemiddelde grondbeloning in het pachtprijsgebied, en
  • b. wordt verminderd of vermeerderd met het percentage voor het rendement van de verpachter, als bedoeld in artikel 9 van dit besluit.
Artikel 5. (gegevens)
1.

Onze Minister hanteert bij het bepalen van de grondbeloning en het bedrijfsvermogen de gegevens van het bedrijveninformatienet.

2.

Onze Minister hanteert bij het bepalen van de grondbeloning en de bedrijfsreserveringen uitsluitend gegevens van akkerbouwbedrijven met een omvang van 130.000 Standaardopbrengst tot 750.000 Standaardopbrengst en van melkveebedrijven met een omvang van 155.000 Standaardopbrengst tot 885.000 Standaardopbrengst en met ten hoogste 25% inkomsten uit neventakken. Van elk pachtprijsgebied zijn in het bedrijveninformatienet de gegevens van tenminste 20 bedrijven met de in de eerste volzin bedoelde omvang beschikbaar.

3.

Onze Minister hanteert bij het bepalen van de grondbeloning en het bedrijfsvermogen de gegevens van alle bedrijven in het pachtprijsgebied die hem overeenkomstig het eerste en tweede lid ter beschikking staan.

Artikel 6. (grondbeloning)
1.

De grondbeloning komt overeen met de opbrengsten uit bedrijf, die achtereenvolgens worden verminderd met:

  • a. de kosten en afschrijvingen, die met deze opbrengsten verband houden, uitgezonderd de kosten voor grond en de vergoeding voor niet aangekochte immateriële activa en
  • b. de vergoeding voor eigen arbeid.
2.

De grondbeloning per hectare wordt bepaald door de grondbeloning te delen door de tot de bedrijfsoppervlakte behorende cultuurgrond.

3.

De gemiddelde grondbeloning per hectare is het gemiddelde van de grondbeloning per hectare over de afgelopen vijf jaren voorafgaand aan het jaar, waarin de regeling van Onze Minister, bedoeld in artikel 2, in werking treedt en waarvan de jaargegevens van alle bedrijven als bedoeld in artikel 5, beschikbaar zijn.

4.

Bij wijziging van de indeling in pachtprijsgebieden wordt bij de bepaling van de gemiddelde grondbeloning per hectare, bedoeld in het derde lid, de gewijzigde indeling in acht genomen voor de twee jaren voorafgaand aan het jaar waarin zij van kracht is geworden.

Artikel 7. (kosten voor grond en niet aangekochte immateriële activa)
1.

De kosten voor grond en de kosten voor niet aangekochte immateriële activa, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, bestaan uit de betaalde pacht en de betaalde financieringslasten verminderd met een berekende vergoeding voor de kosten van aangekochte immateriële activa en overige activa, uitgezonderd grond.

2.

De vergoeding voor aangekochte immateriële activa wordt bepaald door achtereenvolgens:

  • a. de gemiddelde vermogenskostenvoet te verminderen met de inflatie en
  • b. het verschil te vermenigvuldigen met de gemiddelde balanswaarde van de immateriële activa die de laatste acht jaar zijn aangekocht.
3.

De vergoeding voor overige activa, uitgezonderd grond, wordt bepaald door achtereenvolgens:

  • a. de gemiddelde vermogenskostenvoet verminderd met de inflatie, te vermenigvuldigen met de gemiddelde balanswaarde van de materiële activa, uitgezonderd grond en
  • b. het product te vermeerderen met de gemiddelde vermogenskostenvoet vermenigvuldigd met de gemiddelde balanswaarde van de biologische en monetaire activa.
4.

De gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet komt overeen met het gewogen gemiddelde van:

  • a. de rente van staatsobligaties met een resterende tijd van drie tot acht jaar vermeerderd met 1,5 procent voor het deel van het vermogen dat met eigen middelen is gefinancierd en
  • b. het gemiddeld betaalde rentepercentage voor de leningen per bedrijf voor het deel van het vermogen dat met vreemde middelen is gefinancierd.
Artikel 8. (bedrijfsvermogen)
1.

Tot het bedrijfsvermogen worden niet de grond en immateriële activa gerekend.

2.

Het gemiddelde bedrijfsvermogen in het pachtprijsgebied is het gemiddelde van het bedrijfsvermogen per bedrijf in het pachtprijsgebied over de afgelopen vijf jaren voorafgaand aan het jaar, waarin de regeling van Onze Minister, bedoeld in artikel 2, in werking treedt.

3.

Indien in het jaar voorafgaand aan het jaar, waarin de regeling van Onze Minister, bedoeld in artikel 2, in werking treedt niet de jaargegevens van alle bedrijven, bedoeld in artikel 5, beschikbaar zijn, dan wordt, in zoverre in afwijking van het tweede lid, uitgegaan van het gemiddelde bedrijfsvermogen per bedrijf in het pachtprijsgebied over de afgelopen vijf jaren voorafgaand aan het eerstbedoelde jaar.

Artikel 9. (vereiste rendement verpachter)
1.

Het percentage voor het rendement van de verpachter, bedoeld in artikel 4, onderdeel b, is het correctiepercentage dat is gekoppeld aan de verhouding tussen het vereiste directe rendement van de verpachter en de grondbeloning, zoals weergegeven in onderstaande tabel.

Vereiste directe rendement/grondbeloning Correctiepercentage grondbeloning
< 0,8 0,8–0,9 0,9–1,1 1,1–1,2 > 1,2 – 10 – 5 0 +5 +10
2.

Het vereiste directe rendement van de verpachter wordt verkregen door de gemiddelde verpachte waarde per hectare in het pachtprijsgebied te vermenigvuldigen met het percentage van de gemiddelde reële lange kapitaalmarktrente dat is vermeerderd met 1,25 procentpunt.

3.

De gemiddelde reële lange kapitaalmarktrente is het gemiddelde van de reële lange kapitaalmarktrente over de drie jaar voorafgaand aan het jaar, waarin de regeling van Onze Minister, bedoeld in artikel 2, in werking treedt.

Artikel 10

Het percentage, bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt vastgesteld door achtereenvolgens:

  • a. de pachtprijs, bedoeld in artikel 2, eerste lid, te verminderen met de pachtprijs, bedoeld in artikel 2, eerste lid, zoals die gold in het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de regeling van Onze Minister, bedoeld in artikel 2, in werking treedt,
  • b. het verschil verkregen volgens onderdeel a te delen door de pachtprijs, bedoeld in artikel 2, eerste lid, zoals die gold in het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de regeling van Onze Minister, bedoeld in artikel 2, in werking treedt en
  • c. het quotiënt te vermenigvuldigen met 100%.

Paragraaf 3. Tuinland

Artikel 11. (pachtprijs tuinland)

De hoogst toelaatbare pachtprijs en het veranderpercentage, bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, voor tuinland worden vastgesteld door toepassing van de artikelen 4 tot en met 10 met inachtneming van de navolgende artikelen.

Artikel 12. (gegevens berekening pachtprijs)
1.

Onze Minister hanteert bij het bepalen van de grondbeloning en het bedrijfsvermogen voor het pachtprijsgebied Westelijk Holland geen gegevens van bedrijven gelegen in de gemeenten Boskoop en Rijnwoude.

2.

Onze Minister hanteert bij het bepalen van de gemiddelde pachtprijs per pachtprijsgebied gegevens die beschikbaar worden gesteld door de grondkamer.

3.

Onze Minister hanteert bij het bepalen van de grondbeloning en de bedrijfsreserveringen uitsluitend gegevens van tuinbouwbedrijven met een omvang van 155.000 Standaardopbrengst tot 885.000 Standaardopbrengst. Van elk pachtprijsgebied zijn in het bedrijveninformatienet de gegevens van tenminste 20 bedrijven met deze omvang beschikbaar.

Paragraaf 4. Fruitteelt

Artikel 13
1.

De pachtprijs, bedoeld in artikel 2, eerste lid, voor een boomgaard komt overeen met de prijs die voortvloeit uit de toepassing van de artikelen 2, 2a, 2b en 3, vermeerderd met een bedrag voor de boomopstand berekend overeenkomstig het tweede tot en met vierde lid.

2.

Voor een boomopstand, aangelegd en opgekweekt door de pachter, is het in het eerste lid bedoelde bedrag nihil.

3.

Voor een boomopstand van zeer goede kwaliteit, in volle produktie, aangelegd en opgekweekt door de verpachter, is het in het eerste lid bedoelde bedrag een bedrag van 10% van de waarde van de opstand bij het aangaan van de overeenkomst per hectare per jaar.

4.

Voor de overige boomopstanden geldt een bedrag dat in redelijke verhouding staat tot het bedrag bedoeld in het derde lid.

Hoofdstuk 3. Agrarische woningen

Artikel 14. (hoogst toelaatbare pachtprijs)

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.