Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 26 september 2007, nr. TRCJZ/2007/3100, houdende nadere regels omtrent gewasbeschermingsmiddelen en biociden
Richtlijn nr. 82/471/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 30 juni 1982 betreffende bepaalde in diervoeding gebruikte producten (PbEG L 213).
Richtlijn nr. 77/101/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 november 1976 betreffende de handel in enkelvoudige diervoeders (PbEG L 32).
Richtlijn nr. 76/768/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 juli 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake cosmetische producten (PbEG L 262).
Richtlijn nr. 95/5/EG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 februari 1995 tot wijziging van Richtlijn nr. 92/120/EEG houdende vaststelling van de voorschriften voor het toestaan van tijdelijke en beperkte afwijkingen op de algemeen verkrijgbare communautaire gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van bepaalde producten van dierlijke oorsprong (PbEG L 51).
Richtlijn nr. 91/414/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PbEG L 230).
E. Eindtermen voor het onderwijs inzake een licentie voor het beheersen van knaagdieren op een agrarisch bedrijf
Bijlage VII. Eindtermen voor de opleiding tot Gassingsleider
A. Gassingsleider
Gebruik maken van de gebruiksaanwijzing behorend bij de gasbuisjes
Bijlage XII. Gasvrijverklaring
Te verstrekken aan de opdrachtgever.
Afschrift verzenden aan het kantoor van de Inspectie Leefomgeving en Transport in de regio waar het middel wordt toegepast.
Adres ontgassing:
Begin ontgassen: - – (datum), …..uur (tijd)
Einde ontgassen: - – (datum), …..uur (tijd)
Naam en toelatingsnummer gebruikte middel: ….. , N
Naam, adres en telefoonnummer opdrachtgever:…..
Naam, adres en telefoonnummer uitvoerend bedrijf/dienst:…..
Naam, adres en telefoonnummer gassingsleider/gasmeetdeskundige:………
Gebruikte meetmethode voor afgifte gasvrijverklaring:…..
Bewijs van vakbekwaamheid gassingsleider/gasmeetdeskundige:……(nr), geldig voor ….(toepassingscode)
geldig tot .. – .. – ….(datum)
Hierbij verklaart de ondergetekende, dat door middel van metingen aangetoond is dat er binnen het object geen waterstofcyanide/fosforwaterstof/sulfurylfluoride aanwezig is hoger dan de gestelde waarden in het besluit tot toelating van het toegepaste middel en dat derhalve voldaan wordt aan de eisen van de gasvrijverklaring.
Plaats:
Datum;.. – .. – ….
Tijdstip:…..uur
Naam gassingsleider/gasmeetdeskundige:……..
Handtekening gassingsleider/gasmeetdeskundige
Technical notes for guidance on the assessment of technical equivalence of substances regulated under Directive 98/8/EC, 2009. c.In het subonderdeel Milieu:
DEEL B:. NATIONAAL AANGEWEZEN METHODIEKEN EN MODELLEN
EUSES 2.1. http://ecb.jrc.ec.europa.eu/euses/
Bijlage XII. Gasvrijverklaring
Te verstrekken aan de opdrachtgever.
Afschrift verzenden aan het kantoor van de VROM-inspectie in de regio waar het middel wordt toegepast.
Adres ontgassing:
Begin ontgassen: - – (datum), …..uur (tijd)
Einde ontgassen: - – (datum), …..uur (tijd)
Naam en toelatingsnummer gebruikte middel: ….. , N
Naam, adres en telefoonnummer opdrachtgever:…..
Naam, adres en telefoonnummer uitvoerend bedrijf/dienst:…..
Naam, adres en telefoonnummer gassingsleider/gasmeetdeskundige:………
Gebruikte meetmethode voor afgifte gasvrijverklaring:…..
Bewijs van vakbekwaamheid gassingsleider/gasmeetdeskundige:……(nr), geldig voor ….(toepassingscode)
geldig tot .. – .. – ….(datum)
Hierbij verklaart de ondergetekende, dat door middel van metingen aangetoond is dat er binnen het object geen methylbromide/fosforwaterstof/sulfurylfluoride aanwezig is hoger dan de gestelde waarden in het besluit tot toelating van het toegepaste middel en dat derhalve voldaan wordt aan de eisen van de gasvrijverklaring.
Plaats:
Datum;.. – .. – ….
Tijdstip:…..uur
Naam gassingsleider/gasmeetdeskundige:……..
Handtekening gassingsleider/gasmeetdeskundige
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 4.6. Procedure erkenning instanties
Vervallen
Artikel 4.7. Erkenningsvoorwaarden instanties en toepassingsvoorschriften
Vervallen
Hoofdstuk 5. Het register van het college en openbaarmaking
§ 2. Openbaarmaking
Hoofdstuk 8. Gebruik
§ 2. Handhaving
Hoofdstuk 11. Intrekkingsbepalingen, wijzigingsbepalingen, overgangsrecht en slotbepalingen
§ 1. Toezicht
§ 1. Toezicht
Hoofdstuk 10. Overgangsperiode van de richtlijnen 91/414/EEG en 98/08/EG
Hoofdstuk 11. Intrekkingsbepalingen, wijzigingsbepalingen, overgangsrecht en slotbepalingen
Bijlage VII. Eindtermen voor de opleiding tot Gassingsleider
Bijlage III. Beschermingsfactoren van persoonlijke beschermingsmiddelen
| Persoonlijke beschermingsmaatregel | Toegekende beschermingsfactor |
|---|---|
| Halfgelaatsmasker en volgelaatsmasker met filtertype 2 | 10 |
| Aangedreven volgelaatsmasker met filtertype 2 | 20 |
| Aangedreven volgelaatsmasker met filtertype 3 | 40 |
| Lichaamsbedekking toepasser materiaaltype CEN 3 of 4 (niet voor handen, hoofd en nek) | 10 |
| Lichaamsbedekking werkenden in / aan gewas / behandelde ruimte (niet voor handen, hoofd en nek) | 5 |
| Handschoenen, niet-vaste middelen | 10 |
| Handschoenen, vaste middelen | 20 |
| Laarzen (chemisch resistent) | 10 |
| Gesloten spuitcabines | 10 |
Bijlage VII. Eindtermen voor de opleiding tot Gassingsleider
A. Gassingsleider
B. Gasmeetdeskundige
Op de juiste wijze de resultaten van de metingen interpreteren
Goed gevolg geven aan de resultaten van de meting
Op juiste wijze de benodigde papieren invullen
Bijlage XIII. Bestuurlijke boetes
| Rij nr. | grondslag | Overtreding | Boete in € voor distributeur ¹ | Boete in € voor professionele gebruiker | Boete in € voor niet-professionele gebruiker |
|---|---|---|---|---|---|
| A | 2a wet ² | Algemene zorgplicht niet nakomen | 1.000 | 500 | 250 |
¹ Omvat ook de houder van de toelating; in rij 40 te lezen als: fabrikant of zijn gemachtigde.
² Het desbetreffende artikel in de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden
| Rij | Grondslag | Overtreding | Boete in € voor distributeur | Boete in € voor professionele gebruiker | Boete in € voor niet-professionele gebruiker |
|---|---|---|---|---|---|
| 1. | 23 EG ¹ en 19 wet | Een werkzame stof gebruiken die niet is toegelaten als gewasbeschermingsmiddel of niet is goedgekeurd als basisstof. | Nvt | 2.000 | 500 |
| 2. | 28, 1e lid EG en 20, 1e lid wet | Een niet in Nederland toegelaten gewasbeschermingsmiddel op de markt brengen of gebruiken | 2.500 | 2.000 | 1.000 |
| 3. | 20, 3e lid wet | Een niet in Nederland toegelaten gewasbeschermingsmiddel voorhanden of op voorraad hebben | 1.500 | 500 | 250 |
| 4. | 20, 3e lid wet | Een niet toegelaten toevoegingsstof voorhanden hebben of op voorraad hebben | 500 | 250 | 50 |
| 5. | 20, 1e lid wet en 55 jo. 31 EG | Gebruik of levering van een gewasbeschermingsmiddel of toevoegingsstof in strijd met de in de toelating gestelde voorschriften | 2.500 | 1.500 | 500 |
| 6. | 22, 1e lid wet | Een toegelaten gewasbeschermings-middel op de markt brengen terwijl de voorschriften en beperkingen niet op de juiste wijze op of aan of bij de verpakking zijn vermeld. | 1.000 | nvt | nvt |
| 7. | 22, 2e lid, wet | Een toegelaten gewasbeschermings- middel op de markt brengen of gebruiken, terwijl het gehalte aan werkzame stof en de verdere samenstelling, kleur, vorm, afwerking, verpakking, aanduidingen of vermeldingen niet aan de voorschriften voldoen. | 1.500 | 1.000 | 500 |
| 8. | 21 wet | Zaaizaad op de markt brengen of gebruiken dat is behandeld met een niet voor dat doel in een lidstaat van de Europese Unie toegelaten gewasbeschermingsmiddel | 2.500 | 1.000 | 250 |
| 9. | 20, 2e lid, wet en 49, 4e lid, EG | Met een gewasbeschermingsmiddel behandeld zaaizaad op de markt brengen in strijd met de etiketteringsregels | 1.000 | nvt | nvt |
| 10. | 52, 1e lid, EG en 20, 1e lid, wet | Zonder vergunning voor parallelhandel een elders in de EU toegelaten gewasbeschermingsmiddel in Nederland brengen | 500 | 500 | 50 |
| 11. | 52, 5e lid, EG en 20, 1e lid, wet | In strijd handelen met uitvoeringsverordening en de daarin gestelde controle-eisen voor parallelhandel | 250 | 250 | 50 |
| 12. | 56, 1e lid EG en 20, 1e lid, wet | Nalaten relevante informatie over mogelijke schadelijke of mogelijk onaanvaardbare effecten te delen met het Ctgb | 5.000,- | nvt | nvt |
| 13. | 56, 4e lid EG, en 20, 2e lid, wet | De jaarlijkse kennisgeving achterwege laten | 500 | nvt | nvt |
| 14. | 58, 1e lid EG en 20, 1e lid, wet | Een niet toegelaten toevoegingsstof op de markt brengen of gebruiken | 2.000 | 1.000 | 250 |
| 15. | 64 EG en 20, 1e lid, wet | Verwarrende verpakking van toevoegingsstof of gewasbeschermingsmiddel | 2.000 | nvt | nvt |
| 16. | 65, 1e lid EG en 20, 2e lid, wet | Onjuiste etikettering | 2.000 | nvt | nvt |
| 17. | 66, 1e, 2e en 4e lid, EG en 20, 2e lid, wet | Misleidende informatie geven over de gevaren van gewasbeschermingsmiddel voor mens, dier, plant of milieu of reclame maken voor niet toegelaten middelen | 2.000 | 1.500 | 500 |
| 18. | 66,5e en 6e lid, EG en 20, 2e lid, wet | Reclame maken mbv irrealistische illustraties of zonder te wijzen op de waarschuwingszinnen en -symbolen | |||
| 19. | 67 EG en 20, 2e lid, wet en 7.1, 7.3a, b, en c Rgb | Onjuiste of onvolledige administratie van gewasbeschermingsmiddelen | 1.000 | 500 | nvt |
| 20. | 54 EG en 37, 3e lid, wet | Overtreding van een voorschrift of beperking, gesteld bij een ontheffing of erkenning voor proeven en experimenten | nvt | 2.000 | nvt |
| 21. | 53 EG en 38, 3e lid, wet | Overtreding van een voorschrift of beperking, verbonden aan een vrijstelling van een gewasbeschermingsmiddel voor maximaal 120 dagen | 1.000 | 1.000 | 500 |
| 22. | 71 EG en 39 wet | In strijd met een tijdelijke beperking of tijdelijk verbod een gewasbeschermingsmiddel op de markt brengen of gebruiken | 5.000 | 2.500 | 500 |
| 23. | 71, 1e lid, wet en 6.7, Rgb | Een gewasbeschermingsmiddel ontvangen of voorhanden hebben zonder geldig bewijs van vakbekwaamheid | 1.500 | 500 | 250 |
| 24. | 71, 1e lid, wet en 6.7, Rgb | Een gewasbeschermingsmiddel gebruiken zonder geldig bewijs van vakbekwaamheid | nvt | 1.500 | 500 |
| 25. | 73, 1e lid, wet | Een gewasbeschermingsmiddel voor professioneel gebruik op de markt brengen voor een klant die niet over een geldig bewijs van vakbekwaamheid beschikt. | 1.500 | nvt | Nvt |
| 26. | 73, 2e lid, wet | (Voldoende personeel van) de distributeur heeft geen bewijs van vakbekwaamheid of zij zijn niet beschikbaar bij verkoop. | 1.500 | nvt | Nvt |
| 27. | 73, 3e lid, wet | Niet in staat zijn juiste voorlichting te geven aan klanten (professioneel) | 500 | nvt | nvt |
| 28. | 73, 4e lid, wet en 7.4 Rgb | Niet in staat zijn juiste voorlichting te geven aan klanten (niet-professioneel) | 500 | nvt | Nvt |
| 29. | 74, 2e lid, wet en artikelen 7.1, 7.3a, b en c Rgb | Geen administratie voeren of een ondeugdelijke administratie voeren in de in artikel 74, tweede lid bedoelde situatie | 500 | 250 | Nvt |
| 30. | 74, 2e lid, wet en 7.3d, 2e lid, Rgb | Zonder papieren niet-toegelaten gewasbeschermingsmiddelen vervoeren | 500 | nvt | nvt |
| 31. | 75, 1e lid, onderdeel c, wet en 7.3d, 1e lid, Rgb | Niet in Nederland toegelaten gewasbeschermingsmiddelen niet apart opslaan van toegelaten gewasbeschermingsmiddelen | 500 | 250 | nvt |
| 32. | 78, 2e lid, wet en 26, 1e lid Bgb | Geen deugdelijke gewasbeschermingsmonitor bijhouden en afronden na de teelt | nvt | 500 | nvt |
| 33. | 78, 2e lid, wet, en 27, 1e lid, Bgb | Gewasbeschermingsmonitor is niet op eerste verzoek te tonen | nvt | 50 | nvt |
| 34. | 79 wet | Overtreding van een bij of krachtens amvb gesteld voorschrift over de uitvoering van goede praktijken bij het toepassen van een gewasbeschermingsmiddel | nvt | 500 | nvt |
| 35. | 80,1e lid, wet en 27a Bgb | Nabij oppervlaktewater of beschermingszones prioritair gevaarlijke stoffen gebruiken | nvt | 1.000 | 500 |
| 36. | 78, 79, 80, 1e lid, 80a wet en 27b Bgb | Gewasbeschermingsmiddelen gebruiken waar dit niet is toegestaan op grond van artikel 27b Bgb | nvt | 1.500 | nvt |
| 37. | 80, 1e lid wet en 29, 1e lid Bgb | Een gewasbeschermingsmiddel toepassen met een luchtvaartuig | nvt | 1.500 | 1.500 |
| 38. | 80, 1e lid, wet en 30 Bgb | Een gasvormig of gasvormend gewasbeschermingsmiddel in een besloten ruimte toepassen in afwijking van het bepaalde in artikel 30 Bgb | nvt | 500 | 500 |
| 39. | 80, 1e wet en 32 Bgb | Een gewasbeschermingsmiddel toepassen in strijd met de melding | 2.000 | 2.000 | 500 |
| 40. | 80, 1e lid, wet, en Warenwet besluit machines; artikel 2, 1e lid, juncto 3, 2e lid, dan wel 3a, 1e lid, sub a Artikel 2, 2e lid, juncto 3, 2e lid, 5, 1e lid, sub a, b of c, dan wel 6c Artikel 2, 3e lid, juncto art. 3a, 1e lid, sub b, c of d, dan wel . 3b, 1e lid, sub a, b, c of 2e lid | De machine voor de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen voldoet niet aan de veiligheidseisen ter bescherming van het milieu. | 1.000, dan wel 500 indien de natuurlijke persoon of rechtspersoon minder dan 50 werknemers telt op de dag dat de overtreding is begaan. | ||
| 41. | 80, 1e lid wet | Een andere overtreding van een bij of krachtens a.m.v.b. gesteld voorschrift over het gebruik van voertuigen, vaartuigen, luchtvaarttuigen, apparatuur, technieken en materialen | Nvt | 500 | 250 |
| 42. | 80, 2e lid, wet en 32b, Bgb | Niet goedgekeurde apparatuur gebruiken | nvt | 1.000 | nvt |
| 43. | vervallen | ||||
| 44. | vervallen | ||||
| 45. | 80a wet, en 27d Bgb | Niet of onvoldoende waarschuwen tegen herbetreding | Nvt | 500 | nvt |
| 46. | vervallen | ||||
| 47. | 81 wet, en 11, 1e lid, dan wel 31, 1e lid, dan wel 32, 1e lid, Bgb | Zonder vergunning of melding of in strijd met voorschriften gesteld bij de vergunning of melding een middel toepassen | 500 | 250 | |
| 48. | 81 wet en 11, 1e lid , 31, 1e lid en 32, 1e lid Bgb | Een verplichte melding als bedoeld in artikel 11, 31 of 32, Bgb op onjuiste wijze of te laat doen | nvt | 250 | 250 |
| 49. | 87, 6e lid, wet | In strijd met een gegeven aanwijzing of bevel handelen of nalaten | 2.000 | 1.000 | 500 |
| 50. | 115 wet | Overtreding van een voorschrift van een algemeen verbindend verklaarde overeenkomst | 1.000 | 500 | nvt |
| 51. | 118 wet | Overtreding van een vanwege communautaire wetgeving of besluiten gesteld (gewijzigd) voorschrift, voor zover niet reeds voorzien in de hierboven genoemde gevallen | 1.000 | 500 | 250 |
¹ Het desbetreffende artikel in Verordening (EG) 1107/2009
| Rij nr. | Grondslag (Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden of Regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden) | Norm | Boete in € voor overtreding | Boete in € voor overtreding door distributeurs en toelatinghouders | Boete in € voor overtreding door gebruikers die biociden toepassen in het kader van de vervaardiging van een product, een biocide of van een product waarin een biocide wordt verwerkt of behandeld (industriële gebruikers) | Boete in € voor overtreding door gebruikers die biociden toepassen in het kader van het verrichten van een dienst voor derden (professionele gebruikers) en voor agrariërs | Boete in € voor overtreding door gebruikers die biociden toepassen in het kader van een bedrijf, niet gericht op het het toepassen van een biocide als onderdeel van een dienst voor derden (bedrijfsmatige niet-professionele gebruikers) | Boete in € voor overtreding door gebruikers die biociden toepassen als zijnde particulieren (niet-professionele gebruikers) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 52 | 43, eerste lid van de wet | Een biocide op de markt brengen en gebruiken zonder dat daarvoor een toelating is verleend, als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de verordening. | 2.500 | 2.500 | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 250 |
| 53 | 43, eerste lid van de wet | Het niet voldoen aan de voorwaarden van de toelating en aan de etiketterings- en verpakkingsvoorwaarden, als bedoeld in artikel 17, vijfde lid van de verordening. | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 250 |
| 54 | 43, eerste lid van de wet | Niet beperken tot het strikt noodzakelijk gebruik van biociden, als bedoeld in artikel 17, vijfde lid, van de verordening. | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 1.000 | 500 | 250 |
| 55 | 43, eerste lid van de wet | Niet binnen 30 dagen op de hoogte stellen van de bevoegde autoriteit van het in de handel brengen van een product die een nationale toelating voor een biocidefamilie heeft, als bedoeld in artikel 17, zesde lid, van de verordening. | 2.500 | 2.500 | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 250 |
| 56 | 43, eerste lid van de wet | Niet voldoen aan de voorwaarden voor het op de markt brengen van biociden volgens de vereenvoudigde toelatingsprocedure, als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de verordening. | 2.500 | 2.500 | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 250 |
| 57 | 43, eerste lid van de wet | Nalaten relevante informatie over mogelijk gevaarlijke gevolgen van het toegelaten biocide of de daarin aanwezige werkzame stoffen te delen met de bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 47, eerste lid, van de verordening. | 2.500 | 2.500 | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 250 |
| 58 | 43, eerste lid van de wet | Het niet voldoen aan de voorwaarden voor experimenten en proeven, als bedoeld in artikel 56, eerste en tweede lid, de verordening. | 2.500 | 2.500 | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 250 |
| 59 | 43, eerste lid van de wet | Het niet voldoen aan de voorwaarden voor het in de handel brengen van behandelde voorwaarden, als bedoeld in artikel 58, tweede tot en met het zesde lid, van de verordening. | 2.500 | 2.500 | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 250 |
| 60 | 43, eerste lid van de wet | Het niet voldoen aan de voorwaarden om dierproeven te vermijden, als bedoeld in artikel 62, eerste en tweede lid, van de verordening. | 2.500 | 2.500 | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 250 |
| 61 | 43, eerste lid van de wet | Het niet bijhouden van gegevens betreffende de biociden die in de handel gebracht worden, als bedoeld in artikel 68, eerste lid, van de verordening. | 1.000 | 1.000 | 500 | 500 | 250 | 50 |
| 62 | 43, eerste lid van de wet | Het niet voldoen aan de voorwaarden voor indeling, verpakking en etikettering van biociden, als bedoeld in artikel 69, eerste en tweede lid, van de verordening. | 2.500 | 2.500 | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 250 |
| 63 | 43, eerste lid van de wet | Misleidend etiket op de toegelaten biocide plaatsen, als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de verordening. | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 250 |
| 64 | 43, eerste lid van de wet | Het niet voldoen aan de voorwaarden voor reclame voor biociden. Als bedoeld in artikel 72, eerste en derde lid, van de verordening | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 250 |
| 65 | 43, derde lid van de wet | Een niet in Nederland toegelaten of niet geregistreerde biocide voorhanden of in voorraad hebben. | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 1.000 | 500 | 250 |
| 66 | 43, vierde lid van de wet | In strijd met een tijdelijke beperking of tijdelijk verbod een biocide op de markt brengen, voorhanden hebben of gebruiken. | 5.000 | 5.000 | 3.000 | 3.000 | 2.000 | 500 |
| 67 | 71, eerste en vierde lid van de wet | Een biocide ontvangen of voorhanden hebben zonder geldig bewijs van vakbekwaamheid, hoewel dat bewijs wel is voorgeschreven. | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 1.000 | 500 | 250 |
| 68 | 71, eerste en vierde lid van de wet en 17a, eerste lid van het besluit | Een biocide gebruiken zonder geldig bewijs van vakbekwaamheid, hoewel dat bewijs wel is voorgeschreven. | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 250 |
| 69 | 72, eerste lid van de wet | Een niet in Nederland toegelaten biocide aanprijzen. | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 250 |
| 70 | 72, tweede lid van de wet | Een biocide aanprijzen of aanbevelen in strijd met de voor het gebruik geldende voorschriften. | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 250 |
| 71 | 72, derde lid van de wet | Misleidende informatie geven over de gevaren van een biocide voor mens, dier, plant of milieu. | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 250 |
| 72 | 74, eerste lid van de wet en 7.1, 7.3a en 7.3c van de regeling | Geen of een ondeugdelijke administratie voeren bij het binnen Nederland brengen, de productie, de opslag of het vervoer van niet in Nederland toegelaten biociden in de in artikel 74, eerste lid, Wgb bedoelde situatie. | 1.000 | 1.000 | 500 | 500 | 250 | 50 |
| 73 | 74, derde lid van de wet en 7.3d, eerste lid van de regeling | Niet in Nederland toegelaten biociden niet apart opslaan. | 1.000 | 1.000 | 500 | 500 | 250 | 50 |
| 74 | 74, derde lid van de wet en 7.3d, tweede lid van de regeling | Zonder papieren niet-toegelaten biociden vervoeren. | 1.000 | 1.000 | 500 | 500 | 250 | 50 |
| 75 | 75 van de wet | Onjuiste of onvolledige administratie van biociden. | 1.000 | 1.000 | 500 | 500 | 250 | 50 |
| 76 | 75 van de wet en 25 van het besluit | Biociden voor een ander toepassen of voorhanden hebben zonder een deugdelijke administratie als bedoeld in artikel 25 van het besluit. | 1.000 | 1.000 | 500 | 500 | 250 | 50 |
| 77 | 78, tweede lid van de wet | Overtreding van een bij of krachtens AMvB gesteld voorschrift over de administratie van de wijze van gebruik van een biocide. | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 1.000 | 500 | 250 |
| 78 | 79 van de wet | Overtreding van een bij of krachtens AMvB gesteld voorschrift over de uitvoering van goede praktijken bij het toepassen van biociden. | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 1.000 | 500 | 250 |
| 79 | 80, eerste lid van de wet en 29, tweede lid van het besluit | Een biocide toepassen met behulp van een luchtvaartuig, terwijl dat in het geheel niet is toegestaan | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 250 |
| 80 | 80, eerste lid van de wet en 29, derde lid van het besluit en 8.7 van de regeling | In strijd met een of meer voorschriften een biocide toepassen met behulp van een luchtvaartuig. | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 250 |
| 81 | 80, eerste lid van de wet en 30 van het besluit | Een gasvormig of gasvormend biocide in een besloten ruimte toepassen in afwijking van het bepaalde in artikel 30 van het besluit. | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 250 |
| 82 | 80, eerste lid van de wet | Een andere overtreding van een bij of krachtens AMvB gesteld voorschrift over het gebruik van voertuigen, vaartuigen, luchtvaarttuigen, apparatuur, technieken of materialen. | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 250 |
| 83 | 81 van de wet, en 31, eerste lid, dan wel 32, eerste lid van het besluit | Zonder vergunning of melding of in strijd met voorschriften gesteld bij de vergunning of melding een biocide toepassen. | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 250 |
| 84 | 81 van de wet en 31, eerste lid, en 32, eerste lid van het besluit | Een verplichte melding op onjuiste wijze of te laat doen. | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 1.000 | 500 | 250 |
| 85 | 87, zesde lid, van de wet | In strijd met een gegeven aanwijzing of bevel handelen of nalaten. | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 250 |
| 86 | 115 van de wet | Overtreding van een voorschrift van een algemeen verbindend verklaarde overeenkomst. | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 250 |
| 87 | 118 van de wet | Overtreding van een vanwege communautaire wetgeving of besluiten gesteld voorschrift, voor zover niet reeds voorzien in de hierboven genoemde gevallen. | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 1.000 | 500 | 250 |
| 88 | 75, eerste lid, van de wet en 25c van het besluit | Biociden niet uitsluitend leveren aan de in de toelating aangegeven gebruikers of hun personeel | 1.000 | 1.000 | nvt | nvt | nvt | nvt |
| 89 | 43, eerste lid van de wet | Aanbieden van een biocide die niet is vermeld op de lijst bedoeld in artikel 95, eerste lid van de verordening | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 1.500 | nvt | nvt |
Bijlage XIV. Beleidsregel voor het criterium landbouwtechnisch doelmatige, geïntegreerde teelt
Vervallen
Bijlage XV. Beoordelingsmethoden biociden
Vervallen
Milieu
Milieu
Environmental effects assessments for biocidal active substances that rapidly degrade in environmental compartments of concern. EU, 2009.
Referentie
Referentie
Bijlage XVI. Reductie bedoeld in artikel 3.7a
| Bacterie log reduction | Bacteriespore log reduction | Gist log reduction | Schimmel log reduction | Virus log reduction | |
|---|---|---|---|---|---|
| Productgroep | Productgroep | Productgroep | Productgroep | Productgroep | Productgroep |
| Pt 2. Desinfecterende middelen voor privé gebruik en voor de openbare gezondheidszorg en ander biociden | 5 | 3 | 5 | 4 | 4 |
| Pt 3. Biocide voor veterinaire hygiëne doeleinden | 4 | 1 | 4 | 3 | 4 |
| Pt 4. Ontsmettingsmiddelen voor gebruik in de sector voeding en diervoeders | 5 | 3 | 4 | 4 | 4 |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 8.11. Berekening MTR water
Op verzoek berekent het college het maximaal toelaatbaar risico van gewasbeschermingsmiddelen voor waterorganismen, bedoeld in artikel 2, onderdeel f, van het besluit, aan de hand van de methode INS, bedoeld in bijlage XV, deel B.
Hoofdstuk 9. Toezicht en handhaving
§ 3. Monitoring na toelating
Hoofdstuk 10. Overgangsperiode van de richtlijnen 91/414/EEG en 98/08/EG
Hoofdstuk 11. Intrekkingsbepalingen, wijzigingsbepalingen, overgangsrecht en slotbepalingen
Bijlage IX. Uitgezonderde biociden
Vervallen
A. Eindtermen voor onderwijs inzake het getuigschrift voor het afweren of bestrijden van een dierplaag of het bestrijden van houtrotverwekkende schimmel
Technical Guidance Document on Risk Assessment in support of the Commission Directive 93/67/EEC on risk assessment for new notified substances, the Commission Regulation (EC) N0. 1488/94 on risk assessment for existing substances, published in 1996 and Directive 98/8/EC of the European Parliament and of the Council. European Communities (2003).
Revision of chapter 6.2 (Common principles and practical procedures for the authorisation and registration of products) of the TNsG on product evaluation, and a revision of chapter 10 (Assessment for the potential for resistance to the active substance) of the TNsG on annex I inclusion, EU 2009. Additional guidance on: TNsG on data requirements, part A, chapter 2, point 4, Analytical methods for detection and identification and part B, chapter 2, point 4 Methods of identification and analysis, EU 2009.
Bijlage XVI. Reductie bedoeld in artikel 3.7a
Vervallen
Bijlage XVII. Gebruik op sportvelden als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, onderdeel a
| Wetenschappelijke naam | Nederlandse naam | green1 | fringe, collar | foregreen, apron | tees | fairways | maintained-rough | golfrough |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Plantago spp. | Weegbree | nee | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | nee |
| Veronica filiformis | Draadereprijs | nee | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | nee |
| Veronica arvensis | Veldereprijs | nee | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | nee |
| Taraxacum officinalis | Paardenbloem | nee | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | nee |
| Bellis perennis | Madeliefje | nee | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | nee |
| Trifolium repens | Witte klaver | nee | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | nee |
| Polygorum aviculare | Varkensgras | nee | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | nee |
| Hypochaeris radicata | Biggenkruid | nee | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | nee |
| Ranunculus repens | Kruipende boterbloem | nee | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | nee |
| Achillea millefolium | Duizendblad | nee | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | nee |
| Cerastium fontanum | Hoornbloem | nee | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 | nee |
| Cirsium arvense | Akkerdistel | nee | nee | nee | nee | nee | nee | pleks gewijs |
| Jacobaea vulgaris subsp. Vulgaris | Jacobskruiskruid | nee | nee | nee | nee | nee | nee | pleks gewijs |
| Rumex obtusifolius | Ridderzuring | nee | nee | nee | nee | nee | nee | pleks gewijs |
| Sagina procumbens | Liggende vetmuur | 10% | nee | nee | nee | nee | nee | nee |
| Growth regulator | grasgroeiremmer | nee | nee | nee | nee | nee | nee | nee |
| Melolontha melolontha | Meikever | ja | ja | ja | ja | ja | ja | nee |
| Amphimallon solstitialis | Junikever | ja | ja | ja | ja | ja | ja | nee |
| Tipula spp | Emelten | ja | ja | nee | nee | nee | nee | |
| Clarireedia spp. (vml. Sclerotinia homoeocarpa) | Dollarspot | 2x/jaar met inachtneming schadedrempel | 2x/jaar met inachtneming schadedrempel | nee | nee | nee | nee | nee |
| Microdochium nivale, Fusarium nivale | Sneeuwschimmel | 1x/jaar met inachtneming schadedrempel | 1x/jaar met inachtneming schadedrempel | nee | nee | nee | nee | nee |
1 Indien in een tabel een percentage is genoteerd, zoals 20%, is de toepassing wel toegestaan, maar mag die toepassing gedurende het jaar op ten hoogste 20% van het areaal plaatsvinden.
2 Het in acht nemen van een schadedrempel, voorafgaande aan het toepassen van een gewasbeschermingsmiddel, is onderdeel van de verplichte toepassing van geïntegreerde gewasbescherming.
| Wetenschappelijke naam | Nederlandse naam | Wedstrijdvelden in stadions | Wedstrijd-, trainings- en bijvelden buiten stadions |
|---|---|---|---|
| Plantago major | Grote weegbree | nee | maximaal 10% per jaar met inachtneming schadedrempel |
| Veronica filiformis | Draadereprijs | nee | maximaal 10% per jaar met inachtneming schadedrempel |
| Veronica arvensis | Veldereprijs | nee | maximaal 10% per jaar met inachtneming schadedrempel |
| Taraxacum officinalis | Paardenbloem | nee | maximaal 10% per jaar met inachtneming schadedrempel |
| Bellis perennis | Madeliefje | nee | maximaal 10% per jaar met inachtneming schadedrempel |
| Trifolium repens | Witte klaver | nee | maximaal 10% per jaar met inachtneming schadedrempel |
| Lepidium didymum | Kleine varkenskers | nee | maximaal 10% per jaar met inachtneming schadedrempel |
| Polygorum aviculare | Varkensgras | nee | maximaal 10% per jaar met inachtneming schadedrempel |
| Growth regulator | Grasgroeiremmer | nee | nee |
| Melolontha melolontha | Meikever | nee | ja |
| Amphimallon solstitialis | Junikever | nee | ja |
| Clarireedia spp. (vml. Sclerotinia homoeocarpa) | Dollarspot | ja | nee |
| Microdochium nivale, Fusarium nivale | Sneeuwschimmel | ja | nee |
| Pythium spp. | Kiemplantenziekte | ja | nee |
DEEL A:. RICHTSNOEREN
Deel b: nationaal aangewezen methodieken en modellen
–
–
Bijlage XVI. Reductie bedoeld in artikel 3.7a
| Bacterie log reduction | Bacteriespore log reduction | Gist log reduction | Schimmel log reduction | Virus log reduction | |
|---|---|---|---|---|---|
| Productgroep | Productgroep | Productgroep | Productgroep | Productgroep | Productgroep |
| Pt 2. Desinfecterende middelen voor privé gebruik en voor de openbare gezondheidszorg en ander biociden | 5 | 3 | 5 | 4 | 4 |
| Pt 3. Biocide voor veterinaire hygiëne doeleinden | 4 | 1 | 4 | 3 | 4 |
| Pt 4. Ontsmettingsmiddelen voor gebruik in de sector voeding en diervoeders | 5 | 3 | 4 | 4 | 4 |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 6.3a. Instructie vakbekwaamheid gewasbescherming
De handelingen, die in aanmerking komen voor een bewijs van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel c, van het besluit, zijn:
- a. het bedienen van een volledig gesloten zaadcoatingsmachine;
- b. het in een laboratorium ten behoeve van plantaardige weefselkweek in vitro gebruiken of voorhanden hebben van gewasbeschermingsmiddelen die volgens de desbetreffende toelating zijn bestemd om de levensprocessen van planten te beïnvloeden;
- c. het bestrijden van aardappelopslag door middel van een gewasbeschermingsmiddel op basis van de werkzame stof glyfosaat door middel van handapparatuur, voor zover de apparatuur is gevuld door een andere persoon die beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid Uitvoeren of Bedrijfsvoeren gewasbescherming als bedoeld in artikel 6.3, derde en vierde lid;
- d. het doden van ongewenste planten met handapparatuur gevuld met een gewasbeschermingsmiddel op basis van de werkzame stof glyfosaat bij de selectie van bolgewassen en andere planten ten behoeve van veredeling, voor zover de apparatuur is gevuld door een andere persoon die beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid Uitvoeren of Bedrijfsvoeren gewasbescherming als bedoeld in artikel 6.3, derde en vierde lid;
- e. pleksgewijze onkruidbestrijding met handapparatuur gevuld met een gewasbeschermingsmiddel op basis van de werkzame stof glyfosaat in gewassen en natuurgebieden, voor zover de apparatuur is gevuld door een andere persoon die beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid Uitvoeren of Bedrijfsvoeren gewasbescherming als bedoeld in artikel 6.3, derde en vierde lid;
- f. pleksgewijze onkruidbestrijding met handbediende slangen voorzien van spuitdop en afschermkap verbonden aan een trekker met spuittank gevuld met een gewasbeschermingsmiddel op basis van de werkzame stof glyfosaat in gewassen, voor zover de spuittank is gevuld door een andere persoon die beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid Uitvoeren of Bedrijfsvoeren gewasbescherming als bedoeld in artikel 6.3, derde en vierde lid;
- g. stobbebehandeling met handapparatuur gevuld met een gewasbeschermingsmiddel op basis van de werkzame stof glyfosaat in gewassen en natuurgebieden, voor zover de apparatuur is gevuld door een andere persoon die beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid Uitvoeren of Bedrijfsvoeren gewasbescherming als bedoeld in artikel 6.3, derde en vierde lid;
- h. toepassing van bewortelingspoeders op basis van indolylboterzuur;
- i. uithangen van dispensers met middelen op basis van feromonen voor feromoonverwarring in fruitteeltgewassen;
- j. insmeren van stammen met middelen op basis van kwartszand voor wildafweer in fruitteeltgewassen;
- k. het vullen van bewaarbakken voor na de oogst van snijbloemen met een gebruiksklare oplossing naoogst toedienen van houdbaarheidsmiddelen aan bewaarbakken met snijbloemen m.u.v. middelen met gevaarsymbool Xn schadelijk, voor zover de oplossing is bereid door een andere persoon die beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid Uitvoeren of Bedrijfsvoeren gewasbescherming als bedoeld in artikel 6.3, derde en vierde lid;
- l. het poten van aardappels met een trekker en aardappelpootmachine waarbij via poederdoseerapparatuur middel(en) op basis van flutolanil worden toegediend tegen Rhizoctonia, voor zover de poederdoseerapparatuur is gevuld door een andere persoon die beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid Uitvoeren of Bedrijfsvoeren gewasbescherming als bedoeld in artikel 6.3, derde en vierde lid;
- m. het bedienen van een machine voor fytodrip in uitgangsmateriaal, voor zover de machine is gevuld door een andere persoon die beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid Uitvoeren of Bedrijfsvoeren gewasbescherming als bedoeld in artikel 6.3, derde en vierde lid;
- n. toepassing van groeiregulatoren (ethyleenremmers) op basis van de werkzame stof 1-methylcyclopropeen door het in een goed geventileerde ruimte toedienen van een sachet aan een doos of container, die hierna direct gesloten respectievelijk ingehoesd of geseald wordt.
Bureau Erkenningen van de Stichting Groene Erkenningen erkent een instructie, bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel c, van het besluit, indien zij ten minste voorlichting geeft over:
- a. welke gevaren en risico’s voor de mens, gehouden dieren en het milieu, inclusief niet-doelwit-planten en -dieren, zijn verbonden aan het gebruik van het desbetreffende gewasbeschermingsmiddel door de concrete handeling;
- b. wat de symptomen van vergiftiging en de in voorkomend geval te nemen eerste-hulp- maatregelen zijn;
- c. wat de veiligste werkpraktijken zijn;
- d. hoe restanten van het middel en aangebroken verpakkingen moeten worden opgeruimd, en
- e. welke noodmaatregelen moeten worden genomen in geval van lekkages, verspilling of andere onvoorziene gebeurtenissen.
De instructie wordt gegeven door een houder van een bewijs van vakbekwaamheid Uitvoeren of Bedrijfsvoeren Gewasbescherming als bedoeld in artikel 6.3, derde of vierde lid.
Artikel 6.3, eerste lid, is niet van toepassing. De werkgever of opdrachtgever van de persoon die de instructie heeft gevolgd, verstrekt een kopie van de presentielijst van de instructie aan betrokkene, en bewaart het origineel gedurende vijf jaren nadat de instructie is gegeven. De presentielijst vermeldt de handeling, bedoeld in het eerste lid, waar de instructie betrekking op heeft, en wordt gedurende vijf jaren nadat de instructie is gevolgd, aangemerkt als bewijs van vakbekwaamheid voor de desbetreffende handeling.
Artikel 6.3b. Intrekking bewijs van vakbekwaamheid
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur trekt een bewijs van vakbekwaamheid gewasbeschermingsmiddelen in indien niet langer wordt voldaan aan de eisen die ter zake van het verkrijgen of behouden van een zodanig bewijs van vakbekwaamheid bij of krachtens de wet zijn gesteld nadat hij betrokkene ten hoogste zes maanden in de gelegenheid heeft gesteld alsnog aan de eisen te voldoen.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur kan op grond van artikel 85, derde lid, van de wet, een bewijs van vakbekwaamheid intrekken, indien
- a. de houder ernstig tekort schiet in hetgeen op grond van dat bewijs van hem mag worden verwacht, of
- b. jegens de houder herhaaldelijk overtredingen op grond van de wet zijn geconstateerd.
De termijn, bedoeld in artikel 85, vierde lid, van de wet bedraagt ten hoogste een jaar vanaf het moment dat het besluit tot intrekking is genomen.
Artikel 6.7. Werken met gewasbeschermingsmiddelen
Een distributeur van gewasbeschermingsmiddelen of voldoende van zijn personeel als bedoeld in artikel 73, tweede lid, van de wet, beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid Bedrijfsvoeren Gewasbescherming als bedoeld in artikel 6.3, vierde lid.
Een professionele gebruiker van gewasbeschermingsmiddelen beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid Bedrijfsvoeren Gewasbescherming als bedoeld in artikel 6.3, vierde lid.
In afwijking van het tweede lid beschikt de ondernemer van een landbouwbedrijf dat gewasbeschermingsmiddelen ontvangt, gebruikt of voorhanden heeft als bedoeld in artikel 71, eerste lid, van de wet, en die is geboren voor 1 januari 1996 ten minste over een bewijs van vakbekwaamheid Uitvoeren Gewasbescherming als bedoeld in artikel 6.3, derde lid.
In afwijking van het tweede lid beschikt een persoon die gewasbeschermingsmiddelen ontvangt of gebruikt ten minste over een bewijs van vakbekwaamheid Uitvoeren Gewasbescherming, als bedoeld in artikel 6.3, derde lid, voor zover in het bedrijf waarvoor deze persoon werkzaam is of in het bedrijf waar de behandeling met gewasbeschermingsmiddelen wordt uitgevoerd, ten minste een persoon werkzaam is die beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid Bedrijfsvoeren Gewasbescherming en aanwezig of beschikbaar is.
In afwijking van het tweede lid beschikt een persoon die gewasbeschermingsmiddelen gebruikt over een bewijs van vakbekwaamheid Veiligheidsinstructie als bedoeld in artikel 6.3, zevende lid, voor zover de handeling is opgenomen in artikel 6.3a, eerste lid, en op de werkplek waar de behandeling met het gewasbeschermingsmiddel plaatsvindt ten minste een persoon aanwezig is, die beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid Uitvoeren of Bedrijfsvoeren gewasbescherming.
In afwijking van het tweede lid beschikt een bestrijder van mollen en woelratten met gewasbeschermingsmiddelen over een bewijs van vakbekwaamheid Mollen en Woelrattenbestrijding als bedoeld in artikel 6.3, zesde lid.
Onverminderd het eerste lid beschikt een distributeur of het personeelslid dat is belast met de dagelijkse leiding of werkzaamheden ten behoeve van het op veilige wijze transporteren en opslaan van gewasbeschermingsmiddelen over een bewijs van vakbekwaamheid Distributie en Opslag als bedoeld in artikel 6.3, vijfde lid.
Een voorlichter van gewasbeschermingsmiddelen beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid Adviseren Gewasbescherming als bedoeld in artikel 6.3, negende lid.
Hoofdstuk 9. Toezicht en handhaving
Artikel 7.4. Informatieplicht niet-professionele gebruiker
Een houder van een toelating van een gewasbeschermingsmiddel voor niet-professioneel gebruik is verantwoordelijk voor de verstrekking van de algemene informatie, bedoeld in artikel 73, vierde lid, van de wet, ten behoeve van de gebruiker van zijn middel. De houder van de toelating vermeldt deze informatie tevens bij het aanprijzen van het middel op zijn website of in andere media.
De informatie is zo weergegeven dat de strekking eenvoudig te begrijpen is.
De houder van een toelating zorgt ervoor dat iedere distributeur van zijn gewasbeschermingsmiddel in staat is de informatie te verstrekken aan de gebruiker.
De distributeur zorgt ervoor dat de informatie voor iedere koper van een gewasbeschermingsmiddel voor niet-professioneel gebruik in voldoende mate toegankelijk en beschikbaar is.
Hoofdstuk 10. Overgangsperiode van de richtlijnen 91/414/EEG en 98/08/EG
§ 2. Toepassingsmethoden, – technieken en – materialen
Artikel 8.10a. Meldingsplicht ter bescherming kwetsbare groepen mensen
Vervallen
§ 4. Heffingen
§ 1. Toezicht
§ 2. Handhaving
Hoofdstuk 10. Overgangsperiode van de richtlijnen 91/414/EEG en 98/08/EG
Hoofdstuk 11. Intrekkingsbepalingen, wijzigingsbepalingen, overgangsrecht en slotbepalingen
Artikel 11.10a. Wijziging artikel 6.6
Wijzigt deze regeling.
Bijlage VII. Eindtermen voor de opleiding tot Gassingsleider
Bijlage VIII. Opgaveformulier hoeveelheid gewasbeschermingsmiddelen
Vervallen
Bijlage X. Gasvormige en gasvormende gewasbeschermingsmiddelen of biociden
Gasvormige en gasvormende gewasbeschermingsmiddelen of biociden als bedoeld in artikel 8.8 van deze regeling, zijn gewasbeschermingsmiddelen of biociden die één of meer van de volgende stoffen bevatten:
-
- middelen die ethyleenoxyde bevatten;
-
- middelen die methylbromide bevatten;
-
- middelen die fosforwaterstof bevatten;
-
- middelen die fosforwaterstof kunnen opleveren;
-
- middelen op basis van sulfurylfluoride.
Deel A bevat de op grond van artikel 12, tweede lid, Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden, aangewezen richtsnoeren.
Deel A: richtsnoeren
B. Gasmeetdeskundige
Technical notes for guidance on product evaluation. Appendices to chapter 7 Product Type 14. Efficacy evaluation of rodential biocidal products. (2009)
Technical notes for guidance on product evaluation. Appendices to chapter 7 Product Type 14. Efficacy evaluation of rodential biocidal products. (2009)
User guidance. Human exposure to biocidal products. version 1 (2004).
Bijlage IX. Uitgezonderde biociden
Stoffen en apparatuur als bedoeld in artikel 1, derde lid, van de wet:
Ozon, dat op de plaats van toepassing wordt opgewekt door middel van daartoe bestemde apparatuur, valt niet onder de werking van deze wet.
Chloorverbinding die op de plaats van toepassing door een daartoe bestemd apparaat wordt gegenereerd uit natriumchloride, tenzij de toepassing is bestemd voor desinfectie van leidingen voor drinkwater voor mens of dier.
Bijlage X. Gasvormige en gasvormende gewasbeschermingsmiddelen of biociden
Gasvormige en gasvormende gewasbeschermingsmiddelen of biociden als bedoeld in artikel 8.8 van deze regeling, zijn gewasbeschermingsmiddelen of biociden die één of meer van de volgende stoffen bevatten:
-
- middelen die ethyleenoxyde bevatten;
-
- middelen die methylbromide bevatten;
-
- middelen die fosforwaterstof bevatten;
-
- middelen die fosforwaterstof kunnen opleveren;
-
- middelen op basis van sulfurylfluoride.
Bijlage XIII. Bestuurlijke boetes
Algemeen
Werkzaamheid
College (2008) Nadere specificering beoordeling werkzaamheid van desinfectantia voor drinkwater.
Humane toxicologie
Bijlage XIV. Beleidsregel voor het criterium landbouwtechnisch doelmatige, geïntegreerde teelt
Het criterium van een landbouwtechnisch doelmatige geïntegreerde teelt is als volgt nader uitgewerkt:
Een gewasbeschermingprobleem wordt als knelpunt gezien als het totale pakket van maatregelen ertoe leidt dat:
- a. de teler op voorhand vanwege het knelpunt de afweging maakt dat het niet meer aantrekkelijk is om met een teelt te starten; Voorbeeld: Een teler durft een contract niet aan te gaan omdat door het ontbreken van een herbicide hij verwacht niet de goede kwaliteit (vrij van bepaalde onkruidzaden) te kunnen oogsten;
- b. er een reële kans is dat een teler tijdens de teelt besluit dat het niet loont om de teelt te oogsten. Voorbeeld; De onkruiddruk in een gewas is zo hoog geworden dat een teler besluit om het gewas maar om te ploegen. De extra kosten van arbeidsinzet worden niet goedgemaakt door de geldopbrengst van het geoogste product; Voorbeeld: Het loont niet meer het product te oogsten omdat het inmiddels is verrot of omdat uitsorteren van het aangetaste product niet lonend is.
- c. het product door kwaliteitsverlies in een heel ander marktsegment met een heel andere prijs valt; Voorbeeld: Pootaardappelen worden als consumptieaardappelen afgezet (bijvoorbeeld door virusaantasting) Voorbeeld 1: Appels zijn door schurft aangetast waardoor de kwaliteit zodanig is dat de appels alleen nog verwerkt kunnen worden tot appelmoes Voorbeeld 2: De conservenerwten worden als droge erwten geoogst door de aanwezigheid van onkruidzaden (zwarte nachtschade) Voorbeeld 3: De productkwaliteit is zodanig aangetast dat het product niet meer in de beoogde kwaliteitsklasse kan worden afgezet (verschuiving van grotendeels klasse I naar grotendeels klasse II). Een verschuiving van bijvoorbeeld 80% in klasse I naar 70% in klasse I wordt niet als knelpunt beschouwd, het gaat dus om een verschuiving van waar het grootste deel van de oogst in valt.
- d. het de vraag is of van een teler redelijkerwijs gevergd kan worden om bepaalde preventieve of niet-chemische maatregelen te nemen als daarmee investeringen zijn gemoeid. Dit wordt als volgt beoordeeld: Als de meerderheid van de bedrijven een bepaald werktuig of installatie heeft, wordt ervan uit gegaan dat dit de normale situatie is. Voorbeeld: als de meerderheid van de bietentelers een schoffelbalk heeft ter bestrijding van onkruiden gaan we er van uit dat dit de normale situatie is. In het geval een teelt op verschillende bedrijfstypen plaatsvindt, wordt dit per bedrijfstype bekeken. Extra kosten voor duurder zaaizaad, monstername, een abonnement op een waarschuwingssysteem, etc. vormen geen reden om een probleem als knelpunt te benoemen.
In bovenstaande omschrijving word met ‘de teler’ niet bedoeld de individuele teler, maar de telers als groep. Bij ‘de teler’ gaat het om een modern, geïntegreerd bedrijf, en niet om een onderneming die er ‘geen zin in heeft’ om bepaalde maatregelen te treffen.
Mocht deze uitwerking van het criterium landbouwkundige doelmatigheid in bepaalde gevallen niet afdoende zijn om te bepalen of een probleem een knelpunt is, dan bespreekt de Plantenziektenkundige Dienst aan de hand van deze gevallen met de partijen in het Convenant Duurzame gewasbescherming hoe hiermee om te gaan.
Bijlage XV. Beoordelingsmethoden uit richtsnoeren en andere beoordelingsmethoden
H.J. Bremmer et al. Pest control products factsheet. To assess the risks for the consumer (2006) Updated version for ConsExpo 4. RIVM report 320005002.
Van der Jagt, K. E. en S. Dekkers (2002) Advies met betrekking tot het gebruik op de werkplek van ABC #4 antifouling een middel op basis van koper(I)oxide. TNO-rapport 02-025-H-353.
DEEL A:. RICHTSNOEREN
DEEL B:. NATIONAAL AANGEWEZEN METHODIEKEN EN MODELLEN
J.G.M. Engelen et al. (2007) Non-food products: how to assess children’s exposure. RIVM report 320005005.
RIVM, VROM, VWS (1998). USES 2.0, the Uniform System for the Evaluation of Substances.
RIVM, VROM, VWS (1998). USES 2.0, the Uniform System for the Evaluation of Substances.
National Institute of Public Health and the Environment (RIVM), Ministry of Housing, Spatial Planning and the Environment (VROM), Ministry of Health, Welfare and Sport (VWS), The Netherlands. RIVM report 679102044
Bijlage XVI. Reductie bedoeld in artikel 3.7a
| Bacterie log reduction | Bacteriespore log reduction | Gist log reduction | Schimmel log reduction | Virus log reduction | |
|---|---|---|---|---|---|
| Productgroep | Productgroep | Productgroep | Productgroep | Productgroep | Productgroep |
| Pt 2. Desinfecterende middelen voor privé gebruik en voor de openbare gezondheidszorg en ander biociden | 5 | 3 | 5 | 4 | 4 |
| Pt 3. Biocide voor veterinaire hygiëne doeleinden | 4 | 1 | 4 | 3 | 4 |
| Pt 4. Ontsmettingsmiddelen voor gebruik in de sector voeding en diervoeders | 5 | 3 | 4 | 4 | 4 |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
§ 2. Voorschriften bij de toelating
Hoofdstuk 3. Toelating en registratie van biociden
§ 2. Algemene bepalingen inzake de beoordeling van biociden
§ 4. Bepalingen inzake de beoordeling van biociden die micro-organismen bevatten
§ 6. Voorschriften bij de toelating
Hoofdstuk 4. Erkenning van bedrijven en instellingen voor het doen van onderzoek naar de werking van gewasbeschermingsmiddelen
§ 1. Erkenning van instanties voor het toepassen van niet toegelaten gewasbeschermingsmiddelen in proeven en experimenten
Hoofdstuk 5. Het register van het college en openbaarmaking
§ 1. De registers voor gewasbeschermingsmiddelen en biociden
§ 2. Openbaarmaking
Hoofdstuk 6. Bewijs van vakbekwaamheid voor handel en gebruik
Hoofdstuk 7. Overige bepalingen inzake handel
Artikel 7.3a. Administratie algemeen
Degene die op grond van artikel 67 van verordening (EG) 1107/2009 of de artikelen 24, 25 of 26 van het besluit gegevens administreert of gegevens uit zijn administratie verstrekt, doet dit volledig en naar waarheid, en onverwijld nadat de gegevens hem bekend zijn geworden.
Artikel 7.3b. Bestemd voor gebruik buiten Nederland
Het is de eigenaar of houder van een in Nederland gevestigd bedrijf, die beschikt over landbouwpercelen in België of Duitsland toegestaan een niet in Nederland toegelaten gewasbeschermingsmiddel op zijn bedrijf op te slaan, voor zover het desbetreffende gewasbeschermingsmiddel is toegelaten in België of Duitsland en feitelijk ook over de Nederlandse grens wordt toegepast en daarvan blijkt uit zijn administratie, bedoeld in artikel 7.3c.
Artikel 7.3c. Administratie van gewasbeschermingsmiddelen of niet toegelaten biociden
De administratie, bedoeld in artikel 74, derde lid, onderdeel b, van de wet en artikel 67, eerste lid, eerste volzin, van verordening (EG) 1107/2009, bevat ten minste de volgende gegevens:
- a. de naam van het gewasbeschermingsmiddel of de biocide en het toelatingsnummer of toelatingskenmerk in het land van bestemming;
- b. het aantal verpakkingseenheden per ontvangst of aflevering, alsmede de op de verpakking aangegeven volume- of massa-eenheden;
- c. de totale hoeveelheid voorraad en de veranderingen van de voorraad, waarbij onderscheid wordt gemaakt per gewasbeschermingsmiddel of biocide;
- d. de naam, het adres en de woon- of vestigingsplaats van degene van wie het gewasbeschermingsmiddel of de biocide is verkregen respectievelijk aan wie is geleverd;
- e. de datum van ontvangst, aflevering of verandering als bedoeld in de onderdelen b en c, en
- f. de afschriften van overeenkomsten als bedoeld in artikel 7.1, eerste lid.
De administratie bestrijkt een periode van de laatste vijf jaren.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden op de factuur of het afleveringsbewijs aangegeven.
Artikel 7.3d. Opslag en vervoer, bestemd voor gebruik buiten Nederland
Een niet in Nederland toegelaten biocide of gewasbeschermingsmiddel als bedoeld in artikel 74, eerste of tweede lid, van de wet wordt gescheiden van een toegelaten middel opgeslagen.
Het vervoer van een niet in Nederland toegelaten gewasbeschermingsmiddel of biocide is uitsluitend toegestaan, indien de vervoerder beschikt over een vrachtbrief of ander document waaruit blijkt van wie de partij afkomstig is en voor wie de partij is bestemd.
Hoofdstuk 8. Gebruik
§ 1. Geïntegreerde bestrijding en juist gebruik
§ 5. Reiniging
Hoofdstuk 10. Overgangsperiode van de richtlijnen 91/414/EEG en 98/08/EG
Artikel 11.10b. Toelating toevoegingstoffen
Het college verleent een toelating voor een toevoegingstof als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel d, van verordening (EG) 1107/2009, indien de aanvrager aantoont dat de toevoegingstof geen formuleringshulpstof bevat, die in bijlage III van verordening (EG) 1107/2009 is opgenomen.
Het college herziet een toelating voor een toevoegingstof indien:
- a. de nadere regels, bedoeld in artikel 58, tweede lid, van verordening (EG) 1107/2009 daartoe nopen, of
- b. een toevoegingstof geheel of gedeeltelijk bestaat uit formuleringshulpstoffen die zijn opgenomen in bijlage III van verordening (EG) 1107/2009.
De toelating van een toevoegingstof kan worden ingetrokken of gewijzigd wanneer:
- a. aanwijzingen bestaan dat de toevoegingstof mogelijk een risico inhoudt voor mens, dier of milieu;
- b. onjuiste of misleidende informatie is verstrekt met betrekking tot de gegevens op basis waarvan de toelating is verstrekt; of
- c. niet voldaan is aan een voorwaarde in de toelating.
Wanneer het college voornemens is een toelating voor een toevoegingstof in te trekken of te wijzigen, licht hij de houder van de toelating in en stelt hij hem een termijn om opmerkingen te formuleren of nadere gegevens te verstrekken.
De in het vierde lid bedoelde termijn wordt, na afweging van alle betrokken belangen, zo kort als redelijkerwijs mogelijk gesteld.
Wanneer er aanwijzingen zijn dat een toelating voor een toevoegingstof mogelijk tot ernstige risico’s leidt, kan het college, teneinde de risico’s weg te nemen of tot een aanvaardbaar niveau te beperken, de toelating schorsen of wijzigen voor de duur die nodig is voor de besluitvorming, bedoeld in het derde lid.
Artikel 11.10c. Toelating met niet-goedgekeurde beschermstoffen en synergisten
Een gewasbeschermingsmiddel kan worden toegelaten, hoewel het een niet goedgekeurde beschermstof of synergist bevat, als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel a respectievelijk b, van verordening (EG) 1107/2009:
- a. totdat een werkprogramma als bedoeld in artikel 26 van verordening (EG) 1107/2009 is vastgesteld, en
- b. zolang de desbetreffende beschermstof of synergist in het werkprogramma is opgenomen.
Het college beperkt de duur van een toelating van een gewasbeschermingsmiddel als bedoeld in het eerste lid tot een periode van vijf jaren na de vaststelling van het werkprogramma, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
Het college herziet of wijzigt een toelating als bedoeld in het eerste lid naar gelang de ontwikkeling van het werkprogramma, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, of aan de hand van een besluit omtrent de desbetreffende beschermstof of synergist.
Bijlage I. Communautaire maatregelen die de werking van de biociderichtlijn beperken.
Richtlijn nr. 65/65/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 januari 1965 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake farmaceutische specialiteiten (PbEG L 22).
Richtlijn nr. 81/851/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 september 1981 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PbEG L 317).
Richtlijn nr. 90/677/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 13 december 1990 tot uitbreiding van de werkingssfeer van Richtlijn 81/851/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik, en houdende aanvullende bepalingen voor immunologische geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PbEG L 373).
Richtlijn nr. 92/73/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 september 1992 tot uitbreiding van het toepassingsgebied van de Richtlijnen nr. 65/65/EEG en nr. 75/319/EEG betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake geneesmiddelen en tot vaststelling van aanvullende bepalingen voor homeopathische geneesmiddelen (PbEG L 297).
Richtlijn nr. 92/74/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 september 1992 tot uitbreiding van het toepassingsgebied van Richtlijn 81/851/EEG betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake geneesmiddelen en tot vaststelling van aanvullende bepalingen voor homeopathische geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PbEG L 297).
Verordening (EEG) nr. 2309/93 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juli 1993 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen voor en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling (PbEG L 214).
Richtlijn nr. 90/385/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 juni 1990 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake actieve implanteerbare medische hulpmiddelen (PbEG L 189).
Richtlijn nr. 93/42/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993 betreffende medische hulpmiddelen (PbEG L 169).
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)