Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 26 september 2007, nr. TRCJZ/2007/3100, houdende nadere regels omtrent gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-07-01
State In force
Source BWB
artikelen 215
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
18.

Richtlijn nr. 82/471/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 30 juni 1982 betreffende bepaalde in diervoeding gebruikte producten (PbEG L 213).

19.

Richtlijn nr. 77/101/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 november 1976 betreffende de handel in enkelvoudige diervoeders (PbEG L 32).

20.

Richtlijn nr. 76/768/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 juli 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake cosmetische producten (PbEG L 262).

21.

Richtlijn nr. 95/5/EG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 februari 1995 tot wijziging van Richtlijn nr. 92/120/EEG houdende vaststelling van de voorschriften voor het toestaan van tijdelijke en beperkte afwijkingen op de algemeen verkrijgbare communautaire gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van bepaalde producten van dierlijke oorsprong (PbEG L 51).

22.

Richtlijn nr. 91/414/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PbEG L 230).

E. Eindtermen voor het onderwijs inzake een licentie voor het beheersen van knaagdieren op een agrarisch bedrijf

Bijlage VII. Eindtermen voor de opleiding tot Gassingsleider

A. Gassingsleider

Gebruik maken van de gebruiksaanwijzing behorend bij de gasbuisjes

Bijlage XII. Gasvrijverklaring

1.

Te verstrekken aan de opdrachtgever.

2.

Afschrift verzenden aan het kantoor van de Inspectie Leefomgeving en Transport in de regio waar het middel wordt toegepast.

Adres ontgassing:

Begin ontgassen: - – (datum), …..uur (tijd)

Einde ontgassen: - – (datum), …..uur (tijd)

Naam en toelatingsnummer gebruikte middel: ….. , N

Naam, adres en telefoonnummer opdrachtgever:…..

Naam, adres en telefoonnummer uitvoerend bedrijf/dienst:…..

Naam, adres en telefoonnummer gassingsleider/gasmeetdeskundige:………

Gebruikte meetmethode voor afgifte gasvrijverklaring:…..

Bewijs van vakbekwaamheid gassingsleider/gasmeetdeskundige:……(nr), geldig voor ….(toepassingscode)

geldig tot .. – .. – ….(datum)

Hierbij verklaart de ondergetekende, dat door middel van metingen aangetoond is dat er binnen het object geen waterstofcyanide/fosforwaterstof/sulfurylfluoride aanwezig is hoger dan de gestelde waarden in het besluit tot toelating van het toegepaste middel en dat derhalve voldaan wordt aan de eisen van de gasvrijverklaring.

Plaats:

Datum;.. – .. – ….

Tijdstip:…..uur

Naam gassingsleider/gasmeetdeskundige:……..

Handtekening gassingsleider/gasmeetdeskundige

Technical notes for guidance on the assessment of technical equivalence of substances regulated under Directive 98/8/EC, 2009. c.In het subonderdeel Milieu:

DEEL B:. NATIONAAL AANGEWEZEN METHODIEKEN EN MODELLEN

EUSES 2.1. http://ecb.jrc.ec.europa.eu/euses/

Bijlage XII. Gasvrijverklaring

1.

Te verstrekken aan de opdrachtgever.

2.

Afschrift verzenden aan het kantoor van de VROM-inspectie in de regio waar het middel wordt toegepast.

Adres ontgassing:

Begin ontgassen: - – (datum), …..uur (tijd)

Einde ontgassen: - – (datum), …..uur (tijd)

Naam en toelatingsnummer gebruikte middel: ….. , N

Naam, adres en telefoonnummer opdrachtgever:…..

Naam, adres en telefoonnummer uitvoerend bedrijf/dienst:…..

Naam, adres en telefoonnummer gassingsleider/gasmeetdeskundige:………

Gebruikte meetmethode voor afgifte gasvrijverklaring:…..

Bewijs van vakbekwaamheid gassingsleider/gasmeetdeskundige:……(nr), geldig voor ….(toepassingscode)

geldig tot .. – .. – ….(datum)

Hierbij verklaart de ondergetekende, dat door middel van metingen aangetoond is dat er binnen het object geen methylbromide/fosforwaterstof/sulfurylfluoride aanwezig is hoger dan de gestelde waarden in het besluit tot toelating van het toegepaste middel en dat derhalve voldaan wordt aan de eisen van de gasvrijverklaring.

Plaats:

Datum;.. – .. – ….

Tijdstip:…..uur

Naam gassingsleider/gasmeetdeskundige:……..

Handtekening gassingsleider/gasmeetdeskundige

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 4.6. Procedure erkenning instanties

Vervallen

Artikel 4.7. Erkenningsvoorwaarden instanties en toepassingsvoorschriften

Vervallen

Hoofdstuk 5. Het register van het college en openbaarmaking

§ 2. Openbaarmaking

Hoofdstuk 8. Gebruik

§ 2. Handhaving

Hoofdstuk 11. Intrekkingsbepalingen, wijzigingsbepalingen, overgangsrecht en slotbepalingen

§ 1. Toezicht

§ 1. Toezicht

Hoofdstuk 10. Overgangsperiode van de richtlijnen 91/414/EEG en 98/08/EG

Hoofdstuk 11. Intrekkingsbepalingen, wijzigingsbepalingen, overgangsrecht en slotbepalingen

Bijlage VII. Eindtermen voor de opleiding tot Gassingsleider

Bijlage III. Beschermingsfactoren van persoonlijke beschermingsmiddelen

Persoonlijke beschermingsmaatregel Toegekende beschermingsfactor
Halfgelaatsmasker en volgelaatsmasker met filtertype 2 10
Aangedreven volgelaatsmasker met filtertype 2 20
Aangedreven volgelaatsmasker met filtertype 3 40
Lichaamsbedekking toepasser materiaaltype CEN 3 of 4 (niet voor handen, hoofd en nek) 10
Lichaamsbedekking werkenden in / aan gewas / behandelde ruimte (niet voor handen, hoofd en nek) 5
Handschoenen, niet-vaste middelen 10
Handschoenen, vaste middelen 20
Laarzen (chemisch resistent) 10
Gesloten spuitcabines 10

Bijlage VII. Eindtermen voor de opleiding tot Gassingsleider

A. Gassingsleider

B. Gasmeetdeskundige

Op de juiste wijze de resultaten van de metingen interpreteren

Goed gevolg geven aan de resultaten van de meting

Op juiste wijze de benodigde papieren invullen

Bijlage XIII. Bestuurlijke boetes

Rij nr. grondslag Overtreding Boete in € voor distributeur ¹ Boete in € voor professionele gebruiker Boete in € voor niet-professionele gebruiker
A 2a wet ² Algemene zorgplicht niet nakomen 1.000 500 250

¹ Omvat ook de houder van de toelating; in rij 40 te lezen als: fabrikant of zijn gemachtigde.

² Het desbetreffende artikel in de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Rij Grondslag Overtreding Boete in € voor distributeur Boete in € voor professionele gebruiker Boete in € voor niet-professionele gebruiker
1. 23 EG ¹ en 19 wet Een werkzame stof gebruiken die niet is toegelaten als gewasbeschermingsmiddel of niet is goedgekeurd als basisstof. Nvt 2.000 500
2. 28, 1e lid EG en 20, 1e lid wet Een niet in Nederland toegelaten gewasbeschermingsmiddel op de markt brengen of gebruiken 2.500 2.000 1.000
3. 20, 3e lid wet Een niet in Nederland toegelaten gewasbeschermingsmiddel voorhanden of op voorraad hebben 1.500 500 250
4. 20, 3e lid wet Een niet toegelaten toevoegingsstof voorhanden hebben of op voorraad hebben 500 250 50
5. 20, 1e lid wet en 55 jo. 31 EG Gebruik of levering van een gewasbeschermingsmiddel of toevoegingsstof in strijd met de in de toelating gestelde voorschriften 2.500 1.500 500
6. 22, 1e lid wet Een toegelaten gewasbeschermings-middel op de markt brengen terwijl de voorschriften en beperkingen niet op de juiste wijze op of aan of bij de verpakking zijn vermeld. 1.000 nvt nvt
7. 22, 2e lid, wet Een toegelaten gewasbeschermings- middel op de markt brengen of gebruiken, terwijl het gehalte aan werkzame stof en de verdere samenstelling, kleur, vorm, afwerking, verpakking, aanduidingen of vermeldingen niet aan de voorschriften voldoen. 1.500 1.000 500
8. 21 wet Zaaizaad op de markt brengen of gebruiken dat is behandeld met een niet voor dat doel in een lidstaat van de Europese Unie toegelaten gewasbeschermingsmiddel 2.500 1.000 250
9. 20, 2e lid, wet en 49, 4e lid, EG Met een gewasbeschermingsmiddel behandeld zaaizaad op de markt brengen in strijd met de etiketteringsregels 1.000 nvt nvt
10. 52, 1e lid, EG en 20, 1e lid, wet Zonder vergunning voor parallelhandel een elders in de EU toegelaten gewasbeschermingsmiddel in Nederland brengen 500 500 50
11. 52, 5e lid, EG en 20, 1e lid, wet In strijd handelen met uitvoeringsverordening en de daarin gestelde controle-eisen voor parallelhandel 250 250 50
12. 56, 1e lid EG en 20, 1e lid, wet Nalaten relevante informatie over mogelijke schadelijke of mogelijk onaanvaardbare effecten te delen met het Ctgb 5.000,- nvt nvt
13. 56, 4e lid EG, en 20, 2e lid, wet De jaarlijkse kennisgeving achterwege laten 500 nvt nvt
14. 58, 1e lid EG en 20, 1e lid, wet Een niet toegelaten toevoegingsstof op de markt brengen of gebruiken 2.000 1.000 250
15. 64 EG en 20, 1e lid, wet Verwarrende verpakking van toevoegingsstof of gewasbeschermingsmiddel 2.000 nvt nvt
16. 65, 1e lid EG en 20, 2e lid, wet Onjuiste etikettering 2.000 nvt nvt
17. 66, 1e, 2e en 4e lid, EG en 20, 2e lid, wet Misleidende informatie geven over de gevaren van gewasbeschermingsmiddel voor mens, dier, plant of milieu of reclame maken voor niet toegelaten middelen 2.000 1.500 500
18. 66,5e en 6e lid, EG en 20, 2e lid, wet Reclame maken mbv irrealistische illustraties of zonder te wijzen op de waarschuwingszinnen en -symbolen
19. 67 EG en 20, 2e lid, wet en 7.1, 7.3a, b, en c Rgb Onjuiste of onvolledige administratie van gewasbeschermingsmiddelen 1.000 500 nvt
20. 54 EG en 37, 3e lid, wet Overtreding van een voorschrift of beperking, gesteld bij een ontheffing of erkenning voor proeven en experimenten nvt 2.000 nvt
21. 53 EG en 38, 3e lid, wet Overtreding van een voorschrift of beperking, verbonden aan een vrijstelling van een gewasbeschermingsmiddel voor maximaal 120 dagen 1.000 1.000 500
22. 71 EG en 39 wet In strijd met een tijdelijke beperking of tijdelijk verbod een gewasbeschermingsmiddel op de markt brengen of gebruiken 5.000 2.500 500
23. 71, 1e lid, wet en 6.7, Rgb Een gewasbeschermingsmiddel ontvangen of voorhanden hebben zonder geldig bewijs van vakbekwaamheid 1.500 500 250
24. 71, 1e lid, wet en 6.7, Rgb Een gewasbeschermingsmiddel gebruiken zonder geldig bewijs van vakbekwaamheid nvt 1.500 500
25. 73, 1e lid, wet Een gewasbeschermingsmiddel voor professioneel gebruik op de markt brengen voor een klant die niet over een geldig bewijs van vakbekwaamheid beschikt. 1.500 nvt Nvt
26. 73, 2e lid, wet (Voldoende personeel van) de distributeur heeft geen bewijs van vakbekwaamheid of zij zijn niet beschikbaar bij verkoop. 1.500 nvt Nvt
27. 73, 3e lid, wet Niet in staat zijn juiste voorlichting te geven aan klanten (professioneel) 500 nvt nvt
28. 73, 4e lid, wet en 7.4 Rgb Niet in staat zijn juiste voorlichting te geven aan klanten (niet-professioneel) 500 nvt Nvt
29. 74, 2e lid, wet en artikelen 7.1, 7.3a, b en c Rgb Geen administratie voeren of een ondeugdelijke administratie voeren in de in artikel 74, tweede lid bedoelde situatie 500 250 Nvt
30. 74, 2e lid, wet en 7.3d, 2e lid, Rgb Zonder papieren niet-toegelaten gewasbeschermingsmiddelen vervoeren 500 nvt nvt
31. 75, 1e lid, onderdeel c, wet en 7.3d, 1e lid, Rgb Niet in Nederland toegelaten gewasbeschermingsmiddelen niet apart opslaan van toegelaten gewasbeschermingsmiddelen 500 250 nvt
32. 78, 2e lid, wet en 26, 1e lid Bgb Geen deugdelijke gewasbeschermingsmonitor bijhouden en afronden na de teelt nvt 500 nvt
33. 78, 2e lid, wet, en 27, 1e lid, Bgb Gewasbeschermingsmonitor is niet op eerste verzoek te tonen nvt 50 nvt
34. 79 wet Overtreding van een bij of krachtens amvb gesteld voorschrift over de uitvoering van goede praktijken bij het toepassen van een gewasbeschermingsmiddel nvt 500 nvt
35. 80,1e lid, wet en 27a Bgb Nabij oppervlaktewater of beschermingszones prioritair gevaarlijke stoffen gebruiken nvt 1.000 500
36. 78, 79, 80, 1e lid, 80a wet en 27b Bgb Gewasbeschermingsmiddelen gebruiken waar dit niet is toegestaan op grond van artikel 27b Bgb nvt 1.500 nvt
37. 80, 1e lid wet en 29, 1e lid Bgb Een gewasbeschermingsmiddel toepassen met een luchtvaartuig nvt 1.500 1.500
38. 80, 1e lid, wet en 30 Bgb Een gasvormig of gasvormend gewasbeschermingsmiddel in een besloten ruimte toepassen in afwijking van het bepaalde in artikel 30 Bgb nvt 500 500
39. 80, 1e wet en 32 Bgb Een gewasbeschermingsmiddel toepassen in strijd met de melding 2.000 2.000 500
40. 80, 1e lid, wet, en Warenwet besluit machines; artikel 2, 1e lid, juncto 3, 2e lid, dan wel 3a, 1e lid, sub a Artikel 2, 2e lid, juncto 3, 2e lid, 5, 1e lid, sub a, b of c, dan wel 6c Artikel 2, 3e lid, juncto art. 3a, 1e lid, sub b, c of d, dan wel . 3b, 1e lid, sub a, b, c of 2e lid De machine voor de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen voldoet niet aan de veiligheidseisen ter bescherming van het milieu. 1.000, dan wel 500 indien de natuurlijke persoon of rechtspersoon minder dan 50 werknemers telt op de dag dat de overtreding is begaan.
41. 80, 1e lid wet Een andere overtreding van een bij of krachtens a.m.v.b. gesteld voorschrift over het gebruik van voertuigen, vaartuigen, luchtvaarttuigen, apparatuur, technieken en materialen Nvt 500 250
42. 80, 2e lid, wet en 32b, Bgb Niet goedgekeurde apparatuur gebruiken nvt 1.000 nvt
43. vervallen
44. vervallen
45. 80a wet, en 27d Bgb Niet of onvoldoende waarschuwen tegen herbetreding Nvt 500 nvt
46. vervallen
47. 81 wet, en 11, 1e lid, dan wel 31, 1e lid, dan wel 32, 1e lid, Bgb Zonder vergunning of melding of in strijd met voorschriften gesteld bij de vergunning of melding een middel toepassen 500 250
48. 81 wet en 11, 1e lid , 31, 1e lid en 32, 1e lid Bgb Een verplichte melding als bedoeld in artikel 11, 31 of 32, Bgb op onjuiste wijze of te laat doen nvt 250 250
49. 87, 6e lid, wet In strijd met een gegeven aanwijzing of bevel handelen of nalaten 2.000 1.000 500
50. 115 wet Overtreding van een voorschrift van een algemeen verbindend verklaarde overeenkomst 1.000 500 nvt
51. 118 wet Overtreding van een vanwege communautaire wetgeving of besluiten gesteld (gewijzigd) voorschrift, voor zover niet reeds voorzien in de hierboven genoemde gevallen 1.000 500 250

¹ Het desbetreffende artikel in Verordening (EG) 1107/2009

Rij nr. Grondslag (Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden of Regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden) Norm Boete in € voor overtreding Boete in € voor overtreding door distributeurs en toelatinghouders Boete in € voor overtreding door gebruikers die biociden toepassen in het kader van de vervaardiging van een product, een biocide of van een product waarin een biocide wordt verwerkt of behandeld (industriële gebruikers) Boete in € voor overtreding door gebruikers die biociden toepassen in het kader van het verrichten van een dienst voor derden (professionele gebruikers) en voor agrariërs Boete in € voor overtreding door gebruikers die biociden toepassen in het kader van een bedrijf, niet gericht op het het toepassen van een biocide als onderdeel van een dienst voor derden (bedrijfsmatige niet-professionele gebruikers) Boete in € voor overtreding door gebruikers die biociden toepassen als zijnde particulieren (niet-professionele gebruikers)
52 43, eerste lid van de wet Een biocide op de markt brengen en gebruiken zonder dat daarvoor een toelating is verleend, als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de verordening. 2.500 2.500 2.000 2.000 1.500 250
53 43, eerste lid van de wet Het niet voldoen aan de voorwaarden van de toelating en aan de etiketterings- en verpakkingsvoorwaarden, als bedoeld in artikel 17, vijfde lid van de verordening. 2.000 2.000 1.500 1.500 1.000 250
54 43, eerste lid van de wet Niet beperken tot het strikt noodzakelijk gebruik van biociden, als bedoeld in artikel 17, vijfde lid, van de verordening. 1.500 1.500 1.000 1.000 500 250
55 43, eerste lid van de wet Niet binnen 30 dagen op de hoogte stellen van de bevoegde autoriteit van het in de handel brengen van een product die een nationale toelating voor een biocidefamilie heeft, als bedoeld in artikel 17, zesde lid, van de verordening. 2.500 2.500 2.000 2.000 1.500 250
56 43, eerste lid van de wet Niet voldoen aan de voorwaarden voor het op de markt brengen van biociden volgens de vereenvoudigde toelatingsprocedure, als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de verordening. 2.500 2.500 2.000 2.000 1.500 250
57 43, eerste lid van de wet Nalaten relevante informatie over mogelijk gevaarlijke gevolgen van het toegelaten biocide of de daarin aanwezige werkzame stoffen te delen met de bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 47, eerste lid, van de verordening. 2.500 2.500 2.000 2.000 1.500 250
58 43, eerste lid van de wet Het niet voldoen aan de voorwaarden voor experimenten en proeven, als bedoeld in artikel 56, eerste en tweede lid, de verordening. 2.500 2.500 2.000 2.000 1.500 250
59 43, eerste lid van de wet Het niet voldoen aan de voorwaarden voor het in de handel brengen van behandelde voorwaarden, als bedoeld in artikel 58, tweede tot en met het zesde lid, van de verordening. 2.500 2.500 2.000 2.000 1.500 250
60 43, eerste lid van de wet Het niet voldoen aan de voorwaarden om dierproeven te vermijden, als bedoeld in artikel 62, eerste en tweede lid, van de verordening. 2.500 2.500 2.000 2.000 1.500 250
61 43, eerste lid van de wet Het niet bijhouden van gegevens betreffende de biociden die in de handel gebracht worden, als bedoeld in artikel 68, eerste lid, van de verordening. 1.000 1.000 500 500 250 50
62 43, eerste lid van de wet Het niet voldoen aan de voorwaarden voor indeling, verpakking en etikettering van biociden, als bedoeld in artikel 69, eerste en tweede lid, van de verordening. 2.500 2.500 2.000 2.000 1.500 250
63 43, eerste lid van de wet Misleidend etiket op de toegelaten biocide plaatsen, als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de verordening. 2.000 2.000 1.500 1.500 1.000 250
64 43, eerste lid van de wet Het niet voldoen aan de voorwaarden voor reclame voor biociden. Als bedoeld in artikel 72, eerste en derde lid, van de verordening 2.000 2.000 1.500 1.500 1.000 250
65 43, derde lid van de wet Een niet in Nederland toegelaten of niet geregistreerde biocide voorhanden of in voorraad hebben. 1.500 1.500 1.000 1.000 500 250
66 43, vierde lid van de wet In strijd met een tijdelijke beperking of tijdelijk verbod een biocide op de markt brengen, voorhanden hebben of gebruiken. 5.000 5.000 3.000 3.000 2.000 500
67 71, eerste en vierde lid van de wet Een biocide ontvangen of voorhanden hebben zonder geldig bewijs van vakbekwaamheid, hoewel dat bewijs wel is voorgeschreven. 1.500 1.500 1.000 1.000 500 250
68 71, eerste en vierde lid van de wet en 17a, eerste lid van het besluit Een biocide gebruiken zonder geldig bewijs van vakbekwaamheid, hoewel dat bewijs wel is voorgeschreven. 2.000 2.000 1.500 1.500 1.000 250
69 72, eerste lid van de wet Een niet in Nederland toegelaten biocide aanprijzen. 2.000 2.000 1.500 1.500 1.000 250
70 72, tweede lid van de wet Een biocide aanprijzen of aanbevelen in strijd met de voor het gebruik geldende voorschriften. 2.000 2.000 1.500 1.500 1.000 250
71 72, derde lid van de wet Misleidende informatie geven over de gevaren van een biocide voor mens, dier, plant of milieu. 2.000 2.000 1.500 1.500 1.000 250
72 74, eerste lid van de wet en 7.1, 7.3a en 7.3c van de regeling Geen of een ondeugdelijke administratie voeren bij het binnen Nederland brengen, de productie, de opslag of het vervoer van niet in Nederland toegelaten biociden in de in artikel 74, eerste lid, Wgb bedoelde situatie. 1.000 1.000 500 500 250 50
73 74, derde lid van de wet en 7.3d, eerste lid van de regeling Niet in Nederland toegelaten biociden niet apart opslaan. 1.000 1.000 500 500 250 50
74 74, derde lid van de wet en 7.3d, tweede lid van de regeling Zonder papieren niet-toegelaten biociden vervoeren. 1.000 1.000 500 500 250 50
75 75 van de wet Onjuiste of onvolledige administratie van biociden. 1.000 1.000 500 500 250 50
76 75 van de wet en 25 van het besluit Biociden voor een ander toepassen of voorhanden hebben zonder een deugdelijke administratie als bedoeld in artikel 25 van het besluit. 1.000 1.000 500 500 250 50
77 78, tweede lid van de wet Overtreding van een bij of krachtens AMvB gesteld voorschrift over de administratie van de wijze van gebruik van een biocide. 1.500 1.500 1.000 1.000 500 250
78 79 van de wet Overtreding van een bij of krachtens AMvB gesteld voorschrift over de uitvoering van goede praktijken bij het toepassen van biociden. 1.500 1.500 1.000 1.000 500 250
79 80, eerste lid van de wet en 29, tweede lid van het besluit Een biocide toepassen met behulp van een luchtvaartuig, terwijl dat in het geheel niet is toegestaan 2.000 2.000 1.500 1.500 1.000 250
80 80, eerste lid van de wet en 29, derde lid van het besluit en 8.7 van de regeling In strijd met een of meer voorschriften een biocide toepassen met behulp van een luchtvaartuig. 2.000 2.000 1.500 1.500 1.000 250
81 80, eerste lid van de wet en 30 van het besluit Een gasvormig of gasvormend biocide in een besloten ruimte toepassen in afwijking van het bepaalde in artikel 30 van het besluit. 2.000 2.000 1.500 1.500 1.000 250
82 80, eerste lid van de wet Een andere overtreding van een bij of krachtens AMvB gesteld voorschrift over het gebruik van voertuigen, vaartuigen, luchtvaarttuigen, apparatuur, technieken of materialen. 2.000 2.000 1.500 1.500 1.000 250
83 81 van de wet, en 31, eerste lid, dan wel 32, eerste lid van het besluit Zonder vergunning of melding of in strijd met voorschriften gesteld bij de vergunning of melding een biocide toepassen. 2.000 2.000 1.500 1.500 1.000 250
84 81 van de wet en 31, eerste lid, en 32, eerste lid van het besluit Een verplichte melding op onjuiste wijze of te laat doen. 1.500 1.500 1.000 1.000 500 250
85 87, zesde lid, van de wet In strijd met een gegeven aanwijzing of bevel handelen of nalaten. 2.000 2.000 1.500 1.500 1.000 250
86 115 van de wet Overtreding van een voorschrift van een algemeen verbindend verklaarde overeenkomst. 2.000 2.000 1.500 1.500 1.000 250
87 118 van de wet Overtreding van een vanwege communautaire wetgeving of besluiten gesteld voorschrift, voor zover niet reeds voorzien in de hierboven genoemde gevallen. 1.500 1.500 1.000 1.000 500 250
88 75, eerste lid, van de wet en 25c van het besluit Biociden niet uitsluitend leveren aan de in de toelating aangegeven gebruikers of hun personeel 1.000 1.000 nvt nvt nvt nvt
89 43, eerste lid van de wet Aanbieden van een biocide die niet is vermeld op de lijst bedoeld in artikel 95, eerste lid van de verordening 2.000 2.000 1.500 1.500 nvt nvt

Bijlage XIV. Beleidsregel voor het criterium landbouwtechnisch doelmatige, geïntegreerde teelt

Vervallen

Bijlage XV. Beoordelingsmethoden biociden

Vervallen

Milieu

Milieu

Environmental effects assessments for biocidal active substances that rapidly degrade in environmental compartments of concern. EU, 2009.

Referentie

Referentie

Bijlage XVI. Reductie bedoeld in artikel 3.7a

Bacterie log reduction Bacteriespore log reduction Gist log reduction Schimmel log reduction Virus log reduction
Productgroep Productgroep Productgroep Productgroep Productgroep Productgroep
Pt 2. Desinfecterende middelen voor privé gebruik en voor de openbare gezondheidszorg en ander biociden 5 3 5 4 4
Pt 3. Biocide voor veterinaire hygiëne doeleinden 4 1 4 3 4
Pt 4. Ontsmettingsmiddelen voor gebruik in de sector voeding en diervoeders 5 3 4 4 4

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 8.11. Berekening MTR water

Op verzoek berekent het college het maximaal toelaatbaar risico van gewasbeschermingsmiddelen voor waterorganismen, bedoeld in artikel 2, onderdeel f, van het besluit, aan de hand van de methode INS, bedoeld in bijlage XV, deel B.

Hoofdstuk 9. Toezicht en handhaving

§ 3. Monitoring na toelating

Hoofdstuk 10. Overgangsperiode van de richtlijnen 91/414/EEG en 98/08/EG

Hoofdstuk 11. Intrekkingsbepalingen, wijzigingsbepalingen, overgangsrecht en slotbepalingen

Bijlage IX. Uitgezonderde biociden

Vervallen

A. Eindtermen voor onderwijs inzake het getuigschrift voor het afweren of bestrijden van een dierplaag of het bestrijden van houtrotverwekkende schimmel

Technical Guidance Document on Risk Assessment in support of the Commission Directive 93/67/EEC on risk assessment for new notified substances, the Commission Regulation (EC) N0. 1488/94 on risk assessment for existing substances, published in 1996 and Directive 98/8/EC of the European Parliament and of the Council. European Communities (2003).

Revision of chapter 6.2 (Common principles and practical procedures for the authorisation and registration of products) of the TNsG on product evaluation, and a revision of chapter 10 (Assessment for the potential for resistance to the active substance) of the TNsG on annex I inclusion, EU 2009. Additional guidance on: TNsG on data requirements, part A, chapter 2, point 4, Analytical methods for detection and identification and part B, chapter 2, point 4 Methods of identification and analysis, EU 2009.

Bijlage XVI. Reductie bedoeld in artikel 3.7a

Vervallen

Bijlage XVII. Gebruik op sportvelden als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, onderdeel a

Wetenschappelijke naam Nederlandse naam green1 fringe, collar foregreen, apron tees fairways maintained-rough golfrough
Plantago spp. Weegbree nee maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 nee
Veronica filiformis Draadereprijs nee maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 nee
Veronica arvensis Veldereprijs nee maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 nee
Taraxacum officinalis Paardenbloem nee maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 nee
Bellis perennis Madeliefje nee maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 nee
Trifolium repens Witte klaver nee maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 nee
Polygorum aviculare Varkensgras nee maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 nee
Hypochaeris radicata Biggenkruid nee maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 nee
Ranunculus repens Kruipende boterbloem nee maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 nee
Achillea millefolium Duizendblad nee maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 nee
Cerastium fontanum Hoornbloem nee maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 maximaal 20% per jaar1 met inachtneming schadedrempel2 nee
Cirsium arvense Akkerdistel nee nee nee nee nee nee pleks gewijs
Jacobaea vulgaris subsp. Vulgaris Jacobskruiskruid nee nee nee nee nee nee pleks gewijs
Rumex obtusifolius Ridderzuring nee nee nee nee nee nee pleks gewijs
Sagina procumbens Liggende vetmuur 10% nee nee nee nee nee nee
Growth regulator grasgroeiremmer nee nee nee nee nee nee nee
Melolontha melolontha Meikever ja ja ja ja ja ja nee
Amphimallon solstitialis Junikever ja ja ja ja ja ja nee
Tipula spp Emelten ja ja nee nee nee nee
Clarireedia spp. (vml. Sclerotinia homoeocarpa) Dollarspot 2x/jaar met inachtneming schadedrempel 2x/jaar met inachtneming schadedrempel nee nee nee nee nee
Microdochium nivale, Fusarium nivale Sneeuwschimmel 1x/jaar met inachtneming schadedrempel 1x/jaar met inachtneming schadedrempel nee nee nee nee nee

1 Indien in een tabel een percentage is genoteerd, zoals 20%, is de toepassing wel toegestaan, maar mag die toepassing gedurende het jaar op ten hoogste 20% van het areaal plaatsvinden.

2 Het in acht nemen van een schadedrempel, voorafgaande aan het toepassen van een gewasbeschermingsmiddel, is onderdeel van de verplichte toepassing van geïntegreerde gewasbescherming.

Wetenschappelijke naam Nederlandse naam Wedstrijdvelden in stadions Wedstrijd-, trainings- en bijvelden buiten stadions
Plantago major Grote weegbree nee maximaal 10% per jaar met inachtneming schadedrempel
Veronica filiformis Draadereprijs nee maximaal 10% per jaar met inachtneming schadedrempel
Veronica arvensis Veldereprijs nee maximaal 10% per jaar met inachtneming schadedrempel
Taraxacum officinalis Paardenbloem nee maximaal 10% per jaar met inachtneming schadedrempel
Bellis perennis Madeliefje nee maximaal 10% per jaar met inachtneming schadedrempel
Trifolium repens Witte klaver nee maximaal 10% per jaar met inachtneming schadedrempel
Lepidium didymum Kleine varkenskers nee maximaal 10% per jaar met inachtneming schadedrempel
Polygorum aviculare Varkensgras nee maximaal 10% per jaar met inachtneming schadedrempel
Growth regulator Grasgroeiremmer nee nee
Melolontha melolontha Meikever nee ja
Amphimallon solstitialis Junikever nee ja
Clarireedia spp. (vml. Sclerotinia homoeocarpa) Dollarspot ja nee
Microdochium nivale, Fusarium nivale Sneeuwschimmel ja nee
Pythium spp. Kiemplantenziekte ja nee

DEEL A:. RICHTSNOEREN

Deel b: nationaal aangewezen methodieken en modellen

Bijlage XVI. Reductie bedoeld in artikel 3.7a

Bacterie log reduction Bacteriespore log reduction Gist log reduction Schimmel log reduction Virus log reduction
Productgroep Productgroep Productgroep Productgroep Productgroep Productgroep
Pt 2. Desinfecterende middelen voor privé gebruik en voor de openbare gezondheidszorg en ander biociden 5 3 5 4 4
Pt 3. Biocide voor veterinaire hygiëne doeleinden 4 1 4 3 4
Pt 4. Ontsmettingsmiddelen voor gebruik in de sector voeding en diervoeders 5 3 4 4 4

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 6.3a. Instructie vakbekwaamheid gewasbescherming
1.

De handelingen, die in aanmerking komen voor een bewijs van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel c, van het besluit, zijn:

2.

Bureau Erkenningen van de Stichting Groene Erkenningen erkent een instructie, bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel c, van het besluit, indien zij ten minste voorlichting geeft over:

3.

De instructie wordt gegeven door een houder van een bewijs van vakbekwaamheid Uitvoeren of Bedrijfsvoeren Gewasbescherming als bedoeld in artikel 6.3, derde of vierde lid.

4.

Artikel 6.3, eerste lid, is niet van toepassing. De werkgever of opdrachtgever van de persoon die de instructie heeft gevolgd, verstrekt een kopie van de presentielijst van de instructie aan betrokkene, en bewaart het origineel gedurende vijf jaren nadat de instructie is gegeven. De presentielijst vermeldt de handeling, bedoeld in het eerste lid, waar de instructie betrekking op heeft, en wordt gedurende vijf jaren nadat de instructie is gevolgd, aangemerkt als bewijs van vakbekwaamheid voor de desbetreffende handeling.

Artikel 6.3b. Intrekking bewijs van vakbekwaamheid
1.

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur trekt een bewijs van vakbekwaamheid gewasbeschermingsmiddelen in indien niet langer wordt voldaan aan de eisen die ter zake van het verkrijgen of behouden van een zodanig bewijs van vakbekwaamheid bij of krachtens de wet zijn gesteld nadat hij betrokkene ten hoogste zes maanden in de gelegenheid heeft gesteld alsnog aan de eisen te voldoen.

2.

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur kan op grond van artikel 85, derde lid, van de wet, een bewijs van vakbekwaamheid intrekken, indien

3.

De termijn, bedoeld in artikel 85, vierde lid, van de wet bedraagt ten hoogste een jaar vanaf het moment dat het besluit tot intrekking is genomen.

Artikel 6.7. Werken met gewasbeschermingsmiddelen
1.

Een distributeur van gewasbeschermingsmiddelen of voldoende van zijn personeel als bedoeld in artikel 73, tweede lid, van de wet, beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid Bedrijfsvoeren Gewasbescherming als bedoeld in artikel 6.3, vierde lid.

2.

Een professionele gebruiker van gewasbeschermingsmiddelen beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid Bedrijfsvoeren Gewasbescherming als bedoeld in artikel 6.3, vierde lid.

3.

In afwijking van het tweede lid beschikt de ondernemer van een landbouwbedrijf dat gewasbeschermingsmiddelen ontvangt, gebruikt of voorhanden heeft als bedoeld in artikel 71, eerste lid, van de wet, en die is geboren voor 1 januari 1996 ten minste over een bewijs van vakbekwaamheid Uitvoeren Gewasbescherming als bedoeld in artikel 6.3, derde lid.

4.

In afwijking van het tweede lid beschikt een persoon die gewasbeschermingsmiddelen ontvangt of gebruikt ten minste over een bewijs van vakbekwaamheid Uitvoeren Gewasbescherming, als bedoeld in artikel 6.3, derde lid, voor zover in het bedrijf waarvoor deze persoon werkzaam is of in het bedrijf waar de behandeling met gewasbeschermingsmiddelen wordt uitgevoerd, ten minste een persoon werkzaam is die beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid Bedrijfsvoeren Gewasbescherming en aanwezig of beschikbaar is.

5.

In afwijking van het tweede lid beschikt een persoon die gewasbeschermingsmiddelen gebruikt over een bewijs van vakbekwaamheid Veiligheidsinstructie als bedoeld in artikel 6.3, zevende lid, voor zover de handeling is opgenomen in artikel 6.3a, eerste lid, en op de werkplek waar de behandeling met het gewasbeschermingsmiddel plaatsvindt ten minste een persoon aanwezig is, die beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid Uitvoeren of Bedrijfsvoeren gewasbescherming.

6.

In afwijking van het tweede lid beschikt een bestrijder van mollen en woelratten met gewasbeschermingsmiddelen over een bewijs van vakbekwaamheid Mollen en Woelrattenbestrijding als bedoeld in artikel 6.3, zesde lid.

7.

Onverminderd het eerste lid beschikt een distributeur of het personeelslid dat is belast met de dagelijkse leiding of werkzaamheden ten behoeve van het op veilige wijze transporteren en opslaan van gewasbeschermingsmiddelen over een bewijs van vakbekwaamheid Distributie en Opslag als bedoeld in artikel 6.3, vijfde lid.

8.

Een voorlichter van gewasbeschermingsmiddelen beschikt over een bewijs van vakbekwaamheid Adviseren Gewasbescherming als bedoeld in artikel 6.3, negende lid.

Hoofdstuk 9. Toezicht en handhaving

Artikel 7.4. Informatieplicht niet-professionele gebruiker
1.

Een houder van een toelating van een gewasbeschermingsmiddel voor niet-professioneel gebruik is verantwoordelijk voor de verstrekking van de algemene informatie, bedoeld in artikel 73, vierde lid, van de wet, ten behoeve van de gebruiker van zijn middel. De houder van de toelating vermeldt deze informatie tevens bij het aanprijzen van het middel op zijn website of in andere media.

2.

De informatie is zo weergegeven dat de strekking eenvoudig te begrijpen is.

3.

De houder van een toelating zorgt ervoor dat iedere distributeur van zijn gewasbeschermingsmiddel in staat is de informatie te verstrekken aan de gebruiker.

4.

De distributeur zorgt ervoor dat de informatie voor iedere koper van een gewasbeschermingsmiddel voor niet-professioneel gebruik in voldoende mate toegankelijk en beschikbaar is.

Hoofdstuk 10. Overgangsperiode van de richtlijnen 91/414/EEG en 98/08/EG

§ 2. Toepassingsmethoden, – technieken en – materialen

Artikel 8.10a. Meldingsplicht ter bescherming kwetsbare groepen mensen

Vervallen

§ 4. Heffingen

§ 1. Toezicht

§ 2. Handhaving

Hoofdstuk 10. Overgangsperiode van de richtlijnen 91/414/EEG en 98/08/EG

Hoofdstuk 11. Intrekkingsbepalingen, wijzigingsbepalingen, overgangsrecht en slotbepalingen

Artikel 11.10a. Wijziging artikel 6.6

Wijzigt deze regeling.

Bijlage VII. Eindtermen voor de opleiding tot Gassingsleider

Bijlage VIII. Opgaveformulier hoeveelheid gewasbeschermingsmiddelen

Vervallen

Bijlage X. Gasvormige en gasvormende gewasbeschermingsmiddelen of biociden

Gasvormige en gasvormende gewasbeschermingsmiddelen of biociden als bedoeld in artikel 8.8 van deze regeling, zijn gewasbeschermingsmiddelen of biociden die één of meer van de volgende stoffen bevatten:

Deel A bevat de op grond van artikel 12, tweede lid, Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden, aangewezen richtsnoeren.

Deel A: richtsnoeren

B. Gasmeetdeskundige

Technical notes for guidance on product evaluation. Appendices to chapter 7 Product Type 14. Efficacy evaluation of rodential biocidal products. (2009)

Technical notes for guidance on product evaluation. Appendices to chapter 7 Product Type 14. Efficacy evaluation of rodential biocidal products. (2009)

User guidance. Human exposure to biocidal products. version 1 (2004).

Bijlage IX. Uitgezonderde biociden

Stoffen en apparatuur als bedoeld in artikel 1, derde lid, van de wet:

Ozon, dat op de plaats van toepassing wordt opgewekt door middel van daartoe bestemde apparatuur, valt niet onder de werking van deze wet.

Chloorverbinding die op de plaats van toepassing door een daartoe bestemd apparaat wordt gegenereerd uit natriumchloride, tenzij de toepassing is bestemd voor desinfectie van leidingen voor drinkwater voor mens of dier.

Bijlage X. Gasvormige en gasvormende gewasbeschermingsmiddelen of biociden

Gasvormige en gasvormende gewasbeschermingsmiddelen of biociden als bedoeld in artikel 8.8 van deze regeling, zijn gewasbeschermingsmiddelen of biociden die één of meer van de volgende stoffen bevatten:

Bijlage XIII. Bestuurlijke boetes

Algemeen

Werkzaamheid

College (2008) Nadere specificering beoordeling werkzaamheid van desinfectantia voor drinkwater.

Humane toxicologie

Bijlage XIV. Beleidsregel voor het criterium landbouwtechnisch doelmatige, geïntegreerde teelt

Het criterium van een landbouwtechnisch doelmatige geïntegreerde teelt is als volgt nader uitgewerkt:

Een gewasbeschermingprobleem wordt als knelpunt gezien als het totale pakket van maatregelen ertoe leidt dat:

In bovenstaande omschrijving word met ‘de teler’ niet bedoeld de individuele teler, maar de telers als groep. Bij ‘de teler’ gaat het om een modern, geïntegreerd bedrijf, en niet om een onderneming die er ‘geen zin in heeft’ om bepaalde maatregelen te treffen.

Mocht deze uitwerking van het criterium landbouwkundige doelmatigheid in bepaalde gevallen niet afdoende zijn om te bepalen of een probleem een knelpunt is, dan bespreekt de Plantenziektenkundige Dienst aan de hand van deze gevallen met de partijen in het Convenant Duurzame gewasbescherming hoe hiermee om te gaan.

Bijlage XV. Beoordelingsmethoden uit richtsnoeren en andere beoordelingsmethoden

H.J. Bremmer et al. Pest control products factsheet. To assess the risks for the consumer (2006) Updated version for ConsExpo 4. RIVM report 320005002.

Van der Jagt, K. E. en S. Dekkers (2002) Advies met betrekking tot het gebruik op de werkplek van ABC #4 antifouling een middel op basis van koper(I)oxide. TNO-rapport 02-025-H-353.

DEEL A:. RICHTSNOEREN

DEEL B:. NATIONAAL AANGEWEZEN METHODIEKEN EN MODELLEN

J.G.M. Engelen et al. (2007) Non-food products: how to assess children’s exposure. RIVM report 320005005.

RIVM, VROM, VWS (1998). USES 2.0, the Uniform System for the Evaluation of Substances.

RIVM, VROM, VWS (1998). USES 2.0, the Uniform System for the Evaluation of Substances.

National Institute of Public Health and the Environment (RIVM), Ministry of Housing, Spatial Planning and the Environment (VROM), Ministry of Health, Welfare and Sport (VWS), The Netherlands. RIVM report 679102044

Bijlage XVI. Reductie bedoeld in artikel 3.7a

Bacterie log reduction Bacteriespore log reduction Gist log reduction Schimmel log reduction Virus log reduction
Productgroep Productgroep Productgroep Productgroep Productgroep Productgroep
Pt 2. Desinfecterende middelen voor privé gebruik en voor de openbare gezondheidszorg en ander biociden 5 3 5 4 4
Pt 3. Biocide voor veterinaire hygiëne doeleinden 4 1 4 3 4
Pt 4. Ontsmettingsmiddelen voor gebruik in de sector voeding en diervoeders 5 3 4 4 4

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

§ 2. Voorschriften bij de toelating

Hoofdstuk 3. Toelating en registratie van biociden

§ 2. Algemene bepalingen inzake de beoordeling van biociden

§ 4. Bepalingen inzake de beoordeling van biociden die micro-organismen bevatten

§ 6. Voorschriften bij de toelating

Hoofdstuk 4. Erkenning van bedrijven en instellingen voor het doen van onderzoek naar de werking van gewasbeschermingsmiddelen

§ 1. Erkenning van instanties voor het toepassen van niet toegelaten gewasbeschermingsmiddelen in proeven en experimenten

Hoofdstuk 5. Het register van het college en openbaarmaking

§ 1. De registers voor gewasbeschermingsmiddelen en biociden

§ 2. Openbaarmaking

Hoofdstuk 6. Bewijs van vakbekwaamheid voor handel en gebruik

Hoofdstuk 7. Overige bepalingen inzake handel

Artikel 7.3a. Administratie algemeen

Degene die op grond van artikel 67 van verordening (EG) 1107/2009 of de artikelen 24, 25 of 26 van het besluit gegevens administreert of gegevens uit zijn administratie verstrekt, doet dit volledig en naar waarheid, en onverwijld nadat de gegevens hem bekend zijn geworden.

Artikel 7.3b. Bestemd voor gebruik buiten Nederland

Het is de eigenaar of houder van een in Nederland gevestigd bedrijf, die beschikt over landbouwpercelen in België of Duitsland toegestaan een niet in Nederland toegelaten gewasbeschermingsmiddel op zijn bedrijf op te slaan, voor zover het desbetreffende gewasbeschermingsmiddel is toegelaten in België of Duitsland en feitelijk ook over de Nederlandse grens wordt toegepast en daarvan blijkt uit zijn administratie, bedoeld in artikel 7.3c.

Artikel 7.3c. Administratie van gewasbeschermingsmiddelen of niet toegelaten biociden
1.

De administratie, bedoeld in artikel 74, derde lid, onderdeel b, van de wet en artikel 67, eerste lid, eerste volzin, van verordening (EG) 1107/2009, bevat ten minste de volgende gegevens:

2.

De administratie bestrijkt een periode van de laatste vijf jaren.

3.

De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden op de factuur of het afleveringsbewijs aangegeven.

Artikel 7.3d. Opslag en vervoer, bestemd voor gebruik buiten Nederland
1.

Een niet in Nederland toegelaten biocide of gewasbeschermingsmiddel als bedoeld in artikel 74, eerste of tweede lid, van de wet wordt gescheiden van een toegelaten middel opgeslagen.

2.

Het vervoer van een niet in Nederland toegelaten gewasbeschermingsmiddel of biocide is uitsluitend toegestaan, indien de vervoerder beschikt over een vrachtbrief of ander document waaruit blijkt van wie de partij afkomstig is en voor wie de partij is bestemd.

Hoofdstuk 8. Gebruik

§ 1. Geïntegreerde bestrijding en juist gebruik

§ 5. Reiniging

Hoofdstuk 10. Overgangsperiode van de richtlijnen 91/414/EEG en 98/08/EG

Artikel 11.10b. Toelating toevoegingstoffen
1.

Het college verleent een toelating voor een toevoegingstof als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel d, van verordening (EG) 1107/2009, indien de aanvrager aantoont dat de toevoegingstof geen formuleringshulpstof bevat, die in bijlage III van verordening (EG) 1107/2009 is opgenomen.

2.

Het college herziet een toelating voor een toevoegingstof indien:

3.

De toelating van een toevoegingstof kan worden ingetrokken of gewijzigd wanneer:

4.

Wanneer het college voornemens is een toelating voor een toevoegingstof in te trekken of te wijzigen, licht hij de houder van de toelating in en stelt hij hem een termijn om opmerkingen te formuleren of nadere gegevens te verstrekken.

5.

De in het vierde lid bedoelde termijn wordt, na afweging van alle betrokken belangen, zo kort als redelijkerwijs mogelijk gesteld.

6.

Wanneer er aanwijzingen zijn dat een toelating voor een toevoegingstof mogelijk tot ernstige risico’s leidt, kan het college, teneinde de risico’s weg te nemen of tot een aanvaardbaar niveau te beperken, de toelating schorsen of wijzigen voor de duur die nodig is voor de besluitvorming, bedoeld in het derde lid.

Artikel 11.10c. Toelating met niet-goedgekeurde beschermstoffen en synergisten
1.

Een gewasbeschermingsmiddel kan worden toegelaten, hoewel het een niet goedgekeurde beschermstof of synergist bevat, als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel a respectievelijk b, van verordening (EG) 1107/2009:

2.

Het college beperkt de duur van een toelating van een gewasbeschermingsmiddel als bedoeld in het eerste lid tot een periode van vijf jaren na de vaststelling van het werkprogramma, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.

3.

Het college herziet of wijzigt een toelating als bedoeld in het eerste lid naar gelang de ontwikkeling van het werkprogramma, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, of aan de hand van een besluit omtrent de desbetreffende beschermstof of synergist.

Bijlage I. Communautaire maatregelen die de werking van de biociderichtlijn beperken.

1.

Richtlijn nr. 65/65/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 januari 1965 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake farmaceutische specialiteiten (PbEG L 22).

2.

Richtlijn nr. 81/851/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 september 1981 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PbEG L 317).

3.

Richtlijn nr. 90/677/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 13 december 1990 tot uitbreiding van de werkingssfeer van Richtlijn 81/851/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik, en houdende aanvullende bepalingen voor immunologische geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PbEG L 373).

4.

Richtlijn nr. 92/73/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 september 1992 tot uitbreiding van het toepassingsgebied van de Richtlijnen nr. 65/65/EEG en nr. 75/319/EEG betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake geneesmiddelen en tot vaststelling van aanvullende bepalingen voor homeopathische geneesmiddelen (PbEG L 297).

5.

Richtlijn nr. 92/74/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 september 1992 tot uitbreiding van het toepassingsgebied van Richtlijn 81/851/EEG betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake geneesmiddelen en tot vaststelling van aanvullende bepalingen voor homeopathische geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PbEG L 297).

6.

Verordening (EEG) nr. 2309/93 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juli 1993 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen voor en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling (PbEG L 214).

7.

Richtlijn nr. 90/385/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 juni 1990 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake actieve implanteerbare medische hulpmiddelen (PbEG L 189).

8.

Richtlijn nr. 93/42/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993 betreffende medische hulpmiddelen (PbEG L 169).

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)