Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 2 oktober 2007, nr. MEVA/BO-2798652, houdende aanwijzing buitenlandse diploma’s volksgezondheid (Regeling aanwijzing buitenlandse diploma’s volksgezondheid)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-02-21
State In force
Source BWB
artikelen 1
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op:

Richtlijn nr. 2005/36/EG van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PbEU, L 255);

Overeenkomst van Oporto van 2 mei 1992 betreffende de Europese Economische Ruimte (Trb. 1993,132);

Overeenkomst van 21 juni 1999 tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat anderzijds, betreffende het vrije verkeer van personen (PbEU, L 114)

Artikel 32 , eerste lid, Algemene Wet erkenning EG-beroepskwalificaties

en de artikelen 41, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, 44 en 46 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

Bij het gebruik maken van een academische titel verleend in de lidstaat van oorsprong dient deze titel gevolgd te worden door de naam en de plaats van de instelling of van de examencommissie die de titel heeft verleend.

Hoofdstuk 2. Artsen

Artikel 3
1.

Als bewijs van een verworven vakbekwaamheid die geacht kan worden gelijkwaardig te zijn aan de krachtens artikel 18 van de wet gestelde opleidingseisen met betrekking tot de arts, gelden de getuigschriften die in bijlage V, onder 5.1.1. van de richtlijn worden genoemd en de getuigschriften die in bijlage 1 van deze regeling worden genoemd, voor zover de getuigschriften zijn behaald als gevolg van een opleiding die is begonnen ná de desbetreffende daarbij genoemde referentiedatum en indien zij zijn afgegeven door de bevoegde opleidingsinstelling.

2.

Indien het in het eerste lid bedoelde getuigschrift is behaald als gevolg van een opleiding die vóór de in de bijlagen genoemde referentiedatum is begonnen, geldt dit getuigschrift als bewijs van een verworven vakbekwaamheid indien het vergezeld gaat van een verklaring van de daartoe bevoegde autoriteit van de desbetreffende lidstaat of andere overeenkomstsluitende staat waarin wordt bevestigd dat de bezitter van het getuigschrift de werkzaamheden van arts gedurende ten minste drie opeenvolgende jaren tijdens de vijf jaren voorafgaande aan de afgifte van de verklaring daadwerkelijk en op wettige wijze heeft uitgeoefend.

3.

Indien het getuigschrift niet betrekking heeft op een titel die in een van de bijlagen als aangegeven in het eerste lid, genoemd wordt, is met betrekking tot dit getuigschrift het eerste lid onverminderd van toepassing, indien dit getuigschrift vergezeld gaat van een certificaat van de daartoe bevoegde autoriteit waarin staat dat het wordt gelijkgesteld met het getuigschrift waarvan de benaming wel voorkomt in de desbetreffende bijlage.

Artikel 4

Als bewijs van een verworven vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 3 gelden tevens diploma’s, certificaten en andere titels van arts die voor 3 oktober 1990 zijn afgegeven door de voormalige Duitse Democratische Republiek, of ter verwerving waarvan de opleiding vóór die datum in dat land is begonnen, indien:

Artikel 5

Als bewijs van een verworven vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 3 gelden tevens diploma’s, certificaten en andere titels van arts die voor 1 januari 1993 zijn afgegeven door het voormalige Tsjecho-Slowakije, of ter verwerving waarvan de opleiding vóór die datum in dat land is begonnen, indien:

Artikel 6
1.

Als bewijs van een verworven vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 3 gelden tevens diploma’s, certificaten en andere titels van arts die zijn afgegeven door de voormalige Sovjet-Unie, indien:

2.

Het eerste lid is alleen van toepassing op die diploma’s, certificaten en andere titels die het resultaat zijn van een opleiding die wat Estland betreft voor 20 augustus 1991, wat betreft Letland voor 21 augustus 1991 en wat betreft Litouwen voor 11 maart 1990 is aangevangen.

Artikel 7

Als bewijs van een verworven vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 3 gelden tevens diploma’s, certificaten en andere titels van arts die voor 25 juni 1991 zijn afgegeven door Joegoslavië voor onderdanen van Slovenië, of zijn afgegeven vóór 8 oktober 1991 voor onderdanen van Kroatië, of ter verwerving waarvan de opleiding vóór deze respectievelijke data in deze landen is begonnen, indien:

Hoofdstuk 3. Tandartsen

Artikel 8
1.

Als bewijs van een verworven vakbekwaamheid die geacht kan worden gelijkwaardig te zijn aan de krachtens artikel 20 van de wet gestelde opleidingseisen met betrekking tot de tandarts, gelden de getuigschriften die in bijlage V, onder 5.3.2. van de richtlijn worden genoemd en de getuigschriften die in de bijlage 2 van deze regeling worden genoemd, voor zover de getuigschriften zijn behaald als gevolg van een opleiding die is begonnen ná de desbetreffende daarbij genoemde referentiedatum en indien zij zijn afgegeven door de bevoegde opleidingsinstelling.

2.

Indien het in het eerste lid bedoelde getuigschrift is behaald als gevolg van een opleiding die vóór de in de bijlagen genoemde referentiedatum is begonnen, geldt dit getuigschrift als bewijs van een verworven vakbekwaamheid indien het vergezeld gaat van een verklaring van de daartoe bevoegde autoriteit van de desbetreffende lidstaat of andere overeenkomstsluitende staat waarin wordt bevestigd dat de bezitter van het getuigschrift de werkzaamheden van tandarts gedurende tenminste drie jaren achtereen tijdens de vijf jaren voorafgaande aan de afgifte van de verklaring daadwerkelijk en op wettige wijze heeft uitgeoefend.

3.

Indien het getuigschrift niet betrekking heeft op een titel die in een van de bijlagen als aangegeven in het eerste lid, genoemd wordt, is met betrekking tot dit getuigschrift het eerste lid onverminderd van toepassing, indien dit getuigschrift vergezeld gaat van een verklaring van de daartoe bevoegde autoriteit waarin staat dat het wordt gelijkgesteld met het getuigschrift waarvan de benaming wel voorkomt in de desbetreffende bijlage.

Artikel 9

Als bewijs van een verworven vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 8 gelden tevens diploma’s, certificaten en andere titels van tandarts die voor 3 oktober 1990 zijn afgegeven door de voormalige Duitse Democratische Republiek, of ter verwerving waarvan de opleiding vóór die datum in dat land is begonnen, indien:

Artikel 10
1.

Als bewijs van een verworven vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 8 gelden tevens diploma’s, certificaten en andere titels van tandarts die zijn afgegeven door de voormalige Sovjet-Unie, indien:

2.

Het eerste lid is alleen van toepassing op die diploma’s, certificaten en andere titels die het resultaat zijn van een opleiding die wat Estland betreft voor 20 augustus 1991, wat betreft Letland voor 21 augustus 1991 en wat betreft Litouwen voor 11 maart 1990 is aangevangen.

Artikel 11

Als bewijs van een verworven vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 8 gelden tevens diploma’s, certificaten en andere titels van tandarts die vóór 25 juni 1991 zijn afgegeven door Joegoslavië voor onderdanen van Slovenië, of vóór 8 oktober 1991 voor onderdanen van Kroatië, of ter verwerving waarvan de opleiding vóór die data in respectievelijk Slovenië en Kroatië is begonnen, indien:

Artikel 12
1.

Als bewijs van verworven vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 8 gelden tevens de diploma’s, certificaten en andere titels van arts die zijn afgegeven door de Roemeense, Spaanse, Italiaanse, Oostenrijkse, Tsjechische of Slowaakse bevoegde autoriteit aan personen die uiterlijk op de in de bijlage V vermelde datum een begin gemaakt hebben met hun universitaire opleiding tot arts en die vergezeld gaan van een door de desbetreffende bevoegde autoriteit afgegeven verklaring, waaruit blijkt dat betrokkene gedurende tenminste drie opeenvolgende jaren tijdens de vijf jaren voorafgaande aan de afgifte van de verklaring, in die lidstaat daadwerkelijk, wettig en als hoofdbezigheid de werkzaamheden van tandarts heeft verricht en tevens bevoegd is deze werkzaamheden onder gelijke voorwaarden als die welke gelden voor de houders van het in bijlage V, 5.3.2. voor de betrokken lidstaat opgenomen getuigschrift te verrichten.

2.

Van de in het eerste lid gestelde eis van drie jaar praktijkervaring zijn vrijgesteld personen die met goed gevolg studies van ten minste drie jaar hebben gevolgd welke door de bevoegde autoriteiten zijn erkend als gelijkwaardig aan de opleiding die leidt tot vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 8.

3.

Met betrekking tot Tsjechië en Slowakije zijn het eerste en tweede lid van gelijke toepassing op de in het voormalige Tsjecho-Slowakije verkregen opleidingstitels.

4.

Voor opleidingstitels van arts welke in Italië zijn afgegeven aan personen die na 28 januari 1980 en niet later dan 31 december 1984 met hun opleiding begonnen zijn is naast de verklaring als bedoeld in het eerste lid een verklaring vereist, waaruit blijkt dat betrokkene met goed gevolg de proef van bekwaamheid heeft afgelegd die door de bevoegde Italiaanse autoriteiten is georganiseerd of studies van tenminste drie jaar heeft gevolgd welke door de bevoegde autoriteiten zijn erkend als gelijkwaardig aan de opleiding die leidt tot vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 8.

5.

Voor opleidingstitels van arts welke in Italië zijn afgegeven aan personen die na 31 december 1984 met hun opleiding begonnen zijn, is het vierde lid onverkort van toepassing, indien de bovengenoemde drie studiejaren voor 31 december 1994 zijn begonnen.

6.

Voor opleidingstitels van arts welke in Spanje zijn afgegeven aan personen die na 1 januari 1986 en niet later dan 31 december 1997 met hun opleiding zijn begonnen is naast de verklaring als bedoeld in het eerste lid een verklaring vereist, waaruit blijkt dat betrokkene een studie van ten minste drie jaar heeft gevolgd welke door de bevoegde autoriteiten is erkend als gelijkwaardig aan de opleiding die leidt tot een vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 8.

Hoofdstuk 4. Verpleegkundigen

Artikel 13
1.

Als bewijs van een verworven vakbekwaamheid die geacht kan worden gelijkwaardig te zijn aan de krachtens artikel 32 van de wet gestelde opleidingseisen met betrekking tot de verpleegkundige, gelden de getuigschriften die in bijlage V, onder 5.2.2. van de richtlijn worden genoemd en de getuigschriften die in de bijlage 3 van deze regeling worden genoemd, voor zover de getuigschriften zijn behaald als gevolg van een opleiding die is begonnen ná de desbetreffende daarbij genoemde referentiedatum en indien zij zijn afgegeven door de bevoegde opleidings-instelling.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.