Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Voedselvoorziening en agrarisch markt- en prijsbeleid (1934) 1945-2000 (Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)
Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;
De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 16 maart 2007, arc-2007.03686/1);
Besluit:
Artikel 1
De bij dit besluit gevoegde ‘selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Productschappen Vee, Vlees en Eieren (PVE) en de daaronder ressorterende actoren op het beleidsterrein Voedselvoorziening en agrarisch markt- en prijsbeleid (1934) 1945–2000’ en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Basisselectiedocument
voor het beleidsterrein Voedselvoorziening en Agrarisch Markt- en prijsbeleid (1934) (1945–2000)
Dit document is geldig voor de zorgdragers:
Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Minister van Justitie
Minister van Economische Zaken
Minister van Financiën,
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Productschap voor Vee, Vlees en Eieren (PVE)
Versie september 2007
Inhoudsopgave
Lijst van Afkortingen
Verantwoording
Doel en de werking van het BSD
Afbakening van het beleidsterrein
Doelstelling en beleidsinstrumenten
De actoren op het beleidsdsterrein die in dit BSD worden meegenomen
Selectiedoelstelling
Selectiecriteria
Verslag vaststellingsprocedure
Leeswijzer
Actorenoverzicht
Markt en prijsbeleid
Deel 1: Handelingen van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV)
Deel 2. Handelingen van actoren onder het zorgdragersschap van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Aan- en Verkoopbureaus
Algemene Inspectie Dienst (AID)
Centrale Commissie voor de Voedselvoorziening
College van Overleg voor de Voedselvoorziening
College van Overleg voor de Voedselvoorziening en de Buitenlandse Agrarische Aangelegenheden
College van Regeringscommissarissen voor de Voedselvoorziening
College voor de Voedselvoorziening
Commissie beoordeling besteding toeslag kleine zandbedrijven
Commissie Officiële Nederlandse Zuivelnoteringen
Commissie van beheer Voedselvoorziening Importbureau (VIB)
Commissie van Bijstand
Commissie vereenvoudiging voedselvoorzieningsmaatregelen
Commissie voor de Bodemproductie
Commissies van Bijstand Voedselvoorziening Importbureau (VIB)
Coördinatieraden voor de voedselvoorziening
Landbouw-Economisch Instituut (LEI)
Landelijke adviescommissie inzake de superheffing
Plancommissie voor de Dienst van de Provinciale Voedselcommissarissen
Productiecommissarissen
Raad van Advies en Toezicht van de Stichting Voedselvoorziening Importbureau (VIB)
Raad van toezicht voor een Aan- en Verkoopbureau
Raad voor de Voedselvoorziening
Regeringscommissaris voor de Akkerbouw en de Veehouderij
Regeringscommissaris voor de Bodemproductie
Sectorspecifieke commissies garantieprijsbeleid
Regeringscommissarissen voor de Voedselvoorziening
Staatsbosbeheer (SBB)
Stichting Ontwikkelings- en Saneringsfonds voor de Landbouw (O&S-fonds)
Stichting tot Uitvoering van Landbouwmaatregelen (STULM 1963)
Stichting tot uitvoering van landbouwmaatregelen (STULM 1974)
Stichting Voedselvoorziening Importbureau (VIB)
Deel 3. Handelingen van overige actoren
Minister van Economische Zaken
Minister van Financiën
Minister van Justitie
Actoren die ressorteren onder het zorgdragerschap van de Minister van Justitie
Tuchtrechters voor de voedselvoorziening
Centraal College voor de Tuchtrechtspraak
Hoofdambtenaren en ambtenaren voor de tuchtrechtspraak
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Productschap voor Vee en Vlees (PVV)
Lijst van Afkortingen
AID: Algemene Inspectiedienst
AO: Administratieve organisatie
APVA: Agrarische Produktie, Verwerking en Afzet (directie -, LNV)
BNP: Bruto Nationaal Product
BSE: Boviene spongiforme encefalopathie (gekke-koeienziekte)
CAS: Centrale Archief Selectiedienst
CB: Coördinerend Bureau van de directie Internationale Zaken (LNV)
CCCD: Centrale Crisis Controledienst
CCD: Centrale Controledienst
CDK: Centraal Distributiekantoor
CEVV: Commissie voor de Economische Verdedigingsvoorbereiding
DBA: Directie Bedrijfsstructurele Aangelegenheden (LNV)
DBH: Districtsbureauhouder
DGIS: Directoraat-Generaal Internationale Samenwerking (BuiZa)
DUR: Dienst Uitvoering Regelingen
DUR: Directie Uitvoering Regelingen (LNV)
EBU: Europese Betalingsunie
EC: Europese Commissie
EEG: Europese Economische Gemeenschap
EFRO: Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling
EG: Europese Gemeenschap
EMS: Europees Monetair Stelsel
EMU: Europese Monetaire Unie
EOGFL: Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw
EOGFL-G: Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Garantie
EOGFL-O: Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Oriëntatie
EU: Europese Unie
EZ: Economische Zaken (ministerie van -)
FAO: Food and Agricultural Organisation (Wereldvoedselorganisatie)
GATT: General Agreement on Tariffs and Trade
GLB: Gemeenschappelijk landbouwbeleid
GMO: Gemeenschappelijke marktordening
GVE: Grootvee-eenheid
GWWD: Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Stb. 1992, 585)
HID: Hoofdingenieur-directeur (voor de bedrijfsontwikkeling) (LNV)
HPA: Hoofdproductschap Akkerbouw
IDES: Interactive Data Entry System
I&R: Identificatie en registratie
LASER: Landelijke Service bij Regelingen van het ministerie van LNV
LEF: Landbouw-Egalisatiefonds
LEI: Landbouw-Economisch Instituut
LNO: Landbouw, Natuur en Openluchtrecreatie (Provinciaal Apparaat -, LNV)
LNV: Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (ministerie van -)
LRE: Landbouwrekeneenheid
LVV: Landbouw, Voedselvoorziening en Visserij (Commissie voor -) (Benelux)
MCB’s: Monetair Compenserende Bedragen
MIO: Methode Institutioneel Onderzoek
MKZ: Mond- en klauwzeer
MOEL: Landen van Midden- en Oost-Europa
MvA: Memorie van Antwoord
MVH: Medeverantwoordelijkheidsheffing
MvT: Memorie van Toelichting
NGE: Nederlandse grootte-eenheid
OVO: Onderwijs, voorlichting & onderzoek
PA: Productschap Akkerbouw
PbEG: Publicatieblad der Europese Gemeenschappen
PBO: Publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie (product- of bedrijfschap)
PGF: Productschap voor Groenten en Fruit
PGZP: Productschap voor Granen, Zaden en Peulvruchten
Pivot: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn
PVV: Productschap voor Vee en Vlees
PZ: Productschap Zuivel
RBVVO: Rijksbureau voor de Voorbereiding van de Voedselvoorziening in Oorlogstijd (later: Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd)
RECOBAA: Regeringscommissaris voor de Buitenlandse Agrarische Aangelegenheden
SER: Sociaal-Economische Raad
Stb.: Staatsblad
Stcrt.: Staatscourant
STOPA: Stichting Overname Pootaardappelen
STULM: Stichting tot Uitvoering van Landbouwmaatregelen 1974
Trb.: Tractatenblad
VB: 1. Verordeningenblad voor het bezette Nederlandsche gebied
VIB: 2. Voedselvoorziening Import Bureau (Stichting -);
Voedselvoorzieningsin- en verkoopbureau
WBO: Wet op de Bedrijfsorganisatie
WHO: Wereldhandelsorganisatie
WTO: World Trade Organization
ZBO: Zelfstandig bestuursorgaan
Verantwoording
Voor u ligt het Basis Selectie Document (BSD) Agrarisch Markt- en Prijsbeleid en Voedselvoorziening. Een onderzoek naar het overheidshandelen van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij op het gebied van het Markt- en prijsbeleid (1934) (1945-2000).
Een deel van de handelingen die vallen onder het zorgdragerschap van het ministerie van defensie
Doel en de werking van het BSD
De voorliggende selectielijst geldt voor alle actoren onder de archiefzorg van de minister van LNV. Elke actor selecteert de neerslag van zijn handelen binnen het beleidsterrein Pachtbeleid voortaan met deze lijst. Voor handelingen op andere beleidsterreinen gelden andere selectielijsten.
Enkele in het oog springende kenmerken van een selectielijst zijn de volgende.
Afbakening van het beleidsterrein
Het beleidsterrein Agrarisch markt- en prijsbeleid en Voedselvoorziening heeft raakvlakken met veel andere beleidsterreinen.
Agrarische exportbevordering
Het stimuleren van de agrarische export kent twee niveaus: autonoom door de Nederlandse overheid en binnen de regels van de Europese Unie.
De uitvoer van agrarische producten naar markten buiten de EU, waar de prijzen lager liggen dan in Europa, kan in het kader van het gemeenschappelijke markt- en prijsbeleid worden ondersteund door exportrestituties. Sinds het begin van de jaren ’60 bepaalt de EU hoeveel subsidie de lidstaten mogen verstrekken ten behoeve van agrarische exporten naar derde landen. De regelgeving die van toepassing is op deze vorm van markt- en prijsbeleid kan niet los worden gezien van het stelsel van invoerheffingen en invoer- en uitvoercertificaten, en wordt behandeld in het voorliggende rapport.
De agrarische exportbevordering die bestaat uit het Nederlandse stimuleringsbeleid dat niet onder de noemer van markt- en prijsbeleid valt, wordt behandeld in het beleidsfacet Agrarische exportbevordering. Dit beleidsterrein, beschreven in Pivot-rapport nr. 80 (Agrarische handelspolitiek en exportbevordering), heeft als spits de zuivere bevordering van de agrarische export middels onder meer promotie en marktonderzoek, sinds 1998 geformuleerd als: stimulering van de internationalisering en internationale markttoegang van de agribusiness. In het voorliggende rapport wordt echter de generieke promotie van landbouwproducten in derde landen, die naadloos aansluit op die op de interne markt, behandeld (zie Deel 7).
Agrarische handelspolitiek
Het doel van de overheid ten aanzien van de agrarische handelspolitiek kan worden samengevat als: het bevorderen van de verruiming van de internationale agrarische handel en de vermindering van handelsbelemmeringen. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen het beleid op de lange en op de korte termijn. Op de lange termijn is het doel gericht op zo gezond mogelijke internationale concurrentieverhoudingen en op de korte termijn staat het oplossen van plotselinge marktverstoringen voorop.
In de zin als hierboven geschetst heeft de agrarische handelspolitiek een ruimere, meer overstijgende strekking dan het specifiekere, op de Europese landbouwmarkt gerichte agrarisch markt- en prijsbeleid.
In het contextrapport betreffende de agrarische handelspolitiek zijn overigens ook handelingen betreffende vergunningen en invoerheffingen opgenomen, en wel voor de producten cacao en koffie.
Bedrijfsorganisatie
De bedrijfsorganisatie (bedrijfschappen en vakorganisaties), ontstaan tijdens de bezetting, was gericht op de agrarische en voedselverwerkende sectoren en ressorteerde dan ook onder het departement van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening. Pas in de jaren ’50 werden de bedrijfslichamen-oude stijl vervangen door product- en bedrijfschappen op grond van de Wet op de bedrijfsorganisatie, een wet die tevens de instelling van de SER regelde en het stelsel van de bedrijfslichamen uitbreidde tot de niet-agrarische sectoren van productie en handel. Deze bedrijfsorganisatie-nieuwe stijl heeft een ruimere economische strekking en wordt daarom niet beschreven in het onderhavige rapport, maar in een afzonderlijk Pivot-contextrapport (nr. 58, Sociaal-Economische Raad).
Buitenlandse Zaken
In het onderwerp voedselhulp aan derde landen raakt het beleidsterrein Agrarisch markt- en prijsbeleid dat van Buitenlandse Zaken. Binnen dit laatste ministerie is de minister van Ontwikkelingssamenwerking verantwoordelijk voor de voedselhulp, soms afkomstig uit interventievoorraden, vaker uit specifieke voedselaankopen. In Pivot-rapport nr. 103, Gedane buitenlandse zaken, zijn enkele handelingen terzake (maar niet van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) opgenomen. (Zie verder onder kopje Ontwikkelingssamenwerking.)
Gezondheid en welzijn van dieren
De Europese dierpremieregelingen zijn nauw gerelateerd aan het I&R-systeem voor dieren, dat valt onder de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Deze wet neemt een belangrijke plaats in in Pivot-rapport nr. 107, Gezondheid en welzijn van dieren.
Invoerrechten en accijnzen
Het agrarisch markt- en prijsbeleid raakt aan het beleid op het gebied van invoerrechten en accijnzen. De invoer is immers gebonden aan heffingen, terwijl in 1996 de landbouwheffingen onder het regime van de douanerechten werden gebracht. Pivot-rapport nr. 38, De grens geslecht, gaat over de invoerrechten en accijnzen in algemenere zin. In het voorliggende rapport wordt onder meer naar rapport nr. 38 verwezen in het kader van vrijstelling van belastingen bij invoer (actief veredelingsverkeer).
Landbouwstructuurbeleid
Landbouwstructuurbeleid is een van de pijlers van landbouwbeleid, samen met markt- en prijsbeleid. Door ondersteuning van en ingrijpen in de structuur van de agrarische productie, verwerking en afzet poogt de overheid middels een complex van technische overheidsmaatregelen met betrekking tot de landbouw sturing te geven aan de productiefactoren of productiemiddelen in de landbouw. Het agrarisch markt- en prijsbeleid daarentegen richt zich – zoals al in de naam tot uitdrukking komt – op de prijsvormingskant van de producten. In de praktijk blijkt echter dat de grens soms niet scherp is te trekken. Een afzonderlijk Pivot-rapport behandelt het landbouwstructuurbeleid.
Landbouwkwaliteit en voeding
Als het gaat om de voedselvoorziening en agrarisch markt- en prijsbeleid, dan kan men niet heen om de kwaliteit van de betreffende landbouwproducten. Met name ook in het kader van de invoer en uitvoer is het van groot belang dat de producten voldoen aan hoge standaarden. Vandaar ook de vele uitvoercontrolebeschikkingen. Deze en daarmee samenhangende zaken worden behandeld in het contextrapport over landbouwkwaliteit en voeding.
Ontwikkelingssamenwerking
Voedselhulp kan worden gegeven door aankoop van aparte partijen voedsel, maar ook door aanwending voor dat doel van interventievoorraden. In die zin is er een relatie te leggen met het agrarisch markt- en prijsbeleid en de voedselvoorziening. Aangezien echter de hoofdverantwoordelijkheid ligt bij de minister van Ontwikkelingssamenwerking, behoort het onderwerp voedselhulp aan derde landen in het daarop betrekking hebbende contextrapport (Pivot-rapport nr. 103, Gedane buitenlandse zaken) te worden ondergebracht.
Pachtbeleid
Beleid waarbij de grondgebonden productie zo belangrijk is als bij het agrarisch markt- en prijsbeleid, heeft onvermijdelijk raakvlakken met het pachtbeleid. Zo heeft bedrijfsoverdracht vrijwel altijd consequenties voor de toepassing van productieregelingen, zoals de superheffing. Het pachtbeleid wordt uitgewerkt in Pivot-rapport nr. 35, Pacht- en Grondprijsbeleid.
Prijsbeleid
De algemene kaders van het prijsbeleid worden bepaald door Economische Zaken (Prijzenwet, behandeld in Pivot-rapport nr. 108, Prijsbeleid en Economische controle). De minister van Landbouw kan echter regels stellen ten aanzien van de prijzen voor landbouwproducten (o.a. Landbouwwet, art. 17). In 1958 is bij KB vastgesteld dat overeenstemming met de minister van EZ vereist is, wanneer beschikkingen bindende regels of concurrentiebeperking inhouden voor industriële of handelsondernemingen (Stb. 1958, 167). Het eerder genoemde rapport beschrijft met name het aandeel van de minister van Economische Zaken en verwijst voor de rol van LNV en de productschappen naar de contextrapporten van LNV (blz. 5 en 13).
Sociaal-Economische Raad
De productschappen spelen een belangrijke rol in de uitvoering van het agrarisch markt- en prijsbeleid. De bedrijfschappen-oude stijl werden ingesteld en opgeheven door de daarvoor verantwoordelijke ministers, meestal de minister van Landbouw. De op de WBO gebaseerde bedrijfslichamen eveneens, totdat de SER die rol kreeg toebedeeld in 1992. De instellingshandelingen betreffende de product- en bedrijfschappen staan in Pivot-rapport nr. 58, Sociaal-Economische Raad (handelingen nr. 79 t/m 84).
Doelstelling en beleidsinstrumenten
Tijdens de schaarste van voor de Tweede Wereldoorlog werden de prijzen van landbouwproducten niet alleen gereguleerd om macro-economische redenen, maar ook als garantie voor de voedselvoorziening. Er was niet zozeer sprake van markt- en prijsbeleid als wel van een bepaling van zowel de prijzen als de gewenste productie.
Pas begin jaren ’50 werd begonnen met het systeem van garantieprijzen, onder andere gerealiseerd middels invoerheffingen en exportrestituties, het eigenlijke markt- en prijsbeleid. Dit beleid streeft naar stabilisering van de prijsvorming voor landbouwproducten.
In het kort kunnen de doelstellingen van het voedselvoorzienings- en markt- en prijsbeleid als volgt worden weergegeven:
De Landbouwwet (1957), ten slotte, kan worden aangemerkt als wettelijke basis van het latere voedselvoorzienings- en markt- en prijsbeleid. De doelstelling van deze kaderwet kan derhalve ook worden gelegd onder het agrarisch markt- en prijsbeleid. Die doelstelling luidt als volgt: ‘Het bevorderen van de voortbrenging, de afzet en een redelijke prijsvorming van voortbrengselen van de landbouw en de visserij en in verband daarmede ten behoeve van de afnemers van producten’ (art. 13).
De actoren op het beleidsdsterrein die in dit BSD worden meegenomen
In dit BSD wordt de neerslag beschreven van de handelingen van ondermeer de onderstaande actoren:
Aan- en Verkoopbureaus
Algemene Inspectiedienst (AID)
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.