Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Voedselvoorziening en agrarisch markt- en prijsbeleid (1934) 1945-2000 (Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)
Grondslag: Beschikking steunverlening producenten akkerbouwgewassen 1992, art. 18, lid 3; Regeling EG-steunverlening akkerbouwgewassen, art. 14, lid 5
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het vaststellen van een model voor de door aanvragers van dierpremies bij te houden boekhouding
Periode: 1993–
Grondslag: Regeling dierlijke EG-premies, art. 4.5, lid 2
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het bijhouden van een register van stieren die voor een premie in aanmerking komen
Periode: 1989–1993
Grondslag: Uitvoeringsbeschikking EEG-premie rundvleesproducenten 1989, art. 11
Opmerking: Hierdoor kan controle worden uitgeoefend op het per producent toegewezen maximum aantal premierechten. De verplichting voor de minister om een dergelijk register bij te houden, stond alleen in de regeling van 1989.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het vaststellen van regelingen betreffende directe inkomensondersteuning ter compensatie van door dierziekten veroorzaakte schade
Periode: 1996–
Product: Wijziging Mandaatsbeschikking VIB (Stcrt. 1996, 82 en Stcrt. 1997, 238); Regeling tegemoetkoming schade kalvereigenaren BSE 1996 (Stcrt. 1996, 68); Regeling tegemoetkoming schade kalvermesters BSE 1996 (Stcrt. 1996, 88); Regeling compensatie gevolgen BSE-crisis 1996 (Stcrt. 1996, 169); Regeling ondersteuning producenteninkomen rundvleessector in verband met de BSE-situatie 1997 (Stcrt. 1997, 177)
Waardering: B, 1 en 5
Handeling: Het aan kalvermesters verlenen van tegemoetkomingen voor de periode van leegstand in hun stallen als gevolg van wegens BSE gedode kalveren
Periode: 1996–1997
Grondslag: Regeling tegemoetkoming schade kalvermesters BSE 1996, art.2, lid 1
Opmerking: De tegemoetkoming aan de kalvermesters werd niet door het VIB geregeld.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het informeren van de EC over de uitvoering van de Europese verordeningen betreffende directe inkomensondersteuning ter compensatie van door dierziekten veroorzaakte schade
Periode: 1996–
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EG) nr. 413/97, artt. 5 en 6
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het vaststellen van regels betreffende de uitvoering van de Europese agrarische heffings- en quotaregelingen
Periode: 1968–
Grondslag: Beschikking medeverantwoordelijkheidsheffing granen; Beschikking medeverantwoordelijkheidsheffing granen 1988; Beschikking superheffing; Beschikking superheffing 1985; Beschikking superheffing zure boerderijzuivelproducten; Beschikking superheffing 1993; e.a.
Waardering: B, 1
Handeling: Het informeren van de EC over de uitvoering van de Europese agrarische heffings- en quotaregelingen
Periode: 1968–
Grondslag: Verordening (EEG) nr. 1983/86, art. 3, lid a; Beschikking superheffing 1988, art. 32; e.a.
Waardering: B, 3
Handeling: Het vaststellen van nadere regels in het kader van de uitvoering van de Europese agrarische heffingsregelingen
Periode: 1977–1993
Grondslag: Beschikking medeverantwoordelijkheidsheffing granen, art. 6, lid 2; Beschikking medeverantwoordelijkheidsheffing granen 1988, art. 7, lid 3, art. 8, lid 1; e.a.
Opmerking: Onder deze handeling valt tevens het opstellen van formulieren.
Waardering: B, 5
Handeling: Het verlenen van een ontheffing in het kader van de uitvoering van de Europese agrarische heffingsregelingen
Periode: 1977–1993
Grondslag: Beschikking medeverantwoordelijkheidsheffing granen, art. 7; e.a.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het terugbetalen van teveel betaalde (extra) medeverantwoordelijkheidsheffing granen
Periode: 1988–1992
Grondslag: Beschikking medeverantwoordelijkheidsheffing granen 1988, art. 8, lid 1
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het vaststellen van nadere regels in het kader van de uitvoering van de Europese agrarische quotaregelingen
Periode: 1968–
Grondslag: Suikerbeschikking 1968 II, art. 5. (IZ)Regeling suiker, isoglucose en inulinestroop 1999; art. 7 e.a.; Beschikking superheffing 1984, art. 10, lid 2; e.a.
Opmerking: Onder deze handeling valt tevens het opstellen van formulieren.
Waardering: B, 5
Handeling: Het verlenen van een ontheffing in het kader van de uitvoering van de Europese agrarische quotaregelingen
Periode: 1968–
Grondslag: Beschikking superheffing 1988, art. 32; Regeling superheffing 1993, art. 12; e.a.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het vaststellen van productiequota voor de fabrikanten van suiker, isoglucose en inulinestroop
Periode: 1968–
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 1009/67, artt. 23 en 24; Verordening (EEG) nr. 1785/81, art. 24, lid 1; Regeling suiker, isoglucose en inulinestroop 1999, art. 7; e.a. Vo. EEG 1260/01, art. 11, lid 1(IZ).
Product: Beschikking vaststelling quota suiker en isoglucose 1981 (gewijzigd door toevoeging inulinequota in 1994). Regeling vaststelling quota suiker, isoglucose en inulinestroop 2001-2006(IZ).
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het opleggen van een heffing op de productie van hoeveelheden suiker, isoglucose en inulinestroop tussen basisquotum en maximumquotum
Periode: 1969–1999
Grondslag: Suikerbeschikking 1968-II, als gewijzigd, art. 18c; Suikerbeschikking 1975, art. 26; Beschikking Suiker en Isoglucose 1981 (later: Regeling suiker, isoglucose en inulinestroop), art. 28
Opmerking: In mandaat uitgevoerd door het HPA. Vanaf medio 1999 betreft het een gedelegeerde bevoegdheid.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het instellen van de Suikerbegeleidingscommissie
Periode: 1982–
Grondslag: Beschikking Suiker en Isoglucose 1981 (later: Regeling suiker, isoglucose en inulinestroop), als gewijzigd, art. 2bis; Regeling suiker, isoglucose en inulinestroop 1999, art. 2, lid 1
Opmerking: Hieronder valt ook het geven van voorschriften betreffende de samenstelling van de commissie. Zo is de commissie diverse malen uitgebreid, van zeventien leden in 1982 tot twintig in 1999.
Waardering: B, 4
Handeling: Het aanwijzen van organisaties en bedrijven die leden van de Suikerbegeleidingscommissie mogen leveren
Periode: 1981–
Grondslag: Wijziging Beschikking suiker en isoglucose 1981, art. 2bis, lid 1h (later Regeling suiker, etc. Zie tekst 825.(IZ))
Opmerking: Deze organisaties en bedrijven mogen elk een bepaald aantal commissieleden leveren.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het aanwijzen van een of meer personen die de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) vertegenwoordigen in vergaderingen van de Suikerbegeleidingscommissie
Periode: 1982–
Grondslag: Wijziging Beschikking suiker en isoglucose 1981, art. 1, lid 5
Opmerking: Het gaat om vergaderingen die naar het oordeel van de minister een onderwerp bevatten dat daartoe aanleiding geeft.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het goedkeuren van het huishoudelijk reglement van de Suikerbegeleidingscommissie
Periode: 1982–
Grondslag: Wijziging Beschikking suiker en isoglucose 1981, art. 1, lid 6
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het vaststellen van het quotum van een producent van melk en zuivelproducten in bijzondere situaties
Periode: 1984–
Grondslag: Beschikking superheffing, artt. 7, 8, 13; Beschikking superheffing 1985, art. 12; Beschikking superheffing 1988, art. 24, lid 3; Beschikking superheffing 1993, art. 37, lid 2; Beschikking superheffing SLOM-deelnemers; Beschikking superheffing SLOM-concessionarissen, art. 2
Opmerking: In de jaren1984 en 1985 adviseerde de Provinciale Adviescommissie de minister inzake de toewijzing van extra quotum aan producenten die wegens investeringsverplichtingen hierop recht meenden te hebben. Bij het toekennen van extra quotum adviseerde tevens de Cultuurtechnische dienst.
Waardering: V 25 jaar
Handeling: Het vaststellen van het quotum van een producent van melk en zuivelproducten in geval van overdracht van (een deel van) het bedrijf
Periode: 1984–
Grondslag: Beschikking superheffing 1984, art. 15, lid 2; Beschikking superheffing 1985, art. 7, lid 1, art. 8, lid 2, art. 9, lid 3; art. 10, lid 2; art. 11, lid 2-4; Beschikking superheffing 1988, artt. 23 en 24, lid 3, art. 25, art. 1-4
Opmerking: Aan de toewijzing van een quotum kan de minister nadere voorwaarden en beperkingen stellen.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het, bij overdracht van grond, toekennen van een vergoeding voor het niet erkende deel van het melkquotum
Periode: 1993–
Grondslag: Regeling superheffing 1993, art. 17, lid 4
Opmerking: De vergoeding wordt aan de verkrijger van de grond toegekend.
Waardering: V 20 jaar
Handeling: Het bij beschikking vaststellen van het percentage waarmee het in de vorige heffingsperiode vastgestelde quotum van de melk- en zuivelproducent verminderd wordt
Periode: 1985–1993
Grondslag: Beschikking superheffing 1985, art. 5, lid 1; Beschikking superheffing 1988, art. 6
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het vaststellen van het quotum van een producent van zure boerderijzuivelproducten
Periode: 1991–
Grondslag: Beschikking superheffing zure boerderijzuivelprodukten, art. 11, lid 3
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het, in geval van overdracht van een quotum, vaststellen van het nieuwe gemiddelde vetgehalte
Periode: 1988–1993
Grondslag: Beschikking superheffing 1988, art. 15, lid 4
Opmerking: Geïnformeerd worden betrokken producenten en het productschap.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het instellen van de Landelijke adviescommissie inzake de superheffing
Periode: 1984–1985
Grondslag: Beschikking superheffing, art. 9
Waardering: B, 4
Handeling: Het benoemen van leden van de Landelijke adviescommissie inzake de superheffing
Periode: 1984–1985
Grondslag: Beschikking superheffing, art. 9
Opmerking: De minister benoemde twee leden en de voorzitter. Het Landbouwschap benoemde eveneens twee leden.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het toekennen van een vergoeding aan SLOM-deelnemers
Periode: 1993–
Grondslag: Regeling schadevergoeding SLOM-deelnemers, art. 3; Regeling schadevergoeding SLOM-concessionarissen, art. 2
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het vaststellen van regels betreffende de uitvoering van de Europese regelgeving inzake steun aan kleine graanproducenten
Periode: 1987–1992
Grondslag: Beschikking steunverlening kleine graanproducenten (Stcrt. 1987, 104)
Waardering: B, 5
Handeling: Het toekennen van steun aan kleine graanproducenten
Periode: 1987–1992
Grondslag: Beschikking steunverlening kleine graanproducenten, art. 6
Opmerking: Bij deze handeling hoort tevens het terugvorderen van het toegekende bedrag in geval door de producent onjuiste informatie is aangeleverd.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het beslissen tot terugbetaling van de ingehouden medeverantwoordelijkheidsheffing granen
Periode: 1989–1992
Grondslag: Beschikking terugbetaling ingehouden medeverantwoordelijkheidsheffing granen (1989), art. 4; Beschikking terugbetaling ingehouden medeverantwoordelijkheidsheffingen granen in verband met het uit productie nemen van bouwland (1989), art. 9
Opmerking: Hieronder valt ook de uitbetaling.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het aanwijzen van instanties die kaderprogramma’s voor reclamecampagnes opstellen
Periode: 1977–
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 3461/85, art. 2, lid 2
Opmerking: Bedoelde instanties zijn bijv. producenten, telersverenigingen en verwerkende bedrijven.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het aanwijzen van een externe instantie belast met de evaluatie van de uitvoering van de kaderprogramma’s voor promotieactiviteiten
Periode: 2000–
Grondslag: Verordening (EG) nr. 481/1999, art. 6, lid 2
Opmerking: De keuze voor de beoordelingsinstantie moet door de EC worden goedgekeurd.De evaluatiestudie dient vervolgens zo spoedig mogelijk aan de Commissie te worden meegedeeld.
Criterium; V 6 jaar
Handeling: Het medefinancieren van kaderprogramma’s voor promotieactiviteiten
Periode: 2000–
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EG) nr. 2702/1999, art. 7, lid 1, en art. 9, lid 3; Verordening (EG) nr. 2826/2000, art. 9, lid 2
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het voordragen van leden van een EU-Toezichtsgroep belast met toezicht op de uitvoering van promotieactiviteiten in derde landen
Periode: 2000–
Grondslag: Verordening (EG) nr. 2702/1999, art. 8, lid 3
Criterium; V 3 jaar
Handeling: Het vaststellen van (controle)voorschriften betreffende de verlening van bijzondere exportrestituties voor rundvleesproducten
Periode: 1982–
Grondslag: Verordening (EEG) nr. 32/82, art. 3; Verordening (EEG) nr. 1964/82, art. 7 en 8; Verordening (EEG) nr. 74/84 (ingetrokken 1989)
Product: Beschikking bijzondere restitutie bij uitvoer rundvlees 1982 (Stcrt. 81), Beschikking bijzondere restitutie bij uitvoer uitgebeend rundvlees 1982 (Stcrt. 145) en Beschikking bijzondere restituties bij uitvoer bepaalde soorten rundvlees 1984 (Stcrt. 46)
Waardering: B, 5
Handeling: Het afgeven van attesten in het kader van de toekenning van bijzondere exportrestituties voor rundvlees
Periode: 1998–
Grondslag: Beschikking bijzondere restitutie bij uitvoer rundvlees 1982, art. 9, lid 1; Beschikking bijzondere restitutie bij uitvoer uitgebeend rundvlees 1982, art. 5, lid 1, en art. 10, lid 1; Beschikking bijzondere restituties bij uitvoer bepaalde soorten rundvlees 1984, art. 7, lid 1, en art. 12, lid 2
Product: Identificatie-attesten en attesten ‘uitgebeend vlees’
Opmerking: Het originele attest vergezelt de partij en dient bij het doen van aangifte ten uitvoer te worden overgelegd. Een afschrift blijft bij de VIB/LASER-functionaris, het ndere gaat naar het PVV. Douanefunctionarissen controleren of partijen rundvlees overeenkomen met de begeleidende attesten en viseren de originele attesten, die vervolgens naar het PVV worden verzonden. Het uitbenen mag alleen gebeuren door uitsnijderijen die door het VIB en LASER (na 1998) zijn erkend.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het verlenen van een ontheffing om rundvlees in andere delen uit te benen of uit te snijden dan is gespecificeerd in de voor verlening van bijzondere restitutie opgestelde limitatieve lijst
Periode: 1998–
Grondslag: Beschikking bijzondere restituties bij uitvoer bepaalde soorten rundvlees 1984, art. 14, lid 3
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het, in het kader van de verevening van opslagkosten, aan fabrikanten opleggen van een heffing op in Nederland bereide suiker en isoglucose
Periode: 1968–2001
Grondslag: Suikerbeschikking 1968-II, art. 4, lid 1; Suikerbeschikking 1975, art. 9, lid 1; Isoglucosebeschikking 1977, art. 3; Beschikking Suiker en Isoglucose 1981 (later: Regeling suiker, isoglucose en inulinestroop), art. 9, lid 1
Opmerking: In mandaat uitgevoerd door het HPA. Vanaf medio 1999 betreft het een gedelegeeerde bevoegdheid.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het verlenen van een vergoeding voor het voorhanden of in voorraad hebben van suiker uit de Gemeenschap
Periode: 1968–2001
Grondslag: Suikerbeschikking 1968-II, art. 4, lid 2; Suikerbeschikking 1975, art. 9, lid 2; Isoglucosebeschikking 1977, art. 3; Beschikking Suiker en Isoglucose 1981 (later: Regeling suiker, isoglucose en inulinestroop), art. 9, lid 2
Opmerking: In mandaat uitgevoerd door het HPA. Vanaf medio 1999 betreft het een gedelegeeerde bevoegdheid.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het erkennen van opslagplaatsen voor suiker en isoglucose, alsmede – in voorkomend geval – van rechthebbenden op een opslagvergoeding
Periode: 1981–2001
Grondslag: Beschikking Suiker en Isoglucose 1981 (later: Regeling suiker, isoglucose en inulinestroop), art. 10, lid 1 en 2
Opmerking: In mandaat uitgevoerd door het HPA. Vanaf medio 1999 betreft het een gedelegeeerde bevoegdheid.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het toezien op naleving van bepalingen betreffende het aanhouden van een minimumvoorraad (A-quotum) suiker of isoglucose
Periode: 1968–2001
Grondslag: Beschikking Suiker en Isoglucose 1981 (later: Regeling suiker, isoglucose en inulinestroop), artt. 14 en 15
Opmerking: In mandaat uitgevoerd door het HPA. Vanaf medio 1999 betreft het een gedelegeeerde bevoegdheid. Het kan gaan om vrijstelling van verplichtingen, maar ook om het opleggen van boetes bij niet-nakoming.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het tegen de gegarandeerde prijs aankopen van preferentiële suiker
Periode: 1998–
Grondslag: Beschikking Suiker en Isoglucose 1981 (later: Regeling suiker, isoglucose en inulinestroop), art. 31
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het instellen van het Nationaal Comité voor Samenwerking met de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties
Periode: 1952–1960
Waardering: B 1
Handeling: Het mede voorbereiden van een KB tot benoeming van leden van het Nationaal Comité voor Samenwerking met de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties
Periode: 1952–1960
Grondslag: Benoemings-KB (Stcrt. 1954, 47)
Opmerking: Het KB werd met name ook door de Minister-President (minister van Algemene Zaken) voorbereid.
Waardering: V 2 jaar
Handeling: Het presenteren van Nederlandse standpunten in het kader van de FAO betreffende (aspecten van) het nationale en Europese voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1945–
Opmerking: In dit verband onderhield het Nationaal Comité voor Samenwerking met de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties tot 1960 de contacten met de VN.
Waardering: B, 1
Handeling: Het opstellen van verzoeken om IEFC-allocatie van landbouwproducten
Periode: 1945–1949
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het indienen en verdedigen van verzoeken om IEFC-allocatie van landbouwproducten
Periode: 1945–1949
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het opstellen van overzichten van het totaalbedrag aan in Nederland uitgekeerde communautaire en nationale landbouwsubsidies
Periode: 1994–
Grondslag: GATT-verdrag (Uruguay-ronde)
Opmerking: De EC verzamelt de overzichten en stuurt ze door naar de WTO.
Waardering: V 10 jaar
Deel 2. Handelingen van actoren onder het zorgdragersschap van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Aan- en Verkoopbureaus
Handeling: Het instellen van commissies die het bestuur van een Aan- en Verkoopbureau bijstaan
Periode: 1941–1957
Grondslag: Reglementen Aan- en Verkoopbureaus
Waardering: B, 4
Handeling: Het benoemen van leden van commissies die het bestuur van een Aan- en Verkoopbureau bijstaan
Periode: 1941–1957
Grondslag: Reglementen Aan- en Verkoopbureaus
Waardering: V 25 jaar
Handeling: Het benoemen van procuratiehouders van Aan- en Verkoopbureaus
Periode: 1941–1957
Grondslag: Reglementen Aan- en Verkoopbureaus, bijv. Reglement voor het Aan- en Verkoopbureau van Akkerbouwprodukten, art. 2, lid 2
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het, in het kader van het garantieprijsbeleid, (berekenen en) uitkeren van toeslagen of vergoedingen voor landbouwproducten
Periode: 1956–1957
Grondslag: Beschikkingen, bijv. Toeslagbeschikkingen Importbloem; Vergoedingsbeschikking Invoer Tarwebloem 1952 en wijziging (Stcrt. 1955, 246); Beschikking, houdende garantietoeslag melkveehouders 1953/1954, art. 6; Beschikking Garantieprijs beetwortelsuiker oogst 1956, art. 2, lid 1; Beschikking graantoeslag oogst 1957, art. 7; Bijdrageregeling consumptiemelk 1958, artt. 2, 5 en 7; Garantiebeschikking beetwortelsuiker oogst 1961, als gewijzigd (Stcrt. 1962, 62), artt. 9 en 15; Vergoedingsbeschikking fabrieksaardappelen 1964, art. 1; Toeslagbeschikking koolzaad 1966, art. 7, lid 1
Opmerking: Zo berekenden en betaalden aanvankelijk het PGZP (1962 en 1963) en het AA (1962) de toeslagen uit hoofde van de Beschikkingen lichte gronden. Het Landbouwschap deed dit vanaf 1964. Ook de Toeslagbeschikking koolzaad 1966 wees het Landbouwschap hiertoe aan. Voor vlas werden nog in 1970 nationale toeslagen verleend. Vanaf 1963 werden verwerkingscertificaten verzilverd bij het Bedrijfschap voor de Vlasindustrie (cf. bijv. Stcrt. d.d. 7 juni 1966) in plaats van bij het VIB.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het, in het kader van het garantieprijsbeleid, opleggen van heffingen voor landbouwproducten
Periode: 1956–1957
Grondslag: Beschikkingen, bijv. Beschikking Garantieprijs beetwortelsuiker oogst 1956, art. 2, lid 2; Garantiebeschikking beetwortelsuiker oogst 1961, als gewijzigd (Stcrt. 1962, 62), artt. 7 en 13
Opmerking: Het Aan- en Verkoopbureau van Akkerbouwprodukten regelde de heffing voor beetwortelsuiker, later was het VIB hierbij betrokken.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het aanwijzen van pakhuizen waar landbouwproducten kunnen worden aangeboden in het kader van nationale interventie
Periode: 1941–1957
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het in de nationale context verrichten van interventiewerkzaamheden
Periode: 1941–1957
Opmerking: De werkzaamheden in de Europese context staan beschreven in deel 7 van dit rapport, vanaf 1968, toen de Europese agrarische marktordeningsorganisatie voltooid was.
Waardering: B 5
Algemene Inspectie Dienst (AID)
Handeling: Het rapporteren in het kader van de controle op het juiste gebruik of de juiste bestemming van uit interventie of uit de markt verkochte landbouwproducten
Periode: 1968–
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 262/79, art. 21; Verordening (EEG) nr. 3143/85, art. 6, lid 1; Beschikking denaturatie- en verwerkingssteun magere melkpoeder 1980, art. 8 en art. 14, lid 1
Opmerking: Vanaf 1976 is de controle aanzienlijk uitgebreid.
Waardering: V 5 jaar
Centrale Commissie voor de Voedselvoorziening
Handeling: Het adviseren van de minister van Landbouw inzake uitvoering van de Landbouw-Crisiswet 1933 en (later) het Voedselvoorzieningsbesluit
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 27, lid 1; Voedselvoorzieningsbesluit, art. 12
Waardering: B, 5
College van Overleg voor de Voedselvoorziening
Handeling: Het met de DG van de Voedselvoorziening bespreken van voedselvoorzieningsaangelegenheden
Periode: 1942–1945
Bron: G.M.T. Trienekens, Tussen ons volk en de honger de voedselvoorziening, 1940-1945. Utrecht, 1985. Blz. 122-123.
Waardering: B, 6
College van Overleg voor de Voedselvoorziening en de Buitenlandse Agrarische Aangelegenheden
Handeling: Het adviseren van de minister van Landbouw over de uitvoering van de Landbouw-Crisiswet 1933 en andere wetten op het gebied van de voedselvoorziening
Periode: 1949–1957
Grondslag: Besluit bevoegdheden D-G Voedselvoorziening en instelling College voor de Voedselvoorziening, art. 2
Waardering: B, 5
College van Regeringscommissarissen voor de Voedselvoorziening
Handeling: Het bijstaan van de minister van Landbouw bij de uitvoering van de Landbouw-Crisiswet 1933
Periode: 1934–1940
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 26a, lid 1
Waardering: B, 6
College voor de Voedselvoorziening
Handeling: Het adviseren van de minister van Landbouw over de uitvoering van de Landbouw-Crisiswet 1933 en andere wetten op het gebied van de voedselvoorziening
Periode: 1940–1949
Grondslag: Besluit bevoegdheden D-G Voedselvoorziening en instelling College voor de Voedselvoorziening, art. 2
Waardering: B, 6
Commissie beoordeling besteding toeslag kleine zandbedrijven
Handeling: Het beoordelen van de besteding van de toe te kennen toeslag kleine zandbedrijven
Periode: 1948–1952
Grondslag: Beschikking Toeslag Kleine Zandbedrijven 1948, art. 5
Opmerking: De commissie is plaatselijk/provinciaal
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het behandelen van bezwaarschriften tegen een besluit van een plaatselijke Commissie beoordeling besteding toeslag kleine zandbedrijven
Periode: 1948–1952
Grondslag: Beschikking Toeslag Kleine Zandbedrijven 1948, art. 6
Opmerking: De commissie is provinciaal
Waardering: V 10 jaar
Commissie Officiële Nederlandse Zuivelnoteringen
Handeling: Het opstellen van officiële noteringen van zuivelproducten
Periode: 1964–
Grondslag: Instellingsbesluit Commissie Officiële Nederlandse Zuivelnoteringen, art. 1, lid 2, vervangen door Regeling Commissie Officiële Nederlandse Zuivelnoteringen, art. 1, lid 2
Opmerking: De Zuivelnoteringen worden in de Staatscourant gepubliceerd.
Waardering: V 0 jaar
Commissie van beheer Voedselvoorziening Importbureau (VIB)
Handeling: Het vaststellen van het eigen reglement van orde
Periode: 1966–1998
Grondslag: Beschikking commissie van beheer VIB, art. 2.3
Waardering: B, 4
Handeling: Het coördineren van de uitvoering van interventiewerkzaamheden
Periode: 1966–1998
Grondslag: Beschikking commissie van beheer VIB, art. 3, lid 1 en 2
Opmerking: Het gaat vooral om de volgorde waarin en de wijze waarop de interventie wordt uitgevoerd, alsmede om de daartoe benodigde voorzieningen.
Waardering: B, 5
Handeling: Het adviseren van de minister van Landbouw over de ontwerp-begrotingen van het VIB, het verslag van de directeur, de organisatorische inrichting en de interne structuur van het bureau
Periode: 1966–1998
Grondslag: Beschikking commissie van beheer VIB, art. 3, lid 3 en 4
Opmerking: De adviezen inzake organisatie en structuur kunnen ongevraagd worden gegeven. Het kan hierbij ook gaan om personeelsopbouw en personeelsbeleid.
Waardering: B, 5
Commissie van Bijstand
Handeling: Het adviseren van het bestuur van een voedselvoorzieningsorganisatie
Periode: 1941–1957
Grondslag: Algemeen Reglement, art. 6, lid 3; Wijziging Algemeen Reglement, art. 6, lid 8
Opmerking: Het bestuur moest in ieder geval over af te geven verordeningen advies inwinnen.
Waardering: B, 1
Handeling: Het adviseren van Productiecommissarissen inzake de bodemproductie
Periode: 1939–
Grondslag: Organisatiebeschikking Bodemproductie, art. 9
Opmerking: Dit gebeurt naar aanleiding van regelmatig overleg of op eigen initiatief.
Het gaat om de Commissies van Bijstand voor de Bodemproductie.
Waardering: B, 4 en 5
Commissie vereenvoudiging voedselvoorzieningsmaatregelen
Handeling: Het adviseren van de minister van Landbouw inzake vereenvoudiging van wet- en regelgeving op het gebied van de voedselvoorziening
Periode: 1946–1950
Bron: Inventaris van het archief van het Kabinet van de Minister (1945-1960)
Waardering: B, 1
Commissie voor de Bodemproductie
Handeling: Het adviseren van de minister van Landbouw inzake de uitvoering van de Bodemproductiewet 1939 en daaruit voortvloeiende zaken
Periode: 1939–
Grondslag: Bodemproductiewet 1939, art. 6
Opmerking: De adviezen kunnen zowel op verzoek als uit eigen beweging worden gegeven.
Waardering: B 1
Commissies van Bijstand Voedselvoorziening Importbureau (VIB)
Handeling: Het adviseren van de directie VIB ten aanzien van de inkoop en verkoop van landbouwproducten
Periode: 1958–1998
Grondslag: Besluit instelling commissies van bijstand VIB, art. 4
Waardering: B, 1
Coördinatieraden voor de voedselvoorziening
Handeling: Het coördineren van de werkzaamheden van de voedselvoorzieningsorganisaties
Periode: 1941–1957
Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 11, lid 3
Waardering: B, 5
Landbouw-Economisch Instituut (LEI)
Handeling: Het berekenen van de gemiddelde kostprijzen van landbouwproducten die onder het garantieprijsbeleid vallen
Periode: 1952–1968
Producten: Kostprijsrapporten
Bron: Nota betreffende het landbouwprijsbeleid (onderdeel van begroting 1960)
Opmerking: De berekeningen werden aan de hand van steekproeven uitgevoerd op kostprijsbedrijven, die werden geselecteerd aan de hand van door de minister vastgestelde criteria.
Waardering: B 5
Landelijke adviescommissie inzake de superheffing
Handeling: Het adviseren van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) in het kader van de superheffing
Periode: 1984–1985
Grondslag: Beschikking superheffing, art. 9
Opmerking: Het betreft advies inzake het toewijzen (en bezwaarschriften op de toewijzing) van melkquota in bepaalde bijzondere situaties.
Waardering: V 10 jaar
Plancommissie voor de Dienst van de Provinciale Voedselcommissarissen
Handeling: Het adviseren over het jaarplan van de dienst van de Provinciale Voedselcommissarissen en de organisatie van die dienst
Periode: 1954–1964
Bron: Inventaris DG van de Voedselvoorziening (CAS, 1991); Staatsalmanakken
Opmerking: Van 1954 tot 1964 bestond er een Plancommissie voor de Dienst van de Provinciale Voedselcommissarissen (PVC’s). Deze was belast met het adviseren ten aanzien van het jaarplan van werkzaamheden van de dienst van de PVC’s en de organisatie van de dienst.
Waardering: B, 1 en 5
Productiecommissarissen
Handeling: Het vaststellen van nadere regels betreffende de landbouwproductie in relatie tot de bodembestemming
Periode: 1939–
Grondslag: Bodemproductiebesluit, art. 3, lid 1; Organisatiebeschikking Bodemproductie, art. 3, lid 3
Opmerking: Het kan hierbij ook gaan om uitvoeringsvoorschriften. In 1950 gingen de taken van de Productiecommissaris voor de Veeteelt naar de directeur van het Veeteeltwezen (en daarmee naar de minister van Landbouw).
Waardering: B, 5
Handeling: Het verlenen van vergunningen en ontheffingen ten aanzien van bodemproductieregelingen en het goedkeuren van plannen terzake
Periode: 1939–
Grondslag: Organisatiebeschikking Bodemproductie, art. 3, lid 2; bodemproductiebeschikkingen
Opmerking: Aan de vergunningen kunnen nadere voorwaarden worden verbonden. Productiecommissarissen konden ook worden ingezet voor het verlenen van vergunningen en ontheffingen ten aanzien van andere regelingen dan bodemproductiebeschikkingen, die echter wel met de bodemproductie van doen hadden (bijv. Inzamelingsbesluit boschbessen (Stcrt. 1943, 117), gebaseerd op art. 4, Voedselvoorzieningsbesluit: vergunning voor het plukken van bosbessen in bepaalde gemeenten).De minister van Landbouw handelde sinds 1950 middels de directeur Veeteeltwezen (en taakopvolgers).
Waardering: V 10 jaar
Raad van Advies en Toezicht van de Stichting Voedselvoorziening Importbureau (VIB)
Handeling: Het adviseren van de minister van Landbouw betreffende de wijze waarop de Stichting VIB haar werkzaamheden heeft te verrichten
Periode: 1952–1958
Grondslag: Beschikking betreffende samenstelling, taak en bevoegdheid van de Raad van Advies en Toezicht van de Stichting VIB, art. 3
Opmerking: Dit advies kon gevraagd of ongevraagd worden gegeven.
Waardering: B, 5
Raad van toezicht voor een Aan- en Verkoopbureau
Handeling: Het aan de minister van Landbouw uitbrengen van adviezen over de wijze waarop een Aan- en Verkoopbureau zijn taak verricht of behoort te verrichten
Periode: 1941–1957
Grondslag: Beschikkingen tot instelling van een Raad van Toezicht van een Aan- en Verkoopbureau, bijv. Beschikking Raad van Toezicht van het Aan- en Verkoopbureau van Akkerbouwproducten (Stcrt. 1952, 107), art. 3
Opmerking: De raad kon bestuur en/of personeel bij zich ontbieden om informatie te verstrekken. Bij weigering besliste de minister (zie volgende handeling).
Waardering: B, 5
Raad voor de Voedselvoorziening
Handeling: Het adviseren van de minister van Landbouw inzake de uitvoering van het Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941 en andere wettelijke regelingen op het gebied van de voedselvoorziening
Periode: 1942–1957
Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 15, lid 2; Besluit Raad voor de Voedselvoorziening, art. 2
Waardering: B, 5
Regeringscommissaris voor de Akkerbouw en de Veehouderij
Handeling: Het aanwijzen van de in te leveren crisisproducten en het geven van nadere voorschriften inzake de inlevering daarvan
Periode: 1940–1953
Grondslag: Landbouwinleveringsbesluit 1940, art. 5, lid 1 en 2
Opmerking: De nadere bepalingen konden betrekking hebben op tijdstippen, hoeveelheden, wijze van inlevering en andere voorwaarden.
Waardering: B, 5
Regeringscommissaris voor de Bodemproductie
Handeling: Het vaststellen van nadere regels betreffende de landbouwproductie in relatie tot de bodembestemming
Periode: 1939–1950
Grondslag: Bodemproductiebesluit, art. 3, lid 1; Organisatiebeschikking Bodemproductie, art. 3, lid 3
Opmerking: Het kan hierbij ook gaan om uitvoeringsvoorschriften. In 1950 gingen de taken van de Productiecommissaris voor de Veeteelt naar de directeur van het Veeteeltwezen (en daarmee naar de minister van Landbouw).
Waardering: B, 5
Handeling: Het verlenen van ontheffingen op voorschriften op het gebied van de bodemproductie
Periode: 1939–1950
Grondslag: Bodemproductiebeschikkingen, bijv. Bodemproductiebeschikking 1943 Scheurpremies; Scheurbeschikking 1944 Bodemproductie, art. 3
Waardering: B, 5 en 6
Handeling: Het aanwijzen van een inspecteur van de landbouw voor het verlenen van bijstand aan de Regeringscommissaris voor de Bodemproductie
Periode: 1939–1950
Grondslag: Organisatiebeschikking Bodemproductie, art. 2
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het vaststellen van bijzondere regelingen ten aanzien van de competentie van Productiecommissarissen
Periode: 1939–1950
Grondslag: Organisatiebeschikking Bodemproductie, art. 8
Waardering: B, 4 en 5
Handeling: Het toevoegen van een secretaris aan Commissies van Bijstand (voor de Bodemproductie)
Periode: 1939–1950
Grondslag: Organisatiebeschikking Bodemproductie, art. 18
Waardering: V 10 jaar
Sectorspecifieke commissies garantieprijsbeleid
Handeling: Het adviseren van de minister van Landbouw inzake het garantieprijsbeleid voor landbouwproducten
Periode: 1948–1962
Bron: Begrotingen
Waardering: B, 1
Regeringscommissarissen voor de Voedselvoorziening
Handeling: Het bijstaan van de minister van Landbouw bij de uitvoering van de Landbouw-Crisiswet 1933
Periode: 1934–1940
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 26a, lid 1
Waardering: V 10 jaaar
Staatsbosbeheer (SBB)
Handeling: Het vaststellen van nadere regels betreffende de landbouwproductie in relatie tot de bodembestemming
Periode: 1950–
Grondslag: Bodemproductiebesluit, art. 3, lid 1; Organisatiebeschikking Bodemproductie, art. 3, lid 3
Opmerking: Het kan hierbij ook gaan om uitvoeringsvoorschriften. In 1950 gingen de taken van de Productiecommissaris voor de Veeteelt naar de directeur van het Veeteeltwezen (en daarmee naar de minister van Landbouw).
De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.
Waardering: B, 5
Handeling: Het verlenen van vergunningen en ontheffingen ten aanzien van bodemproductieregelingen en het goedkeuren van plannen terzake
Periode: 1950–
Grondslag: Organisatiebeschikking Bodemproductie, art. 3, lid 2; bodemproductiebeschikkingen
Opmerking: Aan de vergunningen kunnen nadere voorwaarden worden verbonden. Productiecommissarissen konden ook worden ingezet voor het verlenen van vergunningen en ontheffingen ten aanzien van andere regelingen dan bodemproductiebeschikkingen, die echter wel met de bodemproductie van doen hadden (bijv. Inzamelingsbesluit boschbessen (Stcrt. 1943, 117), gebaseerd op art. 4, Voedselvoorzieningsbesluit: vergunning voor het plukken van bosbessen in bepaalde gemeenten).De minister van Landbouw handelde sinds 1950 middels de directeur Veeteeltwezen (en taakopvolgers). De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.
Waardering: V 10 jaar
Stichting Ontwikkelings- en Saneringsfonds voor de Landbouw (O&S-fonds)
Handeling: Het vaststellen van een bijdrageregeling voor het slachten van koeien en het niet in de handel brengen van melk en zuivelproducten
Periode: 1969–1971
Product: Bestuursbesluit O&S-fonds nr. 51 (jaarverslag 1969)
Waardering: B, 1
Handeling: Het beslissen over het toekennen van een premie voor het slachten van koeien
Periode: 1969–1971
Grondslag: Bestuursbesluit O&S-fonds nr. 51, art. 18, lid 1
Opmerking: Onder deze handeling valt ook de uitbetaling van het toegekende bedrag, alsmede – in voorkomend geval – terugvordering van bedragen. Bij een positieve beslissing werd een overeenkomst met de aanvrager gesloten over uitvoering en naleving van de voorwaarden.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het beslissen over het toekennen van een premie voor het niet in de handel brengen van melk en zuivelproducten
Periode: 1969–1971
Grondslag: Bestuursbesluit O&S-fonds nr. 51, art. 28, lid 1
Opmerking: Onder deze handeling valt ook de uitbetaling van het toegekende bedrag, alsmede – in voorkomend geval – terugvordering van bedragen. Bij een positieve beslissing werd een overeenkomst met de aanvrager gesloten over uitvoering en naleving van de voorwaarden.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het vaststellen van een regeling betreffende de erkenning van slachthuizen voor de slachtpremieregeling
Periode: 1970–1970
Grondslag: Bestuursbesluit O&S-fonds nr. 51, art. 10
Product: Bestuursbesluit O&S-fonds nr. 59 (jaarverslag 1970)
Waardering: B, 1
Handeling: Het vaststellen van een bijdrageregeling voor de omschakeling van de melkveestapel op de rundvleesproductie
Periode: 1973–1977
Grondslag: Bestuursbesluit O&S-fonds nr. 118 (jaarverslag 1973)
Waardering: B, 1
Handeling: Het beslissen over het toekennen van een premie voor de omschakeling van de melkveestapel op de rundvleesproductie
Periode: 1973–1977
Grondslag: Bestuursbesluit O&S-fonds nr. 118, art. 9, lid 1
Opmerking: Onder deze handeling valt ook de uitbetaling van het toegekende bedrag, alsmede – in voorkomend geval – terugvordering van bedragen. Bij een positieve beslissing werd een overeenkomst met de aanvrager gesloten over uitvoering en naleving van de voorwaarden.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het vaststellen van een bijdrageregeling voor het niet in de handel brengen van melk en zuivelproducten en voor de omschakeling van het melkveebestand op de (rund)vleesproductie
Periode: 1977–1981
Gronslag: Bestuursbesluit O&S-fonds nr. 184 (jaarverslag 1969)
Waardering: B, 1
Handeling: Het beslissen over het toekennen van een premie voor het niet in de handel brengen van melk en zuivelproducten
Periode: 1977–1980
Grondslag: Bestuursbesluit O&S-fonds nr. 184, art. 4
Opmerking: Onder deze handeling valt ook de uitbetaling van het toegekende bedrag, alsmede – in voorkomend geval – terugvordering van bedragen. Bij een positieve beslissing werd een overeenkomst met de aanvrager gesloten over uitvoering en naleving van de voorwaarden.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het beslissen over het toekennen van een premie voor de omschakeling van het melkveebestand op de (rund)vleesproductie
Periode: 1977–1981
Grondslag: Bestuursbesluit O&S-fonds nr. 184, art. 4
Opmerking: Onder deze handeling valt ook de uitbetaling van het toegekende bedrag, alsmede – in voorkomend geval – terugvordering van bedragen. Bij een positieve beslissing werd een overeenkomst met de aanvrager gesloten over uitvoering en naleving van de voorwaarden.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het vaststellen van bijdrageregelingen voor het rooien van fruitbomen
Periode: 1968–1989
Grondslag: Bestuursbesluit O&S-fonds nr. 30, nr. 58 en nr. 159 (jaarverslagen O&S-fonds); Uitvoeringsregeling EEG-rooipremie appelbomen 1990; Uitvoeringsregeling EG-rooipremie appelbomen 1994 (Stcrt. 1994, 208)
Opmerking: De verschillende regelingen waren steeds slechts voor bepaalde jaren geldig. De aangegeven periodisering duidt derhalve op het startpunt van de eerste Europese verordening terzake en op de periodiek terugkerende regelingen.
Waardering: B, 5
Handeling: Het beslissen over het toekennen van een premie voor het rooien van fruitbomen
Periode: 1968–1989
Grondslag: Bestuursbesluit O&S-fonds nr. 30, artt. 7 en 9; Bestuursbesluit O&S-fonds nr. 58, artt. 9 en 10; Bestuursbesluit O&S-fonds nr. 159, art. 4; Uitvoeringsregeling EEG-rooipremie appelbomen 1990, art. 7, lid 1; Uitvoeringsregeling EG-rooisubsidie 1998, art. 9, lid 1
Opmerking: Onder deze handeling valt ook de uitbetaling van het toegekende bedrag, alsmede – in voorkomend geval – terugvordering van bedragen. Bij een positieve beslissing wordt een overeenkomst met de aanvrager gesloten over uitvoering en naleving van de voorwaarden. Hierop wordt ook regelmatig gecontroleerd.
Waardering: V 13 jaar
Handeling: Het vaststellen van regels in het kader van de uitvoering van de superheffing
Periode: 1988–
Grondslag: Beschikking superheffing 1988, art. 21, lid 5; Beschikking superheffing 1993, art. 18, lid 4
Waardering: B, 5
Handeling: Het opkopen van quota van producenten die hun melkveehouderijbedrijf beëindigen
Periode: 1984–
Grondslag: Regeling opkoop heffingvrije hoeveelheden; Regeling gefaseerde opkoop heffingvrije hoeveelheden
Opmerking: In 1997 werd LASER gemandateerd om deze handeling te verrichten.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het toekennen van een vergoeding aan producenten bij overdracht van meer dan het wettelijk toegestane melkquotum
Periode: 1988–1993
Grondslag: Vergoedingsregeling referentiehoeveelheden melk.
Waardering: V 10 jaar
Stichting tot Uitvoering van Landbouwmaatregelen (STULM 1963)
Handeling: Het opheffen van STULM 1963
Periode: 1977
Grondslag: Statuten STULM 1963, art. 31; gewijzigde statuten (1977), art. 31; gewijzigde statuten (1980), art. 11
Opmerking: Sinds 1977 is goedkeuring van de minister van Landbouw vereist. Bij het besluit tot opheffing kan het bestuur een liquidateur aanwijzen (statuten STULM 1963, art. 31, lid.2; gewijzigde statuten (1977), art. 31, lid 2; gewijzigde statuten (1980), art. 12, lid 1).
Waardering: B, 4
Handeling: Het wijzigen van de statuten van de STULM 1963
Periode: 1963–
Grondslag: Statuten STULM 1963, art. 30; gewijzigde statuten (1977), art. 30; gewijzigde statuten (1980), art. 10.1
Opmerking: Sinds 1977 is goedkeuring van de minister van Landbouw vereist.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het stellen van nadere regels inzake de eigen werkwijze en die van het dagelijks bestuur
Periode: 1963–
Grondslag: Statuten STULM 1963, art. 14; gewijzigde statuten (1977), art. 15; gewijzigde statuten (1980), art. 13
Product: Huishoudelijk Reglement en wijzigingen
Opmerking: Sinds 1980 is goedkeuring van de minister vereist.
Waardering: B 4
Handeling: Het vaststellen van de organisatorische opbouw van het uitvoerend apparaat van de STULM 1963
Periode: 1963–1980
Grondslag: Statuten STULM 1963, art. 15; gewijzigde statuten (1977), art. 16, lid 1
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het benoemen en ontslaan van de landelijk directeur en de gewestelijke directeuren van de STULM 1963
Periode: 1963–
Grondslag: Statuten STULM 1963, art. 15; gewijzigde statuten (1977), art. 16, lid 1
Opmerking: Volgens art. 16 (1963) is benoeming, schorsing of ontslag van directeuren een bevoegdheid van het dagelijks bestuur. Na de wijziging van 1977 betreft die alleen schorsing. Sinds 1977 in overeenstemming met de minister. Sinds 1980 heeft de stichting alleen nog het personeel dat in dienst was voor de oprichting van STULM 1974.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het benoemen van een voorzitter, een plaatsvervangend voorzitter en een gedelegeerd lid
Periode: 1963–1980
Grondslag: Statuten STULM 1963, art. 6, lid 1; gewijzigde statuten (1977), art. 7, lid 1
Opmerking: Deze door het bestuur aangewezen drie personen vormen het dagelijks bestuur. Sinds 1980 is de voorzitter van STULM 1974 tevens voorzitter van STULM 1963, en worden de andere benoemingen niet meer gedaan.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het vaststellen van de arbeidsvoorwaarden van het personeel
Periode: 1963–1980
Grondslag: Statuten STULM 1963, art. 15; gewijzigde statuten (1977), art. 16, lid 1
Handeling: Het vaststellen van de voorwaarden waarop de aan de STULM 1963 op te dragen werkzaamheden zullen worden uitgevoerd
Periode: 1963–1980
Grondslag: Statuten STULM 1963, art. 15; gewijzigde statuten (1977), art. 16, lid 2
Waardering: B, 5
Handeling: Het vaststellen van de begrotingen en de jaarrekeningen van de STULM 1963
Periode: 1963–
Grondslag: Statuten STULM 1963, artt. 15, 25 en 28; gewijzigde statuten (1977), art. 16, lid 3, en artt. 25 en 28; gewijzigde statuten (1980), art. 9
Opmerking: Sinds 1980 is ministeriële goedkeuring verplicht.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het vaststellen van een instructie voor de directeuren en de secretaris
Periode: 1963–1980
Grondslag: Statuten STULM 1963, art. 15; gewijzigde statuten (1977), art. 16, lid 5
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het besluiten tot het verwerven of vervreemden van onroerend goed of het aangaan van leningen
Periode: 1963–
Grondslag: Statuten STULM 1963, art. 15; gewijzigde statuten (1977), art. 16, lid 6; gewijzigde statuten (1980), art. 5
Opmerking: Sinds 1980 is ministeriële goedkeuring verplicht.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het benoemen, schorsen of ontslaan van personeel
Periode: 1963–1980
Grondslag: Statuten STULM 1963, art. 16; gewijzigde statuten (1977), art. 17
Opmerking: Vanaf 1977 gaat het alleen nog om schorsingen, en dan in overleg met de minister.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het vormen van een reservefonds voor toekomstige sociale lasten en het bepalen van de wijze van beleggen van de middelen
Periode: 1963–1980
Grondslag: Statuten STULM 1963, art. 23; gewijzigde statuten (1977), art. 23
Opmerking: Sinds 1977 gaat het alleen nog om de wijze van beleggen.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het geven van voorschriften voor het bijhouden van de administratie
Periode: 1963–
Grondslag: Statuten STULM 1963, art. 26, lid 2; gewijzigde statuten (1977), art. 26, lid 2
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het benoemen van een accountant voor de controle op het financiële beheer
Periode: 1963–1980
Grondslag: Statuten STULM 1963, art. 29, lid 1; gewijzigde statuten (1977), art. 29, lid 1
Opmerking: Sinds 1980 voert de departementale accountantsdienst de controle uit.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het nemen van beslissingen in alle gevallen waarin de statuten niet voorzien
Periode: 1963–1980
Grondslag: Statuten STULM 1963, art. 32; gewijzigde statuten (1977), art. 31
Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij het bestuur
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het nemen van besluiten inzake huur, pacht en schenkingen
Periode: 1980–
Grondslag: Gewijzigde statuten (1980), art. 5
Opmerking: Voor 1980 vielen dergelijke bestuursbesluiten onder het algemene slotartikel, dat het bestuur speelruimte gaf voor alles waarin de statuten niet voorzagen. Sinds 1980 is die algemene bevoegdheid er niet meer en is bovendien goedkeuring van de minister nodig.
Waardering: V 5 jaar
Stichting tot uitvoering van landbouwmaatregelen (STULM 1974)
Handeling: Het opheffen van STULM 1974
Periode: 1974–
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 18; gewijzigde statuten (1980), art. 15
Opmerking: Wanneer de minister hiertoe besluit, overlegt hij met het bestuur. Wanneer het bestuur de beslissing neemt, is goedkeuring van de minister nodig. Hierbij hoort het liquideren van het vermogen van STULM 1974 (statuten STULM 1974, art. 19; gewijzigde statuten (1980), art. 16, lid 1).
Waardering: B, 4
Handeling: Het wijzigen van de statuten van STULM 1974
Periode: 1974–
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 17; gewijzigde statuten (1980), art. 14
Opmerking: Wanneer de minister hiertoe besluit, overlegt hij met het bestuur. Wanneer het bestuur de beslissing neemt, is goedkeuring van de minister nodig.
Waardering: B, 4
Handeling: Het vaststellen van een huishoudelijk reglement en andere reglementen
Periode: 1974–
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 20; gewijzigde statuten (1980), art. 17
Waardering: B, 4
Het aanwijzen van een vice-voorzitter en een gedelegeerd lid van het bestuur van de STULM 1974
Periode: 1974–1980
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 4, lid 4
Opmerking: Deze personen vormen samen met de voorzitter het dagelijks bestuur.
Waardering: V 5 jaar
Het aanwijzen van een secretaris van de STULM 1974
Periode: 1974–1980
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 4, lid 4
Opmerking: Sinds 1980 is de landelijk directeur tevens secretaris.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het voordragen van kandidaten voor de functie van bestuursvoorzitter
Periode: 1980–
Grondslag: Gewijzigde statuten (1980), art. 4.3
Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij het bestuur
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het besluiten tot uitbreiding van het bestuur van STULM 1974
Periode: 1980–
Grondslag: Gewijzigde statuten (1980), art. 5, lid 1
Waardering: B, 4
Handeling: Het nemen van besluiten inzake financiële aangelegenheden en werkzaamheden voor derden
Periode: 1974–
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 10; gewijzigde statuten (1980), art. 8
Opmerking: Te denken valt aan: verwerving of vervreemding van onroerend goed, huur, verhuur, pacht en verpachting, zakelijke rechten, borgtochten en leningen en schenkingen. De werkzaamheden voor derden: tot 1980.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het aan de directeur of andere personen verlenen van tekeningsbevoegdheid voor de STULM 1974
Periode: 1974–1980
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 11.2
Opmerking: Dit was een handeling van de voorzitter.
Waardering: B, 4
Handeling: Het goedkeuren van besluiten van de voorzitter tot het aan de directeur of andere personen verlenen van tekeningsbevoegdheid voor de STULM 1974
Periode: 1974–1980
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 11, lid 2
Waardering: B, 4
Handeling: Het nader bepalen van de taak en bevoegdheden van het dagelijks bestuur van de STULM 1974
Periode: 1974–1980
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 12
Waardering: B, 4
Handeling: Het aanwijzen van een directeur van de STULM 1974
Periode: 1974–1980
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 14, lid 2; gewijzigde statuten (1980), art. 11, lid 1
Opmerking: In de gewijzigde statuten van 1980 staat dat de minister de directeur aanwijst, maar in de oorspronkelijke statuten wordt niet gespecificeerd wie de aanwijzing verricht.
Waardering; V 5 jaar
Handeling: Het opstellen van jaarlijkse werkplannen
Periode: 1974–1980
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 16, lid 1; gewijzigde statuten (1980), art. 13, lid 2
Opmerking: Werkplannen worden sinds 1980 niet meer gemaakt.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het opstellen van jaarlijkse begrotingen
Periode: 1974–
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 16, lid 1; gewijzigde statuten (1980), art. 13, lid 2
Opmerking: Werkplannen worden sinds 1980 niet meer gemaakt.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het opstellen van jaarlijkse rekeningen en verantwoordingen
Periode: 1974–
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 16, lid 3; gewijzigde statuten (1980), art. 13, lid 3
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het vormen van fondsen en reserves uit overschotten
Periode: 1974–1980
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 16, lid 4
Opmerking: Doel hiervan is dekking van toekomstige tekorten en bevordering van het doel van de stichting.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het verlenen van machtigingen tot het in en buiten rechte vertegenwoordigen van STULM 1974
Periode: 1980–
Grondslag: Gewijzigde statuten (1980), art. 9, lid 2
Waardering: V 12 jaar
Handeling: Het aan landbouwers die schade ondervinden van revaluatie van de nationale munteenheid toekennen van toeslagen op akkerbouwproducten
Periode: 1974–1975
Bron: Toeslagbeschikking akkerbouwprodukten 1974, art. 2
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het beslissen op een verzoek tot verlening van een zoogkoeienpremie
Periode: 1980–1989
Grondslag: Beschikking uitvoering EEG-premieregeling aanhouden zoogkoeienbestand, art. 5, lid 1; Beschikking uitvoering EEG-premieregeling aanhouden zoogkoeienbestand 1981, art. 5, lid 1; Uitvoeringsregeling EEG-premie aanhouden zoogkoeienbestand 1993, art. 41, lid 1; Regeling dierlijke EG-premies, art. 2.7
Opmerking: Inclusief behandeling van de aanvragen en berekening, uitbetaling en eventuele terugvordering van de bedragen.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het beslissen op een aanvraag tot verlening van een premie voor schapenvleesproducenten
Periode: 1980–1991
Grondslag: Beschikking uitvoering EEG-premie schapevleesproducenten, art. 5, lid 1; Uitvoeringsregeling EEG-premie schapevleesproducenten 1984, art. 4, lid 1; Uitvoeringsregeling EEG-premie schapevleesproducenten 1990, art. 15, lid 1; Uitvoeringsregeling EEG-premie schapevleesproducenten 1993, art. 45, lid 1; Regeling dierlijke EG-premies, art. 2.7
Opmerking: Inclusief behandeling van de aanvragen en berekening, uitbetaling en eventuele terugvordering van de bedragen.
Waardering: V 10 jaar
Stichting Voedselvoorziening Importbureau (VIB)
Handeling: Het vaststellen en/of wijzigen van de statuten van de Stichting VIB
Periode: 1952–1958
Grondslag: Beschikking tot goedkeuring van de statuten van de Stichting VIB
Opmerking: Vanaf de wijziging van de statuten in 1952 kon ook het VIB-bestuur de statuten veranderen.
Waardering: B, 4
Handeling: Het regelen van vestiging van bijkantoren in binnen- of buitenland
Periode: 1945–1958
Grondslag: Statuten Stichting VIB, art. 4
Waardering: B, 4
Handeling: Het regelen van assistentie door buitenlandse instellingen bij de uitvoering van de eigen werkzaamheden
Periode: 1945–1958
Grondslag: Statuten Stichting VIB, art. 4
Waardering: B, 5
Handeling: Het benoemen, schorsen en ontslaan van directieleden van de Stichting VIB
Periode: 1945–1958
Grondslag: Statuten Stichting VIB, art. 8
Opmerking: De bevoegdheid lag formeel bij het bestuur van de Stichting.
Waardering: B, 4
Handeling: Het vaststellen en wijzigen van een eigen huishoudelijk reglement
Periode: 1945–1958
Grondslag: Statuten Stichting VIB, art. 6
Waardering: B, 4
Handeling: Het opstellen van jaarrekeningen
Periode: 1945–1958
Grondslag: Statuten Stichting VIB, art. 11
Waardering: B, 3
Handeling: Het instellen van adviescommissies
Periode: 1945–1958
Grondslag: Statuten Stichting VIB, art. 7, lid 1
Opmerking: De bevoegdheid lag formeel bij het bestuur van de Stichting. Hierbij werden tevens samenstelling, taak en bevoegdheid van de commissies geregeld.
Waardering: B, 4 en 5
Handeling: Het benoemen van leden van adviescommissies
Periode: 1945–1958
Grondslag: Statuten Stichting VIB, art. 7, lid 2
Opmerking: De bevoegdheid lag formeel bij het bestuur van de Stichting.
Waardering: B, 4
Handeling: Het benoemen van procuratiehouders
Periode: 1945–1958
Grondslag: Statuten Stichting VIB, art. 10
Opmerking: Deze bevoegdheid lag formeel bij de directie van de Stichting VIB. Het bestuur moest een dergelijke benoeming goedkeuren.
Waardering: B, 4
Handeling: Het aan personeelsleden verstrekken van procuratie voor het in en buiten rechte vertegenwoordigen van het VIB
Periode: 1958–1998
Grondslag: Beschikking procuratieregeling VIB 1958, art. 1
Product: Akte van procuratie
Opmerking: De akte van procuratie wordt gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel. Het is de directie die deze bevoegdheid uitoefent.
Waardering: B, 5
Handeling: Het periodiek uitbrengen van verslag over de verrichte werkzaamheden
Periode: 1958–1998
Grondslag: Landbouwwet, art. 35, lid 2
Product: Verslagen
Opmerking: De verslagen worden door de minister aan de Staten-Generaal meegedeeld. Sinds 1966 moet het verslag melding maken van de mening van de Commissie van beheer VIB over de begroting en het verslag (Beschikking Commissie van beheer VIB, art. 4, lid 3).
Waardering: B, 3
Handeling: Het opstellen van de VIB-begroting
Periode: 1958–1998
Grondslag: Landbouwwet, art. 35, lid 3
Product: Begrotingen
Opmerking: Sinds 1966 moet het verslag melding maken van de mening van de Commissie van beheer VIB over de begroting en het verslag (Beschikking Commissie van beheer VIB, art. 4, lid 3).
Waardering: B, 3
Handeling: Het aan belanghebbenden meedelen van interventieregelingen en de implicaties daarvan
Periode: 1958–1998
Grondslag: Landbouwwet, art. 35, lid 3
Product: Mededelingen
Waardering: B, 5
Handeling: Het aanwijzen van pakhuizen waar landbouwproducten kunnen worden aangeboden in het kader van nationale interventie
Periode: 1958–1966
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het, in het kader van het garantieprijsbeleid, (berekenen en) uitkeren van toeslagen of vergoedingen voor landbouwproducten
Periode: 1958–1968
Grondslag: Beschikkingen, bijv. Toeslagbeschikkingen Importbloem; Vergoedingsbeschikking Invoer Tarwebloem 1952 en wijziging (Stcrt. 1955, 246); Beschikking, houdende garantietoeslag melkveehouders 1953/1954, art. 6; Beschikking Garantieprijs beetwortelsuiker oogst 1956, art. 2, lid 1; Beschikking graantoeslag oogst 1957, art. 7; Bijdrageregeling consumptiemelk 1958, artt. 2, 5 en 7; Garantiebeschikking beetwortelsuiker oogst 1961, als gewijzigd (Stcrt. 1962, 62), artt. 9 en 15; Vergoedingsbeschikking fabrieksaardappelen 1964, art. 1; Toeslagbeschikking koolzaad 1966, art. 7, lid 1
Opmerking: Zo berekenden en betaalden aanvankelijk het PGZP (1962 en 1963) en het AA (1962) de toeslagen uit hoofde van de Beschikkingen lichte gronden. Het Landbouwschap deed dit vanaf 1964. Ook de Toeslagbeschikking koolzaad 1966 wees het Landbouwschap hiertoe aan. Voor vlas werden nog in 1970 nationale toeslagen verleend. Vanaf 1963 werden verwerkingscertificaten verzilverd bij het Bedrijfschap voor de Vlasindustrie (cf. bijv. Stcrt. D.d. 7 juni 1966) in plaats van bij het VIB.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het, in het kader van het garantieprijsbeleid, opleggen van heffingen voor landbouwproducten
Periode: 1958–1968
Grondslag: Beschikkingen, bijv. Beschikking Garantieprijs beetwortelsuiker oogst 1956, art. 2, lid 2; Garantiebeschikking beetwortelsuiker oogst 1961, als gewijzigd (Stcrt. 1962, 62), artt. 7 en 13
Opmerking: Het Aan- en Verkoopbureau van Akkerbouwprodukten regelde de heffing voor beetwortelsuiker, later was het VIB hierbij betrokken.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het in de nationale context verrichten van interventiewerkzaamheden
Periode: 1958–1968
Opmerking: De werkzaamheden in de Europese context staan beschreven in deel 7 van dit rapport, vanaf 1968, toen de Europese agrarische marktordeningsorganisatie voltooid was.
Waardering: B 5
Handeling: Het verrichten van werkzaamheden betreffende aankoop, import, opslag en verkoop in het binnenland van landbouwproducten en -werktuigen
Periode: 1945–1957
Grondslag: Statuten Stichting VIB
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het voeren van overleg met het ministerie van Landbouw en met de productschappen inzake interventiewerkzaamheden
Periode: 1966–1998
Grondslag: Wijziging Mandaatsbeschikking VIB (1978), art. 2
Waardering: B, 1
Handeling: Het verlenen en intrekken van erkenningen van instanties of personen die voor het uitvoeren van interventiewerkzaamheden zijn gebonden aan een formele erkenning
Periode: 1968–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 985/68; Suikerbeschikking 1968-II, art. 18, lid 2; Beschikking VIB-erkenningen 1978, art. 2, vervangen door de Regeling erkenningen interventie, art. 2; Beschikking denaturatie- en verwerkingssteun magere melkpoeder 1980, art. 4, lid 1 en 2
Opmerking: De erkenning kan aan voorwaarden worden gebonden. Het HPA had tot 1972 (cf. wijziging Suikerbeschikking 1968-II, Stcrt. 1972, 60) de bevoegdheid tot het namens de minister erkennen van de suikeropslagplaatsen waar bij uitsluiting de overneming tot interventie plaatsvond, alsook van monsternemers en onderzoekslaboratoria. De minister erkent krachtens de wijziging van de Suikerbeschikking 1968-II sinds 1972 de personen die als gespecialiseerde suikerhandelaren die zijn gerechtigd tot het doen van een aanbieding tot interventie.
Waardering: B, 4
Handeling: Het controleren van de duurzame naleving door personen en instellingen van de voorwaarden die aan erkenning zijn verbonden
Periode: 1968–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 985/68; Beschikking VIB-erkenningen 1978, art. 3
Opmerking: Hiervoor kan de hulp van de AID worden ingeroepen.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het verrichten van classificatiewerkzaamheden in het kader van in interventie te nemen producten
Periode: 1968–1998
Grondslag: Beschikking classificatiewerkzaamheden bij interventie, art. 1
Opmerking: Het Centraal Bureau Slachtveediensten verricht deze handeling voor wat betreft geslachte varkens en runderen.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het stellen van (nadere) voorwaarden voor de aankoop van interventieproducten
Periode: 1968–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 985/68, art. 1, lid 3 (boter en room); Verordening (EG) nr. 454/95, artt. 3 en 4 (boter en room); Verordening (EEG) nr. 322/96, art. 1, lid 3 (magere melkpoeder)
Opmerking: Het kan hierbij gaan om de wijze van aanbieden van de producten of over de minimumhoeveelheden die moeten worden aangeboden. Het kan verder zowel kwaliteits- of verpakkingseisen betreffen als administratieve bepalingen. Ook het later wijzigen van de voorwaarden valt onder deze handeling.
Waardering: B, 1
Handeling: Het organiseren van openbare inschrijvingen voor de aankoop van interventieproducten
Periode: 1968–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 727/70, art. 5, lid 1 (tabak); Verordening (EEG) nr. 859/89, art. 7 (rundvlees), Verordening (EEG) nr. 2456/93, art. 9, lid 1 (rundvlees); Tabaksbeschikking 1971-I, art. 2
Opmerking: De inschrijvingen moeten worden gepubliceerd in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. In dit kader kunnen zekerheden worden gesteld, om te waarborgen dat de aanbieders aan hun verplichtingen zullen voldoen.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het aankopen van voor interventie in aanmerking komende (partijen) landbouwproducten
Periode: 1958–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 1569/77, art. 3, lid 2-4 (granen); Verordening (EEG) nr. 2456/93, art. 18, lid 1 (rundvlees); Suikerbeschikking 1968-II, art. 18, lid 1; Tabaksbeschikking 1971-I, art. 2; Regeling suiker, isoglucose en inulinestroop, art. 30, lid 1
Opmerking: Voorafgaand aan de daadwerkelijke aankoop wordt eerst mededeling gedaan van de gunning, bijv. middels toezending van een leveringsbon. De producten moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen. In het kader van de overname kunnen vooraf kwaliteitscontroles worden uitgevoerd (zie volgende handeling).
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het rapporteren in het kader van controles die zijn uitgevoerd in het kader van de overname van ter interventie aangeboden producten
Periode: 1958–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 2456/93, art. 17 (rundvlees)
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het aangaan van overeenkomsten met instanties die zorgdragen voor de aan opslag of verkoop voorafgaande bewerking van interventieproducten
Periode: 1968–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 727/70, art. 7, lid 1 (tabak); Verordening (EEG) nr. 859/89, art. 19, lid 1 (rundvlees); Verordening (EEG) nr. 2456/93, art. 22, lid 1 (rundvlees)
Opmerking: Bijvoorbeeld in de vleessector: het uitbenen van vlees. Voor tabak: bewerken en verpakken.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het aanwijzen van instanties voor de uitvoering van fysieke controles op de aan opslag of verkoop voorafgaande bewerking van interventieproducten
Periode: 1968–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 2456/93, art. 23, lid 1 (rundvlees)
Waardering: B, 4
Handeling: Het rapporteren in het kader van de uitvoering van fysieke controles op de aan opslag of verkoop voorafgaande bewerking van interventieproducten
Periode: 1968–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 859/89, art. 20, lid 1(rundvlees); Verordening (EEG) nr. 2456/93, art. 23, lid 1 (rundvlees)
Opmerking: Indien de fysieke controle is uitbesteed, verricht het interventiebureau toch steeksproefgewijs nog fysieke controles op de werkzaamheden van de aangewezen controle-instanties.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het bijhouden van lijsten van opslaglocaties en daarin opgeslagen hoeveelheden interventieproducten
Periode: 1968–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 2409/86, art. 18, lid 1 (boter); Verordening (EEG) nr. 3398/91, art. 5, lid 1 (magere melkpoeder)
Opmerking: Deze lijsten kunnen op aanvraag ter beschikking worden gesteld aan belanghebbenden en moeten op gezette tijden worden gepubliceerd.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het vaststellen van voorschriften om een goede bewaring van interventievoorraden te waarborgen
Periode: 1968–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 2456/93, artt. 6 en 30 (rundvlees); Verordening (EG) nr. 454/95, art. 6 (boter en room)
Opmerking: De voorschriften kunnen bijv. technische normen voor koelhuizen inhouden.
Waardering: B, 5
Handeling: Het verhuren van opslagruimte aan buitenlandse interventiebureaus
Periode: 1964–1998
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het aangaan van overeenkomsten met instanties voor de particuliere opslag van interventieproducten
Periode: 1968–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 985/68, art. 8, lid 2; Beschikking particuliere opslag zuivelprodukten en vlees 1980, art. 4
Opmerking: De sluiting van het contract kan afhankelijk worden gesteld van het stellen van een waarborgsom als garantie voor de verplichting van het opslagbedrijf om de opslag ook daadwerkelijk te realiseren.Nadere voorwaarden voor het aangaan van een contract worden door de minister in ‘Mededelingen’ bekendgemaakt.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het opstellen van een bestek voor de particuliere opslag van interventieproducten
Periode: 1968–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EG) nr. 454/95, art. 10, lid 5 (boter en room)
Opmerking: In het contract moet naar dit bestek worden verwezen.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het vaststellen van maatregelen ten aanzien van particuliere opslag ingeval de contractant wegens overmacht de contractvoorwaarden niet kan nakomen
Periode: 1968–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 1091/80 (rundvlees), art. 9; Verordening (EEG) nr. 3445/90 (rundvlees), art. 10
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het vaststellen welke de openbare registers zijn waarin aanvragers van steun voor particuliere opslag dienen te zijn ingeschreven
Periode: 1990–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 3445/90, art. 2, lid 1
Opmerking: Vanaf 1980 moesten aanvragers ook al ingeschreven zijn in een openbaar register, maar de lidstaat bepaalde toen nog niet welke dat moest zijn.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het toekennen en uitkeren van financiële steun aan instanties voor de particuliere opslag van interventieproducten
Periode: 1980–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 2763/75, art. 1, lid 3 (varkensvlees); Verordening (EG) nr. 454/95, art. 12 (bewaarkaas); Vlas- en lijnzaadbeschikking 1976, artt. 7 en 8; Beschikking particuliere opslag zuivelprodukten en vlees 1980, art. 4
Opmerking: In dit kader kan een waarborgsom of garantie worden gevraagd. Het Productschap voor Zuivel (PZ) verleent aan degenen die een overeenkomst hebben gesloten met het VIB, een vergoeding voor magere melkpoeder.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het houden van openbare inschrijvingen voor de verkoop van interventieproducten
Periode: 1964–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 727/70, art. 7, lid 2 (tabak); Verordening (EEG) nr. 2738/75, art. 3, lid 1 (granen); Verordening (EEG) nr. 1836/82, art. 1, lid 1 (granen); Verordening (EEG) nr. 2409/86, art. 17 (boter); Verordening (EEG) nr. 3398/91, art. 4, lid 2 (magere melkpoeder)
Opmerking: Hiertoe worden berichten van verkoop van interventieproducten bij openbare inschrijving opgesteld en worden lijsten met nadere gegevens bijgehouden. Er kunnen in het kader van de offertes zekerheden worden gesteld ter waarborging van de nakoming van verplichtingen.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het vaststellen van aanvullende voorschriften voor de verkoop van interventievoorraden
Periode: 1964–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 2991/82, artt. 2 en 5 (boter)
Opmerking: Het kan gaan om minimum- of maximumhoeveelheden, termijnen, enz.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het verkopen van interventieproducten
Periode: 1964–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 262/79, art. 19 (boter); Suikerbeschikking 1968-II, art. 18, lid 1
Opmerking: Hierbij worden overrenkomsten gesloten en afhaalbonnen verstrekt.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het in geval van overmacht vaststellen van maatregelen inzake de verkoop van interventieproducten
Periode: 1970–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 2315/76, art. 3 (boter), Verordening (EEG) nr. 262/79, art. 23 (boter)
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het rapporteren in het kader van het uitoefenen van toezicht op de denaturatie
Periode: 1981–1998
Grondslag: Beschikking denaturatie- en verwerkingssteun magere melkpoeder 1980, art. 8, lid 1
Opmerking: Het VIB hield toezicht op de denaturatie van magere melkpoeder. Deze rapportage werd door het Productschap voor Zuivel gebruikt voor de toekenning van de denatureringssteun.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het organiseren van openbare inschrijvingen voor de verkoop van bepaalde interventieproducten bestemd voor verdere verwerking
Periode: 1968–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 262/79, art. 11 e.v. (boter); Verordening (EEG) nr. 429/90, art. 2 (boterconcentraat); Verordening (EEG) nr. 3398/91, art. 2 (magere melkpoeder); Verordening (EG) nr. 2571/97, art. 13, lid 2 (room, boter, boterconcentraat)
Opmerking: Het betreft met name ook zuivelproducten (bijv. magere-melkpoeder), die moeten worden verwerkt in of tot andere producten. De producten kunnen in dit kader tegen verlaagde prijs worden verkocht. Ook voor groenten en fruit was het VIB aangewezen als bevoegde instantie (zie bijv. bijlage bij Verordening (EEG) nr. 1559/70).
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het sluiten van overeenkomsten met partijen die interventieproducten voor verdere verwerking aankopen
Periode: 1968–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 1560/70, art. 5, lid 2, en art. 7, lid 1 (groenten en fruit); Verordening (EG) nr. 2571/97, artt. 20 en 21 (room, boter, boterconcentraat)
Opmerking: Ter waarborging van nakoming van verplichtingen kan een zekerheid worden gesteld.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het organiseren van openbare inschrijvingen voor de be- of verwerking van interventieproducten in of tot andere producten
Periode: 1968–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 1035/72, art. 21, lid 3 (groenten en fruit)
Waardering: V 12 jaar
Handeling: Het sluiten van overeenkomsten met partijen die interventieproducten be- of verwerken in of tot andere producten
Periode: 1968–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 2515/69, art. 7ter, lid 3 (groenten en fruit); Verordening (EEG) nr. 1562/70, art. 1 (fruit); Verordening (EEG) nr. 1035/72, art. 21, lid 3 (groenten en fruit)
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)