Besluit van 1 oktober 2007, houdende uitvoering van titel 7.5 (Pacht) van het Burgerlijk Wetboek, de Uitvoeringswet grondkamers en de Wet op de rechterlijke organisatie (Uitvoeringsbesluit pacht)

Type AMvB
Publication 2025-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hoofdstuk 1. Uitvoering van artikel 393, derde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek

Hoofdstuk 1. Uitvoering van artikel 393, derde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek

Paragraaf 1. Rechtsgebied grondkamers

Paragraaf 2. Tarieven grondkamers en Centrale Grondkamer

Paragraaf 3. Reglement voor de grondkamers en de Centrale Grondkamer

Paragraaf 4. Vergoedingen voor de grondkamers en de Centrale Grondkamer

Artikel 44
1.

Voor het deelnemen aan een zitting en het bijwonen van een vergadering van de grondkamer wordt aan de plaatsvervangende voorzitter, de leden, de plaatsvervangende leden en de plaatsvervangende secretaris een vergoeding toegekend van € 67,– per 1 januari 2025: € 101,– per uur.

2.

De in het vorige lid bedoelde vergoedingen worden evenwel niet toegekend, indien de daar genoemde personen bij het Rijk of als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleden of betaalde functie uitoefenen, voor zover Onze Minister van Economische Zaken niet anders bepaalt.

3.

Aan een plaatsvervangende voorzitter die wegens afwezigheid, belet of ontstentenis van de voorzitter diens werkzaamheden volledig waarneemt, kan, indien hij niet bij het Rijk of als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleedt of betaalde functie uitoefent, door Onze Minister van Economische Zaken tot wederopzegging een bezoldiging worden toegekend overeenkomstig de voor de voorzitter vastgestelde bezoldiging.

4.

Aan een plaatsvervangend secretaris die wegens afwezigheid, belet of ontstentenis van de secretaris diens werkzaamheden volledig waarneemt, kan, indien hij niet bij het Rijk of als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleedt of betaalde functie uitoefent, door de in het vorige lid bedoelde Minister tot wederopzegging een vergoeding worden toegekend overeenkomstig de aan de secretaris toegekende vergoeding.

Artikel 45
1.

Voor het deelnemen aan een zitting en het bijwonen van een vergadering van de Centrale Grondkamer wordt aan de leden en de plaatsvervangende leden een vergoeding toegekend van € 79,– per 1 januari 2025: 118,– per uur.

2.

Voor het deelnemen aan een zitting en het bijwonen van een vergadering van de Centrale Grondkamer wordt aan de plaatsvervangende griffier een vergoeding toegekend van € 67,– per 1 januari 2025: 101,– per uur.

3.

De in de vorige leden bedoelde vergoedingen worden evenwel niet toegekend indien de aldaar genoemde personen bij het Rijk of als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleden of betaalde functie uitoefenen, voor zover Onze Minister van Economische Zaken niet anders bepaalt.

4.

Aan een plaatsvervangende griffier die wegens afwezigheid, belet of ontstentenis van de griffier diens werkzaamheden volledig waarneemt, kan, indien hij niet bij het Rijk of als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleedt of betaalde functie uitoefent, door Onze Minister van Economische Zaken tot wederopzegging toe een vergoeding worden toegekend overeenkomstig de voor de griffier vastgestelde vergoeding.

Artikel 46
1.

Voor het deelnemen aan een bezichtiging ter plaatse wordt aan de leden en de plaatsvervangende leden van de grondkamer een vergoeding van € 67,– per 1 januari 2025: € 101,– per uur toegekend.

2.

Voor het deelnemen aan een bezichtiging ter plaatse wordt een vergoeding van € 79,– per 1 januari 2025: € 118,– per uur toegekend aan de leden en de plaatsvervangende leden van de Centrale Grondkamer, behalve als zij als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleden.

3.

Bij de berekening van het totale aantal uren waarover een vergoeding volgens de voorgaande leden wordt toegekend, vindt afronding naar boven plaats tot een half uur.

Artikel 47

Indien geen bezichtiging als bedoeld in artikel 46, eerste en tweede lid, plaatsvindt, wordt een vergoeding toegekend van € 2,27 per afgehandeld dossier aan de leden en de plaatsvervangende leden van de grondkamer en de leden en de plaatsvervangende leden van de Centrale Grondkamer, behalve als zij als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleden.

Artikel 48

De leden en plaatsvervangende leden van de Centrale Grondkamer die als rechterlijk ambtenaar een bezoldigd ambt bekleden genieten in verband met de in de vorige artikelen genoemde werkzaamheden een vergoeding voor reis- en verblijfkosten overeenkomstig hetgeen daarover in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn is overeengekomen.

Artikel 49
1.

De declaraties van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 44, 45, 46, 47 en 48, worden maandelijks ingediend bij de grondkamer of de Centrale Grondkamer.

2.

De declaraties van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 44, 45, 46 en 47, vermelden de dagen, waarop de in deze artikelen genoemde werkzaamheden zijn verricht en bevatten een verklaring van de voorzitter, dat de declarant de opgegeven werkzaamheden heeft verricht gedurende de daarbij opgegeven tijdsduur.

3.

De declaraties van de vergoedingen, bedoeld in artikel 48, worden voorzien van een verklaring van de voorzitter, dat de gemaakte reizen noodzakelijk waren voor de in de artikelen 44, 45, 46 en 47 genoemde werkzaamheden.

4.

De in de vorige leden bedoelde verklaringen kunnen ook worden afgegeven door de secretaris of de griffier, indien deze daartoe door de grondkamer onderscheidenlijk de Centrale Grondkamer zijn gemachtigd.

Artikel 49a
1.

De vergoedingen, bedoeld in de artikelen de artikelen 44, eerste lid, 45, eerste en tweede lid, en 46, eerste en tweede lid, worden jaarlijks per 1 januari aangepast aan de mate waarin het prijspeil in de periode van 1 juli in het voorafgaande jaar tot en met 1 juli van het daaraan voorafgaande jaar gemiddeld is gestegen volgens de Consumentenprijsindex voor alle huishoudens zoals gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden afgerond op hele euro’s.

2.

Onze Minister van Economische Zaken maakt de aanpassing, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk 1 oktober van het voorgaande jaar bekend in de Staatscourant.

Hoofdstuk 3. Uitvoering van de artikelen 48b, tweede en derde lid, en 69a van de Wet op de rechterlijke organisatie

Hoofdstuk 4. Aanpassing algemene maatregelen van bestuur

Hoofdstuk 5. Slotartikelen

Hoofdstuk 3. Uitvoering van de artikelen 48b, tweede en derde lid, en 69a van de Wet op de rechterlijke organisatie

Hoofdstuk 4. Aanpassing algemene maatregelen van bestuur

Artikel 57

Wijzigt het Besluit herverkaveling.

Artikel 58

Wijzigt het Besluit grondbankstelsel.

Artikel 59

Wijzigt Besluit uitvoering artikel 15, tweede lid, Vorderingswet 1962.

Artikel 60

Wijzigt de Schadeloosstellingsregeling Luchtvaartwet.

Artikel 61

Wijzigt het Pachtprijzenbesluit 2007.

Hoofdstuk 2. Uitvoering van de artikelen 1, 9, 15, 16, 42 en 44, eerste lid, van de Uitvoeringswet grondkamers

Hoofdstuk 5. Slotartikelen

Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 12 juli 2007, nr. TRCJZ/2007/2246, Directie Juridische Zaken, gedaan mede namens Onze Minister van Justitie;

Gelet op de artikelen 327, eerste lid, en 393, derde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, op artikel 60, derde lid, van de Luchtvaartwet, op de artikelen 1, 9, 15, 16, 42 en 44, eerste lid, van de Uitvoeringswet grondkamers, op artikel 15, tweede lid, van de Vorderingswet, op artikel 57, eerste lid, van de Wet agrarisch grondverkeer, op artikel 63 van de Wet inrichting landelijk gebied, alsmede op de artikelen 48b, tweede en derde lid, en 69a van de Wet op de rechterlijke organisatie;

De Raad van State gehoord (advies van 9 augustus 2007, no. W11.07.0259/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 25 september 2007 nr. TRCJZ/2007/2930, Directie Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Minister van Justitie;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Artikel 2

De hoogst toelaatbare vergoeding is die welke de grondkamer voor elk geval afzonderlijk vaststelt met inachtneming van dit hoofdstuk.

Artikel 3

De hoogst toelaatbare vergoeding voor een verplichting als bedoeld in de artikelen 4, 5 en 6 is de uitkomst van de vermenigvuldiging van de in de onderscheiden artikelen bij die verplichting aangegeven factor, met de voor elk geval afzonderlijk van toepassing zijnde hoogst toelaatbare pachtprijs van het land zonder woningen of andere opstallen, vastgesteld volgens het Pachtprijzenbesluit 2007.

Artikel 4

De factor, bedoeld in artikel 3, bedraagt voor de navolgende in een pachtovereenkomst op te nemen verplichtingen ter zake van een beperking van de mestgift:

(Mestgift) Bemestingsniveau (per ha/jaar) Factor
maximaal 200 kg N (stikstof) 0,26
maximaal 100 kg N (stikstof) 0,42
maximaal 50 kg N (stikstof) 0,51
0 kg N (stikstof) 0,62
0 kg NPK (stikstof, fosfor, kalium) 0,73
Artikel 5

De factor, bedoeld in artikel 3, bedraagt voor de navolgende in een pachtovereenkomst op te nemen verplichtingen ter zake van het uitstellen van de eerste maai- en weidedatum:

Eerste maai- en weidedatum Factor
Niet eerder dan 15 juni 0,23
Niet eerder dan 30 juni 0,30
Niet eerder dan 15 juli 0,40
Artikel 6

Voor één of meer overige in een pachtovereenkomst op te nemen verplichtingen waarin niet is voorzien in artikel 4 of 5 bedraagt de factor, bedoeld in artikel 3, in totaal 0,23.

Artikel 7

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.