Besluit van 16 oktober 2007, houdende regels inzake de verstrekking van subsidies ten behoeve van de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling (Besluit stimulering duurzame energieproductie)

Type AMvB
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 228
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

§ 5.2. Subsidie volgorde binnenkomst

§ 5.3. Subsidie volgorde rangschikking

§ 6. Algemene bepalingen over aanvraag en beslissing op de aanvraag

Lasten en bevelen dat dit besluit met de bijbehorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

§ 5b.1. Algemeen

Artikel 55c

Aan de producent die broeikasgas vermindert door een bij regeling van Onze Minister aan te wijzen categorie productie-installaties, kan subsidie worden verleend.

§ 5b.2. Subsidie volgorde binnenkomst

Artikel 55d

De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge artikel 2, derde lid, wordt gekozen voor verdeling op volgorde van binnenkomst.

Artikel 55e

1.

Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, kan per fase een fasebedrag per 1.000 kg broeikasgasvermindering worden vastgesteld voor de subsidie voor de vermindering van broeikasgas.

2.

Voor de subsidie voor de vermindering van broeikasgas geldt het fasebedrag per 1000 kg broeikasgasvermindering dat is vastgesteld voor de fase waarin de subsidie-aanvrager zijn aanvraag indient, tenzij dat fasebedrag hoger is dan het basisbedrag vastgesteld voor de desbetreffende categorie productie-installaties, bedoeld in artikel 55f, in welk geval dit basisbedrag geldt.

3.

Bij regeling van Onze Minister kan voor een categorie productie-installaties een fasebedrag worden vastgesteld dat afwijkt van het fasebedrag vastgesteld op grond van het eerste lid.

Artikel 55f

1.

Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt per categorie productie-installaties een basisbedrag per 1000 kg broeikasgas vastgesteld voor de subsidie voor de vermindering van broeikasgas.

2.

Het basisbedrag bedraagt ten hoogste de gemiddelde kosten per 1000 kg verminderde broeikasgas per categorie van productie-installaties.

3.

Voor de subsidiabele productie kunnen verschillende basisbedragen gelden die zijn gerelateerd aan:

Artikel 55g

1.

Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het fasebedrag of basisbedrag, bedoeld in artikel 55i en de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in artikel 55k, een basisbroeikasgasbedrag per 1000kg broeikasgas vastgesteld dat kan verschillen per categorie productie-installaties.

2.

Binnen een categorie productie-installaties kunnen verschillende basisbroeikasgasbedragen gelden die:

3.

Voor het basisbroeikasgasbedrag kunnen de marktprijs van het primaire product dat de productie-installatie produceert of de opbrengsten of vermeden kosten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel 16.2 van de Wet milieubeheer afzonderlijk vastgesteld worden.

4.

De hoogte van het basisbroeikasgasbedrag bedraagt tweederde van het langetermijnbroeikasgasbedrag.

Artikel 55h

Het fasebedrag, bedoeld in artikel 55e, of het basisbedrag, bedoeld in artikel 55f, en het basisbroeikasgasbedrag, bedoeld in artikel 55g, die gelden op het moment van aanvraag van de subsidie, gelden gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.

Artikel 55i

1.

Voor elke subsidie-ontvanger geldt dat het fasebedrag of basisbedrag in elk kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt wordt gecorrigeerd met:

2.

Indien de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde correctie lager is dan het in artikel 55g, eerste of tweede lid, bedoelde basisbroeikasgasbedrag, dan geldt het in dat desbetreffende artikellid bedoelde basisbroeikasgasbedrag, tenzij de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde correctie gelijk is aan nul, dan geldt dat basisbroeikasgasbedrag indien de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde correctie lager is dan dat basisbroeikasgasbedrag.

3.

Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste lid bedoelde correcties vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond van artikel 55g verschillende basisbroeikasgasbedragen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld.

4.

Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond van artikel 55g verschillende basisbroeikasgasbedragen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld, en waarbij voor de kostprijs van de vermindering van broeikasgas de gemiddelde waarde in de periode 1 september tot en met 31 augustus, of in een bij ministeriële regeling te bepalen periode, voorafgaand aan het kalenderjaar wordt gehanteerd. Indien na 1 november bij ministeriële regeling een andere categorie productie-installaties wordt aangewezen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, worden de in het eerste lid bedoelde correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor die categorie productie-installaties bij die ministeriële regeling vastgesteld.

5.

Indien een productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op het ingevolge het eerste lid geldende subsidiebedrag vaststellen.

6.

Indien een productie-installatie ingrijpend wordt gerenoveerd, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op het ingevolge het eerste lid geldende subsidiebedrag vaststellen.

7.

Indien het ingevolge het eerste, vijfde of zesde lid geldende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.

Artikel 55j

1.

De subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt wordt bepaald door:

2.

Het aantal kg verminderde broeikasgas dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kg broeikasgas dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op de capaciteit, het rendement en het aantal vollasturen van de installatie.

3.

Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat indien in een jaar minder kg broeikasgas is verminderd dan het aantal kg dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, het verschil in kg bij het aantal kg dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal kg broeikasgas dat opgeteld wordt bij het aantal kg broeikasgas dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt.

4.

Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat indien in een jaar meer kg broeikasgas is verminderd of uit vorige jaren is overgebracht dan het aantal kg verminderde broeikasgas dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, waarbij het verschil in kg broeikasgas dat in een vorig jaar minder is verminderd ingevolge het derde lid reeds is opgeteld, het verschil in kg bij het aantal kg verminderde broeikasgas van het volgende jaar wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal verminderde kg broeikasgas dat opgeteld wordt bij het aantal kg broeikasgas dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt.

5.

Bij ministeriële regeling kan ten behoeve van de berekening van het maximum aantal kg broeikasgas, bedoeld in het tweede lid, per categorie productie-installaties een maximum aantal vollasturen worden bepaald.

6.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop het aantal kg verminderde broeikasgas moet worden vastgesteld of berekend.

Artikel 55k

De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het fasebedrag, bedoeld in artikel 55e, of het basisbedrag, bedoeld in artikel 55f, en het basisbroeikasgasbedrag, bedoeld in artikel 55g, vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kg verminderde broeikasgas.

§ 5b.2. Subsidie volgorde binnenkomst

Artikel 55l

De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge artikel 2, derde lid, wordt gekozen voor verdeling op volgorde van rangschikking.

Artikel 55m

1.

Bij de aanvraag tot subsidieverlening wordt door de producent een tenderbedrag per 1000 kg vermindering van broeikasgas opgegeven. Bij een gebundelde aanvraag is het door de producent opgegeven tenderbedrag van toepassing op alle aanvragen die deel uitmaken van de gebundelde aanvraag.

2.

Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt per categorie productie-installaties een maximum tenderbedrag per verminderde kg broeikasgas bepaald.

3.

Het tenderbedrag bedraagt ten hoogste de gemiddelde kosten per 1000 kg vermindering van broeikasgas per categorie van productie-installaties.

Artikel 55n

1.

Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het tenderbedrag, bedoeld in artikel 55p, en de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in artikel 55r, een basisbroeikasgasbedrag per 1000 kg broeikasgas vastgesteld dat kan verschillen voor verschillende categorieën productie-installaties.

2.

Binnen een categorie productie-installaties kunnen verschillende basisbroeikasgasbedragen gelden die:

3.

Voor het basisbroeikasgasbedrag kunnen de marktprijs van het primaire product dat de productie-installatie produceert of de opbrengsten of vermeden kosten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel 16.2 van de Wet milieubeheer afzonderlijk vastgesteld worden.

4.

De hoogte van het basisbroeikasgasbedrag bedraagt tweederde van het langetermijnbroeikasgasbedrag.

Artikel 55o

1.

Het door de producent opgegeven tenderbedrag, bedoeld in artikel 55m, geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.

2.

Het basisbroeikasgasbedrag, bedoeld in artikel 55n, dat geldt op het moment van aanvraag van de subsidie, geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.

Artikel 55p

1.

Voor elke subsidie-ontvanger geldt dat het tenderbedrag in elk kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt wordt gecorrigeerd met:

2.

Indien de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde correctie lager is dan het in artikel 55n, eerste of tweede lid, bedoelde basisbroeikasgasbedrag, dan geldt het in dat desbetreffende artikellid bedoelde basisbroeikasgasbedrag, tenzij de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde correctie gelijk is aan nul, dan geldt dat basisbroeikasgasbedrag indien de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde correctie lager is dan dat basisbroeikasgasbedrag.

3.

Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en derde lid bedoelde correcties vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond van artikel 55n verschillende basisbroeikasgasbedragen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld.

4.

Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond van artikel 55n verschillende basisbroeikasgasbedragen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld, en waarbij voor de kostprijs broeikasgas de gemiddelde waarde in de periode 1 september tot en met 31 augustus, of in een bij ministeriële regeling te bepalen periode, voorafgaand aan het kalenderjaar wordt gehanteerd. Indien na 1 november bij ministeriële regeling een andere categorie productie-installaties wordt aangewezen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, worden de in het eerste lid bedoelde correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor die categorie productie-installaties bij die ministeriële regeling vastgesteld.

5.

Indien het ingevolge het eerste lid geldende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.

Artikel 55q

1.

De subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt wordt bepaald door:

2.

Het aantal kg verminderde broeikasgas dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kg broeikasgas dat per jaar wordt verminderd en dat gebaseerd is op de capaciteit, het rendement en het aantal vollasturen van de installatie.

3.

Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat indien in een jaar minder kg broeikasgas is verminderd dan het aantal kg dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, het verschil in kg bij het aantal kg dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal kg broeikasgas dat opgeteld wordt bij het aantal kg broeikasgas dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt

4.

Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat indien in een jaar meer kg broeikasgas is verminderd of uit vorige jaren is overgebracht dan het aantal kg broeikasgas dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, waarbij het verschil in kg broeikasgas dat in een vorig jaar minder is verminderd ingevolge het derde lid reeds is opgeteld, het verschil in kg bij het aantal kg verminderde broeikasgas van het volgende jaar wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal verminderde kg broeikasgas dat opgeteld wordt bij het aantal kg broeikasgas dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt.

5.

Bij ministeriële regeling kan ten behoeve van de berekening van het maximum aantal kg broeikasgas, bedoeld in het tweede lid, per categorie productie-installaties een maximum aantal vollasturen worden bepaald.

6.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop het aantal kg verminderde broeikasgas moet worden vastgesteld of berekend.

Artikel 55r

De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het tenderbedrag, bedoeld in artikel 55m, en het basisbroeikasgasbedrag, bedoeld in artikel 55n, vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kg verminderde broeikasgas.

§ 6. Algemene bepalingen over aanvraag en beslissing op de aanvraag

§ 7. Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel 63b

1.

In de beschikking tot subsidieverlening kan aan de subsidieontvanger de verplichting worden opgelegd een verklaring te overleggen over de opbrengsten en vermeden kosten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel 16.2 van de Wet milieubeheer.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de verklaring, bedoeld in het eerste lid.

§ 8. Voorschotten

§ 9. Subsidievaststelling

§ 10. Overgangs- en slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de bijbehorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 1a

Dit besluit berust mede op artikel 5.10, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 11a.2, eerste lid jo. derde lid, onderdelen a en c, van de Wet milieubeheer.

§ 2. Algemene bepalingen subsidie voor hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte en vermindering van broeikasgas

§ 3. Subsidie voor hernieuwbare elektriciteit

§ 3.2. Subsidie volgorde binnenkomst

§ 3.3. Subsidie volgorde rangschikking

§ 3.4. Subsidie voor innovatieve windenergie op zee

§ 4. Subsidie voor hernieuwbaar gas

§ 4.1. Algemeen

§ 4.1. Algemeen

§ 4.3. Subsidie volgorde rangschikking

§ 5. Subsidie voor hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte

§ 5.1. Algemeen

§ 5.2. Subsidie volgorde binnenkomst

§ 5.3. Subsidie volgorde rangschikking

§ 5b. Subsidie voor vermindering broeikasgas

§ 5b.1. Algemeen

§ 5b.2. Subsidie volgorde binnenkomst

§ 5b.3. Subsidie volgorde rangschikking

§ 7. Verplichtingen van de subsidieontvanger

§ 7. Verplichtingen van de subsidieontvanger

§ 9. Subsidievaststelling

§ 8. Voorschotten

Artikel 71a

Bij ministeriële regeling worden de ambtenaren aangewezen die worden belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens artikel 63a, tweede tot en met vierde lid.

§ 8. Voorschotten

Lasten en bevelen dat dit besluit met de bijbehorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 12a

1.

Bij regeling van Onze Minister kan voor een categorie productie-installaties waarvoor een gerede kans bestaat dat de gemiddelde kostprijs van hernieuwbare elektriciteit op enig moment gedurende de periode waarover subsidie wordt verstrekt lager zal zijn dan de gemiddelde marktprijs van hernieuwbare elektriciteit, een opbrengstgrensbedrag per kWh voor het bepalen van de subsidie worden vastgesteld, dat kan verschillen per categorie productie-installaties.

2.

Het opbrengstgrensbedrag is hoger dan het basisbedrag dat is vastgesteld voor de betreffende categorie productie-installaties.

Artikel 15a

1.

In afwijking van artikel 15 wordt de subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt die hernieuwbare elektriciteit produceert met een productie-installatie die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties waarvoor op grond van artikel 12a een opbrengstgrensbedrag is vastgesteld, bepaald door:

2.

Indien het volgens het eerste lid, onderdeel b, berekende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.

3.

Artikel 15, tweede, derde, vijfde en zesde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de berekening, bedoeld in het eerste lid.

§ 3.3. Subsidie volgorde rangschikking

§ 4. Subsidie voor hernieuwbaar gas

§ 4.1. Algemeen

Artikel 29a

1.

Bij regeling van Onze Minister kan voor een categorie productie-installaties waarvoor een gerede kans bestaat dat de gemiddelde kostprijs van hernieuwbaar gas op enig moment gedurende de periode waarover subsidie wordt verstrekt lager zal zijn dan de gemiddelde marktprijs van hernieuwbaar gas, een opbrengstgrensbedrag per kWh voor het bepalen van de subsidie worden vastgesteld, dat kan verschillen per categorie productie-installaties.

2.

Het opbrengstgrensbedrag is hoger dan het basisbedrag dat is vastgesteld voor de betreffende categorie productie-installaties.

Artikel 32a

1.

In afwijking van artikel 32 wordt de subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt die hernieuwbaar gas produceert met een productie-installatie die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties waarvoor op grond van artikel 29a een opbrengstgrensbedrag is vastgesteld, bepaald door:

2.

Indien het volgens het eerste lid, onderdeel b, berekende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.

3.

Artikel 32, tweede, derde, vijfde, zesde, zevende en achtste lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de berekening, bedoeld in het eerste lid.

§ 5. Subsidie voor hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte

Artikel 45a

1.

Bij regeling van Onze Minister kan voor een categorie productie-installaties waarvoor een gerede kans bestaat dat de gemiddelde kostprijs van hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit op enig moment gedurende de periode waarover subsidie wordt verstrekt lager zal zijn dan de gemiddelde marktprijs van hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit, een opbrengstgrensbedrag per kWh voor het bepalen van de subsidie worden vastgesteld, dat kan verschillen per categorie productie-installaties.

2.

Het opbrengstgrensbedrag is hoger dan het basisbedrag dat is vastgesteld voor de betreffende categorie productie-installaties.

Artikel 48a

1.

In afwijking van artikel 48 wordt de subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt die hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit produceert met een productie-installatie die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties waarvoor op grond van artikel 45a een opbrengstgrensbedrag is vastgesteld, bepaald door:

2.

Indien het volgens het eerste lid, onderdeel b, berekende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.

3.

Artikel 48, tweede, derde, vijfde, zesde en zevende lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de berekening, bedoeld in het eerste lid.

§ 5.3. Subsidie volgorde rangschikking

§ 5a. Subsidie voor projecten in andere lidstaten

§ 5b.1. Algemeen

§ 5b.1. Algemeen

Artikel 55ga

1.

Bij regeling van Onze Minister kan voor een categorie productie-installaties waarvoor een gerede kans bestaat dat de gemiddelde kostprijs van de vermindering van broeikasgas op enig moment gedurende de periode waarover subsidie wordt verstrekt lager zal zijn dan de som van de gemiddelde kostprijs van de uitstoot van broeikasgas en de gemiddelde marktprijs van het primaire product, een opbrengstgrensbedrag per 1.000 kg broeikasgas voor het bepalen van de subsidie worden vastgesteld, dat kan verschillen per categorie productie-installaties.

2.

Het opbrengstgrensbedrag is hoger dan het basisbedrag dat is vastgesteld voor de betreffende categorie productie-installaties.

Artikel 55ja

1.

In afwijking van artikel 55j wordt de subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt die broeikasgas vermindert met een productie-installatie die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties waarvoor op grond van artikel 55ga een opbrengstgrensbedrag is vastgesteld, bepaald door:

2.

Indien het volgens het eerste lid, onderdeel b, berekende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.

3.

Artikel 55j, tweede, derde, vijfde en zesde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de berekening, bedoeld in het eerste lid.

§ 5b.3. Subsidie volgorde rangschikking

§ 6. Algemene bepalingen over aanvraag en beslissing op de aanvraag

Artikel 67a

1.

In afwijking van artikel 67, eerste lid, bedraagt een voorschot aan een subsidie-ontvanger die hernieuwbare elektriciteit produceert met een productie-installatie die behoort tot categorie productie-installaties waarvoor op grond van artikel 12a of artikel 20a een opbrengstgrensbedrag is vastgesteld, het product van:

2.

In afwijking van artikel 67, tweede lid, bedraagt een voorschot aan een subsidie-ontvanger die hernieuwbaar gas produceert met een productie-installatie die behoort tot categorie productie-installaties waarvoor op grond van artikel 29a een opbrengstgrensbedrag is vastgesteld, het product van:

3.

In afwijking van artikel 67, derde lid, bedraagt een voorschot aan een subsidie-ontvanger die hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit produceert met een productie-installatie die behoort tot categorie productie-installaties waarvoor op grond van artikel 45a een opbrengstgrensbedrag is vastgesteld, het product van:

4.

In afwijking van artikel 67, vierde lid, bedraagt een voorschot aan een subsidie-ontvanger die broeikasgas vermindert met een productie-installatie die behoort tot categorie productie-installaties waarvoor op grond van artikel 55ga een opbrengstgrensbedrag is vastgesteld, het product van:

5.

Onze Minister verstrekt per jaar slechts een voorschot tot ten hoogste in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh dan wel kg broeikasgas waarbij op verzoek van de producent, het aantal kWh, bedoeld in artikel 15a, derde lid, jo. artikel 15, derde lid, artikel 32a, derde lid, jo. artikel 32, derde lid, dan wel kg broeikasgas als bedoeld in artikel 55ja, derde lid, jo. artikel 55j, derde lid, opgeteld kan worden.

6.

Indien de meetgegevens niet beschikbaar zijn in het kalenderjaar, bedoeld in het eerste en derde lid, wordt in afwijking van het eerste en derde lid het voorschot uiterlijk vastgesteld in het eerstvolgende kalenderjaar nadat de meetgegevens beschikbaar zijn.

§ 9. Subsidievaststelling

§ 10. Toezicht

§ 10. Toezicht

Lasten en bevelen dat dit besluit met de bijbehorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 20a

1.

Bij regeling van Onze Minister kan voor een categorie productie-installaties waarvoor een gerede kans bestaat dat de gemiddelde kostprijs van hernieuwbare elektriciteit op enig moment gedurende de periode waarover subsidie wordt verstrekt lager zal zijn dan de gemiddelde marktprijs van hernieuwbare elektriciteit, een opbrengstgrensbedrag per kWh voor het bepalen van de subsidie worden vastgesteld, dat kan verschillen per categorie productie-installaties.

2.

Het opbrengstgrensbedrag is hoger dan het maximum tenderbedrag per kWh, bedoeld in artikel 19, tweede lid, dat is vastgesteld voor de betreffende categorie productie-installaties.

3.

Onze minister kan het opbrengstgrensbedrag in afwijking van het eerste lid uitdrukken in het product van het tenderbedrag en een bij ministeriële regeling vast te stellen factor.

Artikel 23a

1.

In afwijking van artikel 23, wordt de subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt die hernieuwbare elektriciteit produceert met een productie-installatie die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties waarvoor op grond van artikel 20a een opbrengstgrensbedrag is vastgesteld, bepaald door:

2.

Indien het volgens het eerste lid, onderdeel b, berekende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.

3.

Artikel 23, tweede, derde, vijfde en zesde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de berekening, bedoeld in het eerste lid.

§ 4. Subsidie voor hernieuwbaar gas

§ 4.2. Subsidie volgorde binnenkomst

§ 5. Subsidie voor hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte

§ 5.3. Subsidie volgorde rangschikking

§ 5b. Subsidie voor vermindering broeikasgas

§ 5b.3. Subsidie volgorde rangschikking

§ 6. Algemene bepalingen over aanvraag en beslissing op de aanvraag

§ 7. Verplichtingen van de subsidieontvanger

§ 9. Subsidievaststelling

§ 11. Overgangs- en slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de bijbehorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)