Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Buitensectorale Arbeidsvoorwaarden 1945 tot heden (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;
De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 25-9-2007, aca-2007.03991/4);
Besluiten:
Artikel 1
De bij dit besluit gevoegde ‘selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein Buitensectorale Arbeidsvoorwaarden over de periode 1945 tot heden’ en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Basisselectiedocument overheidspersoneel
Deelbeleidsterrein Buitensectorale Arbeidsvoorwaarden 1945–
Instrument voor de selectie – ter vernietiging dan wel blijvende bewaring – van de administratieve neerslag van de zorgdrager
Minister van Buitenlandse Zaken
Minister van Algemene Zaken
Minister van Economische Zaken
Minister van Justitie
Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Project Wegwerken Archief Achterstanden (PWAA)
Vastgestelde versie, oktober 2007
Lijst van afkortingen
AAW: Algemene Arbeidsongeschiktheidswet
ABP: Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds
AGFA: Adviescommissie grondrechten en functie-uitoefening ambtenaren
AKW: Algemene Kinderbijslagwet
Amvb: algemene maatregel van bestuur
AOB: Arbeidsovereenkomstenbesluit
AOV: Arbeidsongeschiktheidsverzekering
Appa: Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers
ARA: Algemeen Rijksarchief
ARAR: Algemeen Rijksambtenarenreglement
art.: artikel
Awb: Algemene wet bestuursrecht
AWBZ: Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
AWW: Algemene Weduwen- en Wezenwet
BBRA: Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren
BiZa: Minister van Binnenlandse Zaken
BSD: Basisselectiedocument
BVD: Binnenlandse Veiligheidsdienst
BZK: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
CAS: Centrale Archief Selectiedienst
DGOP: Directoraat-generaal Overheidspersoneelsbeleid
EG: Europese Gemeenschap
EK: Eerste Kamer (kamerstuk-aanduiding)
FAOP: Fonds Arbeidsongeschiktheidsverzekering Overheidspersoneel
Fin.: Ministerie van Financiën
FLO: Functioneel leeftijdsontslag
IPO: Interprovinciaal Overleg
KB: Koninklijk besluit
MID: Militaire Inlichtingendienst
MvT: Memorie van Toelichting
PIVOT: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn
RAD: Rijksarchiefdienst
RAS: Rijksambtenarenspaarregeling
RBB: Rijksdienst voor Bedrijfsgezondheid en Bedrijfsveiligheid
RGD: Rijks Geneeskundige Dienst
RIO: Rapport institutioneel onderzoek
RPD: Rijks Psychologische Dienst
SBK-RO: Besluit Sociaal Beleidskader Rijksoverheid
SOR: Sectorcommissie overleg Rijkspersoneel
Stb.: Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Stcrt.: Nederlandse Staatscourant
TK: Tweede Kamer (aanduiding kamerstuk)
USZO: Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor Overheid en Onderwijs
VNG: Vereniging Nederlandse Gemeenten
VUT: Vervroegd uittreden
VUT-fonds: Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden overheidspersoneel
WAO: Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering
WW: Werkloosheidswet
ZW: Ziektewet
Verantwoording
Doel en Werking van het Basis Selectiedocument
Een Basis Selectiedocument (BSD) is een bijzondere vorm van een selectielijst. In de regel heeft een BSD niet zozeer betrekking op (alle) archiefbescheiden van één (enkele) organisatie, als wel op het geheel van de bescheiden die de administratieve neerslag vormen van het overheidshandelen op een bepaald beleidsterrein.
Het BSD geldt dus voor de archiefbescheiden van verschillende overheidsorganen (veelal ook diverse zorgdragers), en wel voor zover de desbetreffende actoren op het terrein in kwestie werkzaam zijn (geweest). Dit betekent dat er geen handelingen van particuliere actoren worden opgenomen.
Een BSD wordt normaliter opgesteld op basis van institutioneel onderzoek. In het rapport institutioneel onderzoek (RIO) wordt dan het betreffende beleidsterrein beschreven, evenals de taken en bevoegdheden van de betrokken organen. De handelingen van de overheid op het beleidsterrein staan in het RIO in hun functionele context geplaatst. In het BSD zijn de handelingen overgenomen, alleen nu geordend naar de actor. Bovendien is bij elke handeling aangegeven of de administratieve neerslag hiervan bewaard dan wel vernietigd moet worden.
Door de beleidsterreingerichte benadering komen verschillende aspecten betreffende het beheer van de eigen organisatie van de zorgdrager (financieel beleid, bijvoorbeeld) niet aan bod. Voor het selecteren van de administratieve neerslag die betrekking heeft op de instandhouding en ontwikkeling van de eigen organisaties van overheidsorganen dienen een aantal zogeheten ‘horizontale’ BSD’s. Deze horizontale BSD’s zijn van toepassing op alle organisaties van de rijksoverheid. Dit BSD is een dergelijk horizontaal selectiedocument.
Het niveau waarop geselecteerd wordt, is dus niet dat van de stukken zelf, maar dat van de handelingen waarvan die archiefbescheiden de administratieve neerslag vormen. Een BSD is derhalve geen opsomming van (categorieën) stukken, maar een lijst van handelingen van overheidsactoren, waarbij elke handeling is voorzien van een waardering en indien van toepassing een vernietigingstermijn.
Definitie en Afbakening van het Beleidsterrein
De hoofdlijnen van het handelen van de overheid op het beleidsterrein buitensectorale arbeidsvoorwaarden zijn het vaststellen en uitvoeren van het beleid ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden van politieke en semi-politieke ambtsdragers (de gekozen leden van algemeen vertegenwoordigende lichamen, de benoemde politieke ambtsdragers, de leden van de Hoge Colleges van Staat), de Koninklijke hofhouding en de ambtenaren in internationale organisaties. Het gaat hierbij dus om personen die voor de overheid werkzaam zijn, maar die niet onder het sectorenmodel vallen.
De grote lijn in het beleid bij de politieke en semi-politieke ambtsdragers was de bundeling van de vele regelingen die voor elke groep ambtsdrager golden in uiteindelijk één regeling, meestal een rechtspositiebesluit. Vooral in het begin van de jaren negentig werden veel rechtspositiebesluiten vastgesteld. Een andere tendens bij deze groepen ambtsdragers was de koppeling met de rechtspositie van de rijksambtenaren.
Ook bij de Koninklijke hofhouding vond in de loop der jaren een verandering in de rechtspositie plaats. Hierbij werden regelingen vastgesteld conform die van de rijksambtenaren.
Voor de ambtenaren in internationale organisaties is er geen centraal beleid. Ieder Ministerie heeft zijn eigen regeling voor zijn ambtenaren. De eigen regeling is veelal geënt op de regeling van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Totstandkoming BSD
Het onderliggende BSD is gebaseerd op het RIO Overheidspersoneel: Buitensectorale Arbeidsvoorwaarden. Een rapport institutioneel onderzoek naar het deelbeleidsterrein buitensectorale arbeidsvoorwaarden bij de overheid in de periode 1945–1998. Pivot-rapport nummer 74, geschreven door Mieke Schaap in 2003.
Eind 2002, begin 2003 is het ontwerp-BSD door de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Defensie, Financiën, Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Verkeer en Waterstaat en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aan de Staatssecretaris van OC&W aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 3 maart 2003 lag de selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief evenals in de bibliotheken van de betrokken zorgdragers, het Ministerie van OC&W en de rijksarchieven in de provincie/regionaal historische centra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.
Op 2 oktober 2003 bracht de RvC advies uit (kenmerk arc-2003.6458/1), hetwelk –naast enkele tekstuele correcties- aanleiding heeft gegeven tot enkele wijzigingen van de ontwerp-selectielijst.
Daarop werd het BSD op 5 oktober 2004, namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (kenmerk C/S/04/2140), de Minister van Defensie (C/S/04/2141), de Minister van Financiën (C/S/04/2142), de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (C/S/04/2143), de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (C/S/04/2144), de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (C/S/04/2145), de Minister van Verkeer en Waterstaat (C/S/04/2146) en de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (C/S/04/2147) bepaald. Daarop is het BSD vastgesteld in de Staatscourant nr. 240 van 13 december 2004.
De Minister van Buitenlandse Zaken heeft echter, ondanks deelname aan het driehoeksoverleg, het BSD Buitensectorale arbeidsvoorwaarden in 2004 niet vastgesteld. Daarom wordt deze selectielijst voor de actor de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Buitenlandse Zaken als vakMinister alsnog voorgelegd ter vaststelling.
Hetzelfde geldt voor de Ministers van Algemene Zaken, Economische Zaken, Justitie en Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De handelingen betreffende de actor ‘vakMinister’ zijn hetzelfde als voor de Minister van Buitenlandse Zaken als vakMinister. Daarnaast zijn er enkele handelingen, die specifiek van toepassing zijn voor de actoren ‘Minister van Algemene Zaken’ en de ‘Minister van Justitie’, bijgevoegd.
Aangezien het BSD Buitensectorale arbeidsvoorwaarden al eerder uitvoerig is besproken voor zowel de primaire zorgdrager (BZK) als de secundaire zorgdragers (handelingen vakMinister), is in samenspraak met het NA besloten tot een versnelde vaststellingsprocedure. Voor meer informatie over de doelstellingen van de overheid of de actoren op dit beleidsterrein kan het bovengenoemde RIO worden geraadpleegd.
Selectiedoelstelling
In de productbeschrijving BSD van maart 2004 is de selectiedoelstelling van het Nationaal Archief als volgt verwoord. ‘De doelstelling van het Nationaal Archief bij de selectie van overheidsarchieven is dat de belangrijkste bronnen van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig worden gesteld voor blijvende bewaring. Met het te bewaren materiaal moet het mogelijk zijn om een reconstructie te maken van de hoofdlijnen van het handelen van de rijksoverheid ten opzichte van haar omgeving, maar ook van de belangrijkste historisch-maatschappelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen, voor zover deze zijn te reconstrueren uit overheidsarchieven.’
Selectiecriteria
Selecteren is het aanmerken van de neerslag van een handeling voor bewaren of vernietigen.
Als de neerslag aangewezen wordt ter bewaring, wil dat zeggen dat deze neerslag, ongeacht de vorm waaruit zij bestaat, voor eeuwig bewaard moet worden. De bewaarplaats waar deze neerslag na het verlopen van de wettelijke overbrengingstermijn van twintig jaar moet worden overgebracht, is het Nationaal Archief. Bij de handeling in dit BSD staat in dit geval bij waardering een B (van bewaren).
Als de neerslag van een handeling wordt aangewezen ter vernietiging, wil dat zeggen dat deze neerslag, ongeacht de vorm waaruit zij bestaat, na verloop van de in het BSD vastgestelde termijn kan worden vernietigd. De vernietigingstermijn is een minimum eis: stukken mogen niet eerder dan na het verstrijken van die termijn worden vernietigd door de voor het beheer verantwoordelijke dienst. De duur van de vernietigingstermijn wordt bepaald door de administratieve belangen en de belangen van de burgers, enerzijds ten behoeve van het adequaat uitvoeren van de overheidsadministratie en de verantwoordingsplicht van de overheid en anderzijds voor de recht- en bewijszoekende burger. Bij de handeling in dit BSD staat in dit geval bij waardering een V (van vernietigen).
Het aanwijzen van handelingen waarvan de neerslag bewaard moet blijven gebeurt op grond van criteria die tot stand zijn gekomen in overleg tussen zorgdrager en het Nationaal Archief.
De gehanteerde algemene selectiecriteria zijn:
Algemene selectiecriteria
Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen
Toelichting: Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.
Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen
Toelichting: Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieronder valt ook het toetsen van en het toezien op beleid. Hieruit worden niet per se consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.
Handelingen die betrekking hebben op verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren
Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.
Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen
Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.
Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt
Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.
Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten
Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de Ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.
Ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 kan neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.
Naast de algemene criteria kunnen er in een BSD, eveneens binnen het kader van de selectiedoelstelling, in overleg met het NA, beleidsterreinspecifieke criteria worden geformuleerd. Deze criteria worden doorlopend genummerd, waarbij wordt aangesloten bij de zes algemene criteria (dus vanaf 7). In dit BSD is geen aanvullend selectiecriterium toegekend.
Actoren
Actoren onder de zorg van de Minister van Buitenlandse Zaken
– Minister van Buitenlandse Zaken (1945–1962)
De Minister van Buitenlandse Zaken was de verantwoordelijke Minister voor de rechtspositie van de gouverneur (en diens opvolgers) van Nederlands-Indië.
– Minister van Buitenlandse Zaken als vakMinister (1945–)
Voor bijna alle uitvoerende arbeidsvoorwaardelijke regelingen en bepalingen is de verantwoordelijkheid opgedragen aan de afzonderlijke Ministers, die dan optreden als werkgever voor hun eigen departement. In het kader van dit rapport worden deze Ministers aangeduid met de term ‘vakMinister’. Ook binnen het sectorenmodel dat sinds 1993 is ingevoerd blijven voor de uitvoerende taken op het gebied van personeelsmanagement de individuele Ministers, de Hoge Colleges etc. zelf verantwoordelijk. De verschillende rechtspositionele regelingen kennen bevoegdheden vaak toe aan het bevoegd gezag, aan een bepaalde autoriteit of aan hoofden van diensten, bedrijven en instellingen. Aangezien deze echter niet als actoren worden gezien zijn deze bevoegdheden herleid tot de actor vakMinister. In de praktijk zullen veel van de aan de vakMinister toegeschreven handelingen worden uitgevoerd door de afdeling personeelszaken van zijn Ministerie, dan wel door het lijnmanagement. De neerslag van deze handelingen zal veelal bestaan uit series personeelsdossiers.
Actoren onder de zorg van de Minister van Algemene Zaken
– Minister van Algemene Zaken (1948–)
De Minister van Algemene Zaken bereidt samen met de Minister van Financiën een amvb voor over de representatiekosten van de Minister. Hij adviseert de Kroon, in samenwerking met de Minister van Binnenlandse Zaken, over de rechtspositie van de hofhouding. Tevens is de Minister van Algemene Zaken verantwoordelijk voor het voorbereiden van de totstandkoming van wet- en regelgeving inzake de pensioenen van het personeel van de Koninklijke Hofhouding.
Actoren onder de zorg van de Minister van Justitie
– Minister van Justitie (1945–)
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.