Besluit van 30 oktober 2007, houdende regels ter uitvoering van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties (Uitvoeringsbesluit wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties)

Type AMvB
Publication 2020-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 23 februari 2007; nr. 5470921/07/6;

Gelet op de implementatie van het kaderbesluit nr. 2005/214/JBZ van de Raad van de Europese Unie van 24 februari 2005 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op geldelijke sancties (PbEU L 76), op artikel 7, eerste lid, 10, tweede lid en 17, eerste lid, van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties en op artikel 2 van het Besluit Instelling Centraal Justitieel Incassobureau;

De Raad van State gehoord (advies van 21 maart 2007, nr. W03.07.0057/II);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 18 oktober 2007, nr. 5510993/07/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties in werking treedt.

Artikel 1

Onze Minister voor Rechtsbescherming draagt zorg voor de ondersteuning van de officier van justitie bij zijn taken met betrekking tot de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie.

Artikel 2

Het model van het certificaat, bedoeld in de artikelen 7, eerste lid, 17, eerste lid, en 31, eerste lid, van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie, wordt als volgt vastgesteld:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.