Besluit van 30 oktober 2007, houdende regels ter uitvoering van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer (Besluit burgerservicenummer)

Type AMvB
Publication 2025-12-06
State In force
Source BWB
artikelen 21
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Hoofdstuk 2. De beheervoorziening

Hoofdstuk 2. De beheervoorziening

Hoofdstuk 4. Transparantie en controle

Artikel 18

Wijzigt het Besluit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.

Artikel 19

Wijzigt het Wijzigingsbesluit Besluit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (invoering verstrekkingsvoorziening).

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Bijlage 1. Bijlage behorende bij artikel 6 van het Besluit burgerservicenummer (Bijlage 1)

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage 1. Bijlage behorende bij artikel 6 van het Besluit burgerservicenummer (Bijlage 1)

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bijlage 2. Bijlage behorende bij artikel 11 van het Besluit burgerservicenummer (Bijlage 2)

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Op de voordracht van Onze Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties van 17 oktober 2006, nr. 2006-0000339264, CS/CZW;

Gelet op de artikelen 3, tweede lid, 4, 6, 8, vijfde lid, 16, 18, derde lid, en 21, vierde lid, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer en de artikelen 5, 6, eerste lid, 34, vierde lid, 35, achtste lid, 59, tweede lid, 91, 99 en 114, vijfde lid, van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens;

De Raad van State gehoord (advies van 15 november 2006, nr. W04.06.0456/I);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 15 oktober 2007, nr. 2007-0000370830, STAF/CZW/WVOB;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 5. Wijziging van het besluit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Bijlage 3. Bijlage behorende bij artikel 14 van het Besluit burgerservicenummer (Bijlage 3)

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • b. systeembeschrijving: de systeembeschrijving, bedoeld in artikel 2;
  • c. geautomatiseerde systeem van het college van burgemeester en wethouders of het bestuurscollege: het geautomatiseerde systeem waarmee het college van burgemeester en wethouders of het bestuurscollege uitvoering geeft aan het bepaalde in en krachtens artikel 8, vijfde en zesde lid, en artikel 22, tweede lid, in samenhang met artikel 8, vijfde en zesde lid, van de wet;
  • d. geautomatiseerde systeem van de gebruiker: het geautomatiseerde systeem waarmee de gebruiker uitvoering geeft aan de regels, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet.

Paragraaf 1. Inrichting, instandhouding, werking en beveiliging van de beheervoorziening

Artikel 2

Bij ministeriële regeling wordt een systeembeschrijving vastgesteld.

Artikel 3

De systeembeschrijving bevat een beschrijving van:

  • a. de hoofdlijnen van de inrichting van de beheervoorziening;
  • b. de wijze waarop nummers worden aangemaakt en ter beschikking gesteld aan het college van burgemeester en wethouders of het bestuurscollege, onderscheidenlijk Onze Minister, teneinde als burgerservicenummer te worden toegekend;
  • c. de wijze waarop gegevens in het nummerregister worden opgenomen;
  • d. de gevallen waarin en de wijze waarop gegevens in het nummerregister worden gewijzigd of uit het nummerregister worden verwijderd;
  • e. de uitwisseling van gegevens, die verband houdt met de bijhouding van het nummerregister;
  • f. de inrichting en de werking van de voorzieningen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c en d, van de wet, met inbegrip van de gegevens die worden uitgewisseld tussen de beheervoorziening en de registraties, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder d, van de wet, en de wijze waarop die gegevensuitwisselingen plaatsvinden;
  • g. de wijze waarop de beheervoorziening het geautomatiseerde systeem van een gebruiker of van een college van burgemeester en wethouders of een bestuurscollege in staat stelt, aan te sluiten op de beheervoorziening, alsmede van de beveiliging van de aansluiting op de beheervoorziening;
  • h. de gevallen waarin en de wijze waarop aantekening wordt gehouden van het gebruik dat van de beheervoorziening wordt gemaakt;
  • i. de hoofdlijnen van het beheer van de beheervoorziening.
Artikel 4

Onze Minister draagt zorg dat de beheervoorziening functioneert op een wijze die overeenstemt met de systeembeschrijving.

Artikel 5
1.

Onze Minister draagt zorg voor de nodige maatregelen van technische en organisatorische aard ter beveiliging van de in het nummerregister opgenomen gegevens tegen verlies of aantasting van deze gegevens en tegen onbevoegde kennisneming, opneming, wijziging, verwijdering of verstrekking van deze gegevens.

2.

Onze Minister draagt zorg voor de nodige maatregelen van technische en organisatorische aard ter beveiliging van de beheervoorziening tegen onbevoegd gebruik en belemmering van de goede werking van de voorzieningen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet.

3.

De maatregelen, bedoeld in het eerste en het tweede lid, hebben ten minste betrekking op:

  • a. de personen die werkzaam zijn voor Onze Minister;
  • b. de toegang tot de beheervoorziening, met inbegrip van de verbindingen met de beheervoorziening;
  • c. de toegang tot gebouwen en ruimten waar de beheervoorziening of onderdelen daarvan aanwezig zijn;
  • d. de apparatuur en de programmatuur van de beheervoorziening;
  • e. de gegevens en het beheer van de gegevens die in de beheervoorziening zijn opgenomen;
  • f. het geval dat de geheimhouding van de in het nummerregister opgenomen gegevens is geschaad;
  • g. het voorkomen van calamiteiten en het afhandelen daarvan.

Paragraaf 2. Het nummerregister

Artikel 6

Het nummerregister bevat met betrekking tot de nummers die daarin zijn opgenomen de administratieve gegevens die zijn vermeld in bijlage 1 bij dit besluit.

Artikel 7

Vervallen

Hoofdstuk 3. De aansluiting op en het gebruik van de beheervoorziening

Paragraaf 1. De aansluiting op de beheervoorziening

Artikel 8

Een gebruiker die is aangesloten op de beheervoorziening draagt er zorg voor dat de verbinding van zijn geautomatiseerde systeem met de beheervoorziening en de uitwisseling van gegevens tussen zijn geautomatiseerde systeem en de beheervoorziening functioneren op een wijze die overeenstemt met hetgeen daarover in de systeembeschrijving is vastgelegd.

Artikel 9
1.

De verantwoordelijke voor een registratie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder d, van de wet draagt er zorg voor dat zijn geautomatiseerde systeem ten behoeve van de uitwisseling van gegevens tussen hem en Onze Minister functioneert op een wijze die overeenstemt met hetgeen daarover in de systeembeschrijving is vastgelegd.

2.

Een college van burgemeester en wethouders of een bestuurscollege draagt er zorg voor dat zijn geautomatiseerde systeem ten behoeve van de uitwisseling van gegevens tussen het college en Onze Minister in verband met de toekenning van burgerservicenummers functioneert op een wijze die overeenstemt met hetgeen daarover in de systeembeschrijving is vastgelegd.

Paragraaf 2. De verstrekking van gegevens in verband met de toekenning van burgerservicenummers

Artikel 10

Onze Minister deelt desgevraagd aan een college van burgemeester en wethouders of een bestuurscollege in verband met de uitvoering van artikel 8 of artikel 22 van de wet mede of een door het college opgegeven nummer een burgerservicenummer is.

Artikel 11
1.

In verband met de uitvoering van artikel 8 of artikel 22 van de wet verstrekt Onze Minister aan het bestuursorgaan dat het burgerservicenummer toekent op verzoek de gegevens die zijn vermeld in bijlage 2.

2.

Uit de basisregistratie personen worden aan Onze Minister de gegevens verstrekt, die hij nodig heeft in verband met de uitvoering van het eerste lid.

Artikel 12
1.

In verband met de uitvoering van artikel 8 of artikel 22 van de wet verstrekt Onze Minister aan het bestuursorgaan dat het burgerservicenummer toekent op verzoek over een Nederlands document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1°, 2° of 4°, van de Wet op de identificatieplicht, met behulp waarvan een persoon zich identificeert:

  • a. de mededeling of ten aanzien van het desbetreffende document is geregistreerd dat het niet in het verkeer behoort te zijn, dan wel
  • b. een ander gegeven waaruit de geldigheid of ongeldigheid van het document kan worden afgeleid.
2.

Uit het basisregister reisdocumenten, bedoeld in artikel 4a van de Paspoortwet, het register betreffende de afgifte van rijbewijzen, bedoeld in artikel 126 van de Wegenverkeerswet 1994, en door Onze Minister van Justitie en Veiligheid worden aan Onze Minister de gegevens verstrekt, die hij nodig heeft in verband met de uitvoering van het eerste lid.

Paragraaf 3. De verstrekking van gegevens aan gebruikers

Artikel 13

Onze Minister deelt op verzoek van een gebruiker in verband met de uitvoering van artikel 14 van de wet mede of het door de gebruiker opgegeven nummer een burgerservicenummer is.

Artikel 14
1.

Aan een gebruiker worden op verzoek in verband met de uitvoering van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de wet de gegevens verstrekt, die zijn vermeld in bijlage 3.

2.

De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt door Onze Minister, indien de gebruiker bij zijn verzoek gebruik maakt van de beheervoorziening.

3.

Uit de basisregistratie personen worden aan Onze Minister de gegevens verstrekt, die hij nodig heeft in verband met de uitvoering van het tweede lid.

Artikel 15
1.

Aan een gebruiker wordt op verzoek in verband met de uitvoering van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de wet medegedeeld:

  • a. of ten aanzien van het desbetreffende document is geregistreerd dat het niet in het verkeer behoort te zijn, dan wel
  • b. een ander gegeven waaruit de geldigheid of ongeldigheid van het document kan worden afgeleid.
2.

De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, worden verstrekt door Onze Minister, indien de gebruiker bij zijn verzoek gebruik maakt van de beheervoorziening.

3.

Uit het basisregister reisdocumenten, bedoeld in artikel 4a van de Paspoortwet, het register betreffende de afgifte van rijbewijzen, bedoeld in artikel 126 van de Wegenverkeerswet 1994, en door Onze Minister van Justitie en Veiligheid worden aan Onze Minister de gegevens verstrekt, die hij nodig heeft in verband met de uitvoering van het tweede lid.

Hoofdstuk 4. Transparantie en controle

Artikel 16

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de wijze waarop de inlichtingen, bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, worden verstrekt.

Artikel 17

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.