Regeling van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 2 november 2007, nr. 2007-0000442237, STAF/CZW/WVOB, houdende regels ter uitvoering van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer en het Besluit burgerservicenummer, en tot wijziging van de Regeling gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens
Gelet op de artikelen 5, tweede lid, en 9, derde lid, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, artikel 2 van het Besluit burgerservicenummer en de artikelen 7, derde lid, en 60 van het Besluit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens;
Besluit:
Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit burgerservicenummer in werking treedt.
Artikel 1
De inlichtingen, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, worden door het college van burgemeester en wethouders of het bestuurscollege verstrekt in de gevallen en op de wijze, beschreven in de systeembeschrijving, bedoeld in artikel 2 van het Besluit burgerservicenummer.
Artikel 2
De kennisgeving, bedoeld in artikel 9, eerste en tweede lid, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, geschiedt indien mogelijk door middel van of gezamenlijk met de toezending van een volledig overzicht van de persoonslijst als bedoeld in artikel 2.54, eerste en tweede lid, van de Wet basisregistratie personen.
In afwijking van het eerste lid geschiedt de kennisgeving aan ingezetenen van een openbaar lichaam:
- a. door middel van of gezamenlijk met de toezending van een volledig overzicht van de persoonslijst als bedoeld in artikel 17b, eerste en tweede lid, van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES, indien het nummer is toegekend op grond van artikel 8, tweede lid, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer; of
- b. door middel van een schriftelijke mededeling indien het nummer is toegekend op grond van artikel 22, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer.
Artikel 3
De systeembeschrijving, bedoeld in artikel 2 van het Besluit burgerservicenummer, wordt gevormd door hoofdstuk 2, de onderdelen 3.1, 3.2.1 tot en met 3.2.6, 3.3.1, 3.3.2, 3.3.3 en 3.3.4 van hoofdstuk 3, hoofdstuk 5 en de bijlagen I en II van het Logisch Ontwerp BSN, versie 2025.Q4, dat als bijlage bij deze regeling is gevoegd.
Artikel 4
Wijzigt de Regeling gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.
Artikel 5
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit burgerservicenummer in werking treedt.
Artikel 6
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling burgerservicenummer.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Bijlage. Logisch Ontwerp BSN, versie 2025.Q4
Bijlage bij artikel 3
Deze bijlage wordt bekendgemaakt op https://www.rvig.nl.
Inleiding
Leeswijzer
Het Logisch Ontwerp BSN bestaat uit vijf delen en vijf bijlagen. Het eerste deel bestaat uit de inleiding, de leeswijzer en de beschrijving van de context. Het tweede deel beschrijft de hoofdlijnen van de inrichting. In het derde deel wordt de werking van het systeem beschreven. Het vierde deel bevat informatie over de foutafhandeling. Het vijfde en laatste deel beschrijft de operationele eisen aan de Beheervoorziening BSN.
De eerste bijlage bevat een gegevenswoordenboek. Hierin zijn voor elk gegeven dat binnen de diensten van de Beheervoorziening BSN (BV BSN) wordt gebruikt de naam, de eisen (zoals bijvoorbeeld de elfproef1De elfproef staat beschreven in bijlage 0, onder het element ‘BSN’. en (indien aanwezig) een verwijzing naar de naam en definitie binnen het LO GBA opgenomen. De tweede bijlage bevat een dienstenboek waarin per dienst een vraag- en antwoordbeschrijving is opgenomen tezamen met de mogelijke inhoud. De derde bijlage beschrijft de aanlevering van de gegevens voor de interne registers van de BV BSN. De vierde bijlage beschrijft het zoekmechanisme dat binnen het stelsel gebruikt wordt om verschillende vragen te beantwoorden. De vijfde bijlage bevat een verklarende woordenlijst.
In het Logisch Ontwerp BSN wordt onderscheid gemaakt tussen de actoren ‘gebruikers’ en ‘registerhouders’. Omdat niet alle functies van de BV BSN van belang zijn voor alle actoren, is hieronder een overzicht opgenomen dat per hoofdstuk aangeeft welke delen van belang zijn voor welke actor(en).
Context
Het burgerservicenummer (BSN) is een uniek identificerend nummer voor iedereen die een relatie heeft met de Nederlandse overheid.
Met dit nummer kan men bij elk (digitaal) loket in de publieke sector terecht. Het BSN heeft binnen de gegevenshuishouding van de overheid een spilfunctie. Met dit persoonsnummer kunnen persoonsgebonden gegevens doelmatig en betrouwbaar uitgewisseld worden binnen de overheid en tussen de overheid en burgers. Een adequaat persoonsnummerbeleid is een belangrijke voorwaarde om te komen tot een verbetering van de (elektronische) dienstverlening van de overheid. Ook draagt invoering van het BSN bij aan de bestrijding van identiteitsfraude.
Getalsmatig is het BSN identiek aan het Sofi-nummer. Het verschil tussen het BSN en het Sofi-nummer ligt in het bereik ervan en de wijze waarop wettelijk is vastgelegd wat met behulp van het BSN mag gebeuren. Het BSN wordt door (overheids)organisaties gebruikt voor de communicatie met de burger en, daar waar dat wettelijk is toegestaan, voor de uitwisseling van persoonsgegevens tussen (overheids)organisaties onderling.
De BV BSN is het geheel van voorzieningen dat zorgt voor het genereren, distribueren, beheren en raadplegen van het BSN. De Beheervoorziening regelt ook de toegang tot de identificerende gegevens van een persoon in de achterliggende registraties.
Het Logisch Ontwerp BSN
De BV BSN biedt voorzieningen die ervoor zorgen dat het genereren, het distribueren en het toekennen van het BSN goed verlopen. Hierbij wordt onder andere ondersteuning geboden om te voorkomen dat één persoon meerdere nummers toegekend kan krijgen. Verder biedt de BV BSN voorzieningen voor het stellen van verificatievragen over de identiteit en Nederlandse identiteitsdocumenten van een persoon.
Voor een aantal van deze voorzieningen wordt gebruik gemaakt van persoonsgegevens die zijn opgeslagen in andere registraties. Communicatie met deze registraties verloopt via technische voorzieningen waarmee een tweetal registraties worden ontsloten: de ‘Gemeentelijke Basisadministratie’ (GBA) en het ‘Beheer van Relaties’ (BvR, van de Belastingdienst). Voor de verificatie van de geldigheid van een identiteitsdocument (paspoort, identiteitskaart, rijbewijs of vreemdelingenkaart) is er communicatie met de registers die deze informatie beheren.
In het ontwerp van het BSN-stelsel is al rekening gehouden met de nog te vormen Registratie Niet-Ingezetenen (RNI). In het Logisch Ontwerp BSN is deze registratie echter nog niet beschreven. Wanneer de RNI operationeel is, zal dit leiden tot een herziening van het LO BSN.
De elektronische samenwerking (voor het genereren, distribueren, beheren en raadplegen van het BSN) geschiedt op basis van berichtenuitwisselingen. Om deze samenwerking te ondersteunen binnen het BSN-stelsel, is gekozen voor een eenduidige technische beschrijving in het Logisch Ontwerp BSN.
Dit document bevat een volledig overzicht van die onderdelen die noodzakelijk zijn voor de elektronische samenwerking tussen geautomatiseerde systemen van gebruikers en registraties enerzijds en de BV BSN, anderzijds. Daarbij worden de functionaliteiten van het systeem beschreven. Voor een gedetailleerde beschrijving van het systeem kunt u contact opnemen met het agentschap BPR.
Uitgangsdocumentatie
Hoofdlijnen inrichting
De BV BSN communiceert met verschillende onderdelen. Hierin zijn de volgende onderdelen te identificeren:
Deze onderdelen zullen achtereenvolgens behandeld worden.
De Gebruikers
Gebruikers kunnen de Beheervoorziening rechtstreeks of via een Sectorale Berichtenvoorziening (SBV) benaderen. Het initiatief voor het instellen van een sectorale berichtenvoorziening ligt bij de voor die sector verantwoordelijke Minister. Tot de primaire taak van een sectorale berichtenvoorziening behoort het vaststellen of een organisatie die zich meldt, daadwerkelijk een gebruiker is binnen de sector (autorisatie en authenticatie) en het routeren van het berichtenverkeer tussen de BV BSN en de gebruikers. Een SBV maakt het in combinatie met de BV BSN mogelijk om grote aantallen gebruikers toegang te verschaffen tot de functies van de BV BSN zonder dat daarvoor bij de BV BSN individuele autorisaties moeten worden verleend.
Redenen voor beëindiging aansluiting
De aansluiting op de BV BSN kan om de volgende redenen worden opgeschort of beëindigd:
GBA-systemen bij gemeenten
De BV BSN ondersteunt de functionaliteit voor het verifiëren van de identiteit van een persoon binnen de GBA en het matchen van persoonsgegevens van personen die zijn ingeschreven in de GBA, teneinde vast te stellen of aan deze persoon reeds een BSN is toegekend.
De BV BSN houdt gegevens uit de GBA-V aan, ten behoeve van een optimale bevraging van het systeem. Meer informatie over de gegevensset is te vinden in bijlage 0.
De Belastingdienst
De Belastingdienst, onderdeel van het BSN-stelsel biedt de mogelijkheid voor het matchen van persoonsgegevens binnen een deelverzameling van het bestand Beheer van Relaties (BvR) teneinde vast te stellen of aan een persoon reeds een sofi-nummer is toegekend.
Ten behoeve van een optimale bevraging van het systeem houdt de BV BSN tijdelijk gegevens aan uit het BvR. Dit maakt het mogelijk om voor levende natuurlijke personen waarvan in BvR geen A-nummer is geregistreerd het sofi-nummer ‘op te waarderen’ tot BSN.
De Documentregisters
Deze componenten bestaan uit een aantal registers en ondersteunen functionaliteiten voor het verifiëren van de mogelijke ongeldigheid van de volgende Nederlandse identiteitsdocumenten van een persoon:
Bij communicatie vanuit de BV BSN naar deze registers wordt gebruik gemaakt van reeds beschikbare communicatiemogelijkheden.
Er is bij de verificatie van identiteitsdocumenten gekozen om vanuit de BV BSN één mechanisme te gebruiken voor alle documenttypen (paspoorten, rijbewijzen, identiteitskaarten en vreemdelingenkaarten). Het systeem geeft op basis van een documentnummer en documenttype antwoord op de vraag of een document al dan niet gebruikt kan worden als identiteitsdocument volgens de Wet op de identificatieplicht, artikel 1, eerste lid onder 1, 2 en 4. Afhankelijk van het gekozen type wordt één van de volgende registers bevraagd:
Verificatieregister
Het verificatieregister is een hit/no hit register en geeft bij het opgeven van het nummer van een reisdocument informatie over de geldigheid van het document. In het register wordt bijgehouden welke Nederlandse reisdocumenten (paspoorten en Nederlandse identiteitskaarten) niet in het vrije verkeer mogen voorkomen, in het bijzonder:
Rijbewijsregister
In het Rijbewijsregister zijn gegevens met betrekking tot verstrekte rijbewijzen opgeslagen. Hieruit kan worden opgevraagd welke rijbewijzen uit verkeer zijn gehaald en dus niet als identiteitsbewijs kunnen worden gebruikt.
BVV-Kaartregister
In het kaartregister van de Basisvoorziening Vreemdelingen (BVV) worden de gegevens van de uitgegeven vreemdelingenkaarten door het Ministerie van Justitie vastgelegd. Uit deze gegevens kan worden afgeleid of een vreemdelingenkaart als identiteitsbewijs mag worden gebruikt.
Werking van de Beheervoorziening BSN
Aansluiten op de Beheervoorziening BSN
Voor organisaties die aansluiten op de BV BSN is een aansluitprocedure2De aansluitprocedure is op het internet te vinden op http://www.bprbzk.nl/ opgesteld.
De volgende aspecten zijn bij communicatie met de BV BSN van belang:
Authenticatie en autorisatie
De berichtenuitwisseling is beveiligd volgens de richtlijnen van de ‘PKI voor de Overheid’ waarbij het volgende geldt:
Bij registratie van de gebruikers worden gegevens rond het te gebruiken PKI Overheid-certificaat uitgewisseld. Deze dient voor de beveiliging van communicatie tussen BV BSN en de aansluitende gebruiker of SBV. De SBV zal de achterliggende gebruikers moeten authenticeren en autoriseren via een zelf in te richten beveiligingsmechanisme.
Het systeem bepaalt aan de hand van de identiteit, die tijdens de authenticatie is vastgesteld, de autorisatie. Aan de hand van de ‘Distinguished Name’ uit het digitale certificaat dat voor authenticatie is gebruikt wordt de rol van de afzender bepaald. Deze rol, samen met een indicatie van de gevraagde dienst, bepaalt of de afzender geautoriseerd is voor het gebruik van de gevraagde dienst.
Communicatieprotocol
Voor het mogelijk maken van berichtenverkeer met de BV BSN worden webservices toegepast die communiceren op basis van het TCP/IP protocol over HTTPS (poort 443). De webservices van de BV BSN maken gebruik van het SOAP-protocol.
De BV BSN conformeert zich aan Basic profile versie 1.0 van de WS-I standaarden. Conform Basic profile 1.0 gebruikt de BV BSN SOAP versie 1.1 en SOAP berichttype ‘document / literal’.
Transportnetwerk
Een lijst met transportnetwerken die beschikbaar zijn voor toegang tot de BV BSN, is opvraagbaar bij het agentschap BPR. De term ‘transportnetwerk’ wordt gebruikt voor het netwerk dat door eindsystemen wordt gebruikt om verbinding te leggen met het BV BSN netwerk.
De BV BSN is niet aangesloten op het internet.
Gegevensstandaarden
In de onderstaande tabel zijn de verschillende standaarden weergegeven die betrekking hebben op de gegevens binnen het Beheervoorziening BSN-stelsel.
Functies van de Beheervoorziening BSN
Aanmaken van nummers
Het BSN is een uniek identificerend persoonsnummer. De BV BSN voorziet toekennende organisaties van een voorraad BSN’s.
Voor het aanmaken en opslaan van nieuwe nummers zijn twee componenten van belang:
De Nummergenerator
De Nummergenerator verzorgt het proces waarbij nieuwe nummers worden gegenereerd (die als BSN kunnen worden toegekend) en in het Nummerregister worden opgenomen. De aangemaakte nummers liggen in een ingesteld interval en worden direct na het aanmaken in het Nummerregister (zie paragraaf ‘Het Nummerregister’) opgeslagen met de status ‘aangemaakt’.
Om als BSN te kunnen worden toegekend moeten de gegenereerde nummers aan bepaalde eisen voldoen. Voor de nummers gelden de volgende eisen:
Het Nummerregister
Het Nummerregister is een registratie waarin de status van alle nummers wordt vastgelegd. Per nummer wordt vastgelegd:
Naast bovenstaande gegevens wordt bijgehouden op welke tijdstippen de verschillende acties zijn uitgevoerd en wordt er een indicatie aangehouden waarmee wordt aangegeven in welke registratie de persoonsgegevens behorende bij het nummer zijn terug te vinden.
Naast de actuele nummergegevens worden tevens, bij een mutatie, alle historische gegevens van het BSN opgeslagen.
Distribueren van nummers
Instanties die BSN’s kunnen toekennen beschikken over een voorraad BSN’s die de status ‘Gedistribueerd’ in het Nummerregister van de BV BSN hebben. Deze instanties verkrijgen deze nummers door deze aan te vragen bij de BV BSN met behulp van de dienst ‘Aanvragen BSN voorraad4Meer informatie over de dienst ’Aanvragen BSN Voorraad’ is te vinden in bijlage 0. ’. De BV BSN dienst levert uit het Nummerregister het gewenste aantal nummers, of het maximum aantal dat geldt voor de betreffende instantie. Nadat de nummers aan de instantie geleverd zijn, wordt de status van de gedistribueerde nummers in het Nummerregister gewijzigd van ‘Aangemaakt’ naar ‘Gedistribueerd’.
Toekennen van nummers
Een instantie beschikt over een aantal nummers dat de status ‘Gedistribueerd’ heeft in het nummerregister. Deze nummers kunnen door de instantie als BSN worden toegekend aan personen. Nadat een nummer is toegekend aan een persoon, wordt daarvan melding gemaakt aan de BV BSN door middel van een vulbericht.5Meer informatie over het ‘Vulbericht’ is te vinden in bijlage 0.
Voorafgaand aan het toekennen van een BSN moet de instantie een presentievraag uitvoeren, door middel van de dienst ‘Presentievraag6Meer informatie over de ’Presentievraag’ is te vinden in bijlage 0 en 0. ’, bij de BV BSN. Gebruik van deze dienst is noodzakelijk bij een eerste inschrijving en vervolginschrijvingen waarbij sprake is van een tussentijds verblijf.
Het doel van de presentievraag is het voorkomen dat een persoon aan wie al een sofi-nummer is toegekend, nog een ander nummer toegewezen krijgt. De BV BSN registreert de toekenning van het BSN door de status van het nummer in het Nummerregister te wijzigen van ‘Gedistribueerd’ naar ‘In verkeer’.
De Belastingdienst kent geen BSN’s toe. Wel geeft de Belastingdienst sofi-nummers uit aan belastingplichtigen die geen BSN hebben. Als deze personen later een BSN toegekend krijgen dan is het de bedoeling dat bij de betreffende gemeente van inschrijving (of andere toekennende instantie) het sofi-nummer wordt ‘opgewaardeerd’ naar een BSN. Via de BV BSN kan de toekennende instantie opvragen of de persoon reeds een sofi-nummer bezit. Deze werkwijze wordt mogelijk gemaakt door een courante registratie van sofi-nummers zonder ‘A-nummer’ (dat wil zeggen personen zonder koppeling met GBA-gegevens) van nog levende personen in de gegevensset binnen de BV BSN.
Wijzigen van nummergegevens
Een instantie kan het BSN dat toegewezen is aan een persoon wijzigen, bijvoorbeeld wanneer aan een en dezelfde persoon twee verschillende nummers zijn toegekend.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.