Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 8 november 2007, nr. DLZ-KZ-2802433, houdende subsidiëring van palliatieve terminale zorg (Regeling palliatieve terminale zorg)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

Deze regeling is van toepassing op het verstrekken van:

Artikel 3
1.

Een instellingssubsidie voor palliatieve terminale zorg door vrijwilligers kan worden verstrekt indien de instelling die de palliatieve terminale zorg door vrijwilligers verleent:

2.

Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

3.

Een instellingssubsidie wordt voor de periode van een boekjaar verstrekt. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 4
1.

De minister kan bij het verstrekken van een instellingssubsidie verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de instellingssubsidie, bedoeld in artikel 1a.

2.

Rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de verstrekking van de instellingssubsidie kunnen door de ontvanger van de instellingssubsidie uitsluitend na toestemming van de minister worden overgedragen.

Paragraaf 2. Palliatieve terminale zorg

Paragraaf 2.1. Instellingssubsidie

Artikel 5

De Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS is niet van toepassing op de subsidies, bedoeld in paragraaf 2.

Artikel 6

De minister kan jaarlijks op aanvraag een instellingssubsidie verstrekken.

De instellingssubsidie bedraagt per cliënt ten hoogste:

Artikel 7
1.

De instellingssubsidie wordt berekend door € 38.249.000, zijnde het subsidieplafond voor het jaar 2026, zodanig te verdelen onder de instellingen waaraan de instellingssubsidie wordt verstrekt dat elke instelling per cliënt hetzelfde percentage van het desbetreffende maximumbedrag, genoemd in artikel 6 ontvangt.

2.

Bij de berekening van de instellingssubsidie wordt het aantal cliënten van de instelling bepaald door het gemiddeld aantal cliënten per jaar in de referentieperiode. Indien meerdere malen dezelfde palliatieve terminale zorg, bedoeld in artikel 6, is verleend aan een cliënt, wordt deze voor de bepaling van het aantal cliënten voor één cliënt gerekend.

3.

In afwijking van het tweede lid telt een cliënt aan wie meerdere vormen van palliatieve terminale zorg, als bedoeld in artikel 6, is verleend, voor de bepaling van het aantal cliënten mee als één cliënt per vorm van palliatieve terminale zorg door vrijwilligers.

Paragraaf 2.2. Palliatieve terminale zorg in een bijna-thuis-huis

Artikel 8

Vervallen

Artikel 9

Vervallen

Artikel 10

Vervallen

Paragraaf 2.2. Palliatieve terminale zorg in een bijna-thuis-huis

Artikel 11

Vervallen

Artikel 12

Vervallen

Artikel 13

Vervallen

Paragraaf 2.3. Palliatieve terminale zorg in een high care hospice

Artikel 14
1.

De aanvraag van een instellingssubsidie voor palliatieve terminale zorg door vrijwilligers wordt uiterlijk op 15 juli in het jaar voorafgaande aan het boekjaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, ontvangen.

2.

Een aanvraag die na afloop van de termijn, bedoeld in het eerste lid, wordt ontvangen, wordt afgewezen.

3.

De aanvraag die na afloop van de termijn, bedoeld in het eerste lid, wordt ontvangen, wordt niet afgewezen indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van de aanvraag in verzuim is geweest. De termijnoverschrijding bedraagt ten hoogste vier weken.

Artikel 15
1.

Voor de aanvraag tot vaststelling wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

2.

De aanvraag gaat vergezeld van:

3.

De aanvraag van een instellingssubsidie voor palliatieve terminale zorg door vrijwilligers in de thuissituatie met betaalde coördinatie gaat vergezeld van de overeenkomst met de coördinator.

Artikel 16
1.

De minister kan in het kader van de behandeling van de aanvraag van een instellingssubsidie van € 125.000 of meer verzoeken om een assurancerapport van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek inzake het aantal personen waaraan in de referentieperiode door de instelling vrijwillige palliatieve terminale zorg is verleend.

2.

De aanvrager van een instellingssubsidie van minder dan € 125.000 werkt, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoekingen die erop zijn gericht de minister inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor het nemen van een besluit met betrekking tot het verstrekken van de subsidie.

Artikel 17
1.

De minister geeft op de aanvraag van een instellingssubsidie voor palliatieve terminale zorg door vrijwilligers binnen 13 weken na afloop van de aanvraagtermijn, genoemd in artikel 14, eerste lid een beschikking tot vaststelling van de instellingssubsidie.

2.

Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag of indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of de voorbereiding van de beschikking stelt de minister de aanvrager in de gelegenheid de aanvraag binnen vier weken aan te vullen. De minister besluit de aanvraag niet te behandelen indien de aanvraag binnen die termijn niet of niet voldoende is aangevuld.

Artikel 18

De ontvanger van de instellingssubsidie voor palliatieve terminale zorg door vrijwilligers:

Artikel 19
1.

De minister betaalt een instellingssubsidie voor palliatieve terminale zorg door vrijwilligers van € 25.000 of meer als volgt: in januari 8%, februari 8%, maart 8%, april 7%, mei 16%, juni 7%, juli 8%, augustus 8%, september 7%, oktober 8%, november 8% en december 7% van het voor het desbetreffende boekjaar vastgestelde subsidiebedrag.

2.

De minister kan van het gestelde in het eerste lid op verzoek van de ontvanger van een instellingssubsidie afwijken.

3.

De minister betaalt een instellingssubsidie voor palliatieve terminale zorg door vrijwilligers van minder dan € 25.000 in één keer.

Artikel 20

De ontvanger van een instellingssubsidie voor palliatieve terminale zorg door vrijwilligers voert een zodanig ingerichte administratie, dat daaruit te allen tijde het aantal personen waaraan palliatieve terminale zorg door vrijwilligers is verleend, kan worden nagegaan.

Paragraaf 3. Netwerken palliatieve zorg

Artikel 21

De minister kan jaarlijks aan een in bijlage 1 genoemde instelling op aanvraag een instellingssubsidie verstrekken voor de coördinatie van een netwerk palliatieve zorg of een netwerk integrale kindzorg.

Artikel 22
1.

De instellingssubsidie voor de coördinatie van een netwerk palliatieve zorg of een netwerk integrale kindzorg bedraagt ten hoogste het in bijlage 1 bij de desbetreffende instelling en het desbetreffende jaar genoemde bedrag.

2.

De minister kan het bedrag van de instellingssubsidie voor de coördinatie van een netwerk palliatieve zorg of een netwerk integrale kindzorg bijstellen in geval van een wijziging van de netwerkregio of het netwerk integrale kindzorg.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.