Omzetbelasting, heffing van omzetbelasting bij invoer
De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.
Dit besluit is een samenvoeging en actualisering van het beleid op het gebied van de heffing van omzetbelasting bij invoer. In het besluit worden goedkeuringen op het gebied van tandtechnische werken ingetrokken met ingang van 1 januari 2008.
1. Inleiding
Dit besluit is een samenvoeging en actualisering van het beleid over de heffing van omzetbelasting bij invoer. Daarbij zijn beschrijvende onderdelen van de ingetrokken besluiten niet meer opgenomen. Actualisering is nodig in verband met Europese jurisprudentie (Hof van Justitie EG van 7 december 2006, zaak C-240/05) en nationale jurisprudentie (Hoge Raad van 11 april 2003, BNB 2003/210).
1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen
1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen
In artikel 1 en in hoofdstuk III van de wet zijn bepalingen opgenomen over de belastingheffing bij invoer. Artikel 1, aanhef en letter d, geeft aan dat ter zake van het belastbare feit ‘invoer van goederen’ belasting is verschuldigd. Artikel 18, eerste lid, geeft aan wat onder ‘invoer van goederen’ moet worden begrepen:
In artikel 1 en in hoofdstuk III van de wet zijn bepalingen opgenomen over de belastingheffing bij invoer. Artikel 1, aanhef en letter d, geeft aan dat ter zake van het belastbare feit ‘invoer van goederen’ belasting is verschuldigd. Artikel 18, eerste lid, geeft aan wat onder ‘invoer van goederen’ moet worden begrepen:
Het tweede lid omschrijft wat onder het begrip ‘douaneregime’ wordt verstaan. In de volgende leden van het artikel zijn uitzonderingen op het begrip ‘invoer’ opgenomen.
Artikel 19 stemt de maatstaf van heffing bij invoer af op de maatstaf van heffing bij leveringen van goederen en intracommunautaire verwervingen van goederen. De reden hiervoor is dat de tarieven voor leveringen van goederen en intracommunautaire verwervingen van goederen gelijk zijn aan de tarieven, die worden toegepast op de invoer van goederen van buiten de Europese Unie. Bij invoer gelden dezelfde percentages als bij levering van goederen (zie artikel 20 van de wet). Artikel 21 bevat een globale omschrijving van de categorieën gevallen die in aanmerking komen voor een vrijstelling van omzetbelasting bij invoer.
Als is vastgesteld dát omzetbelasting bij invoer is verschuldigd, moet vervolgens worden vastgesteld:
3. Kwijtschelding of teruggaaf van omzetbelasting
3. Kwijtschelding of teruggaaf van omzetbelasting
De inspecteur heeft de mogelijkheid om de bij invoer verschuldigde omzetbelasting kwijt te schelden of daarvan teruggaaf te verlenen (zie artikel 22, lid 2, van de wet, juncto artikel 110a, van de Regeling verband houdende met de herziening van de douanewetgeving van 10 mei 1996/WD96/402). Aan deze mogelijkheid van kwijtschelding of teruggaaf komt beperkte betekenis toe. Alleen bij toepassing van artikel 22, eerste lid, van de Wet en wanneer geen aftrek van de omzetbelasting bij invoer mogelijk is, is de kwijtschelding of teruggaaf van feitelijk belang. Bijvoorbeeld bij de invoer van goederen door particulieren of ondernemers die geen belasting bij invoer in aftrek kunnen brengen. Het gaat om de gevallen waarin op grond van het CDW aanspraak op terugbetaling of kwijtschelding van rechten bij invoer bestaat of zou bestaan (zie de artikelen 236 tot en met 241, van het CDW). De Douane verleent de kwijtschelding of teruggaaf. In beginsel houdt de Douane geen rekening met de mogelijke aftrek op de binnenlandse aangifte door de ondernemer voor wie de goederen zijn bestemd. Deze aangifte komt immers niet ter kennis van de Douane. Als de kwijtschelding of de teruggaaf wordt verleend, komt deze belasting niet in aanmerking voor aftrek op de voet van artikel 15 (zie artikel 22, lid 3, van de wet). Om te voorkomen dat teveel omzetbelasting in aftrek wordt gebracht moet de ondernemer voor wie de goederen zijn bestemd daarvoor aan de Douane een ondertekende en gedateerde verklaring afgeven. In deze verklaring neemt de ondernemer uitdrukkelijk op dat hij de kwijt te schelden of terug te geven omzetbelasting niet in aftrek brengt of zal brengen. Als de ondernemer de omzetbelasting al in aftrek heeft gebracht, neemt hij in de verklaring op dat hij de omzetbelasting terugbetaalt over het aangiftetijdvak waarin de kwijtschelding of de teruggaaf wordt verleend.
De inspecteur heeft de mogelijkheid om de bij invoer verschuldigde omzetbelasting kwijt te schelden of daarvan teruggaaf te verlenen (zie artikel 22, lid 2, van de wet, juncto artikel 110a, van de Regeling verband houdende met de herziening van de douanewetgeving van 10 mei 1996/WD96/402). Aan deze mogelijkheid van kwijtschelding of teruggaaf komt beperkte betekenis toe. Alleen bij toepassing van artikel 22, eerste lid, van de Wet en wanneer geen aftrek van de omzetbelasting bij invoer mogelijk is, is de kwijtschelding of teruggaaf van feitelijk belang. Bijvoorbeeld bij de invoer van goederen door particulieren of ondernemers die geen belasting bij invoer in aftrek kunnen brengen. Het gaat om de gevallen waarin op grond van het CDW aanspraak op terugbetaling of kwijtschelding van rechten bij invoer bestaat of zou bestaan (zie de artikelen 236 tot en met 241, van het CDW). De Douane verleent de kwijtschelding of teruggaaf. In beginsel houdt de Douane geen rekening met de mogelijke aftrek op de binnenlandse aangifte door de ondernemer voor wie de goederen zijn bestemd. Deze aangifte komt immers niet ter kennis van de Douane. Als de kwijtschelding of de teruggaaf wordt verleend, komt deze belasting niet in aanmerking voor aftrek op de voet van artikel 15 (zie artikel 22, lid 3, van de wet). Om te voorkomen dat teveel omzetbelasting in aftrek wordt gebracht moet de ondernemer voor wie de goederen zijn bestemd daarvoor aan de Douane een ondertekende en gedateerde verklaring afgeven. In deze verklaring neemt de ondernemer uitdrukkelijk op dat hij de kwijt te schelden of terug te geven omzetbelasting niet in aftrek brengt of zal brengen. Als de ondernemer de omzetbelasting al in aftrek heeft gebracht, neemt hij in de verklaring op dat hij de omzetbelasting terugbetaalt over het aangiftetijdvak waarin de kwijtschelding of de teruggaaf wordt verleend.
3.2. Kwijtschelding of teruggaaf bij weigering van de goederen
Eén van de mogelijkheden om kwijtschelding of teruggaaf te verlenen betreft het geval dat de importeur de goederen weigert omdat zij gebreken vertonen of omdat zij niet in overeenstemming zijn met de bepalingen van het contract. De goederen worden dan vaak geleverd aan een nieuwe afnemer die in Nederland woont of is gevestigd. Over deze levering is de buitenlandse afzender in Nederland omzetbelasting verschuldigd (zie artikel 5, eerste lid, onderdeel a, in samenhang met artikel 12, eerste lid, van de wet). De buitenlandse afzender moet die omzetbelasting op aangifte voldoen. Voor het verkrijgen van de aangifte moet hij zich wenden tot de voor buitenlandse ondernemers bevoegde inspecteur (Belastingdienst Limburg/kantoor Heerlen). Op de aangifte kan hij de bij invoer betaalde omzetbelasting in aftrek brengen. Het is ook mogelijk dat de omzetbelasting wordt geheven van de nieuwe binnenlandse afnemer (de zogenaamde verlegging van de belastingheffing bedoeld in artikel 12, derde lid, van de wet). De buitenlandse afzender zou dan aangifte moeten doen om teruggaaf van de bij invoer betaalde omzetbelasting te verkrijgen (zie artikel 33, lid 2, van de wet, juncto artikel 30a uitvoeringsbeschikking). Om de administratieve lasten voor de buitenlandse afzender te minimaliseren keur ik het volgende goed.
Eén van de mogelijkheden om kwijtschelding of teruggaaf te verlenen betreft het geval dat de importeur de goederen weigert omdat zij gebreken vertonen of omdat zij niet in overeenstemming zijn met de bepalingen van het contract. De goederen worden dan vaak geleverd aan een nieuwe afnemer die in Nederland woont of is gevestigd. Over deze levering is de buitenlandse afzender in Nederland omzetbelasting verschuldigd (zie artikel 5, eerste lid, onderdeel a, in samenhang met artikel 12, eerste lid, van de wet). De buitenlandse afzender moet die omzetbelasting op aangifte voldoen. Voor het verkrijgen van de aangifte moet hij zich wenden tot de voor buitenlandse ondernemers bevoegde inspecteur (Belastingdienst Limburg/kantoor Heerlen). Op de aangifte kan hij de bij invoer betaalde omzetbelasting in aftrek brengen. Het is ook mogelijk dat de omzetbelasting wordt geheven van de nieuwe binnenlandse afnemer (de zogenaamde verlegging van de belastingheffing bedoeld in artikel 12, derde lid, van de wet). De buitenlandse afzender zou dan aangifte moeten doen om teruggaaf van de bij invoer betaalde omzetbelasting te verkrijgen (zie artikel 33, lid 2, van de wet, juncto artikel 30a uitvoeringsbeschikking). Om de administratieve lasten voor de buitenlandse afzender te minimaliseren keur ik het volgende goed.
4. Verlegging van de heffing naar de binnenlandse aangifte
4. Verlegging van de heffing naar de binnenlandse aangifte
De wet bevat een bepaling over de verlegging van de omzetbelasting die bij invoer is verschuldigd (zie artikel 23 van de wet). Deze verlegging houdt in dat bepaalde in de wet of door middel van een vergunning aangewezen personen de omzetbelasting voldoen op de binnenlandse periodieke aangifte als de in te voeren goederen voor hen zijn bestemd. De specifiek hiervoor geldende regels en voorwaarden zijn opgenomen in de uitvoeringsbeschikking (zie de artikelen 17 t/m 18b van de uitvoeringsbeschikking). Er kunnen drie categorieën worden onderscheiden:
De wet bevat een bepaling over de verlegging van de omzetbelasting die bij invoer is verschuldigd (zie artikel 23 van de wet). Deze verlegging houdt in dat bepaalde in de wet of door middel van een vergunning aangewezen personen de omzetbelasting voldoen op de binnenlandse periodieke aangifte als de in te voeren goederen voor hen zijn bestemd. De specifiek hiervoor geldende regels en voorwaarden zijn opgenomen in de uitvoeringsbeschikking (zie de artikelen 17 t/m 18b van de uitvoeringsbeschikking). Er kunnen drie categorieën worden onderscheiden:
Op het moment dat goederen worden binnengebracht (d.w.z. fysiek de grens van de Gemeenschap overschrijden) moet worden bepaald of de goederen zijn bestemd voor de aangewezen ondernemers, die beschikken over een artikel 23 vergunning. Daarbij kan zich bijvoorbeeld de situatie voordoen dat de ondernemer al als eigenaar over de goederen beschikt op het moment van invoer en de goederen voor hem bestemd zijn om te gebruiken in het kader van zijn eigen bedrijf. In gevallen waarbij goederen door een buitenlandse leverancier aan een aangewezen Nederlandse ondernemer worden geleverd onder de conditie dat de invoer plaatsvindt door de aangewezen ondernemer en daarvoor bestemd zijn, is de verleggingsregeling van artikel 23 van de wet van toepassing op die aangewezen ondernemer. Als goederen die bij het binnenbrengen bestemd waren voor een aangewezen ondernemer en na het binnenbrengen in de Gemeenschap onder een douaneregime zijn gebracht, is de verleggingsregeling van toepassing op die aangewezen ondernemer. Dat geldt ook als de goederen worden gestolen nadat de goederen onder een douaneregime zijn gebracht en de desbetreffende aangewezen ondernemer de goederen wilde leveren aan een andere aangewezen ondernemer. De bestemming in de zin van artikel 23 wijzigt pas als de goederen in de zin van de wet zijn geleverd aan een andere aangewezen ondernemer (zie onder meer het arrest van de Hoge Raad van 11 april 2003, BNB 2003/210). Ik licht de werking van artikel 23 toe aan de hand van de volgende voorbeelden.
Een in Utrecht gevestigde handelaar is individueel aangewezen op grond van artikel 23 van de wet. Om zijn voorraad handelswaar op peil te houden koopt deze handelaar goederen bij een onderneming buiten de EU. Partijen komen overeen dat de goederen uit een land buiten de Gemeenschap in opdracht van de verkoper worden vervoerd en franco huis worden afgeleverd. De handelaar verstrekt aan de buitenlandse leverancier een afschrift van zijn artikel 23 vergunning. Onder deze omstandigheden staat vast dat de goederen zijn bestemd voor de Nederlandse koper. Om die reden dient de omzetbelasting bij invoer van de in Utrecht gevestigde ondernemer te worden geheven met toepassing van artikel 23.
4.2. Toepassing verlegging bij geweigerde goederen
Het komt voor dat de verleggingsregeling bij de invoer is toegepast en dat de afnemer de goederen weigert. Redenen hiervoor kunnen zijn dat de goederen gebreken vertonen of omdat zij niet in overeenstemming zijn met de bepalingen van het contract. De goederen worden dan meestal door de leverancier geleverd aan een andere (binnenlandse) afnemer. De oorspronkelijke afnemer is als regel niet op de hoogte van het feit dat de goederen worden geleverd aan een andere (binnenlandse) afnemer. Om praktische problemen bij de oorspronkelijke afnemer te voorkomen keur ik voor deze situatie het volgende goed.
Het komt voor dat de verleggingsregeling bij de invoer is toegepast en dat de afnemer de goederen weigert. Redenen hiervoor kunnen zijn dat de goederen gebreken vertonen of omdat zij niet in overeenstemming zijn met de bepalingen van het contract. De goederen worden dan meestal door de leverancier geleverd aan een andere (binnenlandse) afnemer. De oorspronkelijke afnemer is als regel niet op de hoogte van het feit dat de goederen worden geleverd aan een andere (binnenlandse) afnemer. Om praktische problemen bij de oorspronkelijke afnemer te voorkomen keur ik voor deze situatie het volgende goed.
4.3. Toepassing verlegging bij actieve veredeling
Een buitenlandse opdrachtgever kan goederen van buiten de Gemeenschap aan een Nederlandse veredelaar ter beschikking stellen om deze te bewerken. In dat geval kunnen de goederen onder een schorsingsregeling van heffingen bij invoer (actieve veredeling) worden geplaatst. Er is dan geen sprake van invoer in de zin van de wet. Het komt voor dat geen gebruik wordt gemaakt van deze schorsingsregeling. Uit praktische overwegingen keur ik voor deze situatie het volgende goed.
Een buitenlandse opdrachtgever kan goederen van buiten de Gemeenschap aan een Nederlandse veredelaar ter beschikking stellen om deze te bewerken. In dat geval kunnen de goederen onder een schorsingsregeling van heffingen bij invoer (actieve veredeling) worden geplaatst. Er is dan geen sprake van invoer in de zin van de wet. Het komt voor dat geen gebruik wordt gemaakt van deze schorsingsregeling. Uit praktische overwegingen keur ik voor deze situatie het volgende goed.
Ik keur goed dat in plaats van de opdrachtgever de veredelaar de verleggingsregeling bij invoer toepast als:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.