Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 22 november 2007, nr. SAS 2007115642, Directoraat Generaal Milieubeheer, Directie Stoffen, Afvalstoffen en Straling, houdende regels voor de verlening van een tegemoetkoming in de immateriële schade aan personen bij wie ten gevolge van de blootstelling aan asbest mesothelioom is geconstateerd en deze blootstelling niet heeft plaatsgevonden als gevolg van arbeid in loondienst (Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom)
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op de tweede suppletore begrotingswet van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer voor het jaar 2007 en op artikel 31, tweede lid, onderdeel l, van de Wet werk en bijstand;
Besluit:
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. Minister: Minister van Infrastructuur en Milieu;
- b. asbest: stoffen die een of meer van de volgende vezelachtige silicaten bevatten:
- 1°. actinoliet (Cas-nummer 77536-66-4);
- 2°. amosiet (Cas-nummer 12172-73-5);
- 3°. anthofylliet (Cas-nummer 77536-67-5);
- 4°. chrysotiel (Cas-nummer 12001-29-5);
- 5°. tremoliet (Cas-nummer 77536-68-6);
- 6°. crocidoliet (Cas-nummer 12001-28-4);
- c. maligne mesothelioom: door blootstelling aan asbest veroorzaakte tumor van het longvlies, het buikvlies of het hartvlies, als bedoeld in het protocol diagnostiek maligne mesothelioom;
- d. asbestose: aandoening die is gekenmerkt door verbindweefseling (longfibrose) van de long ten gevolge van asbestblootstelling;
- e. protocol diagnostiek asbestose: protocol diagnostiek asbestose, opgenomen in bijlage 1 bij de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers 2014;
- f. protocol diagnostiek maligne mesothelioom: protocol diagnostiek maligne mesothelioom, opgenomen in bijlage 2 bij de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers 2014;
- g. SVB: Sociale Verzekeringsbank, bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
- h. instituut asbestslachtoffers: Stichting Instituut Asbestslachtoffers te s-Gravenhage;
- i. nabestaanden:
- 1°. de langstlevende van de echtgenoten;
- 2°. bij ontstentenis van de onder 1° bedoelde persoon, de minderjarige kinderen, tot wie de overledene in familierechtelijke betrekking stond;
- 3°. bij ontstentenis van de onder 1° en 2° bedoelde personen, degenen met wie de overledene in gezinsverband leefde;
- 4°. bij ontstentenis van de onder 1°, 2° en 3° bedoelde personen, erfgenamen als bedoeld in Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek, mits een verklaring van erfrecht wordt overgelegd;
- j. lasten:
- 1°. tegemoetkoming, bedoeld in artikel 4, eerste lid;
- 2°. vergoedingen die door de SVB aan het instituut asbestslachtoffers worden verstrekt voor de advisering ten behoeve van deze regeling;
- 3°. uitvoeringskosten gemaakt bij de uitvoering van deze regeling.
In deze regeling wordt met de echtgenoot gelijkgesteld de geregistreerde partner en de persoon die op grond van artikel 1, derde lid, onderdeel a, en vierde tot en met zevende lid, van de Algemene Ouderdomswet en de daarop berustende bepalingen mede als zodanig wordt aangemerkt.
In deze regeling wordt niet als echtgenoot aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.
§ 2. Het recht op en de hoogte van een tegemoetkoming
Artikel 2
Recht op een tegemoetkoming heeft een persoon:
- a. die op het moment van indiening van de aanvraag in leven is,
- b. bij wie met toepassing van het protocol diagnostiek maligne mesothelioom is vastgesteld,
- c. bij wie het aannemelijk is dat de blootstelling aan asbest niet heeft plaatsgevonden tijdens het verrichten van arbeid in loondienst,
- d. die niet in aanmerking kan komen voor een betaling op grond van artikel 8 van de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers 2014,
- e. die geen tegemoetkoming heeft verkregen op grond van artikel 2a,
- f. die geen betaling heeft verkregen op grond van de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers, de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers 2014 of de Regeling tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten,
- g. die niet reeds in verband met het geconstateerde maligne mesothelioom of de geconstateerde asbestose een betaling op grond van een buitenlandse voorziening heeft ontvangen of een aanvraag daartoe heeft ingediend en op die aanvraag nog niet is beslist,
- h. die geen vergoeding van de immateriële schade in verband met het geconstateerde maligne mesothelioom of de geconstateerde asbestose heeft ontvangen, dan wel in verband daarmee een bedrag heeft ontvangen dat lager is dan € 18.392,– ongeacht de vorm waarin die vergoeding is gedaan, en
- i. die gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 10 jaar woonplaats in Nederland, als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, en 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, heeft gehad en die periode gelegen is in het tijdvak tussen 10 en 60 jaar voorafgaand aan het tijdstip van indiening van de aanvraag om een tegemoetkoming.
Artikel 3
Nabestaanden van de persoon, bedoeld in artikel 2, hebben recht op een tegemoetkoming, indien:
- a. de persoon, bedoeld in artikel 2, is overleden nadat de aanvraag om tegemoetkoming door hem is ingediend, doch voordat op die aanvraag is beslist en artikel 2, onderdelen b tot en met i, op hem van toepassing is, of
- b. de persoon, bedoeld in artikel 2, is overleden in het tijdvak gelegen tussen 10 november 2006 tot 1 juni 2008 en artikel 2, onderdelen b tot en met i, op hem van toepassing is.
In het geval van het eerste lid, onderdeel a, of onderdeel b, voor zover de persoon, bedoeld in artikel 2, de aanvraag om tegemoetkoming heeft ingediend, geschiedt de beoordeling welke persoon of personen met toepassing van artikel 1, eerste lid, onderdeel i, als nabestaande wordt aangemerkt, op basis van de omstandigheden op het tijdstip van overlijden van de persoon, bedoeld in artikel 2.
In het geval van het eerste lid, onderdeel b, voor zover de persoon, bedoeld in artikel 2, de aanvraag om tegemoetkoming niet heeft ingediend, geschiedt de beoordeling welke persoon of personen met toepassing van artikel 1, eerste lid, onderdeel i, als nabestaande wordt aangemerkt, op basis van de omstandigheden op het tijdstip van de indiening van de aanvraag.
Nabestaanden hebben alleen recht op een tegemoetkoming indien zij geen vergoeding van de immateriële schade in verband met het bij de in artikel 2 bedoelde persoon geconstateerde maligne mesothelioom of de geconstateerde asbestose hebben ontvangen, dan wel in verband daarmee een bedrag hebben ontvangen dat lager is dan € 18.392,– ongeacht de vorm waarin die vergoeding is gedaan.
In het geval van het eerste lid, onderdeel a, wordt de behandeling van de aanvraag ten behoeve van de nabestaanden voortgezet, tenzij deze schriftelijk te kennen geven daarop geen prijs te stellen.
Voor zover er meer dan één nabestaande is, dragen de nabestaanden er zorg voor dat aan één van hen een volmacht wordt verleend tot vertegenwoordiging ten behoeve van de uitvoering van deze regeling, het in ontvangst nemen van een tegemoetkoming daarbij inbegrepen.
Artikel 4
De tegemoetkoming strekt tot tegemoetkoming in immateriële schade en bedraagt € 18.392,– .
Voor zover de persoon, bedoeld in artikel 2, of diens nabestaanden in verband met het geconstateerde maligne mesothelioom of de geconstateerde asbestose reeds een vergoeding van de immateriële schade heeft of hebben ontvangen en die vergoeding lager is dan € 18.392,–, wordt de hoogte van de tegemoetkoming vastgesteld op het verschil tussen het ontvangen bedrag en € 18.392,– .
Indien belasting ingevolge de Wet inkomstenbelasting 2001of premie voor de volksverzekeringen ingevolge de Wet financiering sociale verzekering verschuldigd is, wordt voor de toepassing van het tweede lid de hoogte van de vergoeding in aanmerking genomen nadat daarop de verschuldigde belasting en premie in mindering zijn gebracht.
§ 3. De aanvraag en informatieverplichtingen
Artikel 5
De SVB stelt op aanvraag vast of recht op een tegemoetkoming bestaat.
Een aanvraag om een tegemoetkoming wordt bij de SVB ingediend door middel van een door de SVB beschikbaar gesteld aanvraagformulier.
De persoon, bedoeld in artikel 2, verleent de SVB een onherroepelijke volmacht als bedoeld in artikel 74 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek om:
- a. de immateriële schade langs gerechtelijke weg te verhalen tot het bedrag, bedoeld inartikel 4, eerste lid, of tot een hoger bedrag wanneer dat is overeengekomen tussen de Minister en de mogelijk aansprakelijk te stellen partijen,
- b. een mededeling als bedoeld in artikel 106, tweede lid, tweede volzin, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, te doen, voor zover de persoon, bedoeld in artikel 2 deze mededeling niet zelf gedaan heeft, en
- c. de immateriële schadevergoeding namens de persoon, bedoeld in artikel 2, te innen.
Indien de SVB geen gebruik maakt van de volmacht, bedoeld in het derde lid, en de persoon, bedoeld in artikel 2, na het indienen van de aanvraag immateriële schadevergoeding ontvangt, doet die persoon hiervan onverwijld mededeling aan de SVB en betaalt hij de tegemoetkoming geheel, of wanneer de schadevergoeding lager is dan de tegemoetkoming, de tegemoetkoming voor dat deel, terug aan de SVB.
Indien de aanvraag om tegemoetkoming wordt gedaan door een nabestaande, zijn het tweede tot en met vierde lid van overeenkomstige toepassing.
Artikel 6
De persoon, bedoeld in artikel 2, verstrekt de SVB of de door haar aangewezen personen of instellingen bij de indiening van de aanvraag om tegemoetkoming in ieder geval:
- a. de inlichtingen en de bewijsstukken die noodzakelijk zijn ter vaststelling van maligne mesothelioom,
- b. de inlichtingen en de bewijsstukken inzake de eventuele, reeds gedane inspanningen om de schade langs burgerrechtelijke weg te verhalen,
- c. de inlichtingen en de bewijsstukken over de in verband met het geconstateerde maligne mesothelioom of de geconstateerde asbestose reeds ontvangen vergoeding van de immateriële schade, en
- d. de inlichtingen en zo mogelijk de bewijsstukken inzake de blootstelling aan asbest en de periode waarin de blootstelling heeft plaatsgevonden.
De persoon, bedoeld in artikel 2, verstrekt de SVB of de door haar aangewezen personen of instellingen op verzoek of uit eigen beweging de overige inlichtingen en bewijsstukken die nodig zijn voor de uitvoering van deze regeling en verleent ook overigens de medewerking die redelijkerwijs nodig is.
Indien de nabestaanden in het geval van artikel 3, eerste lid, onderdeel b, een aanvraag om tegemoetkoming indienen, zijn het eerste en het tweede lid op hen van overeenkomstige toepassing.
Indien de nabestaanden in het geval van artikel 3, eerste lid, onderdeel a, een recht op een tegemoetkoming hebben, is het tweede lid van overeenkomstige toepassing en verstrekken zij de SVB de inlichtingen en de bewijsstukken over de in verband met het geconstateerde maligne mesothelioom of de geconstateerde asbestose door hen reeds ontvangen vergoedingen van de immateriële schade.
In het geval van artikel 3, eerste lid, onderdeel b, kunnen nabestaanden tot en met 30 november 2008 een aanvraag om tegemoetkoming indienen.
§ 4. Betaling en terugvordering
Artikel 7
De tegemoetkoming wordt door de SVB zo spoedig mogelijk uitbetaald aan de persoon, bedoeld in artikel 2 of artikel 2a, of aan de nabestaanden, bedoeld in artikel 3.
Artikel 8
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.