← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Staatssecretaris van Financiën, de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 7 december 2007, nr. DGB 2007-5948, houdende regels ten aanzien van de behandeling van klachten over gedragingen van opsporingsambtenaren, werkzaam bij de bijzondere opsporingsdiensten en tot instelling van een onafhankelijke klachtencommissie (Klachtenregeling bijzondere opsporingsdiensten)

Geldende tekst a fecha 2014-03-12

Gelet op artikel 14 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten;

Besluiten:

§ 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

wet: Wet op de bijzondere opsporingsdiensten;

klachtencommissie: commissie als bedoeld in artikel 2;

Minister: Minister onder wie de bijzondere opsporingsdienst ressorteert waarbij de opsporingsambtenaar is aangesteld over wiens gedraging een schriftelijke klacht is ingediend.

§ 2. De klachtencommissie

Artikel 2
1.

Er is een Klachtencommissie bijzondere opsporingsdiensten, die is belast met de behandeling van klachten en met de advisering over de afhandeling daarvan, over gedragingen van opsporingsambtenaren, werkzaam bij:

3.

De klachtencommissie bestaat uit een onafhankelijke voorzitter en twee onafhankelijke leden. Zij worden benoemd en kunnen worden herbenoemd door de Minister van Financiën, de Minister van Infrastructuur en Milieu, de Minister van Economische Zaken en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, De benoeming geldt, behoudens tussentijds ontslag, voor een periode van vijf jaar.

4.

De voorzitter en de leden van de klachtencommissie ontvangen een bij of krachtens de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies bepaalde vergoeding.

Artikel 3
1.

De klachtencommissie wordt bijgestaan door of namens een door de Minister van Financiën aangewezen secretaris. De secretaris is geen lid van de klachtencommissie.

2.

De klachtencommissie stelt met in achtneming van hoofdstuk 9, afdeling 9.1.3, van de Algemene wet bestuursrecht een reglement omtrent haar werkwijze vast, dat door de voorzitter en de leden wordt ondertekend. Voor zover dit reglement de werkwijze betreft van het secretariaat, geschiedt de vaststelling na overleg met de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst en Economische Controledienst.

3.

Het is de voorzitter, de leden en de secretaris van de klachtencommissie verboden hetgeen zij als zodanig te weten zijn gekomen, verder bekend te maken dan voor de uitoefening van hun functie gevorderd wordt.

§ 3. De behandeling van schriftelijke klachten

Artikel 4

Een schriftelijke klacht over een gedraging van een opsporingsambtenaar wordt ingediend bij de Minister.

Artikel 5
1.

Onverminderd artikel 9:5 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 15 van de wet, vermeldt de Minister bij het bericht van ontvangst, bedoeld in artikel 9:6 van de Algemene wet bestuursrecht, het verloop en de duur van de klachtenprocedure en zendt hij onverwijld een afschrift van de klacht, van de daarbij meegezonden stukken en van de ontvangstbevestiging aan de klachtencommissie.

2.

Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 9:8 van de Algemene wet bestuursrecht, zendt de Minister onverwijld een afschrift van de kennisgeving, bedoeld in artikel 9:8, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, aan de klachtencommissie en aan het hoofd van het functioneel parket.

Artikel 6
1.

Indien de Minister binnen vier weken na de datum van de ontvangstbevestiging een advies ontvangt van het hoofd van het functioneel parket, zendt hij onverwijld een afschrift van dit advies aan de klachtencommissie.

2.

Indien het advies van de klachtencommissie afwijkt van een haar tijdig toegezonden advies van het hoofd van het functioneel parket, vermeldt de klachtencommissie de redenen voor afwijking in haar advies.

Artikel 7

De Minister zendt een afschrift van de kennisgeving, bedoeld in artikel 9:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, aan de klachtencommissie, het hoofd van het functioneel parket en de betrokken opsporingsambtenaar.

§ 4. De registratie van klachten

Artikel 8

De klachtencommissie draagt zorg voor:

§ 5. Inwerkingtreding en overgangsrecht

Artikel 9
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2008.

2.

Een klacht over een gedraging van een opsporingsambtenaar die is ingediend vóór 1 januari 2008, wordt voor advies voorgelegd aan de klachtencommissie, tenzij ter zake van die klacht reeds toepassing is gegeven aan artikel 9:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 10

Deze regeling wordt aangehaald als: Klachtenregeling bijzondere opsporingsdiensten.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.