Wet van 6 december 2007, houdende algemene bepalingen met betrekking tot de erkenning van EG-beroepskwalificaties (Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties)

Type Wet
Publication 2021-08-26
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 3. Tijdelijke en incidentele dienstverrichting

Hoofdstuk 4. Overige bepalingen

Hoofdstuk 5. Wijziging andere wetten

Justitie

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Artikel 42

Wijzigt de Algemene wet erkenning EG-beroepsopleidingen.

Artikel 42a

Wijzigt de Wet educatie en beroepsonderwijs.

Artikel 43

Wijzigt de Wet op de expertisecentra.

Artikel 44

Wijzigt de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Artikel 45

Wijzigt de Wet op het primair onderwijs.

Artikel 46

Wijzigt de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank.

Artikel 47

Wijzigt de Wet op het voortgezet onderwijs.

Verkeer en Waterstaat

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging hebben genomen, dat het noodzakelijk is bij de wet regels te stellen ter uitvoering van richtlijn nr. 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PbEU L 255);

dat deze regels voor onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie, andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en Zwitserland de toegang tot en uitoefening van een gereglementeerd beroep in Nederland moeten waarborgen die afhankelijk zijn gesteld van het bezit van bepaalde beroepskwalificaties, indien de in een andere betrokken staat of andere betrokken staten verworven beroepskwalificaties aan hen het recht verlenen aldaar hetzelfde beroep uit te oefenen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1. Definities

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

aanpassingsstage: uitoefening in Nederland van een gereglementeerd beroep onder verantwoordelijkheid van een gekwalificeerde beroepsbeoefenaar, met in voorkomend geval een aanvullende opleiding, teneinde te kunnen beoordelen of de migrerende beroepsbeoefenaar voldoende bekwaamheid bezit om het desbetreffende beroep in Nederland uit te oefenen;

bekwaamheidsattest: bekwaamheidsattest als bedoeld in artikel 9, onder e;

beroepservaring: daadwerkelijke en geoorloofde voltijdse of gelijkwaardige deeltijdse uitoefening van het betrokken beroep in een betrokken staat;

beroepskwalificaties: kwalificaties die worden gestaafd door een opleidingstitel, een bekwaamheidsattest of beroepservaring;

beroepsstage: een periode van beroepsuitoefening onder toezicht van een supervisor die geldt als een voorwaarde voor toegang tot of uitoefening van een gereglementeerd beroep, en die plaatsvindt tijdens dan wel na afloop van een opleiding die leidt tot een diploma, certificaat of bekwaamheidsattest als bedoeld in artikel 9;

betrokken staat: lidstaat van de Europese Unie, andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland;

dwingende redenen van algemeen belang: redenen die als zodanig zijn erkend in de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie;

ECTS-studiepunten: studiepunten die zijn gewaardeerd conform het European Credit Transfer System;

een leven lang leren: het geheel van alle vormen van algemeen onderwijs, beroepsonderwijs en beroepsopleidingen, niet-formeel onderwijs en informeel leren die gedurende het gehele leven plaatsvinden en die tot meer kennis, vaardigheden en competenties leiden, eventueel ook op het gebied van de beroepsethiek;

erkenning van beroepskwalificaties: erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5;

Europese beroepskaart: elektronisch document dat dient als bewijs dat een migrerende beroepsbeoefenaar aan de noodzakelijke voorwaarden voldoet voor toegang tot of uitoefening van een gereglementeerd beroep in een betrokken staat;

gereglementeerd beroep:

gereglementeerde opleiding: opleiding die specifiek op een bepaald beroep is gericht en die bestaat uit een studiecyclus waarvan de structuur en het niveau bij of krachtens wet zijn vastgesteld, in voorkomend geval aangevuld met een beroepsopleiding, beroepsstage of praktijkervaring, waarvan de structuur en het niveau bij of krachtens wet zijn vastgesteld;

IMI: elektronisch informatiesysteem, bedoeld in artikel 1 van Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt («de IMI-verordening»);

migrerende beroepsbeoefenaar:

Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat;

Onze Minister die het aangaat: Onze Minister onder wiens beleidsverantwoordelijkheid de reglementering bij of krachtens wet van de toegang tot of uitoefening van het desbetreffende gereglementeerde beroep valt;

opleidingstitel:

proeve van bekwaamheid: toets afgenomen of aanvaard door Onze Minister die het aangaat, inzake de beroepskennis, -vaardigheden en -competenties van de migrerende beroepsbeoefenaar, die tot doel heeft te beoordelen of de migrerende beroepsbeoefenaar de bekwaamheid bezit om in Nederland een gereglementeerd beroep uit te oefenen, en die betrekking heeft op de vakgebieden die niet worden bestreken door de opleiding die de migrerende beroepsbeoefenaar heeft gevolgd en die wezenlijk zijn voor de uitoefening van het beroep in Nederland, en waaronder mede kan zijn begrepen kennis van de beroepsregels die in Nederland op de betrokken activiteiten van toepassing zijn, waarbij in aanmerking wordt genomen dat de migrerende beroepsbeoefenaar in de betrokken staat van oorsprong of herkomst een gekwalificeerde beroepsbeoefenaar is;

richtlijn: Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PbEU L 255), zoals deze laatstelijk gewijzigd is bij Richtlijn 2013/55/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 tot wijziging van Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties en Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt («de IMI-verordening») (PbEU 2013, L 354)»;

verklaring omtrent het gedrag: verklaring als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.

Artikel 2. Orgaan organisatie van beroepsbeoefenaars
1.

Voor de erkenning als specialist in de zin van artikel 14 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg wordt onder Onze Minister die het aangaat verstaan het orgaan, bedoeld in artikel 14, tweede lid, onder e, van die wet.

2.

Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op de artikelen 17, 18, 33, 34, en 36.

Artikel 3. Hetzelfde beroep

Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt het beroep dat de migrerende beroepsbeoefenaar in een betrokken staat wenst uit te oefenen, aangemerkt als hetzelfde als dat waarvoor hij in de betrokken staat van oorsprong of herkomst de kwalificaties bezit, indien daaronder vergelijkbare werkzaamheden vallen.

Artikel 4. Reikwijdte
1.

Deze wet is van toepassing op gereglementeerde beroepen, voor zover niet bij of krachtens wet ten aanzien van een beroep is geïmplementeerd:

2.

Deze wet is niet van toepassing op de gereglementeerde beroepen van notaris en toegevoegd notaris als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, van de Wet op het notarisambt. Deze wet is evenmin van toepassing op het gereglementeerde beroep van kandidaat-notaris als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op het notarisambt, voor zover deze is belast met waarneming als bedoeld in artikel 29 van de Wet op het notarisambt.

3.

Deze wet is niet van toepassing op een gereglementeerd beroep dat tevens een betrekking in overheidsdienst is als bedoeld in artikel 45, vierde lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, tenzij bij of krachtens de wet anders is bepaald.

Hoofdstuk 2. Erkenning van beroepskwalificaties

Artikel 5. Erkenning beroepskwalificaties
1.

Onze Minister die het aangaat kan erkenning van beroepskwalificaties verlenen aan een migrerende beroepsbeoefenaar die in Nederland toegang tot of uitoefening van een gereglementeerd beroep wenst op basis van beroepskwalificaties die in een andere betrokken staat verplicht zijn gesteld voor toegang tot of uitoefening van dat beroep.

2.

De migrerende beroepsbeoefenaar aan wie erkenning van beroepskwalificaties is verleend ten aanzien van een gereglementeerd beroep, voldoet aan de bij of krachtens wet voor de toelating tot of uitoefening van het desbetreffende beroep vereiste beroepskwalificaties en kan dat beroep uitoefenen onder de voorwaarden die in Nederland voor die beroepsuitoefening zijn gesteld.

Artikel 6. Vereisten erkenning beroepskwalificaties
1.

Onze Minister die het aangaat verleent erkenning van beroepskwalificaties indien de migrerende beroepsbeoefenaar in het bezit is van een opleidingstitel die of een door het bevoegd gezag in een andere betrokken staat dan Nederland afgegeven bekwaamheidsattest dat blijk geeft van een beroepskwalificatieniveau, bedoeld in artikel 9, dat in de andere betrokken staat verplicht wordt gesteld aan de uitoefening van het betrokken beroep.

2.

Onze Minister die het aangaat verleent eveneens erkenning van beroepskwalificaties indien de migrerende beroepsbeoefenaar het beroep in de tien jaar voorafgaand aan de aanvraag gedurende een jaar voltijds of gedurende een gelijkwaardige periode deeltijds heeft uitgeoefend in een andere betrokken staat dan Nederland waar dat beroep niet is gereglementeerd en de migrerende beroepsbeoefenaar in het bezit is van een of meer opleidingstitels of door het bevoegd gezag in een andere betrokken staat dan Nederland afgegeven bekwaamheidsattesten die aantonen dat de migrerende beroepsbeoefenaar op de uitoefening van het betrokken beroep is voorbereid.

3.

Onze Minister die het aangaat erkent:

Artikel 7. Gereglementeerde opleiding

De beroepservaring van een jaar, bedoeld in artikel 6, tweede lid, wordt niet geëist indien de migrerende beroepsbeoefenaar met de opleidingstitel of opleidingstitels een gereglementeerde opleiding heeft afgesloten.

Artikel 8. Geen erkenning beroepskwalificaties bij vier niveaus verschil

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.