← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van 14 december 2007, houdende bepalingen ter uitvoering van de Wet politiegegevens (Besluit politiegegevens)

Geldende tekst a fecha 2013-06-01

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie, mede namens Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Defensie van 11 juni 2007, nr. 5488670/07/6;

Gelet op de artikelen 6, zesde en zevende lid, 10, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, en onderdeel b, 11, derde lid, 12, vijfde lid, 13, vierde lid, 15, tweede lid, 17, zesde lid, 18, eerste lid, 21, 22, tweede lid, 23, tweede lid, 31, eerste lid, 32, vierde lid, 33, vijfde lid, en 46, eerste lid, van de Wet politiegegevens en artikel 4, tweede lid, van de Wet melding ongebruikelijke transacties;

De Raad van State gehoord (advies van 7 augustus 2007, nr. W03.07.0163/II);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie, mede namens Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Defensie van 5 december 2007, nr. 5516760/07/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet politiegegevens in werking treedt.

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1:1. Definitie

In dit besluit en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder wet: de Wet politiegegevens.

Paragraaf 2. Autorisaties

Artikel 2:1. In combinatie verwerken o.g.v. artikel 8, derde lid (artikel 6, zesde lid)

Voor het in combinatie met elkaar verwerken van politiegegevens, bedoeld in artikel 8, derde lid, van de wet kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die zijn belast met taken of werkzaamheden op het gebied van de coördinatie van het informatieproces ter ondersteuning van een goede uitvoering van de politietaak.

Artikel 2:2. Geautomatiseerd vergelijken en in combinatie zoeken o.g.v. artikel 11, eerste, tweede en vierde lid (artikel 6, zesde lid)
1.

Voor het geautomatiseerd vergelijken van politiegegevens, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de wet, kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die zijn belast met de taken of werkzaamheden, bedoeld in artikel 2:1. In voorkomende gevallen kunnen daarvoor tevens worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een eenheid die is belast met de verwerking van politiegegevens als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, b of c, van de wet.

2.

Voor het geautomatiseerd vergelijken alsmede het in combinatie met elkaar verwerken van politiegegevens, bedoeld in artikel 11, tweede onderscheidenlijk vierde lid, van de wet, kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een eenheid die is belast met de verwerking van politiegegevens als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, b of c, van de wet. In voorkomende gevallen kunnen daarvoor tevens worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die zijn belast met de taken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 2:1.

3.

De ambtenaren van politie, bedoeld in de laatste zin van het tweede lid, worden slechts geautoriseerd voor de verwerking van politiegegevens, voor zover dat dringend noodzakelijk is voor een goede uitvoering van de politietaak en in overeenstemming met het hoofd van de in het tweede lid genoemde eenheid.

Artikel 2:3. Informanten (artikel 6, zesde lid)
1.

Voor het verwerken van politiegegevens met het oog op de controle en het beheer van een informant alsmede de beoordeling en verantwoording van het gebruik van informantgegevens, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de wet, kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een eenheid die is belast met de verwerking van politiegegevens als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a of c, van de wet.

2.

Voor het verwerken van politiegegevens als bedoeld in artikel 6:1, eerste lid, onderdeel a, kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een eenheid die is belast met infiltratie, pseudo-koop of -dienstverlening en stelselmatige inwinning van informatie.

3.

Voor het verwerken van politiegegevens als bedoeld in artikel 6:1, eerste lid, onderdeel b, kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een dienst van een landelijke eenheid als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012 die is belast met werkzaamheden op het terrein van getuigenbescherming.

4.

Voor het geautomatiseerd vergelijken van politiegegevens, bedoeld in artikel 12, vierde lid, van de wet, kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een eenheid die is belast met de verwerking van politiegegevens als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a of c, van de wet.

5.

De ambtenaren van politie, bedoeld in de vorige leden van dit artikel, worden slechts geautoriseerd voor de verwerking van politiegegevens, voor zover dat dringend noodzakelijk is voor een goede uitvoering van hun taak.

6.

Voor het verwerken van identificerende gegevens van een informant kunnen uitsluitend worden geautoriseerd het hoofd van de eenheid, bedoeld in artikel 2.10, tweede lid, of diens plaatsvervanger.

Artikel 2:4. Themaverwerking ernstige misdrijven (artikel 6, zesde lid)
1.

Voor het verwerken van gegevens met het oog op het verkrijgen van inzicht in de betrokkenheid van personen bij handelingen die kunnen wijzen op het beramen of plegen van de misdrijven bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de wet kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een daartoe ingerichte eenheid die specifiek is belast met de verwerking van politiegegevens als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de wet.

2.

In bijzondere gevallen kan de verantwoordelijke andere ambtenaren van politie autoriseren voor de verwerking, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 2:5. CIE- en RID-verwerking (artikel 6, zesde lid)
1.

Voor het verwerken van gegevens met het oog op het verkrijgen van inzicht in de betrokkenheid van personen bij het beramen of plegen van de misdrijven, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de wet kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die zijn belast met de verwerking van politiegegevens als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de wet. In voorkomende gevallen kunnen daarvoor tevens worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die zijn belast met taken of werkzaamheden op het gebied van de coördinatie van het informatieproces ter ondersteuning van een goede uitvoering van de politietaak.

2.

Voor het verwerken van gegevens met het oog op het verkrijgen van inzicht in de betrokkenheid van personen bij handelingen die, gezien hun aard of frequentie of het georganiseerde verband waarin zij worden gepleegd, een ernstige schending van de openbare orde vormen, kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die zijn belast met de verwerking van politiegegevens als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de wet. In voorkomende gevallen kunnen daarvoor tevens worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die zijn belast met taken en werkzaamheden op het gebied van de coördinatie van het informatieproces ter ondersteuning van de goede uitvoering van de politietaak.

3.

De ambtenaren van politie, bedoeld in de laatste zin van het tweede lid, worden slechts geautoriseerd voor de verwerking van politiegegevens, voor zover dat dringend noodzakelijk is voor een goede uitvoering van de politietaak en in overeenstemming met het hoofd van de betreffende eenheid.

Artikel 2:6. Instemming officier van justitie

De categorieën van ambtenaren die in aanmerking kunnen komen voor de autorisaties, bedoeld in de artikelen 2:3, 2:4 en 2:5, eerste lid, worden aangewezen in overeenstemming met de officier van justitie.

Artikel 2:7. Gegevensverwerking door het MOT
1.

Voor het verwerken van gegevens met het oog op het doel, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, kunnen worden geautoriseerd de personen die betrokken zijn bij het bewerken en analyseren van gegevens over ongebruikelijke transacties.

2.

De autorisaties kunnen, namens de verantwoordelijke, worden verstrekt door het hoofd van het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties.

Artikel 2:8. Ondersteunende taken (artikel 6, zesde lid)

Voor het verwerken van gegevens met het oog op het uitvoeren van:

kunnen worden geautoriseerd de ambtenaren van politie die werkzaam zijn bij een eenheid die met de uitvoering van deze taak is belast.

Artikel 2:9. Opleidingen (artikel 6, zesde lid)

De verantwoordelijke draagt er zorg voor dat de ambtenaren van politie, bedoeld in de artikelen 2:1 tot en met 2:5, beschikken over voldoende kennis en vaardigheden op het gebied van:

De eisen inzake kennis en vaardigheden verschillen naar gelang van de aard van de verwerking waartoe de ambtenaar wordt geautoriseerd. Indien noodzakelijk kunnen deze eisen bij ministeriële regeling worden vastgesteld.

Artikel 2:10. Instemming (artikel 6, zevende lid)
1.

Als functionaris, bedoeld in de artikelen 9, derde lid, 11, eerste, tweede en vierde lid en 13, derde lid, van de wet, kunnen worden aangewezen de leider van het betreffende onderzoek of zijn plaatsvervanger.

2.

Als functionaris, bedoeld in de artikelen 10, vijfde lid, 11, tweede en vierde lid en 13, derde lid, van de wet, kunnen worden aangewezen het hoofd van de betreffende eenheid die is belast met de verwerking van politiegegevens, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdelen a, b of c, van de wet, dan wel het hoofd van een eenheid met een vergelijkbare taak of hun plaatsvervangers.

Artikel 2:11. Gegevensvergelijking (artikel 11, derde lid)

Indien bij de gegevensvergelijking, bedoeld in artikel 11 van de wet, gegevens overeenkomen, worden de verbanden op de volgende wijze zichtbaar gemaakt:

Artikel 2:12. Codering (artikel 11, derde lid)

De functionaris, bedoeld in artikel 2:10, kan, indien noodzakelijk voor de goede uitvoering van de gegevensvergelijking, bedoeld in artikel 11 van de wet, politiegegevens voorzien van één van de navolgende codes:

Artikel 2:13. Weigeringsgronden (artikel 15, tweede lid)
1.

Het ter beschikking stellen van politiegegevens kan alleen worden geweigerd of aan beperkende voorwaarden worden onderworpen in het geval:

2.

De terbeschikkingstelling van persoonsgegevens, die worden verwerkt door het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties, kan worden geweigerd tenzij:

Paragraaf 3. Gegevensverwerking ernstige misdrijven

Artikel 3:1. Ernstige inbreuk rechtsorde misdrijven (artikel 10, eerste lid, onderdeel a, onder 3°)

De misdrijven, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, van de wet die gezien hun aard of samenhang met andere door de betrokkene begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren, zijn:

Artikel 3:2. Ernstig gevaar rechtsorde misdrijven (artikel 10, eerste lid, onderdeel b)

De categorieën van misdrijven, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de wet, die door hun omvang of ernst of hun samenhang met andere misdrijven een ernstig gevaar voor de rechtsorde opleveren, zijn:

Paragraaf 4. Verstrekking politiegegevens aan derden

Artikel 4:1. Verstrekking politiegegevens artikel 13, eerste lid, onder a en d (artikel 18, eerste lid)
1.

Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig artikel 13, eerste lid, onderdeel a en onderdeel d, van de wet, kunnen, voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak, worden verstrekt aan:

2.

De op grond van het eerste lid, onder b verstrekte gegevens met betrekking tot individuele personen worden door de luchtvaartmaatschappijen niet langer verwerkt dan gedurende een termijn van ten hoogste zesendertig maanden na de datum van de aanhouding van de betrokkene, die aanleiding geeft tot opneming van de gegevens op de lijst.

Artikel 4:2. Verstrekking politiegegevens artikelen 8 en 13, eerste lid (artikel 18, eerste lid)
1.

Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 8 en 13, eerste lid, van de wet, kunnen, voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak, worden verstrekt aan:

2.

Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 8 en 13, eerste lid, van de wet kunnen, voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak, worden verstrekt aan ambtenaren die bij of krachtens de wet zijn belast met het houden van toezicht op de naleving van de bij ministeriële regeling aangewezen wetgeving, voor zover het betreft gegevens over de naleving van die wetgeving, en er tussen de verantwoordelijke en de betreffende ambtenaren afspraken zijn gemaakt over welke gegevens verstrekt worden, in welke gevallen en onder welke voorwaarden. De verantwoordelijke legt deze afspraken vast.

3.

Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 8 en 13, eerste lid, van de wet kunnen, voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak, worden verstrekt aan de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid respectievelijk Onze Minister van Financiën aangewezen ambtenaren, die zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen respectievelijk de Invorderingswet 1990 en de Algemene wet inzake rijksbelastingen ten behoeve van de inschatting van de veiligheidsrisico’s met betrekking tot de uitoefening van vorenbedoeld toezicht.

4.

Politiegegevens, die worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 8 en 13, eerste lid, van de wet, kunnen worden verstrekt aan de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, bedoeld in artikel 2 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, met het oog op signalering van veranderingen in de gegevens die in de basisadministratie zijn opgenomen.

Artikel 4:3. Verstrekking politiegegevens artikelen 8, 9, 10 en 13 (artikel 18, eerste lid)
1.

Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 8, 9, 10, eerste lid, onderdelen a en c en 13 van de wet kunnen, voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak, worden verstrekt aan:

2.

Politiegegevens, als bedoeld in het eerste lid kunnen, door tussenkomst van het openbaar ministerie, worden verstrekt aan de hierna te noemen personen of instanties:

3.

De politiegegevens, bedoeld in het tweede lid, worden door leden van het openbaar ministerie beoordeeld in het kader van de adviserende taak voor de uitvoering van de bovenbedoelde wetten en kunnen, in het kader van vorenbedoelde taak, worden verstrekt aan de personen en instanties, genoemd in het tweede lid. Aan de verstrekking van de politiegegevens kunnen door de leden van het openbaar ministerie nadere voorwaarden worden gesteld. Die voorwaarden kunnen onder meer betreffen het ter beschikking stellen of doorgeven van die gegevens of inlichtingen aan derden.

4.

De politiegegevens, bedoeld in het tweede en derde lid, die zijn verstrekt aan de personen en instanties, bedoeld in het tweede lid, worden niet langer dan gedurende een termijn van twaalf maanden na de datum van verkrijgen bewaard. De gegevens kunnen langer worden bewaard met bijzondere toestemming van het openbaar ministerie. Daarbij kunnen nadere voorwaarden worden gesteld.

5.

Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 8, 9, 10, eerste lid, onderdelen a en c, en 13, eerste lid, van de wet, kunnen worden verstrekt aan de volgende personen en instanties, voor zover zij deze behoeven voor het nemen van de besluiten waarmee zij zijn belast op grond van de hiernavolgende wetten:

6.

Politiegegevens die worden verstrekt in de gevallen, bedoeld in het vijfde lid, kunnen tevens worden verstrekt aan een bestuursorgaan dat beslist naar aanleiding van een ingesteld bezwaar of administratief beroep.

Artikel 4:4. Verstrekking politiegegevens artikelen 8, 9, 10 en 13 (artikel 18, eerste lid)

Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 8, 9, 10 en 13 van de wet kunnen, voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak, worden verstrekt aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten behoeve van:

Artikel 4:5. Verstrekking artikel 9- of 10-gegevens op incidentele basis of ten behoeve van een samenwerkingsverband (artikel 21)
1.

In de gevallen waarin de verantwoordelijke beslist tot verstrekking van politiegegevens op grond van artikel 19 of artikel 20, eerste lid, van de wet, worden geen politiegegevens verstrekt die worden verwerkt overeenkomstig artikel 9 of artikel 10 van de wet.

2.

Indien dringend noodzakelijk voor een goede uitvoering van de politietaak kan de verantwoordelijke in afwijking van het eerste lid beslissen tot verstrekking van politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig artikel 9 of 10, eerste lid, onderdelen a en c van de wet, na overleg met een functionaris die is aangewezen op grond van artikel 2:10.

Artikel 4:6. Rechtstreekse verstrekking politiegegevens (artikel 23, tweede lid)

Aan de volgende daartoe bepaald aangewezen personen kunnen op grond van artikel 23, tweede lid, van de wet, rechtstreeks politiegegevens, die worden verwerkt op grond van de artikelen 8, 9 of 10, eerste lid, onderdelen a en c, en 13 van de wet worden verstrekt, voor zover zij deze behoeven voor de volgende doeleinden:

Artikel 4:7. Verstrekking politiegegevens ten behoeve van beleidsinformatie, wetenschappelijk onderzoek en statistiek (artikel 22, tweede lid)
1.

Politiegegevens, die worden verwerkt op grond van de artikelen 8 en 13, eerste lid, van de wet, kunnen slechts worden verstrekt ten behoeve van beleidsinformatie en wetenschappelijk onderzoek en statistiek nadat aan de betrokken onderzoeker daartoe schriftelijk toestemming is verleend door:

2.

De toestemming, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts gegeven indien

3.

Aan de toestemming, bedoeld in het eerste lid, kunnen voorwaarden worden verbonden.

4.

De toestemming, bedoeld in het eerste lid, wordt ter kennis gebracht van de betreffende verantwoordelijke en geldt als machtiging tot het verstrekken van de omschreven gegevens.

5.

Rechtstreekse benadering van personen, over wie politiegegevens worden verwerkt, door de onderzoeker vindt niet plaats, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan bij de toestemming ingevolge het eerste lid. Deze toestemming kan slechts worden verleend indien rechtstreekse benadering voor het doel van het onderzoek onvermijdelijk is.

6.

Indien politiegegevens, als bedoeld in de artikelen 8, 9, 10 of 13 van de wet,.op grond van artikel 18, tweede lid, van de wet worden verstrekt ten behoeve van het in het eerste lid omschreven doel, is het bepaalde in het tweede, derde, vierde en vijfde lid van toepassing.

Artikel 4:8. Geheimhoudingsplicht

Bij de verstrekking van politiegegevens aan derden, op grond van de artikelen 19 en 20 van de wet, wijst de verantwoordelijke de betrokken personen en instanties op de geheimhoudingsplicht, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet.

Paragraaf 5. Verstrekking politiegegevens aan het buitenland

Artikel 5:1. Verstrekking politiegegevens buitenland (artikel 17, zesde lid)
1.

Aan autoriteiten in een land binnen het Koninkrijk, in een ander land of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, die zijn belast met de uitvoering van de politietaak, kunnen politiegegevens worden verstrekt, voorzover dit noodzakelijk is voor de goede uitvoering van de politietaak in het Europese deel van Nederland, dan wel voorzover dit noodzakelijk is voor de goede uitvoering van de politietaak in het desbetreffende land dan wel het openbare lichaam ingeval van:

2.

De gegevens worden verstrekt onder de algemene voorwaarde dat deze slechts kunnen worden verwerkt voor het doel waarvoor ze zijn verstrekt. In bijzondere gevallen kunnen de verstrekte gegevens verder worden verwerkt ten behoeve van de voorkoming van een onmiddellijke en ernstige bedreiging van de openbare veiligheid. Op verzoek van de ontvangende persoon of instantie kan de verantwoordelijke instemmen met de verdere verwerking van verstrekte gegevens voor een ander doel voor zover dit noodzakelijk is voor de goede uitvoering van de politietaak in dat land of de openbare lichamen.

3.

De verstrekking van politiegegevens, die worden verwerkt in verband met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde of de handhaving van de openbare orde, vindt plaats door tussenkomst van een landelijke eenheid als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012. De verstrekking kan zonder tussenkomst van deze landelijke eenheid plaatsvinden overeenkomstig afspraken met politieautoriteiten in het buitenland, voor zover deze afspraken zijn goedgekeurd door Onze Minister van Veiligheid en Justitie.

4.

In de grensgebieden kan de verstrekking, bedoeld in de eerste zin van het derde lid, zonder tussenkomst van de landelijke eenheid, bedoeld in het derde lid, plaatsvinden voor zover dit voortvloeit uit een verdrag waar ook België of Duitsland als verdragssluitende partij bij betrokken zijn of uit een besluit, bedoeld in artikel 34, tweede lid van, het Verdrag betreffende de Europese Unie.

5.

Politiegegevens die betrekking hebben op de in artikel 5 van de wet genoemde kenmerken worden slechts verstrekt indien dit met het oog op een juiste beantwoording van een door een buitenlandse politieautoriteit gestelde vraag onvermijdelijk is.

6.

Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op politiegegevens die worden verwerkt op grond van artikel 10, eerste lid, onderdeel b van de wet. Verstrekking van gegevens die worden verwerkt op grond van artikel 10, eerste lid, onderdeel a of onderdeel c, van de wet vindt slechts plaats na instemming van de betrokken officier van justitie, respectievelijk de betrokken burgemeester.

7.

Voor zover mogelijk controleert de verstrekkende autoriteit in Nederland de kwaliteit van de politiegegevens voordat de gegevens worden verstrekt en wordt aan de verstrekte gegevens informatie toegevoegd aan de hand waarvan de ontvanger de mate van juistheid, volledigheid, actualiteit en betrouwbaarheid kan beoordelen.

8.

Als blijkt dat onjuiste gegevens zijn verstrekt deelt de verstrekkende autoriteit dit onverwijld mee aan de personen of instanties van de lidstaat aan wie de gegevens zijn verstrekt, met het verzoek de gegevens onmiddellijk te corrigeren, te wissen of af te schermen.

9.

Politiegegevens die worden verwerkt door het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties kunnen worden verstrekt aan van overheidswege aangewezen administratieve of politiële meldpunten in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba of in een land binnen het Koninkrijk of in een ander land die een vergelijkbare taak hebben als het meldpunt. Het bepaalde in het derde lid vindt geen toepassing.

Artikel 5:2. Ontvangst politiegegevens buitenland
1.

Indien politiegegevens zonder voorafgaand verzoek tot verstrekking worden ontvangen van een ander land of van een internationaal orgaan, beoordeelt de ontvangende autoriteit in Nederland onmiddellijk of deze gegevens noodzakelijk zijn voor het doel waarvoor zij zijn verstrekt.

2.

Indien krachtens het recht van het andere land specifieke beperkingen op de verwerking van politiegegevens gelden, ziet de ontvangende autoriteit in Nederland toe op inachtneming van de beperkingen indien deze door de verstrekkende autoriteit zijn gemeld.

3.

Indien politiegegevens worden ontvangen van een ander land of van een internationale organisatie, wordt de verstrekkende instantie desgevraagd geïnformeerd over de verwerking van de verstrekte gegevens en het daardoor behaalde resultaat.

Artikel 5:3. Verstrekking politiegegevens binnen de EU t.b.v. strafrechtelijke handhaving rechtsorde (artikel 17, zesde lid)
1.

Aan personen of instanties in een andere lidstaat van de Europese Unie, die zijn belast met de voorkoming en opsporing van strafbare feiten in de betreffende lidstaat, worden politiegegevens verstrekt onder gelijke voorwaarden als aan politieambtenaren in Nederland, voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van die taak en behoudens de toepassing van de gronden, bedoeld in het tweede lid.

2.

De verstrekking kan worden geweigerd of aan beperkende voorwaarden worden onderworpen indien dit:

3.

Aan personen of instanties in een andere lidstaat, als bedoeld in het eerste lid, worden politiegegevens verstrekt, voor zover zij deze behoeven ter voorkoming van strafbare feiten en ter handhaving van de openbare orde in verband met grootschalige evenementen. De politiegegevens kunnen uitsluitend worden verstrekt indien definitieve veroordelingen of andere feiten het vermoeden rechtvaardigen dat de desbetreffende personen tijdens de evenementen strafbare feiten zullen plegen of dat zij een gevaar voor de openbare orde en veiligheid vormen. De politiegegevens worden verstrekt onder de voorwaarde dat deze worden vernietigd zodra de doeleinden zijn verwezenlijkt, in elk geval uiterlijk na één jaar.

4.

De gegevens worden verstrekt onder de voorwaarde dat deze slechts kunnen worden verwerkt voor het doel waarvoor ze zijn verstrekt. Onverminderd specifieke regels in een richtlijn of verordening op grond van hoofdstuk 4 of hoofdstuk 5 van Titel V van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is tevens verdere verwerking door de bevoegde autoriteit in de ontvangende lidstaat mogelijk voor de volgende doelen:

5.

De gegevens worden verstrekt onder de voorwaarde dat deze door de ontvangende autoriteit worden vernietigd zodra de doeleinden zijn verwezenlijkt.

6.

Indien dit uit de wet voortvloeit kunnen bij de verstrekking termijnen worden gesteld, na afloop waarvan de verstrekte gegevens door de ontvangende autoriteit moeten worden vernietigd, behoudens wanneer verdere verwerking noodzakelijk is voor een lopend onderzoek, de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen.

7.

In afwijking van het vierde lid kunnen in specifieke omstandigheden door de verstrekkende autoriteit specifieke beperkingen worden gesteld aan de verdere verwerking van de verstrekte politiegegevens, voor zover deze beperkingen ook van toepassing zijn op de beschikbaarstelling van de gegevens aan andere politieambtenaren in Nederland.

8.

Artikel 5:1, derde, vierde en zevende lid en artikel 5:2 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5:4. Ontvangst politiegegevens binnen de EU t.b.v. strafrechtelijke handhaving rechtsorde
1.

Indien politiegegevens worden ontvangen van een andere lidstaat van de Europese Unie, kunnen deze slechts worden verwerkt voor het doel waarvoor ze zijn verstrekt. Tevens is verdere verwerking mogelijk voor de doelen, genoemd in artikel 5:3, vierde lid.

2.

Indien door de verstrekkende lidstaat op grond van het nationale recht termijnen zijn gesteld, na afloop waarvan de verstrekte gegevens moeten worden vernietigd, ziet de ontvangende autoriteit in Nederland erop toe dat de gegevens daadwerkelijk worden vernietigd.

3.

Artikel 5:2 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5:5. Rechtstreeks geautomatiseerde verstrekking politiegegevens binnen de EU (artikel 17, zesde lid)
1.

Verstrekking van politiegegevens betreffende de voorkoming en opsporing van strafbare feiten, aan politieautoriteiten in een andere lidstaat van de Europese Unie kan rechtstreeks plaatsvinden door middel van de geautomatiseerde vergelijking van de categorieën van politiegegevens, bedoeld in het tweede lid.

2.

De vergelijking van gegevens, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats in afzonderlijke gevallen en betreft dactyloscopische gegevens.

3.

Indien bij de gegevensvergelijking wordt vastgesteld dat gegevens overeenkomen dan worden uitsluitend de overeenkomende gegevens verstrekt. Voor verstrekking van nadere, met betrekking tot de overeenkomende gegevens beschikbare persoon- of zaaksgegevens is een verzoek, als bedoeld in artikel 552h van het Wetboek van Strafvordering, vereist. De verdere verwerking van de verstrekte politiegegevens is uitsluitend toegestaan met het oog op:

Na afloop van de gegevensvergelijking worden de verstrekte gegevens onverwijld gewist, tenzij verdere verwerking noodzakelijk is ten behoeve van de doelen, als bedoeld in onderdeel b of c.

4.

De verstrekking vindt uitsluitend plaats aan ambtenaren die werkzaam zijn bij daartoe aangewezen nationale politiële contactpunten en die zijn geautoriseerd voor de geautomatiseerde vergelijking van de politiegegevens. De lijst van ambtenaren, die zijn geautoriseerd tot de geautomatiseerde bevraging of vergelijking als bedoeld in het eerste lid, wordt desgevraagd ter beschikking gesteld aan de andere lidstaten en aan het College bescherming persoonsgegevens.

5.

Artikel 23, derde lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing.

6.

Het bepaalde in artikel 5:1, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.

Paragraaf 6. Diversen

Artikel 6:1. Overeenkomstige toepassing informanten (artikel 12, vijfde lid)
1.

Het bepaalde in artikel 12, eerste lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing op de volgende categorieën van personen:

2.

De verwerking, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, vindt slechts plaats omtrent:

3.

De verwerking, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, vindt slechts plaats omtrent:

Artikel 6:2. Ondersteunende taken (artikel 13, vierde lid)
1.

Over de verwerkingen bedoeld in artikel 13, eerste, tweede en derde lid, van de wet, wordt tevoren schriftelijk vastgelegd:

2.

Over de verwerkingen bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet, wordt bovendien tevoren schriftelijk vastgelegd welke van de betreffende gegevens voor de politie rechtstreeks raadpleegbaar worden gesteld en welke aan de politie ter beschikking worden gesteld voor zover zij deze nodig heeft voor de uitvoering van de politietaak.

3.

De op grond van het eerste en tweede lid schriftelijk vastgelegde gegevens worden ter inzage gelegd gedurende de tijd dat de gegevens ingevolge artikel 32, derde lid, van de wet beschikbaar zijn.

Artikel 6:3. Vergoeding van kosten (artikel 31, eerste lid)
1.

Voor een mededeling als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet, kan de verantwoordelijke ter vergoeding van kosten een bedrag van ten hoogste € 4,50 in rekening brengen aan betrokkene.

2.

De betaling van de geldsom geschiedt door betaling met een wettig betaalmiddel of op enige andere door de verantwoordelijke toegestane wijze van betaling.

3.

Bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie en Onze Minister van Defensie kan het bedrag, bedoeld in het eerste lid, jaarlijks worden aangepast.

Artikel 6:4. Protocolplicht (artikel 32, vierde lid)
1.

De schriftelijke vastlegging van het doel van het onderzoek, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de wet, omvat een omschrijving van het onderwerp waar het onderzoek op is gericht en op welk deel van de uitoefening van de politietaak het onderzoek betrekking heeft.

2.

Indien politiegegevens geautomatiseerd worden vergeleken met andere gegevens of in combinatie met elkaar worden verwerkt, als bedoeld in artikel 11, eerste, tweede, vierde en vijfde lid van de wet, worden van die verwerking de volgende gegevens vastgelegd:

3.

Het bepaalde in het tweede lid is van overeenkomstige toepassing indien politiegegevens ter beschikking worden gesteld voor hernieuwde verwerking op grond van artikel 9 of 10 van de wet, bedoeld in artikel 14, derde lid, van de wet.

4.

Indien politiegegevens op grond van paragraaf 3 van de wet worden verstrekt, worden van die verstrekking de volgende gegevens vastgelegd:

5.

Indien politiegegevens op grond van paragraaf 3 van de wet rechtstreeks langs geautomatiseerde weg, als bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet worden verstrekt, worden van die verstrekking de volgende gegevens vastgelegd:

6.

De verplichtingen van het vierde en vijfde lid zijn niet van toepassing op de verstrekking van gegevens op grond van artikel 16, eerste lid, onderdeel c, van de wet.

Artikel 6:5. Audits (artikel 33, vijfde lid)
1.

Twee jaren na inwerkingtreding van de wet, en vervolgens eenmaal in de vier jaren, laat de verantwoordelijke de uitvoering van de bij of krachtens de wet gegeven regels door een privacy audit controleren, op bij ministeriële regeling te bepalen wijze.

2.

De controle heeft betrekking op de wijze waarop het verwerken van politiegegevens is georganiseerd, de maatregelen en procedures die daarop van toepassing zijn en de werking van deze maatregelen en procedures.

3.

Een onafhankelijke auditor die voldoet aan de bij ministeriële regeling te stellen eisen van werkwijze, deskundigheid en betrouwbaarheid voert de controle uit.

4.

De hercontrole, bedoeld in artikel 33, derde lid, van de wet, vindt plaats op bij ministeriële regeling te bepalen wijze.

5.

Bij ministeriële regeling kan bepaald worden dat ter voorbereiding op de controle, bedoeld in het eerste lid, interne audits plaatsvinden en kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop deze audits worden verricht.

Artikel 6:6. Gegevensverwerking door het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties
1.

Bij het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties worden persoonsgegevens verwerkt over de volgende categorieën van personen:

2.

De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden verwijderd zodra zij niet langer noodzakelijk zijn voor het doel van de verwerking. De gegevens worden vernietigd uiterlijk vijf jaar na de datum van laatste opneming.

Paragraaf 7. Slotbepalingen

Artikel 7:1. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet politiegegevens in werking treedt.

Artikel 7:2. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit politiegegevens.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 4:3a. (verstrekking aan BES)
1.

Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 8, 9, 10, eerste lid, onderdelen a en c en 13 van de wet kunnen worden verstrekt aan leden van het openbaar ministerie met het oog op het verder verstrekken aan het openbaar ministerie in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba ten behoeve van de adviserende taak van laatstbedoeld openbaar ministerie in het kader van de uitvoering van de wetten, genoemd in artikel 6a:6, tweede lid, onderdelen a en b, en, door tussenkomst van dat openbaar ministerie in het kader van vorenbedoelde taak, verder worden verstrekt aan:

2.

Paragraaf 5. Verstrekking aan en ontvangst politiegegevens uit het buitenland en doorgifte aan derde landen

Paragraaf 6. Diversen

Paragraaf 6a. Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Artikel 6a:1. (toepasselijkheid op Bonaire, Sint Eustatius en Saba)

Dit besluit is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba met inachtneming van het in deze paragraaf bepaalde met dien verstande dat voor de toepassing of lezing van een aantal bepalingen in dit besluit artikel 36b onderscheidenlijk artikel 36c, eerste lid, van de wet in acht moet worden genomen.

Artikel 6a:2. (omzetting bepalingen naar toepasselijkheid Bonaire, Sint Eustatius en Saba)
1.

Voor de toepassing van:

Artikel 6a:3. Ernstige inbreuk rechtsorde misdrijven (artikel 10, eerste lid, onderdeel a, onder 3°)

In afwijking van artikel 3:1 zijn de misdrijven, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, onder 3° juncto artikel 36c, eerste lid, onderdeel c, van de wet die gezien hun aard of samenhang met andere door de betrokkene begane misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren:

Artikel 6a:4. Ernstig gevaar rechtsorde misdrijven (artikel 10, eerste lid, onderdeel b)

In afwijking van artikel 3:2 zijn de categorieën van misdrijven, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de wet, die door hun omvang of ernst of hun samenhang met andere misdrijven een ernstig gevaar voor de rechtsorde opleveren:

Artikel 6a:5. Verstrekking politiegegevens artikelen 8 en 13, eerste lid (artikel 18, eerste lid)
1.

In afwijking van artikel 4:2, eerste lid, kunnen politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 8 en 13, eerste lid, van de wet en voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak, worden verstrekt aan:

2.

Artikel 4:2, tweede lid, is van toepassing.

3.

Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 8 en 13, eerste lid, van de wet kunnen, voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak, worden verstrekt aan de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid respectievelijk Onze Minister van Financiën aangewezen ambtenaren, die zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen BES respectievelijk de hoofdstukken I en VIII van de Belastingwet BES ten behoeve van de inschatting van de veiligheidsrisico’s met betrekking tot de uitoefening van vorenbedoeld toezicht.

4.

Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 8 en 13, eerste lid, van de wet, kunnen worden verstrekt aan de basisadministratie persoonsgegevens van een van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, bedoeld in artikel 2 van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES, met het oog op de signalering van veranderingen in de gegevens die in de basisadministraties zijn opgenomen.

Artikel 6a:6. Verstrekking politiegegevens artikelen 8, 9, 10 en 13 (artikel 18, eerste lid)
1.

In afwijking van artikel 4:3, eerste lid, kunnen politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 8, 9, 10, eerste lid, onderdelen a en c juncto artikel 36c, eerste lid, onder c, en 13 van de wet en voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van hun taak, worden verstrekt aan:

2.

In afwijking van artikel 4:3, tweede lid, kunnen politiegegevens als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt aan leden van het openbaar ministerie ten behoeve van de adviserende taak in het kader van de uitvoering van de hierna te noemen wetten en door tussenkomst van dat openbaar ministerie in het kader van vorenbedoelde taak, verder worden verstrekt aan:

3.

Aan de verdere verstrekking van de op grond van het tweede lid verstrekte politiegegevens kunnen door het openbaar ministerie nadere voorwaarden worden gesteld. Die voorwaarden kunnen onder meer betreffen het ter beschikking stellen of doorgeven van die gegevens of inlichtingen daarover aan derden.

4.

De op grond van het tweede lid verstrekte gegevens worden door de in dat lid genoemde personen en instanties niet langer dan gedurende een termijn van twaalf maanden na datum van verkrijgen bewaard. Gegevens die door de leden van het openbaar ministerie verder zijn verstrekt, kunnen langer worden bewaard met bijzondere toestemming van het

5.

Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 8, 9, 10, eerste lid, onderdelen a en c, en 13, eerste lid, van de wet, kunnen worden verstrekt aan Onze Minister van Veiligheid en Justitie, ten behoeve van het nemen van een beslissing op grond van de Wapenwet BES en de Vuurwapenwet BES. Deze gegevens kunnen tevens worden verstrekt aan een bestuursorgaan dat beslist naar aanleiding van een ingesteld administratief beroep.

Artikel 6a:7. (verstrekking aan Europese deel van Nederland)
1.

Politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 8, 9, 10, eerste lid, onderdelen a en c juncto artikel 36c, eerste lid, onder c, en 13 van de wet kunnen worden verstrekt aan leden van het openbaar ministerie met het oog op het verder verstrekken aan het openbaar ministerie in het Europese deel van Nederland ten behoeve van de adviserende taak van laatstbedoeld openbaar ministerie in het kader van de uitvoering van de wetten, genoemd in artikel 4:3, tweede lid, en, door tussenkomst van dat openbaar ministerie in het kader van vorenbedoelde taak, verder worden verstrekt aan:

2.

Paragraaf 7. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 5:6. Verstrekking politiegegevens aan gemeenschappelijke teams binnen de EU (artikel 17, zesde lid)
1.

Aan de politieambtenaar uit een andere lidstaat van de Europese Unie, die is toegevoegd aan een gemeenschappelijk onderzoeksteam als bedoeld in artikel 552qa van het Wetboek van Strafvordering dat is gevestigd in Nederland, kunnen politiegegevens worden verstrekt op gelijke voet als aan Nederlandse politieambtenaren, voor zover zij deze behoeven voor de doeleinden waarvoor het gemeenschappelijke onderzoeksteam is ingesteld.

2.

Aan de Nederlandse politieambtenaar die is toegevoegd aan een gemeenschappelijk onderzoeksteam als bedoeld in artikel 552qa van het Wetboek van Strafvordering dat is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie, kunnen politiegegevens worden verstrekt met het oog op de gebruikmaking daarvan voor de doeleinden waarvoor het gemeenschappelijke onderzoeksteam is ingesteld.

Artikel 5:7. Verstrekking politiegegevens aan Europol
1.

Aan Europol worden politiegegevens verstrekt ten behoeve van de vervulling van de doelstelling en taken van die dienst, voor zover dat voortvloeit uit een richtlijn of verordening op grond van hoofdstuk 4 of hoofdstuk 5 van Titel V van het verdrag betreffende de Europese Unie. De politiegegevens worden verstrekt door tussenkomst van de landelijke eenheid, bedoeld in artikel 5:1, derde lid.

2.

De verstrekking van gegevens aan Europol kan worden geweigerd indien:

Artikel 5:8. Verstrekking politiegegevens aan Eurojust
1.

Aan Eurojust worden politiegegevens verstrekt ten behoeve van de vervulling van de doelstelling en taken van die organisatie, voor zover dat voorvloeit uit een richtlijn of verordening op grond van hoofdstuk 4 of hoofdstuk 5 van Titel V van het verdrag betreffende de Europese Unie. De politiegegevens worden verstrekt door tussenkomst van het nationale lid van Eurojust.

2.

De verstrekking van politiegegevens aan Eurojust kan worden geweigerd indien wezenlijke nationale veiligheidsbelangen worden geschaad of de veiligheid van een persoon in gevaar wordt gebracht.

3.

Politiegegevens worden verstrekt aan het nationale lid van Eurojust, voor zover hij deze behoeft in verband met de doelstelling en taken, bedoeld in het eerste lid. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5:9. Doorgifte politiegegevens aan derde landen
1.

Politiegegevens, die zijn ontvangen van een lidstaat van de Europese Unie, kunnen worden doorgegeven aan autoriteiten in een derde land of aan een internationaal orgaan, belast met de preventie, de opsporing of de vervolging van strafbare feiten dan wel de tenuitvoerlegging van straffen, voor zover zij deze behoeven voor een goede uitvoering van die taken en de lidstaat, waarvan de gegevens afkomstig zijn, heeft ingestemd met die doorgifte.

2.

In afwijking van het eerste lid kunnen politiegegevens zonder voorafgaande toestemming worden doorgegeven indien dit van essentieel belang is ter voorkoming van een onmiddellijke en ernstige bedreiging van de openbare veiligheid van een lidstaat of derde land land of voor wezenlijke belangen van een lidstaat, en de toestemming niet tijdig kan worden verkregen. De voor het verlenen van de toestemming bevoegde autoriteit wordt onverwijld geïnformeerd.

Artikel 5:10. Doorgifte politiegegevens aan personen of instanties met een particuliere taak
1.

Politiegegevens, die zijn ontvangen van een andere lidstaat van de Europese Unie, kunnen worden doorgegeven aan een instantie met een particuliere taak indien:

2.

Bij de doorgifte, bedoeld in het eerste lid, wordt medegedeeld voor welk doel de gegevens uitsluitend verder mogen worden verwerkt.

Paragraaf 6. Diversen

Paragraaf 6a. Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Paragraaf 7. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.