Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 17 december 2007, nr. WJZ/2007/50507, houdende nadere voorschriften voor de inrichting van de jaarverslaggeving van door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap dan wel de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bekostigde onderwijsinstellingen (Regeling jaarverslaggeving onderwijs)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-04-15
Laatst bijgewerkt 2026-04-16
State In force
Source BWB
artikelen 13
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op:

artikel 2, vierde liden artikel 4, van het Besluit informatievoorziening WPO/WEC,

artikel 18, vijfde lid, van het Bekostigingsbesluit W.V.O.,

artikel 2.5.3, tweede lid, artikel 2.5.4, tweede lid. en artikel 2.5.10 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en de artikelen 5.2.1 en 5.2.2 van het Uitvoeringsbesluit WEB

artikel 2.14 van de Wet op het Hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek,

Besluit:

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • c. jaarverslaggeving : het geheel van verslaggevingsdocumenten bestaande uit de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens, bedoeld in artikel 392 van Titel 9 Boek 2 BW;
  • e. bestuursverslag: het verslag waarmee het bevoegd gezag van een onderwijsinstelling interne en externe belanghebbenden informeert over het gevoerde en voorgenomen beleid en de gang van zaken bij de instelling, de uitkomsten van het gevoerde beleid in het jaar waarover verslag wordt gedaan alsmede de aanwending van middelen in dat jaar en verantwoording aflegt overeenkomstig de gestelde wettelijke eisen;
  • f. richtlijnen: de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, zoals vastgesteld door de Raad voor de Jaarverslaggeving;
  • g. BAPO: de regeling ‘Bevordering Arbeidsparticipatie Ouderen’ zoals opgenomen in de geldende CAO’s voor het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie;
  • h. SOP: de ‘Seniorenregeling onderwijspersoneel’ zoals opgenomen in de geldende CAO voor het hoger beroepsonderwijs;
  • i. periodelasten: lasten die in aanmerking worden genomen in de periode waarover deze lasten zijn verschuldigd;
  • j. volledige doordecentralisatie: overdracht van gelden en het overlaten van alle taken ten aanzien van het verzorgen van onderwijshuisvesting door de gemeente aan een bevoegd gezag in het primair of voortgezet onderwijs;
  • k. mbo-student: student als bedoeld in de WEB;
  • l. ho-student: student als bedoeld in de WHW;

Artikel 2. Boek 2 BW

Op de jaarverslaggeving is Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de afdelingen 1, 10, 11 en 12, een en ander voor zover in deze regeling niet anders is bepaald.

Artikel 3. Afwijkingen van en aanvullingen op Boek 2 Burgerlijk Wetboek

In afwijking van of in aanvulling op Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek:

  • a. wordt de jaarverslaggeving ingericht overeenkomstig de richtlijnen, in het bijzonder de hoofdstukken 400, 640 en 660 behoudens voor zover een afwijking of aanvulling voortvloeit uit het bepaalde in artikel 3a, juncto bijlage 5, of artikel 4, lid 1a ten aanzien van het bevoegd gezag van een school of scholengemeenschappen in het primair en het voortgezet onderwijs;
  • b. wordt de jaarverslaggeving vastgesteld in de Nederlandse taal en in de in Nederland wettige valuta, en wordt zij jaarlijks vóór 1 juli door de onderwijsinstelling openbaar gemaakt gedurende ten minste zeven jaar;
  • c. is het verslagjaar gelijk aan een kalenderjaar;
  • d. wordt de jaarverslaggeving opgesteld door het bevoegd gezag dat de onderwijsinstelling in stand houdt;
  • e3. geschiedt de elektronische aanlevering van de gegevens in het kader van de Wet normering topinkomens door gebruikmaking van het WNT-onderdeel uit de elektronische versie van de jaarrekening, zoals voor het betreffende verslagjaar voor het onderwijs is vastgesteld;
  • e4. geschiedt de inrichting en vormgeving van de rapportage in de jaarrekening van de gegevens in het kader van de Wet normering topinkomens conform de wijze als bedoeld in onderdeel e3;
  • f. wordt aan het bestuursverslag een verslag toegevoegd van de raad van toezicht of een vergelijkbare interne toezichthouder, waarin deze verantwoording aflegt over zijn handelen en van de resultaten die dat handelen heeft opgeleverd;
  • f1. wordt in het bestuursverslag over de jaren 2019 tot en met 2024 een hoofdstuk toegevoegd over de voortgang ten aanzien van inhoud en proces van de kwaliteitsafspraken, bedoeld in artikel 1 van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008, waarbij afspraken met de medezeggenschap over de besteding van de studievoorschotmiddelen terugkomen;
  • f2. neemt het bevoegd gezag, indien het publieke eigen vermogen in een boekjaar boven de signaleringswaarden bovenmatig publiek eigen vermogen van de Inspectie van het Onderwijs uitstijgt, dienaangaande een toelichting in het bestuursverslag op;
  • g. worden de balans en de staat van baten en lasten, het kasstroomoverzicht en de toelichting opgesteld overeenkomstig de modellen in de bijlagen bij hoofdstuk 660 van de richtlijnen. Het Besluit modellen jaarrekening, samengesteld door de Raad voor de Jaarverslaggeving en opgenomen in hoofdstuk 910 van de richtlijnen is van overeenkomstige toepassing;
  • h. wordt een geconsolideerde jaarrekening als bedoeld in artikel 406, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede het bestuursverslag, zo gespecificeerd dat in ieder geval inzicht ontstaat in de onderscheiden posten op het niveau van elk afzonderlijk bevoegd gezag, waarbij voor de bepaling van de operationele segmenten aansluiting wordt gezocht bij het bedrijfsproces, zoals de te onderscheiden onderwijssectoren en overige activiteiten op het niveau van elk afzonderlijk bevoegd gezag;
  • i. vervallen;
  • k. blijven ten aanzien van onderwijsinstellingen voor openbaar onderwijs zonder afgescheiden vermogen die niet door een privaatrechtelijke rechtspersoon in stand worden gehouden of voor onderwijsinstellingen waarvoor anderszins geen toerekening mogelijk is van een of meer balansposten aan het belang van de instelling, de onder g bedoelde modellen wat betreft de inrichting van de balans beperkt tot die posten waar die toerekening wel mogelijk is;
  • l. wordt separaat aan het bestuursverslag en de jaarrekening door het bevoegd gezag specifieke informatie toegevoegd in de vorm van een aanvullende set met nader te bepalen gegevens;
  • l1. onverminderd onderdeel l, zorgt het bevoegd gezag van een instelling voor hoger onderwijs die kwaliteitsbekostiging ontvangt op grond van hoofdstuk 4, afdeling 5, van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008, ervoor dat aan het bestuursverslag en de jaarrekening over de jaren 2021 tot en met 2024 een reflectie wordt toegevoegd van de medezeggenschap op de realisatie van het plan en de betrokkenheid van belanghebbenden en de facilitering van de medezeggenschap;
  • m. is het niet toegestaan de jaarrekening op te stellen volgens de door de International Accounting Standards Board vastgestelde en door de Europese Commissie goedgekeurde standaarden.

Artikel 4. Afwijking en aanvulling richtlijn

1a. In aanvulling op hoofdstuk 271 Personeelsbeloningen van de richtlijnen worden de lasten op basis van de Bapo en de SOP, overeenkomstig paragraaf 2, alinea 204, van dat hoofdstuk, in de staat van baten en lasten verantwoord als periodelasten.

1b. Overeenkomstig hoofdstuk 271 Personeelsbeloningen van de richtlijnen worden de gespaarde verlofuren als gevolg van de afspraken duurzame inzetbaarheid of de werktijdenvermindering voor senioren conform paragraaf 2, alinea 203, van dat hoofdstuk, op de balans opgenomen als een verplichting uit hoofde van een opbouw van rechten voor zover de gespaarde rechten op doorbetaalde afwezigheid kunnen worden opgenomen of verzilverd.

2.

Onderwijsinstellingen nemen met gebruikmaking van de in bijlage 1 opgenomen tabel in het bestuursverslag op aan hoeveel ho-studenten zij uit het studentenondersteuningsfonds, bedoeld in artikel 7.51 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, financiële ondersteuning hebben verleend, uitgesplitst naar de volgende onderdelen:

  • a. ho-studenten in overmachtssituaties, zoals ziekte, functiebeperking, familieomstandigheden mantelzorg of niet studeerbare opleidingen;
  • b. ho-studenten die optreden als bestuurslid van door de instelling erkende studie- of studentenverenigingen of in de studentenmedezeggenschap, en
  • c. overige, zoals het leveren van uitzonderlijke prestaties op het gebied van sport of cultuur, financiële steun aan ho-studenten uit niet-EER-landen en uitgaande beurzen.

Tevens geven de onderwijsinstellingen per categorie aan hoeveel ho-studenten een vergoeding hebben aangevraagd, hebben ontvangen, hoeveel in totaal per categorie is uitgekeerd en wat de gemiddelde hoogte en duur was van de vergoeding.

2a. Mbo-instellingen nemen met gebruikmaking van de in bijlage 2 opgenomen tabel in het bestuursverslag op aan hoeveel mbo-studenten zij uit het mbo-studentenfonds, bedoeld in artikel 8.1.5 WEB, ondersteuning hebben verleend. Daarbij geven de mbo-instellingen tevens aan hoeveel mbo-studenten ondersteuning hebben aangevraagd, hoeveel mbo-studenten ondersteuning toegekend hebben gekregen, hoeveel in totaal is toegekend en wat de gemiddelde hoogte was van de toekenningen. Deze informatie wordt uitgesplitst in vier categorieën:

  • a. mbo-studenten die lid zijn van een studentenraad als bedoeld in artikel 8a.1.2 WEB, van een andere door het bevoegd gezag ingestelde medezeggenschapsstructuur of van het bestuur van een studentenorganisatie van enige omvang met volledige rechtsbevoegdheid;
  • b. mbo-studenten die activiteiten verrichten op bestuurlijk of maatschappelijk gebied die naar het oordeel van het bevoegd gezag mede in het belang zijn van de instelling of van het onderwijs dat de student volgt;
  • c. mbo-studenten, of diens wettelijk vertegenwoordigers, die aantoonbaar onvoldoende financiële middelen hebben voor de aanschaf van onderwijsbenodigdheden waarover de student geacht wordt te beschikken; en
  • d. mbo-studenten die in verband met de aanwezigheid van een bijzondere omstandigheid studievertraging hebben opgelopen.
3.

Instellingen voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek nemen in het bestuursverslag een overzicht op van de vergoedingen aan en de declaraties van de individuele bestuurders. Hogescholen verantwoorden de declaraties van bestuurders in overeenstemming met de Handreiking, opgenomen in de brief van de Vereniging Hogescholen van 3 november 2016 met kenmerk 16.4347.avw (te raadplegen via www.onderwijsinspectie.nl). Universiteiten verantwoorden de declaraties van bestuurders in overeenstemming met de Handreiking verantwoording declaraties bestuurders, opgenomen in de brief van de Vereniging van Universiteiten van 7 september 2016 met kenmerk VSNU 16/214 U (te raadplegen via www.onderwijsinspectie.nl).

4.

In het bestuursverslag rapporteert het bevoegd gezag met gebruikmaking van de in bijlage 3 opgenomen set gegevens en de daarbij behorende toelichting over de resultaten van het financiële beleid over het verslagjaar. Daarnaast rapporteert het bevoegd gezag – in meerjarenperspectief over de drie verslagjaren volgend op het verslagjaar en ingeval sprake is van majeure investeringen, in meerjarenperspectief over de vijf verslagjaren volgend op het verslagjaar. Er is sprake van een majeure investering als het totaal van de investering gedeeld door de totale jaarlijkse baten in de staat van baten en lasten gelijk is of groter dan 15%. In de sectoren primair onderwijs en voortgezet onderwijs wordt ingeval sprake is van volledige doordecentralisatie van de huisvesting, steeds een meerjarenperspectief opgenomen voor de periode van vijf jaren volgend op het verslagjaar. De toelichting op deze investeringen bevat in ieder geval een beschrijving van de relatie met de strategische doelstellingen, de omvang, het tijdpad, de wijze van financiering, inclusief een duidelijke onderbouwing met analyse van de prognose van de ontwikkeling van leerlingen-, mbo-studenten-, vavo-studenten- of ho-studentenaantallen en het gebruik van sturingsinstrumenten. De rapportage betreft onder meer het risicomanagement en het interne toezicht.

5.

Een bekostigde instelling voor hoger onderwijs dan wel een bekostigde instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, verantwoordt zich in het bestuursverslag over het gevoerde beleid zoals aangegeven in de volgende notities:

  • a. Helderheid in de bekostiging van het hoger onderwijs (bijlage bij Kamerstukken II 2003/04, 28 817, nr. 5)
  • b. Aanvulling op de notitie Helderheid in de bekostiging van het hoger onderwijs (bijlage bij II 2004/05, 28 248, nr. 72); en
  • c. Helderheid in de bekostiging van het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie (Bijlage bij Kamerstukken 2004/05, 28 248, nr. 72;
  • d. van bovengenoemde notities is thema 2, Investeren van publieke middelen in private activiteiten, niet meer van toepassing. Dit thema is vervangen door de Beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten.

5a. In aanvulling op het vijfde lid verantwoordt een bekostigde instelling voor hoger onderwijs dan wel een bekostigde instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs zich vanaf het verslagjaar 2023 in het bestuursverslag eveneens over het gevoerde beleid zoals aangegeven in de Beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten.

6.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap publiceert jaarlijks een overzicht van de voor het betreffende verslagjaar relevante politieke of maatschappelijke thema’s, waarover het bevoegd gezag in het bestuursverslag rapporteert met betrekking tot de wijze waarop middelen zijn ingezet en de resultaten die daarmee zijn behaald.

7.

In het bestuursverslag rapporteert een bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, of artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs over de tijdige aanwezigheid van de VOG met gebruikmaking van de in bijlage 6 opgenomen tabel.

Artikel 5

Het bevoegd gezag levert jaarlijks vóór 1 juli de volgende gegevens over het voorafgaande kalenderjaar aan bij de Dienst Uitvoering Onderwijs:

  • b. met gebruikmaking van de methode SBR/XBRL overeenkomstig de op de website van de Dienst Uitvoering Onderwijs bekend gemaakte onderwijstaxonomie, de gegevens uit de jaarrekening, alsmede de gegevens, bedoeld in artikel 3, onder e3, en artikel 4, vierde lid.

Artikel 6. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking per 1 januari 2008.

Artikel 7. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

Bijlage 0. behorende bij artikel 3, onderdeel e1, van de regeling

Overzicht van gegevens voor de rapportage ingevolge de Wet normering topinkomens (WNT).

Deze bijlage bevat een samenvatting van de te vertrekken gegevens ingevolge de WNT. De regelgeving zelf is leidend. De elektronische aanlevering van de WNT-gegevens geschiedt door gebruikmaking van het WNT-onderdeel uit de elektronische versie van de jaarrekening, zoals dit voor het betreffende verslagjaar voor het onderwijs wordt vastgesteld. Daarbij worden in de daartoe aangegeven rubrieken ook de vergelijkende gegevens van het voorgaande jaar vermeld.

Rubriek 1 Leidinggevend topfunctionaris met dienstbetrekking, of zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van functievervulling, of gewezen topfunctionaris.

Te verstrekken gegevens:

Naam, aard dienstbetrekking, functie, aanvang en einde functie, taakomvang, beloning, belastbare onkostenvergoeding, beloning betaalbaar op termijn, onverschuldigde betaling bezoldiging, afwijkend bedrag WNT-maximum, individueel WNT-maximum (wordt automatisch berekend), motivering en toelichting ingeval van overschrijding bezoldigingsnorm, vergelijkende gegevens voorgaand boekjaar, uitkering wegens beëindiging dienstverband, onverschuldigd betaalde ontslaguitkering, individueel WNT-maximum ontslaguitkering (bedrag betaald in 2016), voorgaande functie en motivering en toelichting ingeval van overschrijding ontslaguitkeringsnorm

Rubriek 2 Leidinggevend topfunctionaris zonder dienstbetrekking voor de eerste 12 maanden van functievervulling.

Te verstrekken gegevens:

Naam, functie, aanvang en einde opdracht, periode en omvang dienstbetrekking (maanden gewerkt voor en in verslagjaar en uren gewerkt in verslagjaar), individueel WNT-maximum, bezoldiging in het verslagjaar, onverschuldigd bedrag, bezoldigingsbedragen per uur, onverschuldigde bedragen uurtarief, motivering ingeval van overschrijding individueel WNT maximum.

Rubriek 3 Niet-topfunctionaris

Te verstrekken gegevens:

Volgnummer, functie, aanvang en einde functie, taakomvang, beloning, belastbare onkostenvergoeding, beloning betaalbaar op termijn, WNT-drempelbedrag bezoldiging, toelichting overschrijding drempelbedrag bezoldiging, vergelijkende gegevens voorgaand boekjaar, uitkering wegens beëindiging dienstverband, WNT-drempelbedrag ontslaguitkering, voorgaande functie, jaar einde dienstverband, motivering en toelichting ingeval van overschrijding ontslaguitkeringsnorm.

Rubriek 4 Toezichthoudend topfunctionaris

Te verstrekken gegevens:

Naam, aard dienstbetrekking, functiecategorie, aanvang en einde functie, beloning, belastbare onkostenvergoeding, beloning betaalbaar op termijn, onverschuldigde betaling, afwijkend bedrag WNT-maximum, motivering en toelichting ingeval van overschrijding bezoldigingsnorm, vergelijkende gegevens voorgaand boekjaar, uitkering wegens beëindiging dienstverband, onverschuldigd betaalde ontslaguitkering, individueel WNT-maximum ontslaguitkering (bedrag betaald in 2016), voorgaande functie, jaar einde dienstverband en motivering en toelichting ingeval van overschrijding ontslaguitkeringsnorm

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst en bekendgemaakt op de internetsite van de Centrale Financiën Instellingen, agentschap van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 3a. Compact bestuursverslag

1.

Indien de totale baten van een bevoegd gezag ten hoogste € 15.000.000 bedragen kan het bevoegd gezag ervoor kiezen een compact bestuursverslag op te stellen.

2.

Dit artikel kan niet worden toegepast door een bevoegd gezag dat uitsluitend of eveneens het bevoegd gezag is van een onderwijsinstelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs of artikel 1.8 van de Wet op hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

3.

Indien een bevoegd gezag kiest voor het opstellen van een compact bestuursverslag is de toepassing van artikel 391 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en van de inrichtingseisen van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving die expliciet betrekking hebben op het bestuursverslag niet verplicht, behoudens voor zover anders voortvloeit uit bijlage 5.

4.

Indien een bevoegd gezag in enig jaar het maximum van totale baten zoals bedoeld in het eerste lid overschrijdt, kan het bevoegd gezag met ingang van het daaropvolgende verslagjaar nog voor ten hoogste drie achtereenvolgende verslagjaren een compact bestuursverslag opstellen.

5.

Indien de totale baten van een bevoegd gezag dalen tot onder het maximum van totale baten zoals bedoeld in het eerste lid, kan het bevoegd gezag ervoor kiezen een compact bestuursverslag op te stellen met ingang van het daaropvolgende verslagjaar.

6.

Met betrekking tot het uitvoeren van dit artikel neemt het bevoegd gezag bij wijzigingen ten aanzien van de inrichting van het bestuursverslag ten opzichte van het vorige verslagjaar daarover een toelichting op in het bestuursverslag.

Bijlage 0. behorende bij artikel 3, onderdeel e1, van de regeling

Overzicht van gegevens voor de rapportage ingevolge de Wet normering topinkomens (WNT).

Deze bijlage bevat een samenvatting van de te vertrekken gegevens ingevolge de WNT. De regelgeving zelf is leidend. De elektronische aanlevering van de WNT-gegevens geschiedt door gebruikmaking van het WNT-onderdeel uit de elektronische versie van de jaarrekening, zoals dit voor het betreffende verslagjaar voor het onderwijs wordt vastgesteld. Daarbij worden in de daartoe aangegeven rubrieken ook de vergelijkende gegevens van het voorgaande jaar vermeld.

Rubriek 1 Leidinggevend topfunctionaris met dienstbetrekking, of zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van functievervulling, of gewezen topfunctionaris.

Te verstrekken gegevens:

Naam, aard dienstbetrekking, functie, aanvang en einde functie, taakomvang, beloning, belastbare onkostenvergoeding, beloning betaalbaar op termijn, onverschuldigde betaling bezoldiging, afwijkend bedrag WNT-maximum, individueel WNT-maximum (wordt automatisch berekend), motivering en toelichting ingeval van overschrijding bezoldigingsnorm, vergelijkende gegevens voorgaand boekjaar, uitkering wegens beëindiging dienstverband, onverschuldigd betaalde ontslaguitkering, individueel WNT-maximum ontslaguitkering (bedrag betaald in 2016), voorgaande functie en motivering en toelichting ingeval van overschrijding ontslaguitkeringsnorm

Rubriek 2 Leidinggevend topfunctionaris zonder dienstbetrekking voor de eerste 12 maanden van functievervulling.

Te verstrekken gegevens:

Naam, functie, aanvang en einde opdracht, periode en omvang dienstbetrekking (maanden gewerkt voor en in verslagjaar en uren gewerkt in verslagjaar), individueel WNT-maximum, bezoldiging in het verslagjaar, onverschuldigd bedrag, bezoldigingsbedragen per uur, onverschuldigde bedragen uurtarief, motivering ingeval van overschrijding individueel WNT maximum.

Rubriek 3 Niet-topfunctionaris

Te verstrekken gegevens:

Volgnummer, functie, aanvang en einde functie, taakomvang, beloning, belastbare onkostenvergoeding, beloning betaalbaar op termijn, WNT-drempelbedrag bezoldiging, toelichting overschrijding drempelbedrag bezoldiging, vergelijkende gegevens voorgaand boekjaar, uitkering wegens beëindiging dienstverband, WNT-drempelbedrag ontslaguitkering, voorgaande functie, jaar einde dienstverband, motivering en toelichting ingeval van overschrijding ontslaguitkeringsnorm.

Rubriek 4 Toezichthoudend topfunctionaris

Te verstrekken gegevens:

Naam, aard dienstbetrekking, functiecategorie, aanvang en einde functie, beloning, belastbare onkostenvergoeding, beloning betaalbaar op termijn, onverschuldigde betaling, afwijkend bedrag WNT-maximum, motivering en toelichting ingeval van overschrijding bezoldigingsnorm, vergelijkende gegevens voorgaand boekjaar, uitkering wegens beëindiging dienstverband, onverschuldigd betaalde ontslaguitkering, individueel WNT-maximum ontslaguitkering (bedrag betaald in 2016), voorgaande functie, jaar einde dienstverband en motivering en toelichting ingeval van overschrijding ontslaguitkeringsnorm

Bijlage 0. behorende bij artikel 3, onderdeel e1, van de regeling

Overzicht van gegevens voor de rapportage ingevolge de Wet normering topinkomens (WNT).

Deze bijlage bevat een samenvatting van de te vertrekken gegevens ingevolge de WNT. De regelgeving zelf is leidend. De elektronische aanlevering van de WNT-gegevens geschiedt door gebruikmaking van het WNT-onderdeel uit de elektronische versie van de jaarrekening, zoals dit voor het betreffende verslagjaar voor het onderwijs wordt vastgesteld. Daarbij worden in de daartoe aangegeven rubrieken ook de vergelijkende gegevens van het voorgaande jaar vermeld.

Rubriek 1 Leidinggevend topfunctionaris met dienstbetrekking, of zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van functievervulling, of gewezen topfunctionaris.

Te verstrekken gegevens:

Naam, aard dienstbetrekking, functie, aanvang en einde functie, taakomvang, beloning, belastbare onkostenvergoeding, beloning betaalbaar op termijn, onverschuldigde betaling bezoldiging, afwijkend bedrag WNT-maximum, individueel WNT-maximum (wordt automatisch berekend), motivering en toelichting ingeval van overschrijding bezoldigingsnorm, vergelijkende gegevens voorgaand boekjaar, uitkering wegens beëindiging dienstverband, onverschuldigd betaalde ontslaguitkering, individueel WNT-maximum ontslaguitkering (bedrag betaald in 2016), voorgaande functie en motivering en toelichting ingeval van overschrijding ontslaguitkeringsnorm

Rubriek 2 Leidinggevend topfunctionaris zonder dienstbetrekking voor de eerste 12 maanden van functievervulling.

Te verstrekken gegevens:

Naam, functie, aanvang en einde opdracht, periode en omvang dienstbetrekking (maanden gewerkt voor en in verslagjaar en uren gewerkt in verslagjaar), individueel WNT-maximum, bezoldiging in het verslagjaar, onverschuldigd bedrag, bezoldigingsbedragen per uur, onverschuldigde bedragen uurtarief, motivering ingeval van overschrijding individueel WNT maximum.

Rubriek 3 Niet-topfunctionaris

Te verstrekken gegevens:

Volgnummer, functie, aanvang en einde functie, taakomvang, beloning, belastbare onkostenvergoeding, beloning betaalbaar op termijn, WNT-drempelbedrag bezoldiging, toelichting overschrijding drempelbedrag bezoldiging, vergelijkende gegevens voorgaand boekjaar, uitkering wegens beëindiging dienstverband, WNT-drempelbedrag ontslaguitkering, voorgaande functie, jaar einde dienstverband, motivering en toelichting ingeval van overschrijding ontslaguitkeringsnorm.

Rubriek 4 Toezichthoudend topfunctionaris

Te verstrekken gegevens:

Naam, aard dienstbetrekking, functiecategorie, aanvang en einde functie, beloning, belastbare onkostenvergoeding, beloning betaalbaar op termijn, onverschuldigde betaling, afwijkend bedrag WNT-maximum, motivering en toelichting ingeval van overschrijding bezoldigingsnorm, vergelijkende gegevens voorgaand boekjaar, uitkering wegens beëindiging dienstverband, onverschuldigd betaalde ontslaguitkering, individueel WNT-maximum ontslaguitkering (bedrag betaald in 2016), voorgaande functie, jaar einde dienstverband en motivering en toelichting ingeval van overschrijding ontslaguitkeringsnorm

1. Sectoren PO en VO

Bijlage 2. behorende bij artikel 4 lid 2a

Omschrijving Aantallen studenten Totaal van de toekenningen Gemiddelde hoogte van de toekenningen
Mbo-studenten die lid zijn van een studentenraad als bedoeld in artikel 8a.1.2 WEB, van een andere door het bevoegd gezag ingestelde medezeggenschapsstructuur of van het bestuur van een studentenorganisatie van enige omvang met volledige rechtsbevoegdheid Aanvragen .................... Toekenningen ....................
Mbo-studenten die activiteiten verrichten op bestuurlijk of maatschappelijk gebied die naar het oordeel van het bevoegd gezag mede in het belang zijn van de instelling of van het onderwijs dat de student volgt Aanvragen .................... Toekenningen ....................
Mbo-studenten, die of waarvan diens wettelijk vertegenwoordigers, aantoonbaar onvoldoende financiële middelen hebben voor de aanschaf van onderwijsbenodigdheden waarover de student geacht wordt zelf te beschikken Aanvragen .................... Toekenningen ....................
Mbo-studenten die in verband met de aanwezigheid van een bijzondere omstandigheid studievertraging hebben opgelopen Aanvragen .................... Toekenningen ....................

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst en bekendgemaakt op de internetsite van de Centrale Financiën Instellingen, agentschap van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Bijlage 0. behorende bij artikel 3, onderdeel e1, van de regeling

Overzicht van gegevens voor de rapportage ingevolge de Wet normering topinkomens (WNT).

Deze bijlage bevat een samenvatting van de te vertrekken gegevens ingevolge de WNT. De regelgeving zelf is leidend. De elektronische aanlevering van de WNT-gegevens geschiedt door gebruikmaking van het WNT-onderdeel uit de elektronische versie van de jaarrekening, zoals dit voor het betreffende verslagjaar voor het onderwijs wordt vastgesteld. Daarbij worden in de daartoe aangegeven rubrieken ook de vergelijkende gegevens van het voorgaande jaar vermeld.

Rubriek 1 Leidinggevend topfunctionaris met dienstbetrekking, of zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van functievervulling, of gewezen topfunctionaris.

Te verstrekken gegevens:

Naam, aard dienstbetrekking, functie, aanvang en einde functie, taakomvang, beloning, belastbare onkostenvergoeding, beloning betaalbaar op termijn, onverschuldigde betaling bezoldiging, afwijkend bedrag WNT-maximum, individueel WNT-maximum (wordt automatisch berekend), motivering en toelichting ingeval van overschrijding bezoldigingsnorm, vergelijkende gegevens voorgaand boekjaar, uitkering wegens beëindiging dienstverband, onverschuldigd betaalde ontslaguitkering, individueel WNT-maximum ontslaguitkering (bedrag betaald in 2016), voorgaande functie en motivering en toelichting ingeval van overschrijding ontslaguitkeringsnorm

Rubriek 2 Leidinggevend topfunctionaris zonder dienstbetrekking voor de eerste 12 maanden van functievervulling.

Te verstrekken gegevens:

Naam, functie, aanvang en einde opdracht, periode en omvang dienstbetrekking (maanden gewerkt voor en in verslagjaar en uren gewerkt in verslagjaar), individueel WNT-maximum, bezoldiging in het verslagjaar, onverschuldigd bedrag, bezoldigingsbedragen per uur, onverschuldigde bedragen uurtarief, motivering ingeval van overschrijding individueel WNT maximum.

Rubriek 3 Niet-topfunctionaris

Te verstrekken gegevens:

Volgnummer, functie, aanvang en einde functie, taakomvang, beloning, belastbare onkostenvergoeding, beloning betaalbaar op termijn, WNT-drempelbedrag bezoldiging, toelichting overschrijding drempelbedrag bezoldiging, vergelijkende gegevens voorgaand boekjaar, uitkering wegens beëindiging dienstverband, WNT-drempelbedrag ontslaguitkering, voorgaande functie, jaar einde dienstverband, motivering en toelichting ingeval van overschrijding ontslaguitkeringsnorm.

Rubriek 4 Toezichthoudend topfunctionaris

Te verstrekken gegevens:

Naam, aard dienstbetrekking, functiecategorie, aanvang en einde functie, beloning, belastbare onkostenvergoeding, beloning betaalbaar op termijn, onverschuldigde betaling, afwijkend bedrag WNT-maximum, motivering en toelichting ingeval van overschrijding bezoldigingsnorm, vergelijkende gegevens voorgaand boekjaar, uitkering wegens beëindiging dienstverband, onverschuldigd betaalde ontslaguitkering, individueel WNT-maximum ontslaguitkering (bedrag betaald in 2016), voorgaande functie, jaar einde dienstverband en motivering en toelichting ingeval van overschrijding ontslaguitkeringsnorm

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst en bekendgemaakt op de internetsite van de Centrale Financiën Instellingen, agentschap van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Bijlage 0. behorende bij artikel 3, onderdeel e1, van de regeling

Overzicht van gegevens voor de rapportage ingevolge de Wet normering topinkomens (WNT).

Deze bijlage bevat een samenvatting van de te vertrekken gegevens ingevolge de WNT. De regelgeving zelf is leidend. De elektronische aanlevering van de WNT-gegevens geschiedt door gebruikmaking van het WNT-onderdeel uit de elektronische versie van de jaarrekening, zoals dit voor het betreffende verslagjaar voor het onderwijs wordt vastgesteld. Daarbij worden in de daartoe aangegeven rubrieken ook de vergelijkende gegevens van het voorgaande jaar vermeld.

Rubriek 1 Leidinggevend topfunctionaris met dienstbetrekking, of zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van functievervulling, of gewezen topfunctionaris.

Te verstrekken gegevens:

Naam, aard dienstbetrekking, functie, aanvang en einde functie, taakomvang, beloning, belastbare onkostenvergoeding, beloning betaalbaar op termijn, onverschuldigde betaling bezoldiging, afwijkend bedrag WNT-maximum, individueel WNT-maximum (wordt automatisch berekend), motivering en toelichting ingeval van overschrijding bezoldigingsnorm, vergelijkende gegevens voorgaand boekjaar, uitkering wegens beëindiging dienstverband, onverschuldigd betaalde ontslaguitkering, individueel WNT-maximum ontslaguitkering (bedrag betaald in 2016), voorgaande functie en motivering en toelichting ingeval van overschrijding ontslaguitkeringsnorm

Rubriek 2 Leidinggevend topfunctionaris zonder dienstbetrekking voor de eerste 12 maanden van functievervulling.

Te verstrekken gegevens:

Naam, functie, aanvang en einde opdracht, periode en omvang dienstbetrekking (maanden gewerkt voor en in verslagjaar en uren gewerkt in verslagjaar), individueel WNT-maximum, bezoldiging in het verslagjaar, onverschuldigd bedrag, bezoldigingsbedragen per uur, onverschuldigde bedragen uurtarief, motivering ingeval van overschrijding individueel WNT maximum.

Rubriek 3 Niet-topfunctionaris

Te verstrekken gegevens:

Volgnummer, functie, aanvang en einde functie, taakomvang, beloning, belastbare onkostenvergoeding, beloning betaalbaar op termijn, WNT-drempelbedrag bezoldiging, toelichting overschrijding drempelbedrag bezoldiging, vergelijkende gegevens voorgaand boekjaar, uitkering wegens beëindiging dienstverband, WNT-drempelbedrag ontslaguitkering, voorgaande functie, jaar einde dienstverband, motivering en toelichting ingeval van overschrijding ontslaguitkeringsnorm.

Rubriek 4 Toezichthoudend topfunctionaris

Te verstrekken gegevens:

Naam, aard dienstbetrekking, functiecategorie, aanvang en einde functie, beloning, belastbare onkostenvergoeding, beloning betaalbaar op termijn, onverschuldigde betaling, afwijkend bedrag WNT-maximum, motivering en toelichting ingeval van overschrijding bezoldigingsnorm, vergelijkende gegevens voorgaand boekjaar, uitkering wegens beëindiging dienstverband, onverschuldigd betaalde ontslaguitkering, individueel WNT-maximum ontslaguitkering (bedrag betaald in 2016), voorgaande functie, jaar einde dienstverband en motivering en toelichting ingeval van overschrijding ontslaguitkeringsnorm

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst en bekendgemaakt op de internetsite van de Centrale Financiën Instellingen, agentschap van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst en bekendgemaakt op de internetsite van de Centrale Financiën Instellingen, agentschap van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

1. Sectoren PO en VO

Deze gelden voor alle instellingen die de jaarverslaggeving opstellen op grond van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en voor zover van toepassing.

Deze gelden voor alle instellingen die de jaarverslaggeving opstellen op grond van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en voor zover van toepassing.

A. Gegevensset

A1. In het onderdeel Continuïteitsparagraaf van het bestuursverslag worden de navolgende kengetallen opgenomen over het verslagjaar en de vijf jaren volgend op het verslagjaar, aangeduid met T+1, T+2, T+3, T+4 en T+5. Het opnemen van de kengetallen in de jaren T+4 en T+5 is verplicht als sprake is van majeure investeringen. Dit geldt ook als sprake is van volledige doordecentralisatie van de huisvesting in de sectoren primair en voortgezet onderwijs. Onder majeure investering wordt verstaan elke investering die een aanzienlijke invloed heeft op de bedrijfsvoering dan wel de vermogenspositie van de betrokken instelling. Er is sprake van een majeure investering als het totaal van de investering gedeeld door de totale jaarlijkse baten van de instelling gelijk is of groter dan 15%. De kengetallen worden voorzien van een toelichting waarin het bestuur aangeeft welke belangrijke ontwikkelingen zij verwacht.

Deze gelden voor alle instellingen die de jaarverslaggeving opstellen op grond van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en voor zover van toepassing.

A. Gegevensset

A1. In het onderdeel Continuïteitsparagraaf van het bestuursverslag worden de navolgende kengetallen opgenomen over het verslagjaar en de vijf jaren volgend op het verslagjaar, aangeduid met T+1, T+2, T+3, T+4 en T+5. Het opnemen van de kengetallen in de jaren T+4 en T+5 is verplicht als sprake is van majeure investeringen. Dit geldt ook als sprake is van volledige doordecentralisatie van de huisvesting in de sectoren primair en voortgezet onderwijs. Onder majeure investering wordt verstaan elke investering die een aanzienlijke invloed heeft op de bedrijfsvoering dan wel de vermogenspositie van de betrokken instelling. Er is sprake van een majeure investering als het totaal van de investering gedeeld door de totale jaarlijkse baten van de instelling gelijk is of groter dan 15%. De kengetallen worden voorzien van een toelichting waarin het bestuur aangeeft welke belangrijke ontwikkelingen zij verwacht.

Aantallen leerlingen/mbo-studenten/vavo-studenten/ho-studenten

De opgave betreft de stand van het ongewogen aantal leerlingen/mbo-studenten/vavo-studenten/ho-studenten op de laatste teldatum. De prognoses voor de jaren volgend op het verslagjaar zijn in lijn met de opgave ultimo verslagjaar.

Personele bezetting in FTE

Deze kengetallen worden voorzien van een toelichting waarin het bestuur aangeeft welke belangrijke ontwikkelingen zij verwacht.

Voor deze opgave geldt dat wordt aangesloten bij de voor de betreffende sector gebruikelijke weergave van formatiegegevens. Een nadere uitsplitsing of onderverdeling in categorieën wordt niet verlangd. Het betreft personeel met een vast of tijdelijk dienstverband.

A2. In het onderdeel Continuïteitsparagraaf van het bestuursverslag wordt een meerjarenbegrotingopgenomen op het niveau dat overeenkomt met het niveau waarop de jaarrekening wordt opgesteld, met de navolgende posten. Deze meerjarenbegroting is gebaseerd op de standaardindeling van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en omvat de cijfers van het verslagjaar en voorts de vijf jaren volgend op het verslagjaar, aangeduid met T+1, T+2, T+3, T+4 en T+5. Het opnemen van de meerjarenbegroting in de jaren T+4 en T+5 is verplicht als sprake is van majeure investeringen. Dit geldt ook als sprake is van volledige doordecentralisatie van de huisvesting in de sectoren primair en voortgezet onderwijs. Onder majeure investering wordt verstaan elke investering die een aanzienlijke invloed heeft op de bedrijfsvoering dan wel de vermogenspositie van de betrokken instelling.’ Er is sprake van een majeure investering als het totaal van de investering gedeeld door de totale jaarlijkse baten van de instelling gelijk is of groter dan 15%. Indien intern meerdere scenario’s zijn uitgewerkt, is in elk geval het meest waarschijnlijke scenario in de continuïteitsparagraaf opgenomen.

A2. In het onderdeel Continuïteitsparagraaf van het bestuursverslag wordt een meerjarenbegrotingopgenomen op het niveau dat overeenkomt met het niveau waarop de jaarrekening wordt opgesteld, met de navolgende posten. Deze meerjarenbegroting is gebaseerd op de standaardindeling van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en omvat de cijfers van het verslagjaar en voorts de vijf jaren volgend op het verslagjaar, aangeduid met T+1, T+2, T+3, T+4 en T+5. Het opnemen van de meerjarenbegroting in de jaren T+4 en T+5 is verplicht als sprake is van majeure investeringen. Dit geldt ook als sprake is van volledige doordecentralisatie van de huisvesting in de sectoren primair en voortgezet onderwijs. Onder majeure investering wordt verstaan elke investering die een aanzienlijke invloed heeft op de bedrijfsvoering dan wel de vermogenspositie van de betrokken instelling.’ Er is sprake van een majeure investering als het totaal van de investering gedeeld door de totale jaarlijkse baten van de instelling gelijk is of groter dan 15%. Indien intern meerdere scenario’s zijn uitgewerkt, is in elk geval het meest waarschijnlijke scenario in de continuïteitsparagraaf opgenomen.

Balans

Met onderverdeling naar VASTE ACTIVA (uitgesplitst naar Immateriële VA, Materiële VA en Financiële VA), VLOTTENDE ACTIVA, (uitgesplitst naar Voorraden, Vorderingen, Kortlopende effecten en Liquide middelen), EIGEN VERMOGEN (uitgesplitst naar Algemene reserve, Bestemmingsreserves en Overige reserves en fondsen), VOORZIENINGEN, LANGLOPENDE SCHULDEN en KORTLOPENDE SCHULDEN

Staat / Raming van Baten en Lasten

De LASTEN, uitgesplitst naar Personeelslasten, Afschrijvingen, Huisvestingslasten en Overige lasten.

Het Saldo Baten en lasten uit de gewone bedrijfsvoering, Saldo baten en lasten uit de financiële bedrijfsvoering, Saldo buitengewone baten en lasten.

Totaal resultaat

Totaal resultaat

In een nadere toelichting bij de posten geeft het bestuur aan welke belangrijke ontwikkelingen zij verwacht. Het gaat daarbij met name om

In een nadere toelichting bij de posten geeft het bestuur aan welke belangrijke ontwikkelingen zij verwacht. Het gaat daarbij met name om

Het bestuur geeft aan voor welke risico’s en onzekerheden zij zich in de komende jaren ziet geplaatst en op welke wijze zij passende maatregelen treft om aan deze risico’s en onzekerheden het hoofd te bieden. Waar nodig en relevant wordt dit aangevuld met een cijfermatige toelichting.

B1. Rapportage aanwezigheid en werking van het interne risicobeheersings- en controlesysteem.

B2. Beschrijving van de belangrijkste risico’s en onzekerheden

Het bestuur geeft aan voor welke risico’s en onzekerheden zij zich in de komende jaren ziet geplaatst en op welke wijze zij passende maatregelen treft om aan deze risico’s en onzekerheden het hoofd te bieden. Waar nodig en relevant wordt dit aangevuld met een cijfermatige toelichting.

Het bestuur geeft aan voor welke risico’s en onzekerheden zij zich in de komende jaren ziet geplaatst en op welke wijze zij passende maatregelen treft om aan deze risico’s en onzekerheden het hoofd te bieden. Waar nodig en relevant wordt dit aangevuld met een cijfermatige toelichting.

B3. Rapportage toezichthoudend orgaan.

In deze rapportage geeft het toezichthoudend orgaan aan op welke wijze zij het bestuur ondersteunt en/of adviseert over de beleidsvraagstukken en de financiële problematiek.

Deze kengetallen worden voorzien van een toelichting. In de toelichting bij deze kengetallen geeft het bestuur aan welke belangrijke ontwikkelingen zij verwacht. Het gaat daarbij om ontwikkelingen in

Balans

Met onderverdeling naar VASTE ACTIVA (uitgesplitst naar Immateriële VA, Materiële VA en Financiële VA), VLOTTENDE ACTIVA, EIGEN VERMOGEN (uitgesplitst naar Algemene reserve, Bestemmingsreserve publiek, Bestemmingsreserve privaat, Bestemmingsfonds publiek en Bestemmingsfonds privaat), VOORZIENINGEN, LANGLOPENDE SCHULDEN en KORTLOPENDE SCHULDEN

Toelichting

In de toelichting bij deze posten geeft het bestuur aan welke belangrijke ontwikkelingen zij verwacht. Het gaat daarbij om verwachte ontwikkelingen in

Staat / Raming van Baten en Lasten

De BATEN, uitgesplitst naar Rijksbijdrage, Overige overheidsbijdragen, College- cursus en examengelden, Baten werk in opdracht van derden en Overige baten.

De BATEN, uitgesplitst naar Rijksbijdrage, Overige overheidsbijdragen, College- cursus en examengelden, Baten werk in opdracht van derden en Overige baten.

De LASTEN, uitgesplitst naar Personeelslasten, Afschrijvingen, Huisvestingslasten en Overige lasten.

Het Saldo Baten en lasten, Saldo financiële bedrijfsvoering, Saldo buitengewone baten en lasten.

Toelichting

In de toelichting bij deze posten geeft het bestuur aan welke belangrijke ontwikkelingen zij verwacht. Het gaat daarbij om de financiële gevolgen van de ontwikkelingen in

B. Overige rapportages

B1. Rapportage aanwezigheid en werking van het interne risicobeheersings- en controlesysteem.

B1. Rapportage aanwezigheid en werking van het interne risicobeheersings- en controlesysteem.

In deze rapportage geeft het bestuur aan op welke wijze het interne risicobeheersingssysteem is ingericht en hoe dit in de praktijk functioneert. Daarbij wordt aangegeven welke resultaten hiermee zijn bereikt en welke aanpassingen eventueel worden doorgevoerd in de komende jaren.

B2. Beschrijving van de belangrijkste risico’s en onzekerheden

In deze rapportage geeft het bestuur aan voor welke risico’s en onzekerheden zij zich in de komende jaren ziet geplaatst en op welke wijze zij passende maatregelen treft om aan deze risico’s en onzekerheden het hoofd te bieden.

Waar nodig en relevant wordt dit aangevuld met een cijfermatige toelichting.

B3. Rapportage toezichthoudend orgaan.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst en bekendgemaakt op de internetsite van de Centrale Financiën Instellingen, agentschap van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

A. Gegevensset

Deze gelden voor alle instellingen die de jaarverslaggeving opstellen op grond van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en voor zover van toepassing.

A. Gegevensset

Deze gelden voor alle instellingen die de jaarverslaggeving opstellen op grond van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en voor zover van toepassing.

A. Gegevensset

A1. In het onderdeel Continuïteitsparagraaf van het bestuursverslag worden de navolgende kengetallen opgenomen over het verslagjaar en de vijf jaren volgend op het verslagjaar, aangeduid met T+1, T+2, T+3, T+4 en T+5. Het opnemen van de kengetallen in de jaren T+4 en T+5 is verplicht als sprake is van majeure investeringen. Dit geldt ook als sprake is van volledige doordecentralisatie van de huisvesting in de sectoren primair en voortgezet onderwijs. Onder majeure investering wordt verstaan elke investering die een aanzienlijke invloed heeft op de bedrijfsvoering dan wel de vermogenspositie van de betrokken instelling. Er is sprake van een majeure investering als het totaal van de investering gedeeld door de totale jaarlijkse baten van de instelling gelijk is of groter dan 15%. De kengetallen worden voorzien van een toelichting waarin het bestuur aangeeft welke belangrijke ontwikkelingen zij verwacht.

Aantallen leerlingen/mbo-studenten/vavo-studenten/ho-studenten

Deze kengetallen worden voorzien van een toelichting waarin het bestuur aangeeft welke belangrijke ontwikkelingen zij verwacht.

Personele bezetting in FTE

Met onderverdeling naar VASTE ACTIVA (uitgesplitst naar Immateriële VA, Materiële VA en Financiële VA), VLOTTENDE ACTIVA, (uitgesplitst naar Voorraden, Vorderingen, Kortlopende effecten en Liquide middelen), EIGEN VERMOGEN (uitgesplitst naar Algemene reserve, Bestemmingsreserves en Overige reserves en fondsen), VOORZIENINGEN, LANGLOPENDE SCHULDEN en KORTLOPENDE SCHULDEN

Staat / Raming van Baten en Lasten

De BATEN, uitgesplitst naar Rijksbijdrage, Overige overheidsbijdragen en subsidies, college-, cursus- en/of examengelden, Baten in opdracht van derden en Overige baten.

Toelichting

In dit onderdeel geeft het bestuur aan op welke wijze het interne risicobeheersingssysteem is ingericht en hoe dit in de praktijk functioneert. Daarbij wordt aangegeven welke resultaten hiermee zijn bereikt en welke aanpassingen eventueel worden doorgevoerd in de komende jaren.

B2. Beschrijving van de belangrijkste risico’s en onzekerheden

In deze rapportage geeft het toezichthoudend orgaan aan op welke wijze zij het bestuur ondersteunt en/of adviseert over de beleidsvraagstukken en de financiële problematiek.

Studenten/deelnemersaantallen

A2. In het jaarverslag wordt een meerjarenbegroting opgenomen op het hoogste aggregatieniveau, met de navolgende posten. Deze meerjarenbegroting is gebaseerd op de standaardindeling van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en omvat de cijfers van het verslagjaar en voorts de jaren t+1 tot en met t+3

Balans

Met onderverdeling naar VASTE ACTIVA (uitgesplitst naar Immateriële VA, Materiële VA en Financiële VA), VLOTTENDE ACTIVA, EIGEN VERMOGEN (uitgesplitst naar Algemene reserve, Bestemmingsreserve publiek, Bestemmingsreserve privaat, Bestemmingsfonds publiek en Bestemmingsfonds privaat), VOORZIENINGEN, LANGLOPENDE SCHULDEN en KORTLOPENDE SCHULDEN

Toelichting

In de toelichting bij deze posten geeft het bestuur aan welke belangrijke ontwikkelingen zij verwacht. Het gaat daarbij om verwachte ontwikkelingen in

Staat / Raming van Baten en Lasten

Totaal resultaat en Incidentele baten en lasten in totaal resultaat.

Toelichting

In de toelichting bij deze posten geeft het bestuur aan welke belangrijke ontwikkelingen zij verwacht. Het gaat daarbij om de financiële gevolgen van de ontwikkelingen in

B. Overige rapportages

In deze rapportage, onderdeel van het jaarverslag, geeft het toezichthoudend orgaan aan op welke wijze zij het bestuur ondersteunt en/of adviseert over de beleidsvraagstukken en de financiële problematiek.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst en bekendgemaakt op de internetsite van de Centrale Financiën Instellingen, agentschap van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Deze gelden voor alle instellingen die de jaarverslaggeving opstellen op grond van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en voor zover van toepassing.

Personele bezetting in FTE

Toelichting

B. Overige rapportages

Toelichting

B1. Rapportage aanwezigheid en werking van het interne risicobeheersings- en controlesysteem.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst en bekendgemaakt op de internetsite van de Centrale Financiën Instellingen, agentschap van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Toelichting

B. Overige rapportages

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst en bekendgemaakt op de internetsite van de Centrale Financiën Instellingen, agentschap van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

A. Gegevensset

Artikel 4a

Een bevoegd gezag neemt, ter verantwoording van de aan haar door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media verstrekte subsidies, in haar jaarverslag het verantwoordingsmodel G op als bedoeld in bijlage 4, indien zij daartoe verplicht is op grond van een besluit van één of beide ministers.

Aantallen leerlingen/mbo-studenten/vavo-studenten/ho-studenten

Staat / Raming van Baten en Lasten

In dit onderdeel geeft het bestuur aan op welke wijze het interne risicobeheersingssysteem is ingericht en hoe dit in de praktijk functioneert. Daarbij wordt aangegeven welke resultaten hiermee zijn bereikt en welke aanpassingen eventueel worden doorgevoerd in de komende jaren.

Bijlage 4. Model G

Deze bijlage behoort bij artikel 4a van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

*Model G. Verantwoording subsidies*

G1. Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt G1. Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt G1. Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt G1. Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt G1. Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt G1. Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt G1. Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt G1. Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt G1. Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt G1. Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt
Omschrijving Toewijzing Toewijzing De activiteiten zijn ultimo verslagjaar conform de subsidiebeschikking geheel uitgevoerd en afgerond
Kenmerk Datum
Nieuwe post ... ... J/N
Nieuwe post ... ... J/N
G2A. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, aflopend per ultimo verslagjaar G2A. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, aflopend per ultimo verslagjaar G2A. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, aflopend per ultimo verslagjaar G2A. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, aflopend per ultimo verslagjaar G2A. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, aflopend per ultimo verslagjaar G2A. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, aflopend per ultimo verslagjaar G2A. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, aflopend per ultimo verslagjaar G2A. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, aflopend per ultimo verslagjaar G2A. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, aflopend per ultimo verslagjaar G2A. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, aflopend per ultimo verslagjaar
Omschrijving Toewijzing Toewijzing Bedrag van de toewijzing Ontvangen t/m vorig verslagjaar Totale subsidiabele kosten t/m vorig verslagjaar Saldo per 1 januari verslagjaar Ontvangen in verslagjaar Subsidiabele kosten in verslagjaar Te verrekenen per 31 december verslagjaar
Kenmerk Datum
Nieuwe post ... ... € … € … € … € … € … € … € …
Nieuwe post ... ... € … € … € … € … € … € … € …
Totaal: € … ____ € … ____ € … ____ € … ____ € … ____ € … ____ € … ____
G2B. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, doorlopend tot in een volgend verslagjaar G2B. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, doorlopend tot in een volgend verslagjaar G2B. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, doorlopend tot in een volgend verslagjaar G2B. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, doorlopend tot in een volgend verslagjaar G2B. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, doorlopend tot in een volgend verslagjaar G2B. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, doorlopend tot in een volgend verslagjaar G2B. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, doorlopend tot in een volgend verslagjaar G2B. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, doorlopend tot in een volgend verslagjaar G2B. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, doorlopend tot in een volgend verslagjaar G2B. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, doorlopend tot in een volgend verslagjaar
Omschrijving Toewijzing Toewijzing Bedrag van de toewijzing Ontvangen t/m vorig verslagjaar Totale subsidiabele kosten t/m vorig verslagjaar Saldo per 1 januari verslagjaar Ontvangen in verslagjaar Subsidiabele kosten in verslagjaar Saldo per 31 december verslagjaar
Kenmerk Datum
Nieuwe post ... ... € … € … € … € … € … € … € …
Nieuwe post ... ... € … € … € … € … € … € … € …
Totaal: € … ____ € … ____ € … ____ € … ____ € … ____ € … ____ € … ____

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst en bekendgemaakt op de internetsite van de Centrale Financiën Instellingen, agentschap van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Bijlage 4. Model G

Deze bijlage behoort bij artikel 4a van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

*Model G. Verantwoording subsidies*

G1. Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt G1. Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt G1. Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt G1. Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt G1. Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt G1. Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt G1. Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt G1. Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt G1. Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt G1. Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt
Omschrijving Toewijzing Toewijzing De activiteiten zijn ultimo verslagjaar conform de subsidiebeschikking geheel uitgevoerd en afgerond
Kenmerk Datum
Nieuwe post ... ... J/N
Nieuwe post ... ... J/N
G2A. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, aflopend per ultimo verslagjaar G2A. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, aflopend per ultimo verslagjaar G2A. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, aflopend per ultimo verslagjaar G2A. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, aflopend per ultimo verslagjaar G2A. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, aflopend per ultimo verslagjaar G2A. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, aflopend per ultimo verslagjaar G2A. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, aflopend per ultimo verslagjaar G2A. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, aflopend per ultimo verslagjaar G2A. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, aflopend per ultimo verslagjaar G2A. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, aflopend per ultimo verslagjaar
Omschrijving Toewijzing Toewijzing Bedrag van de toewijzing Ontvangen t/m vorig verslagjaar Totale subsidiabele kosten t/m vorig verslagjaar Saldo per 1 januari verslagjaar Ontvangen in verslagjaar Subsidiabele kosten in verslagjaar Te verrekenen per 31 december verslagjaar
Kenmerk Datum
Nieuwe post ... ... € … € … € … € … € … € … € …
Nieuwe post ... ... € … € … € … € … € … € … € …
Totaal: € … ____ € … ____ € … ____ € … ____ € … ____ € … ____ € … ____
G2B. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, doorlopend tot in een volgend verslagjaar G2B. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, doorlopend tot in een volgend verslagjaar G2B. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, doorlopend tot in een volgend verslagjaar G2B. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, doorlopend tot in een volgend verslagjaar G2B. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, doorlopend tot in een volgend verslagjaar G2B. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, doorlopend tot in een volgend verslagjaar G2B. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, doorlopend tot in een volgend verslagjaar G2B. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, doorlopend tot in een volgend verslagjaar G2B. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, doorlopend tot in een volgend verslagjaar G2B. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, doorlopend tot in een volgend verslagjaar
Omschrijving Toewijzing Toewijzing Bedrag van de toewijzing Ontvangen t/m vorig verslagjaar Totale subsidiabele kosten t/m vorig verslagjaar Saldo per 1 januari verslagjaar Ontvangen in verslagjaar Subsidiabele kosten in verslagjaar Saldo per 31 december verslagjaar
Kenmerk Datum
Nieuwe post ... ... € … € … € … € … € … € … € …
Nieuwe post ... ... € … € … € … € … € … € … € …
Totaal: € … ____ € … ____ € … ____ € … ____ € … ____ € … ____ € … ____

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst en bekendgemaakt op de internetsite van de Centrale Financiën Instellingen, agentschap van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 5a

1.

In afwijking van deze regeling is de Regeling openbare jaarverantwoording WMG van overeenkomstige toepassing op de jaarverslaglegging van een onderwijsinstelling, indien:

  • b. de netto-omzet van de onderwijsinstelling gedurende twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien gedurende twee opeenvolgende balansdata, voor een groter aandeel bestaat uit zorg of jeugdhulp dan uit onderwijs.
2.

In afwijking van deze regeling is de Regeling openbare jaarverantwoording WMG is van overeenkomstige toepassing op het eerste en tweede boekjaar voor een onderwijsinstelling waarvan op de balansdatum van het eerste boekjaar een groter aandeel van de netto-omzet bestaat uit zorg of jeugdhulp dan uit onderwijs.

3.

In afwijking van deze regeling is het eerste en tweede lid is de Regeling openbare jaarverantwoording WMG van overeenkomstige toepassing op een academisch ziekenhuis als bedoeld in artikel 1.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, met dien verstande dat in de toelichting op de financiële verantwoording financiële gegevens worden opgenomen aangaande de besteding van de rijksbijdrage voor de werkplaatsfunctie ten behoeve van het wetenschappelijk medisch onderwijs en onderzoek en kwantitatieve gegevens voor het verdeelmodel van die rijksbijdrage.

Bijlage 0. behorende bij artikel 3, onderdeel e1, van de regeling

Overzicht van gegevens voor de rapportage ingevolge de Wet normering topinkomens (WNT).

Deze bijlage bevat een samenvatting van de te vertrekken gegevens ingevolge de WNT. De regelgeving zelf is leidend. De elektronische aanlevering van de WNT-gegevens geschiedt door gebruikmaking van het WNT-onderdeel uit de elektronische versie van de jaarrekening, zoals dit voor het betreffende verslagjaar voor het onderwijs wordt vastgesteld. Daarbij worden in de daartoe aangegeven rubrieken ook de vergelijkende gegevens van het voorgaande jaar vermeld.

Rubriek 1 Leidinggevend topfunctionaris met dienstbetrekking, of zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van functievervulling, of gewezen topfunctionaris.

Te verstrekken gegevens:

Naam, aard dienstbetrekking, functie, aanvang en einde functie, taakomvang, beloning, belastbare onkostenvergoeding, beloning betaalbaar op termijn, onverschuldigde betaling bezoldiging, afwijkend bedrag WNT-maximum, individueel WNT-maximum (wordt automatisch berekend), motivering en toelichting ingeval van overschrijding bezoldigingsnorm, vergelijkende gegevens voorgaand boekjaar, uitkering wegens beëindiging dienstverband, onverschuldigd betaalde ontslaguitkering, individueel WNT-maximum ontslaguitkering (bedrag betaald in 2016), voorgaande functie en motivering en toelichting ingeval van overschrijding ontslaguitkeringsnorm

Rubriek 2 Leidinggevend topfunctionaris zonder dienstbetrekking voor de eerste 12 maanden van functievervulling.

Te verstrekken gegevens:

Naam, functie, aanvang en einde opdracht, periode en omvang dienstbetrekking (maanden gewerkt voor en in verslagjaar en uren gewerkt in verslagjaar), individueel WNT-maximum, bezoldiging in het verslagjaar, onverschuldigd bedrag, bezoldigingsbedragen per uur, onverschuldigde bedragen uurtarief, motivering ingeval van overschrijding individueel WNT maximum.

Rubriek 3 Niet-topfunctionaris

Te verstrekken gegevens:

Volgnummer, functie, aanvang en einde functie, taakomvang, beloning, belastbare onkostenvergoeding, beloning betaalbaar op termijn, WNT-drempelbedrag bezoldiging, toelichting overschrijding drempelbedrag bezoldiging, vergelijkende gegevens voorgaand boekjaar, uitkering wegens beëindiging dienstverband, WNT-drempelbedrag ontslaguitkering, voorgaande functie, jaar einde dienstverband, motivering en toelichting ingeval van overschrijding ontslaguitkeringsnorm.

Rubriek 4 Toezichthoudend topfunctionaris

Te verstrekken gegevens:

Naam, aard dienstbetrekking, functiecategorie, aanvang en einde functie, beloning, belastbare onkostenvergoeding, beloning betaalbaar op termijn, onverschuldigde betaling, afwijkend bedrag WNT-maximum, motivering en toelichting ingeval van overschrijding bezoldigingsnorm, vergelijkende gegevens voorgaand boekjaar, uitkering wegens beëindiging dienstverband, onverschuldigd betaalde ontslaguitkering, individueel WNT-maximum ontslaguitkering (bedrag betaald in 2016), voorgaande functie, jaar einde dienstverband en motivering en toelichting ingeval van overschrijding ontslaguitkeringsnorm

Balans

Bijlage 4. Model G

Deze bijlage behoort bij artikel 4a van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

*Model G. Verantwoording subsidies*

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)