Besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 19 februari 2008, nr. P&O/2007/53275, houdende vaststelling van het Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 (Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-03-18
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht;

Gehoord de departementale ondernemingsraad;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2. Mandaat, volmacht en machtiging

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van:

Artikel 3. Organisatie van het Ministerie
1.

Het Ministerie bestaat uit:

2.

De Dienst Uitvoering Onderwijs en het Nationaal Archief zijn baten-lastendienst.

3.

De organisatie van het Ministerie wordt nader vastgesteld door middel van de bij dit besluit behorende bijlage.

4.

Wijziging van de bijlage geschiedt door de secretaris-generaal.

5.

De directeur Organisatie & Bedrijfsvoering draagt zorg voor bekendmaking van de bijlage door plaatsing op het intranet en de internetsite van het Ministerie.

Artikel 4. Voorbehouden aan bewindspersonen
1.

Aan de bewindspersoon is voorbehouden het afdoen en ondertekenen van stukken:

2.

Aan de minister is voorbehouden het afdoen en ondertekenen van stukken houdende het sluiten van huur-, huurkoop- en leaseovereenkomsten voor een bedrag van meer dan € 2.500.000 voor de duur van de overeenkomst.

3.

De secretaris-generaal kan de stukken, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met h, afdoen en ondertekenen indien daarover afspraken zijn gemaakt tussen een bewindspersoon en de secretaris-generaal. De directeur Bestuursondersteuning en Advies draagt zorg voor bekendmaking van de afspraken en door plaatsing op het intranet en de internetsite van het Ministerie.

Artikel 5. Mandaat aan SG
1.

De secretaris-generaal heeft mandaat voor al hetgeen het Ministerie betreft met inachtneming van de managementafspraak tussen de minister en de secretaris-generaal.

2.

De secretaris-generaal geeft rechtstreeks leiding aan de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal en de hoofden van de volgens de bijlage onder de secretaris-generaal ressorterende dienstonderdelen.

3.

Voor zover de secretaris-generaal rechtstreeks leiding geeft aan de hoofden van de volgens de bijlage onder hem ressorterende dienstonderdelen, zijn de voorschriften die van toepassing zijn op directeuren-generaal, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6. Mandaat aan de plaatsvervangend secretaris-generaal en de DG’s
1.

De plaatsvervangend secretaris-generaal en directeuren-generaal hebben, onverminderd de mandaatverlening aan de secretaris-generaal, binnen het kader van de managementafspraak mandaat ten aanzien van alle aangelegenheden op hun werkterrein.

2.

De plaatsvervangend secretaris-generaal en directeuren-generaal geven rechtstreeks leiding aan de hoofden van volgens de bijlage onder hen ressorterende dienstonderdelen.

3.

De plaatsvervangend secretaris-generaal en directeuren-generaal zijn budgethouder voor de hen door de secretaris-generaal toegewezen budgetten. De plaatsvervangend secretaris-generaal en directeuren-generaal kennen aan de volgens de bijlage onder hen ressorterende hoofden de budgetten toe waarover zij kunnen beschikken.

Artikel 7. Mandaat aan de hoofden van inspecties
1.

De inspecteur-generaal van het onderwijs heeft, onverminderd de mandaatverlening aan de secretaris-generaal, met inachtneming van de Wet op het onderwijstoezicht en binnen het kader van de managementafspraak mandaat ten aanzien van alle aangelegenheden die verband houden met de taken en verantwoordelijkheden op zijn werkterrein.

2.

De directeur van de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed heeft, onverminderd de mandaatverlening aan de secretaris-generaal, binnen het kader van de managementafspraak mandaat ten aanzien van alle aangelegenheden die verband houden met de taken en verantwoordelijkheden op zijn werkterrein.

3.

De hoofden van de inspecties, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn budgethouder voor de hun door de secretaris-generaal toegewezen budgetten.

4.

Onverminderd het eerste lid heeft de inspecteur-generaal van het onderwijs mandaat om:

Artikel 8. Mandaat aan het hoofd van de baten-lastendienst Nationaal Archief
1.

Het hoofd van het Nationaal Archief heeft, onverminderd artikel 4, eerste lid, onderdeel l, en de mandaatverlening aan de secretaris-generaal en de directeur-generaal, binnen het kader van de managementafspraak mandaat ten aanzien van alle aangelegenheden die verband houden met de taken en verantwoordelijkheden op zijn werkterrein.

2.

Het hoofd van het Nationaal Archief is budgethouder voor de hem door de secretaris-generaal toegewezen budgetten.

Artikel 9. Mandaat aan directeuren
1.

De directeuren hebben, onverminderd de mandaatverlening aan de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal en de directeuren-generaal, binnen het kader van de managementafspraak mandaat ten aanzien van de aangelegenheden die verband houden met de taken en verantwoordelijkheden op hun werkterrein.

2.

De directeuren zijn budgethouder voor de hun door de secretaris-generaal, plaatsvervangend secretaris-generaal of directeur-generaal toegewezen budgetten.

Artikel 10. Managementafspraken
1.

De secretaris-generaal maakt managementafspraken met de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal en met de volgens de bijlage onder de secretaris-generaal ressorterende hoofden van de in de bijlage opgenomen organisatieonderdelen.

2.

De plaatsvervangend secretaris-generaal en de directeuren-generaal maken managementafspraken met de volgens de bijlage onder hen ressorterende hoofden van de in de bijlage opgenomen organisatieonderdelen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.