Regeling van de Minister van Economische Zaken van 28 februari 2008, nr. WJZ 8024263, tot vaststelling van algemene uitvoeringsregels voor de subsidieverstrekking op grond van het Besluit stimulering duurzame energieproductie (Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-04-04
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 31, negende lid, onderdeel d, van de Elektriciteitswet 1998 en de artikelen 3, derde lid, onder d, en zesde lid, 56, eerste en derde lid, 62, vierde lid, 63, tweede lid, 66, tweede en vierde lid, 68, vierde lid, en 70, tweede lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie;

Besluit:

Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit stimulering duurzame energieproductie in werking treedt.

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Aanvraag om subsidie

Artikel 2
1.

De aanvraag om subsidieverlening gaat vergezeld van vergunningen die noodzakelijk zijn voor de realisatie van de productie-installatie.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op:

3.

Voor de uitvoering van het eerste lid worden omgevingsvergunningen voor een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in de Omgevingswet waaraan een termijn is verbonden als bedoeld in artikel 5.36 van die wet niet in aanmerking genomen.

4.

Indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie die wordt gerealiseerd op een perceel dat in eigendom is van het Rijk en waarop het recht van opstal is verkregen bij een openbare gunningsprocedure, waarbij de hoogte van de aangevraagde subsidie op basis van het besluit onderdeel was van de gunningscriteria, en op het moment van indienen van de aanvraag de vergunning die op grond van artikel 5.1., tweede lid, onderdeel b, van de Omgevingswet noodzakelijk is voor de realisatie van de productie-installatie, nog niet is verleend, gaat de aanvraag vergezeld van het ontwerpbesluit van die vergunning.

5.

Indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de afvang, niet zijnde afvang uit omgevingslucht, en het gebruik van koolstofdioxide of voor de afvang, niet zijnde afvang uit omgevingslucht, en de permanente opslag van koolstofdioxide en op het moment van indienen van de aanvraag vergunningen die noodzakelijk zijn voor de realisatie van die productie-installatie nog niet zijn verleend, gaat, in afwijking van het eerste lid, de aanvraag vergezeld van de vergunning die op grond van artikel 5.1, tweede lid, onderdeel b van de Omgevingswet noodzakelijk is voor de realisatie van de afvanginstallatie en, indien van toepassing, de vervloeiingsinstallatie of de installatie voor zuivering van de afgevangen koolstofdioxide, of indien die vergunning nog niet is verleend, de in behandeling genomen aanvraag voor die vergunning.

6.

Indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte of koolstofdioxide-arme warmte en er een melding als bedoeld in artikel 12b, eerste lid, van de Warmtewet is gedaan en op het moment van indienen van de aanvraag vergunningen die noodzakelijk zijn voor de realisatie van die productie-installatie nog niet zijn verleend, gaat, in afwijking van het eerste lid, de aanvraag vergezeld van de vergunning die op grond van artikel 5.1, tweede lid, van de Omgevingswet noodzakelijk is voor de realisatie van de productie-installatie, of indien die vergunning nog niet is verleend, de in behandeling genomen aanvraag voor die vergunning.

7.

Indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht uitsluitend door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen die natuurinclusief wordt gerealiseerd, zijn in de vergunning die op grond van artikel 5.1, eerste lid, onderdeel a van de Omgevingswet noodzakelijk is voor de realisatie van de productie-installatie de volgende voorwaarden opgenomen:

§ 2. Aanvraag om subsidie

Artikel 3
1.

De subsidie-ontvanger verstrekt de opdrachten voor de levering van onderdelen voor de bouw van de productie-installatie binnen 18 maanden na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening en zendt een afschrift aan de minister.

2.

De subsidie-ontvanger rapporteert na de datum van de beschikking tot subsidieverlening tot het moment van ingebruikname jaarlijks over de voortgang van de realisatie van het op grond van artikel 56, vierde lid, onderdeel f, van het besluit in de aanvraag opgenomen tijdschema.

3.

De subsidie-ontvanger zendt de minister binnen een jaar na de datum van ingebruikname van de productie-installatie of op verzoek van de minister een overzicht van de daadwerkelijke investeringskosten, van de overige kosten en baten gedurende de exploitatie, van de reeds ontvangen subsidies en overige steun en van de nog te ontvangen subsidies en overige steun. Het overzicht wordt gezonden met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld. Indien de verleende subsidie meer bedraagt dan € 125.000, gaat het overzicht vergezeld van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het accountantsberoep. De verklaring wordt opgesteld met gebruikmaking van een controleprotocol dat door de minister ter beschikking wordt gesteld.

4.

De minister kan de termijn, bedoeld in het derde lid, op verzoek van de subsidie-ontvanger eenmalig verlengen met ten minste zes weken.

5.

De subsidie-ontvanger meldt iedere wijziging van reeds ontvangen subsidies en overige steun en van de nog te ontvangen subsidies en overige steun aan de minister.

6.

Het eerste lid is niet van toepassing op de ontvanger van subsidie voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van windenergie op zee.

7.

Het derde lid is niet van toepassing indien de subsidie-ontvanger geen andere subsidie heeft ontvangen dan die op grond van het besluit en geen andere overige steun, met uitzondering van het financieel voordeel dat is behaald op grond van de Regeling groenprojecten 2016 of de Regeling groenprojecten 2022, tenzij sprake is van:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.