Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Gerechtsdeurwaarders vanaf 1945 (Minister van Economische Zaken)

Type Archiefselectielijst
Publication 2008-03-12
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;

De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 30 januari 2008, nr. bca-2008.04316/1);

Besluiten:

Artikel 1

De bij dit besluit gevoegde ‘selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Minister van Economische Zaken en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein Gerechtsdeurwaarders over de periode vanaf 1945’ en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Basisselectiedocument gerechtsdeurwaarders 1945–

Instrument voor de selectie – ter vernietiging dan wel blijvende bewaring – van de administratieve neerslag op het terrein van de zorgdragers

Minister van Economische Zaken

Nationaal Archief/PIVOT

Ministerie van Justitie

Eindredactie: Project Wegwerken Archief Achterstanden (PWAA)

Lijst van gebruikte afkortingen

AMvB: algemene maatregel van bestuur

art.: artikel

BFT: Bureau Financieel Toezicht

BSD: basis selectie document

COREPER: Comité des répresentants permanents des Etats Membres auprès de l'Union

Européenne (Comité van permanente vertegenwoordigers):

IO: institutioneel onderzoek

KB: koninklijk besluit

KBvG: Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders

KNHG: Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap

KVG: Koninklijke Vereniging van Gerechtsdeurwaarders

MDW: operatie Marktwerking, Deregulering en Wetgeving

NA: Nationaal Archief

PBO: publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie

PC DIN: Permanente Commissie Documentaire Informatieverzorging

PIVOT: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn

RAD: Rijksarchiefdienst

RIO: rapport institutioneel onderzoek

Stb.: Staatsblad

Stcr.: Staatscourant

TK: Tweede Kamer

Verantwoording

Doel en werking van het BSD

Definitie van het BSD

Een Basis Selectiedocument (BSD) is de vorm waarin één of meerdere selectielijst(en), bedoeld in artikel 5 van de Archiefwet 1995 (Stb. 1995, 277), worden vastgesteld. Een selectielijst biedt de grondslag voor het vernietigen dan wel het ter blijvende bewaring overbrengen van de neerslag van handelingen van een zorgdrager en de onder hem ressorterende actoren. Een BSD kan bestaan uit één of meer selectielijsten.

Een BSD is gebaseerd op een vastgesteld Rapport Institutioneel Onderzoek (RIO) en bestrijkt dezelfde periode als dit rapport. Een BSD bevat in principe dezelfde handelingen als het RIO dat aan het BSD ten grondslag ligt. Eventuele afwijkingen hierop worden in het verslag van het gevoerde driehoeksoverleg verantwoord. Indien het RIO een begin- en eindperiode vermeldt wordt de eindperiode niet overgenomen in het BSD, omdat dit ten onrechte zou suggereren dat alle handelingen afgesloten zijn. Een dergelijke wijziging heeft een praktisch nut en betekent geen nader institutioneel onderzoek.

Het handelingenblok wijkt in zoverre af van dat van het RIO dat een veld voor de waardering wordt toegevoegd.

In het veld ‘waardering’ wordt aangegeven of de administratieve neerslag hiervan bewaard dan wel vernietigd moet worden, en welk bewaarcriterium of vernietigingstermijn gehanteerd wordt. De waardering B (= bewaren) betekent dat de neerslag voor permanente bewaring wordt overgebracht naar het Nationaal Archief. De waardering V (= vernietiging) betekent dat de neerslag wordt vernietigd. Op welke termijn dat gebeurt, wordt bij de waardering vermeld. Bij voorkeur wordt ook het ingangsmoment vastgelegd (bijv. 3 jaar na vaststelling nieuwe regeling). Zonder nadere aanduiding gaat de vernietigingstermijn in direct na afsluiting van de zaak waarop een dossier betrekking heeft.

Anders dan in het RIO worden in het BSD de handelingen per actor geordend. Indien een BSD bestaat uit lijsten voor actoren onder verschillende zorgdragers, worden deze per zorgdrager geordend. Hiermee wordt uitdrukking gegeven aan het uitgangspunt dat een selectielijst een eenheid is, bevattende handelingen van een zorgdrager en de onder hem ressorterende actoren. Anders gezegd: een selectielijst kan opgebouwd zijn uit (deel)lijsten voor verschillende actoren die onder dezelfde zorgdrager ressorteren.

Functies van het BSD

Het BSD heeft de volgende functies:

Definitie van het beleidsterrein

In artikel 1 van de Gerechtsdeurwaarderswet (Stb. 2001, 70) wordt de gerechtsdeurwaarder omschreven als: ‘…een openbaar ambtenaar, belast met de taken die bij of krachtens de wet, al dan niet bij uitsluiting van ieder ander, aan deurwaarders onderscheidenlijk gerechtsdeurwaarders zijn opgedragen of voorbehouden.’

De deurwaarder is van oudsher dienaar van de rechter geweest. Een van zijn taken bestond uit het handhaven van de orde en rust op de terechtzitting (deurwaarder = deurbewaarder). Andere oude taken zijn het oproepen van personen om voor de rechter te verschijnen en de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen. Daarnaast trad de deurwaarder op als bode van partijen.

De gerechtsdeurwaarder is zowel openbaar ambtenaar als ondernemer; hij oefent zowel ambtelijke als niet-ambtelijke taken uit.

Afbakening van het beleidsterrein

Deze selectielijst betreft het (deel)beleidsterrein Gerechtsdeurwaarders. Voorafgaand aan het opstellen van deze lijst is institutioneel onderzoek gedaan door. H. Jordaan. In dit onderzoek is de wet- en regelgeving betrokken die tot en met 2001 tot stand is gekomen. Het onderzoek heeft zijn beslag gekregen in een rapport institutioneel onderzoek, dat echter niet is gepubliceerd. Het vormt als zodanig een aanvulling op C.K. Berghuis, Rechtspleging en rechtshulp. De datageschiedenis van handelingen en organisatie-eenheden van de justitiële Ministeriële organisatie van de rechtspleging en rechtshulp, 1945–1992, ’s-Gravenhage 1993 (PIVOT-rapport nr. 10). Hierin waren twee handelingen opgenomen ten aanzien van de gerechtsdeurwaarders, die beide weer waren uitgesplitst in een aantal deelhandelingen. Deze opzet strookt niet met de huidige inzichten over de formulering van handelingen. De genoemde deelhandelingen zijn daarom opnieuw geformuleerd en als afzonderlijke handelingen in het RIO opgenomen.

Na 1991 is er op het beleidsterrein Gerechtsdeurwaarders geen nieuwe wetgeving meer van kracht geworden. Daarom kan gesteld worden dat het voorliggende BSD een geldigheid heeft voor de periode vanaf 1945.

In het hierboven genoemde RIO Rechtspleging en Rechtshulp waren de handelingen met betrekking tot de gerechtsdeurwaarders gerangschikt onder rechtshulp. De gerechtsdeurwaarder vervult echter vooral een belangrijke rol op het terrein van de rechtspleging. Hij is zowel een door de Kroon benoemd ambtenaar als een zelfstandig ondernemer. In de laatste hoedanigheid verricht hij incassowerkzaamheden voor particulieren en kan hij optreden als procesgemachtigde en rechtsbijstand verlenen, werkzaamheden die geen onderdeel uitmaken van zijn openbare taken. De ambtelijke werkzaamheden van de gerechtsdeurwaarder, die het onderwerp van dit beleidsterrein zijn, betreffen met name zijn rol in het civiele proces zoals bij de dagvaarding, het tussentijds berichtenverkeer tussen partijen, de tenuitvoerlegging van vonnissen en de daaraan gerelateerde of daarmee verwante taken. Dit is de kern van het domeinmonopolie van de gerechtsdeurwaarder dat zijn grondslag vindt in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Voor de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG), een publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie (PBO), die met de inwerkingtreding van de Gerechtsdeurwaarderswet (Stb. 2001, 70) in het leven geroepen is, en die een belangrijke rol vervult ten aanzien van regulering van en opleiding tot het ambt van gerechtsdeurwaarder, is een apart RIO en BSD opgesteld. Omdat deze beroepsorganisatie een eigen BSD heeft bevat onderliggend BSD geen handelingen voor deze actor op het terrein Gerechtsdeurwaarders.

In de voorliggende lijst zijn handelingen opgenomen met betrekking tot opleiding, toezicht en tuchtrechtspraak.

Het beleidsterrein van de rechterlijke macht heeft raakpunten met dat van de gerechtsdeurwaarders. Dit is beschreven in ‘Gedeelde geschillen. Een institutioneel onderzoek naar het handelen van de rechterlijke macht vanaf 1950’, ’s-Gravenhage 2001 (PIVOT-rapport nr. 124). In dit RIO wordt kort ingegaan op de rol van de gerechtsdeurwaarder in de civiele procedure. De enige in genoemd rapport vermelde handeling met betrekking tot de gerechtsdeurwaarder betreft zijn beëdiging (handeling 289). Deze handeling is hier dan ook niet opgenomen.

Tenslotte zijn er enkele bijzondere wettelijke regelingen met betrekking tot invordering en executie, die de inschakeling van de gerechtsdeurwaarder met zich meebrengen, buiten het kader van de reguliere civiele rechtspleging om. Het betreft onder meer de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet Mulder), de ontnemingswetgeving (‘Pluk ze’) en de Wet studiefinanciering. Handelingen met betrekking tot gerechtsdeurwaarders die uit deze wetgeving voortvloeien zijn hier buiten beschouwing gelaten. (Zie in dit verband het PIVOT-rapport nr. 112, ‘Van Incasseren tot coördineren. Een institutioneel onderzoek naar het handelen van het Centraal Justitieel Incasso Bureau, 1990-2000’).In onderliggend BSD zijn de handelingen voor de actor Arrondissementsrechtbank/kantongerecht [president van het college/kantonrechter] of een door de Minister van Justitie aan te stellen autoriteit niet opgenomen; deze worden namelijk vermeld in een eigen BSD getiteld ‘Rechterlijke Macht’ (vastgesteld Stcrt. 2003/11, rectificatie Stcrt. 2003/36), opgesteld op basis van RIO nr. 124. Ook de handelingen van de actor het Gerechtshof van Amsterdam (belast met de tuchtrechtspraak in hoger beroep, aangaande uitspraken van de Kamer voor gerechtsdeurwaarders) zijn niet hier opgenomen, maar in het BSD Rechterlijke Macht.

Hetzelfde geldt voor de handelingen van (de Voorzitter van) de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders. Dit tuchtorgaan maakt deel uit van de rechtbank Amsterdam en het secretariaat wordt gevoerd door de griffier. De handelingen voor deze actor zijn niet opgenomen in onderliggend BSD; zij zullen in de eerstvolgende actualisatie van het BSD Rechterlijke Macht worden meegenomen.

Het Bureau Financieel Toezicht heeft een eigen selectielijst, dus ook deze actor is niet in onderhavig BSD opgenomen. Hetzelfde geldt voor de Commissie van Deskundigen die onder het zorgdragerschap van het Bureau Financieel Toezicht valt.

De doelstelling(en) van de overheid op het beleidsterrein

De deurwaarder is van oudsher dienaar van de rechter geweest. Een van zijn taken bestond uit het handhaven van de orde en rust op de terechtzitting (deurwaarder = deurbewaarder). Andere oude taken zijn het oproepen van personen om voor de rechter te verschijnen en de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen. Daarnaast trad de deurwaarder op als bode van partijen. De benaming ‘deurwaarder’ wordt gebruikt voor verwante maar verschillende beroepsgroepen. Zo zijn er bijvoorbeeld belastingdeurwaarders, bij de belastingdienst werkzame ambtenaren die zijn belast met de invordering van belastingschulden. Hun taak bestaat in hoofdzaak uit het behandelen van dwangbevelen die door de ontvanger zijn uitgevaardigd. Ook gemeenten en waterschappen stellen ambtenaren als deurwaarder aan voor de uitvoering van incassotaken. Deze beroepsgroep staat echter los van die van de gerechtsdeurwaarders. Voor zover hierna de term deurwaarder wordt gebruik, wordt steeds de gerechtsdeurwaarder bedoeld.

De gerechtsdeurwaarder is zowel openbaar ambtenaar als ondernemer; hij oefent zowel ambtelijke als niet-ambtelijke taken uit. De gerechtsdeurwaarder wordt sinds 1960 door de Kroon benoemd. Voordien was de Minister van Justitie bevoegd tot benoeming. De goedkeuring van de aanstelling van toegevoegd kandidaat-deurwaarders en de benoeming van waarnemend deurwaarders (zie hierna) bleef berusten bij de Minister van Justitie. De gerechtsdeurwaarder mag zijn werkzaamheden pas aanvangen nadat hij is beëdigd. In verband met het tweeledige karakter van zijn ambt kan de gerechtsdeurwaarder zowel civiel- als publiekrechtelijk ter verantwoording worden geroepen.

Het deurwaardersambt was vanaf 1934 geregeld bij het Deurwaardersreglement (Stb. 1934, 598) dat met enkele wijzigingen tot 1960 van kracht bleef. In 1960 werd het deurwaardersreglement gewijzigd en opnieuw vastgesteld (Stb. 1960, 562). De omstandigheden waaronder de deurwaarder zijn werkzaamheden verrichtte en zijn takenpakket waren echter aan snelle verandering onderhevig. De in veel opzichten nog op de negentiende-eeuwse situatie gebaseerde regelgeving bleek daarom al spoedig voor herziening vatbaar. In 1991 werd een wetsontwerp ingediend voor een Gerechtsdeurwaarderswet (TK 1991–92, 22 775, nrs. 1–3). Het zou echter nog tien jaar duren voordat de Gerechtsdeurwaarderswet (Stb. 2001, 70) in werking trad.

Voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Gerechtsdeurwaarderwet (Stb. 2001, 598) werd door de interdepartementale werkgroep ‘Gerechtsdeurwaarders’, onder voorzitterschap van mr I.W. Opstelten, onderzocht in hoeverre het mogelijk en zinvol zou zijn om marktwerking bij de gerechtsdeurwaarders te bevorderen. Het door deze commissie uitgebrachte rapport maakte onderdeel uit van de operatie Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit (MDW). Er werd daarbij gekeken naar regels op het gebied van exclusieve bevoegdheden, het standplaatsenbeleid, de tarieven, de gedrags- en beroepsregels, de opleiding en de titelbescherming. De bevindingen van de werkgroep en de verwerking daarvan in de Gerechtsdeurwaarderswet (Stb. 2001, 70), zoals deze uiteindelijk tot stand kwam, zullen nader aan de orde worden gesteld.

Eerst zullen hieronder de werkzaamheden en de administratie van de gerechtsdeurwaarder worden behandeld. Daarna zal worden ingegaan op de opleiding tot deurwaarder en de voorwaarden voor aanstelling. Vervolgens zal het toezicht op de uitoefening van het deurwaardersambt en de tuchtrechtspraak worden besproken.

De actoren op het beleidsterrein, voor zover hun selectielijsten in het BSD zijn opgenomen

Op het beleidsterrein Gerechtsdeurwaarders zijn diverse actoren actief. De actoren die onder de zorg van de Minister van Justitie vallen zijn in dit BSD opgenomen. Het gaat om de volgende actoren:

Minister van Justitie

Commissie Deurwaardersexamen

Commissie Opleiding

Commissie Tarieven Gerechtsdeurwaarders

Commissie tot het instellen en opheffen van deurwaardersstandplaatsen

Gerechtsdeurwaarder

Toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder

Daarnaast is een handeling voor de actor de Interdepartementale werkgroep Gerechtsdeurwaarders (de Commissie Opstelten) opgenomen. Deze actor valt onder de zorg van de Minister van Economische Zaken.

Selectiedoelstelling

De doelstelling van het Nationaal Archief bij de selectie van overheidsarchieven is dat de belangrijkste bronnen van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig worden gesteld voor blijvende bewaring. Met het te bewaren materiaal moet het mogelijk zijn om een reconstructie te maken van de hoofdlijnen van het handelen van de rijksoverheid ten opzichte van haar omgeving, maar ook van de belangrijkste historisch-maatschappelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen, voor zover deze zijn te reconstrueren uit overheidsarchieven.

Deze selectiedoelstelling wordt in het BSD toegepast op het betreffende beleidsterrein.

Selectiecriteria

Selecteren is het aanmerken van de neerslag van een handeling voor bewaren of vernietigen.

Als de neerslag aangewezen wordt ter bewaring, wil dat zeggen dat deze neerslag, ongeacht de vorm waaruit zij bestaat, voor eeuwig bewaard moet worden. De bewaarplaats waar deze neerslag na het verlopen van de wettelijke overbrengingstermijn van twintig jaar moet worden overgebracht, is het Nationaal Archief. Bij de handeling in dit BSD staat in dit geval bij waardering een B (van bewaren).

Als de neerslag van een handeling wordt aangewezen ter vernietiging, wil dat zeggen dat deze neerslag, ongeacht de vorm waaruit zij bestaat, na verloop van de in het BSD vastgestelde termijn kan worden vernietigd. De vernietigingstermijn is een minimum eis: stukken mogen niet eerder dan na het verstrijken van die termijn worden vernietigd door de voor het beheer verantwoordelijke dienst. De duur van de vernietigingstermijn wordt bepaald door de administratieve belangen en de belangen van de burgers, enerzijds ten behoeve van het adequaat uitvoeren van de overheidsadministratie en de verantwoordingsplicht van de overheid en anderzijds voor de recht- en bewijszoekende burger. Bij de handeling in dit BSD staat in dit geval bij waardering een V (van vernietigen).

Het aanwijzen van handelingen waarvan de neerslag bewaard moet blijven gebeurt op grond van criteria die tot stand zijn gekomen in overleg tussen zorgdrager en het Nationaal Archief.

De gehanteerde algemene selectiecriteria zijn:

1.

Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.

2.

Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieruit worden niet perse consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.

3.

Handelingen die betrekking hebben verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren

Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.

4.

Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.