Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Landbouwstructuurbeleid vanaf 1945 (Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek)

Type Archiefselectielijst
Publication 2008-03-29
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;

De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 06-12-2007, nr. aca-2007.04114/3);

Besluit:

Artikel 1

De bij dit besluit gevoegde ‘selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein Landbouwstructuurbeleid over de periode vanaf 1945’ en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Landbouwstructuurbeleid

Basisselectiedocument voor het beleidsterrein landbouwstructuurbeleid 1945–

Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV)

Minister van Economische Zaken (EZ)

Minister van Financiën

Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)

Minister van Verkeer en Waterstaat (V&W)

Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM)

Produktschap Vee en Vlees (PVV) en Produktschap Pluimvee en Eieren (PPE)

Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO)

Stichting zeldzame huisdierrassen

Stichtingen Proefstations

Stichtingen Regionale Onderzoekscentra

PWAA/Rotterdam

Definitie van het BSD

Een Basis Selectiedocument (BSD) is de vorm waarin een of meerdere selectielijst(en), bedoeld in artikel 5 van de Archiefwet 1995 (Stb. 277), worden vastgesteld. Een selectielijst biedt de grondslag voor het vernietigen dan wel het ter blijvende bewaring overbrengen van de neerslag van handelingen van een zorgdrager en de onder hem ressorterende actoren. Een BSD kan bestaan uit één of meer selectielijsten.

Een BSD is gebaseerd op een vastgesteld Rapport Institutioneel Onderzoek (RIO) en bestrijkt dezelfde periode als dit rapport. Eventuele afwijkingen hiervan worden in het verslag van het driehoeksoverleg verantwoord.

Een BSD bevat in principe dezelfde handelingen als het RIO dat aan het BSD ten grondslag ligt. Eventuele afwijkingen hierop worden in het verslag van het gevoerde driehoeksoverleg verantwoord. Indien het RIO een begin- en eindperiode vermeldt wordt de eindperiode niet overgenomen in het BSD, omdat dit ten onrechte zou suggereren dat alle handelingen afgesloten zijn. Een dergelijke wijziging heeft een praktisch nut en betekent geen nader institutioneel onderzoek.

Het handelingenblok wijkt in zoverre af van dat van het RIO dat een veld voor de waardering wordt toegevoegd (zie leeswijzer onder 3.8).

In het veld ‘waardering’ wordt aangegeven of de administratieve neerslag hiervan bewaard dan wel vernietigd moet worden, en welk bewaarcriterium of vernietigingstermijn gehanteerd wordt. De waardering B (= bewaren) betekent dat de neerslag voor permanente bewaring wordt overgebracht naar de Rijksarchiefbewaarplaatsen. De waardering V (= vernietiging) betekent dat de neerslag wordt vernietigd. Op welke termijn dat gebeurt, wordt bij de waardering vermeld. Bij voorkeur wordt ook het ingangsmoment vastgelegd (bijv. 3 jaar na vaststelling nieuwe regeling). Zonder nadere aanduiding gaat de vernietigingstermijn in direct na afsluiting van de zaak waarop een dossier betrekking heeft.

Anders dan in het RIO worden in het BSD de handelingen per actor geordend. Indien een BSD bestaat uit lijsten voor actoren onder verschillende zorgdragers, worden deze per zorgdrager geordend. Hiermee wordt uitdrukking gegeven aan het uitgangspunt dat een selectielijst een eenheid is, bevattende handelingen van een zorgdrager en de onder hem ressorterende actoren. Anders gezegd: een selectielijst kan opgebouwd zijn uit (deel)lijsten voor verschillende actoren die onder dezelfde zorgdrager ressorteren.

Functies van het BSD

Het BSD heeft de volgende functies:

Verantwoording

Voor u ligt het Basis Selectie Document (BSD) Landbouwstructuurbeleid. Het BSD is gebaseerd op het rapport institutioneel onderzoek (RIO) nummer 158 ‘Landbouwstructuurbeleid. Een institutioneel onderzoek naar het handelen van de overheidsorganen op het beleidsterrein landbouwstructuurbeleid 1945–2000’. Het BSD bestrijkt dezelfde periode. Het RIO is in 2001 en 2002 geschreven door drs. A. Mul, drs. S. Aarts, drs. E. Verheijen en J.H. van Tol.

N.B. Per abuis zijn in het RIO twee handelingen weggevallen, handeling 1 en 2. Als gevolg hiervan komen de nummers van het BSD niet overeen met die in het RIO. Het verschil is steeds exact 2: handeling nummer 1 in het RIO is handeling nummer 3 in het BSD etc. In het RIO is een erratum bijgevoegd.

Een aantal actoren uit het RIO is om uiteenlopende reden niet in het BSD opgenomen.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven gaat een eigen BSD opstellen. Ook de handelingen van de actor Gedeputeerde Staten wordt niet in het BSD opgenomen. De actoren Landbouwschap en Landelijke Stichtingen vallen onder de selectielijst van de SER.

Voorts valt de actor Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek (NRLO) onder het zorgdragerschap van TNO, dat een eigen selectielijst heeft. Een deel van het archief van TNO is reeds bij het Nationaal Archief. Hiertoe behoren ook stukken van de Nationale Raad voor landbouwkundig onderzoek uit de periode 1958–1980. Er komt een nieuwe selectielijst voor de TNO, derhalve hoeft deze zorgdrager niet te worden meegenomen in de selectielijst voor het beleidsterrein Landbouwstructuurbeleid.

Diverse actoren zijn niet in het BSD opgenomen, aangezien deze van na 2000, het jaar tot waar het RIO loopt, dateren. Dit betreft de actoren Denkgroep-Wijffels, Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO) en het Praktijkonderzoek Veehouderij (PV).

De bedrijfsschappen zijn wel benaderd met de vraag of ze wilden meeliften met het vaststellingstraject van dit BSD, maar hier is geen gebruik van gemaakt.

Van de actor(en) Produktschappen komt alleen het Produktschap Vee en Vlees en Produktschap Pluimvee en Eieren (PVV/PPE) in het BSD voor. De overige produktschappen beschikken reeds over een BSD of zullen dit binnenkort doen, of hebben te kennen gegeven niet mee te willen liften.

Een groot aantal actoren die in het Actorenoverzicht van het RIO niet staan vermeld maar bij diverse handelingen wel als actor optreden, zijn in het BSD opgenomen. Het gaat om de volgende actoren:

Voor de Minister van LNV is een nieuwe handeling opgenomen, ‘Het voeren van overleg met belangenorganisaties’. Deze handeling (nummer 547) komt in het BSD na handeling 9.

Voor de actoren Commissie voor Marktstructuur en Projecten Advies Commissie (PAC), die wel in het overzicht van het RIO staan beschreven maar waar geen handelingen voor waren opgenomen, zijn nieuwe handelingen geformuleerd. Deze actoren staan in deel B. Voor de actor Commissie voor Marktstructuur is de volgende handeling met het nummer 548 geformuleerd: ‘Het adviseren van de Minister van LNV over ingediende projecten ter verbetering van de agrarische marktstructuur’.

Voor de actor Projecten Advies Commissie (PAC) is de volgende handeling met het nummer 549 geformuleerd: ‘Het adviseren van de Minister van LNV over ingediende projecten ter verbetering van de agrarische marktstructuur’.

Een deel van de handelingen die vallen onder het zorgdragerschap van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu die opgenomen zijn in dit selectiedocument, zijn reeds verwerkt. Het gaat om de handelingen 334, 335, 336 en 338.

Een deel van de handelingen die vallen onder het zorgdragerschap van de Minister van Financiën die zijn opgenomen in het RIO Landbouwstructuurbeleid, zijn opgenomen in het rapport Materiele oorlogs- en watersnoodschade (RIO nummer 128). Het gaat om de handelingen 327, 328, 331, 332, 333, 337 en 340.

Doel en de werking van het BSD

De voorliggende selectielijst geldt voor alle actoren onder de archiefzorg van de Minister van LNV. Elke actor selecteert de neerslag van zijn handelen binnen het beleidsterrein Landbouwstructuurbeleid voortaan met deze lijst. Voor handelingen op andere beleidsterreinen gelden andere selectielijsten.

Enkele in het oog springende kenmerken van een selectielijst zijn de volgende.

Afbakening van het beleidsterrein

Het beleidsterrein Landbouwstructuurbeleid heeft raakvlakken met veel andere beleidsterreinen.

Afbakening ten opzichte van andere beleidsterreinen wordt bemoeilijkt door enkele factoren. In de eerste plaats bestaat er geen geïnstitutionaliseerd landbouwstructuurbeleid, in de zin dat er een duidelijk omschreven en afgepaald beleidsterrein met een uitgewerkt wettelijk kader is. De keuze van wat onder landbouwstructuurbeleid valt, is derhalve niet altijd een eenvoudige zaak. In de tweede plaats is het landbouwstructuurbeleid nauw verweven met andere beleidsterreinen. Zo zullen maatregelen die vanuit een beleidsterrein als Landinrichting worden uitgewerkt, van invloed zijn op de landbouwstructuur. Hetzelfde kan worden gezegd van het mestbeleid, dat consequenties heeft voor de omvang van bijvoorbeeld de varkenshouderij. Andere maatregelen, zoals braakleggings- en rooipremieregelingen, kunnen worden opgevat als onderdeel van landbouwstructuurbeleid of als onderdeel van markt- en prijsbeleid. Leidraad zal in principe moeten zijn de motivering en de doelstellingen van de instrumenten. Een andere complicerende factor is dat de doelstellingen van het landbouwstructuurbeleid in de loop der tijd zijn verbreed. Het gaat niet alleen meer om productiviteitsverhoging en (daarmee) inkomenswaarborging, maar ook om milieubehoud, beheer van landschap en natuur, enz..

Feitelijk grijpen de verschillende beleidsterreinen dus steeds meer op elkaar in en bestaat ‘het’ beleidsterrein Landbouwstructuurbeleid uit een groeiend aantal deelbeleidsterreinen.

Agrarisch onderwijs, Bosbouw, Gewasbescherming, Gezondheid en welzijn van dieren, Grondprijsbeleid. Landinrichtingsbeleid, Markt- en prijsbeleid,

Meststoffenbeleid, Milieubeheer, Natuur- en landschapsbeheer, Pachtbeleid, Relatienotabeleid, Visserij, Voedselveiligheid

Sommige productschappen, waaronder het HPA, hebben op de eigen taak en organisatie gerichte rapporten institutioneel onderzoek. Op basis daarvan zijn eigen selectielijsten gemaakt.

Zie het bijbehorende Rapport Institutioneel Onderzoek voor een uitgebreide beschrijven van de afbakening.

Doelstelling en beleidsinstrumenten

Landbouwstructuurbeleid is een van de pijlers van landbouwbeleid, samen met markt- en prijsbeleid. Om inzicht te krijgen in wat landbouwstructuurbeleid inhoudt, moet eerst duidelijk zijn wat wordt verstaan onder landbouwstructuur.1De opvattingen over grenzen en doelstellingen van het agrarisch structuurbeleid zijn in de loop der tijd veranderd en ook in de literatuur lijkt hierover eenduidigheid te ontbreken. In dit hoofdstuk is ervoor gekozen een combinatie van een aantal min of meer met elkaar overeenkomende opvattingen tot een enkele, hanteerbare omschrijving om te smeden. Daarbij zal opvallen dat de economische invalshoek voor de begripsbepaling overheerst. In het verdere contextverhaal wordt die als vanzelf aangevuld c.q. genuanceerd. Een definitie daarvan luidt als volgt: de ordening van het geheel van productiefactoren dat ten behoeve van de voortbrenging van land- en tuinbouwproducten wordt aangewend2Van den Brink 1990.. Landbouwstructuurbeleid is dan aan te merken als de door de overheid met bepaalde middelen en in een bepaalde tijdsvolgorde nagestreefde directe en doelgerichte beïnvloeding van de landbouwstructuur3Idem.. Dit gebeurt door ondersteuning van en ingrijpen in de structuur van de agrarische productie, verwerking en afzet.

Een EEG-verordening uit 1964 noemt onderwerpen die door het landbouwstructuurbeleid worden bestreken:

In de landbouwbegroting van 1971–1972 meldde de Minister dat het structuurbeleid ‘een krachtige ontwikkeling’ had doorgemaakt. Het landbouwstructuurbeleid richtte zich, zo staat in de nota, op de volgende hoofdpunten: a.) begeleiding van afvloeiing, omscholing, bedrijfsbeëindiging, en b.) begeleiding van de ontwikkeling van potentieel gezonde bedrijven (innovatie, ontwikkeling, marktstructuur). Deze tweedeling is altijd terug te vinden geweest, al is de ontwikkelingskant van het landbouwstructuurbeleid sterk dominant geworden.

Het gaat bij structuurbeleid dus om de manier waarop de productiefactoren ondernemerschap (incl. kennis), arbeid, grond en kapitaal optimaal kunnen worden gecombineerd en gericht op de functies die het landbouwbeleid te vervullen heeft.

Zie het bijbehorende Rapport Institutioneel Onderzoek voor een uitgebreide beschrijven van de de doelstelling.

Vaststellingsprocedure

In sepetmber 2006 is het ontwerp-BSD door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedeselkwaliteit aan de Minister van OC&W aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 1 oktober 2007 lag de selectielijst gedurende zes weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van de studiezaal en op de website van het Nationaal Archief evenals op de website van het Ministerie van OCW, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.

Op 6 december bracht de RvC advies uit (aca-2007.04114/3), hetwelk aanleiding heeft gegeven tot de volgende wijzigingen in de ontwerp-selectielijst:

Daarop werd het BSD op 15 februari 2006 door de wnd. algemene rijksarchivaris, namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit [C/S&A/08/95], de Minister van Economische Zaken [C/S&A/08/96], de Minister van Financiën [C/S&A/08/97], de Minister van Onderwijs, Cultuur & Wetenschappen[C/S&A/08/98] , de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [C/S&A/08/406], de Minister van Verkeer en Waterstaat [C/S&A/08/408], de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu [C/S&A/08/407], de Produktschappen Vee, Vlees en Eieren[C/S&A/08/409], de Stichting zeldzame huisdierrassen [C/S&A/08/410] en de Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek [C/S&A/08/411] vastgesteld.

De actoren op het beleidsdsterrein

In dit BSD wordt de neerslag beschreven van de handelingen van ondermeer de onderstaande actoren:

1. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

2. Actoren die vallen onder het zorgdragerschap van de Minister van LNV

Adviescommissie Borgstellingsfonds

Adviescommissie Milieuvriendelijke Agrificatie

Adviescommissie Nieuwe agrarische schadeverzekeringen

Beoordelingscommissie vernieuwing landelijk gebied

Beoordelingscommissies investeringsprojecten

Bodemkundig Instituut

Commissie Herstructurering Melkveehouderij (Commissie-Koopmans)

Commissie Organisatie Slachthuiswezen / Herstructurering Slachthuiswezen (Commissie-Franke)

Commissie van advies van de proefstations voor landbouwkundig onderzoek en het Bodemkundig Instituut

Commissie van Advies voor de Agrarische Marktstructuur

Commissie van Advies voor de Rijksdienst voor Landbouwherstel

Commissie voor Marktstructuur

Herstructureringscommissies voor de Akkerbouw

Interdepartementale Stuurgroep Agrificatie

Landelijke Raad voor de Bedrijfsontwikkeling

Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek (NRLO)

Ontwikkelings- en Saneringsfonds voor de Landbouw (O&S-fonds)

Proefstations voor het Controle-onderzoek

Proefstations voor Landbouwkundig Onderzoek

Programmacommissie IOP-Koolhydraten

Projecten Advies Commissie (PAC)

Provinciale Adviescommissies

Provinciale raden voor de Bedrijfsontwikkeling

Provinciale raden voor de Rijkslandbouwvoorlichting

Raad voor het Landelijk Gebied

Raad voor het Natuurbeheer

Raden voor de Bedrijfsontwikkeling

Rijksdienst voor Landbouwherstel

Sectorale adviescommissies

Stichting Borgstellingfonds voor de Landbouw

Stichting Dienst Landbouwvoorlichting

Stichting voor de Landbouw

Structuurcommissies

Stuurgroep Arbo-convenant Agrarische sectoren

Stuurgroep Heroriëntatie Pluimveehouderij (Commissie –Alders)

Tijdelijke begeleidingscommissies herstructurering veehouderij

Werkgroep Arbo-projecten

3. Overige actoren

Actoren onder de zorg van de Minister van Economische Zaken (EZ):

Minister van EZ

Herstructureringsmaatschappij (NEHEM)

Structuurcommissies

Stuurgroep Integraal Structuurplan Noorden des Lands

Actoren onder de zorg van de Minister van Financiën:

Minister van Financiën

Werkgroep ‘Fiscale opties bij herstructurering op bedrijfsniveau in de land- en tuinbouw’

Actoren onder de zorg van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW):

Minister van OCW)

Stuurgroep Innovatiegerichte Onderzoeksprogramma’s

Actoren onder de zorg van de Minister van Sociale Zaken & Werkgelegenheid (SZW)

Minister van SZW

Actoren onder de zorg van de Minister van Verkeer & Waterstaat (V&W)

Minister van V&W

Actoren onder de zorg van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM)

Minister van VROM

Overige actoren

Adviescommissie Borgstellingsfonds

Noordbrabantse en zuidelijke adviescommissies

Productschap voor Vlees en Vee en Productschap Pluimvee en Eieren (PVV/PVE)

Raad van Toezicht van de Stichting DLO

Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO/WUR)

Stichting Zeldzame Huisdierrassen

Stichtingen Proefstations

Stichtingen Regionale Onderzoekscentra

Selectiedoelstelling

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.