Besluit van de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking van 27 maart 2008, nr. DMV/HH-0058/08, tot vaststelling van beleidsregels voor subsidiëring van humanitaire hulp op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Beleidsregels Humanitaire Hulp 2008)
Gelet op artikel 6 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken en artikel 3.1 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;
Besluit:
Artikel 1
Voor subsidieverlening op grond van artikel 3.1 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 in het kader van humanitaire hulp gelden voor de periode 1 januari 2008 tot en met 31 december 2008 de beleidsregels zoals neergelegd in de bijlage bij dit besluit.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het geplaatst wordt.
Bijlage
Beleidsregels Humanitaire Hulp 2008 en annexen
Inleiding
Op grond van art. 3.1 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 heeft de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking de bevoegdheid subsidie te verlenen ten behoeve van noodhulp of conflictbeheersing. In deze beleidsregels voor humanitaire hulp wordt het beleid van de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking met betrekking tot subsidieverlening aan NGO’s ten behoeve van humanitaire hulp nader ingevuld. De beleidsregels kunnen tevens dienen als hulpmiddel bij het indienen van subsidieaanvragen.
De indeling van dit beleidskader is als volgt:
Hoofdstuk 1 geeft aan wat de algemene doelstellingen zijn van humanitaire hulp en welke strategie Nederland daarbij hanteert. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen chronische crises waaraan Nederland specifiek aandacht besteedt, overige crisissituaties en acute crisissituaties. Ook de algemene criteria ten aanzien van aanvragen en aanvragers worden in dit hoofdstuk behandeld.
Hoofdstuk 2 behandelt de Nederlandse aanddachtsgebieden bij het verstrekken van humanitaire hulp. Bij dit hoofdstuk behoort een aantal landen–annexen, die de prioriteiten van de Nederlandse noodhulp weergeven in een aantal belangrijke crisislanden/regio’s en waar nodig aanvullende voorwaarden bevatten.
In hoofdstuk 3 komen de overige chronische crisissituaties aan bod waarvoor geen aparte annex is opgevoerd. Dit hoofdstuk behandelt het Nederlands beleid ten aanzien van humanitaire hulp in dergelijke situaties, inclusief de criteria die hierbij worden gehanteerd.
Hoofdstuk 4 beschrijft het beleid van Nederland voor humanitaire hulp ten aanzien van acute crisissituaties. Dit hoofdstuk heeft betrekking op acute rampen, inclusief kanaalkeuze, (paragraaf 4.4). In de laatste annex bij deze beleidsregels is de handleiding humanitaire hulp opgenomen, die praktische wenken biedt bij het opstellen en beoordelen van subsidieaanvragen.
Hoofdstuk 1. Doelstellingen, strategie en algemene criteria Nederlandse humanitaire hulp
1.1. Mission statement: doelstelling van humanitaire hulp
De hoofddoelstelling van humanitaire hulp is de optimale leniging van levensbedreigende menselijke noden onder de meest kwetsbaren, waaronder vooral vrouwen en kinderen, als gevolg van (chronische) crisissituaties en/of natuurrampen. In principe verleent Nederland wereldwijd humanitaire hulp. Bijzondere aandacht is er voor een aantal specifieke crisisgebieden in ontwikkelingslanden. Daarnaast bestaat er een aparte faciliteit voor humanitair ontmijnen.1Besluit van de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking van 15 februari 2007, nr. DMV/HH-1024/064, Stcrt. 2007, nr. 39.
Nederland onderschrijft en baseert haar noodhulpbeleid op de volgende internationale humanitaire hulpprincipes:
1.2. Strategie van de Nederlandse humanitaire hulp
De strategie van de Nederlandse humanitaire hulp is gericht op versterking en uitbouw van een gemeenschappelijke, gecoördineerde benadering door alle betrokken hulpverlenende instanties (VN-instellingen, de Rode Kruis familie en (I)NGO’s) opdat deze niet solistisch en ongecoördineerd in het getroffen gebied opereren. Nauwe (internationale) afstemming draagt bij aan een betere aansluiting tussen de verschillende soorten en fasen van hulp. Richtinggevend voor de Nederlandse inspanningen in chronische crisissituaties is het Consolidated Appeal Process (CAP), dat onder leiding van het UN Office for the Coordination of Humanitarian Affairs (OCHA) in gang wordt gezet.
In geval van acute crisissituaties zijn daarnaast de Emergency Appeals van zowel de VN als de International Committee of the Red Cross (ICRC) en de International Federation of the Red Cross and Red Crescent Societies (IFRC) in eerste instantie richtinggevend voor de Nederlandse inspanningen. Mocht Nederland ook aanvragen van NGO’s ontvangen, dan geval zullen in elk geval de snelheid, aard en schaal van de voorgestelde interventie en de bekendheid met het getroffen gebied worden meegewogen in de beslissing.
Tegen deze achtergrond steunt Nederland in 2008 het VN noodhulpfonds CERF en, evenals in 2006 en 2007, de twee gezamenlijke noodhulpfondsen van de VN (Common Humanitarian Funds ofwel CHF’s) in de Democratische Republiek Congo en Sudan. Deze fondsen staan onder leiding van de Humanitarian Coördinator van de VN. Deze fondsen zijn ook voor NGO’s toegankelijk, daartoe dienen zij zich echter tot de Humanitaire Coördinator in het betreffende land te wenden.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken zal geen projecten subsidiëren die ook geld uit een door Nederland gesteund CHF ontvangen. De komende jaren zal het aantal CHF’s langzaam worden uitgebreid.
1.3. Criteria voor voorstellen en aanvragers
1.3.1. Algemene criteria m.b.t. subsidieaanvragen
Voorstellen dienen ten minste aan onderstaande criteria te voldoen:
1.3.2 Beoordelingscriteria
Behalve aan bovenvermelde algemene criteria zullen aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
1.3.3 Algemene criteria t.a.v. aanvragers
Aanvragen kunnen worden ingediend door NGO’s die werkzaam zijn op het terrein van humanitaire hulp. Om in aanmerking te komen voor een subsidie ten behoeve van humanitaire hulp dienen zij te voldoen aan onderstaande criteria:
Naast de hiervoor genoemde eisen dient een subsidieaanvrager uiteraard te voldoen aan de gebruikelijke eisen en verplichtingen die voortvloeien uit de toepasselijke regelgeving. Dit houdt onder meer in dat de beheersmatige kwaliteiten van de organisatie voldoende zijn. Verder wordt, naast de kwaliteit van het voorstel, ook de kwaliteit, zorgvuldigheid en tijdigheid van rapportages en evaluaties van de aanvragende organisatie meegewogen, aan de hand van eerdere ervaringen met de organisatie. Organisaties waarmee relatief kort wordt samenwerkt, worden regelmatig onderzocht op hun beheerscapaciteit.
De aard van de relatievorm subsidieverstrekking brengt met zich dat de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten geheel plaatsvindt onder verantwoordelijkheid van de subsidieontvanger. Dit impliceert onder andere dat de subsidieontvanger – indien de veiligheidssituatie in zijn werkgebied daartoe aanleiding biedt – zelf zorgdraagt voor een adequate risicoafweging en een daarbij passend niveau van beveiliging en verzekering van de personen die door subsidieontvanger met de uitvoering van haar zijn activiteiten zullen worden belast.
1.4. Niet in aanmerking
Niet in aanmerking voor een subsidie ten behoeve van humanitaire hulp komen de volgende activiteiten:
1.5. Sancties
Mede afgestemd op de duur van een gesubsidieerde activiteit zullen aan de subsidie verplichtingen worden verbonden met betrekking tot tussentijdse en afsluitende inhoudelijke en financiële rapportages. Deze rapportages zijn gebonden aan strikte deadlines. Aan het niet (volledig) nakomen van (rapportage)verplichtingen zijn sancties verbonden. Deze omvatten het geheel of gedeeltelijk intrekken en terugvorderen van verleende subsidies. Tevens kunnen negatieve ervaringen een rol spelen bij de beoordeling van toekomstige subsidieaanvragen.
Hoofdstuk 2. Nederlandse aandachtsgebieden
2.1. Inleiding
De Nederlandse humanitaire hulp streeft naar een optimale respons op crisissituaties. Hierbij wordt, zoals hierboven benoemd, een onderscheid gemaakt tussen chronische crisissituaties en acute crisissituaties. De Nederlandse humanitaire hulp bij chronische crisissituaties richt zich op een beperkt aantal landen en region’s5Afghanistan, Colombia, Ethiopië, Eritrea, Irak, Nepal, Noord Korea, Somalië, Sri Lanka, Sudan, Tsjaad, Uganda, Burundi, Democratische Republiek Congo, Noord-Kaukasus, Palestijnse gebieden en Zuidelijk Afrika.. Het beleid voor deze crisissituaties en landen is verder uitgewerkt in de bijgevoegde annexen. Deze landenkeuze is mede bepaald op grond van de volgende overwegingen:
2.2. Sectoren
De sectoren waarop de Nederlandse humanitaire hulp zich richt in de afzonderlijke chronische crisissituaties staan beschreven in de annexen. Voor rehabilitatie activiteiten wordt voorts verwezen naar het MFS, deze komen niet in aanmerking voor subsidiëring uit humanitaire hulpmiddelen.
Activiteiten op het gebied van humanitair ontmijnen worden gefinancierd uit het stabiliteitsfonds. Hiervoor bestaat een apart beleidskader, zie ook 1.1.
2.3. Criteria
Naast de algemene criteria genoemd in paragraaf 1.3 moeten activiteiten passen in de prioriteiten die per land/regio zijn beschreven in de annexen; zij moeten aansluiten bij de humanitaire strategie die hierin uiteengezet wordt. Voor specifieke criteria per conflictgebied wordt dan ook verwezen naar de desbetreffende annex.
Als in het land of de regio sprake is van een CAP, worden activiteiten slechts gesubsidieerd indien de aanvrager zijn activiteiten coördineert met OCHA en actief participeert in het opstellen van het Common Humanitarian Action Plan (CHAP).
2.4. Instellingssubsidies
De afdeling Humanitaire Hulp verleent uitsluitend bijdragen of subsidies voor activiteiten, dus geen instellingssubsidies.
2.5. Kanaalkeuze
Zie annexen.
Hoofdstuk 3. Overige chronische crisissituaties
Nederland biedt ook humanitaire hulp aan enkele landen/regio’s die niet in de annexen zijn opgenomen. Deze hulp bestaat uit financiering van beperkte activiteiten, in het algemeen uitgevoerd door organisaties die beschikken over bewezen expertise, grondige kennis hebben van het desbetreffende land/gebied en beschikken over recente ervaring met het werken in dat land/gebied. De activiteiten behelzen in beginsel een continuering van lopende projecten. Voor humanitaire hulp in deze gebieden geldt eveneens dat als in het land of de regio een CAP is opgezet, activiteiten slechts worden gefinancierd indien de aanvragende organisatie waar mogelijk haar activiteiten coördineert met OCHA en actief participeert in het opstellen van het CHAP.
Voedselhulp met een spoedeisend karakter wordt in beginsel verleend via multilaterale kanalen (WFP en UNICEF). Daarnaast kunnen (I)NGO’s, actief op het gebied van voedselhulp en voedselzekerheidsprogramma’s, onder bepaalde voorwaarden voor subsidie in aanmerking komen. Daarbij zijn het CAP (Consolidated Appeals Process) en emergency appeals richtinggevend.
Het is overigens niet uitgesloten dat ook in voedselcrises humanitaire hulp met een non-food karakter wordt gefinancierd, afhankelijk van het betreffende Appeal. Hetzelfde geldt voor aanzetten tot rehabilitatie (de zogenaamde ‘humanitaire hulp plus’), zoals zaaigoed en gereedschappen. (I)NGO’s kunnen, met inachtneming van het voorgaande, bijvoorbeeld voor subsidie in aanmerking komen indien de voorgestelde activiteiten gebieden bestrijken die door VN-organisaties moeilijk kunnen worden bediend. Ook in situaties waarbij VN-organisaties hun activiteiten niet adequaat kunnen uitvoeren, bijvoorbeeld als gevolg van politisering van de humanitaire hulp, kan voor het (I)NGO-kanaal worden gekozen.
Hoofdstuk 4. Acute crisissituaties
4.1. Inleiding
De Nederlandse humanitaire hulp richt zich tevens op (onvoorziene) grootschalige acute noodsituaties ten gevolge van natuurrampen, epidemieën of escalerende conflicten. Nederland laat zich hierbij leiden door OCHA, de ‘Emergency Relief Coordinator’, van de VN en/of IFRC/ICRC. Richtinggevend hierbij zijn de volgende factoren:
4.2. Sectoren
In acute crisissituaties komen noodhulpactiviteiten in de strikte zin van het woord voor subsidie in aanmerking, evenals eerste aanzetten tot rehabilitatie ter ondersteuning van vluchtelingen en ontheemden. Daarbij dient speciale aandacht naar de meest kwetsbaren uit te gaan. Hierbij kunnen activiteiten worden gesubsidieerd in de volgende sectoren:
4.3. Criteria
Zie paragraaf 1.3.
4.4. Kanaalkeuze bij acute rampen
4.4.1. Multilaterale kanalen
Voor acute crisissituaties geldt dat, gezien het belang dat Nederland hecht aan het coördinatiemandaat van OCHA, de expertise van de diverse VN-organisaties en de belangrijke rol die zij spelen in de uitvoering van de hulp, in veel gevallen een groot deel van de Nederlandse hulp via de VN wordt gekanaliseerd. Daarnaast kunnen ICRC of IFRC worden gesteund in verband met het bijzondere mandaat op het gebied van humanitair recht en de neutrale positie in geval van acute crisissituaties.
4.4.2. Bilaterale overheidskanalen
Met het oog op de internationale humanitaire hulpprincipes, specifiek het onpartijdigheidsprincipe, en ter voorkoming van substitutie, wordt de Nederlandse humanitaire hulp in conflictgebieden in principe niet via lokale overheden gekanaliseerd. Samenwerking en coördinatie met lokale overheden in projectgebieden wordt echter aangemoedigd, in het kader van duurzaamheid en het mogelijk geven van een eerste aanzet tot rehabilitatie. Bij natuurrampen wordt soms direct gebruik gemaakt van lokale overheidskanalen. Veelal zal dan een VN Emergency Coordinator samenwerken met de lokale overheidscoördinator van rampenbestrijding.
4.4.3. NGO’s
Zie paragraaf 1.3.
Annexen
Landenannex Afghanistan 2008
Humanitaire situatie
De humanitaire en armoedesituatie is in grote delen van Afghanistan nog zorgelijk. Afghanistan is nog altijd een van de armste landen ter wereld. Jaren van conflict en zware klimatologische omstandigheden hebben de weerstand bij de bevolking voor nieuwe noodsituaties ondermijnd. Vooral in afgelegen gebieden is sprake van voedselonzekerheid. De stijging van de graanprijzen leidt er toe dat ook in urbane gebieden families in de problemen komen voor wat betreft hun voedselsituatie. De levensverwachting is laag vanwege slechte gezondheidszorg. Afghanistan kent een aanzienlijke vluchtelingenproblematiek. Tevens is sprake van een aanzienlijk aantal ontheemden. In grote delen van het land ontbreekt een effectieve bestuurscapaciteit. Vanwege onveiligheid zijn vooral het zuiden en zuidoosten van Afghanistan moeilijk toegankelijk voor internationale NGO’s en de VN. Deze organisaties werken in die gebieden vaak samen met lokale autoriteiten en lokale NGO’s om toch mensen in nood te kunnen bereiken.
Prioriteiten Nederland in 2008
In 2008 zal Nederland de overgang van humanitaire hulp naar wederopbouw blijven ondersteunen, waarbij humanitaire hulp nog slechts een beperkt deel van de totale OS-portefeuille vormt. Ten aanzien van humanitaire hulp richt Nederland zich in beginsel op voedselzekerheid en op de terugkeer en re-integratie van vluchtelingen en ontheemden. Het primaire kanaal voor de Nederlandse structurele hulp blijft het multilaterale Afghanistan Reconstruction Trust Fund (ARTF). Dit fonds geeft eigen verantwoordelijkheid aan de centrale regering en stelt haar in staat om gecoördineerd invulling te geven aan een coherent wederopbouwbeleid. Behalve financiering van de recurrent costs zal in 2008 het ARTF steeds meer worden ingezet voor financiering van wederopbouw activiteiten uit de Afghaanse ontwikkelingsbegroting. Daarnaast geldt als tweede belangrijke peiler in het Nederlandse OS-beleid voor Afghanistan de wederopbouw van de provincie Uruzgan, die met behulp van de overheid, Internationale Organisaties en NGO’s in nauw overleg met andere donoren vorm krijgt.
Specifieke voorwaarden voor financiering
In het geval van Afghanistan leiden de kwaliteit van de reeds gefinancierde VN- en Rode Kruis programma’s en de bij deze organisaties aanwezige kennis tot de keuze om alle beschikbare gelden te kanaliseren via de VN-organisaties en het Internationale Comité van het Rode Kruis (ICRC). Dit betekent dat in Afghanistan niet rechtstreeks activiteiten van (I)NGOs worden gesubsidieerd uit de begroting voor humanitaire hulp. De VN-organisaties werken nauw samen, vullen elkaar aan in voor Nederland relevante sectoren en hun programma’s stroken met de ontwikkelingsprioriteiten van de Afghaanse regering. De VN-organisaties werken bovendien nauw samen met lokale NGO’s en lokale autoriteiten, vooral in gebieden die voor internationale organisaties moeilijk toegankelijk zijn. Het ICRC voert veel activiteiten uit in samenwerking met de Afghaanse Rode Halve Maan.
Beschikbare Fondsen
In totaal heeft de afdeling humanitaire hulp in 2008 indicatief een bedrag van 6 miljoen Euro beschikbaar voor (VN-organisaties in) Afghanistan en het ICRC. Voor subsidies (aan NGO’s) zijn geen middelen beschikbaar.
Meerjarig perspectief / exit-strategie
In lijn met de geleidelijke overgang naar wederopbouw in Afghanistan beoogt Nederland binnen enkele jaren de humanitaire financiële bijdrage aan Afghanistan geheel te kunnen afbouwen, indien de omstandigheden dat toelaten.
Landenannex Colombia 2008
Humanitaire situatie
In Colombia strijden leger en politie en illegale gewapende groepen om de territoriale controle van strategisch belangrijke gebieden. Dat resulteert in gewapende confrontaties verspreid over het land, verdwijningen, bedreigingen en moorden. De strijd wordt gevoerd ten koste van de bevolking. Soms worden mensen door guerrillagroepen verdreven, in andere gevallen worden de toegangswegen tot de gemeenschappen geblokkeerd. In het laatste geval wordt de bevolking collectief gevangen gezet. Daardoor kan zij niet beschikken over essentiële goederen. Wegtrekken is voor duizenden Colombianen vaak de enige manier om te ontkomen aan misdragingen van illegaal gewapende elementen. Op jaarbasis komen er 200.000 ontheemden bij. In totaal zijn inmiddels meer dan twee miljoen mensen ontheemd, ruim 60.000 Colombianen zijn gevlucht naar het buitenland.
Niet alleen ontheemden maar ook ontvangende en achterblijvende gemeenschappen ondervinden de gevolgen van het intern gewapend conflict. Vooral de inheemse en Afro-Colombiaanse bevolking heeft het zwaar te verduren. Zelfs in hun toevluchtoorden hebben ontheemden te maken met terreur van illegale groeperingen.
Prioriteiten Nederland in 2008
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.