Besluit van 23 mei 2008, houdende regels voor het gebruik van het burgerservicenummer in de zorgsector (Besluit gebruik burgerservicenummer in de zorg)

Type AMvB
Publication 2025-03-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 16 januari 2007, MEVA/ICT-2740333, gedaan in overeenstemming met Onze Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties;

Gelet op de artikelen 2, 11, 15, 17 en 17a van de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg en de artikelen 17 en 21, vierde lid, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer;

De Raad van State gehoord (advies van 21 februari 2007, nr. W13.07.0014/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 20 mei 2008, MEVA/ICT-2846755;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk I. Begripsbepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

De Wlz-uitvoerders, aangewezen krachtens artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wet langdurige zorg, worden aangewezen als zorgverzekeraar in de zin van de wet voor zover zij het in artikel 4.2.2 van het Besluit langdurige zorg aangegeven deel van de administratie verrichten voor de in de Wet langdurige zorg aangewezen zorg.

2.

Als zorgaanbieder, respectievelijk zorg in de zin van de wet wordt aangewezen de Stichting Sanquin Bloedvoorziening voor zover het betreft haar werkzaamheden met betrekking tot het diagnostisch laboratoriumonderzoek voor een zorgaanbieder en het beheer en de exploitatie van het Transfusie Register Irregulaire antistoffen en X(kruis)-proeven.

3.

Als zorg in de zin van de wet wordt aangewezen individuele gezondheidszorg als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg aan een persoon als bedoeld in artikel 14, eerste en derde lid, dan wel artikel 21, tweede, vierde en vijfde lid, van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999. Een in Nederland gevestigde verzekeraar die zorg draagt voor de financiële afwikkeling van deze zorg, wordt aangewezen als zorgverzekeraar in de zin van de wet.

Hoofdstuk II. Registers

Artikel 3

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald welke gegevens en bescheiden worden verstrekt bij de aanvraag te worden opgenomen in een register.

Artikel 4

Onze Minister stelt, voor zover mogelijk aan de hand van wettelijk gestelde vereisten voor de hoedanigheid van zorgaanbieder, indicatieorgaan en zorgverzekeraar, vast of de aanvraag, bedoeld in artikel 3, is gedaan door onderscheidenlijk een zorgaanbieder, een indicatieorgaan of een zorgverzekeraar.

Artikel 5

De aanvraag, bedoeld in artikel 3, wordt in ieder geval afgewezen indien deze niet is gedaan door een zorgaanbieder, indicatieorgaan of zorgverzekeraar.

Artikel 6
1.

In het register van zorgaanbieders wordt per inschrijving opgenomen:

2.

In het register van indicatieorganen en zorgverzekeraars wordt per inschrijving opgenomen de naam van onderscheidenlijk het indicatieorgaan en de zorgverzekeraar.

3.

In de registers wordt voorts per inschrijving opgenomen:

4.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de opname en verwerking van gegevens in het register.

Artikel 7

De geregistreerde stelt Onze Minister onmiddellijk op de hoogte van een wijziging van de in het register opgenomen gegevens en van andere omstandigheden die van belang kunnen zijn voor het schorsen of doorhalen van de inschrijving.

Artikel 8

Zolang de inschrijving van een zorgaanbieder in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, is geschorst, is zijn inschrijving in het register van zorgaanbieders geschorst.

Artikel 9

De inschrijving in het register kan worden doorgehaald:

Artikel 10
1.

Onze Minister deelt aan een ieder die daarom verzoekt mede of:

2.

Indien het verzoek wordt gedaan door de SBV-Z, wordt de mededeling, bedoeld in het eerste lid, te allen tijde onmiddellijk gedaan.

Hoofdstuk III. SBV-Z

Artikel 11
1.

Onze Minister draagt zorg voor de inrichting en instandhouding van een sectorale berichtenvoorziening in de zorg, waarvan deel uitmaken:

2.

Onze Minister is verwerkingsverantwoordelijke voor de SBV-Z.

Artikel 12
1.

Onze Minister stelt een systeembeschrijving voor de SBV-Z vast.

2.

De systeembeschrijving bevat een beschrijving van:

Artikel 13

Onze Minister zorgt er voor dat de SBV-Z functioneert op een wijze die overeenstemt met de systeembeschrijving.

Artikel 14
1.

Onze Minister draagt zorg voor de nodige maatregelen van technische en organisatorische aard ter beveiliging van de gegevens die de SBV-Z verwerkt tegen verlies of aantasting van deze gegevens en tegen onbevoegde kennisneming, opneming, wijziging, verwijdering of verstrekking van deze gegevens.

2.

Onze Minister draagt zorg voor de nodige maatregelen van technische en organisatorische aard ter beveiliging van de SBV-Z tegen onbevoegd gebruik en belemmering van de goede werking van de voorzieningen, bedoeld in artikel 11, eerste lid.

3.

De maatregelen, bedoeld in het eerste en tweede lid, hebben ten minste betrekking op:

Artikel 15

Zorgaanbieders, indicatieorganen en zorgverzekeraars kunnen uitsluitend door tussenkomst van de SBV-Z gebruik maken van de voorzieningen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c en d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer.

Artikel 16

De zorgaanbieder, het indicatieorgaan, de zorgverzekeraar en de jeugdhulpaanbieder die is aangesloten op de SBV-Z draagt zorg dat de verbinding van zijn geautomatiseerde systeem met de SBV-Z en de uitwisseling van gegevens tussen zijn geautomatiseerde systeem en de SBV-Z functioneren op een wijze die overeenstemt met hetgeen daarover in de systeembeschrijving is vastgelegd.

Artikel 17

Het onderzoek, bedoeld in artikel 21, derde lid, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, leidt tot een oordeel over:

Hoofdstuk IV. Toegangsmiddelen

Artikel 18

Onze Minister kan op aanvraag de volgende middelen verschaffen waarmee de geregistreerde toegang kan verkrijgen tot de SBV-Z:

Artikel 19

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald welke gegevens en bescheiden worden verstrekt bij de aanvraag van een toegangsmiddel.

Artikel 20
1.

De aanvraag, bedoeld in artikel 18, wordt toegekend, tenzij:

2.

Onze Minister verstrekt het toegekende toegangsmiddel desgevraagd aan de geregistreerde, tenzij:

Artikel 21
1.

Onze Minister brengt de geregistreerde een vergoeding voor het certificaat in rekening die ten hoogste kostendekkend is.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de vergoeding van het certificaat, waarbij in afwijking van het eerste lid kan worden bepaald dat geen vergoeding in rekening wordt gebracht voor daarbij aan te wijzen categorieën certificaten die gedurende een daarbij aan te wijzen periode worden verstrekt.

3.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de vergoeding van een ander toegangsmiddel dan een certificaat.

Artikel 22
1.

De geregistreerde gebruikt het toegangsmiddel uitsluitend overeenkomstig de bestemming van dat toegangsmiddel.

2.

De geregistreerde treft passende maatregelen om het toegangsmiddel te beveiligen tegen beschadiging, verlies en onrechtmatig gebruik.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.