Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Arbeidsomstandigheden periode 1999-2004 (Minister van Economische Zaken)

Type Archiefselectielijst
Publication 2008-06-06
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;

Besluiten:

Artikel 1

De bij dit besluit gevoegde ‘selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Minister van Economische Zaken en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein Arbeidsomstandigheden over de periode 1999–2004’ en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

Bijlage

Basisselectiedocument beleidsterrein arbeidsomstandigheden

1940–1993

1-ste actualisatie 1994–1998

2-de actualisatie 1999–2004

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

eindversie april 2008

1 Inleiding

Het PIVOT-rapport institutioneel onderzoek op het beleidsterrein arbeidsomstandigheden over de periode 1940–1993, vormt de grondslag van dit basisselectiedocument (BSD). Het rapport beschrijft alle handelingen van de rijksoverheid op het beleidsterrein arbeidsomstandigheden en geeft een overzicht van de actoren die zich op dit beleidsterrein bewegen.

Met het rapport institutioneel onderzoek implementeren de algemene rijksarchivaris, voor deze de projectleider PIVOT, en de vertegenwoordigers van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de afspraken die bij convenant van 21 januari 1992 tussen de algemene rijksarchivaris en de secretaris-generaal van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn gemaakt. De eerste stap van de implementatie is de waardering van de neerslag van de handelingen, op basis waarvan bepaald kan worden welke neerslag voor permanente bewaring in het Algemeen Rijksarchief in aanmerking komt, en welke neerslag op termijn vernietigd kan worden (artikel C van het convenant). Deze eerste stap is in het BSD vastgelegd.

Het BSD bevat een waardering voor bewaring of vernietiging van de bescheiden die betrekking hebben op de handelingen. Nadat de selectielijst 1 december 1994 ter advisering bij de Raad voor Cultuur (destijds Raad voor het Cultuurbeheer) is ingediend, heeft de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen bij brief van 19 november 1996, kenmerk DGCZ/DCE-U-964679, besloten zonder advies van de Raad van Cultuur aan de vaststelling van de selectielijst mee te werken.

Na vaststelling van het BSD (Stcrt. 1997, 22) kan de procedure voor enerzijds de overbrenging van de bescheiden naar het ARA en anderzijds de vernietiging van de bescheiden worden uitgevoerd.

1.1 Hoofdlijnen van het handelen op het beleidsterrein arbeidsomstandigheden

PIVOT definieert hoofdlijnen van het handelen als: doelstellingen van de overheid binnen de kaders van een beleidsterrein. De taken van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid liggen op het terrein van arbeid en inkomen. Eén van de beleidsterreinen binnen deze taakgebieden wordt gevormd door het arbeidsomstandighedenbeleid. De hoofdlijnen van het handelen van de rijksoverheid op het beleidsterrein arbeidsomstandigheden zijn het beschermen tegen lichamelijke en geestelijke schade van werknemers ten gevolge van de arbeid en het bevorderen van hun welbevinden. Dit heeft geresulteerd in regelingen aangaande de arbeidstijden en in regelingen tegen de gevaren van de arbeid zelf, hetzij door de oorzaken ervan weg te nemen, hetzij door een bijzondere bescherming te bieden.

1.2 Actoren

Het beleid inzake arbeidsomstandigheden en de uitvoering ervan heeft sinds 1940 in hoofdzaak berust bij de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (en taakvoorgangers). Met de vertegenwoordigers van organen die ook een bijdrage leveren op het beleidsterrein, maar niet onder de verantwoordelijkheid van de genoemde minister vallen, zullen nadere afspraken worden gemaakt over de toepassing van dit BSD, aangezien zij niet vallen onder de werking van het hierboven genoemde convenant. Als voornaamste actoren op dit beleidsterrein kunnen worden aangewezen:

1.3 Doelstellingen van de selectie

De selectie richt zich op organen van de overheid, voor zover deze vallen onder de werking (van de artikelen 5, 13 en 37 van de Archiefwet 1962, Stb. 313) van de Archiefwet 1995, Stb. 277.

Het hoofddoel van de selectie is een scheiding aan te brengen tussen archiefbescheiden die in aanmerking komen voor overbrenging naar het Algemeen Rijksarchief door het overheidsorgaan dat deze gegevens beheert, en archiefbescheiden die hiervoor niet in aanmerking komen.

De archiefbescheiden die bewaard worden, moeten een ‘reconstructie van het overheidshandelen op hoofdlijnen ten opzicht van de omgeving’ mogelijk maken. Deze selectiedoelstelling wordt geoperationaliseerd binnen het beleidsterrein arbeidsomstandigheden. De handelingen van de verschillende (rijksoverheid)actoren op dit terrein worden geselecteerd op hun bijdrage aan de realisering van de selectiedoelstelling. Bij de selectie is derhalve aan de orde welke bescheiden, behorende bij welke handeling, berustende bij welke actor, overgebracht dienen te worden ten einde het handelen van de rijksoverheid met betrekking tot de arbeidsomstandigheden op hoofdlijnen te kunnen reconstrueren.

1.4 Criteria voor de selectie

De selectiecriteria zijn zodanig geformuleerd dat is aangegeven van welke handelingen de neerslag dient te worden overgebracht naar het Algemeen Rijksarchief (waardering: bewaren (B)). De neerslag van handelingen die niet aan de hieronder weergegeven selectiecriteria voldoen worden niet overgebracht (waardering: vernietigen (V)). De documentaire neerslag die uit deze handelingen voortvloeit, is niet noodzakelijk voor de reconstructie van het overheidsbeleid op hoofdlijnen.

Sinds medio 1997 worden de volgende onderstaande nieuwe criteria voor de selectie toegepast. Deze criteria zijn toegepast op de nieuwe handelingen vanaf 966.

2 Selectielijst

2.1 Algemeen

De selectielijst is ingedeeld naar actor. De gegevensblokken uit de selectielijst (BSD) zijn doorlopend genummerd. Daarnaast is het corresponderende nummer van het gegevensblok uit de handelingenlijst (IO) gegeven, aldus blijft er een relatie gehandhaafd tussen de beide lijsten.

De nieuwe handelingen kennen slechts één nummer. Dit nummer komt ook in het rapport institutioneel onderzoek terug.

De afkorting ‘B’ staat voor ‘bewaren’, d.i. na afloop van de overbrengingstermijn krachtens de Archiefwetoverdragen aan de Rijksarchiefdienst. Achter de handelingen die met een ‘B’ zijn gewaardeerd, staat door middel van een cijfer aangegeven op grond van welk selectiecriterium die handeling met een ‘B’ is gewaardeerd. Dit cijfer correspondeert met één van de zes selectiecriteria zoals die in paragraaf 1.4 zijn verwoord.

De afkorting ‘V’ staat voor vernietigen, waarbij tevens is vermeld na afloop van welke termijn de bescheiden die uit de betreffende handeling voortvloeien kunnen worden vernietigd. De termijnen zijn ingevuld op grond van informatie uit bestaande vernietigingslijsten van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en gesprekken met vertegenwoordigers van het juridische en administratieve belang bij dit ministerie.

Bij het item produkt is zoveel als mogelijk het juridischbestuurlijke niveau aangegeven waarin de handeling heeft geresulteerd (wetten, amvb’s, regelingen en diverse soorten beschikkingen). Eén en ander is vooral bedoeld als hulpmiddel bij de institutionele selectie. Indien de aard van de documentaire neerslag waarin een handeling heeft geresulteerd niet duidelijk was, is dit item niet gegeven.

Bij handelingen van de minister van SZW die met een V gewaardeerd zijn, is de periode waarvoor deze selectie geldt, gesteld op 1945–1998. Door middel van haakjes kan worden aangegeven dat een handeling ook in de voorafgaande periode werd uitgevoerd, bijvoorbeeld:

Periode: (1940) 1945–1969

De archiefbescheiden die betrekking hebben op de periode 1940–1945 en die gewaardeerd zijn met een ‘V’ zullen ook worden beoordeeld op een directe relatie met die bijzondere omstandigheden uit deze periode. Indien deze relatie bestaat, wordt aan deze bescheiden de waardering ‘B 6’ toegekend.

Omdat iedere minister algemeen voorkomende handelingen verricht, hebben PIVOT-medewerkers van de Rijksarchiefdienst gewerkt aan het opstellen van een overzicht van algemene handelingen. Begin 1998 is dit overzicht vastgesteld. Eén van de gevolgen daarvan is, dat voortaan de algemene handeling ‘het beslissen op beroepschriften … en het voeren van verweer in beroepschriftprocedures …’ de waardering ‘Bewaren’ krijgt. Omdat de Rijksarchiefdienst de voorkeur heeft voor één algemene handeling, zijn alle daarvoor in aanmerking komende handelingen per 1999 (gerekend vanaf februari 1999) vervallen en ingebracht in de bestaande handeling 11 met de opmerking:’ Na overleg met het Algemeen Rijksarchief is deze handeling omgezet in een B, te rekenen vanaf februari 1999’.

Ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 kan neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.

2.2 Vaststelling van de selectielijst tot en met 1998

Op 23 juni 1999 is het geactualiseerde ontwerp-BSD door de Secretaris-Generaal van het Ministerie van SZW aan de Staatssecretaris van O, C & W aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het ontwerp-BSD naar de RvC is verstuurd.

Tijdens het driehoeksoverleg was namens het Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap ook een deskundige op het beleidsterrein aanwezig. Van andere (historische) organisaties of individuele burgers is geen commentaar ontvangen.

In de vergadering d.d. 28 september 1999 van de Uitvoerings-commissie Archieven van de RvC is het ontwerp-BSD behandeld, waarbij ook het verslag van het driehoeksoverleg bij de voorbereiding van het advies is/zijn meegenomen.

Op 17 december 1999 bracht de RvC advies uit (kenmerk arc-99.1301/2, hetwelk geen aanleiding heeft gegeven tot wijziging van de ontwerp-selectielijst.

Daarop werd het BSD op 27 september 2000 door de Algemeen Rijksarchivaris, namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, en de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vastgesteld (kenmerk R&B/OSTA/2000/1547). Het BSD werd eind 2000 gepubliceerd in Staatscourant 234 (Stcrt. 2000, 234).

2.3 Vaststelling van de selectielijst tot en met 2004

In december 2005 (officieel op 8 maart 2006) is het geactualiseerde ontwerp-BSD over de periode 1999–2004 door de Secretaris-Generaal van het Ministerie van SZW aan de Staatssecretaris van O, C & W aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het ontwerp-BSD naar de RvC is verstuurd.

Tijdens het driehoeksoverleg was ook een deskundige op het beleidsterrein aanwezig. Van andere (historische) organisaties of individuele burgers is geen commentaar ontvangen.

In de vergadering d.d. 30 januari 2008 van de Uitvoerings-commissie Archieven van de RvC is het ontwerp-BSD behandeld, waarbij ook het verslag van het driehoeksoverleg bij de voorbereiding van het advies is/zijn meegenomen.

Op 7 februari 2008 bracht de RvC advies uit (kenmerk bca-2007.043162) hetwelk geen aanleiding heeft gegeven tot wijziging van de ontwerp-selectielijst.

Daarop werd het BSD op 28 april door de algemene rijksarchivaris, namens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en de Project Directeur Project Wegwerken Archiefachterstanden namens de ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (C/S&A/08/661), Verkeer en Waterstaat (C/S&A/08/662), Volksgezondheid, Welzijn en Sport (C/S&A/08/664), Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (C/S&A/08/1015), Defensie (C/S&A/08/1016) en Economische Zaken (C/S&A/08/1017) vastgesteld.

3 Actoren

3.1 Actor: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid/de onder de minister ressorterende diensten/ambtenaren

1940–1951: Minister van Sociale Zaken

1951–1971: Minister van Sociale zaken en Volksgezondheid

1971–1981: Minister van Sociale Zaken

1981–heden: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

3.1.1 Internationale handelingen

Handeling: Het voorbereiden van, deelnemen aan en rapporteren over vergaderingen van overleg- en bestuursvergaderingen van internationale organisaties omtrent arbeidsomstandighedenaangelegenheden.

Product: verslagen, notulen, notities, rapporten

Periode: 1940–

Grondslag: –

Waardering: B (1)

Handeling: Het implementeren van internationale regels aangaande arbeidsomstandigheden in bestaande of nieuwe regelgeving op nationaal niveau.

Product: (Aangepaste) nationale wet- en regelgeving bijvoorbeeld:

SZW-lijst van mutagene stoffen Stcrt. 2004, 170

Periode: 1940–

Grondslag: Europese verdragen waaronder:Conventies van de International Labour Organisation, het Europees Sociaal Handvest, EG-richtlijnen

Waardering: B (1)

Handeling: Het aanwijzen van instanties die certificaten van overeenstemming en controlecertificaten met betrekking tot een type van elektrisch materieel mogen afgeven.

Product: Aanwijzing NV KEMA (Stcrt. 1995, 100)

Periode: 1995–2003

Grondslag: Regeling elektrisch materieel bestemd voor gebruik in ‘explosieve omgeving’ (Stcrt. 1995, 81, gewijzigd Stcrt. 1997, 229) artikel 2, Besluit elektrisch explosieveilig materieel (Stcrt. 1995, 100) artikel 2, vervallen per 1 juli 2003

Waardering: V

Termijn: 1 jaar na geldigheidsduur (van de aanwijzing)

Handeling: Het rapporteren over de implementatie van internationale regels in bestaande of nieuwe regelgeving op nationaal niveau.

Product: rapporten en bijvoorbeeld:

– Bekendmaking Inwerkingtreding Richtlijn (97/65/EG) bescherming tegen biologische agentia (Stcrt. 1998, 15)

Periode: 1940–

Grondslag: Bepalingen in de conventies van de International Labour Organisation, in het Europees Sociaal Handvest, in de EG-richtlijnen

Waardering: B (2)

Handeling: Het notificeren van nieuwe nationale wetgeving op het terrein van arbeidsomstandigheden aan de EG (‘Brussel’) alsmede aan de afzonderlijke lidstaten.

Product: bijvoorbeeld:

Wet van 27 maart 1999, houdende goedkeuring van het op 24 juni 1986 te

Genève tot stand gekomen Verdrag betreffende veiligheid bij het gebruik van asbest (Verdrag nr. 162 aangenomen door de Internationale Arbeidsconferentie in haar tweeënzeventigste zitting) (Stb. 1999, 186)

Periode: 1957–

Grondslag: EEG-verdrag

Waardering: B (2)

Handeling: Het in internationaal verband samenwerken en/of deelnemen aan activiteien ter verbetering van de arbeidsomstandigheden

Product: notities, rapportages

Periode: ca. 1990–

Grondslag: Tweede Kamerstukken 23 125, diverse jaargangen, Nota herijken

internationaalbeleid Arbeidsinspectie, januari 2005, blz. 3, Jaarplan Directie

Arbeidsomstandigheden 2006, blz. vii

Waardering: B (5)

3.1.2 Algemene handelingen

Handeling: Het meewerken aan ministerie-breed beleid, voor zover het arbeidsomstandigheden betreft.

Product: bijvoorbeeld: de Sociale Nota’s

Periode: 1940–

Grondslag: –

Waardering: B (1)

vervallen

Handeling: Het voorbereiden van nieuwe wetgeving aangaande arbeidsomstandigheden of het wijzigingen of herzien van bestaande wetgeving.

Product: wet- en regelgeving o.a.:

– Arbeidsomstandighedenwet (Stb. 1980, 664) gewijzigd onder meer Stb. 1999, 122, b.w. Stb. 1999, 184

– ‘Arbeidsomstandighedenwet 1998’ (Stb. 1999, 184)

Periode: 1940–

Grondslag: Grondwet 1938 (Stb. 1938, 300) art. 201, Grondwet 1948 (Stb. 1948, I 425) art. 202, Grondwet 1953 (Stb. 1953, 295) art. 209, Grondwet 1983 (Stb. 1983, 22) art. 20

Waardering: B (1)

Handeling: Het evalueren van het arbeidsomstandighedenbeleid.

Product: evaluatie

Periode: ? 1990–

Grondslag: Regeringsstandpunt over het centraal thema ‘Beleidsevaluatie-onderzoek bij de rijksdienst’ 1990

Waardering: B (2)

Handeling: Het informeren en adviseren van de minister en staatssecretaris (ten behoeve van standpuntbepalingen in ministerraad) voor zover het arbeidsomstandigheden betreft.

Product:

Periode: 1940–

Grondslag: –

Waardering: B (3)

Handeling: Het voorbereiden van het overleg met en informeren van de Staten-Generaal, voor zover het arbeidsomstandigheden betreft.

Product: Voorbeeld:

– Antwoorden op Kamervragen

– ‘Tijdelijke versoepeling aansluitingsverplichting bedrijven Klasse I bij gecertificeerde arbodiensten’ (Stcrt. 1995, 227)

Periode: 1940–

Grondslag: –

Waardering: B (6)

Handeling: Het geven van inlichtingen aan (de Commissie van de Verzoekschriften van) de Staten-Generaal en aan de Ombudsman naar aanleiding van klachten van burgers.

Product: brieven, notities

Periode: 1940–

Grondslag: –

Waardering: B (6)

Handeling: Het informeren van/geïnformeerd worden door belangstellenden over de organisatie (ministerie en uitvoerende diensten) en/of arbeidsomstandigheden in het algemeen.

Product: publikaties, brochures

Periode: (1940) 1945–

Grondslag: Bijvoorbeeld:

– Algemeen organisatie- en mandaatbesluit SZW 1994 (Stcrt. 1994, 83) art. 11, b.w. Stcrt. 1995, 99

– Organisatie- en mandaatbesluit Arbeidsinspectie 1996 (Stcrt. 1996, 128) art. 4:2

Waardering: V

Termijn: 2 jaar

Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van de arbeidsomstandigheden

Product: voorlichtingsmateriaal

Periode: (1940) 1945–

Grondslag:

Waardering: V

Termijn: 2 jaar

Toelichting: Van het gedrukte voorlichtingsmateriaal wordt één eindprodukt bewaard. De voorbereidende stukken worden vernietigd

Handeling: Het behandelen van bezwaarschriften en voeren van verweer in beroepschriftenprocedures voor de Raad van State.

Product: beschikkingen, verweerschriften

Periode: 1976–

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.